Posts tonen met het label wetenschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wetenschap. Alle posts tonen

donderdag 8 februari 2018

Tresoar richt Denksportcollectiecentrum op

Martha Kist, collectievormer bij Tresoar, bericht:
Tresoar, Fries Historisch en Letterkundig Centrum start in 2018 met het ‘Denksportcollectiecentrum Tresoar’.

De vier denksporten schaken, bridge, go en dammen (waaronder Fries dammen) zijn in het nieuwe Denksportcollectiecentrum vertegenwoordigd.

Binnen het landelijk netwerk van Openbare Bibliotheken met Wetenschappelijke Steunfunctie heeft Tresoar al enige jaren het zwaartepunt Denksporten, met name op het gebied van dam- en schaakboeken.
Met de oprichting van het Denksportcollectiecentrum wil Tresoar de belangstelling voor denksporten stimuleren en het gebruik van de collectie voor maatschappelijke en wetenschappelijke doeleinden bevorderen. Voorts wordt gedacht aan het organiseren van een groot internationaal denksportevenement van de vier genoemde denksporten in Leeuwarden in 2020.
Het ‘Denksportcollectiecentrum Tresoar’ wordt opgezet als een netwerkorganisatie die als ecosysteem binnen de denksportwereld samen met partners verbinding wil zoeken. Er wordt  gewerkt aan het vergroten en verstevigen van de nationale en internationale netwerken op het gebied van denksporten en het werven van sponsorgelden om de doelen van het ‘Denksportcollectiecentrum Tresoar’ te kunnen uitvoeren.

De collectie van het nieuwe Denksport­collectie­centrum wordt onder de naam ‘Denksportcollectie Nederland, Tresoar’ aan het publiek ter beschikking gesteld. In 2017 is een belangrijke aanwinst op het gebied van bridge verworven.
De Universiteit van Amsterdam heeft met instemming van de Stichting Herman Filarski, opgericht ter bevordering van de bridgecollectie Nederland,  haar bridgecollecties, die tot voor kort bij de UvA werden bewaard,  naar Tresoar overgebracht. Het betreft schenkingen van de bridgeverzamelaars Jac Fuchs en Bob van de Velde, die ook zijn schaakverzameling aan Tresoar heeft overdragen. Tresoar krijgt daarmee de voor zover bekend grootste bridgecollectie ter wereld in huis die zich in een openbare collectie bevindt.
Voorts wordt aansluiting gezocht bij bibliotheken of organisaties die nationaal en internationaal een belangrijke collectie op het gebied van de denksporten hebben.

Het ‘Denksportcollectiecentrum Tresoar’ wordt terzijde gestaan door een Stuurgroep, bestaande uit een deskundige van elke deelnemende denksport.
De leden zijn Bob van de Velde (bridge), Liuwe Westra (dammen), Theo van Ees (go), Remco Heite (schaken). De stuur­groep ondersteunt bij de aanschaf van internationale literatuur op het gebied van de vier denksporten en het vullen van hiaten in de historische collectie. Tevens zijn zij de contactpersonen die met de respectieve communities van hun denksport in verbinding staan en activiteiten kunnen initiëren.

dinsdag 15 december 2015

De Vrije Fries deel 95 met welkomstredes, beeldhouwer Hempel en Friese identiteit

Het jaarboek 2015 van het Koninklijk Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur, in samenwerking met de Fryske Akademy, De Vrije Fries is het vijfennegentigste deel sinds de start in 1839!
Alle leden van het genootschap ontvangen het kloeke boek als onderdeel van het lidmaatschap. Ook het Historisch Tijdschrift Fryslan hoort hierbij.
De inhoud van De Vrije Fries gaat in de meeste gevallen de diepte in van een onderwerp dat past binnen de context van Friesland, geschiedenis, cultuur en wetenschap.
Het komende jaar zal een nieuwe frisse website gelanceerd worden waarop, nog meer dan nu al het geval is, een groot deel van de oudere publicaties digitaal beschikbaar wordt gemaakt.

Om een goed beeld van de inhoud van dit nummer van De Vrije Fries te geven volgt hier het Redactioneel:
Dit 95ste jaarboek van De Vrije Fries bevat volgens traditie een breed scala aan artikelen over het lange en veelzijdige verleden van Fryslân. Er is aandacht voor alle hoeken van de provincie, inclusief de Stellingwerven en het Waddengebied. Een van de artikelen brengt ons bovendien in het Duitse Nordfriesland. De brede oriëntatie betreft verder mens en dier, het gewone volk en de elite, hun onderricht, kunst en archeologische nalatenschap. Ook wordt de discussie over de Friese identiteit in deze aflevering voortgezet.

