Posts tonen met het label klaarkamp. Alle posts tonen
Posts tonen met het label klaarkamp. Alle posts tonen

dinsdag 15 juli 2014

De boeiende muntgeschiedenis van Dokkum en Klaarkamp

Museumdirecteur Ihno Dragt, van Museum Admiraliteitshuis in Dokkum en It Fiskershuske in Moddergat attendeerde mij op een nieuwe studie over de muntschat van Klaarkamp.
In 1932 werd in de kloosterterp bij Rinsumageest door de omwonenden een schat gevonden bestaande uit gouden en zilveren munten. Het waren munten van rond het jaar 1350 die in de periode 1360/65 begraven moeten zijn. In die eerste periode had de regio te lijden van een grote pestepidemie maar later ook van rondtrekkende roversbendes.
De zilveren munten zijn na de oorlog weer boven water gekomen.
U kunt ze bekijken in het museum Het Admiraliteitshuis. De gouden munten zijn vermoedelijk door de Duitse bezettingsmacht geroofd en nooit weer boven water gekomen.

Dit jaar zijn alle munten uitvoerig door professionals bekeken en in zijn geheel beschreven. Twee wetenschappers, Paul Torongo & Raymond van Oosterhout (bestuurslid van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Munt- en Penningkunde, beschrijven de munten in hun Engelstalige 'paper' The Coins of the Dokkum (Klaarkamp) Hoard (1932).
De vondst van 344 munten uit de 14e eeuw bestaat merendeels uit Vlaamse leeuwengroten en Hollandse en Brabantse munten. Alle munten dragen de tekst: BeNeDICTVs SIT NOMEn DomiNI NostRI IHsV CHRIsti. Dit betekent: Gezegend zij de naam van onze Heer Jezus Christus.

Een van de bronnen voor deze publicatie was een Nieuwsbrief van Numismatische Kring Frisia 2, 2013:
Het Klooster Klaarkamp en zijn muntschat, door Gerrit Pasma.

De bekende Friese muntenkenner Ben te Boekhorst is de auteur van een ander, geheel online gezet, verhaal van de Numismatische Kring Frisia: De Middeleeuwse muntgeschiedenis van Dokkum. Zowel penningen als de aloude Brunonen, munten uit de 11e eeuw in de Dokkumer muntslag, worden hierin beschreven.
Het grootste deel van dit verhaal staat ook in het bij het Admiraliteitshuis verkrijgbare Dokkum op de penning. Daarnaast schreef hij Schatgraven in de kerk van Ee.

zondag 13 april 2014

Klooster Klaarkamp, middeleeuws klooster in Noordoost Friesland

Door Arjen Dijkstra, Nes.
Deze week stond voor een belangrijk deel in het teken van kloosters. Was er op zaterdag 12 april de lezing van Hilda Bouta over Teth Bolta uit het klooster Sion te Niawier, op de vrijdag ervoor was er al een voorproefje.  De Stichting Klooster Claercamp en de provincie Fryslân nodigde ons uit om aanwezig te zijn bij de presentatie van het 10e themaboek in de reeks Archeologie in Fryslân in het archeologisch steunpunt op de locatie van het voormalige klooster Klaarkamp bij Rinsumageest.

De middag werd geopend door Jannewietske De Vries, gedeputeerde Cultuur en Erfgoed van de provincie Fryslân. Zij deed een korte inleiding, waarbij ze refereerde de rol van de Staten van Friesland in 1580. Door het confisqueren van kloostergoederen werd een einde gemaakt aan de hoge kloosterdichtheid in Friesland. De taken van de Provinciale Staten van het hedendaagse Fryslân zijn van een heel andere orde, zo constateerde zij.

Overigens speelde de abt van Klooster Klaarkamp op dat moment wel een rol in bestuurlijk Friesland. Aan Ton Stierhout van de Stichting Klooster Claercamp werd een vlag overhandigd, die alleen gebruikt mag worden door archeologische steunpunten. Het Kloostermuseum is daarmee het 11e archeologische steunpunt in Fryslân.

Daarna ontving abt Alberic Bruschke van de Cisterciënzer Abdij Sion te Diepenveen het eerste exemplaar uit handen van Jannewietske de Vries. De abt vertelde dat hij het bijzonder vond om hier te zijn. Claercamp was uiteraard  een klooster van zijn Cisterciënzer Orde, maar is ook naamgever van Schiermonnikoog en moederklooster van vrouwenklooster Sion te Niawier. De abdij van Sion gaat zich vestigen op Schiermonnikoog. Daarmee is de cirkel rond.

