dinsdag 27 mei 2014

Friese schippers en de Deense ossenhandel

Tijdens de ledenvergadering van de Vereniging voor Zeegeschiedenis op de Bataviawerf in Lelystad
Schilderij De Os, 1564, schilder onbekend, Amsterdam Museum
presenteerde Wilma Gijsbers een verhaal over de Deense ossenhandel en de retourhandel in tegels en de rol van schippers daarin. In 1999 verdedigde zij aan de Universiteit van Amsterdam haar dissertatie Kapitale ossen. De internationale handel in slachtvee in Noordwest-Europa 1300-1750. (Als boek is het reeds uitverkocht).

Vanuit Denemarken, vooral Jutland, werden blijkbaar grote kuddes ossen verhandeld, vaak naar markten in Holland, bijvoorbeeld Hoorn en Enkhuizen. De reis kon te voet gemaakt worden, waarna vaak vanuit plaatsen aan de oostzijde van de Zuiderzee nog een transport over water plaatsvond. Er kon echter ook direct vanuit Denemarken een transport over zee en rivieren gemaakt worden. De ossen waren dan wel sterk vermagerd en moesten op de grazige weiden van vaak net drooggemalen polders weer aangesterkt worden (het vetweiden, nog bekend van de Friese Vetkopers).
Bij het vervoeren van de ossen speelden Friese schippers, immers bekend als de transporteurs van Noord-Europa, een vrij grote rol.
In de bijlagen van de online dissertatie van Wilma Gijsbers is o.a. een bijlage opgenomen met de namen van schippers die zij in de Notariële Archieven is tegengekomen. Daarin ook een aantal schippers uit onze regio, die met name voorkomen in het Notarieel Archief Amsterdam (NAA):

Arend Jakobs uit Anjum met de tjalk Abrahams Offerrande op 17 maart 1713, NAA 6801, a171. Deze vinden we terug in de DTB: Bevestiging huwelijk op 15 juli 1703 in Anjum. Bruidegom: Aarnt Jakobs afkomstig van Munnikezijl, Bruid: Aaltje Bernardus Schotanus afkomstig van Anjum (mogelijk dochter van chirurgijn Bernardus Schotanus uit Balk/ Sloten). Bron: Trouwregister Hervormde gemeente Anjum 1693-1810. Inventarisnr.: DTB 532.
Met thuishaven Anjum (ook wel gespeld als Anjun, Anjon, Anjou, Anium, Aniam en Anjam), wat in de praktijk het haventje van Ezumazijl zal zijn geweest, komt hij voor in de Sonttolregisters, waar zijn lading meestal bestaat uit ballast:
    13-4-1729    Arent Jacobsen,  Anjum,    Anjum - Kønigsbergen.
    15-5-1729    Arent Jacobsen    Anjum,    Pillau - Amsterdam.
    1-7-1729    Arent Jacobsen,    Anjum,    Anjum - Dantzig
    28-7-1729    Arent Jacobsen,    Anjum,    Dantzig - Amsterdam.
    7-10-1734    Aart Jacobs,    Anjum,   Abt - Østersøen

Albert Doekes uit Dokkum, wijdschip De Hoop op 17 feb 1676 NAA3864, f222. Ook hem vinden we in de DTB: Bevestiging huwelijk op 17 augustus 1673. Bruidegom: Albert Doeckes afkomstig van Dokkum. Bruid: Grijtie Ballings afkomstig van Kollum. Opmerking: grootschipper. Dokkum DTB 193 en 174. In 1674 en 1703 komen ze ook als lidmaat van de Remonstrantse Gemeente te Dokkum voor. Albert Doekes komt in de Sonttolregisters voor met een vermelding in 1695, nota bene met thuishaven Ameland!

Tede Doekes uit Dokkum (zijn broer?), wijdschip De Eikelboom 66x19 voet, op 8 feb 1676, NAA3864, f221

Wigbout Hermans (Wigbolt Harmens) uit Kollum, 26 maart 1713, costschip (kofschip?) NAA6801 a189

Wouter Teunis van Ameland, 17 maart 1713 smakschip De Emmausgangers NAA6801 a171
Pieter Saskers van Ameland 26 maart 1713 De Jozef en Maria NAA6801 a189

Er zijn prachtige schilderijen van ossen, zoals die van een prijsos in het Amsterdam Museum uit 1564 en een Blaarkop prijsos van rond 1650 die te koop is bij antiquair Bruil & Brandsma in Amsterdam. En we kennen natuurlijk allemaal De Stier van Paulus Potter, in het onlangs heropende Mauritshuis.

