Posts tonen met het label archeologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label archeologie. Alle posts tonen

zondag 26 maart 2017

Friesland promotie aan de Cote d'Azur deze zomer

Naast het vrijwilligerswerk voor de Historische Vereniging Noordoost-Friesland en jaarboek De Vrije Fries heb ik vorig jaar ook met George Homs en Wibo Boswijk de Tinco Lycklama Foundation opgericht. Inmiddels heeft deze officieel de ANBI-status.

De stichting brengt het opmerkelijke leven van de Friese jonkheer Tinco Lycklama a Nijeholt (1837-1900) uit Beetsterzwaag in beeld. Op de langere termijn zullen ook andere levensverhalen op multimediale wijze gepresenteerd worden.

Uitgangspunt is het digitaliseren van archivalia die op verschillende plekken verspreid liggen. Zo hebben we inmiddels vele foto's uit de 19e eeuw, 150 brieven van en aan Tinco (met behulp van de familie van kenner Ernst Huisman) en diverse archiefstukken gedigitaliseerd.

Tinco is na zijn jeugd in Friesland gaan studeren in Utrecht en Groningen (bij Vindicat was hij ook praeses van de muziek- en schietvereniging, in 1856/57) en is daarna gaan reizen via Rusland, de Kaukasus en het Midden-Oosten (o.a. Irak, Iran, Syrië en Israel), van 1865-1868.
In Jeruzalem liet hij zich bekeren tot het katholieke geloof.

Na terugkomst richtte hij in het Eysingahuis te Beetsterzwaag een Oriëntaals museum in, dat hij echter binnen 2 jaar weer sloot en in zijn geheel verplaatste naar het Franse Cannes aan de Cote d'Azur, toen nog een slaperig vissersstadje. Zijn collectie aan archeologische vondsten, schilderijen (o.a. uit de Perzische Qajar-dynastie) en persoonlijke eigendommen vormden daarmee de basis van het stadsmuseum boven op de heuvel: Musee de la Castre.

Hij trad op 21 juli 1875 te Oosterhout in het huwelijk met de katholieke Juliana Agatha Jacoba thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg (Oosterhout, 11 juni 1845 - Leeuwarden, 11 juni 1914), dochter van Gemme Onuphrius Tjalling Burmania, baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg (1806-1862) en Hendrika de Hoogh (1803-1880).

Tijdens zijn leven aan de Franse kust organiseerde hij grote gekostumeerde bals, waar de creme de la creme van de toenmalige high-society aan deelnam. Hij liet die feesten ook op diverse schilderijen vastleggen. In de binnenstad liet hij, de nu nog bestaande, Villa Lycklama, Villa Burmania en Villa Eritia (de naam van zijn zus) bouwen, welke vlakbij de huidige Rue Lycklama liggen.
Zijn reisavonturen legde hij vast in vier kloeke delen van in totaal 2200 pagina's Franstalige tekst. Ook schreef hij diverse muziekstukken. Deze hebben we onlangs herontdekt in de nationale bibliotheek in Parijs en zouden we graag weer ten gehore willen brengen. Een klein stukje van de mars Gardes de Persepolis hebben we inmiddels laten digitaliseren.

In Friesland zijn diverse katholieke kerken, gebouwd door de beroemde architect Pierre Cuypers, door Tinco en zijn echtgenote gefinancierd (o.a. de RK kerk van Sneek), evenals het Bonifatiushospitaal dat inmiddels is opgegaan in Medisch Centrum Leeuwarden.
Zelfs de mozaïekvloer in de beroemde basiliek van Oudenbosch bij Breda is door het Friese echtpaar betaald!

