Vlak voordat op zaterdag 17 oktober 2015 in Tresoar de genealogiedag begint ontving ik het blad van de NGV Friesland: 11en30.
In het oktobernummer de volgende artikelen:
- Matriarchale stamreeks van Jeltje Hooghiemstra (Drachten, Kollum, Gerkesklooster)
- Dezelfde voorouders als... door Mattie Bruining-Hoeksma te Surhuisterveen. Ze laat de genealogische link zien tussen Yme Drost (een achterneef van mij via onze grootmoeders die zussen waren) met Atzo Nicolai (VVD-politicus) en Joop Atsma (CDA), alles rond Surhuisterveen, Drogeham, Augustinusga etc.
- Op zoek naar de famylje fan Grutte Pier. U leest er alles over op www.gruttepierdefamylje.frl
- Hoe de familienamen Toek, Toekstra en Toeksma verschenen en weer verdwenen. Toekstra: Jurjen Hendriks te Oldetrijne. Ook Douwe Dirks in Veenwouden. Toeksma: Jacob Everts in Joure. Toek: Bauke Geeles in Compagnie onder Jubbega.
- Vernoemingsreeks Gellius Sake de Jong (tot Gellius Jacobs in Joure rond 1725)
- Eindbestemming Amsterdam. Friezen op de Volewijk: Antonia Veldhuis zocht uit welke Friezen in Amsterdam veroordeeld werden tot de galg op de Volewijck, of daar angstig dichtbij kwamen. Ook een Dokkumer was de klos.
In 1723 werd kleermaker Jan Hendrik Klement (ook Clement) uit Dokkum in Amsterdam veroordeeld wegens valse collecte. Hij werd gegeseld en moest op het schavot staan met een brief op de borst. In 1724 stond hij in Den Haag terecht. Het boekje waarin de binnengekomen bedragen stonden vermeld, werd verbrand. Verder werd hij voor 'weinig jaren' verbannen uit Noord-Holland. In 1730 werd hij weer gepakt. Volgens het pamflet was ook ditmaal valse collecte het delict.
- Geneagram Van den Berg-Kist-Slof, met o.a. Elfstedenschaatser Jeen van de Berg, families Zwerver, Tjeerdsma, Visser.
vrijdag 16 oktober 2015
vrijdag 9 oktober 2015
Dokkumer opperkoopman bij de VOC Bocatius Pontanus
In het inmiddels niet meer bestaande historische tijdschrift De Navorscher stond ooit een kort artikel over een Dokkumer opperkoopman bij de VOC. Zijn naam was Bocatius Pontanus, mogelijk een Latijnse versie van de Friese naam Bokke van de Brug of iets dergelijks. Een opperkoopman was de hoogste functionaris aan boord van een VOC-schip, hoger dan de schipper!
Om in zo'n functie aan te treden moet hij wel connecties op hoog niveau gehad hebben. Vaak door familie. Mogelijk was hij de zoon van de hoogleraar aan de Universiteit van Harderwijk (de Gelderse Universiteit), Johannes Isaacius Pontanus (en zie Wikipedia), een op zee bij Elseneur (Denemarken) geboren Nederlander. En een connectie met een hofleverancier aan de VOC, de Admiraliteit van Friesland, toen nog zetelend in Dokkum, zou eveneens voor de hand liggen (hoewel hij in de bekende personeelslijst van de neven Smits niet voorkomt).
Bocatìus Pontanus, van Dokkum, kwam in 1636 in Indië, en was eenige jaren in Siam werkzaam, in het jaar 1643, die hem in dat jaar naar het eiland Formosa zonden, om ten behoeve der Compagnie de cultuur van die plant in werking te brengen, waarin hij niet ongunstig schijnt geslaagd te zijn; althans de Gouverneur-Generaal Antonie van Diemen schrijft hierover in dato 15 Maart 1645, aan den Gouverneur van Palicate (op de Coromandelkust in India, HZ), Arnold Heussen: ,,Ons werdt groote hope gegeven in corten op ‘t Eylandt Formosa merckelycke quantiteyt schoone Indigo geteelt sal worden.
om zich bekend te maken met de wijze van het bereiden der indigo daar te lande. Hij leverde hierover een verslag in aan den Gouverneur-Generaal en Raden van Indië,
Den oppercoopman Pontanus heeft dat werck onderhanden, ende schynt wel te sullen slagen, de monsters van daer ontfangen, worden emmers soo goet en deuchdelyck g’oordeelt , als d’Indigo Lahor ofte Byana; sulcx dat verhope mettertyt de Comp’. competentie van ons eygen territorium t’erlangen, ende haer middelen costy, als omtrent Agra des te rycker omcommen sullen, ende in andere waren mogen employeren, daer van ons den tyt wyser maecken sal.”
Stond hij in familiebetrekking tot den beroemden geleerde Johannes Isaacs Pontanus, den geschiedschrijver van Gelderland?
Ook in december 1641 wordt Bocatius Pontanus genoemd in de Daghregisters van Batavia. Hij rapporteerde toen dat de Siamese indigo wel goed was maar verpest door de bewerking met limoen. In datzelfde rapport wordt ook de koopman Reynier van Tzum genoemd, eveneens een Fries.
In het Nationaal Archief in Den Haag vinden we nog wat meer informatie over Bocatius of Boccatius Pontanus (wellicht leuk om de documenten eens op te vragen en fotograferen als u er bent):
VOC Hoofdvestiging Surat
Beschrijving Extracten uijt de missiven van den assistent Boccatius Pontanus aen d'Ed. directeur Paulus Croocq tot Suratte concernerende de negotie der Engelschen in Brodera en Brootchia van 8 Junij tot 25 November 1640.
VOC Hoofdvestiging Surat
Beschrijving Diverse extracten uijt de missiven van den assistent Boccatius Pontanus uijt Broda aen den directeur Paulus Croocq te Suratte van 8 Junij tot 29 September 1640.
VOC Hoofdvestiging Siam
Beschrijving Originele missive van d'E. Boccatius Pontanus te Siam aen den gouverneur generael Van Diemen in dato December 1641.
VOC Hoofdvestiging Taiwan
Beschrijving Copie vertoogh door den oppercoopman Bocatius Pontanus wegens de procure des indigos tegen 1646, gedateerd 13 October 1645.
In de Namenlijsten van Martin Engels vinden we onze opperkoopman in de administratie van het Leeuwarder Old Burger Weeshuis, naar aantekeningen van W. Dolk, voornamelijk betrekking hebbend op begrafenissen van plaatsgenoten, waarbij de rode wezen de lijkstoet hadden gevolgd. Pontanus : ontvangen van doctor Barnardus Fulenius, professor te Franiker, als geauthoriseerde curator, een legaat van Boccatius, in Oost-Indien gestorven # 1650 mrt. 6.
Blijkbaar was hij in 1650 gestorven en liet hij een legaat na aan het Leeuwarder weeshuis, dat via zijn curator, de bekende Bernardus Fullenius senior werd geregeld.
Update: De doopsgezinde kunstschilder Michiel van Musscher maakte een prachtig schilderij van de Remonstrantse predikant Isaac Pontanus (1625-1710) die ook in Dokkum gestaan heeft, waarop hij met zijn kleinzoon is afgebeeld. Mogelijk is Isaac een broer of neef van Bocatius? Van Musscher maakt ook in 1689 nog een ander portret van Isaac Pontanus.
Ook vond ik online nog een Album Amicorum van Johannes Isaacs Pontanus (1592-1627), die ook brieven schreef aan Constantijn Huygens en Hugo de Groot.
Om in zo'n functie aan te treden moet hij wel connecties op hoog niveau gehad hebben. Vaak door familie. Mogelijk was hij de zoon van de hoogleraar aan de Universiteit van Harderwijk (de Gelderse Universiteit), Johannes Isaacius Pontanus (en zie Wikipedia), een op zee bij Elseneur (Denemarken) geboren Nederlander. En een connectie met een hofleverancier aan de VOC, de Admiraliteit van Friesland, toen nog zetelend in Dokkum, zou eveneens voor de hand liggen (hoewel hij in de bekende personeelslijst van de neven Smits niet voorkomt).
Bocatìus Pontanus, van Dokkum, kwam in 1636 in Indië, en was eenige jaren in Siam werkzaam, in het jaar 1643, die hem in dat jaar naar het eiland Formosa zonden, om ten behoeve der Compagnie de cultuur van die plant in werking te brengen, waarin hij niet ongunstig schijnt geslaagd te zijn; althans de Gouverneur-Generaal Antonie van Diemen schrijft hierover in dato 15 Maart 1645, aan den Gouverneur van Palicate (op de Coromandelkust in India, HZ), Arnold Heussen: ,,Ons werdt groote hope gegeven in corten op ‘t Eylandt Formosa merckelycke quantiteyt schoone Indigo geteelt sal worden.
om zich bekend te maken met de wijze van het bereiden der indigo daar te lande. Hij leverde hierover een verslag in aan den Gouverneur-Generaal en Raden van Indië,
Den oppercoopman Pontanus heeft dat werck onderhanden, ende schynt wel te sullen slagen, de monsters van daer ontfangen, worden emmers soo goet en deuchdelyck g’oordeelt , als d’Indigo Lahor ofte Byana; sulcx dat verhope mettertyt de Comp’. competentie van ons eygen territorium t’erlangen, ende haer middelen costy, als omtrent Agra des te rycker omcommen sullen, ende in andere waren mogen employeren, daer van ons den tyt wyser maecken sal.”
Stond hij in familiebetrekking tot den beroemden geleerde Johannes Isaacs Pontanus, den geschiedschrijver van Gelderland?
Ook in december 1641 wordt Bocatius Pontanus genoemd in de Daghregisters van Batavia. Hij rapporteerde toen dat de Siamese indigo wel goed was maar verpest door de bewerking met limoen. In datzelfde rapport wordt ook de koopman Reynier van Tzum genoemd, eveneens een Fries.
In het Nationaal Archief in Den Haag vinden we nog wat meer informatie over Bocatius of Boccatius Pontanus (wellicht leuk om de documenten eens op te vragen en fotograferen als u er bent):
VOC Hoofdvestiging Surat
Beschrijving Extracten uijt de missiven van den assistent Boccatius Pontanus aen d'Ed. directeur Paulus Croocq tot Suratte concernerende de negotie der Engelschen in Brodera en Brootchia van 8 Junij tot 25 November 1640.
VOC Hoofdvestiging Surat
Beschrijving Diverse extracten uijt de missiven van den assistent Boccatius Pontanus uijt Broda aen den directeur Paulus Croocq te Suratte van 8 Junij tot 29 September 1640.
VOC Hoofdvestiging Siam
Beschrijving Originele missive van d'E. Boccatius Pontanus te Siam aen den gouverneur generael Van Diemen in dato December 1641.
VOC Hoofdvestiging Taiwan
Beschrijving Copie vertoogh door den oppercoopman Bocatius Pontanus wegens de procure des indigos tegen 1646, gedateerd 13 October 1645.
In de Namenlijsten van Martin Engels vinden we onze opperkoopman in de administratie van het Leeuwarder Old Burger Weeshuis, naar aantekeningen van W. Dolk, voornamelijk betrekking hebbend op begrafenissen van plaatsgenoten, waarbij de rode wezen de lijkstoet hadden gevolgd. Pontanus : ontvangen van doctor Barnardus Fulenius, professor te Franiker, als geauthoriseerde curator, een legaat van Boccatius, in Oost-Indien gestorven # 1650 mrt. 6.
Blijkbaar was hij in 1650 gestorven en liet hij een legaat na aan het Leeuwarder weeshuis, dat via zijn curator, de bekende Bernardus Fullenius senior werd geregeld.
Update: De doopsgezinde kunstschilder Michiel van Musscher maakte een prachtig schilderij van de Remonstrantse predikant Isaac Pontanus (1625-1710) die ook in Dokkum gestaan heeft, waarop hij met zijn kleinzoon is afgebeeld. Mogelijk is Isaac een broer of neef van Bocatius? Van Musscher maakt ook in 1689 nog een ander portret van Isaac Pontanus.
Ook vond ik online nog een Album Amicorum van Johannes Isaacs Pontanus (1592-1627), die ook brieven schreef aan Constantijn Huygens en Hugo de Groot.
maandag 5 oktober 2015
Wadden op de kaart symposium door Tresoar en Waddenacademie
Wanneer: Donderdag 15 oktober 2015
Waar: Tresoar (Boterhoek 1, Leeuwarden)
Tijd: Inloop vanaf 12:00 uur, inclusief lunch. Het inhoudelijke programma begint om 13:00 uur.
Entree: Gratis, opgave via info(at)tresoar.nl
Op donderdagmiddag 15 oktober organiseert Tresoar, in samenwerking met de Waddenacademie, het symposium 'Wadden op de kaart'.
Aan de hand van historische kaarten van het Waddengebied geven schrijver Kester Freriks,
landschapsarchitect Els van der Laan en historicus Albert Buursma hun visie op dit buitenbeentje van de Nederlandse natuurgebieden.
Dagvoorzitter Meindert Schroor vertelt vanuit zijn positie als directeur Cultuurhistorie bij de Waddenacademie over Tresoar en de contouren van een toekomstige internationale
Waddenbibliotheek.
Naast de lezingen over het Waddengebied naar aanleiding van historische kaarten uit het Fries Kaartenkabinet (www.frieskaartenkabinet.nl), zijn er korte presentaties ('pitches') van bijzondere initiatieven, wordt de digitale versie van het standaardwerk 'Ecology of the Wadden Sea' aangeboden aan auteur prof. dr. W.J. Wolff en wordt de tweejaarlijkse proefschriftprijs van de Waddenacademie uitgereikt.
Zie voor het volledige programma:
http://www.waddenacademie.nl/kalender/events/wadden-op-de-kaart/
Waar: Tresoar (Boterhoek 1, Leeuwarden)
Tijd: Inloop vanaf 12:00 uur, inclusief lunch. Het inhoudelijke programma begint om 13:00 uur.
Entree: Gratis, opgave via info(at)tresoar.nl
![]() |
| Kaperskaart Schiermonnikoog |
Op donderdagmiddag 15 oktober organiseert Tresoar, in samenwerking met de Waddenacademie, het symposium 'Wadden op de kaart'.
Aan de hand van historische kaarten van het Waddengebied geven schrijver Kester Freriks,
landschapsarchitect Els van der Laan en historicus Albert Buursma hun visie op dit buitenbeentje van de Nederlandse natuurgebieden.
