Posts tonen met het label retourvloot. Alle posts tonen
Posts tonen met het label retourvloot. Alle posts tonen

zondag 18 februari 2018

Jan de With en de VOC retourvloot van 1746

De Deense Dokkumer Jan de With, geboren als Jens True, maakte carrière bij de VOC. Als 14-jarige zoon van Niels Poulsen True was hij met twee broers uit Aarhus naar de Republiek gekomen, waar hij bij de kamer Amsterdam aanmonsterde op de in 1719 gebouwde Midloo.
Dit schip vertrok op 31 mei 1729 vanaf de rede van Texel naar Batavia.

Na vijf jaren in de Oost keerde hij (aangeduid als 'van Koppenhage') terug om in 1736 als derdewaak met het spiegelretourschip Castricum weer te vertrekken.
Zijn carrière verliep voorspoedig want een jaar later was hij op de terugkerende Hofwegen, een fluitschip, al benoemd tot schipper bij de VOC-kamer Rotterdam.

In 1746 werd Jan de With door de gouverneur-generaal Van Imhoff (een Oostfries) benoemd tot commandeur van de gehele retourvloot. Deze vloot bestond uit negen schepen: Leijden (waarop hijzelf aan boord was), Reijgersdaal, Hoogersmilde, Duijnhof (kamer Amsterdam), Spaanderwout, Nieuwlant (kamer Zeeland), De Voorsigtigheijd (kamer Delft), Brouwer (kamer Hoorn) en 't huijs Perzijn (kamer Enkhuizen).

Van deze reis is het verslag van De With aan de Heeren Zeventien bewaard gebleven, dat door Geert van der Veer als transcriptie is opgenomen in zijn boek Van Haersma en Van Haersma de With op pag. 91 - 95. Jan de With was de stamvader van dit geslacht.

Uit het verslag valt op te maken dat De With zo goed mogelijk de discipline in de vloot handhaafde maar dat door de weersomstandigheden constant de andere schepen uit beeld verdwenen. Het lijkt dan ook een godswonder dat ze allemaal behouden in patria aankwamen.
De gouden erepenning die hij als dank in ontvangst mocht nemen is hedentendage nog in de collectie van Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam.
Bovendien heeft het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek het bijzondere bloemenschip, uit kostbaar ivoor gesneden, dat hij vanuit het Chinese Kanton meenam.

Jan de With trad als kapitein ter zee in dienst van de Friese Admiraliteit. In 1758 kocht hij het landgoed Staniastate bij Oenkerk. Hij noemde het Hofwegen, naar het schip waar hij zes jaar lang schipper op was geweest.
Op 19 april 1750 trouwde hij te Dokkum met Wikjen Michiels Minnema die eerder getrouwd was (in 1746) met de Dokkumer Hendricus Canter Visscher.
Jan de With is in 1781 begraven in de kerk van Oenkerk. In de kerk werd te zijner nagedachtenis een kleurrijk rouwbord opgehangen. Het model is gemaakt in Canton. Ook zijn grafsteen van hem en zijn vrouw en dochter ligt er nog in de hal, met de tekst:
De wel edele gestrenge heer Jan de With, collonel en capitain ter zee bij het edele mogende collegie ter admiraliteit in Vriesland, enz. enz., overleed op den 12den september 1781, in den ouderdom van 66 jaaren en omtrent 6 maanden, en is den 20 derzelver maand alhier begraven

Vrouwe Wickje Minnema, weduwe wijlen den wel edelen gestrengen heere Jan de With, in leeven capitain ter zee, enz. enz., stierf den 25 maart 1786, in den ouderdom van 60 jaaren en ruim 6 maanden, en is op den 4 april daar aan volgende alhier begraven

Jongvrouwe Anna de With overleed op den 23 december 1783, in den ouderdom van 27 jaar en ruim 7 maanden, en den 30 derzelver maand alhier begraaven

Uit liefde voor De With voorheen mijn echtgenoot
En dochter Anna, zal het mij ten troost verstrekken
Dat één enkle steen die lijken, na mijn dood
Benevens dat van mij, zal als een grafzerk dekken
Dus sprak de weeuw, en stierf. Drie dochters en vier zoonen
Vervulden moeders wensch, om kinderplicht te toonen


Al met al is er dus veel bewaard gebleven ter nagedachtenis van deze bijzondere zeeman.

En nog was de koek niet op! In een Engelstalige Twitter-post zag ik recent een kaart voorbijkomen die mijn aandacht trok. Het bleek een portolaankaart (een kaart van een haven) van Sint-Helena te zijn uit 1746, waarin de vloot van Jan de With is geschetst. Deze bevindt zich in de collectie van de nationale bibliotheek van Frankrijk in Parijs.
Ik attendeerde Geert van der Veer op deze kaart, die er erg blij mee was. Gelijk ook gaf hij de transcriptie van de tekst op de kaart, waarop de schepen met letters staan aangegeven:


Afbeelding van de E. Oostindische Retour Vlood in den Iaare 1746/ met de namen der scheepen hoe Lang door wie ge Commanddert voor wat Camer die Repatrieren onder Commando van de / E. Heer Jan de Witt Commandeur over gemelde Vlood/ Aldus vertoont hem het Eyland St. Helena van het Schip D. Hebbende het zelve NWSW van hem na Gissing 9 à 10 mijl Zijnde hoog Rotsig Landt.


