Posts tonen met het label Nassau. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nassau. Alle posts tonen

zondag 3 december 2017

Brieven van Agatha, jonkvrouwe van Groot Terhorne te Beetgum

Onlangs kwam bij uitgeverij Bornmeer het aardige boekje Geen honinck soet sonder bitter gal uit. In deze nieuwe publicatie worden de brieven behandeld van Agatha Tjaerda van Starckenborgh (1620-1670), stammend uit een oud adellijk Fries geslacht.
Zij was getrouwd met Georg Frederik thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg; het echtpaar woont op Groot Terhorne te Beetgum, of ‘Horn’, zoals zij hun huis zelf noemen. Het is een van de centra van de Friese adel.

Als een rode draad door het verhaal loopt de correspondentie met de Duitse zaakwaarnemer Michael Buschius (Von dem Busch), die voor de familie moet uitzoeken en bewijzen dat ze recht hebben op een deel van de erfenissen van de Duitse tak van de Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg familie. Ook moest hij een oogje in het zeil houden op de studerende zoons Johan Georg en Georg Wolfgang in Heidelberg, waar ook een neefje studeert, voordat ze op een grand tour door Europa gaan. Als ondersteuning werden er hals over kop allerlei familieportretten gemaakt of gereproduceerd.
In feite was Buschius een vroege sneuper die de genealogie van de familie moest publiceren, maar wel voor het behalen van financieel voordeel. Want ondanks de vele bezittingen in landerijen en onroerend goed leidt de familie een wankel bestaan op het gebied van financiën en gezondheid.

De mannen zijn vooral op oorlogspad en uiteindelijk komen de beide zoons dan ook jammerlijk om het leven in de Slag bij Seneffe (boven Charleroi) op 11 juli 1674 tussen de geallieerde Spaanse, Staatse en keizerlijke troepen enerzijds en de Fransen onder de prins van Condé anderzijds.
Dit wordt op een prent van Romeyn de Hooghe pijnlijk verbeeld. Onder nummer 17 liggen de broers geveld vooraan in het strijdgewoel, terwijl iets verderop in de stofwolken in het midden van de afbeelding nog de ontzaglijke generaal Hans Willem baron van Aylva (nummer 6, De Generael Alua) moet bewegen, die bij de slag slechts gewond raakt.
Het regiment Nassau-Friesland werd op een heuvel ingesloten en op meedogenloze wijze in de pan gehakt door de Fransen. De kogel uit het lichaam van zoon Johan is in een doosje opgestuurd naar de familie in Friesland. Het doosje is nog bewaard in het familiearchief bij Tresoar maar de kogel is verdwenen.
"Hij suipt hem nu alle dagen strontvol", zei Agatha Tjaerda v Starckenborgh over de labiele stadhouder Willem Frederik van Nassau-Dietz. Haar zoons verkeerden in zijn nabijheid en dat deed de moeder constant vrezen dat ook zij zich teveel aan de alcohol zouden laven.
In zijn dagboeken (online als Gloria Parendi) is Willem Frederik ook heel openhartig over zijn alcoholgebruik en bezoek aan dames van lichte zeden. Op p. 669 schrijft hij: verloopen in dronckenschap eens oft tweemahl en dahrnae in hoereri seuvenmahl op het lest van de maent; ick weet niet, hoe ick den duyvel, de werelt, mijn vleesch sooveul ruym heb gegeven en mij soo laeten vallen, [...] die mensch iss swack.

Agatha schrijft in 1665 over het ongeluk van graaf Johan Maurits van Nassau-Siegen bij Franeker, (na zijn bezoek aan de begrafenis van Willem Frederik), waar haar beide zoons Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg bij betrokken waren! Gelukkig overleven ze het hachelijke avontuur.

Verder roddelt Agatha natuurlijk graag en heeft ze het o.a. over Hessel Meckema van Aylva en de ophef die zijn grote grafmonument in Holwerd veroorzaakte.

Ook de familie op Holdinga State in Anjum komt regelmatig ter sprake want er is een slepend conflict met neef Wilco Holdinga Thoe Schwartzenberg over een huwelijksbelofte.