Dagvoorzitter Meindert Schroor vertelt vanuit zijn positie als directeur Cultuurhistorie bij de Waddenacademie over Tresoar en de contouren van een toekomstige internationale
Waddenbibliotheek.
Naast de lezingen over het Waddengebied naar aanleiding van historische kaarten uit het Fries Kaartenkabinet (www.frieskaartenkabinet.nl), zijn er korte presentaties ('pitches') van bijzondere initiatieven, wordt de digitale versie van het standaardwerk 'Ecology of the Wadden Sea' aangeboden aan auteur prof. dr. W.J. Wolff en wordt de tweejaarlijkse proefschriftprijs van de Waddenacademie uitgereikt.
Zie voor het volledige programma:
http://www.waddenacademie.nl/kalender/events/wadden-op-de-kaart/
dinsdag 29 september 2015
Prachtige portretten van bevolking Moddergat
Een digitaal foto-album van Hilda Bouta bevat een bonte verzameling van karakteristieke koppen van bewoners van Moddergat.
Ergens (vermoedelijk) halverwege de vorige eeuw (1935-1965?) werden de bewoners van het vissersdorp aan de kust van Noordoost-Friesland voor de gemeente Westdongeradeel op de gevoelige plaat vastgelegd. Het geeft daarmee een indrukwekkend tijdsbeeld van een bevolking die door de harde elementen der natuur eeuwenlang geteisterd is, maar met vallen en opstaan overleefd heeft.
Nu, ruim 65 jaar later, zullen weinigen van de mensen die toen in de bloei van hun leven waren nog onder de levenden zijn.
Als u zelf voorouders in Moddergat heeft of er zelfs vandaan komt, zult u ongetwijfeld de gezichten herkennen evenals de bekende familienamen als Groen, Schregardus, Basteleur, Mans, Vanger en Post.
Via de Indexen op onze website hebben we de namen van de geportretteerden in een pdf-bestand voor u op een rijtje gezet en een klein formaat van de pasfoto's erbij opgenomen.
Mocht u een familielid herkennen of zelf een aanvulling hebben, laat het ons dan weten zodat we u in contact kunnen brengen met Hilda!
![]() |
| Bewoners Moddergat rond 1950 |
Nu, ruim 65 jaar later, zullen weinigen van de mensen die toen in de bloei van hun leven waren nog onder de levenden zijn.
Als u zelf voorouders in Moddergat heeft of er zelfs vandaan komt, zult u ongetwijfeld de gezichten herkennen evenals de bekende familienamen als Groen, Schregardus, Basteleur, Mans, Vanger en Post.
Via de Indexen op onze website hebben we de namen van de geportretteerden in een pdf-bestand voor u op een rijtje gezet en een klein formaat van de pasfoto's erbij opgenomen.
Mocht u een familielid herkennen of zelf een aanvulling hebben, laat het ons dan weten zodat we u in contact kunnen brengen met Hilda!
Labels:
Basteleur,
bevolking,
Dijkstra,
Elzinga,
fotos,
Groen,
Moddergat,
portretten,
Post,
Schregardus,
Van der Lei,
Vanger,
Visser,
vissers,
Vonk,
Wagenaar,
Westdongeradeel
vrijdag 25 september 2015
De Sneuper 119, september 2015, met Dokkumer zeeheld, Friese love story en vogeltjesknopen
Het herfstnummer van 2015 van ons verenigingsblad De Sneuper, nummer 119, heeft als
coververhaal 'Dokkumer zeeheld in Slag bij Kamperduin'. Tijdens deze zeeslag in 1797 was Dooitzen Eelkes Hinxt kapitein op de Beschermer. Nykle Dijkstra heeft hiermee een prachtig verhaal tot in detail uitgezocht en beschreven!
Wibo Boswijk beschrijft in zijn artikel 'Een Friese love story in de 17e eeuw' de aankoop van 17e eeuwse Friese portretschilderijen en het bijzondere verhaal van Lisck van Eysinga en Hessel van Meckema wat daaraan gekoppeld is. Er is zelfs een link met de beroemde astronoom Tycho Brahe!
Eendenkooienkenner Gerard Mast verwonderde zich al langer over hoe het nu zat met die zilveren knoopjes met daarop vogeltjes. Op een veiling kocht hij een samengestelde band en zocht de achtergronden uit. Een artikel in het Fries voor de liefhebbers!
Over graftrommels in Dantumadeel worden we bijgepraat door Kor Postma.
Hilda Bouta heeft een nieuwe serie opgepakt met oude foto's van familieleden tijdens de Eerste Wereldoorlog en Piet de Haan haalt weer een bijzondere analyse uit de Diaconierekeningen.
Onze vaste rubrieken staan ook weer vol met onderhoudende verhalen en verrassende foto's.
Zo is De Sneuper 119 weer gevuld met voor elk wat wils en gevarieerde artikelen, waar de volgende keer misschien ook uw onderzoek of tekst tussen kan staan. Want wij blijven afhankelijk van de kopij van onze leden. Stuur dus vooral uw bijdrage in!
Dat en nog veel meer in dit nummer van De Sneuper dat binnenkort bij de leden op de mat valt (en u kunt ook een digitale versie als gratis extra krijgen, laat het ons weten!):
Inhoudsopgave:
HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS
- ‘Der helden lauwerkroon' voor Hinxt, Nykle Dijkstra
- Graftrommels in Dantumadiel, Kor Postma
- Fugeltjeknopen, ferwurke ta hingsel, Gerard Mast
- Friese love story uit de 17e eeuw, Wibo Boswijk
GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS
- De familie Egas uit Holwerd, deel 3 en slot, Klaas Egas
RUBRIEKEN & COLUMNS
- COLUMN: Je mutte mar hoare...,Ihno Dragt
- HERALDIEK: wapen en vlag van Holwerd en Jouswier, Rudolf Broersma
- Veldpost WO I: Een doodgewone Jan Soldaat, Hilda Bouta
- Diaconierekeningen: Men werd niet oud, Piet de Haan
DIGITAAL, ACTUEEL & VARIA
- Tweede boek over 4H-Dorpen 'Neat is foar ivich', Mient Hof
- INGEBOEKT: Vrouwenbrieven uit 1600 - 1800, Hans Zijlstra
- WEBSITE & -BLOG: Zilverwerk & scheepswrak, Hans Zijlstra
- Herdruk Geschiedenis van Dokkum. U kunt nog intekenen!
Op de Praatstoel 2: verhalen uit NOF. Bestel dit fantastische boek (leuk als kadootje)! Slechts 20 euro voor ruim 400 pagina's hardcover (plus verzendkosten 6,75 ivm dikte boek. Af te halen in Dokkum, Oosternijkerk en Amsterdam zonder verzendkosten).
U kunt ook nog met korting intekenen op het unieke boek Geschiedenis van Dokkum!
Wilt u ook meegenieten van de interessante verhalen uit onze regio, dan kunt u zich eenvoudig aanmelden als lid (slechts 15 euro per jaar) via dit online formulier.
Onze najaars-ledendag is op zaterdag 24 oktober 2015 op Ameland.
coververhaal 'Dokkumer zeeheld in Slag bij Kamperduin'. Tijdens deze zeeslag in 1797 was Dooitzen Eelkes Hinxt kapitein op de Beschermer. Nykle Dijkstra heeft hiermee een prachtig verhaal tot in detail uitgezocht en beschreven!
Wibo Boswijk beschrijft in zijn artikel 'Een Friese love story in de 17e eeuw' de aankoop van 17e eeuwse Friese portretschilderijen en het bijzondere verhaal van Lisck van Eysinga en Hessel van Meckema wat daaraan gekoppeld is. Er is zelfs een link met de beroemde astronoom Tycho Brahe!
Eendenkooienkenner Gerard Mast verwonderde zich al langer over hoe het nu zat met die zilveren knoopjes met daarop vogeltjes. Op een veiling kocht hij een samengestelde band en zocht de achtergronden uit. Een artikel in het Fries voor de liefhebbers!
Over graftrommels in Dantumadeel worden we bijgepraat door Kor Postma.
Hilda Bouta heeft een nieuwe serie opgepakt met oude foto's van familieleden tijdens de Eerste Wereldoorlog en Piet de Haan haalt weer een bijzondere analyse uit de Diaconierekeningen.
Onze vaste rubrieken staan ook weer vol met onderhoudende verhalen en verrassende foto's.
Zo is De Sneuper 119 weer gevuld met voor elk wat wils en gevarieerde artikelen, waar de volgende keer misschien ook uw onderzoek of tekst tussen kan staan. Want wij blijven afhankelijk van de kopij van onze leden. Stuur dus vooral uw bijdrage in!
Dat en nog veel meer in dit nummer van De Sneuper dat binnenkort bij de leden op de mat valt (en u kunt ook een digitale versie als gratis extra krijgen, laat het ons weten!):
Inhoudsopgave:
HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS
- ‘Der helden lauwerkroon' voor Hinxt, Nykle Dijkstra
- Graftrommels in Dantumadiel, Kor Postma
- Fugeltjeknopen, ferwurke ta hingsel, Gerard Mast
- Friese love story uit de 17e eeuw, Wibo Boswijk
GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS
- De familie Egas uit Holwerd, deel 3 en slot, Klaas Egas
RUBRIEKEN & COLUMNS
- COLUMN: Je mutte mar hoare...,Ihno Dragt
- HERALDIEK: wapen en vlag van Holwerd en Jouswier, Rudolf Broersma
- Veldpost WO I: Een doodgewone Jan Soldaat, Hilda Bouta
- Diaconierekeningen: Men werd niet oud, Piet de Haan
DIGITAAL, ACTUEEL & VARIA
- Tweede boek over 4H-Dorpen 'Neat is foar ivich', Mient Hof
- INGEBOEKT: Vrouwenbrieven uit 1600 - 1800, Hans Zijlstra
- WEBSITE & -BLOG: Zilverwerk & scheepswrak, Hans Zijlstra
- Herdruk Geschiedenis van Dokkum. U kunt nog intekenen!
Op de Praatstoel 2: verhalen uit NOF. Bestel dit fantastische boek (leuk als kadootje)! Slechts 20 euro voor ruim 400 pagina's hardcover (plus verzendkosten 6,75 ivm dikte boek. Af te halen in Dokkum, Oosternijkerk en Amsterdam zonder verzendkosten).
U kunt ook nog met korting intekenen op het unieke boek Geschiedenis van Dokkum!
Wilt u ook meegenieten van de interessante verhalen uit onze regio, dan kunt u zich eenvoudig aanmelden als lid (slechts 15 euro per jaar) via dit online formulier.
Onze najaars-ledendag is op zaterdag 24 oktober 2015 op Ameland.
Labels:
ameland,
blad,
Brahe,
diaconie,
dokkum,
Eysinga,
Hinxt,
historische vereniging,
Kamperduin,
kunstgeschiedenis,
museum,
noordoost friesland,
raam,
schilderijen,
sneuper
donderdag 24 september 2015
Presentatie nieuwe website AlleFriezen 3.0
Van onze verslaggever Jacob Roep
Woensdag 23 september 2015 werd de vernieuwde website van AlleFriezen gepresenteerd in het provinciehuis in Leeuwarden. Om 14.25 werd de vernieuwde website door de bekende skûtsjeskenner Klaas Jansma gelanceerd. Dit is de derde versie van de genealogische website sinds het in 2007 werd opgericht. In tussentijd heeft het bedrijf Picturae en hun dochterbedrijf Vele Handen, dankzij de financiële steun en hulp van Friese gemeentes, instellingen en vrijwilligers, ruim 13 miljoen aktes ontsloten die nu via de nieuwe website raadpleegbaar zijn.
Onder andere Tresoar heeft veel geld en gegevens voor de nieuwe website beschikbaar gesteld. Veel collecties die al via de website van Tresoar doorzocht konden worden, zijn nu ook via AlleFriezen.nl op te vragen. Onder ‘bronnenoverzicht’ vindt u een overzicht van deze collecties. Uiteindelijk is het streven om van AlleFriezen “het genealogische platform en historische databank van Friesland” te maken. Met de vernieuwde website is een grote stap in die richting gezet.
Verbeteringen
Wim Karels van Picturae demonstreerde hoe de nieuwe website van AlleFriezen qua vorm en techniek is vernieuwd. Zo past de weergave van de website zich aan op het apparaat (mobiel, tablet) waarmee je het bekijkt (responsive). Ook is de zoekbalk nu prominent op de website aanwezig en zoekt het op verschillende variaties van stamnamen.
Als u dus een naam intypt als ‘Meters’ worden ook de varianten met dubbel –e ‘Meeters” getoond. Ook kunnen de zoekresultaten verfijnd worden met een tijdbalk waarmee u dus met een paar muisklikken uw de onderzoekersperiode kunt aanpassen. Verder kunt u bij ‘uitgebreid zoeken’ voor een lange lijst met rollen kiezen, voor zowel één als twee personen. Zo kunt u verschillende bronnen raadplegen. Tot slot kunt u de scans nu in een grotere weergave bekijken en eenvoudig via pijltoetsen doorbladeren.
Met de vernieuwde weergave hoopt Picturae onder meer dat Friese gemeentes meer collecties via AlleFriezen zullen ontsluiten.
Open data
Nadat de vernieuwingen van AlleFriezen waren besproken, nam gemeentearchivaris Rienk Jonker van Leeuwarden het woord. Hij vertelde over de nieuwe archiefwet van het hergebruik van overheidsinformatie. Deze wet is in juli 2015 in werk getreden en is een broertje van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). De nieuwe wet houdt in dat overheidsinstellingen voortaan op verzoek van de burger of een vereniging haar gegevens (data) ter beschikking kan stellen. Daarbij mag zij niet vragen waarvoor de gegevens gebruikt zullen worden.
Met de nieuwe wet hoopt de regering openbaarheid, transparantie en inzicht te bevorderen. De burger betaalt immers deels voor de gegevens waarover de overheid beschikt en om die reden zou hij die ook moeten kunnen hergebruiken. Daarnaast is er ook een economisch motief: de ‘open data’ zouden ook voor commerciële doeleinden gebruikt kunnen worden. Ook bedrijven zoals die van Bob Coret zouden deze gegevens dus kunnen gebruiken.
De vernieuwde wetgeving zorgt voor de nodige (juridische) veranderingen voor verenigingen en open data websites als AlleFriezen. Rienk Jonker kon niet concreet vertellen wat dit voor veranderingen zijn. Wel is het duidelijk dat overheidsinstellingen, musea, bibliotheken e.d. naar manieren moeten zoeken hoe ze de open data aan burgers en verenigingen beschikbaar zullen stellen.
