In 1823 reisde Dirk van Hogendorp samen met zijn Leidse studievriend Jacob van Lennep door Nederland. Te voet, per diligence en met trekschuiten trokken zij door de diverse provincies en hielden beide een dagboek bij. Die van Van Lennep werd in 2000 door Geert Mak en Marita Mathijsen hertaald in het boek Jacob van Lennep, Lopen met Van Lennep. Dagboek van zijn voetreis door Nederland. De zomer van 1823.
Geert Mak maakte er een televisieserie van die nog te zien is als online video. In aflevering 3 komt hij langs Dokkum.
Op DBNL is ook een dagboekversie van Van Lennep die zonder aanpassingen wordt weergegeven.
In Leeuwarden gaan ze bijvoorbeeld op bezoek bij kunstschilder Willem Bartel van der Kooi.
Van Hogendorp schreef in zijn reisdagboek terwijl ze Leeuwarden verlieten:
De Heeren Vitringa Coulon, vader en zoon, Rengers Contrl. der belast. Beucker Andreae, Van der Veen, Bake, Delprat en W.W. Brouwer bewezen ons veel vriendschap, doch veele ingezetenen dezer stad waren onverschilliger, sommigen de Bokkigheid zelve.
Groningen 19 Junij 23
Van Leeuwarden voeren wij in gezelschap van eenige lompe Friezen naar Dokkum.
Dokkum telt 3,400 inwoonders, is groot, doch armoedig.
Wij kwamen bij do. Adriani die ons het huis bijkans uitzette. Wij overnachten te Dokkum en voeren gisteren tot dicht bij Kollum en wandelden toen naar dit dorp. Wij wandelden eerst naar de Dokkummer Zielen of Sluizen, die veel overeenkomst hebben met die van Katwijk.
Toen wandelden wij door het bosch van Kollum, en beklommen daar een hoogen tooren, welke daar door een Oostindie vaarder geplaatst was, tot eeuwigdurend teeken van zijn rijkdom (De Steenen Berg van Eyso de Wendt, HZ). Zijne familie viel hem lastig en hij onterfde dezelve, nam nieuwe aan en maakte hen Universeel erfgenaam onder verplichting van dezen tooren te onderhouden, sub poena om bij instorting de gandsche erfenis aan het dorp te overhandigen. Wij wandelden van Kollum naar Stroobosch en voeren toen tot Groningen. Het land was eentooning. Bij de Friesche grenzen wordt het kaal, lelijk onvruchtbaar.
Jacob van Lennep is uitgebreider over de ontmoeting met dominee Adriani, (die ook lid was van Ledige Uren Nuttig Besteed): Na onze wandeling schelden wij bij den geleerden predikant ADRIANI aan, wien Tydeman ons aanbevolen had, hopende eenige inlichtingen omtrent Dokkum te erlangen. Men liet ons in eene binnenkamer. Een oogenblik daarna kwam de Predikant binnen, zijnde een zeventigjarig man, zes voet zes duim Rhijnlands hoog, gekleed met eene geele poeierjas, wollen koussen en witte slaapmuts: hij beschouwde ons van 't hoofd tot de voeten en vroeg wat wij wilden. Hierop volgde het nevensgaand gesprek, waardig om door ALIDA RIJZIG of CHRISJE HELDER beschreven te worden doch dat ik even goed als die dames de hunne, onthouden heb:
VAN HOGENDORP (met zijn gewoon exordium beginnende): 'Dominé, wij zijn U natuurlijk niet bekend: wij maken een toertje, door ons land en professor TYDEMAN heeft mij verzocht U zijne complimenten te maken: hetgeen mij aangenaam geweest is daar het mij de gelegenheid verschaft Uwe kennis te maken. Ik ben de advokaat VAN HOGENDORP uit den Haag en heb de eer U den Heer VAN LENNEP te presenteeren...'
IK: 'Zoon van den professor.'
