Posts tonen met het label Niawier. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Niawier. Alle posts tonen

woensdag 9 augustus 2017

Kerkmuseum te Jannum met sarcofagen en zuil uit Niawier

Onlangs had ik op de terugweg van een weekendje Wad en Schiermonnikoog nog even tijd om het oude kerkmuseumpje van Jannum te bezoeken. Het minuscule terpdorpje is prachtig gelegen in een weids landschap, een kleine 10 kilometer ten westen van Dokkum.

Je auto moet je parkeren op een parkeerplaats buiten de terp, waarna je via een lange, door bomen
omzoomde, weg de kleine heuvel oploopt.
Een boerderij en een paar kleine huisjes vormen samen met de 13e eeuwse Romano-gotische kerk het hele dorp.
De kerk is opgetrokken uit rode baksteen, kloostermoppen, die een relatie met het ooit nabijgelegen klooster Klaarkamp te Rinsumageest doen vermoeden, maar waarschijnlijker is dat het een dochterkerk van de Rinsumageester kerk is.

Op het kerkhof liggen diverse sarcofagen, maar ook binnen in de kerk vind je enkele hele bijzondere grafkisten. De kerk doet dienst als een uithof van het Fries museum, waardoor de uitgestalde cultuurgoederen uit alle delen van de provincie komen.

Kapiteel uit klooster Sion, Niawier, ca 1200
Een bijzonder stuk is de zuil of kapiteel van ca. 1200 die afkomstig is uit het voormalige klooster Sion bij Niawier. De bovenste helft is versierd met druiventrossen die aan zware ranken hangen en daaronder vier op vogels lijkende dieren met achterlijven die aan draken doen denken, mogelijk griffioenen.

Ook is er een luidklok uit Schillaard met gietjaar 1284, waarmee het een van de twee oudst gedateerde klokken van Nederland is!
Maar ook de buiten hangende kerkklok in de klokkenstoel is oud: van 1489, en gegoten in opdracht van Hendrik Sidsz Bottinga, hoofdeling te Rinsumageest.

Vanwege hun kostbaarheid konden alleen rijken vroeger zich een stenen doodskist veroorloven. Een bijkomend voordeel was dat de kist binnen de familie steeds opnieuw gebruikt kon worden. Uit de kronieken van P. Winsemius blijkt dat er ook nog een ander praktisch nut was rond de 13e eeuw. Hongerige wolven teisterden de streek. 'Dit gedierte dede niet alleen schade 't gewass, Schapen, Vee ende alles wat op den Velde was, maar 'snachts ende andersins sich begevende in Kerck-hoven, ruykende de menschelijcke lichamen, hebben die graven geopent, ende die holten kistkens, licht tsamen geslagen, van malcanderen gescheurt ende verstorvenen opgegeeten'.

De meeste sarcofagen in Friesland zijn gemaakt van rode bont-zandsteen uit de Vogezen. Een kleiner aantal is van gele bontzandsteen uit de omgeving van Bentheim.
De vroegste sarcofaagdeksels zijn versierd met geometrische motieven. Later verschijnen christelijke symbolen als kruizen, kromstaven en gestileerde wijnranken. Dan pas volgt de afbeelding van een menselijke gestalte. In Jannum vormt de kromstaf de meest voorkomende versiering, het symbool van de Goede Herder, Christus.
Altaarstenen, grafstenen, doopvonten, koorhekken, klokken en sarcofaagdeksels uit de Friese plaatsen Jannum, Stavoren, Bilgaard, Hijum, Beets, Blesdijke, Sloten, Wons, Cornwerd, Lutkewierum en Oudkerk zijn in het kerkmuseum te bewonderen.

Bij het kerkmuseum kunt u ook een leuk boekje kopen waarin alle erfgoedstukken beschreven staan.
Doopvont, gele zandsteen, Jellum, ca 1200

dinsdag 28 juni 2016

Pytter Geerts Zijlstra kon de kolere krijgen

De broer van mijn directe voorvader Jogchum Geerts Zijlstra, Pytter, die in 1803 in Niawier geboren werd, was ik in mijn genealogische naspeuringen een tijdje kwijt.
Uiteindelijk vond ik toch nog aardig wat details van zijn woelige leven, door met enige regelmaat zijn
naam online in te typen in zoekmachines of zoekvelden van archief-websites.