Bijzonder skûtsje weer in Friesland
Na Rienk Jonkers kreeg Klaas Jansma de gelegenheid om te vertellen voor welke doeleinden een open data website als AlleFriezen gebruikt kan worden. Hij vertelde over de familie Roorda uit Sneek die de techniek beheersten om de snelste skûtsjes te bouwen. Even dreigde een skûtsje van hun hand naar Engeland te zullen verdwijnen. Gelukkig kon dit ternauwernood voorkomen worden. Verder benadrukte hij de bijzonderheid dat er van de 900 skûtsjes die de afgelopen 200 jaar gemaakt zijn er nu nog 450 over zijn. Het is een unicum dat er van dit culturele erfgoed zoveel over is. Om die reden moeten de Friezen hun best doen dit te beschermen.
Attentie voor Tjerk Tigchelaar
Aan het eind van de presentatie kreeg Tjerk Tigchelaar, voorzitter van stichting FAF (Freonen fan Argiven yn Fryslân), nog een attentie voor de inzet van de stichting FAF bij de vernieuwing van AlleFriezen. Onder andere het idee van het zoeken op stamnamen op de nieuwe website had de heer Tigchelaar bedacht.
Woensdag 23 september 2015 werd de vernieuwde website van AlleFriezen gepresenteerd in het provinciehuis in Leeuwarden. Om 14.25 werd de vernieuwde website door de bekende skûtsjeskenner Klaas Jansma gelanceerd. Dit is de derde versie van de genealogische website sinds het in 2007 werd opgericht. In tussentijd heeft het bedrijf Picturae en hun dochterbedrijf Vele Handen, dankzij de financiële steun en hulp van Friese gemeentes, instellingen en vrijwilligers, ruim 13 miljoen aktes ontsloten die nu via de nieuwe website raadpleegbaar zijn.
![]() |
| Klaas Jansma lanceert AlleFriezen |
Onder andere Tresoar heeft veel geld en gegevens voor de nieuwe website beschikbaar gesteld. Veel collecties die al via de website van Tresoar doorzocht konden worden, zijn nu ook via AlleFriezen.nl op te vragen. Onder ‘bronnenoverzicht’ vindt u een overzicht van deze collecties. Uiteindelijk is het streven om van AlleFriezen “het genealogische platform en historische databank van Friesland” te maken. Met de vernieuwde website is een grote stap in die richting gezet.
Verbeteringen
Wim Karels van Picturae demonstreerde hoe de nieuwe website van AlleFriezen qua vorm en techniek is vernieuwd. Zo past de weergave van de website zich aan op het apparaat (mobiel, tablet) waarmee je het bekijkt (responsive). Ook is de zoekbalk nu prominent op de website aanwezig en zoekt het op verschillende variaties van stamnamen.
Als u dus een naam intypt als ‘Meters’ worden ook de varianten met dubbel –e ‘Meeters” getoond. Ook kunnen de zoekresultaten verfijnd worden met een tijdbalk waarmee u dus met een paar muisklikken uw de onderzoekersperiode kunt aanpassen. Verder kunt u bij ‘uitgebreid zoeken’ voor een lange lijst met rollen kiezen, voor zowel één als twee personen. Zo kunt u verschillende bronnen raadplegen. Tot slot kunt u de scans nu in een grotere weergave bekijken en eenvoudig via pijltoetsen doorbladeren.
Met de vernieuwde weergave hoopt Picturae onder meer dat Friese gemeentes meer collecties via AlleFriezen zullen ontsluiten.
Open data
Nadat de vernieuwingen van AlleFriezen waren besproken, nam gemeentearchivaris Rienk Jonker van Leeuwarden het woord. Hij vertelde over de nieuwe archiefwet van het hergebruik van overheidsinformatie. Deze wet is in juli 2015 in werk getreden en is een broertje van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). De nieuwe wet houdt in dat overheidsinstellingen voortaan op verzoek van de burger of een vereniging haar gegevens (data) ter beschikking kan stellen. Daarbij mag zij niet vragen waarvoor de gegevens gebruikt zullen worden.
Met de nieuwe wet hoopt de regering openbaarheid, transparantie en inzicht te bevorderen. De burger betaalt immers deels voor de gegevens waarover de overheid beschikt en om die reden zou hij die ook moeten kunnen hergebruiken. Daarnaast is er ook een economisch motief: de ‘open data’ zouden ook voor commerciële doeleinden gebruikt kunnen worden. Ook bedrijven zoals die van Bob Coret zouden deze gegevens dus kunnen gebruiken.
De vernieuwde wetgeving zorgt voor de nodige (juridische) veranderingen voor verenigingen en open data websites als AlleFriezen. Rienk Jonker kon niet concreet vertellen wat dit voor veranderingen zijn. Wel is het duidelijk dat overheidsinstellingen, musea, bibliotheken e.d. naar manieren moeten zoeken hoe ze de open data aan burgers en verenigingen beschikbaar zullen stellen.
Bijzonder skûtsje weer in Friesland
Na Rienk Jonkers kreeg Klaas Jansma de gelegenheid om te vertellen voor welke doeleinden een open data website als AlleFriezen gebruikt kan worden. Hij vertelde over de familie Roorda uit Sneek die de techniek beheersten om de snelste skûtsjes te bouwen. Even dreigde een skûtsje van hun hand naar Engeland te zullen verdwijnen. Gelukkig kon dit ternauwernood voorkomen worden. Verder benadrukte hij de bijzonderheid dat er van de 900 skûtsjes die de afgelopen 200 jaar gemaakt zijn er nu nog 450 over zijn. Het is een unicum dat er van dit culturele erfgoed zoveel over is. Om die reden moeten de Friezen hun best doen dit te beschermen.
Attentie voor Tjerk Tigchelaar
Aan het eind van de presentatie kreeg Tjerk Tigchelaar, voorzitter van stichting FAF (Freonen fan Argiven yn Fryslân), nog een attentie voor de inzet van de stichting FAF bij de vernieuwing van AlleFriezen. Onder andere het idee van het zoeken op stamnamen op de nieuwe website had de heer Tigchelaar bedacht.
woensdag 23 september 2015
Het Friese equivalent van de Rembrandts van 160 miljoen
Veel opwinding deze week over de (mogelijke) aankoop van het Rijksmuseum van twee portretten ten voeten uit van het kersverse echtpaar Marten Soolmans en Oopjen Coppit. Niet alleen vanwege de schilder, Rembrandt, maar ook door het astronomische aankoopbedrag van 160 miljoen euro. De portretten werden in 1634 geschilderd.
De jonge Rembrandt maakte de portretten in het atelier van de doopsgezinde Fries Hendrick van Uylenburgh, met wiens nichtje Saskia hij getrouwd was. Haar nichtje Hendrickje van Uylenburgh was weer getrouwd met de Leeuwarder kunstschilder Wybrand de Geest.
Hoewel nog niet veel voorkomend was de pose 'ten voeten uit' zeker geen uitvinding van Rembrandt. Oorspronkelijk was het voorbehouden aan portretten van koningen en stadhouders, maar dat veranderde met de snel rijk geworden kooplieden. Het is waarschijnlijk dat zijn opdrachtgevers Rembrandt dit specifiek vroegen maar het is zelfs mogelijk dat hij naar Friese voorbeelden geschilderd heeft, zoals het portret van Doed Holdinga (Meester van het Adie Lambertsportret), Sophia van Vervou (LJ Woutersin) en de uit hetzelfde jaar 1634 stammende, veel minder zwierige, portretten door Wybrand de Geest van de Vrijheer van Ameland, Wytze van Cammingha en wederom Sophia van Vervou (1632). Ook deze portretten zijn een imposante twee meter hoog. Let u vooral op de schoenen van de heren!
De Friese kunsthistoricus Abraham Wassenbergh, in De portretkunst in Friesland in de zeventiende eeuw (1967), en vooral Bas Dudok van Heel in zijn essay 'Toen hingen burgers als vorsten aan de muur' in de tentoonstellingscatalogus van het Amsterdam Museum, Kopstukken, 2002, op blz. 52 gaan specifiek in op de mogelijke link tussen Rembrandt en de Friezen. Maar hoe het precies zit staat helaas niet vast. In Amsterdam werden in de jaren 1620 ook al burgers ten voeten uit geschilderd door kunstenaars als Cornelis van der Voort (wiens atelier Uylenburgh overnam) en Pickenoy, maar stilistisch lijkt de portretproductie in Uylenburghs atelier beter aan te sluiten bij de Friese portretten, aldus Dudok.
Wytze van Cammingha en Sophia van Vervou zijn ook paginagroot afgebeeld op bladzijde 88 en 89 van De Friese schilderkunst in de Gouden Eeuw van kunsthistoricus Piet Bakker.
De voorzitter van het Mondriaanfonds, Birgit Donker, vroeg in een artikel de aandacht voor de kunstwereld in zijn algemeenheid, die juist het afgelopen jaar met stevige bezuinigingen is geconfronteerd ('laat deze twee Rembrandts het begin zijn van een renaissance van de cultuurpolitiek'). De politici zijn heel snel en opportunistisch akkoord gegaan met het voorlopig koopcontract voor de Rembrandt-schilderijen, maar zullen ze nu ook weer blijvend investeren in andere Nederlandse kunst?
Update, maart 2018: Nadat de portretten van Wytze en Sophia op een tentoonstelling in het Franeker museum Martena (Wie het breed heeft... Thuis bij Wytze en Sophia, 17 juni tot 5 november 2017) gehangen hebben, geopend door Rijksmuseum conservator Jonathan Bikker, hangen ze nu ook op een prominente plaats vlakbij Marten en Oopjen in de tentoonstelling High Society in het Rijksmuseum (zie ook foto hieronder)!
Aardig is ook een brief van Sophia uit 1664 waarin ze haar neef Philip Ernst Vegelin van Claerbergen, secretaris van stadhouder Willem Frederik, om een gunst vraagt voor haar minnaar, de Ostfriese Cartesiaan Johannes Wubbena.
De jonge Rembrandt maakte de portretten in het atelier van de doopsgezinde Fries Hendrick van Uylenburgh, met wiens nichtje Saskia hij getrouwd was. Haar nichtje Hendrickje van Uylenburgh was weer getrouwd met de Leeuwarder kunstschilder Wybrand de Geest.
Hoewel nog niet veel voorkomend was de pose 'ten voeten uit' zeker geen uitvinding van Rembrandt. Oorspronkelijk was het voorbehouden aan portretten van koningen en stadhouders, maar dat veranderde met de snel rijk geworden kooplieden. Het is waarschijnlijk dat zijn opdrachtgevers Rembrandt dit specifiek vroegen maar het is zelfs mogelijk dat hij naar Friese voorbeelden geschilderd heeft, zoals het portret van Doed Holdinga (Meester van het Adie Lambertsportret), Sophia van Vervou (LJ Woutersin) en de uit hetzelfde jaar 1634 stammende, veel minder zwierige, portretten door Wybrand de Geest van de Vrijheer van Ameland, Wytze van Cammingha en wederom Sophia van Vervou (1632). Ook deze portretten zijn een imposante twee meter hoog. Let u vooral op de schoenen van de heren!
De Friese kunsthistoricus Abraham Wassenbergh, in De portretkunst in Friesland in de zeventiende eeuw (1967), en vooral Bas Dudok van Heel in zijn essay 'Toen hingen burgers als vorsten aan de muur' in de tentoonstellingscatalogus van het Amsterdam Museum, Kopstukken, 2002, op blz. 52 gaan specifiek in op de mogelijke link tussen Rembrandt en de Friezen. Maar hoe het precies zit staat helaas niet vast. In Amsterdam werden in de jaren 1620 ook al burgers ten voeten uit geschilderd door kunstenaars als Cornelis van der Voort (wiens atelier Uylenburgh overnam) en Pickenoy, maar stilistisch lijkt de portretproductie in Uylenburghs atelier beter aan te sluiten bij de Friese portretten, aldus Dudok.
Wytze van Cammingha en Sophia van Vervou zijn ook paginagroot afgebeeld op bladzijde 88 en 89 van De Friese schilderkunst in de Gouden Eeuw van kunsthistoricus Piet Bakker.
De voorzitter van het Mondriaanfonds, Birgit Donker, vroeg in een artikel de aandacht voor de kunstwereld in zijn algemeenheid, die juist het afgelopen jaar met stevige bezuinigingen is geconfronteerd ('laat deze twee Rembrandts het begin zijn van een renaissance van de cultuurpolitiek'). De politici zijn heel snel en opportunistisch akkoord gegaan met het voorlopig koopcontract voor de Rembrandt-schilderijen, maar zullen ze nu ook weer blijvend investeren in andere Nederlandse kunst?
Update, maart 2018: Nadat de portretten van Wytze en Sophia op een tentoonstelling in het Franeker museum Martena (Wie het breed heeft... Thuis bij Wytze en Sophia, 17 juni tot 5 november 2017) gehangen hebben, geopend door Rijksmuseum conservator Jonathan Bikker, hangen ze nu ook op een prominente plaats vlakbij Marten en Oopjen in de tentoonstelling High Society in het Rijksmuseum (zie ook foto hieronder)!
Aardig is ook een brief van Sophia uit 1664 waarin ze haar neef Philip Ernst Vegelin van Claerbergen, secretaris van stadhouder Willem Frederik, om een gunst vraagt voor haar minnaar, de Ostfriese Cartesiaan Johannes Wubbena.
![]() |
| Sophia van Vervou |
![]() |
| Wytze van Cammingha |
Labels:
1634,
Cammingha,
Coppit,
fries museum,
kunstschilders,
Rembrandt,
rijksmuseum,
schilderijen,
Soolmans,
Uylenburgh,
Vervou,
Wybrand de Geest
dinsdag 22 september 2015
Boerenbloed zet aan tot denken
In Ee en omgeving interviewde journalist Kees Kooman een aantal melkveehouders over hun ideeën omtrent schaalvergroting en de effecten die dat heeft op de natuur. Ook werden wetenschappers (zoals Theunis Piersma), politici in Brussel en andere betrokkenen bij het agrarische besluitvormingsproces gesproken. Het resultaat is vastgelegd in het interessante boek 'Boerenbloed'.Kooman, een Hollander, woont in de voormalige boerderij (uit 1704) van Hans Wiegel, op Aldterp, net buiten de dorpskom van Ee.
En uiteraard heeft ons lid Douwe Zwart, de bekende Ee-expert, zowel foto's als informatie over de historie van de boerderijen geleverd.
