Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht Admiraliteit van Friesland te Dokkum. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht Admiraliteit van Friesland te Dokkum. Sorteren op datum Alle posts tonen

woensdag 9 juli 2014

Marten Jans Schaaf uit Dokkum, zeeheld van Drenthe in Tachtigjarige Oorlog

In de Navorscher van 1877 stelde de oud-archivaris van Drenthe een vraag over "het jacht of fregat Drenthe en zijn gezagvoerder Marten Jansen Schaef". In den Drenthschen Volksalmanak voor 1844, bladz. 48 et seq., en in zijne Kleine Opstellen over de Geschiedenis, Oudheden en het Bijgeloof in Drenthe, bladz. 99 en volgg., heeft wijlen mr. J. Pan, in leven raadsheer in ‘t gerechtshof van die provincie, eenige mededeelingen gedaan omtrent het, ten jare 1646, onder den luitenant-admiraal Marten Harpertszoon Tromp, geleverde zeegevecht in het Scheurtje ; omtrent hetgeen bij die gelegenheid door Marten Jansen Schaef, gezagvoerder van het fregat Drenthe, is verricht;
en omtrent eene vereering van honderd riksdaalders, aan dien kapitein, w ten aensien van sijne bewesene dapperheit ende vaillantise” in dat gevecht, den 22en maart 1647 geschonken door ridderschap en eigenërfden, de staten van het landschap Drenthe in wier vergadering, op dien dag te Assen gehouden, hij de door hem veroverde admiraalsvlag overleverde.
Genoemde schrijver besloot zijne mededeelingen met de vermelding, dat hij, in de geschiedenis van ons zeewezen, kapitein Schaef alleen had ontmoet in het Leven van de Ruiter, op het jaar 1656, bladz. 92.
Ik wensch hier nog het eene en andere bij te voegen, zoo omtrent het gevecht in het Scheurtje (de

Spotprent op het Spaanse verlies van Duinkerken, 1646,
Crispijn van de Passe (II), Collectie Rijks Museum

zeestroom naar Duinkerken
, HZ) als omtrent genoemden zeeofficier.
In de eerste helft der zeventiende eeuw was de provincie Gelderland, onder de admiraliteit te Amsterdam, in de kosten van het zeewezen onder anderen belast met een half jacht. Het landschap Drenthe droeg de wederhelft der kosten van dit schip, dat de Engel Gabriël was genaamd, onder bevel van kapitein Gerrit Veen of Peen stond en, ten jare 1638, als onbruikbaar voor ‘slands
dienst, is verkocht. Door tusschenkomst van de admiraliteit te Rotterdam, is de Engel Gabriël vervangen geworden door een vaartuig, dat, in de voorhanden stukken, bij afwisseling jacht, fregat, en vergadt wordt genoemd en den naam Drenthe ontving.
Het bevel over dien bodem werd, eenigen tijd daarna, aan kapitein Marten Jansen Schaef opgedragen.
De vereering der staten van Drenthe ia niet de eenige geweest,welke, ter gemelder zake, aan kapitein Schaef is ten deel gevallen.
In de - onder -de archieven van laatstgenoemd gewest berustende- rekening van Albert (Elbert) Spiegel, ontvanger generaal der admiraliteit te Amsterdam, over het tijdvak van augustus 1644 tot october 1647, wegens het beheer der schepen de Prince Hendrik en het jacht Drenthe, wordt de volgende post aangetroffen: Betaelt Jan Lutma, Goutsmith hier ter steede, de somme van seshondert ses en veertich ponden van XL grooten ‘t pont, voer een goude keten met een penningh, wegende 15 onsen een engels, daer mede bij desen Raede vereert is Capt. Marten Schaff, ter sake bg onlangs in ‘t Scheur voor Duijnkercken, heeft helpen veroveren een ‘groot Duinkerker Fregat, ‘t welcke bij hem alhier is opgebracht, ende daerbi noch eenige clijne Fregatgens verovert ende ander clijn vaartuigch verbrant, achtervolgende de ordonnantie dato den 22 septemb. 1646 ende quitancie comt . VICXLVI 9’.
Kapitein Schaef zal vermoedelijk een Fries, immers in de provincie Friesland woonachtig zijn geweest. Dat zijn vrouw eene Friezin, in allen gevalle van friesche afkomst was, meen ik te kunnen en te mogen aannemen, op grond der kwitantie, gesteld onder de ordonnantie tot betaling der voormelde honderd rijksdaalders, den 25sten maart 1647 door drost en gedeputeerde staten op den ontvanger van Welvelde afgegeven, welke kwitantie aldus is luidende :
Desen ordonñ is mij onderges volgedaen eñ betaelt wege mijn man.
tijelck Loeijes Sminia.”
Gaarne zoude ik iets meer weten omtrent kapitein Marten Jansen Schaef, zijne afkomst en zine nakomelingen, indien hij die gehad heeft. Indien mijn geheugen mij niet bedriegt, dan is tusschen de jaren 1820-1825, of daaromtrent, zekere Schaaf - ik meen, dat hij een Fries was en Sjoerd Pieter heette - commies bij ‘s rijks belastingen in Drenthe, en wel in eene eene gemeente in de nabijheid van Meppel, geweest. Misschien zal dit er toe kunnen leiden, om met vrucht nasporingen te doen.
Wassenaar. MAGNIN, Oud-Archivaris van Drenthe.