Update:
Aanvulling van Jan de Vries uit Koudum: Veel smakken en wijdschepen van betrekkelijk kleine laadvermogens vergeleken met fluiten. Scheepsnaam 'Grasmaaier' (p. 554) is wel een leuke in dit verband.
De onderstaande uit NAA staat niet in dit overzicht:
6 april 1644, Gabriel Marselis, commissaris van de Deense Koning in de Republiek der Zeven Provincieen bevracht 24 schepen om Ossen te laden in de Sont bij het kasteel van Elseneur. Onder de schippers: Joltje Froukes, Symen Jelles, Sierck Sipkes, Jarich Cornelis, Huyte Tjercks van Koudum. SAA 5075 nr. 1622 / 106. Dit gaat voorzover ik het kan overzien om de bevrachting van fluitschepen.
Over Gabriel Marselis verscheen in Amstelodamum van december 2012 een prachtig artikel van historicus Dudok van Heel die vermoed dat Marselis en zijn vrouw zijn geportretteerd door Bartholomeus van der Helst, rond hun landgoed Elswout in Overveen.

zondag 25 mei 2014

Zomer-expositie 2014 Oudheidkamer Kollum: Esonstad: Mythe of werkelijkheid?

Ooit lag er een bloeiende handelsstad in de voormalige Lauwerszee, niet ver van Ezumazijl, Esonstad. Deze plaats wordt in één adem genoemd met twee andere oude Friese steden, Stavoren en Dokkum. Esonstad ging evenwel ten onder, al in 1230, toen het werd verzwolgen door de zee. Zo vertellen oude kronieken. Maar is dit ook waar? Of is het een mythe?

In de jaren ’50 dachten archeologen sporen van Esonstad in de Lauwerszee te hebben gevonden. Later hebben andere archeologen hier weer vraagtekens bij gezet. Dus toch een mythe? Of toch werkelijkheid? Oudheidkamer Kollum laat aan de hand van oude kronieken, van oude kaarten, van vondsten van aardewerk, van een televisiedocumentaire, en zelfs van een heuse Vikingmuntschat zien wat mythe en wat werkelijkheid is. Boeiend zijn ook de ‘leugenverhalen’, waarin de bewoners van het oude Esonstad worden opgevoerd als zowel hooghartig als dom.

Speciale kinderactiviteiten maken ook deel uit van deze expositie. De expositie wordt zaterdag 31 mei om 16.00 uur geopend, door drs. Kerst J. Huisman, oud-journalist, publicist en historicus. U bent hierbij van harte welkom! 


Oudheidkamer ‘Mr. Andreae’, Eyso de Wendtstraat 9-11 in Kollum is geopend van 4 juni t/m 1 november 2014 op woensdag t/m zaterdag van 14.00 tot 17.00 uur. Bezoek ook de website: www.oudheidkamerkollum.nl

vrijdag 16 mei 2014

Expositie Windmotoren in Fries Landbouwmuseum Earnewâld

Van 25 mei tot 1 november 2014 organiseert het Fries Landbouwmuseum in Earnewâld een expositie over Amerikaanse windmotoren. In het Friese landschap staan nog op verschillende plaatsen deze stalen windmolens. Ze namen vanaf begin 1900 de plaats in van de oude houten watermolens zoals de tjasker, de spinnekop en de monniksmolen.
In eerste instantie werden veel windmotoren, met namen als 'Herkules Metallicus', geïmporteerd vanuit Amerika en Duitsland. Later gingen Friese bedrijven, zoals Gebroeders Bakker IJlst en Mous uit Balk, deze Amerikaanse windmotoren zelf verbeteren en bouwen. Het museum heeft bij deze expositie steun gekregen van de  stichting Windmotoren-Friesland en stichting Waterschapserfgoed.

De Amerikaanse windmotor dankt zijn naam aan de Amerikaan Daniel Halladay, die in 1854 het eerste ontwerp maakte van een stalen windmolen. Amerikaanse boeren gebruikten de molen in droge streken om water op te pompen om hun vee te drenken. Rond 1900 kwam de Amerikaanse windmotor vanuit Duitsland naar Nederland. De Duitsers hadden overigens van de Amerikaan een andere molen gemaakt: veel groter en niet meer bedoeld om water omhoog te pompen, maar juist om water mee af te voeren.
In Friesland werd de molen erg populair. In de eerste plaats vanwege het kleinschalige polderlandschap, er waren daardoor veel plaatsen waar een windmotor opgericht kon worden. Het had daarnaast te maken met het conservatisme van de Friese boeren. Die vonden stoommachines, die in die jaren ook beschikbaar kwamen, veel te ingewikkeld en kostbaar: de wind was immers gratis en steenkool was duur. Ook hadden deze gemalen bediening nodig. De Amerikaan daarentegen had bijna geen menskracht nodig, want de molen kan zichzelf door een slimme constructie naar de wind richten en bij harde wind zich aanpassen of zelfs automatisch uit de wind draaien.

