zondag 17 augustus 2008

Schelpenvissers bij de kalkoven van Ezumazijl

Mijn voorvader Jochem Geerts woonde vlakbij de sluis Ezumazijl, op de plek waar nu de boerderij Eben Haezer van boer Heeringa staat. Het was een woonhuis met een moestuin ernaast, aan het water van de Dokkumer Ee, aan het einde van het doodlopende stukje Munnikhusterwei. In Hisgis te vinden onder Anjum, kadasterkaart 1832 AnjumB842a en B844, eigenaar Johannes Sjoukes Visser. Op de foto van waarschijnlijk 1931 (toen de door paalworm aangetaste sluis werd vervangen) ongeveer in het midden te zien.
Het was de basis voor zijn zoon Geert Jochems om in 1811 de achternaam Zijlstra aan te nemen. Op basis van het gehucht Ezumazijl namen minimaal 4 gezinnen, die geen familie van elkaar waren, in 1811 die achternaam aan! Mijn voorvader leefde toen al in Niawier, maar wilde blijkbaar zijn roots in ere houden.

Jochem Geerts werd gedoopt te Anjum op 14 februari 1740 en trouwde op 26-jarige leeftijd met Baukjen Tjerks. Na ondertrouw in Ee en Anjum op 30 augustus trouwen zij op 21 September 1766 te Anjum.
In 1767 vermeldt het Speciekohier (met de heffing voor de Vijf Speciën ) van Anjum (incl. Ezumazijl) bij no.85 dat Jochem Geerts 'dienstbaar geweest' is maar dus vanaf dat moment hoofdbewoner wordt. Het huis had 1 schoorsteen en was ''t huis anno 1761 in 't voorjaar geboud'.

Op 20 juli 1769 kopen ze van de familie Joukes voor 188 carolyguldens ‘sekere onse huisinge en hovinge staande en gelegen op Ezumbuiren, hebbende tot naastlegers Jacob Harmens ten Oosten, de Zijls-rijd ten Zuiden, Bauke Tietes ten Westen, den Weg ten Noorden, beswaard met Ezumerhondert, beneftens een Huis-steed, met nog twee Dijksfloreenen, 17 stuivers, etc.’ De Ezumahondert zou een stuk dijk kunnen zijn waarvoor het onderhoud gedaan moest worden, omdat in het Dijkboek van Oostdongeradeel (Tresoar), folio 150, sprake is van '…Ezumahondert wort nu onderholden van die van Ezumbuiren, vier voet dijk en gelijke veel paal, …'

In 1780 wordt in het Hypotheekboek van Oostdongeradeel gemeld dat Jochem Geerts, woonagtig op Ezumaburen 110 carolieguldens schuldig is aan Lieuwe Ypes, coopman op Ezumerzijl, wegens leverantie van hout, steen, kalk etc. tot nodige reparatie aan zijn bewoonde huisinge. Op 12 juni wordt de acte geregistreerd.

In 1772 staat Jochem als lidmaat van de Hervormde kerk te Anjum te boek (nr.122) alsmede in 1776, 1780, 1783 en oktober 1785. Bij de registratie in mei 1797 komt hij nog voor, als nr. 32, maar in juli 1807 niet meer. Voor de verkoop van zijn huis in 1804 door zijn kinderen is hij al overleden, want het Speciekohier van dat jaar vermeldt zijn overlijden.

Zijn broer Dirk (Durk) Geerts wordt gedoopt op 30 mei 1734 te Anjum. Hij wordt lidmaat en ouderling van de Hervormde kerk te Anjum. Hij komt voor, als Durk Geerts, in 1772, 1776 (beide keren met vrouw Wytske) en alleen in 1780, 1783, 1785, 1792 (dan als lid van de kerkeraad) en uiteindelijk in 1797. Van beroep visser te Ezumazijl.
Hij verklaart op 26 september 1769, samen met vrouw Wytske, 180 carolyguldens schuldig te zijn aan Hans Teunis en Aukjen Dirks te Ezumazijl. Hypotheekboek OOD 1774-1780, fol. 101.
Overleden in 1805 omdat in het Speciekohier van dat jaar wordt aangegeven dat hij is overleden. In het lidmatenboek staat na zijn vermelding als lidmaat in 1797 de toevoeging ‘obiit’ later bijgeschreven, wat ‘overleden’ betekent. Trouwde op 16 mei 1762 te Anjum met Wytske Kornelis. Zij woonden in huis no. 74, met 1,5 schoorsteen (in 1765 nog 1 schoorsteen). De halve schoorsteen was boven de plaats waar men het eten bereidde. Dit huis werd voorheen bewoond door zijn ouders. Hun zoon Kornelis neemt in 1811 de achternaam Gaasterland aan.

Hoewel ik het nergens vermeld heb zien staan is de kans groot dat Jochem samen met zijn broer Durk schelpenvisser was. De kalkoven van Lieuwe Ypes op Ezumazijl werd door een groot aantal schelpenvissers uit de omgeving voorzien van de grondstof, de schelpen, die in de Lauwerszee en op het wad met sleepnetten werd gevangen. De vader van Lieuwe Ypes, Ype Jacobs uit Munnekezijl, was al kalkbrander en visser te Ezumazijl.
Het Proclamatieboek van Oostdongeradeel meldt reeds op 19 november 1660: Huis te Esumazijl "het calckhuijs ten noorden", op 29 februari 1664: Minckes Jansen Fontein executeur van OD CU BBC op de coop van seeckere helfte van huijsinghe, tuin ca met de helfte van twee calckovens, lasckhuijs ledige plaetse meetvaeten, schraegen ende tobben sampt vordere dependentien beswaert met 4 voeten dijck neffens d schans(dus bij Oostmahorne/Ezumazijl) 155, en op 28 januari 1667: Poppe Jans en de Sybrich Geerts bbc op huis met twee kalkovens, laschhuijs en vorder aen het Calckwerck behoorende te Aenjum (187).

De (Friese) skilfiskers zijn er tegenwoordig bijna niet meer. Alleen in Katwijk schijnen er nog een paar te zijn, getuige deze radio-reportage (vanaf 26:28).
Ook Freerk Christiaans Kamma uit Wierum, die later zendeling werd, was begin 20e eeuw nog schelpenvisser op de Waddenzee. De VPRO besteedde in een uitzending aandacht aan hem. De vloten van Wierum en Paesens-Moddergat lagen vaak 's winters in Ezumazijl. Zie voor meer oude foto's van Ezumazijl het Sneuper foto-album hier en hier.

