Posts tonen met het label zilver. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zilver. Alle posts tonen

dinsdag 17 oktober 2017

Verslag ledendag Historische Vereniging Noordoost Friesland te Kollum

Op zaterdag 14 oktober 2017 werd de traditionele najaarsbijeenkomst van de Historische Vereniging Noordoost Friesland in Kollum gehouden. Het bestuur had een gevarieerd programma opgezet. We werden `s morgens bij Kollumer Museum Mr. Andreae vriendelijk met koffie en oranjekoek ontvangen.
We kregen een korte introductie over het ontstaan en de opzet van het museum. Daarna volgden twee lezingen. Eén van redacteur Hans Zijlstra, over de Doutzen Kroes van de zeventiende eeuw: Lisck van Eysinga (1595-1624). Deze lezing werd live via Twitter uitgezonden en kunt u hier terugkijken: https://www.pscp.tv/w/1yNxaVaDEMlKj

Volle zaal bij ledendag in Kollum


Wibo Boswijk heeft een portret schilderij van Lisck van Eysinga. Over haar zal nog een artikel in De Sneuper worden gepubliceerd, naar aanleiding van een vondst in een Album Amicorum over haar en een afgewezen liefde, Anthonius van Aylva.
Daarna volgde een lezing van dr. Oebele Vries over het Kollumer oproer van 1797. Vries is bestuurslid van museum Andreae en heeft zich jarenlang in het Kollumer oproer verdiept. In het museum zijn prachtige zaken rondom het oproer te bezichtigen.
U kunt hier de lezing van Oebele Vries terugzien: https://www.pscp.tv/w/1kvJpkrglWPGE

Vervolgens werd het tijd voor een bezoek aan het museum zelf.
Diverse foto's geven u een indruk van het Kollumer oproer, het leven van Mr. Andreae en werken van schilder Ids Wiersma. Ook zijn er diverse vitrines met zilveren objecten van Kollumer zilversmeden als Pytter Martens en de familie Radema.
Daarna lunchten we in de Colle, waar traditioneel weer een lekkere broodje kroket voor elk lid lag te wachten. Na de lunch vertelden de redacteuren Nykle Dijkstra en Jacob Roep over diverse actuele projecten van de verenigingen.
Jacob vertelde over de totstandkoming van de beeldbank die dankzij webmaster Jaap-Sip Faber prachtig is opgezet en via de website is te raadplegen. Diverse foto's worden nu ook op de Facebookpagina Oud Dokkum uitgelicht. We hopen te zijner tijd de beeldbank aan Europeana te koppelen zodat via deze website iedereen in Europa de foto's kan vinden. Verder vertelde Jacob over zijn deelname aan het project van Frisian book & Paper Restorers. Zij maken in het kader van Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018 een historisch prentenboek van alle Friese Elfsteden. Van elke stad wordt één verhaal opgenomen waarbij een historische prent wordt getekend en gedrukt. Dit gebeurt allemaal ambachtelijk. Van de stad Dokkum heeft Jacob het zeeroversverhaal van Nykle Dijkstra aangeleverd. Daarvan wordt momenteel een historische prent gemaakt met een korte toelichting van het verhaal.
Nykle nam daarna het woord en vertelde hoe het zeeroversverhaal de afgelopen maanden het NOS, radio NPO 1 en andere regionale media wist te halen. Tijdens de Admiraliteitsdagen werd het lied ten gehore gebracht. Nadien kreeg Nykle nog veel positieve reacties en het blijft doorwerken, want misschien komt er wel een standbeeld van de rovers in Dokkum. Maar dat is toekomstmuziek.

Tot slot vertelde Nykle over de deelname van onze vereniging aan de Historicidagen die op 24, 25 en 26 augustus in Utrecht plaatsvonden. Onze vereniging gaf daar een sessie met vier andere historici. We hebben onze werkwijze met wetenschappers en Sneupers gepromoot aangezien daar prachtige projecten uit voort zijn gekomen. Wij hopen dat meer historische verenigingen in Nederland met wetenschappers gaan samenwerken. Dit kan tot mooie resultaten leiden.

Na de lunch brachten we eerst een bezoek aan de Maartenskerk Deze heeft prachtige oude muur- en plafondschilderingen, vele herenbanken (met familiewapens van oa families Botnia, Broersma, Van Rosema, De Schepper), een Van Gruisenorgel, een rouwbord van Eyso de Wendt (rijk geworden bij de VOC in China) en bijzondere grafzerken.
De echtgenoot van Lisck van Eysinga, Hessel van Meckema ligt met een grote steen op het koor, waar ook een voormalig ingang naar de grafkelder lijkt te zijn (een rijtje zwarte stenen dwars boven de grafsteen).
Ook de gelijknamige overgrootvader van de kunstschilder Hermannus Collenius ligt met een grafsteen op het koor.
Boven een deur een mooi schilderij met putti, door Wessel Pieters Ruwersma, een leermeester van Willem Bartel van de Kooi en in de consistoriekamer een gevelsteen uit 1695 van de 7 Kamers , een voormalig woningencomplex. Kortom een rijk bedeelde kerk!
Van een heel andere aard was de Oosterkerk met zijn bijzondere interieur. Deze gereformeerde kerk is verrassend kleurrijk en ontworpen door architect Egbert Reitsma, die lid was van de Groninger Ploeg en de kerk in Amsterdamse Schoolstijl liet bouwen.