Meer informatie is te vinden op Drenthes strijd ter zee in 80 jarige oorlog:
Tijdens de Drentse Landdag, de vergadering van de Ridderschap en Eigenerfden, van 22 maart 1647, verhaalde Schaaf van de 'Periculeuse bataille die hij met des vijants schepen int Scheurtje heeft gehouden, waervan hij een goet deel inde brandt ende inde grondt gebracht heeft.
Toonende ten sulcks eynde mede een chaerte, daer de voorschreven bataille met de penne is afgetrocken. Oock overleverende de Admiraelsvlagge, die hij den vijandt daer ter tijt heeft afgenomen'. De aanwezigen op de Landdag waren onder de indruk van de daden van Schaeff en besloten hem wegens zijn betoonde dapperheid te belonen met honderd rijksdaalders. In de ordonantie waarbij hem dit bedrag wordt uitbetaald wordt gesproken van 'sijn goede couragie int slaen van 19 schepen, soo clein als groot voor Mardijk'.
Niet alleen Drenthe, maar ook de admiraliteit van Amsterdam vond dat Schaeff zich bij die actie goed geweerd had. Uit een rekening van de ontvanger-generaal van die instelling blijkt dat Schaeff door hen vereerd is met een gouden keten met een penning, 'ter sake hij onlangs int Scheur voor Duijnkercken heeft helpen veroveren een groot Duijnkercker fregat, 't welcke bij hem alhier is opgebracht, ende daer bij noch enige clijne fregatgens verovert, ende ander clijn vaertuijgh verbrant.
In december 1647 werd Schaaf met een vloot naar Brazilië gestuurd. Op 8 oktober 1648 kreeg het jacht een andere kapitein toen Schaeff, na herhaalde klachten van zijn scheepsvolk over zijn 'quade regieringe' door de krijgsraad ter zee tot ontzetting uit zijn post werd veroordeeld. Ondanks dit alles moet Schaeff echter later in zijn functie zijn hersteld, want in 1656 ontmoet luitenant-admiraal Michiel de Ruyter, die met een oorlogsvloot in de Middellandse Zee kruist, een aantal Nederlandse koopvaardijschepen en hoort van de bemanning dat zij tijdens een storm hun convooier, het schip van kapitein Maerten Schaeff, zijn kwijtgeraakt. Ook in 1657 is hij nog actief, want begin oktober van dat jaar ontmoet luitenant-admiraal Van Wassenaer, heer van Obdam, hem nabij Lissabon. Schaeff is dan nog steeds kapitein van een convooier en begeleidt een aantal koopvaarders.

Bij Tresoar vinden we meer over de achtergrond van onze zeeheld. Hij komt uit de plaats waar op dat moment de Admiraliteit van Friesland was gevestigd:
Dokkum, huwelijken 1624.Vermelding: Ondertrouw op 23 oktober 1624. Bruidegom: Marten Jansen Schaaff afkomstig van Dokkum. Bruid: Tiesck Boyesdr afkomstig van Dokkum
Gestandaardiseerde namen: Bruidegom: MARTEN JANS SCHAAF. Bruid: TJITSKE BOIENS
Bron:Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenboeken(DTBL). Ondertrouwregister Gerecht Dokkum 1605-1628.
Ondertrouw Marten Jansen Schaaff te Dokkum, 1624, rechtsonder.

Dokkum, dopen, doopjaar 1626. Gedoopt op 17 september 1626 in Dokkum. Dopeling: Boije, zoon
Vader: Marten Jansen Schaaf. Gestandaardiseerde namen: Dopeling: BOIEN.   Vader: MARTEN JANS SCHAAF. Bron: Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmaatboeken (DTBL)
Herv. gem. Dokkum, doop 1612-1674. Inventarisnr. : DTB 185

Dokkum, dopen, doopjaar 1629. Gedoopt op 15 februari 1629 in Dokkum. Dopeling: Hidtie, dochter. Vader: Marten Schaaff. Gestandaardiseerde namen: Dopeling: HITJE. Vader: MARTEN SCHAAF. Bron:Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmaatboeken (DTBL) Herv. gem. Dokkum, doop 1612-1682. Inventarisnr. : DTB 188

In 1640 wordt in het Stemkohier een Marten Jans Schaaf genoemd als eigenaar van Plaets 3 te Hantumeruitburen. Volgens de Prekadastrale atlas waren Wopke Bartholomeus en Marten Schaeffs in 1640 eigenaar van Stemkohier 3 in Hantumeruitburen. Wopke Bartholomeus bewoonde de boerderij.
In 1700 is de boerderij verdwenen en stond er alleen een huis  (of eigenlijk een “huysstede”, het huis zelf lijkt ook al verdwenen). Van Stem 3, Floreen 15 is maar één kadastraal perceel bekend: Ternaard B 449.
Over Wopke Bartholomeus heeft Reinder Tolsma indertijd geschreven als eigenaar van de Poartepleats in Hantumeruitburen.(De Sneuper 45: De boerderij Jagtlust voorheen Germerhuis of de Poartepleats te Hantumeruitburen)

In de Quaclappen, 1603: Jan Andries zn Schaaff en Jantien Gerrijts dr e.l. te Dokkum, ook in 1606 en 1612. Mogelijk zijn dit zijn ouders.