Het plan is om een deel van de collectie uit Cannes in 2018, in het kader van Leeuwarden 2018 Culturele Hoofdstad, terug te halen naar Beetsterzwaag. Daarbij onderzoeken we of de locatie Hoofdstraat 17, waarin o.a. het atelier van de vermaarde beeldhouwster Eja Siepman van den Berg, een optie voor het vestigen van een pop-up museum kan zijn.
Ook wordt door diverse plaatselijke groepen zoals de Stichting Historisch Beetsterzwaag, Cultbee, kunsthuis Syb , stichting Beekdal Koningsdiep, Jelle Krol en de Tropische Kas, initiatief genomen om rond Tinco activiteiten te gaan ontplooien.

De komende tijd zal vooral in het teken staan van fondsenwerving (donaties welkom!) en organisatie. Zowel het digitaliseren van de muziekstukken, de tentoonstelling in Beetsterzwaag als het schrijven van een Tinco-biografie (i.s.m. Prof.Dr. Yme Kuiper) zal gefinancierd moeten gaan worden. Een behoorlijke klus dus, waarbij we nog best wat hulp kunnen gebruiken!

Afgelopen week is de eerste mijlpaal bereikt met het officiële persbericht van de burgemeester van Cannes over de tentoonstelling in Musee de la Castre waar onze Tinco Lycklama Foundation aan meewerkt: “Le Fabuleux Voyage du Chevalier Lycklama en Orient (1865-1868)“, die van 8 juli t/m 29 oktober 2017 in Cannes (zomervakantie!) gehouden zal worden.

De Leeuwarder Courant berichtte er ook al over: Cannes zet Friese edelman in de schijnwerper.

woensdag 15 april 2015

Dokkumer kaart uit 1550 bewijst nut bij archeologische opgraving middeleeuwse binnenhaven

Kaart Dokkum 1550, Van Deventer
Uit archeologisch onderzoek tussen het Zuiderbolwerk en de Strobossersteeg in Dokkum blijkt dat de structuren van een oude middeleeuwse binnenhaven nog in de grond aanwezig zijn. Ter hoogte van parkeerterrein de Acht Zaligheden zijn onder andere kademuren, grachtvulling, beschoeiing en oudere terplagen ontdekt, die erop wijzen dat er op deze plek ooit een gracht met een binnenhaven is geweest. Via ’t Nauw kwam de gracht uit op de Baantjegracht.

De gracht met binnenhaven staat aangegeven op een historische tekening van 1550 (van Van Deventer). De gracht is dus vóór 1550 en waarschijnlijk in de middeleeuwen aangelegd, toen Dokkum nog een belangrijke zeehaven was. Naast de kademuren en beschoeiing zijn er bij de recente graafwerkzaamheden ook verschillende voorwerpen zoals aardewerkscherven en objecten van leer en glas aangetroffen. Deze voorwerpen dateren van na 1500 en zijn daar vermoedelijk met het dempen van de gracht terecht gekomen. Uit historische kaarten blijkt dat de gracht aan het begin van de 20e eeuw is gedempt.

In een periode dat vaarwegen de belangrijkste verbindingen waren, zal deze haven een belangrijke functie hebben gehad voor het omliggende gebied in het zuidelijke deel van de binnenstad. Op een kadastrale kaart uit 1832 is zichtbaar dat langs de Strobossersteeg vooral gebouwen voor de opslag van goederen stonden. Aan het begin van de 20e eeuw stonden er acht (kleine) woningen, oftewel acht zaligheden, aan de Strobossersteeg. Deze naam is later gebruikt voor het huidige parkeerterrein.

Het archeologisch onderzoek werd uitgevoerd in verband met de aanleg van ondergrondse containers
Kademuur
aan de Strobossersteeg en riolering bij parkeerterrein de Acht Zaligheden. Vanwege de diepe graafwerkzaamheden die hiermee gepaard gaan en de historische locatie waarop deze plaatsvinden, was een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Het onderzoek werd uitgevoerd onder leiding van archeoloog Elma Schrijer van ingenieursbureau MUG.

