Posts tonen met het label dragt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dragt. Alle posts tonen

vrijdag 18 mei 2018

Kletterdei: Boek en app brengen historie Markt Dokkum tot leven

Museum Dokkum presenteert vrijdagmiddag 18 mei – op Kletterdei – een boek  en een bijzondere app: De Abdijtoren. De publicatie ‘Graven in de Bonifatiusterp van Dokkum’ en de app zijn onlosmakelijk verbonden met de Markt en worden dan ook op deze plek gepresenteerd.

In het boek zet auteur Ihno Dragt alle archeologische gegevens van de Markt voor het eerst op een rijtje. Een tijdrovende taak waarmee de directeur van Museum Dokkum al in 2014 is begonnen, meest in zijn schaarse vrije tijd. Bijzonder is vooral de reconstructie van de mozaïekvloer in de Sint Martinuskerk. Door het 11-Fountains Project had hij duidelijk een deadline voor ogen. In tegenstelling tot het realiseren van de IJsfontein, lukte het hem wel om het boek op tijd af te krijgen. Dat gold ook voor de app die gemaakt is door een samenwerking van Museum Dokkum en de Hogere School voor de Kunsten in Utrecht (HKU).

Reconstructie Abdijtoren

Met de app wordt de Abdijtoren van Dokkum letterlijk weer in beeld gebracht. De Abdijtoren was een icoon die tot ongeveer twee eeuwen geleden op de Markt heeft gestaan. Met behulp van Augmented Reality en GPS is er een digitale reconstructie van de toren bovenop de overblijfselen van de oude toren geplaatst. ,,Dankzij deze 21e eeuwse technologie kunnen we mensen een kijkje geven in het verleden’’, vertelt Friso Booij, Masterstudent aan de HKU en ontwikkelaar van de app. ,,Het enige wat ze hoeven te doen is de gratis app ‘De Abdijtoren’ te downloaden. Omdat het om een nieuwe technologie gaat zijn alleen de meest recente smartphones geschikt voor de beleving. Mensen die niet in het bezit zijn van zo’n modern apparaat, kunnen met de IPads van Museum Dokkum alsnog de toren bekijken. Leuke bijkomstigheid is  dat je jezelf nu ook op de foto kunt zetten met de Abdijtoren op de Markt.’’

Benieuwd naar zowel de reconstructie van de Abdijtoren als naar de mozaïekvloer in de Sint Martinuskerk? Kom dan vrijdagmiddag tussen 15.30 en 17.30 uur naar de Markt in Dokkum om het resultaat met eigen ogen te bewonderen.

vrijdag 16 september 2016

Dokkumer torenuurwerk van rond 1600 teruggevonden

Tot zijn eigen verbazing ontdekte directeur Ihno Dragt van Museum Dokkum recent een uniek torenuurwerk. Hij werd benaderd door de gemeente Dongeradeel of hij enkele voorwerpen in de stadswerf kon bekijken op waarde en ouderdom.
Al eerder berichtten we over de gevonden balansen van de Waag uit 1572 en 1744.

Na het maken van foto’s en overleg met de Stichting tot Behoud van het Torenuurwerk bleek dat
het mogelijk zou gaan om het torenuurwerk van het eerste of tweede stadhuis van Dokkum uit de periode 1590-1610.
Het torenuurwerk bestaat uit drie raderwerken, het gaand werk (tijdaanduiding op wijzerplaat), slagwerk (tijdaanduiding via slaan van hamer op de klok) en een carillonwerk. Het carillonwerk bestaande uit speeltrommel en opwindtrommel is echter niet aangetroffen in de opslag.

Dit is het op drie na oudste ‘complete’ carillonuurwerk van Nederland. De meeste onderdelen zijn gelukkig bewaard gebleven tot aan de spiesen toe.
Volgens Dragt zou het niet aanwezig zijn van de speeltrommel en opwindtrommel wel eens te maken kunnen hebben met het toentertijd vals spelen van het carillon. Over dit Dokkumer carillon en zijn beiaardiers staat een uitgebreid artikel in De Sneuper 120.  ‘De speelrol is mogelijk gewoon weggegooid tijdens het plaatsen van een nieuw carrilon in 1840 in de koepel van het stadhuis.’