Op 19 maart 1990 publiceerde R. Nouta in de Nieuwe Dockumer Courant een artikel Schelpenvissen in historisch perspectief, over de schelpenvisserij vanuit Ezumazijl. Hierin ook een foto van rond 1925 met daarop Age Kornelis Vanger (8 aug 1869-20 okt 1948, Nes) en Wijtske Post (13 aug 1871-1 mei 1955, Nes). Age Vanger was schelpenvisser met zijn tjalk WL20, De Twee Gebroeders, een houten schip van 68 ton, zonder roef (afbeelding rond 1935 te Ezumazijl). Beide echtelieden zijn te Paesens begraven. De schelpen werden overigens bij een andere kalkoven afgeleverd, omdat die van Ezumazijl zelf al niet meer bestond.

Is er iemand die dit artikel kan leveren ? Graag een leesbare jpeg of pdf naar dit emailadres.
Update: De artikelen heb ik inmiddels ontvangen via Reinder Tolsma en Henk Aartsma. Als extraatje zelfs nog een artikel van dezelfde auteur met als titel 'Ezumazijl in historisch perspectief'. Hierin een schets van het ontstaan van de terp Ezumaburen en een foto van rond 1900, toen deze grotendeels werd afgegraven. Mijn dank gaat nog uit naar Gerard de Weger, voor de foto's bij dit blogartikel. Ik heb de afbeeldingen op groot formaat foamboard aan de huidige 'sluiswachter' van Ezumazijl, de heer Faber, geschonken.

woensdag 13 augustus 2008

Foekje Dillema: vrouw of man ?

In de aanloop naar de Olympische Spelen is er vrij veel aandacht geweest voor het fenomeen Foekje Dillema uit Burum/Kollum. Nog niet zo lang geleden is Foekje overleden (5 december 2007), en blijkbaar gaf dat reden tot het oprakelen van deze toch wat trieste geschiedenis. Foekje leek een glanzende carriere in het verschiet te hebben toen ze op diverse internationale toernooien verbluffende overwinningen behaalde.
Uit angst voor een te sterke tegenstander zou Fanny Blankers-Koen, de vliegende huisvrouw die op de Olympische Spelen in London 1948 vier maal goud won, via haar man Jan Blankers het gerucht hebben verspreid dat Foekje een man was. Jan Blankers was sportjournalist bij de Telegraaf en had zo grote invloed op de publieke opinie. Zo zou Foekje zich niet in de kleedkamer hebben durven uitkleden en ook haar fysieke verschijning riep vragen op. Ze had een nogal stevige bouw en een mannelijke kaaklijn. Foekje werd dan ook aan een sexe-test onderworpen en op een gegeven moment bikkelhard geschorst.

Op basis van huidschilfers of haren op de kleding van Foekje, die nog bij haar neef Foeke bewaard waren, heeft een journalist een moderne DNA-test laten doen. Overigens zonder toestemming van de familie! De resultaten waren desalniettemin verrassend. Daar waar een normale vrouw 2 keer een X op chromosoom 23 heeft en een man XY bleek Foekje een afwijkende XXY combinatie te hebben. Ik zou zeggen: ze was dus eigenlijk noch man noch vrouw. Maar zo eenvoudig schijnt het niet te zijn, getuige de discussies op de site van Sportgeschiedenis.
Daarop ook een link naar een filmpje op YouTube waarin een wetenschapper het verhaal uitlegt. Op de bekende video-site staan ook bewegende beelden van Foekje die een Nederlands record loopt op de 200 meter sprint voor dames.

Journalist Max Dohle schreef een boek over 'Het verwoeste leven van Foekje Dillema', dat sinds kort in de winkels ligt.

Voor de kwartierstaat van Foekje Dillema verwijs ik wederom naar de voortreffelijke website van sneuper (en wielerkenner) Martinus Jongsma uit Surhuisterveen. Hij heeft vele kwartierstaten van bekende en onbekende Friezen uit Achtkarspelen en omgeving (het Fries-Groningse grensgebied) op zijn site gepubliceerd.

Update: Tymen Wierstra meldt het volgende: Ik herinner me Foekje Dillema nog best. Ze kwam regelmatig, toen ik nog zo’n 15 jaar oud was, bij het eerste van Kollum kijken. Daar stond ze dan, meestal moederziel alleen, in een lange leren jas stoïcijns naar de wedstrijd te kijken. Natuurlijk herinner ik mij de kwalificaties die toen de ronde deden en die het gevolg waren van de kwalijke Blankers-praktijken. Een broer van haar, volgens mij de jongste, zat in hetzelfde klaslokaal als ik destijds, hij in de 8e en ik in de 6e klas van de openbare lagere school te Kollum. Ik weet nog goed dat hij, Mient, ook heel goed in sport was, een grote jongen, zeker in vergelijking met mij destijds.

Verder hebben we nog een kwajongensstreek met Foekje uitgehaald, maar die stond los van haar geaardheid en had ieder ander kunnen overkomen. Er was bazaar in Burum en wij als Kollumer kwajongens gingen daarheen. Ik meen me te herinneren dat het in een soort schuur was en Foekje stond bij het buksschieten. Echter, ze hadden de hoofdprijs, een eend, naast het doelwit gehangen, van die kaartjes in een blikken toeter. Wij hebben vaak buks geschoten en de eend vol lood gepompt. “Nou”, zei Foekje, “jim kinne d’r ok niks van”. We hadden graag geweten hoe de hoofdprijs op tafel is gekomen.

Dat laatste is ons gezin trouwens ook eens overkomen toen we van een oom een houtduif hadden gekregen. Ik denk nog steeds dat hij die op een afstand van één meter heeft geliquideerd. Man, toen ik een vleugel oppakte, klonk het ting, ting, ting en daar vielen de hagels op mijn bord.

zaterdag 9 augustus 2008

Mallabaarse brieven van Dokkumer dominee

In oktober verschijnt een publicatie van Sneuper-lid Bauke van der Pol over de Mallabaarse brieven van een dominee uit Dokkum: Jacobus Canter Visscher.
Dominees uit Noordoost Friesland waren in de VOC-tijd een gewild export-product.
Jacobus (1692-1735) was, na een studie theologie in Franeker en Leiden, in 1715 naar de oost afgereisd: Schip: Gamron. Inventarisnr.: 14129. Kamer: Rotterdam. Folio: 5. Uitreis: 21/04/1715. Bestemming: Batavia. DAS- en reisnr 2245.4. Aankomst: 17/02/1716. Hij was dus in dienst van de kamer Rotterdam van de VOC en arriveerde in 1717 vanuit Batavia in India, aan de Mallabaarse kust.
In de VOC-vestiging Mallabar (Malabar) te Cochin werkte hij 6 jaar als predikant. Als een veredeld cultureel antropoloog deed hij verslag van zijn waarnemingen in 37 brieven aan zijn familie in Friesland. In 1735 overleed hij, waarna zijn brieven in 1743 door zijn broer Cornelis werden gepubliceerd als Mallabaarse brieven, behelzende eene naukeurige beschrijving van de kust van Mallabaar, den aardt des landts, de zeden en gewoontens der inwoneren, Leeuwarden, 1743.
Bauke van der Pol hertaalde de brieven in modern Nederlands en publiceert ze nu met vele aanvullende gegevens bij uitgeverij Walburg Pers, waar het in oktober zal verschijnen.
Overigens zijn nog enkele zilveren platen bewaard gebleven die na het overlijden van Jacobus ter nagedachtenis werden gemaakt.