Door ruilverkaveling zijn de afgelopen decennia al heel veel karakteristieke landschapselementen zoals kromme slootjes en wandelpaden verdwenen. Door het snelgroeinde raaigras uit Engeland zijn de voorheen zeer kruidenrijke weilanden veranderd in gladde biljartlakens die met regelmaat gemaaid worden voor het hooi. Met dat maaien gaan ook grote hoeveelheden nesten van weidevogels, waaronder de Kening fan e Greide, de Grutto, verloren.
Sinds het loslaten van de melkquota per 1 april 2015 zijn de boeren met een dilemma geconfronteerd: meegaan in de schaalvergroting (vaak ten koste van het milieu) of relatief klein en biologisch verantwoord verder gaan?
In 2001 werd Ee getroffen door de MKZ-crisis (Tongblier) waarbij diverse boerderijen geconfronteerd werden met ruiming van de complete veestapel. Deze traumatische ervaring speelt bij veel boeren nog een rol in hun besluitvorming.
Voor Renze van der Ploeg was het een van de redenen om naar Canada te emigreren, waar hij nu in Walton een boerderij runt met honderden koeien.
Kor en Jacob Eisenga zijn moderne boeren in Ee die net aan de ruimingen ontkwamen en op Obbema State melkkoeien houden.
Als biologische boer is Simon den Hartogh een relatieve uitzondering in Ee op de Guozzepole.
Hessel Agema is een tegendraadse boer die zowel hoge productie als de zorg voor de weidevogels hoog in het vaandel heeft staan in Kollumerpomp en omgeving.
En als laatste is Hans Kroodsma met zijn zonen een boer die meegaat in de schaalvergroting. Zo kocht hij de boerderij met land van Jasper S. te Oudwoude erbij.
Al met al een prachtig portret van de melkveehouders in Noordoost-Friesland tegen de achtergrond van melkquota, megastallen en historie van het oude platteland. Een aanrader dus, dat Boerenbloed!
zondag 20 september 2015
Intekenactie Geschiedenis van Dokkum, hart van noordelijk Oostergo
Van de oudste archeologische opgravingen tot Dokkum als zeestad en vesting. Van Bonifatius tot de samenvoeging met de Dongeradelen: de geschiedenis van Dokkum is in 2004 opgetekend in een
monumentaal boek.
U kunt voor een indruk door enkele bladzijden van het boek bladeren.
Om dit al lang uitverkochte boek te kunnen herdrukken zijn 500 intekenaren nodig.
Teken dus nu in en koop dit prachtige naslagwerk voor €39,50 (Na de actieperiode kost het boek €49,50). Alle intekenaren krijgen een naamsvermelding in het boek. Onder de intekenaren worden bovendien 10 gratis exemplaren verloot.
Over het boek:
Prachtige kleurenfoto's
Groot formaat (23,5 x 31 cm)
448 pagina's dik
Vormgeving: Studio ByFrank bno
Auteur: dr. Meindert Schroor e.a.
Fraai gebonden in stevige band
Geheel uitgevoerd in full color
Kortom een prachtig boek! Intekenen kunt u via deze link: http://www.geschiedenisvandokkum.nl/intekenen.html
monumentaal boek.
U kunt voor een indruk door enkele bladzijden van het boek bladeren.
Om dit al lang uitverkochte boek te kunnen herdrukken zijn 500 intekenaren nodig.
Teken dus nu in en koop dit prachtige naslagwerk voor €39,50 (Na de actieperiode kost het boek €49,50). Alle intekenaren krijgen een naamsvermelding in het boek. Onder de intekenaren worden bovendien 10 gratis exemplaren verloot.
Over het boek:
Prachtige kleurenfoto's
Groot formaat (23,5 x 31 cm)
448 pagina's dik
Vormgeving: Studio ByFrank bno
Auteur: dr. Meindert Schroor e.a.
Fraai gebonden in stevige band
Geheel uitgevoerd in full color
Kortom een prachtig boek! Intekenen kunt u via deze link: http://www.geschiedenisvandokkum.nl/intekenen.html
vrijdag 18 september 2015
Obe Postma Selskip nodigt uit voor presentatie boek It deistich bestean by âlds
Namens het Obe Postma Selskip nodigt uitgever Louw Dijkstra van Wijdemeer belangstellenden uit voor de presentatie van het boek It deistich bestean by âlds, de historische opstellen van Obe Postma.
Het is een rijk bronnenboek van het dagelijkse leven in Friesland en bevat een uitgebreid register op plaatsnamen, zodat het een ideaal boek is voor lokale historici.
Tijdens de presentatie zal een drietal historici dan ook verslag doen van hun activiteiten op dat gebied, Pieter Nieuwland, Jehannes van Dijk en Hans Zijlstra van de Historische Vereniging Noordoost Friesland.
De presentatie vindt plaats op vrijdag 2 oktober in het Landbouwmuseum in Earnewâld, aanvang 13.45 uur.
Lykas jo mooglik witte, waard yn 2006 it Obe Postma Selskip yn Postma’s bertedoarp Koarnwert oprjochte. It hat sa’n 125 leden en wurdt alhiel troch frijwilligers dreaun. It Selskip wol in foarum wêze foar wittenskippers en leafhawwers fan it wurk fan Postma. Dêrta is in webstee makke (www.obepostma.nl), in twa kear jiers ferskinend tydskrift oprjochte (Wjerklank), waarden reiskes by plakken lâns organisearre dêr’t wurk fan Postma spilet, waard ek in komposysjepriisfraach útskreaun foar muzyk op gedichten fan Postma en waarden in tal stúdzjedagen oer in tema holden dat it wurk fan Postma yn breder ramt set en boeken mei wurk oer of fan Postma publisearre. Yn de saneamde Obe Postma Rige binne al alve publkaasjes om Obe Postma hinne ferskynd.
Ynkoarten ferskynt nûmer 12. It hat de titel: Obe Postma, It deistich bestean by âlds. Samle histoaryske opstellen II. Utjûn troch Philippus Breuker (Utjouwerij Wijdemeer ISBN 978 949 2052 124)
It deistich bestean by âlds is it twadde en tagelyk lêste diel mei stúdzjes op histoarysk gebiet fan Obe Postma. Syn fersprate histoarysk wurk is dêrmei maklik tagonklik makke. De earste bondel mei histoaryske stúdzjes wie Veld, huis en bedrijf. Landbouwhistorische opstellen (2010). It karakter fan It deistich bestean by âlds is lykwols hiel oars as fan dat boek. Dat befettet meast stúdzjes fan de earste jierren, dit fan de lettere tiid; de grins leit om 1935 hinne.
Dit boek giet meast oer de santjinde en achttjinde iuw en jout in bûnt ferskaat fan ûnbekende feiten oer it deistich bestean fan boeren en boargers, ek út de stêd. Ekonomy en bestjoer krije rom omtinken. Sa't Veld, huis en bedrijf in boek is foar de wittenskipper, is dit boek mear foar de ynteressearre leek. Dêrmei wjerspegelje se twa kanten fan Postma, dy’t yn de tiid by him op elkoar folgen. Tegearre meitsje se it byld kompleet fan de man dy’t neist de dichter ek de gelearde fan it Fryske lân en libben wie.
Op freed 2 oktober wurdt it earste eksimplaar fan dit boek troch dhr. Breuker oanbean. Dêrnei sille trije sprekkers yn sa’n tweintich minuten elts in yndruk jaan fan wat sy op it mêd fan de lokale skiednis út’e wei sette. As lêste komt Breuker nochris oan it wurd en sil hy yngean op opset en ynhâld fan it boek. Nei ôfrin mooglikheid it museum te besjen en resepsje, oanbean troch it Obe Postma Selskip. Plak : Lânboumuseum, Earnewâld. Tiid : 13.45 – 17.00 oere.
Wy noadigje jo fan herten út foar dizze feestlike gearkomste. Opjaan by de skriuwer fan it Obe Postma Selskip, Jan Gulmans, E-mail : jan@gulmans.com
Programma:
(1) 13.30 oere: ynrin mei kofje/tee.
(2) 13.45 oant 13.55 oere: iepeningswurd troch George Huitema, foarsitter Obe Postma Selskip.
(3) 13.55 oere: oanbieding troch Philippus Breuker fan it earste eksimplaar fan it boek It deistich bestean by âlds oan Jehannes van Dijk, Ferwert (auteur fan tal fan publikaasjes oer Ferwert en Ferwerteradiel).
(4) 14.00 oant 14.15 oere: taspraak troch Jehannes van Dijk oer syn aktiviteiten en publikaasjes op it mêd fan de lokale skiednis fan noardeast Fryslân.
(5) 14.15 oant 14.45 oere: taspraak troch Hans Zijlstra oer De Sneuper (De Sneuper, it blêd fan de lokaal-histoarisi út Dokkum/noardeast Fryslân).
(6) 14.45 oant 15.05 oere: taspraak troch Piet Nieuwland, Hurdegaryp, oer de skiednis fan Tytsjerksteradiel.
(7) 15.05 oant 15.25 oere: Philippus Breuker giet yn op opset en ynhâld fan it boek It deistich bestean by âlds.
(8) 15.25 oant 15.30 oere: ôfsluting troch George Huitema, foarsitter Obe Postma Selskip.
(9) 15.30 oant 16.00 oere: skoft, dêrnei museumbesyk resp. resepsje.
Het is een rijk bronnenboek van het dagelijkse leven in Friesland en bevat een uitgebreid register op plaatsnamen, zodat het een ideaal boek is voor lokale historici.
Tijdens de presentatie zal een drietal historici dan ook verslag doen van hun activiteiten op dat gebied, Pieter Nieuwland, Jehannes van Dijk en Hans Zijlstra van de Historische Vereniging Noordoost Friesland.
De presentatie vindt plaats op vrijdag 2 oktober in het Landbouwmuseum in Earnewâld, aanvang 13.45 uur.
Lykas jo mooglik witte, waard yn 2006 it Obe Postma Selskip yn Postma’s bertedoarp Koarnwert oprjochte. It hat sa’n 125 leden en wurdt alhiel troch frijwilligers dreaun. It Selskip wol in foarum wêze foar wittenskippers en leafhawwers fan it wurk fan Postma. Dêrta is in webstee makke (www.obepostma.nl), in twa kear jiers ferskinend tydskrift oprjochte (Wjerklank), waarden reiskes by plakken lâns organisearre dêr’t wurk fan Postma spilet, waard ek in komposysjepriisfraach útskreaun foar muzyk op gedichten fan Postma en waarden in tal stúdzjedagen oer in tema holden dat it wurk fan Postma yn breder ramt set en boeken mei wurk oer of fan Postma publisearre. Yn de saneamde Obe Postma Rige binne al alve publkaasjes om Obe Postma hinne ferskynd.
Ynkoarten ferskynt nûmer 12. It hat de titel: Obe Postma, It deistich bestean by âlds. Samle histoaryske opstellen II. Utjûn troch Philippus Breuker (Utjouwerij Wijdemeer ISBN 978 949 2052 124)
It deistich bestean by âlds is it twadde en tagelyk lêste diel mei stúdzjes op histoarysk gebiet fan Obe Postma. Syn fersprate histoarysk wurk is dêrmei maklik tagonklik makke. De earste bondel mei histoaryske stúdzjes wie Veld, huis en bedrijf. Landbouwhistorische opstellen (2010). It karakter fan It deistich bestean by âlds is lykwols hiel oars as fan dat boek. Dat befettet meast stúdzjes fan de earste jierren, dit fan de lettere tiid; de grins leit om 1935 hinne.
Dit boek giet meast oer de santjinde en achttjinde iuw en jout in bûnt ferskaat fan ûnbekende feiten oer it deistich bestean fan boeren en boargers, ek út de stêd. Ekonomy en bestjoer krije rom omtinken. Sa't Veld, huis en bedrijf in boek is foar de wittenskipper, is dit boek mear foar de ynteressearre leek. Dêrmei wjerspegelje se twa kanten fan Postma, dy’t yn de tiid by him op elkoar folgen. Tegearre meitsje se it byld kompleet fan de man dy’t neist de dichter ek de gelearde fan it Fryske lân en libben wie.
Op freed 2 oktober wurdt it earste eksimplaar fan dit boek troch dhr. Breuker oanbean. Dêrnei sille trije sprekkers yn sa’n tweintich minuten elts in yndruk jaan fan wat sy op it mêd fan de lokale skiednis út’e wei sette. As lêste komt Breuker nochris oan it wurd en sil hy yngean op opset en ynhâld fan it boek. Nei ôfrin mooglikheid it museum te besjen en resepsje, oanbean troch it Obe Postma Selskip. Plak : Lânboumuseum, Earnewâld. Tiid : 13.45 – 17.00 oere.
Wy noadigje jo fan herten út foar dizze feestlike gearkomste. Opjaan by de skriuwer fan it Obe Postma Selskip, Jan Gulmans, E-mail : jan@gulmans.com
Programma:
(1) 13.30 oere: ynrin mei kofje/tee.
(2) 13.45 oant 13.55 oere: iepeningswurd troch George Huitema, foarsitter Obe Postma Selskip.
(3) 13.55 oere: oanbieding troch Philippus Breuker fan it earste eksimplaar fan it boek It deistich bestean by âlds oan Jehannes van Dijk, Ferwert (auteur fan tal fan publikaasjes oer Ferwert en Ferwerteradiel).
(4) 14.00 oant 14.15 oere: taspraak troch Jehannes van Dijk oer syn aktiviteiten en publikaasjes op it mêd fan de lokale skiednis fan noardeast Fryslân.
(5) 14.15 oant 14.45 oere: taspraak troch Hans Zijlstra oer De Sneuper (De Sneuper, it blêd fan de lokaal-histoarisi út Dokkum/noardeast Fryslân).
(6) 14.45 oant 15.05 oere: taspraak troch Piet Nieuwland, Hurdegaryp, oer de skiednis fan Tytsjerksteradiel.
(7) 15.05 oant 15.25 oere: Philippus Breuker giet yn op opset en ynhâld fan it boek It deistich bestean by âlds.
(8) 15.25 oant 15.30 oere: ôfsluting troch George Huitema, foarsitter Obe Postma Selskip.
(9) 15.30 oant 16.00 oere: skoft, dêrnei museumbesyk resp. resepsje.
donderdag 17 september 2015
Lezing Wil Schackmann over Bedelaarskolonie Ommerschans, zaterdag 19 september 2015
De Koloniën van Weldadigheid werden opgericht van 1818 tot 1825.