Kort
Toch was de glorietijd van de windmotor maar van korte duur. Na WO II werden de windmotoren op grote schaal vervangen door gemalen die aangedreven werden door elektriciteit of dieselmotoren.
Door de concentratie van polders en waterschappen werden veel windmolens overbodig en daarna afgebroken. Gelukkig is er een aantal windmotoren gespaard gebleven. Veel daarvan zijn gerestaureerd, onder andere in opdracht van de Stichting Waterschapserfgoed. Zij zijn de stille getuigen van de laatste fase van de windbemaling in Fryslân.

Expositie
De expositie laat de geschiedenis van deze interessante ontwikkeling zien. Naast (echte) onderdelen en een tweetal modellen waarvan één uit 1916, is er filmmateriaal en kon er geput worden uit het omvangrijke bedrijfsarchief van de grootste bouwer van Friesland, de Gebr. Bakker in IJlst. Dit nog steeds bestaande bedrijf heeft sinds begin 1900 door de jaren heen meer dan 1.000 windmotoren geleverd.

Bertus Mulder de voorzitter van de stichting Waterschapserfgoed opent de expositie op 23 mei a.s..om 20:00 uur.
Naast de expositie staan er nog meer zaken in de planning: Omrop Fryslân (DOK) heeft een speciale documentaire gemaakt die op 25 mei op de landelijke tv komt.
Verder organiseert het museum in de zomermaanden een drietal wandelexcursies naar een windmotor.
In de herfst volgt een lezing over dit onderwerp. 
Bekijk ook deze filmpjes
 http://www.youtube.com/watch?v=xMvcEVnn8aQ
http://www.youtube.com/watch?v=uXaZEDNx0uU

zondag 11 mei 2014

Wat is mijn link met familie Schenck van Toutenburg?

Jaren geleden heb ik deelgenomen aan het Genographic Project van National Geographic. Ik kreeg een setje toegestuurd waarmee ik bij mezelf wangslijm kon afnemen en die in een buisje moest terugsturen naar de USA. Enige tijd later kreeg ik dan zowel per post als in de email een analyse van mijn DNA, in eerste instantie op zo'n 20 markers (mutatiepunten) over de mannelijke lijn Y. Afgezien van de aardige kaart waarop de 'Human Journey' vanuit Oost-Afrika stond afgebeeld, vond ik het eigenlijk wat teleurstellend. Een lange reeks cijfers en wat onduidelijk geneuzel over Haplo-groepen, en dat was het wel zo'n beetje.
Weer wat later kon ik mijn cijferreeks online delen via FTDNA, die mij mailden als er een (gedeeltelijke) match was met andere deelnemers aan Y-DNA-projecten. Daar zaten aardige links bij maar nooit een volledige match.
Toen het boek Zonen van Adam in Nederland werd gepubliceerd werd ook mijn stamreeks opgenomen en werd aansluitend een seminar georganiseerd aan de Erasmus Universiteit.
Op een gegeven moment werd ik gemaild door een coordinator van een DNA-groep met focus op het Verenigd Koninkrijk, het U198 Y-DNA Project, omdat ze zagen dat ik binnen hun profiel viel. Ze betaalden zelfs mee aan een uitbreiding van mijn profiel tot 67 markers. Op zich aardig, maar mij leverde het niet veel nieuwe inzichten op. Wel kreeg ik na verloop van tijd een melding van een 67 marker-match met iemand in de USA die ook aan het Friese Waddenproject deelnam, ene Paul Schenck. Dit leverde email-contacten op waarin mij werd uitgelegd dat de voorouders van Schenck al midden 17e eeuw vanuit de Republiek naar Nieuw-Nederland waren geemigreerd. In het Brooklyn Museum in Brooklyn, New York werd zelfs een tweetal huizen van de familie bewaard, afgebroken en weer opgebouwd. Het betrof een 17e eeuws huis van Jan Martens Schenck (geboren rond 1631) en een 18e eeuws huis van zijn kleinzoon Nicholas Schenck. Omdat ik vorige week toevallig toch voor mijn werk in New York moest zijn heb ik dan ook maar het museum bezocht en me uiteraard met de bewuste huizen op de foto laten zetten.
De theorie zegt dat bij een 67-marker match een zeer grote kans (90%) bestaat op een gemeenschappelijke voorouder (Most Recent Common Ancestor=MRCA) in mannelijke lijn binnen 15 generaties. Dan heb je het over een voorvader uit grofweg 1550.
De familie Schenck heeft haar stamboom uitgezocht en teruggevonden tot begin 17e eeuw tot een voorouder in Amersfoort terwijl ikzelf rond die zelfde tijd uitkom in Ee.
Wat zou dan de link zijn tussen onze families? Die moet dan theoretisch 1 of 2 generaties daarvoor liggen. De familie Schenck heeft al eens onderzocht of ze gelieerd zijn aan de familie Schenck van Nydeggen, maar dat lijkt niet het geval. Maar er is ook een familie Schenck van Toutenburg, met wie de link nog niet verder is uitgezocht. De Limburgse onderzoeker Willy Peters, die veel onderzoek heeft gedaan naar de familie Schenck van Nydeggen denkt namelijk dat dat een betere optie is. En dan is er in ieder geval geografisch al een logischer verband te vinden. Want wat blijkt namelijk? Georg Schenck van Toutenburg was een Duitse edelman die in 1521 Stadhouder van Friesland werd. Tijdens een van zijn veldslagen, met Jancko van Douwama, veroverde hij o.a. Dokkum! Nou, dan kun je verder wel je fantasie de vrije loop geven.
Voorlopig houden we het nog maar even op een vage hypothese. Zodra we bewijsmateriaal vinden zal ik het melden!