Tijdens het in elkaar zetten van het torenuurwerk werden er ook nog drie katrollen binnengebracht, die via het plafond het touw van de aandrijfgewichten, een verdieping lager, naar het gaand- en slagwerk leiden.

Het torenuurwerk wordt tot en met maart tentoongesteld in Museum Dokkum samen met de oude waagschalen. Het torenuurwerk verhuist daarna mogelijk naar de zolder van het stadhuis, op de plek waar hij vroeger stond.

donderdag 7 mei 2015

Boek over Waalse Furie 1572 in Dokkum, door Ihno Dragt

Museumdirecteur, lid van onze vereniging en columnist van De Sneuper, Ihno Dragt reikte op 6 mei zijn nieuwste boek uit aan de gepensioneerde Dokkumer huisarts André Jansen. Het boek heet “Ontsnapt aan het bloedbad: Hendrik van Bra’s verhaal over de ‘Waalse Furie’ van 1572 in Dokkum.”

Een tweede exemplaar was voor ons erelid Reinder Tolsma van de Commissie Naamgeving van de gemeente Dongeradeel en gaat vergezeld van het verzoek om het pleintje bij de Hanspoort om te dopen tot “Plein van de Waalse Furie”.

Het rijk geïllustreerde boek (100 pagina’s), uitgegeven door de Stichting Historia Doccumensis, verhaalt het ooggetuigenverslag van de Dokkumer arts Hendrik van Bra.

Deze wist ternauwernood aan het bloedbad te ontsnappen dat aangericht werd in opdracht van Caspar de Robles. Die was stadhouder van Friesland in naam van de Spaanse koning.

Na de inname van Den Briel eerder dat jaar (1 april 1572) ontstond er overal in de Nederlanden gewapend verzet tegen de Spaanse overheersing. Dokkum had zich juichend aangesloten bij de geuzen maar werd weer ingenomen door De Robles. Tussen de 400 en 500 burgers en boeren werden afgeslacht, de stad werd geplunderd en uiteindelijk in brand gestoken. Het wrede lot van Dokkum moest een waarschuwing zijn voor andere Friese steden om zich niet bij de Oranjegezinde geuzen aan te sluiten.

Het gebeuren ging de geschiedenis in als De Waalse Furie van Dokkum omdat de krijgsmacht van De Robles voornamelijk uit Waalse huurtroepen bestond.

Omdat deze de stad makkelijk binnen konden dringen bij de Hanspoort, pleit Dragt ervoor het pleintje daar te noemen naar die Waalse Furie. Als nagedachtenis aan het grootste bloedbad dat Dokkum ooit beleefde en dat doet denken aan de huidige gruweldaden van de I.S.

Al eerder werd in Dokkum dendrochronologisch onderzoek gedaan dat in relatie stond met de Waalse Furie. De binnenstad werd niet geheel platgebrand zoals eerst werd gedacht.

Het eerste exemplaar werd aangeboden aan André Jansen. Hij is één van de opvolgers van Hendrik van Bra als arts in Dokkum (nadat Van Bra in Heidelberg had gestudeerd) en tot zijn pensionering huisarts van de auteur.
Ihno Dragt werd telefonisch geinterviewd door Omrop Fryslan. Ook is er een video waarin Dragt en Reinder Tolsma aan het woord komen.

Update: Een prachtig artikel over 'Furies in beeld' verscheen in Tijdschrift Zeventiende Eeuw van 2014, online te raadplegen!

dinsdag 15 juli 2014

De boeiende muntgeschiedenis van Dokkum en Klaarkamp

Museumdirecteur Ihno Dragt, van Museum Admiraliteitshuis in Dokkum en It Fiskershuske in Moddergat attendeerde mij op een nieuwe studie over de muntschat van Klaarkamp.
In 1932 werd in de kloosterterp bij Rinsumageest door de omwonenden een schat gevonden bestaande uit gouden en zilveren munten. Het waren munten van rond het jaar 1350 die in de periode 1360/65 begraven moeten zijn. In die eerste periode had de regio te lijden van een grote pestepidemie maar later ook van rondtrekkende roversbendes.
De zilveren munten zijn na de oorlog weer boven water gekomen.
U kunt ze bekijken in het museum Het Admiraliteitshuis. De gouden munten zijn vermoedelijk door de Duitse bezettingsmacht geroofd en nooit weer boven water gekomen.