DOMINÉ: 'Zoo! Het jou een brief?'
VAN HOGENDORP: 'Neen Dominé. Wij zijn al drie weeken op reis en dus zou deze wijze van U een' brief te bezorgen wat lang worden.'
DOMINÉ: 'Ik heb pas een' langen brief aan Tydeman geschreven: maar wat kom jou nou eigenlijk doen?'
VAN HOGENDORP: 'Uwe kennis maken, Dominé.'
DOMINÉ (naar mij toestappende): 'En jou, had jou ook nog iets anders te zeggen?'
IK: 'Neen Dominé, maar...'
DOMINÉ (drie stappen achteruitgaande): 'Dan kan jou weer heen gaan, 't is morgen biddag, en jou begriept dat ik nou geen tied heb'.
VAN HOGENDORP (heengaande): 'Wij willen U in 't minst niet hinderen, Dominé.'
DOMINÉ (mij in de borst vattende): 'En zeg jou aan TYDEMAN, dat hij me op een ander' tied geen' komplimenten stuurt, maar een' brief, hoor jou?'
IK (tot den grond buigende): 'Ik hoop het waar te nemen, Dominé.'
Pas waren wij de deur uit, of bersteden wij beide uit in een schaterend gelach en bestempelden beurtelings morrende en grinnikende den beleefden ADRIANI met den naam van Frieschen buffel, ons wel beloovende zijn' laatsten boodschap aan TYDEMAN waartenemen. Dit laatst, zoo slecht afgeloopen bezoek stelde ons buiten staat iets nopens Dokkum en deszelfs omstreken te vernemen. Ik kan dus niet veel omtrent deze stad verhalen dan alleen dat de meeste huizen nog groote luifels hebben.
Na thee gedronken te hebben schreven wij en gingen te negen ure naar bed'.
In Dokkum verbleven ze in De Posthoorn:
Te Dokkum aangekomen zijnde zochten wij de herberg de Posthoorn op, bij de erven PIVÉ.
Daar gekomen zijnde, wees men ons eene goede kamer aan, en riep ons te twee ure aan tafel.
Een welgekleed heer, en zijne vrouw die iets vrij gemeens in haar' kleeding had, aten met ons; kort daarop kwam hun dochtertje met eene keurlijke dienaresse binnen en plaatste zich nevens mama, terwijl de vader mij gedurig nu om soep, dan om ham, dan om iets anders stolsiteerde; en zoo drok stolsiteerde, dat ik hem eerst voor een sollicitant, maar naderhand en met meer recht voor een bediende van Van Aken aanzag die met een olifant naar Dokkum gereisd was. N.B. de kermis was er juist geëindigd.
Na den eten wandelden wij de stad rond, die vrij groot is met een breede gracht doorsneden, en met fraaie huizen en wallen voorzien.
Update: Piet de Haan zocht uit waar dominee Adriani in Dokkum woonde: 1832, A503 is Reeel 345: Hoek Hoge Pol - Koningstraat . Zie ook
volkstelling 1830 en overlijden wijk C 171.
Posts tonen met het label Geert Mak. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Geert Mak. Alle posts tonen
dinsdag 15 september 2015
maandag 15 december 2014
Vrije Fries 2014, nummer 94, met Wybrand de Geest, Abraham Ferwerda, Wopke Eekhoff en Heringastate
Van de redactie Vrije Fries:
De snelle veranderingen in het Friese landschap tijdens de laatste decennia blijven de gemoederen bezig houden. In De Vrije Fries van 2010 verwoordde Goffe Jensma zijn visie op dit thema. Zijn boodschap was dat de Friese gemeenschap een eigentijdse visie op het ‘Frysk eigene’ dient te ontwikkelen. Jensma’s beschouwing, getiteld ‘Plat land, diepe geschiedenis: Friesland als trauma’, was voor het Fries Genootschap aanleiding tot het organiseren van een symposium op 23 november 2012. De toen gestelde vraag was of Fryslân het jaar 2034 zal halen. Een van de sprekers, Geert Mak, verkondigde daarna zijn opvattingen ook elders. In het Friesch Dagblad van 30 april 2013 verscheen bijvoorbeeld zijn tekst van een eerder in Wommels gehouden toespraak, met de intrigerende kop: ‘Het Friese landschap interesseert ons geen bal’, gevolgd door de lead: ‘Fryslân bevindt zich in een identiteitscrisis. De bouwsels op het platteland zijn daar een voorbeeld van.’