Pytter Geerts Zijlstra is geboren op 4 december 1803 in Niawier, als zoon van Geert Jochems Zijlstra en Gertje Pieters van der Herberg. Pytter is overleden op 13 oktober 1847 in Amsterdam, 43 jaar oud. Pytter trouwde, 38 jaar oud, op 29 juni 1842 in Amsterdam met Jacoba (Koosje) Krans, 30 of 31 jaar oud. Koosje is geboren in 1811 in Zwolle, dochter van Willem Krans en Johanna Ruisink.
Van beroep was Pytter stalknecht en sjouwer. Hij was gelegerd in Zwolle, blijkens volgende acte bij Tresoar: RAF Nadere toegang 42.01: Memories van Successie, kantoor Dokkum (deel 1 1818-1839) FAF/VAF blz. ...
Inv.nr.akte: 3003/093
Voornaam: Aukje,
Patroniem: Saskers,
Familienaam: ----
Woonplaats: Niawier, Overlijdensdatum: 22-02-1823, Onroerend goed: nee,
Opmerkingen: moeder van Sake, gardenier Engwierum, Janke (vrouw van Freerk Roelofs, arbeider Morra) en wijlen NN Pieters (vrouw van Geert Jogchums, voerman Niawier; moeder van Pieter, curassier in garnizoen Zwolle en minderjarige Aukje, Bauke en Jogchum Geerts). 
Een kurassier is een "antieke" cavalerist met helm en kuras (een borst- en rugharnas, bestaande uit een aangegespte plaat vlgs. Van Dale).

Ik had ook nog een oude aantekening, waarvan ik de bron niet meer kan herleiden: Mogelijk deelnemer aan Tiendaagse Veldtocht in 1831 en geëerd met het Metalen Kruis: Register/Militair stamboek 692, Folio 117.
Wel staat er bij Nationaal Archief een Pieter Zijlstra in Militaire Stamboeken.
Hij komt op een gegeven moment in Amsterdam terecht. Hier overlijdt hij op 43-jarige leeftijd, op 13 oktober 1847, in het Binnengasthuis aan de Oudezijds Achterburgwal 237 aan een dodelijke ziekte. In die tijd heerste een cholera-epidemie in Amsterdam.
Er is sinds kort een prachtig interactief kaartje online beschikbaar die het verloop van de cholera in 1866 in Amsterdam visualiseert: Kolerekaart.

Wat hem bezielde om ‘ver weg’  in Amsterdam te gaan leven is nog een beetje onduidelijk. Met zijn vrouw Jacoba (Koosje) Krans woonde het gezin in de Kerkstraat 104 (naast/bij de Franse manege), Weesperstraat 48 en 103 en Lijnbaansgracht 53 te Amsterdam. Vanaf 1845 en na het overlijden van Pytter ontving Koosje bedeling als huiszittende arme van de Amsterdamse regenten. Dit duurde tot en met de winter van 1855.

Kinderen van Pytter Geerts Zijlstra en Jacoba Krans
1. Cornelia Zijlstra, geboren 16 april 1840 te Amsterdam, (Nieuwe) Kerkstraat 104, overleden op 22 december 1916 te Amsterdam. Was dienstbode en gehuwd op 3 november 1880 met Jan Coenraad Jansen, werkman. Vervolgens gehuwd op 3 augustus 1882 te Amsterdam met Hendrik Jan Emmelot, kruier, weduwnaar van Aaltje Lempke.
2. Pieter Zijlstra, geboren 5 mei 1842 te Amsterdam, Weesperstraat 48, overleden 20 oktober 1848 te Amsterdam
3. Geertje Zijlstra, geboren 14 april 1845 te Amsterdam, overleden 9 november 1871 te Amsterdam.
4. Willem Zijlstra, geboren 21 oktober 1846 te Amsterdam, Lijnbaansgracht 53, overleden 9 november 1846.
5. Alida Zijlstra, geboren 28 december 1847, overleden 14 januari 1848 te Amsterdam.
In 1851 woont Jacoba, als Nederlands Hervormd weduwe, met haar dochters Cornelia en Geertje Zeilstra (!) op de Weesperstraat 103. Ze is inmiddels als werkster aan de slag gegaan. Opvallend is dat reeds 2 kinderen voor het huwelijk geboren zijn. Veel geluk en gezondheid heeft het gezin echter niet gekend.

