Posts tonen met het label adel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label adel. Alle posts tonen

woensdag 25 april 2018

Tentoonstelling Tinco Lycklama in Beetsterzwaag, juni-september 2018

Tinco Lycklama: Een Friese jonker in de Oriënt. Zo heet de nieuwe tentoonstelling over het kleurrijke leven van jonkheer Tinco Lycklama a Nijeholt uit Beetsterzwaag, die van 8 juni tot 9 september 2018 gehouden zal worden in het mooie grietenijhuis aan de Hoofdstraat 17 te Beetsterzwaag (open: woensdags tot en met zondags van 11-17 uur).

Wat twee jaar geleden begon als een simpel idee om deze bijzondere man uit de vergetelheid te halen, leidde al snel tot de oprichting van een stichting: de Tinco Lycklama Foundation, onder voorzitterschap van George Homs uit Cannes, met Hans Zijlstra uit Amsterdam als secretaris en Wibo Boswijk uit het Limburgse Brunssum als penningmeester. Ook werd een mooie Raad van Advies bereid gevonden mee te denken. Ons voornaamste doel was het digitaliseren van zijn nalatenschap en het delen van kennis over deze kleurrijke man.

We zochten contact met de mensen die in Beetsterzwaag al onderzoek naar hem gedaan hadden en kwamen uit bij, de nu 95-jarige, Ernst Huisman en zijn dochter Jikke.
Huisman, inmiddels ere-voorzitter van de stichting, was een van de weinigen die oog had voor de nalatenschap van deze laatste mannelijke telg van de adellijke tak van de Lycklama a Nijeholts. Hij redde diverse bijzondere persoonlijke bezittingen van Tinco die anders bij het grofvuil gezet zouden zijn. Vele oude foto's, de in prachtig leer gebonden vier delen van zijn persoonlijke memoires (2200 pagina's in het Frans!) en ruim 150 brieven uit de periode dat hij reisde in de Oriënt (nu in de collectie van Tresoar). De familie Huisman was meteen enthousiast om diverse zaken te digitaliseren.
In Wolvega, waar op het RK-kerkhof de kapel met Tinco's graf zich bevindt, vonden we zuster Matthea Levering, die vertelde over haar bezoeken aan Cannes en de overblijfselen van Tinco en zijn vrouw Juliana Agatha Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg (financierster van het Bonifatiushospitaal en de tegelvloeren van de Leeuwarder Bonifatiuskerk en basiliek van Oudenbosch).
Ondertussen bouwde George Homs in Cannes gestaag aan een mooie internationale website over het leven van Tinco evenals een Wikipedia-pagina en een aparte thematische website over zijn bezoek aan de archeologische vindplaats in het oude Perzië, Persopolis, waar hij in 1865 een bezoek aan bracht.
Ook de regionale pers, waaronder de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad, reageerden enthousiast met uitgebreide artikelen over ons initiatief. In het Ursulinenconvent, internationaal museum voor familiegeschiedenis in het Zuidlimburgse Eysden werd een minisymposium aan hem gewijd.

En uiteindelijk werd men in de Franse badplaats Cannes zelf eveneens wakker geschud. De schenking van de collectie van Tinco Lycklama a Nijeholt had eind 19e eeuw de basis gelegd voor het stadsmuseum van Cannes, Musée de la Castre (bovenop de heuvel die uitkijkt over de mondaine haven). Er was echter nog nooit een specifieke tentoonstelling geweest over het leven van deze grondlegger van het museum.
Homs kwam in contact met de museumdirecteur Christophe Roustan Delatour en samen ontwikkelden ze een plan om een echte tentoonstelling te organiseren met stukken uit de vaste collectie en uit het depot. Naast de prachtige portretschilderijen van Tinco zelf en van zijn gemaskerde bals behoren daartoe ook een collectie Perzische Qajar kunst, schilderijen, textiel en porselein. Topstukken zijn sarcofagen en een gouden masker uit Sidon.
Tinco had op zijn reis van drie jaren die hem via Sint Petersburg en Georgië in Irak, Iran, Libanon en Israel bracht, vele archeologische opgravingen gedaan, naast zijn aankopen op de plaatselijke markten. In Jeruzalem liet de protestants gedoopte Tinco zich zelfs omdopen tot katholiek (en kreeg hij twee extra voornamen: Franciscus Maria). Vele artefacten vonden een plaats op de tentoonstelling, naast het adelsdiploma van Tinco's grootvader en zijn Perzische onderscheidingen die de Tinco Lycklama Foundation op een veiling in München kon aankopen.
Op 8 juli 2017 werd dan ook de tentoonstelling feestelijk geopend, met zo'n 300 belangstellenden uit de Nederlandse gemeenschap aan de Cote d'Azur, waaronder de consul Peter van Santen en burgemeester David Lisnard, die de opening verrichtte van “Le Fabuleux Voyage du Chevalier Lycklama en Orient (1865-1868)“. Tot 29 oktober 2017 kwam een recordaantal bezoekers, ruim 40% meer dan in dezelfde periode van het voorgaande jaar!
Ook een delegatie uit de gemeente Opsterland gaf acte de presence. Burgemeester Ellen van Selm tekende een samenwerkingsovereenkomst met de burgemeester van Cannes en er was een ruime delegatie van de stichting Historisch Beetsterzwaag meegekomen.
Wibo Boswijk had het lumineuze idee om de Friese vlag te laten wapperen op de toren van het kasteel, en zowaar lukte het ons om tijdens het zonnige weekend de Friese pompebledden van de Dokkumer Vlaggencentrale boven de stad te laten wapperen, een unicum!

Het succes van de tentoonstelling in Cannes leidde al snel tot het idee om de collectie in het kader van Leeuwarden/Fryslan 2018, Culturele Hoofdstad van Europa, naar Beetsterzwaag te halen. Klein probleem was alleen dat Beetsterzwaag geen museum heeft. In samenwerking met de plaatselijke stichting Historisch Beetsterzwaag, die het leeuwendeel van de activiteiten op poten heeft gezet, werden plannen gemaakt voor fondsenwerving en het zoeken van een geschikt pand. Het bestuur, onder voorzitterschap van Nardus Huiskes, de zeer actieve penningmeester Heleen Verhage en kundige secretris Sijanda Jelsma, wist de lokale 'mienskip' massaal te motiveren. Hulp kwam hierbij o.a. van Cultbee, Aafje Bohlander-Sinnema en de familie Huisman.
Een prachtige locatie werd gevonden in de galerie van beeldhouwster Eja Siepman van den Berg, het voormalige grietenijhuis aan de Hoofdstraat 17. Schuin tegenover het Eysingahuis, het voormalige woonhuis en oriëntaals museum van Tinco zelf! Later woonde daar nog de schrijver Slauerhoff enige tijd.
Tijdens de tentoonstelling zal een link gelegd worden met de tegenwoordige tijd in Syrië. Deel van de expositie zijn gouaches van archeoloog/kunstenaar/Syrië kenner Theo de Feyter. Ook wordt voor het eerst het bijzondere dagboek van Tinco's timmerman Johannes Mook getoond, die in 1872 met de trein naar Cannes ging om vitrines en apenhokken te bouwen!