Stamvader van de familie Canter Visscher is Tammerus Visscher (1666-1736), die evenals zijn vrouw Magteltje Canter en een aantal nakomelingen in de Grote Kerk van Dokkum in familiegraf 101 begraven is.

Jacobus was niet de enige Fries die in dienst was van de VOC. Ook via zijn zoon Hendricus Canter Visscher was er een link met deze multinational. Hendricus trouwde 21 augustus 1746 met Wikjen Michiels Minnema uit Dokkum. Zij hertrouwde na Hendricus' overlijden (1748) in 1750 te Dokkum met de Deen Jan de With (die eigenlijk Jens True heette), en die in 1746 was benoemd tot commandeur van de jaarlijkse retourvloot uit Batavia. Hij was op het laatste moment als vervanger voor de plotseling overleden Christoffel Blom aangewezen. Op zijn 14e was hij in 1729 met twee broers vanuit Aarhus, Jutland bij de VOC aangemonsterd. Deze stamvader van de familie Van Haersma de With, die later Stania state kocht (die hij naar zijn eerste schip Hofwegen noemde), heeft een ivoren scheepje en een grote gouden medaille met ketting van 120 cm (zoek op: draagpenning de with) nagelaten die momenteel in het Fries Scheepvaartmuseum te Sneek te zien zijn. Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1750. DTB nr: 197, 1743 - 1755. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 19 april 1750, Dokkum. Man: Jan de With, Amsterdam. Vrouw: Wikjen Minnema, Dokkum. NB: beroep bruidegom: oud-commandeur v. d. Oost-Indische retourvloot.

Nog een andere Fries, Reinicus Siersma uit Leeuwarden, was commandeur van Mallabar van 1742-1747. Op YouTube heb ik een kort filmpje over hem gezet.

Voor Omrop Fryslan heeft Bauke van der Pol al het nodige verteld over de publicatie van de Mallabaarse Brieven. Luister hier online mee (vanaf 01:21:20).
Ook geeft de cultureel antropoloog aan de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden eind dit jaar een cursus naar aanleiding van zijn publicatie.

donderdag 7 augustus 2008

Duitse muts van kant

Toen ik kortgeleden op de Duitse Autobahn achter een vreemd rijdende Duitse dame reed schoot me opeens een mooie term te binnen: Duitse muts. Die kende ik nog van een artikel over silhouetportretten van Dokkumer notabelen, die ik ooit op de website van de Sneuper heb gezet (en in de papieren Sneuper nr.63 van 2002) waarin dit bijzondere hoofddeksel de revue passeerde.
Wat me nog het meest bijbleef was de omschrijving 'zo groot als een theetafeltje', van conservatrice van het Fries Museum Gieneke Arnolli. Alsof een paauw met zijn veren staat te pronken!

Tot eind november 2008 is in Museum Admiraliteitshuis nog de tentoonstelling Kant! te zien. En daar zullen dan vast, naast prachtige met kant versierde mutsen, slopen, lakens uit de periode 1650 - 1950, ook Duitse mutsen te bezichtigen zijn.
Met name de Dokkumer schilder/tekenaar Jacob Symons Bonga moet er van onder de indruk zijn geweest want zowel zijn vrouw Marike Wendelaar (door hun zoon Sjoerd, die ook Holdinga State afbeeldde) als enkele andere Dokkumer dames zijn er door hem eind 18e eeuw mee afgebeeld. Imponerend !

Overigens kom ik ook een J.S. Bonga tegen als commandant die samen met Hector Feugen de oproerkraaiers tot bedaren probeert te brengen tijdens het Kollumer Oproer van 1797. Zijn naam wordt twee keer genoemd in het boek van B.K. van der Veen. Als het dezelfde is dan is het wel een bijzondere carrierestap.

woensdag 6 augustus 2008

Digitale collectie Tresoar uitgebreid

De webmaster van Tresoar, Andrys Stienstra, meldt dat de digitale collectie verder is uitgebreid. Ik ben ook even op deze site gaan kijken, hoewel het zonder plaatjes duidelijker is. En ik moet zeggen dat ik positief verrast ben. Je kunt via een zoek-functie beginnen, maar een echte Sneuper klikt gewoon lekker een beetje rond.

Wat is er zoal voor Noordoost Friesland aan interessante dingen te vinden ?

In de categorie Genealogie een bijbel met aantekeningen van Bokke Wiggers Meindersma, een bekende familie uit Brantgum/Ee, die zich in Leeuwarden vestigde.
Of het diaconieboek van Birdaard over de periode 1645-1796.

Aardig is het poesie-album van Tietje van der Veen uit Veenwouden van 1916. En voor de liefhebbers van criminele zaken het Register van Strafzaken.

Ook diverse boeken zijn gedigitaliseerd, zoals Herinneringen aan Waling Dykstra, in pdf-vorm.

Zo kan ik natuurlijk een tijdje doorgaan, maar probeert u het gewoon eens lekker zelf. En laat het ons weten als u iets bijzonders bent tegengekomen!

woensdag 30 juli 2008

Radio-uitzending Verre Verwanten in Admiraliteitshuis

We werkten al eerder mee aan het Friese hoofdstuk in een recent boek van historicus Machiel Bosman, Elisabeth de Flines. Hierover werd op 17 juni 2008 in het Admiraliteitshuis te Dokkum een radio-opname gemaakt. Aanstaande zaterdag wordt deze uitgezonden. Hierbij het persbericht van Teleac/Verre Verwanten:

Verre Verwanten Radio Genealogie en Geschiedenis
Zaterdag 2 augustus 2008 14.00 - 14.45 uur Teleac op Radio 5 AM

Vandaag is Verre Verwanten te gast in het Admiraliteitshuis in Dokkum. Waar in 1710 een opmerkelijke vrouw komt wonen: de Amsterdamse Elisabeth de Flines. Zij is in Verre Verwanten het onderwerp van gesprek.
Aan de hand van historische documenten en rechtbankverslagen, heeft historicus Machiel Bosman een boek over deze bijzondere vrouw geschreven: ‘Elisabeth de Flines - Een onmogelijke liefde in de achttiende eeuw’. Met de auteur en met Tjeerd Jongsma, archivaris van het streekarchief Noordoost Friesland, spreekt presentator Ben Kolster over een roemruchte liefdesgeschiedenis van drie eeuwen geleden.
Het verhaal rond Elisabeth begint in december 1700 als zij, negentien jaar oud, verliefd wordt op Eduart, de knecht van haar vader. Het contact tussen de twee geliefden wordt door Elisabeths vader direct de kop ingedrukt, maar de jonge vrouw houdt voet bij stuk. Ze krijgt een kind van de knecht en vecht de vete met haar vader uit via de rechtbank. Vader lijkt aan de winnende hand, want Elisabeth trouwt met advocaat Penterman en belandt door hem via Leeuwarden in Dokkum, in het voormalige Admiraliteitshuis. Ook al krijgt zij samen met deze Penterman acht kinderen, Elisabeth blijft aan Eduart denken.