En zelfs de grote Constantijn Huygens had een hoge pet op van Marten Jans Schaaf, getuige dit verzoekschrift aan Frans van Donia:
Brief Constantijn Huygens aan Frans van Donia:[p. 353]   
3162. F. van Donia1). (H.A.)
Wilt gij uit mijn naam Marten Jansz Schaef bij Z.H. recommandeeren, om kapitein Veen, die gediend heeft onder admiraal Tromp, op te volgen? Nimmegen, den 20/10 Sept. 1642. 1).
Franciscus van Donia te Hinnema in Hielsum was afgevaardigde ter Staten-Generaal voor Friesland en o.a. betrokken bij de Vrede van Munster in 1648.

woensdag 1 februari 2012

Lezing en boek De admiraliteit in Dokkum 1597-1645

Op woensdag 15 februari 2012 zal de lezing De Admiraliteit in Dokkum 1597-1645 door museumdirecteur Ihno Dragt in drukvorm te koop zijn.
Formaat 22x22 cm; 44 pagina's full color; prijs € 10.

Heeft u interesse, dan is  het boekje te koop op 15 februari  tijdens de Lezing die Dragt geeft in de Doopsgezinde Kerk aan de Legeweg te Dokkum. Vanaf 19.30 uur bent u welkom. De lezing begint om 20 uur en duurt ongeveer 1 uur. Zie voor meer details van de lezing in de Kalender op de site van de Historische Vereniging Noordoost-Friesland. Waarschijnlijk zal het boekje naderhand ook te koop zijn in de boekwinkel van Museum Admiraliteitshuis aan de Diepswal (indien nog voorradig).

Zie ook het Notulen- en resolutieboek 1599, van het zeekantoor voor convoyen en licenten, Admiraliteit van Friesland te Dokkum, van de hand van secretaris Johannes Saeckma. Op de site van Martin Engels staat eveneens een transcriptie over het jaar 1601.

Fraai is ook de afbeelding van de begrafenisstoet in januari 1633 bij het overlijden van Ernst Casimir, graaf van Nassau-Dietz te Leeuwarden, met de leden van de admiraliteit (Heeren Gecommitteerde Raden ter Admiraliteijt) en rekenmeesters van Friesland (o.a. Hector van Bouricius).
Het is me niet geheel duidelijk wie de specifieke raadsleden van de Friese Admiraliteit kunnen zijn. Eimert Smits Fazn vermeld in zijn publicatie De Friese Admiraliteit boven water de volgende personen in de periode 1626-1639 (in ieder geval de laatste 5 in de lijst lijkt me het meest logische):
6 Jan.1626    Willem van Zuylen van Nyevelt    1626/1639/1
1 April 1626  Johan Cloot                      1626/1639/6
1 April 1626  Wilhelmus Verrucius              1626/1639/5vo
10 Juni 1626  Steven Stevensz Laeckervelt      1626/1639/11
18 Juli 1626  Dirck Lubbers Lubbertsen         1626/1639/13vo
23 April 1627 Geert Roeloffs                   1626/1639/23
19 Mei 1627   Dr.Hero Wiarda                   1626/1639/25
16 Juni 1627  Willem van Viersen               1626/1639/27vo
26 Juni 1627  Sibrant Bungha                   1626/1639/28
2 juli 1627   Sixtus Abensones Beuma           1626/1639/28
28 Maart 1628 Willem Ubbena toe Enum          1626/1639/34
28 Maart 1628 Rudolph Wicheringe               1626/1639/34
4 Mei 1629    Gerrit Claesz Brouwer            1626/1639/39vo
24 Juli 1629  Reyn Evertsz                     1626/1629/52vo
22 April 1630 Willem Ubbena toe Enum           1626/1639/72
10 Maart 1631 Cornelis Heermans                1626/1639/86vo
20 Maart 1631 Gijsbert van Aersma              1626/1639/87vo
20 Maart 1631 Douwe van Hottinga               1626/1639/87vo
20 Maart 1631 Frederick Groustins              1626/1639/87vo
20 Maart 1631 Sybrant Osinga (Dokkum)          1626/1639/87vo

zondag 13 maart 2011

Proppen oud papier als historische bron

In Harlingen ontdekte onlangs de beheerder van het oude stadsarchief, Jeanine Otten, op de zolder van het stadhuis een plastic tas vol met oude proppen. Deze bleken afkomstig van een renovatie van een huis in de Voorstraat rond 1975. Het papier is blijkbaar in de negentiende eeuw als vulmiddel gebruikt bij stucwerk. Het gaat om teruggevonden "boodschappenlijstjes" van oorlogsschip De Faam van de Friese Admiraliteit en correspondentie van kapitein Jan Vlielander en de Harlinger havenmeester Cornelis Dirks Zijlstra uit 1781-1783.
De vondst is van belang omdat het archief van de Admiraliteit van Friesland bij twee branden in de achttiende en negentiende eeuw geheel verloren is gegaan.