Eerst de zogeheten vrije koloniën in Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelminaoord, daarna een bedelaars-gesticht op de Ommerschans nabij Ommen en tenslotte drie gestichten in Veenhuizen.
Tienduizenden mensen hebben in die koloniën gewoond, waarvan een geweldig archief bewaard is gebleven. Geweldig in omvang- zo'n vierhonderd meter archief – en geweldig in de gedetailleerdheid over de levens van gewone mensen.
Wil Schackmann is een kenner van dat archief. Hij schreef het boek De proefkolonie over de eerste start in Frederiksoord en De bedelaarskolonie over het gesticht op de Ommerschans. Momenteel werkt hij aan een boek over het kinderetablissement dat de oorsprong vormde van de kolonie Veenhuizen.
Op zaterdag 19 september 2015 vertelt hij eerst over alle koloniën en vervolgens over de Ommerschans in het bijzonder. Net als de vorige keer doet hij dat met zeer veel anekdotes en verhalen uit het dagelijks leven van de koloniebewoners.
Leden van de NGV en belangstellenden zijn van harte welkom op deze bijeenkomst!
De lokatie is het HISTORISCH CENTRUM LEEUWARDEN, Groeneweg 1, bij de Prinsentuin.
Aanvang 13.30 uur.
Toegang vrij.
Parkeren kunt u in de parkeergarage Oldehove
Eerst de zogeheten vrije koloniën in Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelminaoord, daarna een bedelaars-gesticht op de Ommerschans nabij Ommen en tenslotte drie gestichten in Veenhuizen.
Tienduizenden mensen hebben in die koloniën gewoond, waarvan een geweldig archief bewaard is gebleven. Geweldig in omvang- zo'n vierhonderd meter archief – en geweldig in de gedetailleerdheid over de levens van gewone mensen.
Wil Schackmann is een kenner van dat archief. Hij schreef het boek De proefkolonie over de eerste start in Frederiksoord en De bedelaarskolonie over het gesticht op de Ommerschans. Momenteel werkt hij aan een boek over het kinderetablissement dat de oorsprong vormde van de kolonie Veenhuizen.
Op zaterdag 19 september 2015 vertelt hij eerst over alle koloniën en vervolgens over de Ommerschans in het bijzonder. Net als de vorige keer doet hij dat met zeer veel anekdotes en verhalen uit het dagelijks leven van de koloniebewoners.
Leden van de NGV en belangstellenden zijn van harte welkom op deze bijeenkomst!
De lokatie is het HISTORISCH CENTRUM LEEUWARDEN, Groeneweg 1, bij de Prinsentuin.
Aanvang 13.30 uur.
Toegang vrij.
Parkeren kunt u in de parkeergarage Oldehove
dinsdag 15 september 2015
Van Lennep en Van Hogendorp in 1823 reizend door Friesland via Dokkum en Kollum
In 1823 reisde Dirk van Hogendorp samen met zijn Leidse studievriend Jacob van Lennep door Nederland. Te voet, per diligence en met trekschuiten trokken zij door de diverse provincies en hielden beide een dagboek bij. Die van Van Lennep werd in 2000 door Geert Mak en Marita Mathijsen hertaald in het boek Jacob van Lennep, Lopen met Van Lennep. Dagboek van zijn voetreis door Nederland. De zomer van 1823.
Geert Mak maakte er een televisieserie van die nog te zien is als online video. In aflevering 3 komt hij langs Dokkum.
Op DBNL is ook een dagboekversie van Van Lennep die zonder aanpassingen wordt weergegeven.
In Leeuwarden gaan ze bijvoorbeeld op bezoek bij kunstschilder Willem Bartel van der Kooi.
Van Hogendorp schreef in zijn reisdagboek terwijl ze Leeuwarden verlieten:
De Heeren Vitringa Coulon, vader en zoon, Rengers Contrl. der belast. Beucker Andreae, Van der Veen, Bake, Delprat en W.W. Brouwer bewezen ons veel vriendschap, doch veele ingezetenen dezer stad waren onverschilliger, sommigen de Bokkigheid zelve.
Groningen 19 Junij 23
Van Leeuwarden voeren wij in gezelschap van eenige lompe Friezen naar Dokkum.
Dokkum telt 3,400 inwoonders, is groot, doch armoedig.
Wij kwamen bij do. Adriani die ons het huis bijkans uitzette. Wij overnachten te Dokkum en voeren gisteren tot dicht bij Kollum en wandelden toen naar dit dorp. Wij wandelden eerst naar de Dokkummer Zielen of Sluizen, die veel overeenkomst hebben met die van Katwijk.
Toen wandelden wij door het bosch van Kollum, en beklommen daar een hoogen tooren, welke daar door een Oostindie vaarder geplaatst was, tot eeuwigdurend teeken van zijn rijkdom (De Steenen Berg van Eyso de Wendt, HZ). Zijne familie viel hem lastig en hij onterfde dezelve, nam nieuwe aan en maakte hen Universeel erfgenaam onder verplichting van dezen tooren te onderhouden, sub poena om bij instorting de gandsche erfenis aan het dorp te overhandigen. Wij wandelden van Kollum naar Stroobosch en voeren toen tot Groningen. Het land was eentooning. Bij de Friesche grenzen wordt het kaal, lelijk onvruchtbaar.
Jacob van Lennep is uitgebreider over de ontmoeting met dominee Adriani, (die ook lid was van Ledige Uren Nuttig Besteed): Na onze wandeling schelden wij bij den geleerden predikant ADRIANI aan, wien Tydeman ons aanbevolen had, hopende eenige inlichtingen omtrent Dokkum te erlangen. Men liet ons in eene binnenkamer. Een oogenblik daarna kwam de Predikant binnen, zijnde een zeventigjarig man, zes voet zes duim Rhijnlands hoog, gekleed met eene geele poeierjas, wollen koussen en witte slaapmuts: hij beschouwde ons van 't hoofd tot de voeten en vroeg wat wij wilden. Hierop volgde het nevensgaand gesprek, waardig om door ALIDA RIJZIG of CHRISJE HELDER beschreven te worden doch dat ik even goed als die dames de hunne, onthouden heb:
VAN HOGENDORP (met zijn gewoon exordium beginnende): 'Dominé, wij zijn U natuurlijk niet bekend: wij maken een toertje, door ons land en professor TYDEMAN heeft mij verzocht U zijne complimenten te maken: hetgeen mij aangenaam geweest is daar het mij de gelegenheid verschaft Uwe kennis te maken. Ik ben de advokaat VAN HOGENDORP uit den Haag en heb de eer U den Heer VAN LENNEP te presenteeren...'
IK: 'Zoon van den professor.'
DOMINÉ: 'Zoo! Het jou een brief?'
VAN HOGENDORP: 'Neen Dominé. Wij zijn al drie weeken op reis en dus zou deze wijze van U een' brief te bezorgen wat lang worden.'
DOMINÉ: 'Ik heb pas een' langen brief aan Tydeman geschreven: maar wat kom jou nou eigenlijk doen?'
VAN HOGENDORP: 'Uwe kennis maken, Dominé.'
DOMINÉ (naar mij toestappende): 'En jou, had jou ook nog iets anders te zeggen?'
IK: 'Neen Dominé, maar...'
DOMINÉ (drie stappen achteruitgaande): 'Dan kan jou weer heen gaan, 't is morgen biddag, en jou begriept dat ik nou geen tied heb'.
VAN HOGENDORP (heengaande): 'Wij willen U in 't minst niet hinderen, Dominé.'
DOMINÉ (mij in de borst vattende): 'En zeg jou aan TYDEMAN, dat hij me op een ander' tied geen' komplimenten stuurt, maar een' brief, hoor jou?'
IK (tot den grond buigende): 'Ik hoop het waar te nemen, Dominé.'
Pas waren wij de deur uit, of bersteden wij beide uit in een schaterend gelach en bestempelden beurtelings morrende en grinnikende den beleefden ADRIANI met den naam van Frieschen buffel, ons wel beloovende zijn' laatsten boodschap aan TYDEMAN waartenemen. Dit laatst, zoo slecht afgeloopen bezoek stelde ons buiten staat iets nopens Dokkum en deszelfs omstreken te vernemen. Ik kan dus niet veel omtrent deze stad verhalen dan alleen dat de meeste huizen nog groote luifels hebben.
Na thee gedronken te hebben schreven wij en gingen te negen ure naar bed'.
In Dokkum verbleven ze in De Posthoorn:
Te Dokkum aangekomen zijnde zochten wij de herberg de Posthoorn op, bij de erven PIVÉ.
Daar gekomen zijnde, wees men ons eene goede kamer aan, en riep ons te twee ure aan tafel.
Een welgekleed heer, en zijne vrouw die iets vrij gemeens in haar' kleeding had, aten met ons; kort daarop kwam hun dochtertje met eene keurlijke dienaresse binnen en plaatste zich nevens mama, terwijl de vader mij gedurig nu om soep, dan om ham, dan om iets anders stolsiteerde; en zoo drok stolsiteerde, dat ik hem eerst voor een sollicitant, maar naderhand en met meer recht voor een bediende van Van Aken aanzag die met een olifant naar Dokkum gereisd was. N.B. de kermis was er juist geëindigd.
Na den eten wandelden wij de stad rond, die vrij groot is met een breede gracht doorsneden, en met fraaie huizen en wallen voorzien.
Update: Piet de Haan zocht uit waar dominee Adriani in Dokkum woonde: 1832, A503 is Reeel 345: Hoek Hoge Pol - Koningstraat . Zie ook volkstelling 1830 en overlijden wijk C 171.
Geert Mak maakte er een televisieserie van die nog te zien is als online video. In aflevering 3 komt hij langs Dokkum.
Op DBNL is ook een dagboekversie van Van Lennep die zonder aanpassingen wordt weergegeven.
In Leeuwarden gaan ze bijvoorbeeld op bezoek bij kunstschilder Willem Bartel van der Kooi.
Van Hogendorp schreef in zijn reisdagboek terwijl ze Leeuwarden verlieten:
De Heeren Vitringa Coulon, vader en zoon, Rengers Contrl. der belast. Beucker Andreae, Van der Veen, Bake, Delprat en W.W. Brouwer bewezen ons veel vriendschap, doch veele ingezetenen dezer stad waren onverschilliger, sommigen de Bokkigheid zelve.
Groningen 19 Junij 23
Van Leeuwarden voeren wij in gezelschap van eenige lompe Friezen naar Dokkum.
Dokkum telt 3,400 inwoonders, is groot, doch armoedig.
Wij kwamen bij do. Adriani die ons het huis bijkans uitzette. Wij overnachten te Dokkum en voeren gisteren tot dicht bij Kollum en wandelden toen naar dit dorp. Wij wandelden eerst naar de Dokkummer Zielen of Sluizen, die veel overeenkomst hebben met die van Katwijk.
Toen wandelden wij door het bosch van Kollum, en beklommen daar een hoogen tooren, welke daar door een Oostindie vaarder geplaatst was, tot eeuwigdurend teeken van zijn rijkdom (De Steenen Berg van Eyso de Wendt, HZ). Zijne familie viel hem lastig en hij onterfde dezelve, nam nieuwe aan en maakte hen Universeel erfgenaam onder verplichting van dezen tooren te onderhouden, sub poena om bij instorting de gandsche erfenis aan het dorp te overhandigen. Wij wandelden van Kollum naar Stroobosch en voeren toen tot Groningen. Het land was eentooning. Bij de Friesche grenzen wordt het kaal, lelijk onvruchtbaar.
Jacob van Lennep is uitgebreider over de ontmoeting met dominee Adriani, (die ook lid was van Ledige Uren Nuttig Besteed): Na onze wandeling schelden wij bij den geleerden predikant ADRIANI aan, wien Tydeman ons aanbevolen had, hopende eenige inlichtingen omtrent Dokkum te erlangen. Men liet ons in eene binnenkamer. Een oogenblik daarna kwam de Predikant binnen, zijnde een zeventigjarig man, zes voet zes duim Rhijnlands hoog, gekleed met eene geele poeierjas, wollen koussen en witte slaapmuts: hij beschouwde ons van 't hoofd tot de voeten en vroeg wat wij wilden. Hierop volgde het nevensgaand gesprek, waardig om door ALIDA RIJZIG of CHRISJE HELDER beschreven te worden doch dat ik even goed als die dames de hunne, onthouden heb:
VAN HOGENDORP (met zijn gewoon exordium beginnende): 'Dominé, wij zijn U natuurlijk niet bekend: wij maken een toertje, door ons land en professor TYDEMAN heeft mij verzocht U zijne complimenten te maken: hetgeen mij aangenaam geweest is daar het mij de gelegenheid verschaft Uwe kennis te maken. Ik ben de advokaat VAN HOGENDORP uit den Haag en heb de eer U den Heer VAN LENNEP te presenteeren...'
IK: 'Zoon van den professor.'
DOMINÉ: 'Zoo! Het jou een brief?'
VAN HOGENDORP: 'Neen Dominé. Wij zijn al drie weeken op reis en dus zou deze wijze van U een' brief te bezorgen wat lang worden.'
DOMINÉ: 'Ik heb pas een' langen brief aan Tydeman geschreven: maar wat kom jou nou eigenlijk doen?'
VAN HOGENDORP: 'Uwe kennis maken, Dominé.'
DOMINÉ (naar mij toestappende): 'En jou, had jou ook nog iets anders te zeggen?'
IK: 'Neen Dominé, maar...'
DOMINÉ (drie stappen achteruitgaande): 'Dan kan jou weer heen gaan, 't is morgen biddag, en jou begriept dat ik nou geen tied heb'.
VAN HOGENDORP (heengaande): 'Wij willen U in 't minst niet hinderen, Dominé.'
DOMINÉ (mij in de borst vattende): 'En zeg jou aan TYDEMAN, dat hij me op een ander' tied geen' komplimenten stuurt, maar een' brief, hoor jou?'
IK (tot den grond buigende): 'Ik hoop het waar te nemen, Dominé.'
Pas waren wij de deur uit, of bersteden wij beide uit in een schaterend gelach en bestempelden beurtelings morrende en grinnikende den beleefden ADRIANI met den naam van Frieschen buffel, ons wel beloovende zijn' laatsten boodschap aan TYDEMAN waartenemen. Dit laatst, zoo slecht afgeloopen bezoek stelde ons buiten staat iets nopens Dokkum en deszelfs omstreken te vernemen. Ik kan dus niet veel omtrent deze stad verhalen dan alleen dat de meeste huizen nog groote luifels hebben.
Na thee gedronken te hebben schreven wij en gingen te negen ure naar bed'.