De foto-impressie gemaakt door Jacob Roep kunt u hier bekijken.
Ook een online album gemaakt door Hans Zijlstra

We hebben nu al veel zin in de voorjaarsbijeenkomst van 2018. Daar kunt u ook bij zijn! Nadere informatie volgt in De Sneuper.
Word nu lid via dit aanmeldformulier op onze site: http://www.hvnf.nl/aanmeld-formulier/

dinsdag 24 maart 2015

Zilveren huwelijkslepel van Kollumer uurwerkmaker Oeds Molles en Stijntje Gosses

In de catalogus Dokkumer, Kollumer en Amelander Zilver staat op bladzijde 146 een lepel met De Vriendschap van de Kollumer zilversmid Pieter Martens. De achterzijde van de bak is gegraveerd met de letters O M en S G.
Jan Schipper, Fries zilverkenner, met de website www.zilverstudie.nl wees mij op het volgende.
Recent is aan het licht gekomen dat dit een huwelijkslepel is van het echtpaar Oeds Molles, uurwerkmaker te Kollum, en zijn eerste vrouw Stijntje Gosses.
Zij trouwen in Kollum op 25 juli 1756.

Pieter Martens is dezelfde zilversmid die het zilverwerk maakte van de familiebijbel van Geeske Harmens uit Burum, die zich tegenwoordig bevindt in de Bijzondere Collecties van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Oeds Molles stond aan het begin van een dynastie van uurwerkmakers, goud- en zilversmeden en juweliers, de familie Radema. In 2011 werd het 250-jarig jubileum gevierd. De jongste telg uit de familie runt tegenwoordig een webjuwelierswinkel.

Update: Reinder Postma meldde dat in ons boek over oral history in Noordoost-Friesland, Op de Praatstoel 2, een hoofdstuk is opgenomen over de familie Radema. Een mooie reden dus om dat prachtige boek te bestellen!
Het artikel verhaalt over de opeenvolgende generaties Radema, die al voor 1811 de achternaam voerden, gelieerd waren aan zilversmid Hylke Martens en het feit dat ook zilversmid Gieke Andeles al eind 17e eeuw in het pand werkzaam was. Zijn grafsteen uit 1715 ligt nu in de tuin van Oudheidkamer Mr Andreae. De huidige zaak is in het pand naast het oorspronkelijke pand van de uurwerkmakers en zilversmeden.
André Buwalda merkte daarnaast op dat Oeds Molles ook vermeld wordt in 'Uurwerkmakers in Friesland' van Siet en Lammert de Bruin. Oeds was werkzaam als uurwerkmaker van 1755 tot ca. 1791.

zaterdag 22 november 2014

Foeke Sjoerds populair bij zilveren lepel-vervalsers

Enkele jaren geleden werden wij benaderd door een sneuper die via een online veiling-site een antieke zilveren lepel had gekocht met de inscriptie 'F Sjoerds' en het jaartal 1763. De koper dacht
daarmee een waardevol stuk antiek aangeschaft te hebben dat in het bezit van de Friese geschiedschrijver Foeke Sjoerds uit Oosternijkerk/Ee zou zijn geweest.

Na consultatie van Friese zilverkenner Jan Schipper bleek al gauw dat het een veel jongere lepel was, waarop een slimmerik blijkbaar middels de inscripties een oudheidsstempel probeerde te drukken.

Via Ebay is nu weer een dergelijke lepel opgedoken. Ook nu weer een quasi-oude zilveren lepel en wederom F Sjoerds en het jaartal 1763
Hij werd zelf in 1713 geboren, dus de indruk wordt gewekt dat hij het als geschenk voor zijn 50e verjaardag zou hebben gekregen. Van de nu aangeboden lepel is zelfs duidelijk dat er een laat-19e eeuwse jaarletter in het zilver is aangebracht. Laat u dus niet foppen en verspil geen geld aan dergelijke vervalsingen!