Dit jaar zijn alle munten uitvoerig door professionals bekeken en in zijn geheel beschreven. Twee wetenschappers, Paul Torongo & Raymond van Oosterhout (bestuurslid van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Munt- en Penningkunde, beschrijven de munten in hun Engelstalige 'paper' The Coins of the Dokkum (Klaarkamp) Hoard (1932).
De vondst van 344 munten uit de 14e eeuw bestaat merendeels uit Vlaamse leeuwengroten en Hollandse en Brabantse munten. Alle munten dragen de tekst: BeNeDICTVs SIT NOMEn DomiNI NostRI IHsV CHRIsti. Dit betekent: Gezegend zij de naam van onze Heer Jezus Christus.

Een van de bronnen voor deze publicatie was een Nieuwsbrief van Numismatische Kring Frisia 2, 2013:
Het Klooster Klaarkamp en zijn muntschat, door Gerrit Pasma.

De bekende Friese muntenkenner Ben te Boekhorst is de auteur van een ander, geheel online gezet, verhaal van de Numismatische Kring Frisia: De Middeleeuwse muntgeschiedenis van Dokkum. Zowel penningen als de aloude Brunonen, munten uit de 11e eeuw in de Dokkumer muntslag, worden hierin beschreven.
Het grootste deel van dit verhaal staat ook in het bij het Admiraliteitshuis verkrijgbare Dokkum op de penning. Daarnaast schreef hij Schatgraven in de kerk van Ee.

zaterdag 21 september 2013

Foudgumse school in opmars

Museum Admiraliteitshuis hield al eens een expositie over de werken van Cees Booij. Een nieuwe
tentoonstelling geeft een breder beeld van de 'kleinste en meest noordelijke' kunstacademie van Nederland.
De Foudgumse School is opgericht door Peter van Houten. Ook van zijn werk werd al eerder een tentoonstelling gehouden in het Admiraliteitshuis.
En uiteraard heeft directeur-conservator Ihno Dragt er weer een boek bij gepubliceerd dat vrijdag 20 september 2013 gelanceerd werd.

De Foudgumse School: de kleinste en noordelijkste academie voor figuratieve schilderkunst. Zo noemt Peter B. van Houten (1943) zijn School die hij in 2010 oprichtte en waar gevorderde studenten in diverse disciplines les kunnen krijgen. De School biedt een driejarige opleiding en een tweejarige Master voor vakstudenten beeldende kunst.

In 2013 studeerden de eersten af en naar aanleiding daarvan wordt in het Dokkumer museum een tentoonstelling georganiseerd. Tijdens de Open Monumentendag waren diverse bezoekers al laaiend enthousiast over enkele van de werken uit de Foudgumse school. Direct werd gevraagd of ze te koop waren! Het zou best wel eens een kunststroming kunnen zijn die snel aan populariteit gaat winnen. En dus een schilderij uit de Foudgumse school een goede investering zal blijken!

Deze publicatie geeft informatie over het werk van de tweede- en derdejaars studenten, de vakdocenten en Peter B.van Houten zelf. Het boek is te koop en te bestellen bij Museum Admiraliteitshuis, waar ook de expositie te bekijken is. Een bezoek zeker waard!

zondag 8 september 2013

Burgemeester Van Aitzema voor even terug uit de historie

Afgelopen zaterdag vond de uitreiking van het boek Macht en Pracht van een Dokkumer
burgemeester rond 1700 plaats. Auteur Ihno Dragt, directeur van Museum Admiraliteitshuis, overhandigde aan de huidige burgemeester, Marga Waanders, het eerste exemplaar van het kloeke boek waarin vele wetenswaardigheden over de onderkoning van Dokkum rond 1700.
Julius Schelto van Aitzema was voor de gelegenheid even teruggekomen uit de krochten van de historie om samen met zijn vrouw Sara van den Broecke en de Russische gezant Golovin de plechtigheid bij te wonen. Onder grote belangstelling van de pers uit Friesland, waaronder uiteraard de Nieuwe Dockumer Courant en Waldnet, werd het beroemde schilderij uit 1697 nog even in een historisch kader geplaatst.
Dit alles ook als opmaak voor de Monumentendagen 2013, volgend weekend, in Dokkum. Op zaterdag en zondag zal het gezelschap wederom acte de presence geven, nu tijdens een tentoonstelling over hun leven rond 1700 en de pracht en praal van toen in het Admiraliteitshuis aan de Diepswal. Op zondag zal de burgemeester door een stand-in gespeeld worden, aangezien Van Aitzema zelf dan verplichtingen in Amsterdam heeft...
Het boek is te koop, af te halen of te bestellen bij het Museum Admiraliteitshuis. De uitgave van de Stichting Historia Doccumensis kost 29,50, (dankzij enkele giften onder de kostprijs!)