In Dokkum verbleven ze in De Posthoorn:
Te Dokkum aangekomen zijnde zochten wij de herberg de Posthoorn op, bij de erven PIVÉ.
Daar gekomen zijnde, wees men ons eene goede kamer aan, en riep ons te twee ure aan tafel.
Een welgekleed heer, en zijne vrouw die iets vrij gemeens in haar' kleeding had, aten met ons; kort daarop kwam hun dochtertje met eene keurlijke dienaresse binnen en plaatste zich nevens mama, terwijl de vader mij gedurig nu om soep, dan om ham, dan om iets anders stolsiteerde; en zoo drok stolsiteerde, dat ik hem eerst voor een sollicitant, maar naderhand en met meer recht voor een bediende van Van Aken aanzag die met een olifant naar Dokkum gereisd was. N.B. de kermis was er juist geëindigd.
Na den eten wandelden wij de stad rond, die vrij groot is met een breede gracht doorsneden, en met fraaie huizen en wallen voorzien.
Update: Piet de Haan zocht uit waar dominee Adriani in Dokkum woonde: 1832, A503 is Reeel 345: Hoek Hoge Pol - Koningstraat . Zie ook volkstelling 1830 en overlijden wijk C 171.
zondag 13 september 2015
Kroniek van Dokkum t/m het jaar 1711 door Gerrit Hesman digitaal
En de sneuper...hij digitaliseerde voort.
Dat er in Tresoar een manuscript zou moeten liggen van de Dokkumer Gerrit Hesman dat een kroniek zou moeten voorstellen tot en met het jaar 1711 was wel bekend. Maar echt aandacht hebben we er volgens mij nog nooit aan besteed. (Wel aan zijn wapenboek waarin vele burgerwapens van Dokkumers beschreven zijn overigens, inclusief dit titelblad in kleur).
Totdat afgelopen week Piet de Haan het oude document op de foto zette. Nu zijn niet alle pagina's even scherp (dat gaan we nog een keer verbeteren), maar ook nu al kunt u er prachtige zaken over de geschiedenis van Dokkum in terugzien. Vooral in de periode waarin Hesman zelf leefde (ca 1661-1715) mag je aannemen dat zijn beschrijvingen op eigen ervaringen of uit eerste hand zijn.
Enkele voorbeelden als transcriptie:
1688 Den 11 Januarij hielden de Grootschippers haar Gildemaaltijd in de Benthum en reeden met een sloepje op een bart staande en door vier Paarden wordende getrokken, door de stad, waarin Klaas Jogchums, toegenaamd Geelemug, als kapitein en Harmen Oostindie vaarder, Luitenant was; Jan Tietes Schipper, Jan Jansen Bontekoe, Stuurman, en Minse Minses voerman, welke Minse eenige moeite met een Soldaat kreeg, waardoor deze Soldaat eenigmalen gewaarschuwd was om van de Sloep te blijven en zulk niet willende doen, met de zweep geslagen wierd, waarover hij zoo vertoornde dat hij vernam, wie hem van deze bootsgezellen ontmoete, te doorsteken, waarop Jan Bontekoe, uit het huis van Tiete Doekes komende, van hem met een driekantige degen in het hert gestooken waarop de gewonde naar de wondheeler Gerrit Nederhof gebragt is en daar na zijns zusters huis gedragen wierde, daar hij nog eenige beweging toonde, gestorven. De dader is het ontkomen en naar Oostindie gereisd en aldaar overleden.
1688 1703. Den 19 Maart is hier een omgang gedaan voor vijftien Harlinger bootsgezellen die bij de barbaren in Slavernije zaten bragt op als volgt:
- Het groote Breedstraat Espel...249-12
- Kleine Breedstraat Espel 225-3
- Leegeweg Espel 216-4
- Blokhuis Espel 248-16
939-35
1690 Den 28 October wierde hier het diept door Pijbe Classen molenmaker met een moddermolen begonnen om de modder uit te maken, hebben hij Piebe een bedingst met de E. Hogemag(istraten) ten dezer Provintie voor de tijd van XXV Jaren van ieder met schuite turf een stuiver te genieten. Het diept tusschen de Zijl en drie pijpen was geheel niet anders als modder en slijk, dat effen met water bedekt stond; konde naauwelijks een praam daarover komen; het buitendiept was niet veel beter, hebbende op het laagste water een kille (?) omtrent een brede wijd; doch deze Pijbe maakten 't beide zoo diep binnen 't jaar, dat de schuiten naar Leeuwarden konden komen met haar volle ladingen.
1692 Den 8 September is hier des namiddags omtrent drie uren eenige Schudding of soorte van Aardbeving gevoeld.
1694 Is Dirk Smedema tot Stads Bouwmeester aangesteld in plaats van den overleeden Vroetman Freerk Tadema benevens Sijmon Groenewout.
De Kroniek van Dokkum tot en met het jaar 1711 is nu digitaal door te bladeren als Deel 1 en Deel 2.
Laat het ons weten als u bijzondere zaken vindt!
Update: Over Gerrit Hesman, waarschijnlijk doopsgezind en arts/schilder, schreef de Dokkumer Daam Fockema in De Vrije Fries van 1853 (nummer 6) het artikel 'Voorlezing over een handschrift van Gerrit Hesman, behelzende aanteekeningen van gebeurtenissen, te Dockum voorgevallen,'. Het handelde over dit manuscript en verwijst daarin ook naar de Waalse Furie te Dokkum in 1572!
Dat er in Tresoar een manuscript zou moeten liggen van de Dokkumer Gerrit Hesman dat een kroniek zou moeten voorstellen tot en met het jaar 1711 was wel bekend. Maar echt aandacht hebben we er volgens mij nog nooit aan besteed. (Wel aan zijn wapenboek waarin vele burgerwapens van Dokkumers beschreven zijn overigens, inclusief dit titelblad in kleur).
Totdat afgelopen week Piet de Haan het oude document op de foto zette. Nu zijn niet alle pagina's even scherp (dat gaan we nog een keer verbeteren), maar ook nu al kunt u er prachtige zaken over de geschiedenis van Dokkum in terugzien. Vooral in de periode waarin Hesman zelf leefde (ca 1661-1715) mag je aannemen dat zijn beschrijvingen op eigen ervaringen of uit eerste hand zijn.
Enkele voorbeelden als transcriptie:
1688 Den 11 Januarij hielden de Grootschippers haar Gildemaaltijd in de Benthum en reeden met een sloepje op een bart staande en door vier Paarden wordende getrokken, door de stad, waarin Klaas Jogchums, toegenaamd Geelemug, als kapitein en Harmen Oostindie vaarder, Luitenant was; Jan Tietes Schipper, Jan Jansen Bontekoe, Stuurman, en Minse Minses voerman, welke Minse eenige moeite met een Soldaat kreeg, waardoor deze Soldaat eenigmalen gewaarschuwd was om van de Sloep te blijven en zulk niet willende doen, met de zweep geslagen wierd, waarover hij zoo vertoornde dat hij vernam, wie hem van deze bootsgezellen ontmoete, te doorsteken, waarop Jan Bontekoe, uit het huis van Tiete Doekes komende, van hem met een driekantige degen in het hert gestooken waarop de gewonde naar de wondheeler Gerrit Nederhof gebragt is en daar na zijns zusters huis gedragen wierde, daar hij nog eenige beweging toonde, gestorven. De dader is het ontkomen en naar Oostindie gereisd en aldaar overleden.
1688 1703. Den 19 Maart is hier een omgang gedaan voor vijftien Harlinger bootsgezellen die bij de barbaren in Slavernije zaten bragt op als volgt:
- Het groote Breedstraat Espel...249-12
- Kleine Breedstraat Espel 225-3
- Leegeweg Espel 216-4
- Blokhuis Espel 248-16
939-35
1690 Den 28 October wierde hier het diept door Pijbe Classen molenmaker met een moddermolen begonnen om de modder uit te maken, hebben hij Piebe een bedingst met de E. Hogemag(istraten) ten dezer Provintie voor de tijd van XXV Jaren van ieder met schuite turf een stuiver te genieten. Het diept tusschen de Zijl en drie pijpen was geheel niet anders als modder en slijk, dat effen met water bedekt stond; konde naauwelijks een praam daarover komen; het buitendiept was niet veel beter, hebbende op het laagste water een kille (?) omtrent een brede wijd; doch deze Pijbe maakten 't beide zoo diep binnen 't jaar, dat de schuiten naar Leeuwarden konden komen met haar volle ladingen.
1692 Den 8 September is hier des namiddags omtrent drie uren eenige Schudding of soorte van Aardbeving gevoeld.
1694 Is Dirk Smedema tot Stads Bouwmeester aangesteld in plaats van den overleeden Vroetman Freerk Tadema benevens Sijmon Groenewout.
De Kroniek van Dokkum tot en met het jaar 1711 is nu digitaal door te bladeren als Deel 1 en Deel 2.
Laat het ons weten als u bijzondere zaken vindt!
Update: Over Gerrit Hesman, waarschijnlijk doopsgezind en arts/schilder, schreef de Dokkumer Daam Fockema in De Vrije Fries van 1853 (nummer 6) het artikel 'Voorlezing over een handschrift van Gerrit Hesman, behelzende aanteekeningen van gebeurtenissen, te Dockum voorgevallen,'. Het handelde over dit manuscript en verwijst daarin ook naar de Waalse Furie te Dokkum in 1572!
vrijdag 11 september 2015
Monument voor 8 slachtoffers zeemijnexplosie nabij Paesens onthuld
Op 10 september 1945 kwamen 8 mensen om het leven in de Paesumerlannen bij de demontage van een aangespoelde zeemijn. Na 70 jaar is een monument onthuld door initiatiefnemer Einte Prins en burgemeester Waanders van Dongeradeel, in aanwezigheid van de nabestaanden van de slachtoffers en belangstellenden.
Het monument, een oude zeemijn, is geplaatst aan het einde van de Lytse Wei tussen Paesens en Alddyk, dicht bij de plek waar het tragisch ongeval plaatsvond.
De Koninklijke Marine was aanwezig en liet een van de mariniers de “Last Post” blazen, waarna een minuut stilte werd gehouden en een krans gelegd. Voor de nabestaanden was er daarna gelegenheid om bloemen bij het monument te leggen.
Van de acht slachtoffers waren er vijf leden van een springgroep van de Koninklijke Marine, die hun thuishaven hadden in Hoek van Holland en drie inwoners van Paesens, Alddyk en Marrum.
Mooi dat dit particulier initiatief van Einte Prins tot dit resultaat geleid heeft, gesteund door o.a. Gemeente Dongeradeel, Stichting Musea Noardeast Fryslân (Ihno Dragt), Dorpsbelang Paesens-Moddergat en sponsoren. En niet te vergeten, nadat wij binnen onze vereniging een oproep aan de politiek deden en een artikel hierover in De Sneuper 113 van maart 2014 plaatsten!
Het monument, een oude zeemijn, is geplaatst aan het einde van de Lytse Wei tussen Paesens en Alddyk, dicht bij de plek waar het tragisch ongeval plaatsvond.
![]() |
| Onthulling monument slachtoffers zeemijn. Foto: D.Douma. |
De Koninklijke Marine was aanwezig en liet een van de mariniers de “Last Post” blazen, waarna een minuut stilte werd gehouden en een krans gelegd. Voor de nabestaanden was er daarna gelegenheid om bloemen bij het monument te leggen.
Van de acht slachtoffers waren er vijf leden van een springgroep van de Koninklijke Marine, die hun thuishaven hadden in Hoek van Holland en drie inwoners van Paesens, Alddyk en Marrum.
Mooi dat dit particulier initiatief van Einte Prins tot dit resultaat geleid heeft, gesteund door o.a. Gemeente Dongeradeel, Stichting Musea Noardeast Fryslân (Ihno Dragt), Dorpsbelang Paesens-Moddergat en sponsoren. En niet te vergeten, nadat wij binnen onze vereniging een oproep aan de politiek deden en een artikel hierover in De Sneuper 113 van maart 2014 plaatsten!
donderdag 10 september 2015
Dokkumer bewonersgeschiedenis op unieke wijze in beeld
Koppeling Pre-kadastrale gegevens Dokkum met kadaster 1832 kan bewonersgeschiedenis sinds 1711 reconstrueren.
Jarenlang monnikenwerk door sneuper Piet de Haan, in samenwerking met het Streekarchief te Dokkum, heeft geresulteerd in een unieke koppeling van Pre-kadastrale gegevens met het kadaster van 1832.
Archivaris Tjeerd Jongsma van het Streekarchief te Dokkum is zeer ingenomen met de resultaten van de redacteur van de Historische Vereniging Noordoost-Friesland. De Haan is er onlangs in geslaagd om belastingboeken van 1805 van geheel Dokkum binnen de grachten te koppelen met het kadaster van 1832. Daarvoor wroette hij door meer dan 1.000 koopbieven, proclamaties, notariële akten en advertenties.
Hierdoor is het mogelijk geworden om de gehele woning - en bewonersgeschiedenis van Dokkum vanaf 1711 tot de dag van vandaag te reconstrueren.
Eerder slaagde Reinder Tolsma uit Oosternijkerk er al in om ook nog eens 88 Dokkumer percelen uit 1585 aan 1711 te koppelen.
Het resultaat is dat nu duizenden aan- en verkopen uit voorgaande eeuwen aan het kadaster gekoppeld kunnen worden. Dat het de gehele stad betreft is uniek voor Friesland en wellicht voor heel Nederland.
Zo is er in het septembernummer 2015 van De Sneuper een artikel over de Dokkumer zeeheld Dooitzen Eelkes Hinxt, van wie vastgesteld kon worden dat hij woonde aan de huidige Diepswal 33, een oud huis met een hengst als gevelsteen!
Volgens Jongsma en De Haan is deze manier van aanpak mogelijk ook op andere plaatsen in Fryslân toepasbaar.
In de loop van het jaar zal gewerkt worden aan het beschikbaar stellen van de gegevens voor het grote publiek.
Naar aanleiding van het persbericht dat we eerder deze week verzonden werd Piet de Haan door journalist Wytse Vellinga van Omrop Fryslan geïnterviewd. Dat doet Vellinga trouwens standaard met alleen een iPhone + microfoon (prachtig)!
Piet vertelde daarbij ook dat, naar een idee van Jelle Arjaans van de Stichting Historia Doccumensis en de straatnamencommissie van de gemeente Dongeradeel, nu overwogen wordt bordjes met oude huisnamen in de Dokkumer binnenstad terug te plaatsen.