Eerder dit jaar werd het culturele jaar in Beetsterzwaag al ingeluid met de opening van de Culturele Hoofdstraat.
En dat er in 2018 veel te doen is moge wel blijken uit het omvangrijke programma van nevenactiviteiten rond de Tinco-tentoonstelling:
Een theatrale busreis door het landschap van Koningsdiep en Boarn doet oa Beetsterzwaag aan voor een ontvangst door een Tinco in kostuum.
Er zijn rondleidingen, wandelingen en een tsjerkepaad. U kunt zelfs vanuit Leeuwarden, Drachten of Heerenveen met de bus op Tinco-excursie!
En wat te denken van een concert-arrangement op dinsdag 31 juli als onderdeel van het Peter de Grote festival?

De familie Lycklama a Nijeholt, zeker de telgen uit de VS en Canada, organiseren zelfs een speciale dag in Beetsterzwaag voor al hun naamgenoten.
Mooi worden ook de opvoeringen van twee muziekstukken die Tinco schreef (die we terugvonden in de Nationale Bibliotheek van Frankrijk te Parijs). Gerenommeerd pianiste Valentina Toth en Lucas van der Vegt zullen dit quatre-mains spelen op 14 juli in de Dorpskerk.

Een hele reeks lezingen belicht gedurende de tentoonstelling de achtergrond en context van Tinco en zijn tijd.
Zelf mag ik op donderdagavond 21 juni daarvoor de aftrap geven, met latere sprekers als Yme Kuiper, Lucas Petit en Bearn Bilker. Prima te combineren dus met een bezoek aan de tentoonstelling en een lekker etentje in een van de vele goede restaurants in de Hoofdstraat. Mooi idee ook om als groep vanuit onze vereniging of een stel vrienden te doen!

Kijkt u ook op de site van LF2018 naar de info over Tinco Lycklama, Een Friese jonker in de Oriënt! De meest uitgebreide info over alle activiteiten vindt u bij Stichting Historisch Beetsterzwaag. Komt allen deze zomer!
Hoofdstraat 17, locatie Tinco-tentoonstelling Beetsterzwaag

donderdag 1 februari 2018

Genealogysk Jierboek 1990-2016 Fryske Akademy nu online

Vanaf vandaag zijn de bekende Genelaogyske Jierboeken (vroeger: Jierboekjes) van de Fryske Akademy online door te bladeren. Het betreft de jaargangen 1990 t/m 2016.

Uiteraard is dit heel goed nieuws voor Friese sneupers met interesse voor genealogie en
streekgeschiedenis.

Om een aantal voorbeelden te noemen die interessant zullen zijn met betrekking tot ons onderzoeksgebied Noordoost-Friesland of bijvoorbeeld maritieme of kunstgeschiedenis:

In Genealogysk Jierboek 2014 de genealogie Binckes/Benckes, waarin de 'vergeten Friese zeeheld' Jacob Binckes voorkomt.

Kwartierstaat Sipkes (Ameland) in Genealogysk Jierboek 2015.

De Dokkumer familie Van Sinderen en Hanya uit Holwerd en grafkelders op het kerkhof van Oudwoude evenals Van der Mey (oa Ternaard) in Genealogysk Jierboek 2009.

Genealogysk Jierboek 2001 met de familie van de Friese admiraal Tjerk Hiddes de Vries.

De familie Eskes uit Kollum (oa bekend van Bote Eskes) wordt in Genealogysk Jierboek 1990 besproken.

Verder, verspreid over diverse nummers, genealogie van Friese adel, zoals Burmania, Lycklama a Nijeholt en anderen.

De mooiste uitgave is eigenlijk wel die van Genealogysk Jierboek 1993, waarin burger-/familiewapens van vele families uit Dokkum en andere plaatsen in Noordoost-Friesland worden getoond, met enkele genealogische gegevens. Gerrit Hesman was de maker van het origineel.

Indexen van oudere jaargangen (die deels nog gedigitaliseerd worden, of anders op papier beschikbaar zijn in de diverse bibliotheken en archieven):
Kortom, een prachtige bron om eens nader te bestuderen. En hopelijk doet u nog een mooie aanvullende vondst voor uw eigen familiegegevens in de Genealogyske Jierboeken online!

zondag 3 december 2017

Brieven van Agatha, jonkvrouwe van Groot Terhorne te Beetgum

Onlangs kwam bij uitgeverij Bornmeer het aardige boekje Geen honinck soet sonder bitter gal uit. In deze nieuwe publicatie worden de brieven behandeld van Agatha Tjaerda van Starckenborgh (1620-1670), stammend uit een oud adellijk Fries geslacht.
Zij was getrouwd met Georg Frederik thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg; het echtpaar woont op Groot Terhorne te Beetgum, of ‘Horn’, zoals zij hun huis zelf noemen. Het is een van de centra van de Friese adel.

Als een rode draad door het verhaal loopt de correspondentie met de Duitse zaakwaarnemer Michael Buschius (Von dem Busch), die voor de familie moet uitzoeken en bewijzen dat ze recht hebben op een deel van de erfenissen van de Duitse tak van de Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg familie. Ook moest hij een oogje in het zeil houden op de studerende zoons Johan Georg en Georg Wolfgang in Heidelberg, waar ook een neefje studeert, voordat ze op een grand tour door Europa gaan. Als ondersteuning werden er hals over kop allerlei familieportretten gemaakt of gereproduceerd.
In feite was Buschius een vroege sneuper die de genealogie van de familie moest publiceren, maar wel voor het behalen van financieel voordeel. Want ondanks de vele bezittingen in landerijen en onroerend goed leidt de familie een wankel bestaan op het gebied van financiën en gezondheid.

