Op de cover van Historisch Tijdschrift Fryslân, het tweemaandelijkse tijdschrift van het Koninklijk Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur, een jonge Fries die in de Amerikaanse Burgeroorlog vocht en omkwam. Sake Kooistra vocht als Silas Coster mee en was in 1853 met zijn
ouders na een barre tocht uit Arum naar de VS
gereisd. In Fryslân beschrijft Wim van de Giesen zijn bijzondere
levenswandel.
Het Rampjaar 1666, waarin op het Vlie een grote vloot koopvaarders door de Engelsen in brand werd gestoken, en daarna West-Terschelling, komt aan bod in twee artikelen. Anne Doedens beschrijft in Republiek in crisis hoe de Engelsen vrij spel hadden na de Tweedaagse Zeeslag. De Engelsen herdenken deze slag als 'Holmes Bonfire'.
Frans Breukelman vult aan met een artikel over dominee Grevesteyn, die geld ging inzamelen in Noord-Holland om de getroffenen te helpen.
Dat er niet alleen maar juichend over Lourens Alma Tadema geschreven werd en wordt bewijst Doeke Sijens in zijn artikel over 'Onzen beroemden voormaligen gewestgenoot'. In Engeland werd zijn werk soms schamper 'Victorians in togas' genoemd. Toch zijn er ook diverse aanwijzingingen dat Alma Tadema wel degelijk een 'echte romantische Fries' was.
Jeanine Otten neemt ons weer mee op een culinaire ontdekkingsreis. In de Eerste Wereldoorlog aten Duitse soldaten, die in België en Frankrijk gelegerd waren, visworstjes van mosselen die in Friese mosselpellerijen waren gekookt en gepeld. Hedentendage beleeft de 'Leeuwarder Ziltezee Worst' een revival.
De rubriek Historici in Friesland portretteert Marlies Stoter, conservator bij het Fries Museum. Nieuwsgierigheid is haar grootste drijfveer.
Han Nijdam van de Fryske Akademy heeft samen met Henk Meijering een groot project afgesloten dat tot een publicatie leidt van het boek Ommelander handschriften als spiegel van de Oudfriese rechtsliteratuur. Het zal een mooie aanvulling zijn op het eerdere boek Lichaam, Eer en Recht in middeleeuws Friesland.
In de rubriek Kort Nieuws o.a. een tentoonstelling over de oudste filmclub van Fryslan, Kleare Kimen, met films over de Elfstedentochten van 1954, 1956 en 1963.
Streekmuseum-Volkssterrenwacht van Burgum is gerenoveerd en heropend met twee tentoonstellingen, waarvan een over kapper Hendrik Bulthuis die de ontwerper was van de 12-kwadraat BM-er uit 1931. Deze afkorting van een type zeilboot staat voor BergumerMeer.
In de boekbespreking, door Wytse Vellinga, wordt het boek Gasten tegen wil en dank, van Erik Betten, besproken. Het gaat over Belgische vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog in Menaldumadeel.
Posts tonen met het label Terschelling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Terschelling. Alle posts tonen
dinsdag 31 januari 2017
Historisch Tijdschrift Fryslân met landverhuizer, 1666 en visworst
vrijdag 27 januari 2017
Waddencanon
Door Hilbert G. de Vries, Schiermonnikoog
De schrijvers van het boek “Geschiedenis van de Wadden; de canon van de Waddeneilanden”, Anne Doedens en Jan Houter noemen het boek een allereerste aanzet tot een cultuurgeschiedenis van
alle Nederlandse Waddeneilanden en het wordt gepresenteerd als een naslagwerk; het boek ziet er ook mooi uit, met veel mooie foto’s. Kortom: het zal wel veel gebruikt worden in toekomstige onderzoeken en scripties.
En juist daar wringt het nu. Want het is wel een mooi boek, maar het zou nog veel mooier zijn als er niet zo veel fouten in zouden staan!
En dan heb ik het niet over drukfouten (volgens mij staan die er niet zo veel in), maar over inhoudelijke fouten.
Ik beperk me tot Schiermonnikoog en wil een paar voorbeelden noemen (er zijn er meer, maar ik laat het hier bij een selectie – een volledig lijstje kunt u bij mij krijgen).