Er zijn voorzichtige plannen om de Maaltijd te Dokkum in de toekomst te doen herleven, met interessante gasten en heerlijke streekproducten. U gaat hier nog meer van horen!

maandag 26 augustus 2013

Macht en pracht van een Dokkumer burgemeester rond 1700

Dokkum is een prachtig stadje, besloten binnen een aarden verdedigingswal die eind 16de eeuw werd
aangelegd. Op zes plaatsen is die wal extra beveiligd door een bastion of bolwerk, een uitspringend verdedigingswerk. Eén van deze dwingers, zoals ze in het noorden genoemd worden, draagt de naam van een Dokkumer burgemeester: de Van Aitzema dwinger.

Hij overleed drie eeuwen geleden. Maar in de sfeervolle straten van Dokkum zijn diverse huisgevels te vinden die er in zijn dagen al waren. Staande op de Zijl heeft ook hij kunnen opkijken naar de hoge renaissance gevels die, in de tijd dat hij zijn politieke carrière in Dokkum begon, al zo’n 60 jaar oud waren.


Hij woonde aan de Oranjewal, vlakbij de dwinger die naar hem genoemd is omdat hij die van de stad mocht gebruiken. In 1694 kocht hij er nog een statig huis (Mockema Zathe) in Aalsum bij, ‘onder de rook’ van Dokkum. De weg ernaartoe liet hij op eigen kosten met bomen beplanten, alsof het de  oprijlaan van zijn huis was. Rond 1700 was hij verreweg de rijkste man van Dokkum. En door zijn relaties met het stadhouderlijk hof en zijn hoge functies in de landelijke politiek, was deze Dokkumer burgemeester zeer invloedrijk. 


Hij gedroeg zich, lijkt het, als de onderkoning van Dokkum. Hij had een stoet aan personeel, sommigen in livrei. Dat is te zien op een schilderij uit 1697, dat hij liet maken ter gelegenheid van een belangrijk diner in zijn huis. Lange tijd is gedacht dat zijn gast de tsaar van Rusland was, op doorreis in Dokkum. Maar die was het niet, al blijft zijn identiteit ook in deze publicatie onopgelost. Wel wordt een duidelijker beeld gegeven van de burgemeester zelf en van de gouden penning die, op zijn initiatief, vanaf 1705 een nieuwe burgemeester ten deel viel.

Over deze man, Julius Schelto van Aitzema, die twee keer trouwde, eerst met Cornelia van Rosema, en na haar overlijden in het kraambed met de weduwe Sara van den Broecke, schreef directeur Ihno Dragt van Museum Admiraliteitshuis dit interessante boek. Niet alleen komt Dragt met een aantal spectaculaire nieuwe vondsten, maar ook schetst hij een uitgebreide context van de familie Van Aitzema (tot wie ook de bekende Lieuwe en Foppe behoorden) en zijn kuiperijen, het politieke spel om macht en geld. Naast alle niet eerder gepubliceerde genealogische en heraldische informatie (bronneninformatie) zijn ook de publicatie van de klok van Anna van Aitzema (pagina 54) en het zilveren bekertje op pagina 63 primeurs: nooit eerder gepubliceerd. Vooral de klok heeft Dragt wekenlang zoeken, telefoneren en mailen gekost: voor klokkenliefhebbers waarschijnlijk een sensatie.