De mannen zijn vooral op oorlogspad en uiteindelijk komen de beide zoons dan ook jammerlijk om het leven in de Slag bij Seneffe (boven Charleroi) op 11 juli 1674 tussen de geallieerde Spaanse, Staatse en keizerlijke troepen enerzijds en de Fransen onder de prins van Condé anderzijds.
Dit wordt op een prent van Romeyn de Hooghe pijnlijk verbeeld. Onder nummer 17 liggen de broers geveld vooraan in het strijdgewoel, terwijl iets verderop in de stofwolken in het midden van de afbeelding nog de ontzaglijke generaal Hans Willem baron van Aylva (nummer 6, De Generael Alua) moet bewegen, die bij de slag slechts gewond raakt.
Het regiment Nassau-Friesland werd op een heuvel ingesloten en op meedogenloze wijze in de pan gehakt door de Fransen. De kogel uit het lichaam van zoon Johan is in een doosje opgestuurd naar de familie in Friesland. Het doosje is nog bewaard in het familiearchief bij Tresoar maar de kogel is verdwenen.
"Hij suipt hem nu alle dagen strontvol", zei Agatha Tjaerda v Starckenborgh over de labiele stadhouder Willem Frederik van Nassau-Dietz. Haar zoons verkeerden in zijn nabijheid en dat deed de moeder constant vrezen dat ook zij zich teveel aan de alcohol zouden laven.
In zijn dagboeken (online als Gloria Parendi) is Willem Frederik ook heel openhartig over zijn alcoholgebruik en bezoek aan dames van lichte zeden. Op p. 669 schrijft hij: verloopen in dronckenschap eens oft tweemahl en dahrnae in hoereri seuvenmahl op het lest van de maent; ick weet niet, hoe ick den duyvel, de werelt, mijn vleesch sooveul ruym heb gegeven en mij soo laeten vallen, [...] die mensch iss swack.

Agatha schrijft in 1665 over het ongeluk van graaf Johan Maurits van Nassau-Siegen bij Franeker, (na zijn bezoek aan de begrafenis van Willem Frederik), waar haar beide zoons Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg bij betrokken waren! Gelukkig overleven ze het hachelijke avontuur.

Verder roddelt Agatha natuurlijk graag en heeft ze het o.a. over Hessel Meckema van Aylva en de ophef die zijn grote grafmonument in Holwerd veroorzaakte.

Ook de familie op Holdinga State in Anjum komt regelmatig ter sprake want er is een slepend conflict met neef Wilco Holdinga Thoe Schwartzenberg over een huwelijksbelofte.

Al met al een heel interessant inkijkje in de wereld van de 17e eeuwse Friese adel!

maandag 13 november 2017

Kwart van adel in Verbond der Edelen kwam uit Friesland

Het Verbond der Edelen (ook wel Compromis of Eedverbond genoemd) was aan de vooravond van de Tachtigjarige Oorlog (1565) een poging door de lagere adel om de maatregelen tegen protestantse ketters te verzachten.

De Opstand tegen de Spaanse overheerser was in eerste instantie een initiatief van zowel de Zuidelijke als Noordelijke Nederlanden, maar na 1576 groeiden ze door de opkomst van de Reformatie uit elkaar. Het zuiden bleef grotendeels katholiek terwijl het noorden (boven de grote rivieren) met name protestants werd. In Friesland werd in 1580 het katholicisme zelfs formeel verboden.
Over het algemeen wordt gedacht dat het Verbond der Edelen, onder leiding van de 'Grote Geus' Heer van Brederode, vooral door de Zuidelijke Nederlanden werd gedragen, maar er deed ook een aanzienlijk aantal Friese edelen aan mee.
Ons lid Hessel de Walle, die Friese inscripties van voor 1811 in kaart brengt evenals Friese familiewapens, deelde een lijst met namen waarop in rood nog eens extra wordt aangegeven van wie een grafschrift bekend is. Hieruit blijkt dat zo'n 25% van de deelnemende edelen van Friese komaf is!
Bekende namen, zoals de Watergeus Doecke van Martena komen op de lijst voor, maar ook veel 'onbekende' namen van Friezen. Die Friese Watergeuzen waren geen lieverdjes.

Bekenden uit onze regio zijn o.a. Sippe (Scipio) van Meckema en Wilco van Holdinga. Van Holdinga moest vluchten naar Emden. Na terugkomst in 1580 werd hij Raadsheer bij het Hof van Friesland en liet een nieuwe Holdingastate bouwen bij Anjum. Van hem zijn ook 3 testamenten bewaard gebleven. Zie ook achtergrondinformatie over Friese testamenten.



vrijdag 19 mei 2017

Waardering voor sneupers van de lokale historie

Holdinga State te Anjum
Onder grote belangstelling (een volle zaal) vertelde Philippus Breuker afgelopen zaterdag 13 mei 2017 in Easterlittens over zijn nieuwste boek “Het landschap van de Friese klei 800-1800”.

Breuker werkt graag samen met sneupers en is van mening dat deze mensen meer waardering verdienen. Zelf doet hij voor specifieke vragen over een dorp of regio graag een beroep op lokale historici. In de afgelopen jaren heeft hij die samenwerking als erg plezierig ervaren. Daarom overhandigde de auteur de twee “eerste exemplaren” van zijn boek aan een sneuper. Een van de beide gelukkigen was Reinder Tolsma. Vanaf deze plaats gefeliciteerd!   

Wie meer wil weten over de ontstaansgeschiedenis van het hele Friese kleigebied -van Greidhoek, Bouwhoek en aangrenzende grietenijen- kan zijn hart ophalen in dit boek. Dankzij al zijn vergaarde kennis kan Breuker “het landschap lezen” en goed uitleggen waarom het er zo uitziet. Met grote gedrevenheid zocht hij naar verklaringen, onder meer m.b.t. veldindeling, gemeenschappelijk grondgebruik en het fenomeen hemrik.

Rond het jaar 800 begon de ontginning en ontwikkeling van het kleigebied. Letterlijk alles wat we nu om ons heen kunnen zien -weilanden, akkers, bomen, dijken, wegen en gebouwen- is aangelegd of gemaakt door mensen. Het is een continu proces, waarbij dingen komen en gaan. Zo waren er ooit honderden stinzen, die bijna allemaal weer zijn verdwenen. De nakomelingen van de oude landadel bouwden hofsteden, herenkamers en buitenplaatsen, met bijbehorende fraaie hoven, tuinen en boomgaarden.