AFBEELDING VAN DE E: OOSTINDISCHE
Met de naamen der Scheepen hoe lang door wie gecommandeert
E: Heer Jan de Witt Commandeur over gemelde Vloot
A. Leiden 150 Comandeur Jan de Witt
B. Spaanderwout 136 Cap. Luij. Jan Wijnant Meurs
C. Brouwer 136 Cap. Luij. Gerrit Reynders Voff
D. ’t huysz Persijn 136 Cap. Luij. Frederik Schouten
E. Duinhof 136 Cap. Luij. Adriaan Lodewortz.
F. Reijgersdaal 145 Cap. Luij. Willem ‘t Hoen
G. Hoogersmilde 145 Cap. Luij. Otto van Dam


RETOURVLOOD. IN DEN. IAARE 1746
voor wat Camer die Reptriezen, onder Comando van de
N.B. de scheepe H en J en K sijn drie Engelsche Scheepen die onder de Compagnies Vlag Zeijlen
voor Amsterdam            Aldus vertoont hem het Eijland
voor Zeelandt                 St Helena van het Schip D
voor Hoorn                      hebbende het zelve NWTW.
voor Enkhuijsen              van hem na gissing 9 à 10 mijl
voor Amsterdam            zijnde hoog Rotzig Landt
voor Amsterdam
voor Amsterdam


Uit het verslag van Jan de With bleek ook dat hij de snelzeilende Huis Persijn, met aan boord de Fries Adrianus Canter Visscher als onderkoopman, vooruit gestuurd had. Het Rijksmuseum heeft enige jaren geleden een prachtig en kleurrijk manuscript van hem aangekocht waarin het leven aan de Indiase Coromandelkust beschreven wordt.
Ook de familie Canter Visscher heeft een sterke band met Dokkum.

De online database van de Bibliothèque nationale de France, Gallica, is sowieso een bron waar sneupers nog meer interessante zaken kunnen vinden, o.a. de Franstalige reisverslagen van Tinco Lycklama a Nijeholt.

zondag 2 november 2014

Adrianus Bergsma en de Koning van Groningen

Het Groninger Museum heeft een speciale tentoonstelling gewijd aan Jan Albert Sichterman (1692-1764), ooit de rijkste man van Groningen. Op jonge leeftijd had hij in een duel een tegenstander gedood en moest zijn toevlucht zoeken bij de VOC. In de overzeese gebiedsdelen werd immers niet gevraagd naar iemands achtergrond. Hij werd uiteindelijk baas van de factorij in Bengalen (het huidige Bangladesh) en kon zich door de nodige privéhandel gigantisch verrijken. Hij was ook een groot verzamelaar en liet o.a. grote hoeveelheden familieporselein (Chine de commande), geschilderde portretten en tafelzilver maken met daarop prominent het familiewapen met een eekhoorn. Het museum heeft de inmiddels verspreide stukken voor een groot deel verenigd in de tentoonstelling De Koning van Groningen. Zelfs zijn bijzondere huisdier, de neushoorn Clara, kwam mee terug naar Groningen en baarde later door heel Europa opzien. En aangezien Sichterman de commandeur van de VOC-retourvloot was toen hij terug naar huis kwam, kreeg hij van de Heren Zeventien een gouden ketting met herinneringsmedaille. Hiermee staat hij ook prominent afgebeeld op een schilderij. Omdat zijn eigen ketting met medaille niet meer in een bekende collectie aanwezig is, is er op de tentoonstelling een gelijkend exemplaar tentoongesteld uit de Nationale Numismatisch collectie van DNB. Met dien verstande dat de medaille van Sichterman, via de Kamer Middelburg van de VOC, lichtelijk afwijkt van de medaille van de Kamer Amsterdam die in de vitrine ligt. Het is de VOC-medaille of penning van de in 1740 als commandeur van de VOC-retourvloot terugkerende Adrianus Bergsma, die als Advocaat-Fiscaal in Batavia werkte. In 1734 vertrok hij met neef Eyso de Wendt (uit een van oorsprong Deense familie) op de Kerkwijk en repatrieerde in 1740 met de Gunterstijn.
De inscriptie luidt: ALZO D’ HEER MR ADRIANUS/BERGSMA GEWESENE ADVOCAET/ FISCAAL VAN NEDERLANDS/ INDIEN ALS COMMANDEUR/ DE RETOURSCHEEPEN VAN DE/ NEDERLANDSCHE GEOCTROYEERDE/ OOSTINDISCHE COMP. ONDER/ ZYNE VLAGGE GEWEEST ZYNDE/ IN DEN JAARE 1740 IN GOEDE/ ORDRE BEHOUDEN IN DE HAVENE/ DEZER LANDEN HEEFT OVERGEBRAGT/ WORD HEM DEZE MEDAILJE EN/KETTINGH TOT EEN GEDAGTENISSE/ VEREERD/.

De familie Bergsma komt oorspronkelijk uit Engwierum van de boerderij Barwegen en heeft een familiewapen met een drietal varkentjes (bargjes, vandaar Bargsma, Bergsma) die o.a. op een rouwbord in de kerk van Jouswier te zien zijn. Adrianus was in 1702 geboren in Dokkum als zoon van Engwierumer Pieter Arriens en Trijntje de Wendt en keerde daar ook terug. Ook enkele van zijn neven traden in dienst van de VOC en zelfs een nichtje, Titia, die beroemd werd in Japan als eerste westerse vrouw.

Met de bij de VOC vergaande rijkdom kochten de Bergsma's veel stemmen op in Noordoost Friesland, wat ze grote politieke macht gaf en daardoor bij velen niet populair maakte.