donderdag 11 september 2008

Friezen op Spitsbergen

Aan het begin van de Gouden Eeuw werd om diverse redenen getracht een doorgang te vinden naar Oost-Azië boven Rusland langs. De route onder Afrika was niet exclusief en vol gevaren en een nieuwe route om de Noord zou ook korter zijn. Volgens cartograaf Plancius zou het ook moeten kunnen. Tussen 1594 en 1596 deed de beroemde Willem Barentsz van Terschelling drie pogingen om de zee boven het Aziatische vasteland te doorkruisen. Telkens werd hij echter gestuit door het pakijs. Barentsz was opperstuurman onder Jacob van Heemskerk en voer op met Jan Cornelisz Rijp. De groep splitste zich op een gegeven moment, waarna de groep van Barentsz op 80 graden NB de koude kusten van Spitsbergen ontdekte en een stuk zuidelijker Bereneiland. Uiteindelijk liepen ze bij Nova Zembla vast in het ijs waarna de bekende overwintering op Nova Zembla in het Behouden Huijs plaatsvond. Barentsz overleefde deze beproefing maar stierf vlak na vertrek (na een barre winter) in de open sloep. Vlak voor vertrek lieten ze een brief (een zogenaamd cedelken) achter in een kruithoorn die aan de schoorsteen hing en nog bewaard is gebleven !

Hoewel de doorgang om de Noord niet gevonden werd kwam wel de Walvisvaart op gang bij de eilanden van Spitsbergen. Vele Hollanders en Friezen waagden de stap en werkten onder barre omstandigheden op zee en bij de traanovens van Smeerenburg. Diverse plekken herinneren nog aan hun aanwezigheid, zoals Ny Friesland en Hindeloopenstraat.

De Dokkumer Louwrens Hacquebord, werkzaam voor het Arctisch Centrum in Groningen, heeft vele expedities naar Spitsbergen ondernomen om daar opgravingen te verrichten. Zie ook het filmpje over een van zijn laatste expedities. Er werden in de loop der jaren o.a. graven gevonden van vele walvisvaarders die ter plekke overleden aan de ontberingen. Hun wollen kleding was vaak nog bewaard gebleven in de droge kou. Recent zijn deze vondsten weer teruggegeven aan Spitsbergen en worden nu tentoongesteld in het Svalbard Museum.

Voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid, beweren weerkundigen, is de ijsplaat die de Noordpool bedekt, losgeraakt van het Euraziatisch en Amerikaans continent. Na ruim vierhonderd jaar heeft Petrus Plancius, de sponsor van Willem Barentsz, dankzij de global warming toch gelijk gekregen. Het maakt niet uit of je bij Spitsbergen rechtsaf gaat, of bij Groenland linksaf: je eindigt in de Beringstraat.
De VPRO heeft historische beelden van de Noordpool en Spitsbergen op haar Geschiedenis website.
Enkele interessante publicaties zijn o.a. die van Hessel Gerrits uit 1612: Beschryvinghe van der Samoyeden landt, en Histoire du pays nommé Spitsberghe, ook uitgegeven in de reeks van de Linschoten Vereeniging. Of die van de commandeur Frederik Martens Nauwkeurige beschryvinge van Groenland of Spitsbergen, rond 1710.
En natuurlijk van Louwrens Hacquebord Walvisvaart in de Gouden Eeuw. Opgravingen op Spitsbergen. Amsterdam., 1988.

Uw webmaster/redacteur zal de komende weken op bescheiden wijze in de voetsporen van Barentsz treden en met de driemastschoener Oosterschelde een tocht maken rond Spitsbergen om dan via Bereneiland naar het in Noord-Noorwegen gelegen Tromso te varen. U zult het dan ook even zonder weblog-berichten moeten doen. Wel kunt u de tocht bijna van dag tot dag volgen via het online logboek van de Oosterschelde. Ahoy !

woensdag 10 september 2008

Friezen in Denemarken

Al surfend over het web kom je af en toe een website tegen die je nog niet kende. Nu had ik wel eens gehoord over Friezen op het Deense schiereiland Amager maar er blijkt ook nog een algemenere site te zijn. Deze heet De vergeten Friezen in Denemarken, en is in feite de transcriptie van een boek. Afijn, bekijk het maar eens.

maandag 8 september 2008

Engelsmanplaat in historisch perspectief

Vorig weekend ging ik met een groepje vrienden zeilen op het Oostwad. Vanuit Zoutkamp vertrokken we in een lemsteraak in vissermanuitvoering, de LE53 Maria Elisabeth. Via het Zoutkamperril voeren we langs Ezumazijl naar Oostmahorn. Hier legden we aan op de plek waar de veerboot Esonborg naar Schiermonnikoog vertrekt.
Na een wandeling door het nieuw aangelegde vestingstadje Esonstad voeren we door naar de sluis in Lauwersoog. Via de sluis bereikten we de waddenzee, waar een aardige wind stond. We besloten te gaan droogvallen bij Engelsmanplaat. Dat betekent dat je het platbodemschip met afnemend tij vlakbij de zandplaat legt en vervolgens afwacht tot je bij eb vast- of droogligt. In dit geval in het Friese Gat, of Scholbalg, tussen Schiermonnikoog en Ameland. Vervolgens kun je wadlopend naar en over de Engelsmanplaat (zie kaartje) lopen. Al snel viel ons op dat er veel kokkels op de plaat lagen. Deze kokkels kun je niet alleen eten, zoals een mossel, maar de losse schelpen werden vroeger ook met name gebruikt voor het maken van kalk. In een eerder artikel over de Kalkovens van Ezumazijl schreef ik over de schelpenvissers die met dit zware werk de kost verdienden.