Aanvankelijk 'zat' vrijwel de hele Friese adel op de rijke kleigrond. Ter illustratie een afbeelding (collectie Fries Museum) van Holdingastate te Anjum, gebouwd in 1580 en afgebroken in 1831. Vanaf het begin van de 19e eeuw kreeg de adel een duidelijke voorkeur voor wonen op de zandgrond. Al eerder lieten rijke verveners fraaie buitenhuizen bouwen in de Trynwâlden.

“Het landschap van de Friese klei 800-1800” telt 447 bladzijden, weegt bijna 2 kilo en bevat veel fraaie illustraties in kleur. Mede dankzij foto's van het hedendaagse landschap krijgt de lezer duidelijke inzichten in het 'waarom' van de omgeving waarin wij leven. Uitgebreide noten en een register op plaatsnaam (bijv. Anjum 20x en Dokkum 13x vermeld) completeren het geheel. Kortom, een historisch product waarop de uitgever, Louw Dijkstra, weer zijn best heeft gedaan. Zie www.wijdemeer.nl voor meer info.

Ingezonden door Symen Schoustra van www.irnsum.nl

zondag 26 maart 2017

Friesland promotie aan de Cote d'Azur deze zomer

Naast het vrijwilligerswerk voor de Historische Vereniging Noordoost-Friesland en jaarboek De Vrije Fries heb ik vorig jaar ook met George Homs en Wibo Boswijk de Tinco Lycklama Foundation opgericht. Inmiddels heeft deze officieel de ANBI-status.

De stichting brengt het opmerkelijke leven van de Friese jonkheer Tinco Lycklama a Nijeholt (1837-1900) uit Beetsterzwaag in beeld. Op de langere termijn zullen ook andere levensverhalen op multimediale wijze gepresenteerd worden.

Uitgangspunt is het digitaliseren van archivalia die op verschillende plekken verspreid liggen. Zo hebben we inmiddels vele foto's uit de 19e eeuw, 150 brieven van en aan Tinco (met behulp van de familie van kenner Ernst Huisman) en diverse archiefstukken gedigitaliseerd.

Tinco is na zijn jeugd in Friesland gaan studeren in Utrecht en Groningen (bij Vindicat was hij ook praeses van de muziek- en schietvereniging, in 1856/57) en is daarna gaan reizen via Rusland, de Kaukasus en het Midden-Oosten (o.a. Irak, Iran, Syrië en Israel), van 1865-1868.
In Jeruzalem liet hij zich bekeren tot het katholieke geloof.

Na terugkomst richtte hij in het Eysingahuis te Beetsterzwaag een Oriëntaals museum in, dat hij echter binnen 2 jaar weer sloot en in zijn geheel verplaatste naar het Franse Cannes aan de Cote d'Azur, toen nog een slaperig vissersstadje. Zijn collectie aan archeologische vondsten, schilderijen (o.a. uit de Perzische Qajar-dynastie) en persoonlijke eigendommen vormden daarmee de basis van het stadsmuseum boven op de heuvel: Musee de la Castre.

Hij trad op 21 juli 1875 te Oosterhout in het huwelijk met de katholieke Juliana Agatha Jacoba thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg (Oosterhout, 11 juni 1845 - Leeuwarden, 11 juni 1914), dochter van Gemme Onuphrius Tjalling Burmania, baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg (1806-1862) en Hendrika de Hoogh (1803-1880).

Tijdens zijn leven aan de Franse kust organiseerde hij grote gekostumeerde bals, waar de creme de la creme van de toenmalige high-society aan deelnam. Hij liet die feesten ook op diverse schilderijen vastleggen. In de binnenstad liet hij, de nu nog bestaande, Villa Lycklama, Villa Burmania en Villa Eritia (de naam van zijn zus) bouwen, welke vlakbij de huidige Rue Lycklama liggen.
Zijn reisavonturen legde hij vast in vier kloeke delen van in totaal 2200 pagina's Franstalige tekst. Ook schreef hij diverse muziekstukken. Deze hebben we onlangs herontdekt in de nationale bibliotheek in Parijs en zouden we graag weer ten gehore willen brengen. Een klein stukje van de mars Gardes de Persepolis hebben we inmiddels laten digitaliseren.

In Friesland zijn diverse katholieke kerken, gebouwd door de beroemde architect Pierre Cuypers, door Tinco en zijn echtgenote gefinancierd (o.a. de RK kerk van Sneek), evenals het Bonifatiushospitaal dat inmiddels is opgegaan in Medisch Centrum Leeuwarden.
Zelfs de mozaïekvloer in de beroemde basiliek van Oudenbosch bij Breda is door het Friese echtpaar betaald!

Het plan is om een deel van de collectie uit Cannes in 2018, in het kader van Leeuwarden 2018 Culturele Hoofdstad, terug te halen naar Beetsterzwaag. Daarbij onderzoeken we of de locatie Hoofdstraat 17, waarin o.a. het atelier van de vermaarde beeldhouwster Eja Siepman van den Berg, een optie voor het vestigen van een pop-up museum kan zijn.
Ook wordt door diverse plaatselijke groepen zoals de Stichting Historisch Beetsterzwaag, Cultbee, kunsthuis Syb , stichting Beekdal Koningsdiep, Jelle Krol en de Tropische Kas, initiatief genomen om rond Tinco activiteiten te gaan ontplooien.

De komende tijd zal vooral in het teken staan van fondsenwerving (donaties welkom!) en organisatie. Zowel het digitaliseren van de muziekstukken, de tentoonstelling in Beetsterzwaag als het schrijven van een Tinco-biografie (i.s.m. Prof.Dr. Yme Kuiper) zal gefinancierd moeten gaan worden. Een behoorlijke klus dus, waarbij we nog best wat hulp kunnen gebruiken!

Afgelopen week is de eerste mijlpaal bereikt met het officiële persbericht van de burgemeester van Cannes over de tentoonstelling in Musee de la Castre waar onze Tinco Lycklama Foundation aan meewerkt: “Le Fabuleux Voyage du Chevalier Lycklama en Orient (1865-1868)“, die van 8 juli t/m 29 oktober 2017 in Cannes (zomervakantie!) gehouden zal worden.