donderdag 17 juli 2014

Fries zilver met alliantiewapen Idema, Leeuwarden, ca 1700

Bij veilinghuis Sotheby's in London werd op 29 april 2014 een zilveren schaal van de Friese zilversmid Pieter de Wit uit Leeuwarden geveild. Pieter de Wit was leerling van Johannes Foppes in 1670 en trad in 1682 toe tot het gilde van goud-en zilversmeden.
Het bord toont in het midden een alliantiewapen, van een echtpaar dus. Het zilveren bord zal vermoedelijk als huwelijksgeschenk gemaakt zijn.
Links een wapen met 3 klavers rechtsboven, linksboven de Friese halve adelaar en onder 3 vogels. Via de database met Friese wapens van Hessel de Walle en ons overzicht van Friese wapens op de verenigingswebsite zie je dan al gauw dat dit het wapen van de familie Idema moet zijn. De vogels zijn in andere afbeeldingen meestal zwanen.
De schaal is onderdeel van de collectie Gustav Leonhardt, oud-bewoner van Huis Bartolotti te Amsterdam. De collectie is na zijn overlijden in 2012 geheel geveild bij Sotheby's. In Huis Bartolotti, een van de mooiste panden in de Amsterdamse Grachtengordel, was ik nota bene recent nog binnen, als lid van Vereniging Hendrick de Keyser!
Het rechterwapen dat op de schaal staat afgebeeld levert meer hoofdbrekens op. De gekruiste ganzenveren (zowaar dezelfde als in ons verenigingswapen!) in combinatie met de lelie en 3 klavers kon zelfs door de Fryske Rie foar Heraldyk niet direct thuisgebracht worden. Mijn logica is dat er een relatie met een 'schrijver' of 'secretaris' moet zijn, mogelijk de vader of grootvader van de bruid. Een in aanmerking komend echtpaar is dan, gebaseerd op de DTB huwelijksgegevens van Tresoar:
Dokkum, huwelijken 1730
Vermelding: Bevestiging huwelijk op 27 augustus 1730
Bruidegom: Enneus Idema afkomstig van Leeuwarden
Bruid: Maria Went afkomstig van Dokkum
Opmerking : hij is Dr., advocaat voor het Hof van Friesland, klerk van de Heren Staten van deze provincie en schrijver van een compagnie infanterie
Bron:Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenboeken(DTBL)
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum 1722-1743. Inventarisnr.: DTB 196

Nu is er wel een familiewapen bekend van de familie Went/ De Wendt maar die ziet er toch anders uit. Deze bevat een roos en een lelie. Zou het wapen in de loop der generaties veranderd zijn en is het wapen op dit zilveren bord een vroege versie, gebaseerd op stamvader, grootvader van Maria en schrijver van een compagnie (rond 1685) Eyso Went/De Wendt en later veranderd door zijn in de VOC rijk geworden kleinzoon en naamgenoot Eyso de Wendt? Onwaarschijnlijk, want grootvader voerde het wapen met roos en lelie ook al.

Logischer is dan deze:
Tietjerksteradeel, huwelijken 1688
Vermelding: Bevestiging huwelijk op 16 december 1688 in Oostermeer
Bruidegom: Hermannes Idema afkomstig van Beetsterzwaag
Bruid: Lucia van Viersma afkomstig van Oostermeer
Bron: Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenboeken(DTBL)
Trouwregister Hervormde gemeente Oostermeer Eestrum 1670-1811
Inventarisnr.: DTB 715.
Oostermeer (Eastermar) is overigens ook de geboorteplaats van Doutzen Kroes.

Hermannes en Lucia zouden dan in 1701 hun 12 1/2 jarig huwelijk gevierd kunnen hebben. Volgens de Fries zilverkenner Jan Schipper, mede-auteur van het recente standaardwerk Fries Goud en Zilver, is de de schotel namelijk van rond 1700.
Van de familie Van Viersma is een familiewapen bekend met 3 klavers, die ook in het rechterwapen voorkomen.  
Nicolaus van Viersma leefde van 1582 tot 1652. Zijn grafsteen in de NH Kerk te Kollum is nog bewaard gebleven. Helaas is zijn wapen op de grafsteen onleesbaar geworden. Hij was echter wel grietenijsecretaris van Kollumerland en lid van de synode te Leeuwarden! Nicolaus was getrouwd met Eelckje Eerckes van Haersma en de vader van Lutske ofwel Lucia van Viersma.
Van Nicolaus van Viersma en Eelkje Eerckes van Haersma is wel een zilveren gelegenheidslepel met beider wapens bewaard gebleven (zie afbeelding).
Van Geert van der Veer kreeg ik nog deze informatie: Eelckjen Eerckes Haersma is een dochter van Eercke Meynerts Haersma (overleden te Oostermeer) en Saap Wobbes (geboren te Lippenhuizen en overleden te Oostermeer). Eelckjen is gehuwd op 19 mei 1639 met Nicolaus van Viersma, overleden te Kollum in 1652. Hij is secretaris van Kollumerland en Nieuw Kruisland. Hij is begraven in de kerk te Kollum. Op zijn grafsteen staat: ANNO 1652 .... STERF NICOLAUS à VIERSMA IN LEVEN SECRETARIS VAN COLLUMERLAND (Dit laatste staat in het boekje van R. Bosgraaf uit 1973: De Maartenskerk te Kollum, op pag. 63). Lutske van Viersma had alleen nog een zus: Saapke van Viersma, gehuwd met dr. Nicolaus Poutsma.

Het familiewapen met de gekruiste ganzenveren zouden we dan ook moeten zien als een verwijzing naar en wellicht eerbetoon (haar vader overleed toen ze nog heel jong was) aan de prominente functie van Lutske's vader als grietenijsecretaris van Kollumerland.
En klinkt Viersma niet als Veersma?