Wat is nu de stand van zaken en hoe hoog is de nood? Ook al verandert het Friese landschap snel, toch ook weer niet zo vlug dat het geen geschikt onderwerp is voor voortgaand debat in een jaarboek. Voor deze aflevering van De Vrije Fries vonden wij Geert Mak bereid om opnieuw aan te geven hoe hij denkt over de landschappelijke transformatie van Fryslân.
Maks openingsessay wordt in het eerste deel van dit jaarboek gevolgd door een vijftal, chronologisch gerangschikte artikelen over uiteenlopende onderwerpen. In hun artikel ‘All Change’ onderzoeken Marcus Roxburgh, Hans Huisman en Bertil van Os de mogelijkheden van materiaalanalyse met een XRF-scanner om meer te weten te komen over de mogelijke organisatie van broche-productie in vroegmiddeleeuws Fryslân. Zij analyseren de koperlegering van 600 broches en bekijken de veranderingen in de samenstelling van het metaal door de tijd heen. Hiermee komen zij tot een idee over de productie-organisatie en toekomstige onderzoeksmogelijkheden.
Suzanne Rus geeft vervolgens betekenis aan het album amicorum van Wybrand de Geest, Fryslâns bekendste schilder uit de Gouden Eeuw. Vanaf 1611 liet De Geest dit vriendenboek negen jaar lang invullen met allerlei persoonlijke teksten, heraldiek en tekeningen. Dit vond plaats tijdens zijn reis naar Utrecht en Rome, voordat hij zich weer in Leeuwarden vestigde. Alleen al door de verscheidenheid aan bijdragen betreft het een uniek document.
De uitgever Abraham Ferwerda is vooral bekend als founding father van de Leeuwarder Courant in 1752. Matthijs Droog onderzocht echter de andere uitgaven in het fonds van deze Leeuwarder ‘pommerant’. Hij toont onder meer aan dat er heel wat meer publicaties van Ferwerda’s persen rolden dan de eerst wekelijkse en later tweewekelijkse edities van Fryslâns oudste krant.
Volgens hem had er dan ook allang in Leeuwarden een straat naar Ferwerda vernoemd moeten zijn.
Ben Broos brengt ons daarna via Wopke Eekhoff bij de beroemdste Nederlandse schilder uit de Gouden Eeuw, Rembrandt van Rijn, of beter gezegd bij diens echtgenote Saskia Uylenburgh. Zij was een achternicht van Hendrickje Uylenburgh, de vrouw van de al genoemde Wybrand de Geest. Een kleine wereld dus, waarvan men zou denken dat de genealogische verhoudingen bekend bleven in het publieke domein. Toch raakte Saskia als echtgenote van Rembrandt in de vergetelheid, totdat Eekhoff haar in de negentiende eeuw weer op de juiste plek zette. Hiertoe was hij in staat doordat hij een identificerende notitie aantrof in het album amicorum van de Friese jurist Rombertus Ockema.
Aan het eind van het eerste deel in dit jaarboek vraagt Gunar Boon zich af of de verbouwing van Heringastate in Marsum, beter bekend als het Poptaslot, in het begin van de twintigste eeuw een restauratie of reconstructie was. Vanwege verzakking van de state werd destijds de architect Johan F.L. Frowein, een leerling van Pierre Cuypers, aangetrokken. Froweins beslissingen en activiteiten moeten volgens Boon getypeerd worden als ‘historiserende reconstructie’.