De Leeuwarder Courant berichtte er ook al over: Cannes zet Friese edelman in de schijnwerper.

maandag 12 september 2016

Stichting voor Tinco Lycklama a Nijeholt breidt activiteiten uit

De Tinco Lycklama Foundation heeft zich als doel gesteld om het leven van Tinco Martinus Lycklama à Nijeholt (1837-1900) uit Beetsterzwaag op een bijzondere manier voor het voetlicht te brengen.
Bestuursleden George Homs (Cannes), Hans Zijlstra (Amsterdam) en Wibo Boswijk (Brunssum) hebben de koppen bij elkaar gestoken en een internationaal netwerk opgebouwd van wetenschappers en liefhebbers die het leven van de Friese jonkheer niet alleen globaal in kaart brengen, maar ook inzoomen op diverse details uit zijn kleurrijke verleden. U kunt ook meedoen met een van de vele onderwerpen!

De bedoeling is om naast publicaties, symposia en tentoonstellingen ook een grote digitale kennisbank op te bouwen waarin geïnteresseerden een schat aan nooit eerder bijeen gebrachte informatie kunnen gaan vinden.
Ondersteuning van een adviesraad van experts, waarin inmiddels o.a. Prof.Dr. Yme Kuiper (RUG), Dr. Corien Vuurman, en Dr. Jan de Hond (Rijksmuseum) hebben plaatsgenomen, zal hierbij een belangrijke rol spelen..
Artikel in Leeuwarder Courant
De eerste helft van zijn leven bracht Tinco in Friesland door, de andere helft temidden van de high society van het Zuidfranse Cannes. Ook in het Brabantse Oosterhout woonde hij enige tijd.
Hij schreef 2.200 (Franstalige!) pagina's in vier boekdelen over zijn ruim drie jaar durende verkenningsreis door Rusland, de Kaukasus en het Midden-Oosten - en was daarom één van de eerste oriëntalisten van Nederland.
Zijn collectie Oosterse voorwerpen, verzameld tijdens zijn reizen, stelde hij een jaar lang tentoon in zijn Eysingahuis in Beetsterzwaag maar schonk hij uiteindelijk aan de stad Cannes, waar het nu de kern is van stadsmuseum Musee de la Castre.

Tinco werd gedoopt als protestant maar bekeerde zich in Jeruzalem tot het katholicisme en huwde daarna ook met de katholieke Juliana Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg. Nadien financierde hij op grote schaal bouw en verbouw van katholieke kerken in Nederland (en vooral Friesland), vaak met de bekende architect Pierre Cuypers (ook fanatiek katholiek).

Concrete plannen heeft de Tinco Lycklama Foundation voor tentoonstellingen en een symposium in 2017 die reeds in gang gezet zijn met het stadsmuseum van Cannes en het Familiemuseum in het Limburgse Eijsden.
Ook wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn om in Beetsterzwaag en/of Leeuwarden een tentoonstelling te organiseren, mede in het kader van Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018.
Inmiddels is ook een begin gemaakt met de vertaling van de memoires van Tinco, naar het Engels en later naar het Nederlands, o.a. over zijn belevenissen in het oude Persepolis.
De Leeuwarder Courant besteedde dit jaar al twee keer uitgebreid aandacht aan het Tinco Project!

Volg het project of neem deel via de Facebookpagina's of de project-website van Tinco Lycklama a Nijeholt.

dinsdag 15 september 2015

Van Lennep en Van Hogendorp in 1823 reizend door Friesland via Dokkum en Kollum

In 1823 reisde Dirk van Hogendorp samen met zijn Leidse studievriend Jacob van Lennep door Nederland. Te voet, per diligence en met trekschuiten trokken zij door de diverse provincies en hielden beide een dagboek bij. Die van Van Lennep werd in 2000 door Geert Mak en Marita Mathijsen hertaald in het boek Jacob van Lennep, Lopen met Van Lennep. Dagboek van zijn voetreis door Nederland. De zomer van 1823.

Geert Mak maakte er een televisieserie van die nog te zien is als online video. In aflevering 3 komt hij langs Dokkum.
Op DBNL is ook een dagboekversie van Van Lennep die zonder aanpassingen wordt weergegeven.

In Leeuwarden gaan ze bijvoorbeeld op bezoek bij kunstschilder Willem Bartel van der Kooi.

Van Hogendorp schreef in zijn reisdagboek terwijl ze Leeuwarden verlieten:
De Heeren Vitringa Coulon, vader en zoon, Rengers Contrl. der belast. Beucker Andreae, Van der Veen, Bake, Delprat en W.W. Brouwer bewezen ons veel vriendschap, doch veele ingezetenen dezer stad waren onverschilliger, sommigen de Bokkigheid zelve.

Groningen 19 Junij 23
Van Leeuwarden voeren wij in gezelschap van eenige lompe Friezen naar Dokkum.
Dokkum telt 3,400 inwoonders, is groot, doch armoedig.
Wij kwamen bij do. Adriani die ons het huis bijkans uitzette. Wij overnachten te Dokkum en voeren gisteren tot dicht bij Kollum en wandelden toen naar dit dorp. Wij wandelden eerst naar de Dokkummer Zielen of Sluizen, die veel overeenkomst hebben met die van Katwijk.
Toen wandelden wij door het bosch van Kollum, en beklommen daar een hoogen tooren, welke daar door een Oostindie vaarder geplaatst was, tot eeuwigdurend teeken van zijn rijkdom (De Steenen Berg van Eyso de Wendt, HZ). Zijne familie viel hem lastig en hij onterfde dezelve, nam nieuwe aan en  maakte hen Universeel erfgenaam onder verplichting van dezen tooren te onderhouden, sub poena om bij instorting de gandsche erfenis aan het dorp te overhandigen. Wij wandelden van Kollum naar Stroobosch en voeren toen tot Groningen. Het land was eentooning. Bij de Friesche grenzen wordt het kaal, lelijk onvruchtbaar.