donderdag 8 mei 2014

Voorbereidingen nieuw boek over Dokkum in oorlog

Door Reinder Postma
Piet Eekhoff, gesneuveld bij de Woudpoort.*
Sinds ca. drie jaar zijn mijn vrouw en ik bezig met de voorbereiding van een boek over Dokkum in de oorlog. (Daarna zullen er meer delen over de gemeente Dongeradeel volgen.)

De voorlopige planning van publicatie was mei van dit jaar. Door een grote toestroom van steeds weer nieuwe gegevens lukt dit echter niet. We streven er momenteel naar het boek rond de herfstvakantie klaar te hebben, in ieder geval dit jaar.

We komen op een boek van ruim 300 pagina’s en ongeveer evenveel foto’s en een schat aan informatie. Voor meer details zie link naar het artikel in de Nieuwe Dockumer Courant.

Bij voorintekening zal het boek 25 euro kosten en daarna 27,50. (ex. Verzendkosten).

Wanneer u een exemplaar wilt bestellen, dan kan dat via de mail, later ontvangt u dan bericht over de verdere afhandeling,

Met vriendelijke groeten,
Reinder Postma
Yvonne te Nijenhuis

* Piet Eekhoff, gesneuveld bij de Woudpoort in Dokkum. Door de mannen van het verzet per ongeluk dood geschoten toen hij als menselijk schild door de landwacht op hun auto was gezet.

donderdag 1 mei 2014

Boeiende uitstalling en lezing over rouwgebruiken

Door Henk Aartsma.
Er waren op woendag een 45 tal bezoekers naar de bijeenkomst van Broodje KK in De Posthoorn in Dokkum gekomen om te luisteren wat IJsbrandt van Slooten had te vertellen omtrent de gebruiken rondom rouw. De inleider wist met zijn verhaal en met de uitstalling van diverse voorwerpen iedereen te boeien. Uit zijn verhaal kwam duidelijk naar voren dat heel veel gebruiken de laatste vijftig jaar verdwenen zijn, zonder dat we ons dat bewust zijn.

De bijeenkomsten van Broodje KK worden gehouden op de tweede woensdag van de maand in hotel De Posthoorn te Dokkum. Voor de prijs van €11,- wordt tussen 12.00 en 14.00 uur een lunchpauze programma aangeboden. De inloop met een kopje koffie is tussen 11.30 en 12.00 uur. Tussen 12.00 en 13.00 uur vindt het gastoptreden plaats, dat kan annex zijn met muziek, toneel, wetenschap, historie. Kortom kunst of cultuur in de ruimste zin. Na dit optreden kunnen de aanwezigen genieten van een uitgebreide lunch.
.
Programma:
WOENSDAG 14 Mei 2014
Mevr. Jansen (Wetterskip Fryslân) zal vertellen over de waterbeheersing, toegespitst op het waterbeheer in Noordoost Fryslân.