Aanvulling Jan Schipper, d.d. 15 januari 2017:
Recent werd ik vanuit het buitenland attent gemaakt op een zilveren lepel, die aan de achterzijde van de bak dezelfde wapens toont als die op de door mij aan Wierd Jacobs Westerveld van Dronrijp toeschreven schotel met Leeuwarder keuren en de jaarletter F voor 1700. In dezelfde collectie als waartoe deze lepel behoorde bleek zich nog een tweede lepel de bevinden, die een gravure van een
tweetal wapens toont, waarbij het rechterwapen onmiskenbaar dat van de familie Van Haersma is. Het linkerwapen is helaas wat sleets, maar duidelijk herkenbaar zijn de "Friese halve adelaar" en drie klavers paalsgewijs. Rechts van de klavers lijkt zich nog een figuur te bevinden, maar helaas is deze als gevolg van slijtage lastig te duiden. Wat direct opviel was de overeenkomst met wapens op de lepel in de collectie van het Fries Museum (inv.nr.Z00894B). Bij die lepel, die naast de wapengravure voorzien is van de inscriptie N R V  E H  wordt aangegeven dat het om de wapens van Nicolaus van Viersma en zijn echtgenote Eelck van Haersma zou gaan.

Deze echtelieden zijn de ouders van Lutske (Lucia) van Viersma, die op 16 december 1688 te Oostermeer huwde met Hermanus Ydema.

Is het denkbaar dat Luts van Viersma een persoonlijk wapen aannam dat elementen bevat, in dit geval de drie klavers uit het wapen van haar vader en de lelie uit het wapen van haar moeder, in combinatie met elementen die verwijzen naar het beroep van haar vader?

Hoe dan ook, het voorkomen van een lepel met exact dezelfde wapens als op de schotel in combinatie met een tweede lepel met de aan het echtpaar Van Viersma - Van Haersma toegeschreven wapens in dezelfde collectie kan opvallend genoemd worden. Naar verluid zouden de beide lepels afkomstig zijn uit de nalatenschap van een in 1859 te Leeuwarden geboren dame. Deze omstandigheden ondersteunen de toeschrijving van de identieke wapens op de schotel en lepel aan het echtpaar Hermanus Idema en Lucia van Viersma.

Jan Schipper
www.zilverstudie.nl



Aanvulling Jan Schipper, d.d. 8 december 2017, over bovenstaande schotel:
in het kader van een onderzoekje kreeg ik onlangs de "Gids voor de Bezoekers van de Historische Tentoonstelling van Friesland" (1877) onder ogen. Bij het doorbladeren viel mij op bladz. 192 het volgende op:

Zaal IX:

1. Zilveren schotel met gedreven bloemranden en de wapens van v. Idema en v. Viersma, vermoedelijk afkomstig van Harmanus v. Idema en Lutsche v. Wiersma, omstreeks 1680 woonachtig op Alma State op de Wijgeest in Kollummerland.

De schotel is ingezonden door H. Eskes te Kollum.

Het gaat hierbij naar mijn mening over dezelfde schotel, en e.e.a. ondersteunt de huidige duiding van de wapens etc. op het voorwerp. Kennelijk zat men in 1877 ook al op dit spoor en zijn we via een totaal andere weg bij dezelfde personen uitgekomen.

dinsdag 5 maart 2013

Vrije Fries 2012, nummer 92, met kloeke Friese geschiedenissen

Op zaterdag 2 maart viel hij weer in de brievenbus: het jaarboek van het Koninklijke Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur en de Fryske Akademy over 2012. Ik maak er graag melding van op dit blog maar het kost toch ongewild nog aardig wat tijd om de informatie op en rijtje te krijgen. Je zou toch mogen verwachten dat op moment van versturen per post er online ook al de nodige informatie beschikbaar zou worden gemaakt. Op zijn minst een inhoudsopgave en een cover. Maar niets is minder waar!
De site van het Fries Genootschap geeft alleen een overzicht van de inhoud vanaf het eerste nummer in 1839 tot en met 2008!
De Fryske Akademy maakt het nog bonter: daar alleen een overzicht t/m 2006. Dan denk je: het zal wel op de site van Afuk staan, die de boekenverkoop doen. Dat is maar deels waar. Sowieso staat er nog niks over 2012, wel over de delen t/m 2011. Echter dat is via de zoekmachine of navigatie van de site bijna niet te vinden. Probeer het maar eens via Vrije Fries of Vrije Fries 2011.

Afijn, genoeg geconstateerd, nu de inhoud. In het eerste hoofdstukje, Van de redactie, wordt een samenvatting gegeven. Leo Verhart beschrijft de verwoede twisten tussen het Rijksmuseum van Oudheden (te Leiden), in de figuur van Jan Hendrik Holwerda, en het Fries Genootschap, vooral in de figuur van P.C.J.A. Boeles.
Nelleke IJssennagger beschrijft de contacten tussen Friezen en Scandinaviërs in de eeuwen rond het jaar 1000. Aan de hand van teksten en voorwerpen behandelt ze de onderlinge conflicten, allianties, handel en uitwisselingen als evenzovele manieren van contact.
Kees Kuiken onderzoekt het boeren-liberalisme in Het Bildt van de grote heren- en vergaderboeren.
Eeltsje Hettinga levert een mooi essay over de poëzie van de vorig jaar overleden schrijver Trinus Riemersma.
Joke Corporaal behandelt in haar artikel de Friese literatuur van o.a. Anne Wadman.
Persoonlijk het meest interessante artikel, gelardeerd met kleurenfoto's, vind ik dat van Saskia Kuus. Zij trekt de stelling van Piet Bakker, auteur van het standaardwerk over de Friese schilderkunst in de Gouden Eeuw, dat vooral adellijke milieus met portretschilderijen uiting gaven aan hun familiebewustzijn, in twijfel. Zij illustreert dit met het voorbeeld van de uit een familie van eigenerfden afkomstige regent Dirk Fogelsangh (1600-1663), die schilders veelvuldig opdracht gaf om hemzelf en familieleden te portretteren.
Justin Kroesen presenteert tenslotte een overzicht van het Friese katholieke kerkzilver uit het tijdperk van de protestantse Republiek, met bijzondere aandacht voor de daarop aangebrachte beeldtaal.