Nu had ik ook nog een digitale aantekening van een vondst in het Noordhollands Archief te Haarlem, maar daarvan waren destijds geen scans beschikbaar:
198-16 Klapper op naam van de veroordeelden
Persoon in vonnis: Pieter Zijlstra
Vonnisnummer: 214
Rechtbank: Amsterdam
Jaar: 1844
Voornaam: Pieter
Achternaam: Zijlstra
Leeftijd: 42
Rol: Gedaagde
Toegangsnummer: 198 Arrondissementsrechtbank Amsterdam
Inventarisnummer: 16.
Nu ik weer eens probeerde bleken er opeens wel scans beschikbaar te zijn. En het leek inderdaad onze Pieter te zijn!
Op 6 april 1844 moest Pieter samen met zijn maat Heinrich Noordziek vernemen hoe hij werd aangeklaagd en veroordeeld. Vermeld wordt dat hij geboren is in Heerenveen (dat klonk een beetje stoerder dan Niawier denk ik) en knecht is in de Franse Manege en daar ook woont. Die manege was gevestigd in de Plantagebuurt van Amsterdam (waar veel stallen gevestigd waren), aan de Nieuwe Kerkstraat 102. De huidige Hollandse Manege aan de Overtoom lijkt nog veel op het inmiddels afgebroken gebouw.
De aanklacht luidde 'onwillige verwonding' en een straf van 'niet minder dan zes dagen en niet meer dan twee maanden' en een geldboete van tussen de 8 en 50 gulden!

Wat was er gebeurd? Een loslopende hond had vlakbij de Franse manege een man in zijn rechterbeen
gebeten, die daardoor het kind dat hij in zijn armen had moest laten vallen. En deze had door de heelmeester verzorgd moeten worden! De hond stond volgens getuigen al als vals bekend in de buurt, en in plaats van de hond weg te halen hadden de verdachten om het voorval gelachen. De verdachten zouden de hond zelfs hebben lopen 'aanhitsen' (ophitsen zouden we nu zeggen) en zich brutaal hebben aangesteld!
Uiteindelijk worden ze tot veertien dagen gevangenisstraf en een geldboete van acht gulden veroordeeld. Pieter Geerts Zijlstra kon dus mooi de kolere krijgen!

maandag 9 juni 2014

Index op de floreenkohieren van Oostdongeradeel.

Onze actieve leden zullen de prachtige online bronbewerkingen op onze website wel kennen, maar
Donia Sathe, Oosternijkerk
let op, er komen regelmatig nieuwe bij!
Ons erelid Reinder Tolsma heeft onlangs de floreenkohieren van Oostdongeradeel eens even netjes op een rijtje gezet.
Deze index betreft de namen van eigenaren en gebruikers van alle 325 stemdragende boerderijen in de 13 dorpen van Oostdongeradeel. Bedoeld worden: Aalsum, Anjum, Ee, Engwierum, Jouswier, Lioessens, Metslawier, Morra, Niawier, Oosternijkerk, Oostrum, Paesens en Wetsens.  In totaal worden 6083 regels weergegeven waarbij, alle dorpen  meegerekend, 4058 unieke namen worden vermeld. Gezegd dient te worden dat veel eigenaren in meerdere dorpen voorkomen, voor de gebruikers geldt dat meestal niet.
De floreenkohieren geven de eigenaren, gebruikers, naastlegers, grootte en de grondbelasting weer die voor elke boerderij betaald moest worden. Deze floreenrente gaat terug tot het Register van Aanbreng uit 1511, eigenlijk het eerste floreenkohier. In 1700 worden de floreenkohieren vernieuwd waarna in 1708 en daarna iedere 10 jaar de kohieren worden aangepast. Het jaar 1808 wordt overgeslagen maar daarna lopen de kohieren door tot 1858, het jaar waarin ook de kadastrale nummers per boerderij worden weergegeven waardoor localisatie van de boerderij mogelijk wordt. Via de “Kadastrale en Pre-kadastrale atlas van Friesland, deel 17 Oostdongeradeel, is dat door de Fryske Akademy in boekvorm uitgegeven en op internet te raadplegen via HisGis. Zo is in veel gevallen bezitsgeschiedenis van een boerderij van 1511 tot 1858 te volgen.
Het belang van de floreenkohieren voor de hedendaagse onderzoeker is velerlei. Omdat op de genoemde boerderijen ook het stemrecht in dorps- en grietenijzaken rustte,  kan worden nagegaan wie er in dorp en grietenij veel te zeggen had. Zo koopt secretaris Wilhelmus Bergsma rond 1750 veel boerderijen op waarna hij het land verkoopt en het hornleger, waarop het stemrecht rustte, voor zichzelf houdt. Het valt ook op dat er in veel dorpen een geregelde opvolging in eigenaren voorkomt. Een veel geziene is: Wilco van Holdinga, weduwe Schwartzenbergh, Ernst van Aylva, Hans Hendrik van Haersma, Sjoerd Talma, Wilhelmus Bergsma, diens weduwe, Johannes Casparus Bergsma, Petrus Adrianus Bergsma; zij bestrijken de periode 1700-1828. Vooral in het dorp Wetsens is dit duidelijk het geval, genoemde personen waren dus in dat dorp de baas en hadden daardoor stemrecht in de grietenij Oostdongeradeel.
Voor genealogen is ook veel uit deze index te halen omdat de gebruikers worden genoemd. Soms is iemand te volgen op meerdere boerderijen, een enkele keer in meerdere dorpen. Soms wordt een boerderij generaties lang door dezelfde familie gebruikt, maar er zijn ook boerderijen die vrijwel elke tien jaar een andere gebruiker hebben.