Van Cornelis Dirks Zijlstra herinner ik mij een schilderij met familiewapen (uiteraard een Zijl, ofwel een sluis) in het oude stadhuis van Harlingen. Een afbeelding hiervan heeft vele Verantwoordingen van de voormalige Stichting Geslachten Zijlstra gesierd (niet de cover maar een binnenpagina). Cornelis Dirks was daarmee ook een van de weinige Zijlstra's die ruim voor 1811 al zowel de achternaam als een familiewapen gebruikte. In de Tweede Verantwoording is ook de genealogie van Cornelis Dirks Zijlstra opgenomen. Zelf staat hij op pagina 48 als Vierde Generatie vermeld, samen met twee zussen en zijn gezin als Vijfde Generatie, o.a. met Dirk Cornelis Zijlstra die burgemeester van Harlingen was van 1819-1832. Stamvader was Anne Jouckesz, lidmaat te Vrouwenparochie (Het Bildt) in 1660. De nakomelingen gingen zich later van de dubbele achternaam Adama Zijlstra bedienen, nadat de notaris Pieter Zijlstra daarvoor eind 1906 bij de Koningin een verzoek indiende. Per 4 maart 1907 werd dat goedgekeurd.

Het fregat De Faam werd tijdens de vierde Engelse oorlog (1780-1783) begin 1781 door de Admiraliteit van Friesland gekocht en verbouwd tot oorlogsschip met 16 kanonnen voor 80 koppen bemanning. Kapitein Jan Vlielander van Den Helder was de gezagvoerder. In een van de brieven klaagt Vlielander over de slechte kwaliteit water die hij en kapitien "Boeriessies" (Willem Livius Bouritius) hebben ontvangen van Luitjen Stoffels. In 1781-1782 was Bouritius gezagvoerder op het schip De Eensgezindheid (zie de Sneuper site voor de betaalrol met Noordoost Friezen). Hij werd geboren op 8 oktober 1746 en overleed op 16 maart 1793, een dag na de brand op zijn schip de hulk De Dwinger.

 
Piet de Haan en Reinder Tolsma wezen mij niet alleen op een artikel in de Leeuwarder Courant van zaterdag 5 maart 2011 (Mysterieuze tas vol zeldzame scheepsbrieven, door Erwin Boers, vanaf  5 april online) over bovengenoemde vondst, maar ook op een vergelijkbare vondst in Dokkum, begin jaren tachtig. Deze werd gedaan bij de verbouw van de dakconstructie van winkelpand Boterstraat 11 te Dokkum, waar voorheen speelgoedwinkel Feenstra zat, die door Gerrit Bosma werd overgenomen en verbouwd. Het waren bladen uit een soort van kasboek. Piet de Haan heeft er één (zie afbeelding), maar waar de rest gebleven was wist hij niet precies meer. Totaal moeten het een stuk of 15 zijn geweest. Wie weet hier meer van?
 
Te lezen op het stuk papier zijn de volgende namen en data:
Jan Jansen te Ternaard
Pytter Freerks de Jong te Wierum
1781, 1784, 1786, 1793
Fokke Tijssen te Wierum
Ype Cupery te Dokkum
1782, Jan Kornelis Postmus, Ternaardt (?)
1787, Minnolt Jarigs (dit is waarschijnlijk Minnolt Jarigs Jaarda, geb. Birdaard 31 jan. 1737, boer te Oudkerk en Wanswerd, overl. Wanswerd aan de Streek 27 april 1800.
Op de achterkant van het stuk papier aantekeningen over leveringen van (een aantal ankers) jenever en brandewijn.

Als u dus binnenkort een oud pand gaat verbouwen, kijk dan eens goed in de naden van uw stucwerk. Wie weet vindt u ook nog wel interessante historische papieren!

Update: Pieter Fokkes Visser meldt: Het is Van Bouricius. Een geslacht dat tot het patriciaat kan worden gerekend. Willem Livius trouwde een van Scheltinga , die op haar beurt weer was geparenteerd aan de Van Sytzama's en de Van Heemstra's van resp. Rinsmastate en Fogelsanghstate. Ze worden ook vermeld als bewoners van Crackstate te Heerenveen. Ik denk dat men in Harlingen voor de vertaling Bouritius heeft gekozen om dat deze familienaam in Harlingen, althans in de 19e eeuw, regelmatig voorkomt. In de kerk van Oudwoude hangt een prachtig rouwbord ter nagedachtenis aan Willem Livius, die destijds tussen Oudwoude en Kollum op een inmiddels afgebroken buiten woonde. Hij heeft in de 2e helft van de 18e eeuw huize Nijenburgh laten bouwen op de plaats van de voormalige Jeppemastate. Later woonde daar de Graaf van Limburg Stirum, gehuwd met een nichtje van mevrouw Bouricius en verder B.H. van der Haer en daarna Vissers ambtsvoorganger in twee gemeenten Hopperus Buma.

Update 2: Jeanine Otten heeft inmiddels ook een kleurenfoto van het schilderij met het Zijlstra wapen op haar site gepubliceerd.