Update: Piet de Haan meldt: over de 'gevonden gracht'. Dat dempen gebeurde al voor 1887 en niet in de 20e eeuw. Het was ook niet een verrassende vondst. Het dempen is eigenlijk een combinatie van enerzijds de volksgezondheid die toen op kwam en anderzijds de ruimte die de stad Dokkum nodig had. Dit doodlopende stuk van het grachtje met stilstaand water was een open riool. Niet veel later werd de gracht, zeg maar het open riool, op de Oostersingel ook gedempt.
Je kunt op de kaart van Van Deventer ook zien dat dit oorspronkelijke grachtje niet direkt met de Ee in verbinding stond. Pas ruim ten westen van de stad kon je in de Ee komen. Later, na of bij de aanleg van de Bolwerken werd er een direkte verbinding gemaakt met het Klein Diep. Dit grachtje had niet echt een naam maar komt wel eens voor als Binnendiep net zoals als het kleine grachtje in het noordelijke deel van de stad. Vandaag de dag noemen ze het verbindingsgrachtje  'De Wortelhaven'.

zondag 25 januari 2015

Expositie Museum Admiraliteitshuis: Dood in Dokkum, graven in de Bonifatiusterp

In het museum Admiraliteitshuis te Dokkum is t/m maart 2015 de expositie ‘Dood in Dokkum, graven in de Bonifatiusterp’ te zien. Met als onderwerp de geschiedenis van de Markt in Dokkum.

De Markt is nu een niet heel erg aantrekkelijk plein waar veel auto’s parkeren. Maar het oudste gebouw van Dokkum, de Grote of Sint Martinuskerk, staat er als resultaat van een ontstaansgeschiedenis die zijn weerga niet kent in Friesland. Hier werd namelijk na de dood in 754 van Bonifatius en zijn gezellen een groot platform gemaakt van kwelderzoden. Niet alleen als een soort landmark voor de martelplaats, zoals katholieken dat noemden, maar ook om het gedachteniskerkje te vrijwaren voor overstromingen.

De expositie laat de veranderingen zien die deze plaats in de loop der eeuwen onderging. Op de martelplaats werd een houten kerkje gebouwd, al gauw omringd door een kerkhof; het eerste kerkje werd vervangen door grotere kerken van steen; er kwam een klooster dat weer afgebroken werd aan het einde van de 16de eeuw; en ga zo maar door.

De subtitel van de expositie verklapt dat de nadruk ligt op archeologie, wat is er gevonden tijdens opgravingen en wat vertelt ons dat. Zo zijn er opgravingstekeningen te zien, eeuwenoude grafkisten met hun inhoud en resten van grafzerken. Maar ook bouwfragmenten van het oude klooster, afbeeldingen van de grote abdijtoren die er tot 1830 stond en resten van het prachtige Gotische steenhouwerswerk dat de parochiekerk eens sierde.

De expositie begint met de uitleg over het gebruik van kwelderzoden voor verhogingen in het landschap en middeleeuwse woningen en eindigt met foto’s uit de tijd rond 1900, toen de Markt nog een echte veemarkt was, geplaveid met kinderkopjes en met het café De Beurs als beeldbepalend element aan de zuidzijde.

Een aansluitende lezing is in het Hellinghûs te Dokkum op donderdag 29 januari om 20.00 uur een lezing over uitvaarttechnieken, ondersteund met veel afbeeldingen. De lezing wordt gehouden door Hans Kemperman en sluit aan bij de expositie ’’Dood in Dokkum: graven in de Bonifatius terp’’ die t/m maart te zien is in museum Dokkum.

Dhr. Kemperman uit Terherne was in zijn carrière o.a. prosector (voorsnijder, een ontleder van menselijke lichaam) bij een medische faculteit, betrokken bij lijkopgravingen en lichaamsidentificaties (o.a. de Bijlmerramp en de giframp in Bhopal).

Zijn lezing gaat over verschillende moderne uitvaarttechnieken zoals vriesdrogen en balseming en andere manieren om na het overlijden het menselijk lichaam te bewaren. Hij ondersteund zijn verhaal met veel afbeeldingen.

Het verhaal en afbeeldingen kunnen confronterend zijn.