Op Engelsmanplaat stond vroeger een kaap die nu in het Visserijmuseum te Zoutkamp staat.

Tegenwoordig staat hier een nieuwe kaap, die als vluchtplaats gebruikt kan worden, maar een paar honderd meter verder op de plaat staat ook een vogeltellershuisje op palen. Hier zitten namens het Ministerie van LNV vogeltellers (vaak echtparen) die gedurende 2 weken de vogelstand bijhouden. De aanwezige vogeltellers stonden ons hartelijk te woord en lieten zien hoe prachtig het uitzicht is op zo'n 10 meter hoogte. Er kan zelfs tien keer per jaar vanuit de gemeente Dongeradeel getrouwd worden op Engelsmanplaat!

Thuisgekomen heb ik een en ander opgezocht en wat blijkt: de naam Kalkman (die ik wel kende) is een synoniem voor Engelsmanplaat. Vooral in Wierum en omgeving wordt deze oude naam nog gebruikt, vanwege de vele schelpen (=kalk) die hier gevonden werden en worden. De Scholbalg wordt besproken in Vrije Fries nr.XII, in een artikel van W.W. Buma (pdf op site Wumkes.nl).
En de naam van de plaat zou gebaseerd zijn op een stranding in 1708 van de Schiermonnikoger schelpenvisser Feye Willems Engelsman. Leuk om te weten! Zijn er nog mensen die meer weten over deze schelpenvisser en zijn familie ? Iemand van de historische vereniging te Schiermonnikoog, Heer en Feer, misschien ?

zaterdag 6 september 2008

Genealogische najaarsbijeenkomsten

In het najaar staan er weer een aantal interessante bijeenkomsten op de agenda.

Op zaterdag 4 oktober zijn er zelfs twee. De eerste, en voor Friezen meest relevante, is de 12e Genealogische contactdag, van 10-16 uur in Tresoar te Leeuwarden. Vele historische verenigingen, waaronder uiteraard de Historische Vereniging Noordoost Friesland, zullen zich hier presenteren. De toegang is gratis.

Dezelfde dag vindt in Amsterdam een symposium plaats van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunden (KNGGW). Dit symposium ‘De Nederlandsche Leeuw. Van verleden naar toekomst’ behandelt o.a. de voorlopige uitkomsten van een grootschalig project waarbij via DNA-onderzoek in combinatie met genealogische gegevens (de zogenaamde genetische genealogie) ongetwijfeld verrassende resultaten gemeld kunnen worden. Mogelijk zelfs het bestaan van een specifiek Fries gen of haplogroep.

En last but not least de najaarsvergadering van de Historische Vereniging Noordoost Friesland in het prachtige terpdorp Ee. Op zaterdag 8 november beginnen we om 10.00 uur met een lezing en uitreiking van het extra nummer van De Sneuper over Katholieke linnenweversfamilies en de vlasteelt in Noordoost Friesland. In de middag zijn er rondleidingen in Vlasmuseum Braakhok en de oude hervormde kerk op de terp in Ee. Ook is er voldoende tijd om gegevens uit te wisselen, dus neem uw genealogische papieren en laptop mee!
Wilt u zich opgeven als nieuw lid en abonnee op De Sneuper, dan kan dat via de site of het emailadres van de vereniging.

donderdag 4 september 2008

De Friese academie

Toen na de reformatie in de zeven provincieën universiteiten werden opgericht was Friesland na Leiden een van de eersten. In Franeker werd in 1585 (na Leiden in 1575) de Friese Academie opgericht. Dertig jaar lang waren deze twee universiteiten de enige in het land! Voorheen gingen studenten uit Friesland naar de Universiteit van Leuven of naar universiteiten in Duitsland (Heidelberg) of Italië (Padua).
De Friese universiteit bouwde een goede naam op, met name in de theologie en rechten, en wist ook vermaarde professoren en studenten aan te trekken.
De Fransman René Descartes werkte bijvoorbeeld enige tijd aan de universiteit rond 1629. Pieter Stuyvesant (zoon van een dominee uit Dokkum) had er zijn opleiding in de theologie en de Dokkumer Ulricus Huber (wiens standbeeld in Den Haag staat) werd er een befaamd jurist. (De familievereniging Huber publiceert een eigen blad: Huberiana).
Ook de Dokkumers Foppe en Lieuwe van Aitzema volgden hun opleiding in Franeker. De bekende dominee Balthasar Bekker uit Metslawier, die de Betoverde Weereld schreef, studeerde er theologie.

In 1811 werd echter per decreet van Napoleon besloten de universiteiten van Franeker, Harderwijk en Utrecht op te heffen! Alleen Utrecht werd nadien heropend.

Tegenwoordig hebben we nog wel een Fryske Akademy in Leeuwarden, onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen (KNAW). Er zijn echter geen professoren en studenten meer die colleges volgen in dit onderzoeksinstituut. Wel is er een aantal Bijzondere hoogleraren Friese taal- en letterkunde en geschiedenis aan universiteiten in Groningen, Leiden en Amsterdam. Op de site trof ik een nieuw bestand aan van Schoolmeesters in Friesland, 1600-1950.

De Akademy heeft ook Leden, die alleen op voordracht benoemd kunnen worden. Van onze Historische Vereniging zijn er diverse leden ook Lid van de Fryske Akademy, zoals Reinder Tolsma, Gerard Mast, Pieter Visser, Jan Walda, Wybo Palstra, Melle Koopmans en Guus Bary. Ik vergeet er vast nog een paar.

Een belangrijk criterium is het leveren van een belangrijke bijdrage aan de Friese cultuur, taal en/of wetenschap. Uw webmaster/redacteur zal zijn (digitale) best doen!