Inhoudsopgave:
- Terug in het land van herkomst, Leo Verhart.
- Friezen en Scandinaviërs in de Vikingtijd, Nelleke IJssennagger.
- Fries katholiek kerkzilver.
- Anne Wadman tussen moeder- en vadertaal.
- Oer de poézy fan Trinus Riemersma.
- De portretopdrachten van Dirk Fogelsangh (1600-1663).
- 'Zijne vrijzinnige denkbeelden omtrent de staatshuishouding'. Bildts protoliberalisme en liberalisme 1814-1851, Kees Kuiken.
- Archeologische kroniek, Ernst Taayke.
- Jaarverslag Koninklijk Fries Genootschap.

vrijdag 2 november 2012

Brandewijnkom Botma en Roorda in collectie Rijksmuseum

Het Rijksmuseum had allang een groot deel van zijn collectie digitaal ontsloten via de website Rijksmuseum.nl maar deze week werd deze in een nieuw jasje opnieuw gelanceerd.
Met het oog op de opening van het fysieke museum in 2013 is alvast digitaal de collectie makkelijker toegankelijk gemaakt voor zowel gebruikers van pc en laptop als mobiele apparaten als iPads en mobiele telefoons.
Brandewijnkom in collectie Rijksmuseum van Dokkumer zilversmid Paulus Sakes
Echt nieuw is de mogelijkheid om een eigen digitale verzameling bij elkaar te brengen in de zogenaamde Rijksstudio. Dit is een eigen plekje op de website waarvoor je je moet registreren (dat ook makkelijk kan via je bestaande Facebook of Twitter-account, net als op onze www.HVNF.nl ). Vervolgens kun je dan na het zoeken door de collectie je favoriete kunstwerken in je virtuele kunstverzameling plaatsen. Zo gezegd, zo gedaan. Ik registreerde me via mijn Facebook-account en deed o.a. een zoekopdracht op Dokkum. Een van de resultaten was een zilveren brandewijnkom uit 1647 van de Dokkumer zilversmid Paulus Zacharias. Dit is de duurdere vorm van zijn oorspronkelijke naam, Paulus Sakes. Het mooie is dat de afbeelding in hoge resolutie te bekijken is en dan zie je direct aan de voorzijde van de afbeelding twee cartouches met familiewapens en initialen. Ik mailde kenner van de Friese inscripties voor 1811, Hessel de Walle, en al vrij snel kwam hij met het antwoord.
Het linkerfamiliewapen met de drie klavers en de drie visjes (ofwel botten) is dat van de familie Botma terwijl de rechter met de halve Friese adelaar en 3 klavers die van de familie Roorda is. Vreemd genoeg zijn de bijbehorende initialen in omgekeerde volgorde. De initialen AGR en SGB moeten staan voor het echtpaar Aukje Gerrits Roorda en Sake Gabes Botma die waarschijnlijk in hun huwelijksjaar deze brandewijnkom kregen. Logischer was geweest dat AGR rechts boven het bijbehorende familiewapen zou staan en SGB links, boven het Botma wapen. Op de website van ons lid Rinse Brink over de familie Botma staan vele voorwerpen maar deze nog niet.

Van Paulus Sakes zijn diverse andere zilveren voorwerpen bewaard gebleven. Hij was een van de oprichters van het Dokkumer gilde van goud- en zilversmeden in 1645. Een mooie bron voor achtergrondinformatie is het boek uit 2002 van Janjaap Luijt, in samenwerking met Jan Schipper, Marlies Stoter en Cor Venema en uitgegeven door het museum Admiraliteitshuis: Dokkumer, Kollumer en Amelander zilver. Zo maakte Paulus Sakes in 1649 bekers met gegraveerde medaillons voor Aen Obbes en Iantien Aeriens en een onbekende opdrachtgever. Uit 1655 is de avondmaalsbeker van Ee bekend. Ter viering van de gereedgekomen trekvaart tussen Dokkum en Groningen maakte hij in 1656 een aantal penningen (naar ontwerp van de Amsterdamse zilversmid Johannes Lutma) waarop in het Latijn o.a. de Dokkumers Potter, Suyderbaen en Hoochacker worden vermeld. Een avondmaalsbeker van Akkerwoude/Murmerwoude uit 1657 noemt de schenkers: dominee Hermanus Scheversteijn, Folcke Binnerts, Johannes Gerlofs, Oeds Ryckles en Pytter Annes, terwijl een beker uit 1660 getooid is met de inscriptie AC 1682. Een schotel uit 1664 van Sakes' hand toont een gevierendeeld familiewapen (RK?) met een wildeman met knots, twee lelies en drie dwarsbalken met vier schuinkruisjes. En tenslotte een zilveren lepel met op de achterkant van de bak de initialen DI, AD en TRP. Wie de initialen herkent stuurt ons aub een mailtje!
Genealogische informatie over Paulus Sakes: hij werd geboren in Kollum als zoon van zilversmid Sake Paulus en Anschgen Eesgis. Hij ondertrouwde op 23 november 1653 te Dokkum met Catharina Canter van Oosten, dochter van de page aan het hof van Filips de tweede, Jacob Canter van Oosten en Machteld Arents. Hij woonde te Dokkum in de Kleine Gasthuisstraat en de Hoogstraat.