Update 3: Over de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) houdt het Scheepvaartmuseum in Amsterdam op 15 juni 2011 een Studium Generale.

maandag 2 december 2013

Fronton Admiraliteitshuis Harlingen bij Noordelijk Scheepvaartmuseum

Vaak wordt beweerd dat er van de Admiraliteit van Friesland weinig bewaard is gebleven. Het archief is in ieder geval tot tweemaal toe merendeels bij branden verwoest.
Toch zijn er, naast het Admiraliteitshuis te Dokkum (waar de Friese Admiraliteit zetelde van 1597-1645) nog wel her en der tastbare overblijfselen te vinden.
Zo zijn er wel kanonnen van de Admiraliteit Friesland) bekend en is er een houten bord met het wapen van de Admiraliteit, schilderijen van leden en schepen van de Admiraliteit Friesland, evenals notulen- en resolutieboeken uit 1599 en 1601 van de tijd in Dokkum.
Ons lid Eimert Smits Fazn. heeft een mooie bronpublicatie gemaakt met o.a. Personeel van de Admiraliteit Friesland.
En bij toeval kwam ik er recent achter dat er op de binnenplaats van het Noordelijk Scheepvaartmuseum (NSG) in de stad Groningen ook nog iets van de Admiraliteit van Friesland moest liggen. Na wat heen en weer communiceren via Twitter en email kreeg ik van archiefmedewerker Koos de Jong een foto toegemaild van wat het fronton blijkt te zijn geweest van het Admiraliteitshuis te Harlingen! De Friese Admiraliteit was in Harlingen gevestigd van 1645-1795. Het schijnt dat het stenen gevelstuk ooit wel eens is aangeboden bij het Fries Museum (?) maar daar had men er geen interesse of geld voor (over). En blijkbaar had het NSG dat wel. En zo kwam een stuk Fries cultureel erfgoed bij de buren terecht. In ieder geval hebben zij er voor gezorgd dat het fronton niet in de vuilcontainer beland is. NSG bedankt!

N.B. Afgelopen week was er ook een veiling bij Bubb Kuyper in Haarlem waar voor 1000 euro het volgende werd geveild (benieuwd wie dat gekocht heeft!):
59/1998  [Manuscripts]. "Agtste(-Veertiende) (Extra)Ordinaris Rekening van Martinus Van Scheltinga, Ontvanger Generaal van het Collegie ter Admiraliteit in Frieslandt. Wegens de Convojen en Licenten/ Wegens de Lastgelden etc. In den Jare 1772(-1778)." "Ingeleeverd" Dec. 1775- Nov. 1780, 13 vols., manuscript text in pen and brown ink, manuscript pagination (±145 (7x)/ ±75 (6x) lvs.), contemp. unif. beige roan, folio.
- Contents overall fine. Bindings occas. somewhat whitish. € (300-500) 1000

Bij Tresoar is ook een familiearchief met materiaal van Martinus van Scheltinga.
En in Museum Van Loon aan de Amsterdamse Keizersgracht zag ik kortgeleden dit schilderij van een Catharina van Scheltinga uit 1621.
Al eerder publiceerden we over Wybrandt van Scheltinga die zeeman werd onder tsaar Peter de Grote en wiens familie nog generaties lang hoge functionarissen voor de Russische marine leverde. Met nazaat Sergey Scheltinga uit Rusland hebben we nog contact!

Update: De steen is door het Noordelijk Scheepvaartmuseum in 1980 aangekocht. In 1883 is het Admiraliteitsgebouw Leeuwenburg afgebroken. Op deze plaats werd in 1884 het Kantongerecht (Havenmantsje) gebouwd.

zaterdag 1 mei 2010

Wolf gevangen in Friesland in 1596

Tresoar heeft wederom een interessante bron voor historici en genealogen online gezet. Het is een vervolg op de al eerder door vrijwilliger Anny Bokkinga geïndexeerde pensiën in de Registers van betalingsordonnanties op de ontvanger-generaal van de kloostergoederen. De registers, negentien in totaal, zijn bewaard gebleven over de periode 1592-1646 en maken deel uit van het archief van de Gewestelijke Bestuursinstellingen van Friesland 1580-1795 en zijn daar beschreven onder de nummers 2654-2673. Uit het beschikbare geld werden o.a. de volgende soorten uitgaven bekostigd: traktementen, pensioenen, rentebetalingen, aalmoezen, armengeld en andere buitengewone uitgaven. Een van die zogenaamde extraordinaris uitgaven was bijvoorbeeld de beloning voor het vangen van wolven. In 1596 ontvingen Wijtze Meijns en Jan Janszn vijftien caroligulden van de Ontvanger-generaal van de kloostergoederen. De beide Eestrumers (Eestrum ligt in de gemeente Tietjerksteradeel) hadden het bedrag gekregen voor de vangst van één van de wolven die nog in Friesland rondliepen. In het laatste decennium van de zestiende eeuw werd in deze provincie nog regelmatig een wolf gevangen waar de jager steevast tien daalders of vijftien caroligulden voor kreeg uitbetaald.
Eveneens in 1596 werden enkele jonge wolven gevangen: Is Melle Jochems Grietman van Smallingerlant voort fangen van vijff jonge wolven 25 dalers geaccordeert. En in 1609 waren het vier jonge wolven: Teije Saeckeszn secretaris vande Grietenie van Opsterlandt ter saecke van vier jonge wolven bij hem overgesonden ordonnantie verleent van 20 dalers.