De tweede helft van deze aflevering staat in het teken van de Beneficiaalboeken uit 1543. Van deze uitzonderlijke bron met allerhande gegevens over inkomsten uit geestelijk bezit verscheen vorig jaar een nieuwe, ook digitaal doorzoekbare editie, bezorgd door Peter van der Meer en Hans Mol. Deze uitgave werd op 18 oktober 2013 gepresenteerd tijdens een studiedag van de Fryske Akademy. Acht sprekers bogen zich toen over de vraag hoe deze bron in historisch en taalkundig onderzoek benut kan worden. Zij werkten hun voordrachten om in artikelen, die wij in samenwerking met de bezorgers van de broneditie redigeerden. Voor nadere introductie verwijzen we hier naar de inleiding van Mol en Van der Meer die vooraf gaat aan de acht artikelen. Een aankondiging van deze bijdragen over de Benificaalboeken stond al in het afgelopen septembernummer van Fryslân, het andere blad dat onder auspiciën van het Frysk Genoatskip verschijnt. Met de redactie van dit tijdschrift spraken wij de wens uit de banden aan te halen en in de toekomst meer gezamenlijk te opereren waar dit mogelijk is.
Als redactie namen wij in het voorjaar afscheid van Ernst Taayke. We bedanken hem hartelijk voor al zijn inbreng sinds zijn aantreden in 2009, in het bijzonder voor de archeologische kronieken die hij steeds energiek samenstelde. Hoewel afwezig in deze aflevering betekent zijn vertrek niet het einde van de archeologische kroniek in De Vrije Fries. Het gemis van Ernst Taayke werd dit jaar gecompenseerd door de komst van Marijn Molema in de redactie, eerder dit jaar benoemd als historicus voor de negentiende en twintigste eeuw aan de Fryske Akademy.
Inhoud
Van de redactie, 7
ESSAY
THEMA: STUDIES OVER DE BENEFICIAALBOEKEN VAN 1543
De snelle veranderingen in het Friese landschap tijdens de laatste decennia blijven de gemoederen bezig houden. In De Vrije Fries van 2010 verwoordde Goffe Jensma zijn visie op dit thema. Zijn boodschap was dat de Friese gemeenschap een eigentijdse visie op het ‘Frysk eigene’ dient te ontwikkelen. Jensma’s beschouwing, getiteld ‘Plat land, diepe geschiedenis: Friesland als trauma’, was voor het Fries Genootschap aanleiding tot het organiseren van een symposium op 23 november 2012. De toen gestelde vraag was of Fryslân het jaar 2034 zal halen. Een van de sprekers, Geert Mak, verkondigde daarna zijn opvattingen ook elders. In het Friesch Dagblad van 30 april 2013 verscheen bijvoorbeeld zijn tekst van een eerder in Wommels gehouden toespraak, met de intrigerende kop: ‘Het Friese landschap interesseert ons geen bal’, gevolgd door de lead: ‘Fryslân bevindt zich in een identiteitscrisis. De bouwsels op het platteland zijn daar een voorbeeld van.’
Wat is nu de stand van zaken en hoe hoog is de nood? Ook al verandert het Friese landschap snel, toch ook weer niet zo vlug dat het geen geschikt onderwerp is voor voortgaand debat in een jaarboek. Voor deze aflevering van De Vrije Fries vonden wij Geert Mak bereid om opnieuw aan te geven hoe hij denkt over de landschappelijke transformatie van Fryslân.
Maks openingsessay wordt in het eerste deel van dit jaarboek gevolgd door een vijftal, chronologisch gerangschikte artikelen over uiteenlopende onderwerpen. In hun artikel ‘All Change’ onderzoeken Marcus Roxburgh, Hans Huisman en Bertil van Os de mogelijkheden van materiaalanalyse met een XRF-scanner om meer te weten te komen over de mogelijke organisatie van broche-productie in vroegmiddeleeuws Fryslân. Zij analyseren de koperlegering van 600 broches en bekijken de veranderingen in de samenstelling van het metaal door de tijd heen. Hiermee komen zij tot een idee over de productie-organisatie en toekomstige onderzoeksmogelijkheden.