Al met al een heel interessant inkijkje in de wereld van de 17e eeuwse Friese adel!

zondag 21 februari 2016

Unieke bewaard gebleven 17e eeuwse kleding van Friese stadhouders in Rijksmuseum

Afgelopen zaterdag was ik in het Rijksmuseum, waar twee nieuwe tentoonstellingen waren geopend. De ene draaide om de Amsterdamse schilder George Hendrik Breitner, die van zijn jonge muze Geesje Kwak vele schilderijen in kimono maakte. Deze Japanse mantel (vandaar de naam japon) was veelal zeer kleurrijk en werd door Breitner in opdracht van een fabrikant gepromoot. Interessant is dat Breitner ook al vroeg veel foto's maakte van Amsterdamse straattaferelen.

De andere tentoonstelling heeft een focus op Mode, met onder andere een spectaculaire ronddraaiende catwalk en gigantische jurken, ingericht door fotograaf Erwin Olaf die ook een prachtig portret maakte van het Groningse model Ymre Stiekema.

Ruitermantel Ernst Casimir
Maar wat mij het meeste opviel was een aparte zaal met de enige in Nederland bewaard gebleven 17e eeuwse kleding. Het betrof namelijk de kleding van de Friese stadhouders Ernst Casimir en zijn zoon Hendrik Casimir. Beide sneuvelden op het slagveld en werden als helden vereerd. Hun kleding werd voor het eerst als een soort relikwie bewaard.
Van Ernst Casimir van Nassau-Dietz is de hoed met kogelgat tentoongesteld, met daarnaast zelfs de kogel en enkele botjes. Ook is er een onderbroek, pofbroek en ruitermantel van Ernst Casimir in de vitrines te zien, naast een zeemleren kolder van Hendrik Casimir.

Centraal in de zaal staat een schilderij van Ernst Casimir door de Friese hofschilder Wybrand de Geest.
Ook is er een hemd van Willem Frederik van Nassau-Dietz, die wel eens contact had met de Fries Pibo van Doma te Fogelsanghstate die hem hielp de hand van Albertine Agnes bij haar moeder Amalia van Solms te vragen.

Het informatiepaneel in het Rijksmuseum vermeldt: Uit respect. Dit zijn de enige kledingstukken uit de 17de eeuw die in Nederland over zijn gebleven. Het was in dit land geen traditie om kleren voor het nageslacht te bewaren. Dit komt mogelijk door het ontbreken van grote landhuizen en familiekastelen. Toch hebben de kleren in deze zaal wél de tijd doorstaan, omdat zij herinneren aan helden die vielen voor het vaderland.
Pofbroek Ernst Casimir
Ze zijn gedragen door de Friese stadhouders Ernst Casimir en zijn zoon Hendrik Casimir. Beiden stierven heldhaftig nadat ze waren neergeschoten op het slagveld. Niet alleen de voorwerpen met de kogelgaten, hun hoed en leren kolder, zijn geconserveerd. Ook de overige kleren (zelfs een onderbroek!) zijn niet vergeten.
In 1628 werden in Zweden voor het eerst koninklijke kledingstukken bewaard, ter nagedachtenis aan het staatshoofd dat zijn land had verdedigd. Dit voorbeeld werd in 1632 nagevolgd aan het Friese stadhouderlijk hof in Leeuwarden, door Ernst Casimirs kleren tentoon te stellen en vervolgens te koesteren als relieken.

De lijkstatie van Ernst Casimir in 1633 in Leeuwarden was ook een waar spektakel. Er is een prachtige reeks tekeningen van bewaard gebleven, waarop de hele Friese adel paradeert.
Over de lijkstatie van Willem Frederik is in 1918 een artikel verschenen in De Vrije Fries.
Ook hij kwam door een kogel om het leven, maar dan wel eentje die hij zelf per ongeluk afvuurde toen hij in 1664 zijn pistool (ook bewaard in het Rijksmuseum) schoonmaakte.
Een briefje dat hij vlak daarna aan zijn hofmeester Vegelin van Claerbergen schreef met bloedvlekken is nog in de collectie van Tresoar aanwezig.

Update: Marlies Stoter, conservator bij het Fries Museum, meldt een recenter artikel van haar hand over de lijkstatie van Willem Frederik in Jaarboek Oranje Nassau 2012: "‘Soo Godt belieft, kom ick’: De begrafenisstoet van Willem Frederik van Nassau-Dietz als spiegel van zijn netwerken" , Jaarboek Oranje Nassau 2012. pp. 50-67.