Verslaggeefster Ingrid Koning krijgt een rondleiding door het Admiraliteitshuis door directeur Ihno Dragt. De directeur hoort het verhaal over Elisabeth voor het eerst en is blij verrast over deze ‘nieuwe’ geschiedenis van zijn museum.

Het boek Elisabeth de Flines - Een onmogelijke liefde in de achttiende eeuw van Machiel Bosman is onlangs genomineerd voor de Grote Geschiedenis Prijs 2008. De winnaar wordt bekendgemaakt op 6 oktober.
Presentatie: Ben Kolster
Eindredactie: Harm Oving

Ook te beluisteren als audiostream via: www.verreverwanten.nl/radio (na de radio-uitzending)

dinsdag 29 juli 2008

Online gevonden steen uit 1613 blijkt juiste

Af en toe heb je bij je historisch onderzoek van die juichmomenten. Of zoals de historicus Huizinga zei: "een historische sensatie". Vandaag had ik er weer een. In een blogartikel van 4 juni 2008 besprak ik de vondst van een baksteen uit 1613 in de database van het Noordelijk Archief Depot. Deze bewaarplaats, in een voormalige munitiebunker, zit tjokvol vondsten uit de Noordelijke provincies, waaronder gevelstenen. Immers: wie wat bewaart, die heeft wat.

De Sneupers Douwe Zwart (Ee-kenner bij uitstek), Henk Aartsma en Piet de Haan bezochten vandaag de locatie in Nuis, bij Marum. En wat bleek? De steen uit 1613 is inderdaad passend bij de bakstenen gevelsteen die verzeild is geraakt in de gevel van het huis van een conservatrice van het Fries Museum in Leeuwarden. We missen nu nog 1 van de 3 gevelstenen, namelijk die met de letter W. Heeft u hem misschien op zolder liggen ?

Wat zou het toch mooi zijn als de stenen weer herplaatst kunnen worden in de gevel van het geboortehuis van Foeke Sjoerds in Ee, de voormalige geschiedschrijver van Friesland en trots van Ee.

maandag 28 juli 2008

Skutsjesilen: moderne strijd met historische schepen

Deze week wordt er weer strijd gevoerd op de Friese wateren om het Iepen Fryske Kampioenskip Skutsjesilen (IFKS). In dit kampioenschap wordt door 62 skutsjes in 4 klassen gezeild.

Dit is een ander kampioenschap dan de strijd tussen de diverse dorpen in de gesloten klasse van het SKS: Sintrale Kommisje Skutsjesilen. In deze 'gesloten' klasse moet aan strengere eisen worden voldaan en worden niet zo maar nieuwe skutsjes toegelaten. Deze skutsjes zijn vaak in handen van een stichting, die een schipper benoemt. Meestal is een voorwaarde dat de schipper uit een erkend skutsjesilers-geslacht moet komen (een interessant genealogisch aspect van skutsjesilen)! Bij de IFKS daarentegen zijn de meeste skutsjes in privé-bezit en zijn er geen voorwaarden voor de afkomst van de schipper.
Het lijkt wel een beetje op het internationale boksen, waarbij ook verschillende wereldkampioenschappen worden gehouden in de WBA en WBC klasse. Bij de SKS doen dan ook maar 14 deelnemers mee, die vooral namens een bepaalde plaats, bv. Lemmer, Huizum, Langweer, Woudsend of Heerenveen bekend zijn.
Bij de IFKS wordt gestreden onder de eigen scheepsnaam, bv. Oude Zeug, Lonneke of Grutte Pier. Skutsjesilen wordt vaak op het scherpst van de snede uitgevochten, kijk maar eens naar de recente beelden van Omrop Fryslan van het SKS 2008, waarbij Heerenveen won.
Beide organisaties hebben hun archief ondergebracht bij Tresoar en sinds kort een prachtige website over de Skutsjehistorie.
Momenteel zijn er geen volledig houten skutsjes meer, maar er wordt een replica gebouwd bij het Skutsjemuseum. Er zijn vele boeken over het skutsjesilen geschreven, zoals het naslagwerk Van Ambulant tot Zwaluw, over de Friese ijzervloot.

Een aantal keren kregen we via de email een vraag binnen bij de Sneuper over de geschiedenis van een skutsje of de eigenaar daarvan uit de regio Noordoost Friesland. Wybe Jelsma, een schipper uit Anjum, kocht in 1920 het skûtsje de 'Hoop op Zegen'. Deze had een laadvermogen van 37 ton en was gebouwd in Leeuwarden. Tegenwoordig heet dit skutsje 'Jonge Rein'.

Een ander skutsje zou in 1910 gebouwd zijn in opdracht van Klaske Sikkema uit Wierum onder de naam 'Vrouwe Christina', met een laadvermogen van 25 ton. Deze werd later ook Hoop op Zegen genoemd en vaart nu nog onder de naam Vriendschap. De vraag is nog of het skutsje geleverd is aan een Jongeling uit Wierum. Wat is de relatie met Klaske Sikkema ?

Diverse skutsjes zijn gebouwd op de werf van Barkmeijer in Dokkum/ Aalsum.

In mijn eigen kwartierstaat komen, via mijn moeder, Jan Luitzens Westerhof, schipper, geboren rond 1814 te Zevenhuizen en Grietje Hemmes Jager voor. Zij huwden op 6 augustus 1837 te Leek. Daarmee heb ik een link in mijn stamboom met een echte skutsjesil-familie. Zij komen namelijk ook voor in de kwartierstaat van de fameuze skutsjesiler Lodewijk Meeter. Tegenwoordig vaart zijn kleinzoon Lodewijk Eilderts Meeter op het skutsje van It Doarp Huzum (in 2008 voor het laatst). Ook skutsjesiler Siete Meeter behoort tot deze familie.

Wellicht dat deze genetische lijn ook bij mij de liefde voor het varen met historische schepen heeft aangewakkerd. Twee maal per jaar gaan we erop uit met de Heeren van Schokland.