Suzanne Rus geeft vervolgens betekenis aan het album amicorum van Wybrand de Geest, Fryslâns bekendste schilder uit de Gouden Eeuw. Vanaf 1611 liet De Geest dit vriendenboek negen jaar lang invullen met allerlei persoonlijke teksten, heraldiek en tekeningen. Dit vond plaats tijdens zijn reis naar Utrecht en Rome, voordat hij zich weer in Leeuwarden vestigde. Alleen al door de verscheidenheid aan bijdragen betreft het een uniek document.
De uitgever Abraham Ferwerda is vooral bekend als founding father van de Leeuwarder Courant in 1752. Matthijs Droog onderzocht echter de andere uitgaven in het fonds van deze Leeuwarder ‘pommerant’. Hij toont onder meer aan dat er heel wat meer publicaties van Ferwerda’s persen rolden dan de eerst wekelijkse en later tweewekelijkse edities van Fryslâns oudste krant.
Volgens hem had er dan ook allang in Leeuwarden een straat naar Ferwerda vernoemd moeten zijn.
Ben Broos brengt ons daarna via Wopke Eekhoff bij de beroemdste Nederlandse schilder uit de Gouden Eeuw, Rembrandt van Rijn, of beter gezegd bij diens echtgenote Saskia Uylenburgh. Zij was een achternicht van Hendrickje Uylenburgh, de vrouw van de al genoemde Wybrand de Geest. Een kleine wereld dus, waarvan men zou denken dat de genealogische verhoudingen bekend bleven in het publieke domein. Toch raakte Saskia als echtgenote van Rembrandt in de vergetelheid, totdat Eekhoff haar in de negentiende eeuw weer op de juiste plek zette. Hiertoe was hij in staat doordat hij een identificerende notitie aantrof in het album amicorum van de Friese jurist Rombertus Ockema.
Aan het eind van het eerste deel in dit jaarboek vraagt Gunar Boon zich af of de verbouwing van Heringastate in Marsum, beter bekend als het Poptaslot, in het begin van de twintigste eeuw een restauratie of reconstructie was. Vanwege verzakking van de state werd destijds de architect Johan F.L. Frowein, een leerling van Pierre Cuypers, aangetrokken. Froweins beslissingen en activiteiten moeten volgens Boon getypeerd worden als ‘historiserende reconstructie’.
De tweede helft van deze aflevering staat in het teken van de Beneficiaalboeken uit 1543. Van deze uitzonderlijke bron met allerhande gegevens over inkomsten uit geestelijk bezit verscheen vorig jaar een nieuwe, ook digitaal doorzoekbare editie, bezorgd door Peter van der Meer en Hans Mol. Deze uitgave werd op 18 oktober 2013 gepresenteerd tijdens een studiedag van de Fryske Akademy. Acht sprekers bogen zich toen over de vraag hoe deze bron in historisch en taalkundig onderzoek benut kan worden. Zij werkten hun voordrachten om in artikelen, die wij in samenwerking met de bezorgers van de broneditie redigeerden. Voor nadere introductie verwijzen we hier naar de inleiding van Mol en Van der Meer die vooraf gaat aan de acht artikelen. Een aankondiging van deze bijdragen over de Benificaalboeken stond al in het afgelopen septembernummer van Fryslân, het andere blad dat onder auspiciën van het Frysk Genoatskip verschijnt. Met de redactie van dit tijdschrift spraken wij de wens uit de banden aan te halen en in de toekomst meer gezamenlijk te opereren waar dit mogelijk is.