Aanmelden verplicht i.v.m. beschikbare ruimte en catering. via het contactformulier of bellen naar: 0519 293134

Donderdag 29 januari om 20.00 uur bent u van harte welkom in het Hellingshûs, Zuiderbolwerk 79, Dokkum. De kosten zijn voor donateurs € 4,- voor anderen € 6,- (incl. koffie/thee en iets lekkers).

zondag 13 april 2014

Klooster Klaarkamp, middeleeuws klooster in Noordoost Friesland

Door Arjen Dijkstra, Nes.
Deze week stond voor een belangrijk deel in het teken van kloosters. Was er op zaterdag 12 april de lezing van Hilda Bouta over Teth Bolta uit het klooster Sion te Niawier, op de vrijdag ervoor was er al een voorproefje.  De Stichting Klooster Claercamp en de provincie Fryslân nodigde ons uit om aanwezig te zijn bij de presentatie van het 10e themaboek in de reeks Archeologie in Fryslân in het archeologisch steunpunt op de locatie van het voormalige klooster Klaarkamp bij Rinsumageest.

De middag werd geopend door Jannewietske De Vries, gedeputeerde Cultuur en Erfgoed van de provincie Fryslân. Zij deed een korte inleiding, waarbij ze refereerde de rol van de Staten van Friesland in 1580. Door het confisqueren van kloostergoederen werd een einde gemaakt aan de hoge kloosterdichtheid in Friesland. De taken van de Provinciale Staten van het hedendaagse Fryslân zijn van een heel andere orde, zo constateerde zij.

Overigens speelde de abt van Klooster Klaarkamp op dat moment wel een rol in bestuurlijk Friesland. Aan Ton Stierhout van de Stichting Klooster Claercamp werd een vlag overhandigd, die alleen gebruikt mag worden door archeologische steunpunten. Het Kloostermuseum is daarmee het 11e archeologische steunpunt in Fryslân.

Daarna ontving abt Alberic Bruschke van de Cisterciënzer Abdij Sion te Diepenveen het eerste exemplaar uit handen van Jannewietske de Vries. De abt vertelde dat hij het bijzonder vond om hier te zijn. Claercamp was uiteraard  een klooster van zijn Cisterciënzer Orde, maar is ook naamgever van Schiermonnikoog en moederklooster van vrouwenklooster Sion te Niawier. De abdij van Sion gaat zich vestigen op Schiermonnikoog. Daarmee is de cirkel rond.

Erwin Boers, auteur van het boek, leidde zijn boek in. Toen hij werd gevraagd om dit boek te schrijven, werd hij er door verrast dat er nog niemand een boek over het befaamde Claercamp had geschreven. Toen hij na zijn speurtocht de puzzelstukjes in elkaar wilde schuiven, kreeg hij een idee waarom. Er is veel tegenstrijdige informatie bekend over het klooster. Was het nu wel of niet het eerste bakstenengebouw van Nederland? Het Klooster is gesticht in 1165 als abt Eyso met 12 monniken zich hier vestigt. In de bloeiperiode woonden en werkten er meer dan 700 monniken en lekenbroeders in het machtige klooster. Het was eigenlijk een ‘multinational’ met diverse dochterkloosters in Niawier, Bolsward, Aduard en Gerkesklooster. In 1580 werden de kloostergoederen overgenomen door de provincie.

Het boek  Klaarkamp, Middeleeuws klooster bij Rinsumageest, schiere monniken in noordelijk Fryslân,  is verkrijgbaar in de boekhandel voor slechts € 15,90. 

Het Kloostermuseum is geopend van april t/m oktober, op zaterdag en zondag van 13-17 uur. Van november t/m maart alleen op zondag. Andere dagen alleen op afspraak. Ook groepen zijn welkom.

dinsdag 19 november 2013

Lezing donderdag 21 november: Winterjûnenocht in Hiaure

Waarom start Rijksdienst terponderzoek Hiaure?