U kunt het interview voor Omrop Fryslan met beeld en geluid nakijken via het online bericht getiteld Dokkumer huzen krije histoaryske namme werom!
Ook de Leeuwarder Courant schonk middels een kort artikel aandacht aan dit prachtige werk van Piet, met steun van archivaris Tjeerd Jongsma en Reinder Tolsma.
Jarenlang monnikenwerk door sneuper Piet de Haan, in samenwerking met het Streekarchief te Dokkum, heeft geresulteerd in een unieke koppeling van Pre-kadastrale gegevens met het kadaster van 1832.
Archivaris Tjeerd Jongsma van het Streekarchief te Dokkum is zeer ingenomen met de resultaten van de redacteur van de Historische Vereniging Noordoost-Friesland. De Haan is er onlangs in geslaagd om belastingboeken van 1805 van geheel Dokkum binnen de grachten te koppelen met het kadaster van 1832. Daarvoor wroette hij door meer dan 1.000 koopbieven, proclamaties, notariële akten en advertenties.
Hierdoor is het mogelijk geworden om de gehele woning - en bewonersgeschiedenis van Dokkum vanaf 1711 tot de dag van vandaag te reconstrueren.
Eerder slaagde Reinder Tolsma uit Oosternijkerk er al in om ook nog eens 88 Dokkumer percelen uit 1585 aan 1711 te koppelen.
Het resultaat is dat nu duizenden aan- en verkopen uit voorgaande eeuwen aan het kadaster gekoppeld kunnen worden. Dat het de gehele stad betreft is uniek voor Friesland en wellicht voor heel Nederland.
Zo is er in het septembernummer 2015 van De Sneuper een artikel over de Dokkumer zeeheld Dooitzen Eelkes Hinxt, van wie vastgesteld kon worden dat hij woonde aan de huidige Diepswal 33, een oud huis met een hengst als gevelsteen!
Volgens Jongsma en De Haan is deze manier van aanpak mogelijk ook op andere plaatsen in Fryslân toepasbaar.
In de loop van het jaar zal gewerkt worden aan het beschikbaar stellen van de gegevens voor het grote publiek.
Naar aanleiding van het persbericht dat we eerder deze week verzonden werd Piet de Haan door journalist Wytse Vellinga van Omrop Fryslan geïnterviewd. Dat doet Vellinga trouwens standaard met alleen een iPhone + microfoon (prachtig)!
Piet vertelde daarbij ook dat, naar een idee van Jelle Arjaans van de Stichting Historia Doccumensis en de straatnamencommissie van de gemeente Dongeradeel, nu overwogen wordt bordjes met oude huisnamen in de Dokkumer binnenstad terug te plaatsen.
U kunt het interview voor Omrop Fryslan met beeld en geluid nakijken via het online bericht getiteld Dokkumer huzen krije histoaryske namme werom!
Ook de Leeuwarder Courant schonk middels een kort artikel aandacht aan dit prachtige werk van Piet, met steun van archivaris Tjeerd Jongsma en Reinder Tolsma.
zaterdag 29 augustus 2015
Koorkap gerelateerd aan Bonifatius in museum Catharijneconvent
Dat er relieken van Friese heiligen uit de 13e eeuw in België bewaard zijn gebleven wisten we al uit de publicatie van Wibo Boswijk in De Sneuper 115.
En van de nog veel 'oudere' Bonifatius zijn de meeste relieken in de Duitse stad Fulda te zien.
Het was dan ook toch wel met enige verbazing dat ik recent in museum Catharijneconvent in Utrecht een oude koormantel in een vitrine zag die een relatie schijnt te hebben met Bonifatius (die in 754 bij Dokkum werd vermoord).
Dit is de beschrijving van het museum die vermeld dat het uit de Bonifatiuskerk te Dokkum afkomstig is (waarbij de vermelding van 13e eeuw toch wat vreemd is):
Koorkap, half cirkelvormig, op donkerblauwe ondergrond geaffronteerde pauwen
1190 - 1209
Koorkap van Bonifatius
Dokkum, eerste helft van de 13e eeuw; weefsel: Oostelijk Middellandse-Zeegebied, ca. 1190-1210
ABM t2341
Deze koormantel is volgens een legende gedragen door de missionaris Bonifatius (672 of 675-754). Omdat de mantel met de heilige in aanraking zou zijn geweest, wordt hij beschouwd als een reliek en door de eeuwen heen zorgvuldig bewaard. Gelovigen kennen wonderdadige kracht toe aan relieken. De zijden stof blijkt echter niet ouder dan het einde van de twaalfde eeuw. De koorkap is lange tijd door geestelijken gebruikt tijdens erediensten in de Paulus en Bonifatiuskerk in Dokkum. Wanneer de kerk in 1588 wordt verwoest, weet een familie de mantel in veiligheid te brengen. (Bedoeld wordt de in 1588 gesloopte Bonifatius-abdij, HZ)
Objectbeschrijving (zie ook de museumwebsite)
Op een donkerblauwe ondergrond zijn in banen om en om paarsgewijs naar elkaar toegewende pauwen en zeer fijne ranken aangebracht, die o.a. uit gestyleerde palmetten, pijnappels en bladwerk bestaan. De banen met pauwen zijn in verschillende kleuren weergegeven, afwisselen in okerkleur, geelachtig groen en rood. De koppen en halzen van de vogels zijn evenals het rankenwerk in wit weergegeven. Tussen de opgeheven gekrulde pauwenstaarten zijn gestyleerde palmetten ingeweven. Tussen de koppen van de vogels zijn op dunne stengels pijnappels aangebracht. De verticale opbouw van het patroon bestaat uit vogels, die afwisselend naar elkaar toe en van elkaar af staan, zodat men motieven van pijnappels en palmetten boven elkaar krijgt: de friezen verspringen over de afstand van een vogel.
Boven aan de achterzijde van de koorkap bevindt zich een "capuce", een vroege vorm van het koorkapschild. Het werd vervaardigd uit overgebleven weefselfragmenten (Snoep-Reitsma 1967, p. 5). De naden zijn bedekt met een geweven bandje.
Techniek weefsel: de koorkap is vervaardigd uit zijde in keperbinding. De schering draden zijn van zilvergrijze zijde, de inslag bestaat uit draden van drie -nu verbleekte- kleuren: donkerblauw, wit, en afwisselend rood, oranje en geelgroen. De originele kleuren zijn bewaard gebleven in de randen. Voor uitgebreidere weefselanalyse zie Snoep-Reitsma 1967, p. 3.
Aanvullende informatie:
Er bestaan vier veronderstellingen voor de herkomst van het weefsel:
1. het is door een pelgrim aan de kerk of het klooster van Bonifatius geschonken;
2. het is via een handelsschip in Dokkum terecht gekomen;
3. een abt bracht het naar Dokkum vanuit Prémontré, de handelsplaats waar het hoofdklooster der Norbertijnen was gevestigd;
4. de stof werd buitgemaakt in de zijdestad Damiate in Egypte tijdens de kruisvaart der Dokkummers in 1218 en vervolgens na terugkomst geschonken aan klooster of kerk. Daaruit zou in de eerste helft van de 13de eeuw een koorkap zijn vervaardigd. De kombinatie koorkap en kazuifel worden voor het eerst vermeld in de Acta Sanctorum van 1685 van de hand van de bollandist Heschenius"...casula et pluviali veteris mori..." Zie voor het Dokkummer kazuifel ABM t02342. Zie ook ABM st00987a en ABM st00987b.
De van oorsprong rechthoekige lap, waaruit de koorkap is gemaakt, was ca. 155 cm hoog en 238 cm breed. De koorkap is 290 cm breed. Uit de uitgespaarde "driehoeken" werden delen aan de zijkanten van de koorkap toegevoegd. Van de resterende delen werd een capuce gemaakt, oorspronkelijk de capuchon van de Romeinse renmantel of pluviale. Zie Snoep-Reitsma 1967, p. 11.
Een bijbehorend weefselfragment (ABM st00854, H. 27.0 x B. 42.0 cm) werd tijdens een restauratie in 1965 in het Nationaal Historisch Museum te Stockholm weer aan de koormantel vastgemaakt.
En van de nog veel 'oudere' Bonifatius zijn de meeste relieken in de Duitse stad Fulda te zien.
Het was dan ook toch wel met enige verbazing dat ik recent in museum Catharijneconvent in Utrecht een oude koormantel in een vitrine zag die een relatie schijnt te hebben met Bonifatius (die in 754 bij Dokkum werd vermoord).
Dit is de beschrijving van het museum die vermeld dat het uit de Bonifatiuskerk te Dokkum afkomstig is (waarbij de vermelding van 13e eeuw toch wat vreemd is):
Koorkap, half cirkelvormig, op donkerblauwe ondergrond geaffronteerde pauwen
1190 - 1209
Koorkap van Bonifatius
Dokkum, eerste helft van de 13e eeuw; weefsel: Oostelijk Middellandse-Zeegebied, ca. 1190-1210
ABM t2341
Deze koormantel is volgens een legende gedragen door de missionaris Bonifatius (672 of 675-754). Omdat de mantel met de heilige in aanraking zou zijn geweest, wordt hij beschouwd als een reliek en door de eeuwen heen zorgvuldig bewaard. Gelovigen kennen wonderdadige kracht toe aan relieken. De zijden stof blijkt echter niet ouder dan het einde van de twaalfde eeuw. De koorkap is lange tijd door geestelijken gebruikt tijdens erediensten in de Paulus en Bonifatiuskerk in Dokkum. Wanneer de kerk in 1588 wordt verwoest, weet een familie de mantel in veiligheid te brengen. (Bedoeld wordt de in 1588 gesloopte Bonifatius-abdij, HZ)
Objectbeschrijving (zie ook de museumwebsite)
Op een donkerblauwe ondergrond zijn in banen om en om paarsgewijs naar elkaar toegewende pauwen en zeer fijne ranken aangebracht, die o.a. uit gestyleerde palmetten, pijnappels en bladwerk bestaan. De banen met pauwen zijn in verschillende kleuren weergegeven, afwisselen in okerkleur, geelachtig groen en rood. De koppen en halzen van de vogels zijn evenals het rankenwerk in wit weergegeven. Tussen de opgeheven gekrulde pauwenstaarten zijn gestyleerde palmetten ingeweven. Tussen de koppen van de vogels zijn op dunne stengels pijnappels aangebracht. De verticale opbouw van het patroon bestaat uit vogels, die afwisselend naar elkaar toe en van elkaar af staan, zodat men motieven van pijnappels en palmetten boven elkaar krijgt: de friezen verspringen over de afstand van een vogel.
Boven aan de achterzijde van de koorkap bevindt zich een "capuce", een vroege vorm van het koorkapschild. Het werd vervaardigd uit overgebleven weefselfragmenten (Snoep-Reitsma 1967, p. 5). De naden zijn bedekt met een geweven bandje.
Techniek weefsel: de koorkap is vervaardigd uit zijde in keperbinding. De schering draden zijn van zilvergrijze zijde, de inslag bestaat uit draden van drie -nu verbleekte- kleuren: donkerblauw, wit, en afwisselend rood, oranje en geelgroen. De originele kleuren zijn bewaard gebleven in de randen. Voor uitgebreidere weefselanalyse zie Snoep-Reitsma 1967, p. 3.
Aanvullende informatie:
Er bestaan vier veronderstellingen voor de herkomst van het weefsel:
1. het is door een pelgrim aan de kerk of het klooster van Bonifatius geschonken;
2. het is via een handelsschip in Dokkum terecht gekomen;
3. een abt bracht het naar Dokkum vanuit Prémontré, de handelsplaats waar het hoofdklooster der Norbertijnen was gevestigd;
4. de stof werd buitgemaakt in de zijdestad Damiate in Egypte tijdens de kruisvaart der Dokkummers in 1218 en vervolgens na terugkomst geschonken aan klooster of kerk. Daaruit zou in de eerste helft van de 13de eeuw een koorkap zijn vervaardigd. De kombinatie koorkap en kazuifel worden voor het eerst vermeld in de Acta Sanctorum van 1685 van de hand van de bollandist Heschenius"...casula et pluviali veteris mori..." Zie voor het Dokkummer kazuifel ABM t02342. Zie ook ABM st00987a en ABM st00987b.
De van oorsprong rechthoekige lap, waaruit de koorkap is gemaakt, was ca. 155 cm hoog en 238 cm breed. De koorkap is 290 cm breed. Uit de uitgespaarde "driehoeken" werden delen aan de zijkanten van de koorkap toegevoegd. Van de resterende delen werd een capuce gemaakt, oorspronkelijk de capuchon van de Romeinse renmantel of pluviale. Zie Snoep-Reitsma 1967, p. 11.
Een bijbehorend weefselfragment (ABM st00854, H. 27.0 x B. 42.0 cm) werd tijdens een restauratie in 1965 in het Nationaal Historisch Museum te Stockholm weer aan de koormantel vastgemaakt.
donderdag 27 augustus 2015
Origineel notitieboek Dokkumer vroedvrouw Schrader gedigitaliseerd
Het notitieboek van vroedvrouw Catharina Schrader (1656-1746), dat beschrijvingen bevat van de duizenden bevallingen die zij in onze regio begeleidde in de periode 1693-1745, wordt bewaard in de kluis van de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam.
Het KNMG kocht het manuscript ooit uit de boedel van de bekende arts uit Ee, Jan Jans Kiestra,
een verwoed verzamelaar van medische literatuur. Zijn speciale interesse ging uit naar de Labadist en vroedmeester Hendrik van Deventer. In het binnenblad van het manuscript schreef Kiestra: Dit handschrift is belangrijk voor de geschiedenis der verloskunde.
Zie: Dr. A.Cohen's Nieuw Practisch Tijdschrift voor de Geneeskunde in al haren omvang: 1850; pag. 312 enz.
en: Vrije Fries, 4de deel, pag.265 enz.
En hoewel er in 1984 een boek is verschenen van de medisch historicus Van Lieburg, Memoryboeck van de Vrouwens, is daarin slechts zo'n 20% van de inhoud van het origineel van Schrader getranscribeerd. (Een Engelse versie verscheen onder de titel Mother and Child were saved.
Een vollediger transcriptie van de hand van de kunstschilder Van Kammen uit 1958 ligt op het Streekarchief in Dokkum. Deze is echter alleen op papier beschikbaar, getypt en vol met transcriptiefouten. Wel hebben we een gedigitaliseerde namen-index (ook met de nodige spelfouten) en diverse voorbeelden met genealogische gegevens. Maar allemaal lang niet volledig. Daarnaast schreef de van oorsprong Duitse Schrader in een vreemdsoortig fonetisch Nederlands/Duits.