Als redactie namen wij in het voorjaar afscheid van Ernst Taayke. We bedanken hem hartelijk voor al zijn inbreng sinds zijn aantreden in 2009, in het bijzonder voor de archeologische kronieken die hij steeds energiek samenstelde. Hoewel afwezig in deze aflevering betekent zijn vertrek niet het einde van de archeologische kroniek in De Vrije Fries. Het gemis van Ernst Taayke werd dit jaar gecompenseerd door de komst van Marijn Molema in de redactie, eerder dit jaar benoemd als historicus voor de negentiende en twintigste eeuw aan de Fryske Akademy.
Inhoud
Van de redactie, 7
ESSAY
- Geert Mak, Het Friese landschap: geen trauma maar een open wond, 9
- Marcus Roxburgh, Hans Huisman, Bertil van Os, All change: The end of a metalworking tradition in Dark Age Frisia, 19
- Suzanne Rus, Het album amicorum van Wybrand de Geest, Een uniek reisdocument, 31
- Matthijs Droog, Drukwerk voor iedereen. Het fonds van de Leeuwarder uitgever Abraham Ferwerda (1716-1783), 61
- Ben Broos, Wopke Eekhoff en ‘de ontdekking’ van Saskia Uylenburgh als de vrouw van Rembrandt, 85
- Gunar R. Boon, De verbouwing van Heringastate in Marsum, 1906-1912, Restauratie of reconstructie?, 107
THEMA: STUDIES OVER DE BENEFICIAALBOEKEN VAN 1543
- J.A. (Hans) Mol en Peter van der Meer, Inleiding, 129
- Paul Noomen, Enkele lijnen in de ontwikkeling van het parochiewezen in Oostergo, 133
- Jan Kuys, Vrijgesteld maar vaak ook niet, Belasting op kerkelijke inkomens in het laatmiddeleeuwse bisdom Utrecht, 147
- J.A. (Hans) Mol, Het inkomen van zielzorgers in Friesland, 1511-1543 . 165
- Otto Roemeling, De geestelijken van 1543: cijfers over studie en afkomst . 175
- Henk Bloemhoff, Nedersaksische elementen in de Stellingwerver Beneficiaalboekteksten 183
- Karel. F. Gildemacher, Het Friese landschap volgens de toponiemen in de Beneficiaalboeken 201
- Philippus H. Breuker, De hemrik lokalisatie, datering en betekenisontwikkeling 229
- Merijn Knibbe, De kerk, de staat en het vredesdividend, De pachtopbrengsten van kerkelijke goederen in Friesland, 1511-1543, 251
- Dennis Worst, Hooi halen stroomafwaarts. Het belang van hooiwinning voor de veenboeren in Zuidoost-Friesland, 279
- Geraadpleegd materiaal bij de thematische bijdragen, 299
- Jaarverslag Koninklijk Fries Genootschap over 2013, 313
- Over de auteurs, 317
zondag 19 oktober 2014
Moord en een vreemde Aylva in Jorwerd
Na de publicatie in De Sneuper 106 over Hans Willem baron van Aylva, de ontzaglijke generaal, en de discussie over de uitspraak van de familienaam door Hessel de Walle en Simon Wierstra zal
voor vele sneupers deze familie in het geheugen gegrift zijn.
Het is dan ook leuk als op onverwachte plaatsen in Friesland weer telgen uit de familie Van Aylva opduiken. Recent was onze inscriptie-jager Hessel de Walle in de kerk van Jorwerd, wereldberoemd geworden door het boek van Geert Mak: Hoe God verdween uit Jorwerd.
Hoewel hij er inmiddels ook weer over twijfelt.
Hessel vond een grafsteen met een nog merkwaardiger spelling van de naam Van Aylva dan tot nu toe bekend was: Alaua.