woensdag 15 augustus 2012

VOC tabaksdoos van Jan Jans uit Lutjegast

Ruim 150 jaar na zijn dorpsgenoot Abel Jans Tasman koos Jan Jans uit Lutjegast het ruime sop met de VOC. Afgelopen week presenteerde het Scheepvaartmuseum in Amsterdam zijn jongste aankoop. Directeur Collecties Henk Dessens, zelf een verwoed wadvaarder, vertelde aan de diverse media over het verhaal achter de zilveren tabaksdoos.
Jan Jans voer van 1791 tot 1794 bij de VOC, de nadagen van het bijna 200-jarig bestaan van de maritieme multinational.
Persoonlijke bezittingen die rechtstreeks verwijzen naar de VOC-dienst zijn zeer zeldzaam, zeker van gewone zeelieden.

Op het deksel van Jan Jans’ tabaksdoos staat een afbeelding van Batavia (Jakarta) met verschillende schepen, waaronder een saluerende Oostindiëvaarder met VOC-vlag van de Kamer Amsterdam. Onderop het doosje staat een afbeelding van Kaap de Goede Hoop, weer met een aantal schepen en op de achtergrond de Tafelberg en Duivelspiek.

Aan de binnenzijde van het deksel staat een samenvatting van de reizen die Jan Jans als lichtmatroos maakte met de VOC: Jan Jans uit Tessel gezeijld met t Schip de 3 Gebroeders den 27 April 1791, Op Cabo de Goede hoop Gearriveerd den 25 August 1791. Met t Schip Roosenburg vertrokken den 9 Jann 1792, Op Batavia gearriveerd den 1 April 1792, Vertrokken met t Schip de Jonkvrouw Zibille Antoinette den 2 Juny 1792, Gearriveerd op Colombo den 16 August 1792, Vertrokken den 28 Septb 1792, Op Puntegalen * gearriveerd den 6 Octb 1792, Vertrokken den 12 Jann 1793, Geretourneerd op Cabo de Goede Hoop den 13 April 1793, Vertrokken den 23 May 1793, Geretourneerd in Tessel Den 10 February 1794.  De vermelde schepen, de hoeker Drie Gebroeders en het VOC-retourschip de Roosenburg, zijn goed gedocumenteerd. De Drie Gebroeders was door de VOC gecharterd bij een particuliere rederij om een groep zeelui van de Republiek naar de Kaap te brengen.
(* Puntegalen= Galle op Ceylon, ofwel het puntige schiereiland Punta Gala)

Het is opmerkelijk dat Jan Jans na aankomst in Batavia zo snel weer terugkeerde naar de Republiek (na 2 maanden), want meestal bleef een zeeman twee tot drie jaar in Azië varen voor hij weer terugkeerde naar de Republiek.
De online database met VOC opvarenden , gekoppeld aan Dutch Asiatic Shipping gegevens heeft deze gegevens over Jan Jans:
Gegevens van Jan Jans uit Luttekegast (het zou zelfs kunnen dat dit Lutkegeest in Tietjerksteradeel is, in plaats van Lutjegast!)
Datum indiensttreding:     27-04-1791     Datum uit dienst:     00-00-1794
Functie bij indiensttreding:     Jongmatroos     Reden uit dienst:     Gerepatrieerd
Uitgevaren met het schip:     Drie Gebroeders     Waar uit dienst:     Jonkvrouwe Sibilla Anthoinetta
Maandbrief:     Nee     Schuldbrief:     Ja
Gegevens van de vaart
Schip:     Drie Gebroeders     Vertrek:     27-04-1791
Kamer:     Amsterdam
Aankomst Kaap:     25-08-1791
Vertrek Kaap: 24-09-1791
Inventarisnummer:     6812
Folio:     133     Aankomst Batavia:     14-12-1791
DAS- en reisnr.:     4695.2