Jorieke Savelkouls opent de editie met een nieuwe geschiedenis van it hynder yn Fryslân en it Fryske hynder. In haar Engelstalige artikel onderscheidt zij deze paarden met slechts één letter, dus wees op uw hoede: de Frisian horse naast de Friesian horse. Pas rond 1900 werden de kenmerken vastgesteld waaraan de Friesian horse – oftewel het stamboekpaard – moest voldoen. Een gepopulariseerde versie van dit artikel is te vinden in de vrijwel gelijktijdig verschijnende wintereditie van het tijdschrift Fryslân.

Kees Kuiken verdiept zich vervolgens in de identiteitspolitiek van de Stellingwerver beweging. Hij graaft eerst in het verdere verleden om daarna te kunnen analyseren hoe de Stellingwervers tamelijk recent een verbeelde gemeenschap hebben gevormd, door zich zowel te spiegelen aan als te verzetten tegen de verbeelde gemeenschappen van de buurregio’s. Zijn bijdrage past voortreffelijk in het huidige onderzoek naar transregionale geschiedenis en het veld van ‘border studies’.

Ineke Noordhoff benadert evenals Savelkouls de relatie tussen mens en dier, in dit geval in de bijzondere omgeving van het Terschellinger duingebied. Het gemeenschappelijke gebruik ervan voor de begrazing door vee heet hier oerol (overal). Sinds 1982 is deze term echter ook gekoppeld aan het intussen succesvolle toeristische festival op het eiland en staat deze voor de beleving van overal cultuur. Het is daarom goed dat Noordhoff de oorspronkelijke betekenis voor het voetlicht brengt en landschapsgeschiedenis verbindt met eerdere inkomstenbronnen van de eilanders.

Na de oprichting van de Franeker universiteit in 1585 door stadhouder Willem Lodewijk hield het Huis Nassau-Dietz een warme band met deze instelling, onder andere door er zijn jonge prinsen te laten studeren. Als eerstejaars werden deze verwelkomd met een academische oratie. Sybren Sybrandy bestudeert de Latijnse redes voor drie Nassause studenten, die ook alle drie stadhouder werden. Het betreft een genre dat overeenkomsten vertoont met de vroegmoderne ‘vorstenspiegels’.

De bijdrage van Sytse ten Hoeve brengt ons daarna bij het werk van de bijna vergeten achttiende-eeuwse Duitse beeldhouwer Johannes George Hempel. Diens grandioze erfenis is vooral te vinden in Sneek en het noordwesten van Fryslân. Ten Hoeve heeft daarover een schat aan gegevens bijeengebracht, die uitnodigen tot nader onderzoek. De meeste illustraties in de kleurenkaternen betreffen het fraaie werk van Hempel.

Otto Knottnerus is de auteur die het blikveld verlegt naar Nordfriesland, wat hij doet in een beschouwing over Friese identiteit rond 1800. Hij begint niettemin met het politieke drinkritueel van ‘de uitluider’ tijdens de patriottentijd in Franeker. Het glaswerk daarvoor kwam van de patriotse medicus Jan de Vicq Tholen, die in 1787 de restauratie niet afwachtte maar via Altona naar het Duitse Husum vertrok. De Vicq Tholens verdere levensloop is de opmaat naar bredere bespiegelingen over de ontwikkeling van het vrijheidsbesef in de gehele kustregio. Knottnerus’ conclusies bieden interessante gezichtspunten voor verder debat, bijvoorbeeld ten aanzien van de vraag of het emancipatieproces van de Friese taalbeweging al dan niet is voltooid.

Het laatste artikel is van Corien Rattink, die het leven van de wâldtsjer Rients Agema onderzoekt. In 1881 was deze het slachtoffer van klassenjustitie, na een schietincident bij zijn werkgever Johannes Bieruma Oosting in Oranjewoud. Hoewel Agema in hoger beroep wegens gebrek aan bewijs werd vrijgesproken, wist hij zijn leven niet meer goed op de rails te krijgen. Hij eindigde als landloper en werd een goede bekende van het Drentse Veenhuizen. Zowel Rattink als Knottnerus schenkt aandacht aan materiaal dat tegenwoordig door het Fries Museum wordt bewaard, een van de instellingen die ook voor dit nummer veel illustraties heeft verschaft.