Erwin Boers, auteur van het boek, leidde zijn boek in. Toen hij werd gevraagd om dit boek te schrijven, werd hij er door verrast dat er nog niemand een boek over het befaamde Claercamp had geschreven. Toen hij na zijn speurtocht de puzzelstukjes in elkaar wilde schuiven, kreeg hij een idee waarom. Er is veel tegenstrijdige informatie bekend over het klooster. Was het nu wel of niet het eerste bakstenengebouw van Nederland? Het Klooster is gesticht in 1165 als abt Eyso met 12 monniken zich hier vestigt. In de bloeiperiode woonden en werkten er meer dan 700 monniken en lekenbroeders in het machtige klooster. Het was eigenlijk een ‘multinational’ met diverse dochterkloosters in Niawier, Bolsward, Aduard en Gerkesklooster. In 1580 werden de kloostergoederen overgenomen door de provincie.

Het boek  Klaarkamp, Middeleeuws klooster bij Rinsumageest, schiere monniken in noordelijk Fryslân,  is verkrijgbaar in de boekhandel voor slechts € 15,90. 

Het Kloostermuseum is geopend van april t/m oktober, op zaterdag en zondag van 13-17 uur. Van november t/m maart alleen op zondag. Andere dagen alleen op afspraak. Ook groepen zijn welkom.

woensdag 2 januari 2013

Rapport archeologisch onderzoek Klooster Klaarkamp

De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) heeft een aantal interessante publicaties online staan. Een daarvan is een rapport over archeologisch onderzoek bij het voormalige klooster Klaarkamp te Rinsumageest. De wat lange en archaïsche titel is 'Tmeeste ende tgrootste van alle cloisteren, wel begraven mit wyden graften’. Zo wordt het Cistercienzer klooster Klaarcamp in een uit 1468 daterend spionagerapport aan Karel de Stoute omschreven. Deze beschrijving weerspiegelt de indruk die het kloostercomplex op bezoekers van dit deel van Friesland in de Middeleeuwen moet hebben gemaakt.
Het uit baksteen opgetrokken kloostercomplex torende op een 3-4 m hoge terp ruim boven de omgeving uit en was in de late 12e eeuw een van de eerste bouwwerken uitgevoerd in dit bouwmateriaal. Het complex werd omgeven door een dubbele omgrachting met wallen. Poorten markeerden de toegangen tot het complex.
In de loop van de Middeleeuwen wist het klooster een grondbezit van meer dan 4.000 ha op te bouwen. Landerijen en boerderijen lagen verspreid over heel Noordelijk Oostergo, van Leeuwarden tot aan Schiermonnikoog.
Gedurende de Tachtigjarige Oorlog, rond 1580, kwam een einde aan het kloostercomplex. Op last van de Staten van Friesland werd het complex ontmanteld, waarbij de opstallen werden gesloopt, de wallen geslecht en de grachten gedempt.
Een van de redenen voor sloop was dat men vreesde dat het complex door Spaanse troepen zou worden gebruikt als vesting. Hier wraakte zich het weerbare karakter van het voormalige kloostercomplex. Vanaf 1858 viel de terp waarop het klooster lag ten prooi aan terpafgavingen. Tot 1942 werden vele tonnen vruchtbare terpaarde afgegraven en afgevoerd. Tijdens de afgravingen konden in de periode 1939-1941 door Albert Egges van Giffen opgravingen worden gedaan.
Met het opruimen van de resten van het klooster verdween evenwel niet de belangstelling voor het complex. Klaarkamp staat nog steeds in de belangstelling van velen. Dit geldt niet alleen voor (bouw)historici en archeologen, maar vooral voor inwoners van de gemeente Dantumadeel.
Dit heeft onder andere geleid tot de oprichting van de Stichting Klooster Claerkamp. Deze stichting beijvert zich al jaren om het kloosterverleden zicht- en beleefbaar te maken.
In 2008 is het zuidelijke deel van het kloostercomplex aangewezen als archeologisch rijksmonument.
De resultaten van de opgravingen van Van Giffen, gecombineerd met het feit dat complex een belangrijk ‘lieu de memoire’ is, vormden de basis hiervoor. In september 2010 is een waarderend onderzoek uitgevoerd op het noordelijke terreindeel en zijn enkele sleuven gegraven op het zuidelijke deel. Het archeologische onderzoek komt deels voort uit vragen vanuit de gemeente Dantumadeel en de provincie Fryslân ten aanzien van randvoorwaarden voor eventuele toekomstige inrichtingsmaatregelen, en anderzijds uit de vraag naar de fysieke en inhoudelijke kwaliteit van het noordelijke terreindeel in verband met een mogelijk uitbreiding van het beschermde areaal. Het onderzoek heeft uitgewezen dat zich in het noordelijke terreindeel verschillende grondsporen bevinden, waaronder greppels/sloten, grachten, kuilen en funderingsresten, daterend uit de kloosterperiode en de periode daarna. Deze sporen hangen waarschijnlijk samen met bebouwing op en het gebruik van dit terreindeel. De sporenconcentratie wordt begrensd door een 17 m brede gracht. Lees het gehele rapport als pdf via de site van RCE.