Het boek wordt uitgegeven door de stichting Historia Doccumensis en zal verschijnen in de week van het Monumentenweekend (thema Macht en Pracht), 14 en 15 september 2013. U kunt het nu reeds bestellen per email of straks ter plekke kopen bij het Admiraliteitshuis. Een bezoek tijdens het monumentenweekend is extra interessant vanwege de bijbehorende mini-tentoonstelling over Aitzema en de Dokkumer vroedschapspenningen! De hoofdrolspelers op het schilderij zult u ook in levende lijve kunnen ontmoeten omdat acteurs en ondergetekende in passende kledij door het museum lopen!

Het boek bevat 160 pagina’s full color, met veel afbeeldingen en een namenindex. Er is veel bronnenmateriaal, o.a. vele brieven uit het Koninklijk Huisarchief en het Streekarchief te Dokkum, gebruikt. Voor alle rechtgeaarde sneupers een must voor in de boekencollectie!
En zoals u inmiddels van ons gewend bent proberen we zoveel als mogelijk online een namenindex van een historisch boek beschikbaar te stellen. Welnu, ook de Namenindex van Macht en Pracht van een Dokkumer burgemeester rond 1700 kunt u online doorbladeren. Misschien komt u nog een voorouder tegen!

Zie ook Sneuper 105 (en het vervolg in Sneuper 109) voor het eerder verschenen artikel over het schilderij uit 1697 van Gerardus Wigmana, de Maaltijd te Dokkum.

vrijdag 5 oktober 2012

Dokkumer bijbel van roggenhuid met zilveren boekbeslag

In de collectie van het Fries Museum te Leeuwarden bevindt zich een bijbel uit 1771 die van een zilveren boekbeslag is voorzien door de Dokkumer zilversmid Saco Visscher
Geboren op 15 oktober 1743 te Dokkum en daar gedoopt op belijdenis op 7 mei 1768 (als mr.zilversmid en burgerhopman kolonel). Hij trouwde in Dokkum op 10 april 1768 als burgerkoopman (sic!) met Anna Faber en overleed te Dokkum op 13 oktober 1797.
Het mooie is dat de omslag gemaakt is van roggenhuid. Van vis dus.

Enige jaren geleden was in museum Fiskershuske in Moddergat een tentoonstelling (en gelijknamig boekje door Ihno Dragt) die getiteld was: Verpakt in Vis, over het gebruik van vishuid. Roggenhuid wordt ook wel segrijn genoemd en wordt vaak gepolijst en geverfd. Haaienhuid is vergelijkbaar. Het gebruik komt vanuit het Verre Oosten, waar het gewaardeerd werd om zijn ruwheid en schoonheid. De ruwheid komt doordat haaien en roggen geen gewone schubben hebben, maar veeleer een soort huidtandjes. Na licht schuren werd deze huid uitermate geschikt om bijvoorbeeld het heft van een zwaard mee te bekleden. Dat gaf een goede greep, zelfs met zweethanden. Door het polijsten en verven werd het ook nog eens uiterlijk prachtig. In Europa werd het zowel gebruikt voor handgrepen als voor schuurpapier om fijn hout en ivoor te bewerken.

Overigens heeft Museum Admiraliteitshuis een vergelijkbare bijbel uit 1775 in de collectie.
Het zou trouwens interessant zijn om te weten te komen van wie de bijbels oorspronkelijk geweest zijn!

Update: Ihno Dragt reageerde met deze reactie: De beschrijving 'roggenleer' van het Fries Museum is vermoedelijk onjuist. In de 18e en 19e eeuw werden bijbels vaak in imitatie haaienleer (imitatie segrijn) gebonden. Deze banden waren van zoogdierenleer waarin korrels mosterdzaad waren gedrukt, zodat het reliëf op haaienleer leek. Deze korrels geven afgeronde afdrukken, terwijl de 'korrels' van segrijn ruit- of stervormig zijn. Ihno Dragt.
Tijdens de ledendag op 13 oktober 2012 in Engwierum toonde Hilda Bouta onderstaande familiebijbel die veel gelijkenis heeft met hierboven afgebeelde bijbel. In ieder geval uit dezelfde periode, rond 1775, en waarschijnlijk door dezelfde zilversmid bewerkt. De meestertekens zitten mogelijk echter onder de voering van de bijbel, dus we hebben het niet kunnen controleren.