Update: we hebben de connectie Sikkema-Jongeling gevonden. In een komende Sneuper hierover meer.

woensdag 23 juli 2008

Friese Alba Amicorum

Het is tegenwoordig vrij populair om een dagboek of vriendenboek op internet bij te houden. Daar is eigenlijk weinig nieuws aan. Bij meisjes is het poëzie-album lange tijd in geweest. Vriendinnetjes of vriendjes schreven dan een versje bij een leuk plaatje. Bij jongens op de basisschool wordt het vriendenboekje zelfs steeds populairder. Vaak binnen een thema, zoals de figuren van Pokemon, kunnen vriendjes een aantal standaardvragen beantwoorden over hobbies, favorieten etc. Daarbij kunnen ze dan een pasfoto plakken.

Ook in de 16e en 17e eeuw werden vriendenboekjes bijgehouden. Het was wat meer elitair dan het nu is en droeg dan ook de voorname titel Album Amicorum, overigens simpelweg een latijnse versie van 'vriendenboek'. En er zijn ook diverse van bewaard gebleven. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag beheert een fraaie collectie, die grotendeels gedigitaliseerd is, via een aparte homepage.
Van de Friese familie Van Harinxma Thoe Slooten hebben ze een uitgebreide collectie met prachtige exemplaren uit de 16e en 17e eeuw.

Ook van Dokkumers zijn er nog wel aantekeningen in Alba Amicorum te vinden. In het Repertorium Alba Amicorum van de Universiteit Erlangen in Duitsland vind je in de database bij zoeken op de oude spelling 'Dockum' twee resultaten. Een van de gevonden houders van een Album Amicorum is Tobias Gutberleth (1609-1662), student rechten en later rector van de Latijnse School in Leeuwarden. Een artikel over hem, Simon Gabbes Abbema en Gysbert Japickx verscheen in het Tijdschrift 17e eeuw. Hij publiceerde Nederlandse Watervloeden.
En Hans van Wyckel, geboren 1617, die rond 1635 aantekeningen maakte die in de Haagse KB liggen (zie ook de afbeelding, HAW= Hans Annes Wyckel). Martin Engels heeft er op zijn rijke website een transcriptie van gemaakt.

Overigens was Gutberleth getrouwd met Geesje Brongersma, vermoedelijk familie van de Dokkumse Titia Brongersma, dichteres en archeologe (!). Het Fries Genootschap besteedde ook een interessant artikel aan haar.
Voor een volledig overzicht van Friese Alba Amicorum bij Tresoar verwijs ik naar het werk van Jacob van Sluis, de Inventaris Handschriften. Hierin o.a. Suffridis Scipionis (Saarda) (1604-1675), Wybrand de Geest (1614), Franciscus Hemsterhuis (1661-1705) en dominee B.H. Habbema (1796-1802).
Update: in Gens Nostra van januari 2009 wordt op de achterpagina een Album Amicorum genoemd van Hector Livius van Altena uit 1827-1828, die in Franeker gestudeerd zou hebben. Vreemd genoeg is de universiteit aldaar in 1811 reeds opgeheven.

donderdag 17 juli 2008

Digitale archivarissen

In een eerder blogartikel nam ik al enkele collega-bloggers onder de loep, die zich ook richten op genealogie en/of historie. In mijn bookmarks had ik al een tijdje een link naar een blog van de Digitale Archivaris staan, maar nooit echt goed bekeken. Deze is echter zeer de moeite waard. De blogger, Christian van der Ven, is ook echt archivaris in het dagelijks leven en laat je delen in zijn ervaringen en vragen. Zo experimenteert hij met Second Life en de Google Lively software. Archief 2.0 staat bij hem hoog in het vaandel, ofwel de online interactie tussen aanbieder en gebruiker van historische informatie.

Een ander blog dat ik ontdekte is van een medewerker van het CBG, Rob van Drie, die bijvoorbeeld verslag doet van een Genealogie-congres in Quebec, Canada: International Congress of Genealogical and Heraldic Sciences. Al met al weer vele interessante en inspirerende zaken.

dinsdag 15 juli 2008

873: Rodulf bij Dokkum vermoord

U zult wellicht denken: moet dat niet '754: Bonifatius bij Dokkum vermoord' zijn? Nou, nee. Op een van mijn digitale zwerftochten kwam ik op de gerenommeerde website-encyclopedie Wikipedia een stukje tegen over de Viking Rodulf. Nu heb ik wel eens vaker verhalen gelezen over Vikingen die in de Noordelijke Nederlanden plunderend de kusten afschuimden. Vikingen, letterlijk: wijkkoningen (denk ook aan al die plaatsen aan zee waar het woord 'wijk' in voorkomt) zijn beroemd en berucht om hun barbaarse vechtlust. De voormalige Lauwerszee en eerder nog de Friese Middelzee (waarvan de monding in het huidige Het Bildt lag) waren ideale plaatsen voor hen om aan land te komen en hun plunderingen en verkrachtingen te verrichten. Zo zouden ze ook in het mytische Ezonstad, bij het huidige Ezumazijl, aan land gegaan zijn en het plaatsje met de grond gelijk hebben gemaakt. De bekende Waling Dykstra uit Holwerd besteedde in zijn meesterwerk 'Uit Frieslands volksleven' ook de nodige aandacht aan Ezonstad en de invasie van Noormannen.
Op het voormalige eiland Wieringen, in de kop van Noord-Holland (West-Friesland) is een Viking-informatiecentrum gevestigd die interessante informatie geeft over de rol van de Deense vikingen in het aloude Frisia.

Het stof van de beroering die ontstond na de moord op Bonifatius in 754, wiens resten naar het belangrijke klooster Fulda in Duitsland werden gebracht, was nog nauwelijks nedergedaald of een volgende moord voltrok zich in de nabijheid van de hoofdstad van Oostergo. Niet voor niks heeft Dokkum zich in het recente verleden geprofileerd als 'moordstad', weliswaar als taalgrapje bedoeld (in het rijtje van 'moordwijf', 'moordgoser'), maar met een historische achtergrond. Om P.R-redenen is hier uiteindelijk mee gestopt. Het heeft immers een negatieve lading.
In de annalen van het klooster van Fulda zijn oude geschriften bewaard gebleven waarin verslag wordt gedaan van plunderingen en gevechten met de Friezen. In het jaar 873 zou daarbij de eerder genoemde Rodulf omgekomen zijn. Het was al met al een roerige tijd.