In de kerk van Hiaure is donderdag 21 november een Dongeradeellezing door Rijksconsulent  Dr. Jos Stöver van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed in Amersfoort.
Stöver is enthousiast over de betekenis van de eerste proefboringen in de Hiauster terp die wellicht wijzen op bewoning in de ijzertijd, ver voor het begin van de jaartelling. Hij schetst een beeld van deze eerste 'Jousters' , wat hen kenmerkt, waarop ze jaagden en of ze wellicht later ook betrokken kunnen zijn geweest bij de onopgeloste moord in 754 op de heilige Bonifatius...

De terpafgraving met archeologisch onderzoek, gaat komend voorjaar in Hiaure van start.

Waar: kerkje Hiaure
Wanneer: donderdag 21 november 2013
Aanvang: 20.00 uur

Wij zorgen weer voor koffie en een warme kachel.

Van harte uitgenodigd, gratis entree, iedereen is welkom!

Stichting Vrienden van de kerk Hiaure
Evt. informatie bij Bert Barten, 0519 220104
Locatie via Google Maps.

dinsdag 5 maart 2013

Vrije Fries 2012, nummer 92, met kloeke Friese geschiedenissen

Op zaterdag 2 maart viel hij weer in de brievenbus: het jaarboek van het Koninklijke Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur en de Fryske Akademy over 2012. Ik maak er graag melding van op dit blog maar het kost toch ongewild nog aardig wat tijd om de informatie op en rijtje te krijgen. Je zou toch mogen verwachten dat op moment van versturen per post er online ook al de nodige informatie beschikbaar zou worden gemaakt. Op zijn minst een inhoudsopgave en een cover. Maar niets is minder waar!
De site van het Fries Genootschap geeft alleen een overzicht van de inhoud vanaf het eerste nummer in 1839 tot en met 2008!
De Fryske Akademy maakt het nog bonter: daar alleen een overzicht t/m 2006. Dan denk je: het zal wel op de site van Afuk staan, die de boekenverkoop doen. Dat is maar deels waar. Sowieso staat er nog niks over 2012, wel over de delen t/m 2011. Echter dat is via de zoekmachine of navigatie van de site bijna niet te vinden. Probeer het maar eens via Vrije Fries of Vrije Fries 2011.

Afijn, genoeg geconstateerd, nu de inhoud. In het eerste hoofdstukje, Van de redactie, wordt een samenvatting gegeven. Leo Verhart beschrijft de verwoede twisten tussen het Rijksmuseum van Oudheden (te Leiden), in de figuur van Jan Hendrik Holwerda, en het Fries Genootschap, vooral in de figuur van P.C.J.A. Boeles.
Nelleke IJssennagger beschrijft de contacten tussen Friezen en Scandinaviërs in de eeuwen rond het jaar 1000. Aan de hand van teksten en voorwerpen behandelt ze de onderlinge conflicten, allianties, handel en uitwisselingen als evenzovele manieren van contact.
Kees Kuiken onderzoekt het boeren-liberalisme in Het Bildt van de grote heren- en vergaderboeren.
Eeltsje Hettinga levert een mooi essay over de poëzie van de vorig jaar overleden schrijver Trinus Riemersma.
Joke Corporaal behandelt in haar artikel de Friese literatuur van o.a. Anne Wadman.
Persoonlijk het meest interessante artikel, gelardeerd met kleurenfoto's, vind ik dat van Saskia Kuus. Zij trekt de stelling van Piet Bakker, auteur van het standaardwerk over de Friese schilderkunst in de Gouden Eeuw, dat vooral adellijke milieus met portretschilderijen uiting gaven aan hun familiebewustzijn, in twijfel. Zij illustreert dit met het voorbeeld van de uit een familie van eigenerfden afkomstige regent Dirk Fogelsangh (1600-1663), die schilders veelvuldig opdracht gaf om hemzelf en familieleden te portretteren.
Justin Kroesen presenteert tenslotte een overzicht van het Friese katholieke kerkzilver uit het tijdperk van de protestantse Republiek, met bijzondere aandacht voor de daarop aangebrachte beeldtaal.