Op zoekwoord Dockum zijn er diverse resultaten, waaronder deze voor onderhoud aan de Zijl te Dokkum in 1596: Is Pieter Suijrtszn ende Pieter Botteszn timmerl(lieden) d'somma van 101 £ 9 st en 10 pen van reparatie aende zijl tot Dockum gedaen.
Of deze uit 1592 voor een in 's lands dienst gewond geraakte schipper: Is Beentze Gabbeszn schipper tot Dockum ordonnantie gepasseert van 25 £ die hem tot behulp van sijn sobere staet geaccordeert sijn voor sijne grote ende periculose wondinge in 's Landes dienste gecregen.
Naar aanleiding van de in 1607 gewonnen Slag bij Gibraltar, waaraan het schip de Friesche Pinas, onder leiding van Theunis Wolters (Friese Teun) van de Dokkumer Admiraliteit deelnam, werd een kaart besteld: Andrijes Lader boeckebijnder vereert voerde caert bij hem inde camer van Oestergoe opt Landtschaps huijs gelevert vande [zee]slach voer Gibraltar
geschijet 3 £. (In de komende Sneuper 97 van juni 2010 zal een artikel van Eimert Smits FaZn. verschijnen over de Friese Admiraliteit in de zeeslag bij Gibraltar in 1607).
In 1610 was er blijkbaar een overstroming in Dokkum: De heren Upco van Burmania ende Velsen van 2 dagen gevaceert in t besichtijgen vande Colck bij t laeste onweder ende hogewaterfloet bij Dockum ingelopen ordonnantie passeert van ijder x gld 20 £.
In 1624 een vermelding over de Admiraliteit van Friesland te Dokkum: De camerbooden vande admiraliteijt tot Doccum vande leverantie van thien taffelboeckiens in silver beslagen en aende heeren gelevert die somma van 38 £ 10 st.
In 1604 betreffende de Ezumazijl: Philips van Tongeren tot bevorderinge vande proceduiren tegens de magistraet van Dockum beroerende der kloosteren opcomsten der zijllen van Esmezijl. Wattingewijll 60 £.
Ook Schiermonnikoog levert de nodige resultaten, zoals: 1608, Taco Sapeszn meester timmerman vant repareren der kercke ende schoolmeester huijsinge van Schiermunck-oogh 300 £ ende voorde overbouwinge eens d somma van 20 £

Ga ook eens zoeken in deze online database en laat ons weten wat voor spannende zaken u gevonden heeft!

Update: Groninger blog-collega Gelkinghe schreef al eerder uitgebreid over de wolvenjachten in Groningen en Drenthe rond 1600 (in het aangrenzende gebied zoals het zuidelijk Westerkwartier en de Drentse heide), maar ook tot rond 1775 toe, zie hieronder via de link reacties.

woensdag 21 oktober 2015

Eritia de Blocq en haar Chinese kan met gouden deksel

Onlangs bezocht ik de nieuwe tentoonstelling in het Rijksmuseum te Amsterdam: Azië>Amsterdam.
En zoals gewoonlijk heb ik niet alleen speciale interesse in de maritieme kunst maar ook in de kunst met een Fries tintje. Bij binnenkomst viel direct mijn oog op het schilderij De terugkomst in Amsterdam van de tweede expeditie naar Oost-Indië, Hendrik Cornelisz. Vroom, 1599. Van de vier afgebeelde schepen heet er een 'Vrieslant' en gezien de volgorde op de lijst is het meest logisch dat het de meest rechtse is. Zo te zien is het scheepstype een pinas en dat deed me er opeens aan herinneren dat het enige schip van de Admiraliteit van Friesland te Dokkum (sinds 1597) in de Slag bij Gibraltar in 1607 de Friese Pinas genoemd werd. Zal het dezelfde zijn als op het schilderij van Vroom uit 1599?

Even verderop enige vitrines met Chinese keramiek. Onder stuk nummer 24 staat vermeld: Kan met
gouden deksel. Kan: China ca 1635-1650, deksel: Nederland ca 1650-1675.
Een Friese goudsmid voegde aan deze Chinese porseleinen kan een deksel toe met (in email) het wapen van Eritia de Blocq (een sleutel met 2 rode rozen, HZ). Eritia was een van de rijkste inwoners van Leeuwarden. Zij en haar man Matthijs (Matthias, HZ) van Franckena hadden contacten met wetenschappers en bestuurders uit de hele republiek en ver daarbuiten. Het gouden deksel bevestigt de waarde die aan het porselein werd gehecht (aldus beschrijving in catalogus, Particuliere collectie USA).