Rond diezelfde tijd vestigden de Brunonen zich in Oostergo. Opvallend genoeg is door detector-amateurs een behoorlijke hoeveelheid munten met de afbeelding van Bruno gevonden, waarop de naam van Dokkum wordt vermeld. Ben te Boekhorst schreef er ooit een aardig boekje over: Dokkum op de penning. Was het zo onrustig dat de mensen massaal hun geld in de grond verstopten ? Of is het allemaal een hardnekkig standhoudende Friese mythe?

zondag 13 juli 2008

Digitalisering Fries katholiek religieuzenarchief

Het Archief- en Documentatiecentrum voor rooms-katholiek Friesland in Bolsward is begonnen met het digitaliseren van het materiaal. Het religieuzenarchief van het centrum bevat de gegevens van ruim vijfduizend personen. Naast persoonsbladen van elke religieus zijn er ook veel krantenknipsels en zaken als foto’s, in memoriams en jubileummisboekjes.

Op de website http://www.archiefrkfriesland.nl/ zijn al summiere gegevens van Friese religieuzen te vinden. Om privacyredenen zijn alleen gegevens vrij toegankelijk van hen die voor 1904 zijn geboren of reeds zijn overleden. Het documentatiecentrum heeft daarnaast een grote collectie devotionalia, foto’s, bidprentjes en archieven van katholieke parochies, scholen en verenigingen. Het ADRKF heeft bidprentjes in haar bezit van ruim 30.000 personen afkomstig uit Friesland. Ze zijn nog niet zover, dat u de gescande versie kunt bekijken. Wel kunt u via een zoekmenu de persoonsgegevens van de bidprentjes opvragen.

zaterdag 12 juli 2008

Kroniek van de Dongeradelen door Sake Banga

Het boek was me nog niet echt opgevallen, maar voor de Dongeradelen, en dus Noordoost Friesland, een 'nijsgjirriche' publicatie. De in Ternaard geboren Sake Banga was melkrijder en kwam daardoor bij de vele boeren in de regio over de vloer. Eerst met paard en wagen en later met de eerste T-Ford. Uitgebreid vertelt hij over het zware handwerk en de vele verhalen die spelen tot de jaren vijftig van de twintigste eeuw. Hoewel het woord 'kroniek' wellicht wat te hoog gegrepen is, geeft het een gedegen inzicht in het leven in de Dongeradelen. Meer details in de Friese boekbeschrijving (van dit Friestalige boek):

Op in bysûnder oangename manier beskriuwt Sake Banga syn libbensferhaal yn dit boek. Berne yn Ternaard oan it Skoar yn 1923, fertelt Sake oer dy tiid hoe’t syn âlders libben, de kost fertsjinnen en de gewoantes dy’t doe gebrûklik wienen. Syn bernejierren en as trettjinjierrige as jongfeint by de boer oan’t wurk. Sa nimt er ús mei nei it âlde doarpslibben fan Ternaard. It doarp, strjitte foar strjitte beskriuwend, lit er ús yn ’e kunde komme mei de minsken, de boeren, gernierkes, arbeiders, ûndernimmers en ûnder oare de keaplju fan dy tiid. Boeiende gebeurtenissen en feroaringen fan doe en de ûnderfiningen yn de oarlochsjierren komme oan bar.De tiid doe’t er as molkrider troch de Dongeradielen gie, wurdt beskreaun fanôf 1919 doe’t syn heit der al mei begûn wie. Molkride mei hynder en wein en letter mei de earste T-Ford. Fanôf Wierum en ’t Skoar by de boeren lâns nei de Reidswâl en letter Moarre-Ljussens (foto hiernaast met Chevrolet van 1949 bij de melkfabriek). En hoe’t it om-en-ta gie op it molkfabryk.Om’t er in protte gedoente hie mei de boeren út de Dongeradielen wit Sake sekuer te fertellen hoe’t it er by de boeren om ta gie. De syklus fan de seizoenen as it lânbewurkjen, siedzje, it rispje en it winterwurk. It omgean mei hynders yn dy tiid en it belang dêrfan komme prachtich moai nei boppe. Troch it wiidweidich omskriuwen fan it swiere hânwurk en it karakterstike wurk en har fruchten op it boerebedriuw, mar ek de feroaringen, mei de earste masines, dy’t der oankamen yn de lânbou, soarget derfoar dat dit in unyk boekwurk wurden is oer it libben en bestean yn ’e Dongeradielen oant de fyftiger jierren ta fan de foarige ieu. Te koop bij uitgeverij Banda in Kollum.
ISBN-10: 90-78050-06-3
ISBN-13: 978-90-78050-06-3
Prijs: € 10,00 (+ € 3,50 verzendkosten)

Voor meer boeken over historie en genealogie in Noordoost Friesland, zie de Boekenrubriek op de Sneuper site.
Specifiek voor Ternaard zijn de boeken van onze leden Keimpe Veldhuis, In Ald Ternaarder Kapper Fertelt, Memoires van J. A Veldhuis (1912-91), en Eimert Smits over de Visbuurt onder Ternaard.

vrijdag 11 juli 2008

Jeugdherinneringen Paesens-Moddergat te boek gesteld

Het 160 pagina’s tellend boek schetst een goed beeld van het leven in de eerste helft van de 20e eeuw in Paesens-Moddergat. Voor iedereen die geïnteresseerd is in het vroegere dorpsleven, is dit boek een waardevol document.
Het boek is geschreven door Willem Meinsma, die zijn hele leven in Moddergat heeft gewoond en de gebeurtenissen vanuit zijn eigen ervaring heeft opgetekend. Als u meer informatie wilt kunt u contact opnemen. Zijn adres en telefoonnummer zijn: Willem Meinsma, Meinsmawei 5, 9142 DL Moddergat. Tel 0519-589396 b.g.g. 0519-589722.
Het boek is voor € 15,- te koop bij boekhandel Bergsma in Dokkum tel. 0519-292366 en bij Museum ’t Fiskershúske in Moddergat, tel.0519-589454.

donderdag 10 juli 2008

Oude klooster-, molen- en jaagpaden digitaal op kaart

Alle gegevens over paden en routes in de regio’s Midden- en Zuidoost-Fryslân zijn door de provincie gedigitaliseerd. De kaart is digitaal te bekijken op http://www.oudepadennieuwewegen.nl/.
Op de kaart staan bestaande en verdwenen paden en wegen, aangevuld met informatie, over interessante cultuurhistorische gebouwen, elementen, volksverhalen en anekdotes die bij de paden horen. De kaart legt uit hoe de paden en wegen in Fryslân zijn ontstaan en soms weer zijn verdwenen.
Aan het verzamelen van de gegevens over oude paden hebben zo’n 250 bewoners van de regio en historici enthousiast hun steentje bijgedragen. De speurtocht naar gegevens in de andere regio’s in Fryslân is op dit moment nog in volle gang. Deze gebieden worden voor oktober 2008 ook ingevoerd. Daarna is de kaart compleet voor de hele provincie Fryslân.

Voor Noordoost-Fryslân was afgelopen jaar al een website gelanceerd waarop vele historische en herstelde wandelpaden worden vermeld, vaak met de historische verhalen van de plaatsen onderweg erbij. Op www.historischepaden.nl staan 50 wandelpaden. Zelf kunt u ook uw historische verhalen insturen om bij de routes te plaatsen!