Dit staat er op grafzerk nummer 3203 uit Jorwerd (notabene ook nog een moord!):
A[no] XVC LXV de X decebris is ger[u]st die eerbare iuffrouw Yda va Gratiga sy echte huisfrow
Ano XVC LXIX tuske de 2 en 3 decebris i der nacht vermoordt i sy slaepkamer de eerentveste heerscip Wattie va Hania
Ao LXX de XXIJ marsij is gerust Wattie Hania haere z
Memori Hania Doenia Gratinga Alaua Gloria
En tria contegit hoc exsanguia corpora sax ...
versibus haec quae sint erudie[re?] ...eis
cui vita eripuit vatimus Hania ...o
impius hic sua post tristia fata cub...
cuius in hoc coniunx claudit latus Ida sepu...
quae Gratingano e sanguine creta su...
filius his iunctus est et vatimus hospes
hos ora ut iungat gaudia vera poli
Het gaat hier om een verwijzing naar Gatske (Gaets) Epes Aylva die gehuwd was met Sikke Bokkes Gratinga. Als ik het goed begrijp is de zerk van een kind van hen omdat Gaets zelf te Franeker begraven is. Bij Simon Wierstra zien we meer details over dit echtpaar:
Kinderen van Epe van Aylva, gehuwd met Beatrix Watzesdr van Walta, overleden na 22 mei 1531, begraven Bolsward ,grafsteen, dochter van Watze van Walta en Auck Ndr.
Uit dit huwelijk:
1 Tjaert van Aylva, volgt onder VII-b.
2 Watze van Aylva. Mr.Watze was pastoor in Witmarsum.
3 Gaets van Aylva, overleden 1523, begraven Franeker ,grafschrift.
Zij werd bij haar twee overleden zoons begraven te Franeker.
Gaets was gehuwd met Sicke van Gratinga, overleden 1538/1542, begraven Hitzum, zoon van Bocke van Gratinga, ook Bocke Burmania en Hilck Laesdr van Eelsma.
Hij woonde op Gratingastate te Hitzum,wat hij geërfd had van de "âlde Sicke" te Almenum, naar wie hij was genoemd. Over deze "âlde Sicke thoe Nyehuys" zie GJB 1995-144.
Bij R.v.A.1511 heeft Sicke Gratinga van Hitzum veel bezit.
Hof van Friesland (HvF) 16481-452 d.d.4-4-1536:Sicke voor zijn vrouw Popck contra Renick Pieters.
HvF 16481-516,576 d.d.3-10-1536 en 20-12-1536:Sicke voor zijn vrouw Popck contra Sybrant van Roorda te Spannum voor zijn vrouw Haring.
HvF 16481-777 d.d.6-11-1537:Sicke voor zijn dochter Ydt bij zijn vorige vrouw Gaets contra zijn schoonvader Epe Aylva.
HvF 16481-145 d.d.20-12-1538:hij behartigt de zaken van zijn vrouw Popck inzake land te Boer.
Hij testeerde op 5-5-1525 (zie hiervoor ook DDD1-127 d.d.9-1-1621 met verwijzing naar Sicke en een testament d.d.24-6-1562).
Op zijn graf te Hitzum stonden de kwartierwapens van zijn 4 grootouders.
Zie voor hem uitvoerig Genealogysk Jierboek 1994-26,27 en verder ook GJB 2000-140 en GJB 1995-149.
Sicke was weduwnaar van Ydt van Dekema, overleden v 1520, dochter van Juw van Dekema, ook Julius en Catryn van Hottinga.
Sicke was later gehuwd met Popck Sybrensdr van Bonga, afkomstig uit Kimswerd, overleden 1558/1559, dochter van Sybren Doytzes Bonga en Gaets Haringsdr van Harinxma.
voor vele sneupers deze familie in het geheugen gegrift zijn.
Het is dan ook leuk als op onverwachte plaatsen in Friesland weer telgen uit de familie Van Aylva opduiken. Recent was onze inscriptie-jager Hessel de Walle in de kerk van Jorwerd, wereldberoemd geworden door het boek van Geert Mak: Hoe God verdween uit Jorwerd.
Hoewel hij er inmiddels ook weer over twijfelt.