Op blz. 46 wordt gesteld dat de vuurtoren onbemand is (dat is toch – gelukkig – echt niet zo);
op blz.84/85 wordt gesproken over het Riga-aardewerk, terwijl dat toch van hout is!
Op blz. 64 staat dat Johan Stachouwer het eiland in 1638 kocht – dat moet zijn 1640.
In Venster 22 over Beeldende kunst van, over en op de Wadden (het boek is, net zoals bijv. de Canon van de Nederlandse Geschiedenis, verdeeld in hoofdstukken, vensters genoemd) wordt Schiermonnikoog alleen genoemd als plaats waar Haaike Jaarsma de zeevaartschool heeft bezocht;
maar de naam van Martin van Waning wordt helemaal niet genoemd – hoewel er in het venster over kloosters wel een foto is afgedrukt van het standbeeld van de Schiere Monnik, dat gemaakt is door Van Waning.
Op blz. 120 staat dat Schiermonnikoog tussen 1801 en 1806 bij Groningen heeft gehoord – terwijl het toen (tijdens het Bataafs Gemenebest) toch echt bij het ‘Departement Friesland’ heeft gehoord (zie bijvoorbeeld op Wikipedia).
Venster 38 gaat over Banck en Bernstorff. De eerste zin daarvan luidt: ‘In 1859 verkochten Edzard van Starkenborch Stachouwer en zijn vrouw Schiermonnikoog’. (Het jaartal 1859 komt nog een paar keer voor in het boek).
Dit is een zin waarbij je de haren ten berge rijzen.
Het eiland werd namelijk door mr. Banck in 1858 gekocht van Edzard Tjarda van Starkenborch Stachouwer (die het eiland voor 2/3 in bezit had) en Gratia Susanna Stachouwer (die 1/3 van het eiland in bezit had). (zie Foskea van der Ven – Een omstreden eiland; blz. 129/130). En Edzard en Gratia waren niet man en vrouw, maar achterneef en –nicht.
Blz. 184: sedert 2007 is er een sneldienst naar Schiermonnikoog vanaf het Groningse (!) vakantiepark Esonstad.
De presentatie van het boek op Schiermonnikoog (het boek werd op alle eilanden gepresenteerd) was begonnen met de aanbieding van een ‘ingelijste, op zeer duurzaam papier geprinte kopie van een oorkonde uit Tresoar van 1465 – daarin komt het woord Schiermonnikoog voor het eerst voor’.
Afgezien van het feit dat de foto een kopie is van een deel van de bij Tresoar berustende foto van de oorkonde van 1465, is het niet waar dat de oudste vermelding van de naam Schiermonnikoog op de oorkonde van 1465 voorkomt; de oudste vermelding komt voor op een oorkonde van 1440.
De schrijvers van het boek “Geschiedenis van de Wadden; de canon van de Waddeneilanden”, Anne Doedens en Jan Houter noemen het boek een allereerste aanzet tot een cultuurgeschiedenis van
alle Nederlandse Waddeneilanden en het wordt gepresenteerd als een naslagwerk; het boek ziet er ook mooi uit, met veel mooie foto’s. Kortom: het zal wel veel gebruikt worden in toekomstige onderzoeken en scripties. En juist daar wringt het nu. Want het is wel een mooi boek, maar het zou nog veel mooier zijn als er niet zo veel fouten in zouden staan!
En dan heb ik het niet over drukfouten (volgens mij staan die er niet zo veel in), maar over inhoudelijke fouten.
Ik beperk me tot Schiermonnikoog en wil een paar voorbeelden noemen (er zijn er meer, maar ik laat het hier bij een selectie – een volledig lijstje kunt u bij mij krijgen).
Op blz. 46 wordt gesteld dat de vuurtoren onbemand is (dat is toch – gelukkig – echt niet zo);
op blz.84/85 wordt gesproken over het Riga-aardewerk, terwijl dat toch van hout is!
Op blz. 64 staat dat Johan Stachouwer het eiland in 1638 kocht – dat moet zijn 1640.