Zoals de site vermeldt: Noordoost Friesland is een streek met een rijke cultuurhistorie in prachtige oorspronkelijke landschappen. Van de noordelijke Friese Wouden, als één van de Nationale Landschappen geroemd om hun besloten karakter van elzensingels en houtwallen, tot het weidse kleigebied dat eeuwen geleden door geestelijken op de zee werd veroverd. De ooit zo talrijke kloosters zijn grotendeels verdwenen, maar de vele dijken en enkele oude voetpaden herinneren aan deze dappere pioniers in deze streek. Je kunt ook alle tijd nemen voor de vele monumenten in Noordoost Friesland.

Ook het initiatief HISGIS (Historisch Geografisch Informatie Systeem) sluit hier mooi op aan.

woensdag 9 juli 2008

Fotoboek Metslawier schetst veranderingen

Tijdens de reünie van Metslawier is zaterdag 7 juni een fotoboek over het dorp gepresenteerd: Us doarp Mitselwier. Het 131 bladzijden tellend boekwerk laat zien hoe Metslawier in de loop van de tijd is veranderd.

Belangstellenden kunnen het fotoboek zolang de voorraad strekt nog bestellen bij Meindert Meindersma (telefoon 0519-241498).
Ook verkrijgbaar bij drogisterij Werkman te Dokkum.

dinsdag 8 juli 2008

Dr. Lambooij publiceert weer over kloosterleven

Friesland wordt over het algemeen niet zo snel met een rijk kloosterleven geassocieerd. Toch zijn er nog diverse bronnen uit de kloostertijd bewaard gebleven. Herman Lambooij publiceerde enkele jaren geleden al de kroniek van het Premonstratenzer klooster Mariëngaarde bij Hallum, Vitae Abbatum Orti Sancte Marie: vijf abtenlevens van het klooster Mariëngaarde in Friesland.

Onlangs kwam hij met een tweede publicatie op dit gebied, Sibrandus Leo en zijn abtenkronieken van de Friese premonstratenzer kloosters Lidlum en Mariëngaarde, de publieksversie van zijn dissertatie waarmee hij aan de Universiteit van Leiden promoveerde. Zijn promovendus was professor Hans Mol. Het Friesch Dagblad schreef er een positieve recensie over. Uitgeverij Verloren brengt hiermee een Latijnse bron uit 1575 in modern Nederlands onder de aandacht van een breed publiek.
De Premonstratenzers werden ook wel Norbertijnen genoemd en hulden zich in witte gewaden. Dit in tegenstelling tot de Cisterciënzer monniken die zich in grijze pijen hulden, de zogenaamde schiere monniken. Schiermonnikoog heeft aan hen nog de naam te danken.
In de late middeleeuwen ontstond een partijenstrijd tussen de witheren, die van de vrije handel hielden en hun naam gaven aan de Vetkopers, versus de conservatievere schiere monniken ofwel Schieringers. Zie hiervoor ook de informatieve site van Tresoar.

Het grootste klooster in Noordoost Friesland was het bekende cisterciënzer klooster Klaarkamp in Rinsumageest. In onze regio kunnen liefhebbers ook het mooie Kloosterpad lopen of het prachtige Burmaniapad.
Tresoar publiceerde enkele jaren geleden ook een kleurrijk boekje over het getijdenboek van klooster Thabor bij Sneek. Details hierover in de Schatkamer van Tresoar.

vrijdag 4 juli 2008

Friese Admiraliteit basis voor ontdekking Australië ?

Dat niet de door de Britten naar voren geschoven James Cook rond 1770 Australië heeft ontdekt is inmiddels bij de kenners wel duidelijk. Wat bedoelen ze eigenlijk met ontdekken ? Impliciet wordt bedoeld dat het de ontdekking door een Europeaan is. De vraag is dan natuurlijk, wie dan wel? De aboriginals woonden er al eeuwen toen er opeens zeilschepen aan de horizon verschenen, die door de gebrekkige navigatie regelmatig gevaarlijk dichtbij of zelfs op de klippen liepen.
De eerste duidelijk gedocumenteerde ontdekkingsreizen waren die van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Friesland was een van die Nederlanden, c.q. lage landen bij de zee.

Na de verkennende expedities van de zogenaamde voorcompagnieën begon de VOC in 1602 op structurele wijze het gebied ten oosten van Afrika te bewerken. De VOC bestond uit zes kamers, Amsterdam, Rotterdam, Enkhuizen, Hoorn, Delft en Zeeland (Middelburg), waarvan die van Amsterdam de machtigste was. Friesland en Groningen hadden hier de boot gemist.

Naast de commerciële VOC was een Admiraliteit opgericht die fungeerde als marine. Het filiaal Friesland/Groningen kreeg zijn hoofdzetel in Dokkum, omdat het zowel gunstig lag aan water als strategisch tussen Friesland en de andere noordelijke belanghebbende, Groningen. Deze kreeg uiteindelijk wel een kamer binnen de WIC, gevestigd aan de Munnekeholm in de stad. In de WIC maakten de Friezen Bastiaen Jansz Krol en Pieter Stuyvesant (wiens vader en grootvader uit Dokkum kwamen) naam als bestuurders van Nieuw Amsterdam, het huidige New York.

Net zoals tegenwoordig kapiteins op schepen en vliegtuigen van de marine vaak overstappen naar de commerciële vervoerders, gebeurde dat ook begin 17e eeuw. Je komt dan ook regelmatig mannen tegen die zowel voor de Admiraliteit als de VOC of WIC (opgericht in 1621) werkten. In een document van Varend Personeel van de Admiraliteit Friesland, onderdeel van de publicatie van Sneuper-lid Eimert Smits (FaZn) 'De Friesche Admiraliteit boven water' staat ene Jan Rosegeijn, ook wel Jan Lodewijks of Jan Lodewijs van Rosingyn genoemd. Hij was commies bij de VOC en voer samen met schipper Willem Jans op het jacht het Duyfken op 28 November 1605 uit Bantam met opdracht 'tot het ontdecken van het groote land van Nova-Guinea en anderen onbekende Oost -en Suykerlanden'. Ze bereikten de grote baai aan de Australische Noordkust, welke later de Golf van Carpentaris zou worden genoemd. Langs de kust Zuidwaarts zeilende meenden zij nog steeds Nieuw Guinea aan bakboord te hebben. Het verste punt dat zij bereikt hebben noemden ze Keerweer, liggende op 13 graden 45 min. Zuiderbreedte. In Mei 1606 keerden zij behouden in Bantam terug. Niet voor niets werd in 2006 dan ook uitgebreid gevierd dat er 400 jaar contact tussen Australië en Nederland was. Er werd door de KB ook een mooie (voornamelijk Engelstalige) website voor gemaakt met gedigitaliseerde 17e-eeuwse reisjournalen: Barren Regions.

