Posts tonen met het label stichting. Alle posts tonen
Posts tonen met het label stichting. Alle posts tonen

vrijdag 18 april 2014

Bijna 1000 jaar oude munt geschonken aan Admiraliteitshuis in Dokkum

Op vrijdagochtend 18 april werd aan museum het Admiraliteitshuis in Dokkum een munt aangeboden. Mevrouw Van der Galiën-Metz van Ameland, weduwe van dhr. T.D. van de Galiën overhandigde een brunoon uit de periode 1068-1090 aan conservator Ihno Dragt.
De heer Van der Galiën wist dat het museum een munt als deze nog niet in de collectie had en wilde dat deze na zijn dood naar het museum ging. De heer Van der Galiën was een gepassioneerd verzamelaar van munten en kwam regelmatig als bezoeker in het museum.
Het betreft een zogenaamde brunoon, de eerste munten die met zekerheid zijn geslagen in Dokkum door Bruno III en Egbert I omstreeks 1040. De munt die geschonken is aan het museum is geslagen door Egbert II, in de periode 1068-1090. Te zien zijn een kruis en de opschrift ‘Doccuga’. Brunonen worden wel in de grond gevonden in Duitsland en Rusland, wat aantoont dat er handelsbetrekkingen waren tussen Dokkum en deze landen.

Conservator Dragt is erg blij met de schenking. Het voornemen is om de munt op korte termijn in de tentoonstelling op te nemen zodat deze te bewonderen is door het publiek.

Lees meer over de Friese muntslag in het interessante boekje van Anjumer Ben te Boekhorst 'In Friesland geslagen'.

woensdag 2 januari 2013

Rapport archeologisch onderzoek Klooster Klaarkamp

De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) heeft een aantal interessante publicaties online staan. Een daarvan is een rapport over archeologisch onderzoek bij het voormalige klooster Klaarkamp te Rinsumageest. De wat lange en archaïsche titel is 'Tmeeste ende tgrootste van alle cloisteren, wel begraven mit wyden graften’. Zo wordt het Cistercienzer klooster Klaarcamp in een uit 1468 daterend spionagerapport aan Karel de Stoute omschreven. Deze beschrijving weerspiegelt de indruk die het kloostercomplex op bezoekers van dit deel van Friesland in de Middeleeuwen moet hebben gemaakt.
Het uit baksteen opgetrokken kloostercomplex torende op een 3-4 m hoge terp ruim boven de omgeving uit en was in de late 12e eeuw een van de eerste bouwwerken uitgevoerd in dit bouwmateriaal. Het complex werd omgeven door een dubbele omgrachting met wallen. Poorten markeerden de toegangen tot het complex.
In de loop van de Middeleeuwen wist het klooster een grondbezit van meer dan 4.000 ha op te bouwen. Landerijen en boerderijen lagen verspreid over heel Noordelijk Oostergo, van Leeuwarden tot aan Schiermonnikoog.
Gedurende de Tachtigjarige Oorlog, rond 1580, kwam een einde aan het kloostercomplex. Op last van de Staten van Friesland werd het complex ontmanteld, waarbij de opstallen werden gesloopt, de wallen geslecht en de grachten gedempt.
Een van de redenen voor sloop was dat men vreesde dat het complex door Spaanse troepen zou worden gebruikt als vesting. Hier wraakte zich het weerbare karakter van het voormalige kloostercomplex. Vanaf 1858 viel de terp waarop het klooster lag ten prooi aan terpafgavingen. Tot 1942 werden vele tonnen vruchtbare terpaarde afgegraven en afgevoerd. Tijdens de afgravingen konden in de periode 1939-1941 door Albert Egges van Giffen opgravingen worden gedaan.
Met het opruimen van de resten van het klooster verdween evenwel niet de belangstelling voor het complex. Klaarkamp staat nog steeds in de belangstelling van velen. Dit geldt niet alleen voor (bouw)historici en archeologen, maar vooral voor inwoners van de gemeente Dantumadeel.
Dit heeft onder andere geleid tot de oprichting van de Stichting Klooster Claerkamp. Deze stichting beijvert zich al jaren om het kloosterverleden zicht- en beleefbaar te maken.
In 2008 is het zuidelijke deel van het kloostercomplex aangewezen als archeologisch rijksmonument.
De resultaten van de opgravingen van Van Giffen, gecombineerd met het feit dat complex een belangrijk ‘lieu de memoire’ is, vormden de basis hiervoor. In september 2010 is een waarderend onderzoek uitgevoerd op het noordelijke terreindeel en zijn enkele sleuven gegraven op het zuidelijke deel. Het archeologische onderzoek komt deels voort uit vragen vanuit de gemeente Dantumadeel en de provincie Fryslân ten aanzien van randvoorwaarden voor eventuele toekomstige inrichtingsmaatregelen, en anderzijds uit de vraag naar de fysieke en inhoudelijke kwaliteit van het noordelijke terreindeel in verband met een mogelijk uitbreiding van het beschermde areaal. Het onderzoek heeft uitgewezen dat zich in het noordelijke terreindeel verschillende grondsporen bevinden, waaronder greppels/sloten, grachten, kuilen en funderingsresten, daterend uit de kloosterperiode en de periode daarna. Deze sporen hangen waarschijnlijk samen met bebouwing op en het gebruik van dit terreindeel. De sporenconcentratie wordt begrensd door een 17 m brede gracht. Lees het gehele rapport als pdf via de site van RCE.