In Venster 22 over Beeldende kunst van, over en op de Wadden (het boek is, net zoals bijv. de Canon van de Nederlandse Geschiedenis, verdeeld in hoofdstukken, vensters genoemd) wordt Schiermonnikoog alleen genoemd als plaats waar Haaike Jaarsma de zeevaartschool heeft bezocht;
maar de naam van Martin van Waning wordt helemaal niet genoemd – hoewel er in het venster over kloosters wel een foto is afgedrukt van het standbeeld van de Schiere Monnik, dat gemaakt is door Van Waning.
Op blz. 120 staat dat Schiermonnikoog tussen 1801 en 1806 bij Groningen heeft gehoord – terwijl het toen (tijdens het Bataafs Gemenebest) toch echt bij het ‘Departement Friesland’ heeft gehoord (zie bijvoorbeeld op Wikipedia).
Venster 38 gaat over Banck en Bernstorff. De eerste zin daarvan luidt: ‘In 1859 verkochten Edzard van Starkenborch Stachouwer en zijn vrouw Schiermonnikoog’. (Het jaartal 1859 komt nog een paar keer voor in het boek).
Dit is een zin waarbij je de haren ten berge rijzen.
Het eiland werd namelijk door mr. Banck in 1858 gekocht van Edzard Tjarda van Starkenborch Stachouwer (die het eiland voor 2/3 in bezit had) en Gratia Susanna Stachouwer (die 1/3 van het eiland in bezit had). (zie Foskea van der Ven – Een omstreden eiland; blz. 129/130). En Edzard en Gratia waren niet man en vrouw, maar achterneef en –nicht.
Blz. 184: sedert 2007 is er een sneldienst naar Schiermonnikoog vanaf het Groningse (!) vakantiepark Esonstad.
De presentatie van het boek op Schiermonnikoog (het boek werd op alle eilanden gepresenteerd) was begonnen met de aanbieding van een ‘ingelijste, op zeer duurzaam papier geprinte kopie van een oorkonde uit Tresoar van 1465 – daarin komt het woord Schiermonnikoog voor het eerst voor’.
Afgezien van het feit dat de foto een kopie is van een deel van de bij Tresoar berustende foto van de oorkonde van 1465, is het niet waar dat de oudste vermelding van de naam Schiermonnikoog op de oorkonde van 1465 voorkomt; de oudste vermelding komt voor op een oorkonde van 1440.
maandag 5 december 2016
Symposium Wurkgroep Maritime Skiednis: 1666, de ramp van Vlieland en Terschelling
De werkgroep Maritieme Geschiedenis (wurkgroep Maritime Skiednis) van de Fryske Akademy hield onlangs een bijeenkomst in het Garnalenfabriekje te Moddergat, waarbij onze leden Nykle Dijkstra en Henk Goslings een presentatie gaven. Op de site van de Fryske Akademy vindt u een verslag van deze bijeenkomst, de presentatie van Nykle Dijkstra en de presentatie van Henk Goslings.
Op zaterdag 21 januari 2017 wordt het jaarlijks symposium georganiseerd:
Symposium Wurkgroep Maritieme Skiednis: 1666, De ramp van Vlieland en Terschelling
Zaterdag 21 januari 2017 in Maritieme Academie, Harlingen
Aanmeldformulier hier.
Programma:
13.30 Ontvangst + koffie/thee+ koek
14.00 Welkom symposium, Rob Leemans (vz. wurkgroep), Peter Tolsma (dagvz.)
14.05 Maritiem Instituut Harlingen. Arjen Mintjes (dir. M.A. Harl.)
14.15 Belang van Vliestroom en Texelstroom, Paul van Royen
14.45 Marine organisatie, Adri van Vliet
15.15 Engelse Zeeoorlogen, Jaap de Kam
___________________________________________________________________
15.45 Pauze + koffie/thee
___________________________________________________________________
16.15 Ramp op het Vlie, Anne Doedens
16.45 Brand van West Terschelling, Frans Breukelman
17.15 Engels perspectief en Chatham, Gijs Rommelse
17.45 Afsluiting, Rob Leemans
___________________________________________________________________
18.00 Borrel
18.30 Buffet
Op zaterdag 21 januari 2017 wordt het jaarlijks symposium georganiseerd:Symposium Wurkgroep Maritieme Skiednis: 1666, De ramp van Vlieland en Terschelling
Zaterdag 21 januari 2017 in Maritieme Academie, Harlingen
Aanmeldformulier hier.