De index heeft wel een paar nadelen.
-de kohieren werden om de 10 jaar opgemaakt, als iemand in de tussenperiode op een boerderij zat, wordt hij niet genoemd (de juiste jaren dat iemand op een boerderij zat, kunnen gevonden worden in de reeelkohieren die vrijwel van elk jaar beschikbaar zijn: nummer van floreen- en reelkohier zijn gelijk)
-het kohier van 1808 ontbreekt
-niet altijd kan het kohier vertrouwd worden of is duidelijk wie er bedoeld wordt. Zo worden de leden van de familie Van Haersma aangeduid als: grietman Haarsma, kapitein van Haersma, Heere Haersma, mevrouw Haersma, H.H. van Haersma, enz. Soms zijn vermeldingen aantoonbaar onjuist. Daarnaar zal verder onderzoek nodig zijn.

De kolommen hebben de volgende betekenis:
A.    Plaats
B.    Nummer van de boerderij
C.    Eigenaar (e) of gebruiker (g) of eigenaar/gebruiker (e/g)  van de boerderij
D.    Jaren waarin deze persoon voorkomt
E.    De eerste keer dat de boerderij genoemd wordt, staat hier de grootte in 1640 en 1700, de floreenrente, de naam van de boerderij, sommige toponiemen en verdere bijzonderheden. De vermelding uit het jaar 1640 komt uit het Stemkohier
Wat de schrijfwijze betreft is zoveel mogelijk uniformiteit betracht, dus niet alle vormen van Pijter, Pijtter, Pyter, Pytter enz. die in de kohieren voorkomen, maar steeds: Pyter, Rienk, Freerk, Claas enz.