Hessel vond een grafsteen met een nog merkwaardiger spelling van de naam Van Aylva dan tot nu toe bekend was: Alaua.
Dit staat er op grafzerk nummer 3203 uit Jorwerd (notabene ook nog een moord!):
A[no] XVC LXV de X decebris is ger[u]st die eerbare iuffrouw Yda va Gratiga sy echte huisfrow
Ano XVC LXIX tuske de 2 en 3 decebris i der nacht vermoordt i sy slaepkamer de eerentveste heerscip Wattie va Hania
Ao LXX de XXIJ marsij is gerust Wattie Hania haere z
Memori Hania Doenia Gratinga Alaua Gloria
En tria contegit hoc exsanguia corpora sax ...
versibus haec quae sint erudie[re?] ...eis
cui vita eripuit vatimus Hania ...o
impius hic sua post tristia fata cub...
cuius in hoc coniunx claudit latus Ida sepu...
quae Gratingano e sanguine creta su...
filius his iunctus est et vatimus hospes
hos ora ut iungat gaudia vera poli
Het gaat hier om een verwijzing naar Gatske (Gaets) Epes Aylva die gehuwd was met Sikke Bokkes Gratinga. Als ik het goed begrijp is de zerk van een kind van hen omdat Gaets zelf te Franeker begraven is. Bij Simon Wierstra zien we meer details over dit echtpaar:
Kinderen van Epe van Aylva, gehuwd met Beatrix Watzesdr van Walta, overleden na 22 mei 1531, begraven Bolsward ,grafsteen, dochter van Watze van Walta en Auck Ndr.
Uit dit huwelijk:
1 Tjaert van Aylva, volgt onder VII-b.
2 Watze van Aylva. Mr.Watze was pastoor in Witmarsum.
3 Gaets van Aylva, overleden 1523, begraven Franeker ,grafschrift.
Zij werd bij haar twee overleden zoons begraven te Franeker.
Gaets was gehuwd met Sicke van Gratinga, overleden 1538/1542, begraven Hitzum, zoon van Bocke van Gratinga, ook Bocke Burmania en Hilck Laesdr van Eelsma.
Hij woonde op Gratingastate te Hitzum,wat hij geërfd had van de "âlde Sicke" te Almenum, naar wie hij was genoemd. Over deze "âlde Sicke thoe Nyehuys" zie GJB 1995-144.
Bij R.v.A.1511 heeft Sicke Gratinga van Hitzum veel bezit.
Hof van Friesland (HvF) 16481-452 d.d.4-4-1536:Sicke voor zijn vrouw Popck contra Renick Pieters.
HvF 16481-516,576 d.d.3-10-1536 en 20-12-1536:Sicke voor zijn vrouw Popck contra Sybrant van Roorda te Spannum voor zijn vrouw Haring.
HvF 16481-777 d.d.6-11-1537:Sicke voor zijn dochter Ydt bij zijn vorige vrouw Gaets contra zijn schoonvader Epe Aylva.
HvF 16481-145 d.d.20-12-1538:hij behartigt de zaken van zijn vrouw Popck inzake land te Boer.
Hij testeerde op 5-5-1525 (zie hiervoor ook DDD1-127 d.d.9-1-1621 met verwijzing naar Sicke en een testament d.d.24-6-1562).
Op zijn graf te Hitzum stonden de kwartierwapens van zijn 4 grootouders.
Zie voor hem uitvoerig Genealogysk Jierboek 1994-26,27 en verder ook GJB 2000-140 en GJB 1995-149.
Sicke was weduwnaar van Ydt van Dekema, overleden v 1520, dochter van Juw van Dekema, ook Julius en Catryn van Hottinga.
Sicke was later gehuwd met Popck Sybrensdr van Bonga, afkomstig uit Kimswerd, overleden 1558/1559, dochter van Sybren Doytzes Bonga en Gaets Haringsdr van Harinxma.
Abonneren op:
Posts (Atom)