Inhoudsopgave:
- Terug in het land van herkomst, Leo Verhart.
- Friezen en Scandinaviërs in de Vikingtijd, Nelleke IJssennagger.
- Fries katholiek kerkzilver.
- Anne Wadman tussen moeder- en vadertaal.
- Oer de poézy fan Trinus Riemersma.
- De portretopdrachten van Dirk Fogelsangh (1600-1663).
- 'Zijne vrijzinnige denkbeelden omtrent de staatshuishouding'. Bildts protoliberalisme en liberalisme 1814-1851, Kees Kuiken.
- Archeologische kroniek, Ernst Taayke.
- Jaarverslag Koninklijk Fries Genootschap.

vrijdag 15 februari 2013

Schrijfplankje te Dokkum uit tijd Bonifatius

Het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden bezit een dubbel houten schrijfplankje met houten schrijfstift; stilus. In 1986 werd deze bijzondere vondst in Dokkum gedaan die gedateerd is tussen 750 tot 900 na Christus. Het zou dus door iemand gebruikt kunnen zijn die aanwezig was bij de moord op Bonifatius in 754!
Middeleeuwse schoolkinderen leerden in ieder geval lezen, schrijven en een beetje rekenen. De school was vaak aan een kerk verbonden en het geloof vormde een belangrijk deel van het schoolleven. Leerlingen oefenden op houten schrijfplankjes die bedekt waren met was en soms fraai versierd waren aan de bovenkant. Ze krasten er met de scherpe kant van een schrijfstift letters in en veegden die uit met de brede kant. Op de schrijfplankjes schreef men notities, rekeningen, oefeningen en teksten zonder blijvend belang. Moest de tekst langdurig bewaard worden dan gebruikte men perkament. In de vijftiende eeuw verdwenen de wastafeltjes omdat schrijven op papier meer algemeen werd. Doordat schrijfstiften vaak werden verloren, worden ze tegenwoordig veelvuldig teruggevonden. Zie welke vondsten uit Dokkum er nog meer in de collectie van RMO zitten.

donderdag 8 november 2012

Archeologisch onderzoek grafkisten in Dokkum van start

Oude grafkist in museum Admiraliteitshuis te Dokkum
Op de hoek van de Anjelierstraat en de Kloostersingel in Dokkum is op 15 oktober een grafkist gevonden met daarin menselijke beenderen die waarschijnlijk dateren uit de Middeleeuwen. Na de vondst zijn de werkzaamheden onmiddellijk stopgezet en is er een archeologisch onderzoeks- en adviesbureau ingeschakeld. Uit een kort vooronderzoek van dit bureau bleek dat er meerdere grafkisten begraven liggen op de plek waar de werkzaamheden plaatsvinden.

Voor het zorgvuldig opgraven van de vondst heeft de gemeente Dongeradeel samen met de provincie Fryslân een programma van eisen op laten stellen door een deskundig bureau. Er vindt alleen archeologisch onderzoek plaats op de plek waar de nieuwe waterleiding wordt aangelegd. De gemeente Dongeradeel en waterbedrijf Vitens hebben deze week afgesproken dat de werkzaamheden onder begeleiding van een archeologisch bureau gaan plaatsvinden.

Op dinsdag 13 november worden de werkzaamheden naar verwachting hervat. Archeologisch bureau ‘De Steekproef’ heeft de leiding over de graafwerkzaamheden op de locatie. Een ander bureau onderzoekt de vondsten op een later moment in het interprovinciaal depot in Nuis.

De graafwerkzaamheden duren naar verwachting tot en met donderdag 15 november, zodat Vitens waarschijnlijk op vrijdag 16 november kan starten met de aanleg van de waterleiding en het dichten van het gat. De snelheid waarmee de werkzaamheden kunnen worden afgerond is afhankelijk van de uitkomsten van het archeologisch onderzoek.