Jacob van Lennep is uitgebreider over de ontmoeting met dominee Adriani, (die ook lid was van Ledige Uren Nuttig Besteed): Na onze wandeling schelden wij bij den geleerden predikant ADRIANI aan, wien Tydeman ons aanbevolen had, hopende eenige inlichtingen omtrent Dokkum te erlangen. Men liet ons in eene binnenkamer. Een oogenblik daarna kwam de Predikant binnen, zijnde een zeventigjarig man, zes voet zes duim Rhijnlands hoog, gekleed met eene geele poeierjas, wollen koussen en witte slaapmuts: hij beschouwde ons van 't hoofd tot de voeten en vroeg wat wij wilden. Hierop volgde het nevensgaand gesprek, waardig om door ALIDA RIJZIG of CHRISJE HELDER beschreven te worden doch dat ik even goed als die dames de hunne, onthouden heb:
VAN HOGENDORP (met zijn gewoon exordium beginnende): 'Dominé, wij zijn U natuurlijk niet bekend: wij maken een toertje, door ons land en professor TYDEMAN heeft mij verzocht U zijne complimenten te maken: hetgeen mij aangenaam geweest is daar het mij de gelegenheid verschaft Uwe kennis te maken. Ik ben de advokaat VAN HOGENDORP uit den Haag en heb de eer U den Heer VAN LENNEP te presenteeren...'
IK: 'Zoon van den professor.'
DOMINÉ: 'Zoo! Het jou een brief?'
VAN HOGENDORP: 'Neen Dominé. Wij zijn al drie weeken op reis en dus zou deze wijze van U een' brief te bezorgen wat lang worden.'
DOMINÉ: 'Ik heb pas een' langen brief aan Tydeman geschreven: maar wat kom jou nou eigenlijk doen?'
VAN HOGENDORP: 'Uwe kennis maken, Dominé.'
DOMINÉ (naar mij toestappende): 'En jou, had jou ook nog iets anders te zeggen?'
IK: 'Neen Dominé, maar...'
DOMINÉ (drie stappen achteruitgaande): 'Dan kan jou weer heen gaan, 't is morgen biddag, en jou begriept dat ik nou geen tied heb'.
VAN HOGENDORP (heengaande): 'Wij willen U in 't minst niet hinderen, Dominé.'
DOMINÉ (mij in de borst vattende): 'En zeg jou aan TYDEMAN, dat hij me op een ander' tied geen' komplimenten stuurt, maar een' brief, hoor jou?'
IK (tot den grond buigende): 'Ik hoop het waar te nemen, Dominé.'
Pas waren wij de deur uit, of bersteden wij beide uit in een schaterend gelach en bestempelden beurtelings morrende en grinnikende den beleefden ADRIANI met den naam van Frieschen buffel, ons wel beloovende zijn' laatsten boodschap aan TYDEMAN waartenemen. Dit laatst, zoo slecht afgeloopen bezoek stelde ons buiten staat iets nopens Dokkum en deszelfs omstreken te vernemen. Ik kan dus niet veel omtrent deze stad verhalen dan alleen dat de meeste huizen nog groote luifels hebben.
Na thee gedronken te hebben schreven wij en gingen te negen ure naar bed'.
In Dokkum verbleven ze in De Posthoorn:
Te Dokkum aangekomen zijnde zochten wij de herberg de Posthoorn op, bij de erven PIVÉ.
Daar gekomen zijnde, wees men ons eene goede kamer aan, en riep ons te twee ure aan tafel.
Een welgekleed heer, en zijne vrouw die iets vrij gemeens in haar' kleeding had, aten met ons; kort daarop kwam hun dochtertje met eene keurlijke dienaresse binnen en plaatste zich nevens mama, terwijl de vader mij gedurig nu om soep, dan om ham, dan om iets anders stolsiteerde; en zoo drok stolsiteerde, dat ik hem eerst voor een sollicitant, maar naderhand en met meer recht voor een bediende van Van Aken aanzag die met een olifant naar Dokkum gereisd was. N.B. de kermis was er juist geëindigd.
Na den eten wandelden wij de stad rond, die vrij groot is met een breede gracht doorsneden, en met fraaie huizen en wallen voorzien.

Update: Piet de Haan zocht uit waar dominee Adriani in Dokkum woonde: 1832,  A503 is Reeel 345:  Hoek Hoge Pol - Koningstraat . Zie ook volkstelling 1830 en overlijden wijk C 171.

zondag 19 oktober 2014

Moord en een vreemde Aylva in Jorwerd

Na de publicatie in De Sneuper 106 over Hans Willem baron van Aylva, de ontzaglijke generaal, en de discussie over de uitspraak van de familienaam door Hessel de Walle en Simon Wierstra zal
voor vele sneupers deze familie in het geheugen gegrift zijn.
Het is dan ook leuk als op onverwachte plaatsen in Friesland weer telgen uit de familie Van Aylva opduiken. Recent was onze inscriptie-jager Hessel de Walle in de kerk van Jorwerd, wereldberoemd geworden door het boek van Geert Mak: Hoe God verdween uit Jorwerd.
Hoewel hij er inmiddels ook weer over twijfelt.
Hessel vond een grafsteen met een nog merkwaardiger spelling van de naam Van Aylva dan tot nu toe bekend was: Alaua.
Dit staat er op grafzerk nummer 3203 uit Jorwerd (notabene ook nog een moord!):

A[no] XVC LXV de X decebris is ger[u]st die eerbare iuffrouw Yda va Gratiga sy echte huisfrow

Ano XVC LXIX tuske de 2 en 3 decebris i der nacht vermoordt i sy slaepkamer de eerentveste heerscip Wattie va Hania

Ao LXX de XXIJ marsij is gerust Wattie Hania haere z

Memori Hania Doenia Gratinga Alaua Gloria

En tria contegit hoc exsanguia corpora sax ...

versibus haec quae sint erudie[re?] ...eis

cui vita eripuit vatimus Hania ...o

impius hic sua post tristia fata cub...

cuius in hoc coniunx claudit latus Ida sepu...

quae Gratingano e sanguine creta su...

filius his iunctus est et vatimus hospes

hos ora ut iungat gaudia vera poli

Het gaat hier om een verwijzing naar Gatske (Gaets) Epes Aylva die gehuwd was met Sikke Bokkes Gratinga. Als ik het goed begrijp is de zerk van een kind van hen omdat Gaets zelf te Franeker begraven is. Bij Simon Wierstra zien we meer details over dit echtpaar:
Kinderen van Epe van Aylva, gehuwd met  Beatrix Watzesdr van Walta, overleden na 22 mei 1531, begraven Bolsward ,grafsteen, dochter van Watze van Walta en Auck Ndr.
Uit dit huwelijk:
1   Tjaert van Aylva, volgt onder VII-b.
2   Watze van Aylva. Mr.Watze was pastoor in Witmarsum.
3   Gaets van Aylva, overleden 1523, begraven Franeker ,grafschrift.
Zij werd bij haar twee overleden zoons begraven te Franeker.
Gaets was gehuwd met Sicke van Gratinga, overleden 1538/1542, begraven Hitzum, zoon van Bocke van Gratinga, ook Bocke Burmania en Hilck Laesdr van Eelsma.
Hij woonde op Gratingastate te Hitzum,wat hij geërfd had van de "âlde Sicke" te Almenum, naar wie hij was genoemd. Over deze "âlde Sicke thoe Nyehuys" zie GJB 1995-144.