Deze aflevering wordt afgesloten met enkele beschouwingen over recente publicaties op het terrein van de voorgeschiedenis en archeologie in de Friese en omringende landen. De eerste beoordeling komt van Egge Knol en de tweede van oud-redactielid Ernst Taayke. Daarna volgt de archeologische kroniek over 2013 en 2014, het eerste overzicht waarvoor Nelleke IJssennagger het materiaal vanuit het veld bijeenbracht. Hulde aan allen die deze kroniek mogelijk maakten.

Ook dit kalenderjaar veranderde de redactie van samenstelling. Begin 2015 namen wij, onder grote dankzegging voor al hun redactionele werkzaamheden, afscheid van Piet Bakker en Marjan Brouwer. Hun namen zijn verbonden aan de jaargangen vanaf achtereenvolgens 2004 (!) en 2013. We verwelkomden in januari Martha Kist en Hans Zijlstra. Met de komst van Suzanne Rus, halverwege het jaar, voelt het redactieteam zich op volle sterkte.

Dit jaarboek verschijnt onder auspiciën van zowel het Fries Genootschap / Frysk Genoatskip als de Fryske Akademy. Wij zijn beide organisaties zeer erkentelijk voor de mogelijkheden die zij ons bieden om dit jaarboek te realiseren en toekomstplannen te smeden. In het bijzonder zijn wij verheugd over de professionele redactionele ondersteuning die de Fryske Akademy ons recent heeft verleend door een van haar medewerkers permanent beschikbaar te stellen voor onder meer eindredactionele werkzaamheden. Als redactie kunnen wij ons hierdoor voortaan meer richten op de inhoud van de komende edities en de webpagina’s bij het jaarboek, die momenteel vernieuwd worden. Nieuwe kopij op het terrein van de Friese cultuur en geschiedenis is altijd van harte welkom.

vrijdag 14 juni 2013

ePistolarium ontsluit 20.000 brieven uit Gouden Eeuw

Mijn nieuwsgierigheid werd gewekt door een bericht op Emerce getiteld 20.000 geleerdenbrieven uit
Gouden Eeuw digitaal te doorzoeken
Het deed me denken aan het initiatief Gekaapte Brieven, waarin door het Meertens Instituut en vrijwilligers transcripties van 17e en 18e eeuwse brieven zijn opgenomen die vanaf gekaapte schepen uit de Republiek in de National Archives te London terechtkwamen. Maar blijkbaar is dit een nieuw project!
Met het project Geleerdenbrieven, Circulation of Knowledge and Learned Practices in the 17th-century Dutch Republic zijn 20.000 brieven van 17e eeuwse wetenschappers in 8 verschillende talen, met nadruk op Nederlands, Frans en Latijn opgenomen in een online database. Er is een grote spellingsvariatie aan namen maar alle spellingen zijn terug te leiden tot 1 en dezelfde figuur. De database wordt ePistolarium genoemd, waarin geavanceerde zoekopdrachten mogelijk zijn door allerlei zoeksuggesties. 
Prachtig is ook de optie om correspondentennetwerken te visualiseren zoals hierboven getoond voor brieven die het woord Franeker bevatten. Blijkbaar zijn daar bij betrokken (ongetwijfeld in verband met de universiteit aldaar): Rene Descartes, Lodewijk Huygens, Bernhardus Fullenius, Martin Mersenne, Lodewijk Gerard van Renesse, Christiaan Huygens, Willem Frederik van Nassau-Dietz, Philip Ernst Vegelin van Claerbergen en Constantijn Huygens.
Op zoekterm Doccum worden 2 brieven gevonden: een van juli 1631 van Johannes Uytenbogaert (1557-1644) uit Den Haag naar Hugo de Groot (1583-1645) te Parijs en een van 19 oktober 1636 van Sweder van Haersolte (1582-1643) uit Den Haag naar Constantijn Huygens (1596-1687) te Sprang.

Doel is om te streven naar 150.000 brieven in de database. Een prachtig project om te blijven volgen waarin de gemeenschappen van alfa's en beta's in beeld worden gebracht!
Bekijk anders eerst ook even de verhelderende video over dit project.