Details of voyage 4695.2 from Texel to Batavia
Number     4695.2
Name of ship     DRIE GEBROEDERS
Master     Groot, Jan Roelofsz. de
Tonnage     828
Type of ship     fluit
Built     hired
Yard    
Chamber     Amsterdam
Date of departure     27-04-1791
Place of departure     Texel
Arrival at Cape     25-08-1791
Departure from Cape     24-09-1791
Date of arrival at destination     14-12-1791
Place of arrival     Batavia
Particulars     According to K.A. 4328 the departing crew consisted of 372 men.
Next homeward voyage     8338.2
On Board     I     II     III     IV     V     VI
Seafarers     338     4     45     31     92     186
Soldiers                 32         32
Craftsmen                 4         4

Gegevens van de terugvaart
Schip:     JONKVROUWE SIBILLA ANTHOINETTA     Vertrek:     12-01-1793
Kamer:     Amsterdam     Kaap:     07-04-1793
31-05-1793
DAS- en reisnr.:     8356.1
        Aankomst:     10-02-1794
Details of voyage 8356.1 from Ceylon to Texel
Number     8356.1
Name of ship     JONKVROUWE SIBILLA ANTHOINETTA
Master     Christiaansz., A.H.
Tonnage     1150
Type of ship    
Built     1789
Yard     Amsterdam
Chamber     Amsterdam
Date of departure     12-01-1793
Place of departure     Ceylon
Arrival at Cape     07-04-1793
Departure from Cape     31-05-1793
Date of arrival at destination     10-02-1794
Place of arrival     Texel
Chamber for which cargo is destined     Amsterdam (330,617)
Particulars     According to K.A. 4336 Nikolaas Klopper was master. During the voyage the JONKVROUWE SIBILLA ANTHOINETTA called at Cork in Ireland. See also the ROZENBURG (8355).
Previous outward voyage     4705.1
On Board     I     II     III
Total     150     7     28

Ook uitzonderlijk was de lange terugreis van de Kaap naar de Republiek: ruim acht maanden.
Nader genealogisch onderzoek zou kunnen uitwijzen wat er verder van Jan Jans is terechtgekomen en mogelijk verklaren waarom een eenvoudige lichtmatroos zo'n mooie, dure, zilveren tabaksdoos had.

Update 1: Inmiddels zijn 2 personen met de naam Jan Jans gevonden in doopboeken Lutjegast, in 1746 en 1755 (zoon van Jan Derks en Tietje Jans). Die van 1746 lijkt me te oud voor een lichtmatroos in 1791 (45 jaar). Of het die van 1755 is vergt nog meer onderzoek.
Update 2: Dit zou zijn huwelijk kunnen zijn:
Kollumerland c.a., huwelijken 1801 Vermelding: Bevestiging huwelijk op 3 mei 1801 in Kollum 
Man : Jan Jans afkomstig van Lutjegast  
Vrouw : Trientje Tjebbes afkomstig van Kollum  
Bron: Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenboeken(DTBL) 
 Trouwregister Hervormde gemeente Kollum 1718-1811  
Inventarisnr.: DTB 450
Update 3: Zou het het echtpaar Jan Jans Kiestra en Trijntje Tjebbes de Boer kunnen zijn, zoals vermeld op de genealogische pagina van ons lid Taeke van der Leij? Zijn geboortejaar was geschat op 1775 op basis van zijn overlijden in 1844 op 69-jarige leeftijd. Een lichtmatroos van 16 jaar kwam veel vaker voor (Jens True/Jan de With ging als 14-jarige bij de VOC, Michiel de Ruyter ook rond die leeftijd). Als het echt een Kiestra betreft dan is de zilveren tabaksdoos misschien niet zo verwonderlijk. De familie Kiestra was voorzover ik weet redelijk welgesteld. Mogelijk is de bekende arts Jan Jans Kiestra uit Ee hier aan gelieerd. Allemaal nog voorzichtige aannames, maar we komen dichterbij! Op deze genealogiepagina iets meer details over Jan Jans Kiestra. Het echtpaar komt ook voor op pagina 44 in het boek De Friese boer met het grote gezin uit Kollumerland
Op de site van Anton Musquetier wordt vermeld dat Jan Jans Kiestra van de bekende Bote Eskes 53 pondematen buitendijks, net ingepolderd, land gebruikt in 1821. In 1823 is hij zetter der belastingen en in 1841 bedankt hij als lid van het dijksbestuur.
In de database van het kadaster 1832, via www.hisgis.nl zie je dat Jan Jans Kiestra een landbouwer te Kollum was met veel grondbezit, naast zijn schoonvader Tjebbe Idserts de Boer (1817). In 1797 is hij waarschijnlijk Jan Janzen of de Jan Jans de jonge
In een lijst van Kollumer inwoners van 1825 staat hij vermeld als Jans Jans Kestra, samen met Tjebbe Jans Kistra. 
In 1844 wordt rond zijn overlijden een Memorie van Successie opgemaakt. Jaap Sip Faber heeft het familienetwerk van Jan Jans Kiestra nog wat beter in beeld gebracht.
Laten we niet te snel aannemen dat Jan Jans Kiestra inderdaad de eigenaar van de tabaksdoos was. Al voor 1811 werd de familienaam Kiestra/Kijstra gevoerd. De vraag is waarom hij dan niet op de tabaksdoos ook al zijn familienaam gebruikte. Anderzijds deed hij dat blijkbaar in 1801 bij zijn huwelijk ook niet.