Bocke Jochems Hoppers en Eritia de Blocq, door Jan de Salle
Thuisgekomen ging ik gelijk even zoeken wat er van Eritia bekend is. Haar Friese voornaam blijkt Aukje of Auck te zijn en haar man Matthias van Franckena blijkt van haar tweede huwelijk te zijn. Van haar eerste huwelijk, in 1612 te Leeuwarden als Ericia de Block met Bocke Jochems Hoppers (of Bocatius Hoppers) zijn zelfs twee huwelijksportretten als schilderij bewaard gebleven. Enige jaren geleden (16 november 2005) werden ze op een veiling van Christie's verkocht voor 36.000 euro.
De Rijksdienst voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) heeft uitgebreide informatie over de pendanten, waarschijnlijk geschilderd door Jan Urbeijns de Salle, in 1622.
Beide hebben hun familiewapen in een bovenhoek van het schilderij, bij Eritia duidelijk een sleutel met twee bloemen, bij Hoppers een vogel met drie jongen in een mand. Ze waren in 1622 respectievelijk 35 (Bocke) en 32 jaar oud (Eritia).
Hoppers was in 1610 griffier bij het Hof van Friesland. Het is niet helemaal duidelijk of de bekende Joachim Hoppers zijn vader was of een ander familielid. Ze voerden in ieder geval wel hetzelfde familiewapen met de vogel en 3 jongen in een mand.

Eritia de Blocq, weduwe van dr. Bocke Jochems Hoppers, huwde in 1630 de gedeputeerde Matthijs Franckena te Leeuwarden. Bij testament d.d. 1664 stelde zij, inmiddels weer weduwe geworden, een leen in: een pensie van 200 car. glds, jaarlijks als een eeuwige rente uit haar landen op de Rijp in Menaldumadeel, t.b.v. bloedverwanten in povere staat tot studie in theologie of rechten, t.b.v. niet-bloedverwanten alleen tot studie in de theologie, een ook nu nog gestelde voorwaarde. Tegenwoordig bedraagt een pensie van het Eritia de Blocq-leen jaarlijks f.500,-, maar in omstandigheden is vermeerdering mogelijk. De pensies in totaal bedragen niet meer dan de zuivere leensinkomsten. B&W van Leeuwarden waren provisoren van 1836-1923.

In het archief van Tresoar vinden we verder: 327-02, Familie Van Sminia (van de tak van De Klinze te Oudkerk) 1525 - 1955.
Nr. 191: Testament van Eritia de Blocq, weduwe van Mathijs Franckena. Datering: 1669; afschrift, 18de eeuw. In datzelfde jaar legateerde ze aan de NH diaconie van Stiens 150 gulden.
In de database met Friese familiewapens van Hessel de Walle vind ik twee afbeeldingen van het familiewapen van De Blocq, een sleutel met 2 rozen op 16e eeuwse grafstenen, dezelfde als op het gouden deksel van de Chinese kan. Ook de Index op de Friese familiewapens van Heerma van Voss vermeldt het wapen De Blocq als een sleutel met 2 rozen. Het Wapen- en Vlaggenboek van Hesman vermeldt eveneens een dergelijk wapen, van Daniël de Blocq van Scheltinga.

Van Matthias Franckena heb ik enkele jaren geleden al in de bibliotheek van de Universiteit van Leiden het Album Amicorum uit 1605/1606 volledig gefotografeerd. Het bevat unieke inscripties van o.a. Petrus Plancius, Bernardus Paludanus, Gomarus, Winsemius, Snellius en Hessel van Meckema (getrouwd met Lisck van Eysinga, zie De Sneuper 119).
Van 1611-1626 was Matthias Franckena grietenijsecretaris van Weststellingwerf en later lid van Gedeputeerde Staten van Friesland en gecommitteerde bij de Raad van State namens Friesland.
Hij was ook een goede kennis van de vader van Pieter Stuyvesant, Balthasar Stuyvesant (met Dokkumer roots!).
In 1631/1632 was Franckena afgevaardigde ter Staten Generaal voor Friesland (zie Gulden Vrijheid, Hotso Spanninga).

Wat zou het toch mooi zijn als de verschillende kunstwerken en archivalia van deze familie eens samen geëxposeerd zouden worden, bij voorkeur in een Fries museum!