Bij R.v.A.1511 heeft Sicke Gratinga van Hitzum veel bezit.

Hof van Friesland (HvF) 16481-452 d.d.4-4-1536:Sicke voor zijn vrouw Popck contra Renick Pieters.

HvF 16481-516,576 d.d.3-10-1536 en 20-12-1536:Sicke voor zijn vrouw Popck contra Sybrant van Roorda te Spannum voor zijn vrouw Haring.

HvF 16481-777 d.d.6-11-1537:Sicke voor zijn dochter Ydt bij zijn vorige vrouw Gaets contra zijn schoonvader Epe Aylva.

HvF 16481-145 d.d.20-12-1538:hij behartigt de zaken van zijn vrouw Popck inzake land te Boer.

Hij testeerde op 5-5-1525 (zie hiervoor ook DDD1-127 d.d.9-1-1621 met verwijzing naar Sicke en een testament d.d.24-6-1562).

Op zijn graf te Hitzum stonden de kwartierwapens van zijn 4 grootouders.

Zie voor hem uitvoerig Genealogysk Jierboek 1994-26,27 en verder ook GJB 2000-140 en GJB 1995-149.

Sicke was weduwnaar van Ydt van Dekema, overleden v 1520, dochter van Juw van Dekema, ook Julius en Catryn van Hottinga.

Sicke was later gehuwd met Popck Sybrensdr van Bonga, afkomstig uit Kimswerd, overleden 1558/1559, dochter van Sybren Doytzes Bonga en Gaets Haringsdr van Harinxma.

dinsdag 2 september 2014

Foppe van Aitzema als Herr zu Lipperode, Silly und Ailssheim in adelstand verheven

Veel mensen zouden maar al te graag van adel zijn. Een mooie dubbele achternaam en prachtige
Geheimschrift familie Van Aitzema
titels. U kunt wel nagaan dat daar ook wel eens mee gesjoemeld werd, soms met de nodige (onbedoelde?) humor.
Een telg uit de familie Van Aitzema, de zoon van Schelte van Aitzema, Foppe (ca 1580-1637), was daar een mooi voorbeeld van.
De Navorscher berichtte erover: Grappig was, in 1635, de ijdeltuiterij van Foppe van Aitzema, die door de Duitse Keizer in de adelstand verheven, opgaf te zijn: Herr zu Lipperode, Silly und Ailssheim.
Deze ogenschijnlijk Duitse of Engelse plaatsnamen waren in werkelijkheid een alias voor de Friese dorpen Lioessens, Jislum en Aalzum (in Oostdongeradeel en Ferwerderadeel), in ieder geval plaatsen waarin hij een of meer doodgewone boerenplaatsen bezat. Zie De Navorscher dl 38, blz 623 enz.
Van Aitzema was in 1617 gezant voor de Hanzesteden en verbleef tien jaar in de omgeving van Lübeck. Van Aitzema onderhandelde samen met Reinier Pauw met Christiaan IV van Denemarken, die de scheepvaart op de Elbe controleerde. Ook tijdens de Dertigjarige Oorlog was Foppe van Aitzema onderhandelaar, nu met de Habsburgse keizer Ferdinand II. Deze verhief hem dus in de adelstand.
Een ander, niet zo bekend, feit over deze familie is dat ze regelmatig onderling schreef in geheimschrift (zie ontcijfering p.8). Geen wonder als je bedenkt dat de diplomaten in de familie ook vaak spion waren. Lieuwe van Aitzema was zijn neef.
Foppius Scheltonis ab Aetzema was de Latijnse versie van zijn naam.

zaterdag 7 juni 2014

Audrey Hepburn, dochter van barones Van Heemstra, op cover Gen.magazine

Gen.magazine, het blad voor de Vrienden van het CBG komt in zijn juni 2014-nummer met een prachtige cover met Audrey Hepburn, wier moeder van Friese adel was: Van Heemstra. Het thematisch dossier is deze keer dan ook gewijd aan de Nederlandse adel, i.v.m. het tweehonderdjarig jubileum van het koninkrijk en dus ook tweehonderd jaar Nederlandse adel.

Inhoudsopgave:

Een museum over familie
In het Limburgse Eijsden staat het enige familiemuseum ter wereld. Op 16 mei opende daar het Internationaal Museum voor Familiegeschiedenis in een oud klooster. Het CBG heeft heel wat van zijn museale collectie in bruikleen afgestaan. Ruud Straatman vertelt wat er te zien en te doen is in en rond Eijsden.

Namen van adel
Adellijke familienamen zijn namen waar een adellijke titel of een predikaat aan verbonden is. Maar zijn ze ook op een andere manier herkenbaar? Leendert Brouwer laat zien hoe adellijke namen tot stand zijn gekomen, en hoe het kan gebeuren dat een ‘Meijer’ wél van adel is, en een ‘De Graaf’ niet.

Van Coeverden
De familie Van Coeverden is van heel oude adel. Al in de dertiende eeuw leerden ze de Hollandse heren ‘mores’. En nu? Hilbrand Rozema interviewde twee baronnen, die zich altijd erg bewust zijn geweest van hun positie – en die toch heel gewoon zijn gebleven.

De Ridderlijke Duitsche Orde
Tijdens de Derde Kruistocht (1189-1192) werd de Duitsche Orde opgericht. De tradities staan hoog in het vaandel in de orde. Binnenkort verschijnt een boek over de eretekenen en uniformen van de leden. Speciaal voor Gen. schreef auteur Fr. de Boer een voorpublicatie.

Audrey Hepburn en Nederland
Een van de grootste actrices van de westerse wereld is opgegroeid in Nederland als dochter van een Nederlandse barones. En toch vinden we amper sporen van haar aanwezigheid hier. Hanneke Ronnes en Ellen Lammers breken een lans voor het instellen van ‘herinneringsplaatsen’ voor Audrey Hepburn.

Merklappen
Walter van de Garde en Joke Visser doen al heel wat jaren onderzoek naar merklappen en stoplappen. Van de Garde beschrijft hoe de maaksters van een aantal van deze fraaie handwerkproducten met behulp van genealogisch onderzoek aan elkaar zijn te koppelen. Er is ook een mooie site met Friese merklappen.

En verder in het dossier:

Nederlandse adel

Het thema van het dossier is ‘Nederlandse adel’. Maar wat ís dat eigenlijk en hoe is die adel dan ontstaan? Robert Stiphout zet de geschiedenis van de adel in de Nederlanden uiteen.