Zou Jan Jans zo kort in Batavia geweest zijn omdat hij heimwee kreeg en spijt had van zijn onbezonnen vertrek? 

Update 4: Ik ben eigenlijk wel benieuwd uit welke inboedel veilinghuis Ald Fryslan (al in februari 2008) de tabaksdoos heeft. Hij is gemaakt door de Amsterdamse meester Fredrik Klupfel die maar zeer kort gewerkt heeft, van 1761 tot 1765, en gespecialiseerd was in het maken en graveren van tabaksdozen.Veiling februari 2008:
Zeer fraaie en zeldzame antieke zilveren tabaksdoos met fijne graveringen van schepen in haven van Batavia en onderzijde Haven stad met schepen Cabo d\' Goede Hoop. Mr Frederik Klupfel, Amsterdam 1761-1765
Voorzien van inscriptie aan binnenzijde van Jan Janz zeilreizen gemaakt tussen 1791 en 1794. 2500-3500 (richtprijs).
Geveild voor 29200 incl opgeld.

Voor wat betreft de inboedel zou ik denken aan een Dijkstra omdat de familie Kiestra in mannelijke lijn lijkt uitgestorven maar via de vrouwelijke lijn er nog wel Dijkstra's in recente tijd geweest moeten zijn. Dat de tabaksdoos al zo'n 30 jaar oud was toen Jan Jans terugkeerde uit de Oost zou er op kunnen wijzen dat hij hem van zijn vader heeft gekregen of in Amsterdam tweedehands heeft gekocht. 
En nog even een zijsprongetje: zou hij hebben meegedaan aan het Kollumer Oproer van 1797

Update 5: Er is een tweede kandidaat in beeld gekomen:  Jan Jans Westra. Hij zou dan bij zijn vertrek als matroos in 1791 21 jaar oud zijn geweest. Het huwelijk van Jan Jans Westra (op 19-6-1796) vindt veel eerder plaats dan dat van Jan Jans Kiestra (3-5-1801) en zou daarom beter aansluiten bij het einde van zijn matrozencarrière (1794). Het is misschien de moeite waard om ook even naar deze optie te kijken.
Persoonlijke gegevens Jan Jans Westra: Hij is geboren augustus 1770 in Lutjegast, Grootegast (Groningen). Hij is gedoopt op 12 september 1770 in Lutjegast, Grootegast (Groningen). Hij is overleden op 11 december 1829 in Rinsumageest, Dantumadeel (Friesland), hij was toen 59 jaar oud.
Bron: http://www.genealogieonline.nl/kwartierstaat-johannes-zijlstra/I1049460271.php


Hij is op 19-6-1796 te Rinsumageest getrouwd met Bontje Jans (Viersen).
Dantumadeel, huwelijken 1796
Vermelding: Bevestiging huwelijk op 19 juni 1796 in Rinsumageest
Bruidegom: Jan Jans afkomstig van Rinsumageest
Bruid: Bontje Jans afkomstig van Rinsumageest
Bron: Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenboeken(DTBL)
Trouwregister Hervormde gemeente Rinsumageest Sijbrandahuis 1772-1810
Inventarisnr.: DTB 168

De ouders van Jan Jans Westra zijn Jan Cornelis en Anke Jans. Dit is hun huwelijk:
Huwelijk 24-09-1769   Lutjegast
Bruidegom: Jan Cornellis, van Westerhorn -Lutjegast
Bruid: Anke Jans, van Kollum
Bron: Kerkeboek Lutjegast 1684-1792
Collectie DTB (toegang 124)
Inventarisnummer 270, folio 114

Hoewel diverse websites melden, dat Jan Jans Westra te Lutjegast is geboren, is zijn doop op Alle Groningers niet te vinden (zie bij reacties dat hij wel degelijk gedoopt is te Lutjegast in 1770, HZ).  Zie verder de volgende links: http://members.chello.nl/~a.westra1/kwstekst.htm
http://www.angelfire.com/vt/sneuper/1829Rinsumageest.html


Update 6Uit telefonisch contact op 31 augustus met de heer Dijkstra van Veilinghuis Ald Fryslan blijkt het volgende: de verkoper in 2008 was een oudere heer Beintema, zoon van de (op)koper die de tabaksdoos zelf in Zuid-Afrika zou hebben gekocht, mogelijk omdat hij daar handel deed. Het was in 2008 dus al geen erfstuk meer. Bij de spullen die hij opkocht zat ook een zilveren brandewijnkom. De vraag is dus nu of te achterhalen is of een rechtstreekse nazaat Kiestra of Westra in Zuid-Afrika is terecht gekomen. Wordt vervolgd!

Update 7: In de familie van Kineke Beintema is dit verhaal niet bekend. Ook in de schoonfamilie Beintema van Antonia Veldhuis lijkt er niets bekend over een link met Zuid-Afrika. De optie van een mogelijk derde Jan Jans, namelijk Jan Jans Feitsma is weer afgevallen omdat tussen 1791 en 1794 diverse kinderen van en door hem werden gedoopt.