Programma:
13.30 Ontvangst + koffie/thee+ koek
14.00 Welkom symposium, Rob Leemans (vz. wurkgroep), Peter Tolsma (dagvz.)
14.05 Maritiem Instituut Harlingen. Arjen Mintjes (dir. M.A. Harl.)
14.15 Belang van Vliestroom en Texelstroom, Paul van Royen
14.45 Marine organisatie, Adri van Vliet
15.15 Engelse Zeeoorlogen, Jaap de Kam
___________________________________________________________________
15.45 Pauze + koffie/thee
___________________________________________________________________
16.15 Ramp op het Vlie, Anne Doedens
16.45 Brand van West Terschelling, Frans Breukelman
17.15 Engels perspectief en Chatham, Gijs Rommelse
17.45 Afsluiting, Rob Leemans
___________________________________________________________________
18.00 Borrel
18.30 Buffet
dinsdag 15 december 2015
De Vrije Fries deel 95 met welkomstredes, beeldhouwer Hempel en Friese identiteit
Het jaarboek 2015 van het Koninklijk Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur, in samenwerking met de Fryske Akademy, De Vrije Fries is het vijfennegentigste deel sinds de start in 1839!Alle leden van het genootschap ontvangen het kloeke boek als onderdeel van het lidmaatschap. Ook het Historisch Tijdschrift Fryslan hoort hierbij.
De inhoud van De Vrije Fries gaat in de meeste gevallen de diepte in van een onderwerp dat past binnen de context van Friesland, geschiedenis, cultuur en wetenschap.
Het komende jaar zal een nieuwe frisse website gelanceerd worden waarop, nog meer dan nu al het geval is, een groot deel van de oudere publicaties digitaal beschikbaar wordt gemaakt.
Om een goed beeld van de inhoud van dit nummer van De Vrije Fries te geven volgt hier het Redactioneel:
Dit 95ste jaarboek van De Vrije Fries bevat volgens traditie een breed scala aan artikelen over het lange en veelzijdige verleden van Fryslân. Er is aandacht voor alle hoeken van de provincie, inclusief de Stellingwerven en het Waddengebied. Een van de artikelen brengt ons bovendien in het Duitse Nordfriesland. De brede oriëntatie betreft verder mens en dier, het gewone volk en de elite, hun onderricht, kunst en archeologische nalatenschap. Ook wordt de discussie over de Friese identiteit in deze aflevering voortgezet.
Jorieke Savelkouls opent de editie met een nieuwe geschiedenis van it hynder yn Fryslân en it Fryske hynder. In haar Engelstalige artikel onderscheidt zij deze paarden met slechts één letter, dus wees op uw hoede: de Frisian horse naast de Friesian horse. Pas rond 1900 werden de kenmerken vastgesteld waaraan de Friesian horse – oftewel het stamboekpaard – moest voldoen. Een gepopulariseerde versie van dit artikel is te vinden in de vrijwel gelijktijdig verschijnende wintereditie van het tijdschrift Fryslân.
Kees Kuiken verdiept zich vervolgens in de identiteitspolitiek van de Stellingwerver beweging. Hij graaft eerst in het verdere verleden om daarna te kunnen analyseren hoe de Stellingwervers tamelijk recent een verbeelde gemeenschap hebben gevormd, door zich zowel te spiegelen aan als te verzetten tegen de verbeelde gemeenschappen van de buurregio’s. Zijn bijdrage past voortreffelijk in het huidige onderzoek naar transregionale geschiedenis en het veld van ‘border studies’.
Ineke Noordhoff benadert evenals Savelkouls de relatie tussen mens en dier, in dit geval in de bijzondere omgeving van het Terschellinger duingebied. Het gemeenschappelijke gebruik ervan voor de begrazing door vee heet hier oerol (overal). Sinds 1982 is deze term echter ook gekoppeld aan het intussen succesvolle toeristische festival op het eiland en staat deze voor de beleving van overal cultuur. Het is daarom goed dat Noordhoff de oorspronkelijke betekenis voor het voetlicht brengt en landschapsgeschiedenis verbindt met eerdere inkomstenbronnen van de eilanders.