Nederland’s Adelsboek
Guus van Breugel nam een kijkje in de keuken van de samenstellers van het ‘rode boekje’.

200 Jaar Hoge Raad van Adel
Secretaris Egbert Wolleswinkel beschrijft de geschiedenis en functie van dit Hoge College van Staat.

Zoals gebruikelijk in Gen. ook de rubrieken Nieuws, Gesignaleerd, CBG weet raad, Portret & Verhaal (van het RKD), Armoriaal, Kijk op Bronnen, Familiejournaal, Archiefwijzer, de lezerscolumn Familiekroniek en de vaste columns Memo, Favo, Digitaal, Vernoeming, Vrouwen en kinderen eerst. Nieuw is de column @EricHennekam van de bekende zoekspecialist, met tips over het zoeken naar historische persoonsinformatie op internet.

woensdag 17 oktober 2012

Over de liefde van Poppo van Burmania (1603-1676) voor aardbeien

Door Dr. Arjen Dijkstra


Op vrijdag 5 oktober werd bij de Fryske Akademy te Leeuwarden een mooie uitgave van de kroniek van Poppo van Burmania gepresenteerd. Bezorger Wiebe Bergsma noemt het een uniek verslag van de tachtigjarige oorlog.
Poppo van Burmania maakte het tweede deel van de tachtigjarige oorlog van dichtbij mee. Hij diende in het Staatse leger en stond als officier dicht bij de gewone soldaten. Daarnaast was hij een wonderlijk chroniqueur, hij legde verslag van verschillende gebeurtenissen uit het dagelijks leven. Dat verslag biedt een uniek inkijkje in het zeventiende-eeuwse leger, door de ogen van een carrière-edelman. Wiebe Bergsma voorzag deze Kroniek van Poppo van een inleiding, voetnoten en publiceerde dat in boekvorm.
Op 5 oktober werd het eerste exemplaar aangeboden aan de Amsterdamse hoogleraar Henk van Nierop, in Leeuwarden. Ter gelegenheid hiervan sprak een keur aan historici met bijzondere aandacht voor Friese geschiedenis over de wereld waarin Poppo zich bewoog: die van de adel in Friesland. In samenwerking met het Huizinga Instituut werd het een interessante en goed bezochte studiedag.
Zo betoogde Paul Noomen (Fryske Akademy) dat adel in Friesland veel beter juridisch te definiëren is dan tot dusverre wordt aangenomen. Wiebe Bergsma verhaalde zelf de nodige smakelijke anekdotes in een onmisbaar breder kader, om begrip te krijgen van de hoofdpersoon van de dag. Poppo van Burmania bleek een gelovige zeventiende-eeuwer, die een sterke voorliefde had voor fruit. Hij tekende op dat naast God niks zijn leven zo verlengde als ‘het eten van aardbeien’.   
Marlies Stoter (Fries Museum) deed een boekje open over de Leeuwarder adellijke dame Andriesa Lucia van Bronckhorst
Gerda Huisman (UB RUG) vergeleek het verslag van Poppo’s leven met een heel wat eenvoudiger reisverslag van een zeventiende-eeuwse adellijke student. En Yme Kuiper vroeg aandacht voor de huizen waar de edelen in woonden en hoe dit zich verhoudt tot de landhuizen van de niet adellijke elite.
Aan het einde van de dag werd het eerste exemplaar aangeboden aan Van Nierop. Deze toonde zich content met de aanbieding. Daarnaast memoriseerde Wiebe Bergsma een tocht per raderboot die beiden ooit over de Mississippi hadden gemaakt. Hij bood daarmee een korte blik op het leven van twee moderne historici. Eenzelfde soort blik als Poppo biedt op de zeventiende eeuw.
Poppo van Burmania, Enege gedenckwerdege geschiedenissen. Kroniek van de Friese militair Poppo van Burmania uit de Tachtigjarige Oorlog, bezorgd en ingeleid door Wiebe Bergsma (Hilversum 2012). Dezelfde Bergsma publiceerde ook de kroniek van Abel Eppens tho Equart, een Ommelander boer uit de 16e eeuw.
Update HZ: Poppo ging op 3 mei 1659 met zijn manschappen via Harlingen en het Vlie aan boord (zie pag.145 van het boek) van oorlogsschip Oostergoo (60 stukken) van de eveneens Friese kapitein Hendrik Brunsvelt, om rond de Sont in de oorlog tussen Denemarken en Zweden deel te nemen. Op onze website hebben we een transcriptie van het journaal van Hendrik Brunsvelt.

vrijdag 22 juni 2012

Sneuper 106, juni 2012, in teken Van Aylva

Het tweede nummer van De Sneuper in kleur, nummer 106, staat deze keer in het teken van Hans Willem baron van Aylva. Het coververhaal behandelt de na een internationale speurtocht gevonden portretten van de ontzaglijke generaal, zijn familie en wapenfeiten, zoals zijn deelname (als aanvoerder van het Friese smaldeel) aan de Tocht naar Chatham in 1667.
Over de uitspraak van de adellijke achternaam is een apart artikel opgenomen waarin Hessel de Walle en Simon Wierstra de degens kruisen.
Hilda Bouta legt de verbinding met de stinzenplanten in Friesland en de kastelen te Waardenburg en Neerijnen. Interessante verhalen uit de familiegeschiedenis Rypperda, de Dokkumer pompmakers en een herenhuis van Helder completeren het geheel weer tot een prettig leesbaar verenigingsblad!

Inhoudsopgave Sneuper 106, juni 2012:
HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS
Schilderijen van Hans Willem baron Van Aylva, H. Zijlstra
De uitspraak van de achternaam Aylva, H. de Walle
Stinzenplanten Neerijnen en familie Van Aylva, H. Bouta

GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS
Sjoerd Folkerts Rypperda ( deel 2 ), T. de Zeeuw

RUBRIEKEN & COLUMNS
COLUMN: Dokkum Moordstad, A. Hansma
INGEBOEKT: Het herenhuis van Helder (1733). W. Banga
HERALDIEK: Heraldische wapens, J. Broersma
DIACONIEREKENINGEN: de pomp, P. de Haan
INGEBOEKT: Vier eeuwen Kingma in de Oostergo
DIGITAAL & ACTUEEL & VARIA
DIGITAAL: Website en blognieuws, H. Zijlstra
VARIA: Wat staat er te geschieden (agenda)


Wilt u ook meegenieten van de interessante verhalen uit onze regio, dan kunt u zich eenvoudig aanmelden als lid via dit online formulier.