dinsdag 15 april 2014

Niawier enthousiast over ledendag Historische Vereniging Noordoost-Friesland

Onder een prettig voorjaarszonnetje kwamen de leden van de Historische Vereniging Noordoost-Friesland bijeen voor de eerste ledendag van 2014, in dorpshuis Nij Sion te Niawier. Het dorp tussen Dokkum en de Waddenzee heeft een interessant verleden met het klooster Sion. Nog vele namen en plekken in het dorp herinneren aan dit klooster dat in de tijd voor de reformatie een van de vele in Friesland was. Zoveel zelfs dat het de provincie was met de meeste kloosters van allemaal!
Het feit dat Bonifatius in 754 na Christus met bruut geweld tot staan gebracht werd weerhield blijkbaar uiteindelijk de bisschoppen niet van een grondige kerstening van het voorheen weerbarstige gebied.
Maar na de reformatie, waarbij de eigendommen van de kloosters rond 1580 geconfisceerd werden en het
Oud-voorzitter Jan Walda met kloostermop
katholicisme officieel verboden werd (ook dat gebeurde grondig) bleef er weinig over van deze eertijds roemruchte plaatsen van devotie. Daarbij hoorde ook het in cultuur brengen van het land door de aanleg van dijken, het houden van vee en verbouwen van gewassen. Daarvoor werden echter met name lekenbroeders ingeschakeld, omdat de nonnen en monniken het vooral erg druk hadden met bidden.
Na de nodige verenigingsinformatie, waarbij in het kader van onze ANBI-erkenning (ja, u kunt belasting-gunstig aan ons schenken!) een beleidsplan gepresenteerd werd en de financiën werden toegelicht, evenals de redactieberichten en een verslag van de webmaster, was het tijd voor onze spreker en redactielid Hilda Bouta. Inmiddels was ook de uitgenodigde dorpsbevolking van Niawier aangeschoven, zodat het toeschouwersaantal ineens verdubbeld was van 50 naar 100!
In een levendig betoog beschreef zij hoe ze onderzoek heeft gedaan naar de familie Bouta/Bolta en de verbanden in en met de Friese adel. Hoogtepunt was de vondst van een religieus boek uit 1561 waarin Teth Bolta ook zelf een klein stukje geschreven lijkt te hebben. Van de maker/schrijver Augustinus van Leeuwarden blijkt uit dezelfde periode nog een boek bewaard te zijn, alhoewel hij toen te Wanswerd woonde.
Er werd gerefereerd aan een boek dat een dag eerder werd gepresenteerd over het voormalige klooster Klaarkamp (eveneens een klooster van de Cisterciënzer, schiere monniken) en dat er nog veel meer kloosters in de omgeving waren.
Voorzitter Haije Talsma noemde het ondersteunen van het initiatief van ons lid Einte Prins om de gesneuvelden bij het demonteren van een zeemijn uit de Tweede Wereldoorlog op passende wijze te herdenken. Mogelijk kunnen we bewaard gebleven en gedemonteerde zeemijnen uit de omgeving hergebruiken. Zowel op Ameland (bij museum Sorgdrager) als in Paesens (in een tuin) schijnt er nog een exemplaar te zijn.
Een van onze gasten had ook een interessante letterlap meegenomen van een dochter van de molenaar van Lioessens, Jeppe Harmens, van rond 1725. De lap vertoonde vele (regionale) overeenkomsten met een lap van Hilda Bouta maar had ook wel degelijk heel specifieke figuren en initialen. Doede Douma en Reinder Tolsma konden al de nodige aanvullende informatie geven over dit geborduurde familieverhaal!
Na de lekkere lunch nam onze oud-voorzitter Jan Walda het woord om een korte toelichting op de geschiedenis van Niawier en het klooster Sion te geven. Bij de kerk (zie het korte filmpje) is een oude priorzerk bewaard en op het voormalige kloosterterrein waar nu de boerderij/ pleats Kleaster Sion staat zijn ook nog resten van kloostermoppen teruggevonden. Een oude muur met blauwe verf in de boerderijschuur lijkt hiermee ook een link te hebben.
Na de excursie verzamelden de leden zich weer in het dorpshuis voor een afsluitend drankje. De stapel nieuwe boeken over het klooster Klaarkamp was binnen enkele minuten uitverkocht!
Ook de Sneuper 100, een boekwerk met tientallen foto's van alle dorpen in de Dongeradelen (nu in de aanbieding!) en Op de Praatstoel 2 vonden gretig aftrek. Mocht u ook Op de Praatstoel 1 nog willen nabestellen, laat het ons dan snel weten!


zondag 13 april 2014

Klooster Klaarkamp, middeleeuws klooster in Noordoost Friesland

Door Arjen Dijkstra, Nes.
Deze week stond voor een belangrijk deel in het teken van kloosters. Was er op zaterdag 12 april de lezing van Hilda Bouta over Teth Bolta uit het klooster Sion te Niawier, op de vrijdag ervoor was er al een voorproefje.  De Stichting Klooster Claercamp en de provincie Fryslân nodigde ons uit om aanwezig te zijn bij de presentatie van het 10e themaboek in de reeks Archeologie in Fryslân in het archeologisch steunpunt op de locatie van het voormalige klooster Klaarkamp bij Rinsumageest.

De middag werd geopend door Jannewietske De Vries, gedeputeerde Cultuur en Erfgoed van de provincie Fryslân. Zij deed een korte inleiding, waarbij ze refereerde de rol van de Staten van Friesland in 1580. Door het confisqueren van kloostergoederen werd een einde gemaakt aan de hoge kloosterdichtheid in Friesland. De taken van de Provinciale Staten van het hedendaagse Fryslân zijn van een heel andere orde, zo constateerde zij.

Overigens speelde de abt van Klooster Klaarkamp op dat moment wel een rol in bestuurlijk Friesland. Aan Ton Stierhout van de Stichting Klooster Claercamp werd een vlag overhandigd, die alleen gebruikt mag worden door archeologische steunpunten. Het Kloostermuseum is daarmee het 11e archeologische steunpunt in Fryslân.

Daarna ontving abt Alberic Bruschke van de Cisterciënzer Abdij Sion te Diepenveen het eerste exemplaar uit handen van Jannewietske de Vries. De abt vertelde dat hij het bijzonder vond om hier te zijn. Claercamp was uiteraard  een klooster van zijn Cisterciënzer Orde, maar is ook naamgever van Schiermonnikoog en moederklooster van vrouwenklooster Sion te Niawier. De abdij van Sion gaat zich vestigen op Schiermonnikoog. Daarmee is de cirkel rond.