Na de oprichting van de Franeker universiteit in 1585 door stadhouder Willem Lodewijk hield het Huis Nassau-Dietz een warme band met deze instelling, onder andere door er zijn jonge prinsen te laten studeren. Als eerstejaars werden deze verwelkomd met een academische oratie. Sybren Sybrandy bestudeert de Latijnse redes voor drie Nassause studenten, die ook alle drie stadhouder werden. Het betreft een genre dat overeenkomsten vertoont met de vroegmoderne ‘vorstenspiegels’.
De bijdrage van Sytse ten Hoeve brengt ons daarna bij het werk van de bijna vergeten achttiende-eeuwse Duitse beeldhouwer Johannes George Hempel. Diens grandioze erfenis is vooral te vinden in Sneek en het noordwesten van Fryslân. Ten Hoeve heeft daarover een schat aan gegevens bijeengebracht, die uitnodigen tot nader onderzoek. De meeste illustraties in de kleurenkaternen betreffen het fraaie werk van Hempel.
Otto Knottnerus is de auteur die het blikveld verlegt naar Nordfriesland, wat hij doet in een beschouwing over Friese identiteit rond 1800. Hij begint niettemin met het politieke drinkritueel van ‘de uitluider’ tijdens de patriottentijd in Franeker. Het glaswerk daarvoor kwam van de patriotse medicus Jan de Vicq Tholen, die in 1787 de restauratie niet afwachtte maar via Altona naar het Duitse Husum vertrok. De Vicq Tholens verdere levensloop is de opmaat naar bredere bespiegelingen over de ontwikkeling van het vrijheidsbesef in de gehele kustregio. Knottnerus’ conclusies bieden interessante gezichtspunten voor verder debat, bijvoorbeeld ten aanzien van de vraag of het emancipatieproces van de Friese taalbeweging al dan niet is voltooid.
Het laatste artikel is van Corien Rattink, die het leven van de wâldtsjer Rients Agema onderzoekt. In 1881 was deze het slachtoffer van klassenjustitie, na een schietincident bij zijn werkgever Johannes Bieruma Oosting in Oranjewoud. Hoewel Agema in hoger beroep wegens gebrek aan bewijs werd vrijgesproken, wist hij zijn leven niet meer goed op de rails te krijgen. Hij eindigde als landloper en werd een goede bekende van het Drentse Veenhuizen. Zowel Rattink als Knottnerus schenkt aandacht aan materiaal dat tegenwoordig door het Fries Museum wordt bewaard, een van de instellingen die ook voor dit nummer veel illustraties heeft verschaft.
Deze aflevering wordt afgesloten met enkele beschouwingen over recente publicaties op het terrein van de voorgeschiedenis en archeologie in de Friese en omringende landen. De eerste beoordeling komt van Egge Knol en de tweede van oud-redactielid Ernst Taayke. Daarna volgt de archeologische kroniek over 2013 en 2014, het eerste overzicht waarvoor Nelleke IJssennagger het materiaal vanuit het veld bijeenbracht. Hulde aan allen die deze kroniek mogelijk maakten.
Ook dit kalenderjaar veranderde de redactie van samenstelling. Begin 2015 namen wij, onder grote dankzegging voor al hun redactionele werkzaamheden, afscheid van Piet Bakker en Marjan Brouwer. Hun namen zijn verbonden aan de jaargangen vanaf achtereenvolgens 2004 (!) en 2013. We verwelkomden in januari Martha Kist en Hans Zijlstra. Met de komst van Suzanne Rus, halverwege het jaar, voelt het redactieteam zich op volle sterkte.
Dit jaarboek verschijnt onder auspiciën van zowel het Fries Genootschap / Frysk Genoatskip als de Fryske Akademy. Wij zijn beide organisaties zeer erkentelijk voor de mogelijkheden die zij ons bieden om dit jaarboek te realiseren en toekomstplannen te smeden. In het bijzonder zijn wij verheugd over de professionele redactionele ondersteuning die de Fryske Akademy ons recent heeft verleend door een van haar medewerkers permanent beschikbaar te stellen voor onder meer eindredactionele werkzaamheden. Als redactie kunnen wij ons hierdoor voortaan meer richten op de inhoud van de komende edities en de webpagina’s bij het jaarboek, die momenteel vernieuwd worden. Nieuwe kopij op het terrein van de Friese cultuur en geschiedenis is altijd van harte welkom.
Abonneren op:
Posts (Atom)