De opperstuurman van De Eendracht, die in 1616 onder leiding van schipper Dirk Hartogs de Australische kust verkende, was Pieter Doekes van Bil (Het Bildt). De bemanning liet zelfs aan een paal een tinnen bord met inscriptie van hun namen achter, die bewaard is gebleven.

Er waren dus al vroeg diverse Friezen werkzaam bij de VOC.

In 1629 strandde het VOC-schip Batavia op zijn eerste reis op de westkust van Australië, met aan boord de Friese apotheker en onderkoopman Jeronimus Cornelisz. Hij leidde een groot drama in van muiterij, moord en verkrachting, uitvoerig beschreven in de bestseller De Ondergang van de Batavia. Twee bemanningsleden werden later voor straf aan land gezet en mengden zich mogelijk met de lokale aboriginals. Het waren Wouter Loos en Jan Pelgrom de Bije van Bemmel. Ook het Historisch Nieuwsblad bericht over een onderzoek naar de eerste blanken in Australië. Overigens werkte de zwager van Jeronimus in een hoge functie bij de Friese Admiraliteit in Dokkum.

Een andere noorderling, Abel Jans Tasman, die uit het op 25 kilometer van Dokkum liggende Lutjegast kwam, voer in 1642 namens de VOC langs Australië waar hij in ieder geval Van Diemensland (later Tasmanië) en Nieuw Zeeland ontdekte. Het lijkt me zeer waarschijnlijk dat ook hij contacten met de Friese Admiraliteit had en mogelijk zelfs via hen bij de VOC-kamer Amsterdam kwam. En is hij misschien familie van de Dokkumer watergeus Jan Abels ?

woensdag 2 juli 2008

Sybrandt Hansz Cardinael: wiskundige, astronoom en wijnroeier

De doopsgezinde Sybrandt Hansz Cardinael (1578-1647) was een van de Friezen die aan het begin van de Gouden Eeuw naam maakte in Amsterdam. Hij werd te Harlingen geboren als zoon van Hans Sybrandsz Cardinael en Ymcke Emesdr. Op 28 augustus 1607 trouwde hij te Amsterdam met Levijntje Panten (Harlingen 1586/87-Amsterdam 1664). Zij kregen zes dochters. In 1605 verhuisde hij van Harlingen naar Amsterdam, waar hij een rekenschool overnam van zijn schoonvader, in de Nieuwe Nieuwstraat. Met de publicatie van Hondert Geometrische questien, onderdeel van een boek van de Leeuwarder Johan Sems (1572-vóór 1656) et al., Pracktijck des landmetens, Amsterdam(Blaeu, 1614) vestigde hij zijn reputatie als meetkundige. In een recent verschenen boek van uitgeverij Verloren, beschrijft auteur Sitters Cardinael en zijn familie tegen de achtergrond van de politieke en godsdienstige ontwikkelingen in de Gouden Eeuw. Sybrandt Hansz Cardinael onderhield contacten met mensen als Savry, Bruyningh, Cater, Vondel, Rembrandt, Plancius en Descartes (die o.a. in Franeker studeerde). In het boek komen ook zijn lessen aan de orde over (land)meetkunde, wijnroeien, astronomie en navigatie.

Naast Cardinael was de Dokkumer Jan Hendrick Jarichs van der Ley (1565-1639), in dienst van de Admiraliteit van Friesland te Dokkum, een vooraanstaande wetenschapper die zijn stempel drukte op de ontwikkeling van de navigatie en meetkunde. In de begintijd van de VOC, toen de navigatie steeds belangrijker werd voor de retourschepen naar Oost-Indië, heeft Van der Ley zijn ideeën voor de lengtebepaling op zee zelfs gepresenteerd aan een commissie van de Admiraliteit van Amsterdam, waarin o.a. Simon Stevin, Snellius, Plancius, Blaeu en Cardinael zaten. Ik heb er op de Sneuper website ooit een uitgebreid artikel met links over gepubliceerd. In een boek van maritiem deskundige Leo Akveld, Koersvast, vijf eeuwen navigatie op zee, wordt Van der Ley eveneens ruim geciteerd.

Hoewel het grote publiek beide grote Friezen waarschijnlijk niet kent, verdienen ze volgens mij ons aller respect en aandacht!

dinsdag 1 juli 2008

Geheugen van Nederland met Sjoukje Bokma de Boer

In de Sneuper van maart 2008 publiceerden we een artikel over een zeeramp in 1879 bij Moddergat (niet te verwarren met de grote ramp van 1883). De nabestaanden van de hierbij omgekomen schipper Aant Jans Post en zijn bemanningsleden waren afhankelijk van giften uit de gemeenschap. Een sociale voorziening zoals we die nu kennen was er immers niet. Een leidende rol in de oproep in de krant was weggelegd voor dominee Albertus Minderts Bokma de Boer van Nes. Hij was de vader van de in Nes (Westdongeradeel) geboren Sjoukje Bokma de Boer, beter bekend als Nynke van Hichtum. Haar moeder Dieuwke Jans kwam uit de welgestelde familie Klaasesz.

In het Genealogysk Jierboekje van 1974 is de genealogie Klaasesz gepubliceerd. De familie is van oorsprong doopsgezind en kwam met Igle Jans, vermoedelijk geboren in Altona bij Hamburg, naar Holwerd waar hij op 24 oktober 1721 doopsgezind werd gedoopt door Marten Heeres. Zijn zoon Klaas Igles, geboren april 1736 te Holwerd was in 1797 voorzitter van het provinciaal bestuur van Friesland. Vervolgens nam diens zoon Jan Klazes, notaris te Dokkum van 1809-1818 en te Ternaard tot 1848, de naam Klaasesz aan in 1811. Deze Jan Klazes Klaasesz, secretaris van Westdongeradeel en eigenaar van de Herwey, trouwde op 28 januari 1810 te Dokkum met Renske Harmanus Boekhout, dochter van de stadsomroeper en tamboer.
Kleindochter Sjoukje trouwde op 11 oktober 1888 met de bekende socialistische voorman Pieter Jelles Troelstra, van wie ze ook weer scheidde nadat ze 2 kinderen hadden gekregen. Haar bekendste boek is Afke's Tiental, over het zware leven van een arbeidersgezin op het Friese platteland.

Tresoar kwam 30 juni met een nieuwsbericht waarin gemeld werd dat veel archiefmateriaal van de schrijfster is gedigitaliseerd en beschikbaar gemaakt via de site van het Geheugen van Nederland.

Blader maar eens lekker digitaal door de collectie met brieven, foto's, manuscripten en boekomslagen !