Erwin Boers, auteur van het boek, leidde zijn boek in. Toen hij werd gevraagd om dit boek te schrijven, werd hij er door verrast dat er nog niemand een boek over het befaamde Claercamp had geschreven. Toen hij na zijn speurtocht de puzzelstukjes in elkaar wilde schuiven, kreeg hij een idee waarom. Er is veel tegenstrijdige informatie bekend over het klooster. Was het nu wel of niet het eerste bakstenengebouw van Nederland? Het Klooster is gesticht in 1165 als abt Eyso met 12 monniken zich hier vestigt. In de bloeiperiode woonden en werkten er meer dan 700 monniken en lekenbroeders in het machtige klooster. Het was eigenlijk een ‘multinational’ met diverse dochterkloosters in Niawier, Bolsward, Aduard en Gerkesklooster. In 1580 werden de kloostergoederen overgenomen door de provincie.

Het boek  Klaarkamp, Middeleeuws klooster bij Rinsumageest, schiere monniken in noordelijk Fryslân,  is verkrijgbaar in de boekhandel voor slechts € 15,90. 

Het Kloostermuseum is geopend van april t/m oktober, op zaterdag en zondag van 13-17 uur. Van november t/m maart alleen op zondag. Andere dagen alleen op afspraak. Ook groepen zijn welkom.

maandag 28 januari 2013

Kostbaar boek uit 1561 ontdekt, geschreven in klooster Sion door Teth Bolta

Van Cisterziënzer klooster Sion in Niawier is niet veel meer te zien. Vorig jaar is er nog archeologisch onderzoek gedaan op de plaats waar het tot rond 1880 gestaan heeft. Er was alleen toestemming om voorzichtig ondiep te graven, omdat het een Rijksmonument is. Omrôp Fryslân heeft er een interessante uitzending aan gewijd.

Er is een zerk bewaard gebleven van prior Johannes Cuyck van 1569, die nu op het kerkhof ligt.

Verder is er niet veel wat van het klooster bewaard gebleven.



Hilda Bouta ontdekte een interessant boek in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag (*1). Niet veel mensen weten van het bestaan af van dit boek.(*2) Het is gemaakt door Teth Bolta, non in Syon, die in 1561 dit boek heeft laten schrijven voor de nonnen van het Cisterziënzerklooster, bij hande van  Augustini Hendrick zoen van Lewerden.

Het is een prachtig boek met een oude houten band, overtrokken met donker leer, met koperbeslag op de hoeken en een koperen slot. De leren voor- en achterkant zijn ingeprent met vele afbeeldingen van heiligen, voor en achter met dezelfde afbeelding. De binnenkant bevat 129 bladzijden van perkament, met tekst in handschrift met rode en grijze hoofdletters als versiering.
Het is een Ordinarius, die begint met een jaarkalender, waarna de liturgische zaken worden beschreven, zoals die het jaar door moeten gebeuren.
Als Teth Bolta in 1561 het boek wil schrijven is ze non in klooster Sion. Ze láát het opschrijven . Waarom doet ze het niet zelf? Ze komt uit een familie, waar veel mannen wel kunnen lezen en schrijven en waarin diverse studenten bekend zijn, die in het buitenland studeerden. Maar of de vrouwen het ook konden, is niet bekend. Het kan ook goed zijn dat zij door lichamelijke ongemakken van de ouderdom, slecht zien of reumatiek, het overgelaten heeft aan Augustini Hendrick zoen. Deze heeft het later in 1566 nog eens overgeschreven.(*3). Toen woonde hij in Wanswert.
Als in 1580 alle kloosters gesloten moeten worden draagt  zuster Ansck Luytzedr. het bezit van klooster Sion over aan de Staten van Friesland. Teth Bolta is dan waarschijnlijk al overleden.

Ze heeft een prachtig boek achtergelaten, waar Niawier trots op kan zijn.

In ons verenigingsblad De Sneuper komt een uitgebreidere reportage over deze voor onze regio bijzondere vondst!

*1 Koninklijke Bibliotheek Den Haag; KW KA 34 Ordinarius

*2 Het is genoemd door Jos M.M.Hermans in De Vrije Fries 70 (1970) pag. 10

*3 Deze kopie was in 1964 in de Prov. Bibliotheek Leeuwarden.