Kortom, wil je echt alle details van de aantekeningen van de Dokkumer vroedvrouw bestuderen, dan moet je terug naar het origineel.
Vandaar dat ik recent de oude papieren in Amsterdam (die dus moeilijk toegankelijk zijn voor de Friese genealoog/streekhistoricus) voor studiedoeleinden gefotografeerd heb. Tegelijkertijd heb ik het formaat maar eens opgemeten, dat in mijn herinerring heel klein was maar in de praktijk best redelijk is. De buitenkant van het ingebonden manuscript meet 16,7 cm breed, 21,7 cm hoog en 5,7 cm dik (de rug).
Het zou mooi zijn als we met mensen van onze vereniging de transcriptie van Van Kammen kunnen digitaliseren, d.w.z. als digitaal tekstbestand beschikbaar maken en, met de originele handgeschreven tekst als referentie, kunnen verbeteren (en daarna koppelen aan de doopgegevens voor zover ze niet direct overleden of doopsgezind waren).
Individuele onderzoekers, bijvoorbeeld sneupers die familieleden in het manuscript vermeld weten, kunnen zich eventueel melden voor een foto van de relevante pagina.
Update: Inmiddels is ook de transcriptie uit 1958 gescand en digitaal beschikbaar gemaakt via onze SlideSharesite.
Het KNMG kocht het manuscript ooit uit de boedel van de bekende arts uit Ee, Jan Jans Kiestra,
een verwoed verzamelaar van medische literatuur. Zijn speciale interesse ging uit naar de Labadist en vroedmeester Hendrik van Deventer. In het binnenblad van het manuscript schreef Kiestra: Dit handschrift is belangrijk voor de geschiedenis der verloskunde.Zie: Dr. A.Cohen's Nieuw Practisch Tijdschrift voor de Geneeskunde in al haren omvang: 1850; pag. 312 enz.
en: Vrije Fries, 4de deel, pag.265 enz.
En hoewel er in 1984 een boek is verschenen van de medisch historicus Van Lieburg, Memoryboeck van de Vrouwens, is daarin slechts zo'n 20% van de inhoud van het origineel van Schrader getranscribeerd. (Een Engelse versie verscheen onder de titel Mother and Child were saved.
Een vollediger transcriptie van de hand van de kunstschilder Van Kammen uit 1958 ligt op het Streekarchief in Dokkum. Deze is echter alleen op papier beschikbaar, getypt en vol met transcriptiefouten. Wel hebben we een gedigitaliseerde namen-index (ook met de nodige spelfouten) en diverse voorbeelden met genealogische gegevens. Maar allemaal lang niet volledig. Daarnaast schreef de van oorsprong Duitse Schrader in een vreemdsoortig fonetisch Nederlands/Duits.
Kortom, wil je echt alle details van de aantekeningen van de Dokkumer vroedvrouw bestuderen, dan moet je terug naar het origineel.
Vandaar dat ik recent de oude papieren in Amsterdam (die dus moeilijk toegankelijk zijn voor de Friese genealoog/streekhistoricus) voor studiedoeleinden gefotografeerd heb. Tegelijkertijd heb ik het formaat maar eens opgemeten, dat in mijn herinerring heel klein was maar in de praktijk best redelijk is. De buitenkant van het ingebonden manuscript meet 16,7 cm breed, 21,7 cm hoog en 5,7 cm dik (de rug).
Het zou mooi zijn als we met mensen van onze vereniging de transcriptie van Van Kammen kunnen digitaliseren, d.w.z. als digitaal tekstbestand beschikbaar maken en, met de originele handgeschreven tekst als referentie, kunnen verbeteren (en daarna koppelen aan de doopgegevens voor zover ze niet direct overleden of doopsgezind waren).
Individuele onderzoekers, bijvoorbeeld sneupers die familieleden in het manuscript vermeld weten, kunnen zich eventueel melden voor een foto van de relevante pagina.
Update: Inmiddels is ook de transcriptie uit 1958 gescand en digitaal beschikbaar gemaakt via onze SlideSharesite.
Labels:
amsterdam,
dokkum,
ee,
Hendrik van Deventer,
jan jans kiestra,
manuscript,
memoryboeck,
notitieboek,
Schrader,
UvA,
verloskunde,
vroedvrouw
woensdag 26 augustus 2015
Voer voor Friese numismaten en penningendeskundigen
De muntslag te Dokkum is al eeuwenoud. Vanaf de 11e eeuw, toen Friesland deel uitmaakte van het Heilige Roomse Rijk, werden munten geslagen in Friesland. Het was
destijds in leen gegeven aan de Brunswijkse graven, van wie met
zekerheid graaf Bruno in Dokkum munten liet slaan, de zogenaamde Brunonen.
Expert Ben te Boekhorst uit Anjum heeft diverse publicaties op zijn naam staan over de Friese numismatiek. De publicatie In Friesland geslagen, over de Friese muntslag, was al enige tijd digitaal beschikbaar via de site van de Numismatische Kring Frisia.
Voor onze regio hebben we nu twee andere publicaties van de hand van Te Boekhorst gedigitaliseerd en beschikbaar gemaakt via ons Slideshare-platform.
Het boekje Dokkum op de Penning geeft een overzicht van alle munten en penningen die bewaard zijn gebleven en zijn toe te schrijven aan de stad Dokkum. Diverse munten uit de collectie van Museum Admiraliteitshuis komen daarbij aan de orde.
Het andere boekje werd geschreven naar aanleiding van de vondsten met een metaaldetector nadat de vloer van de kerk te Ee verwijderd werd en daaronder kleingeld uit vele eeuwen tevoorschijn kwam. De vondsten tonen aan dat er een economische band was met Groningen, gezien het type munten zoals een Groninger kromstaart.
In Schatgraven in de kerk van Ee kunt u er alles over lezen!
Expert Ben te Boekhorst uit Anjum heeft diverse publicaties op zijn naam staan over de Friese numismatiek. De publicatie In Friesland geslagen, over de Friese muntslag, was al enige tijd digitaal beschikbaar via de site van de Numismatische Kring Frisia.
Voor onze regio hebben we nu twee andere publicaties van de hand van Te Boekhorst gedigitaliseerd en beschikbaar gemaakt via ons Slideshare-platform.
Het boekje Dokkum op de Penning geeft een overzicht van alle munten en penningen die bewaard zijn gebleven en zijn toe te schrijven aan de stad Dokkum. Diverse munten uit de collectie van Museum Admiraliteitshuis komen daarbij aan de orde.
Het andere boekje werd geschreven naar aanleiding van de vondsten met een metaaldetector nadat de vloer van de kerk te Ee verwijderd werd en daaronder kleingeld uit vele eeuwen tevoorschijn kwam. De vondsten tonen aan dat er een economische band was met Groningen, gezien het type munten zoals een Groninger kromstaart.
In Schatgraven in de kerk van Ee kunt u er alles over lezen!
Labels:
admiraliteitshuis,
Brunonen,
dokkum,
ee,
Friesland,
Frisia,
kromstaart,
munten,
muntschat,
museum,
numismatiek,
Numismatische Kring,
penning,
Te Boekhorst
dinsdag 25 augustus 2015
Admiraliteitslezingen in Museum Admiraliteitshuis Dokkum
In de week naar de Admiraliteitsdagen (3 t/m 6 september 2015) toe organiseert het museum Admiraliteitshuis te Dokkum een aantal lezingen die aansluiten bij het thema Admiraliteit in Dokkum. Er zijn vier sprekers uitgenodigd die vertellen over:
- De Admiraliteit in Dokkum (1596-1645)
- De bijdrage van de Friese Admiraliteit in verschillende zeeslagen
- De bouw van een replica van een schip uit de tijd van de Admiraliteit
- De manieren van navigeren in een GPS-loos tijdperk
Van maandag 31 augustus t/m donderdag 3 september bent u van harte welkom in het Admiraliteitsgebouw, in de zaal waar het Admiraliteitscollege vroeger vergaderde.
De lezingen starten om 20.00 uur (inloop vanaf 19.40 uur). De entree is € 4 per persoon per lezing, of € 12 voor een passe-partout voor alle avonden (dus 25% korting!). Hierbij is een kop koffie of thee inbegrepen. Reserveren is aanbevolen en kan online via het contactformulier.
Maandag 31 augustus
Ihno Dragt, directeur-conservator Museum Dokkum en museum ’t Fiskershúske in Moddergat (st. Musea Noardeast Fryslân). Hij vertelt over: De admiraliteit in Dokkum (1597-1645).
Dinsdag 1 september
Hans Zijlstra, project manager bij Elsevier Science, redacteur en blogger van Historische Vereniging Noordoost-Friesland / De Sneuper, redacteur De Vrije Fries en webredacteur Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis. Hij vertelt over: De bijdrage van de Friese Admiraliteit aan de zeeslag bij Gibraltar (1607) en andere zeeslagen.
Woensdag 2 september
Gerald de Weerdt, voormalig conservator museum het Behouden Huys (Terschelling) en betrokken bij de bouw van de replica van het schip van Willem Barentsz (en eerder de Batavia). Hij komt met een: Lezing over de bouw van de replica van het schip van Willem Barentsz, waarmee hij een route ‘om de Noord’ probeerde te ontdekken.
Donderdag 3 september
Drs. ing. Frits Stakelbeek, koopvaardijstuurman in de zestiger jaren. Daarna onder meer docent navigatie aan Academie Nautisch Onderwijs in Rotterdam. Tegenwoordig werkzaam als zelfstandig maritiem psycholoog. Dhr. Stakelbeek vertelt hoe de oceaannavigatie werd gedaan voor de intrede van het GPS-tijdperk (oa. sextant, zonnetje schieten, tijdmeter en zeevaartkundige tafel).
Meld u dus allen aan, online via het contactformulier.
- De Admiraliteit in Dokkum (1596-1645)
- De bijdrage van de Friese Admiraliteit in verschillende zeeslagen
- De bouw van een replica van een schip uit de tijd van de Admiraliteit
- De manieren van navigeren in een GPS-loos tijdperk
Van maandag 31 augustus t/m donderdag 3 september bent u van harte welkom in het Admiraliteitsgebouw, in de zaal waar het Admiraliteitscollege vroeger vergaderde.
De lezingen starten om 20.00 uur (inloop vanaf 19.40 uur). De entree is € 4 per persoon per lezing, of € 12 voor een passe-partout voor alle avonden (dus 25% korting!). Hierbij is een kop koffie of thee inbegrepen. Reserveren is aanbevolen en kan online via het contactformulier.
Maandag 31 augustus
Ihno Dragt, directeur-conservator Museum Dokkum en museum ’t Fiskershúske in Moddergat (st. Musea Noardeast Fryslân). Hij vertelt over: De admiraliteit in Dokkum (1597-1645).
Dinsdag 1 september
Hans Zijlstra, project manager bij Elsevier Science, redacteur en blogger van Historische Vereniging Noordoost-Friesland / De Sneuper, redacteur De Vrije Fries en webredacteur Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis. Hij vertelt over: De bijdrage van de Friese Admiraliteit aan de zeeslag bij Gibraltar (1607) en andere zeeslagen.
Woensdag 2 september
Gerald de Weerdt, voormalig conservator museum het Behouden Huys (Terschelling) en betrokken bij de bouw van de replica van het schip van Willem Barentsz (en eerder de Batavia). Hij komt met een: Lezing over de bouw van de replica van het schip van Willem Barentsz, waarmee hij een route ‘om de Noord’ probeerde te ontdekken.
Donderdag 3 september
Drs. ing. Frits Stakelbeek, koopvaardijstuurman in de zestiger jaren. Daarna onder meer docent navigatie aan Academie Nautisch Onderwijs in Rotterdam. Tegenwoordig werkzaam als zelfstandig maritiem psycholoog. Dhr. Stakelbeek vertelt hoe de oceaannavigatie werd gedaan voor de intrede van het GPS-tijdperk (oa. sextant, zonnetje schieten, tijdmeter en zeevaartkundige tafel).
Meld u dus allen aan, online via het contactformulier.
maandag 24 augustus 2015
Open Monumentendag 2015 in Dokkum: Thema “Kunst & Ambacht“
![]() |
| Interieur Bonifatiuskerk |
Tijd: 10.00 - 16.00 uur
Programma:
U kunt de diverse opengestelde monumenten bezoeken van 10.00 - 16.00 uur.
In de Sint-Bonifatiuskerk is een expositie ingericht over de bouwhistorie van de kerk en wordt uitleg gegeven over bijzondere kunstobjecten en voorwerpen.
Centraal op de Grote Breedstraat presenteren vier Dokkumer ondernemers hun ambacht: een kleermaker, schoenmaker, barbier en glazenier.
In de Sint Bonifatiuskerk :
De Rooms-Katholieke kerk in neogotische stijl staat deze dag centraal, een prachtig toonbeeld van decoratief ambachtswerk. Deze basilicale driebeukige kruiskerk werd in 1871 gebouwd onder leiding van de bekende architect Pierre Cuypers (die ook het Rijksmuseum en Centraal Station in Amsterdam ontwierp). Hij had samen met F. Stolzenberg een atelier voor religieuze voorwerpen. Hierover zal uitleg worden gegeven. Ook zijn er glas-in-loodramen uit 1904 van H. de Vos en uit 1946 van Max Weiss te bewonderen. Het kerkorgel uit 1883 is van de vermaarde fa. Van Dam en Zonen.
Centraal op de Breedstraat :
Hier zal de oorsprong van de middenstand , namelijk het uitoefenen van een ambacht, worden getoond. Een schoenmaker, kleermaker, glazenier en barbier zullen laten zien hoe een honderd jaar geleden deze ambachten werden uitgevoerd. De huidige middenstand verkoopt nu producten die vaak elders worden geproduceerd en ingekocht.
Op Het Grootdiep :
De Dag van de Mode, gepresenteerd door Zensa Moda. Aanvang :14.30 uur
na afloop van de modeshow, zal de Skotsploeg (Friese klederdracht) om 14.45 uur een optreden verzorgen .
In de Grote Kerk op De Markt :
Tentoonstelling "1100 Jaar Kerken op de Terp" en Nationale Orgeldag.
Molen Zeldenrust:
Het is op 12 september ook Friese Molendag met diverse demonstraties. Molen "Zeldenrust" is deze dag volop in bedrijf.
Abonneren op:
Posts (Atom)





