Update: In het schitterende boek Verveningen en Verveners in Friesland (zie ook de gehele Namenindex en de online bladerversie) staat nog het een en ander over Eritia de Blocq en Matthias van Franckena. Pagina 208/209/211: In 1627 kwam Anscke Cornelisdr van Lycklama op de Franckenastate te overlijden. Uit haar eerder huwelijk met de Gaasterlandse grietman Jochem Hans van Wyckel waren haar veel goederen in Gaasterland, Hemelum Oldeferd (Noordwolde) en Wymbritseradeel (Oudega) aangekomen. Deze vererfden nu op haar echtgenoot Matthijs van Franckena en kinderen.
In 1630 hertrouwde dr. Matthijs van Franckena- hij was inmiddels afgevaardigde ter Staten-Generaal voor Friesland- met Ericia de Blocq uit Leeuwarden. Ze bracht veel landerijen en venen ten huwelijk aan. Zij was een schoonzuster van dr. Livius van Scheltinga, die gehuwd was met haar zuster Anna Daniëls de Blocq. Samen met deze zwager bezat Ericia de Blocq veel venen en leijen- de zogenaamde Coninxleijen- onder Veenwouden. Het betrof hier het veengebied waar de door koning Philips II van Spanje bezeten domeingoederen lagen. Hiervan was al vroeg door de koning een gedeelte verkocht aan Johan van Rataller. Later was ook de bekende vervener Dr. Dirk Fogelsangh- eveneens gehuwd met een Van Scheltinga- (hun beider schilderijen hangen in het Amsterdamse Museum van Loon, HZ) bij deze venen betrokken.
Naar aanleiding van dit tweede huwelijk van Van Franckena moest er vanwege de rechten van de nagelaten kinderen een inventarisatie van de goederen worden opgesteld. Omdat ook de ouderlijke boedel van Rinco en Anscke van Lycklama nog onverdeeld was, moest ook deze in die inventarisatie worden betrokken. Hierdoor wordt men behalve over de vermogenspositie van Van Franckena ook een en ander over die van Rinco van Lycklama (zou dit trouwens zijn portret zijn?) gewaar. Zo bleek onder meer dat in de daaraan voorafgaande jaren nogal veel geld was geïnvesteerd in de herbouw van boerderijen in Oudega (Wymbritseradeel), die blijkbaar eerder door oorlogsomstandigheden waren verwoest. Verder bleek dat de Franckenastate met bijbehorende landerijen en venen op een bedrag van 2.400 cg was getaxeerd. Maar ook Franckena's deelname- met name zijn samenwerking hierbij met Rinco van Lycklama- in de Weststellingwerfse veenkanalisatie en vervening wordt daarin uiteengezet.
Pag.211/212: In 1632 was dr. Matthijs van Franckena verkozen tot grietman van Gaasterland, als opvolger van de in dat jaar overleden grietman Obbe Obbes. De nieuwe grietman Franckena was familie van zijn voorganger, want zijn overleden echtgenote Anske Cornelisdr van Lycklama was namelijk een oomzegster van Obbe Obbes geweest. Na zijn hertrouwen met Ericia de Blocq en nog geen jaar voor zijn verkiezing tot grietman, had hij in Wolvega voor de koopprijs van 7.000 phg een van de Scheene tot de Linde lopende sate land gekocht. Hij had daar toen een nieuw landhuis- de vroegste voorganger van het huidige Lindenoord- laten bouwen. Dit grietmanschap zou echter van korte duur zijn, want nog in datzelfde jaar kwam dr. Franckena te overlijden.

Update: Er is een testament bij Tresoar: Blocq, Ericia de (x Mathijs v. Frankena) * * 1664 * 408. Lijst van TESTAMENTEN voorkomende in band EEE nr. 3 van het Hof Provinciaal [nu Tresoar toegang 14 inv.nr. 16779]. Mocht u deze eens fotograferen/transcriberen dan verneem ik het graag.

dinsdag 3 februari 2009

Friezen op Ceylon

Op het voormalige eiland Ceylon, tegenwoordig Sri Lanka, zijn in de VOC tijd diverse Friezen als militair gestationeerd geweest. Jaren geleden ontdekte ik eens een website waarop Pieter Ambrosius Roosmale Cocq voorkwam als kapitein. Sinds zijn vertrek uit Dokkum had hij blijkbaar promotie gemaakt.
Hij bleek namelijk ook in de DTB van Dokkum en Kollum voor te komen:
Dokkum, huwelijken 1749. Vermelding: Derde proclamatie op 30 april 1749
Man : Pieter Ambrosius Roosmale Cocq, afkomstig van Dokkum
Vrouw : Minke Alefs afkomstig van Kollum
Opmerking : hij is luitenant.
Kollumerland c.a., huwelijken 1749. Vermelding: Bevestiging huwelijk op 4 mei 1749 in Kollum.
Man : Pytter Ambrosius Roosma afkomstig van Dokkum.
Vrouw : Minke Alofs afkomstig van Kollum
Opmerking : hij is eerste luitenant

In Dokkum en Kollumerland kregen ze ook nog kinderen:

Dokkum, dopen, doopjaar 1750. Dopeling: Anna Sibilla. Gedoopt op 8 maart 1750 in Dokkum. Dochter van Pieter Ambrosius Roosmale-Cocq, luitenant en niet genoemde moeder.
Dokkum, dopen, doopjaar 1752. Dopeling: Petrus Jacobus. Gedoopt op 16 januari 1752 in Dokkum. Zoon van Pieter Ambrosius Roosmale-Cocq, gepensioneerde (!) luitenant en niet genoemde moeder.
Kollumerland c.a., dopen, doopjaar 1754. Dopeling: Sybren. Gedoopt op 28 april 1754 in Kollum. Kind van Pieter Ambrosius Roosmale Cocq en niet genoemde moeder.
Kollumerland c.a., dopen, doopjaar 1755. Dopeling: Alof. Gedoopt op 30 november 1755 in Kollum. Zoon van P. A.R. Cocq en niet genoemde moeder.
Kollumerland c.a., dopen, doopjaar 1759. Dopeling: Sike. Gedoopt op 28 januari 1759 in Kollum. Kind van Pieter Ambrosius Roosmale Cocq en niet genoemde moeder.
Dochter Anna trouwde in Friesland:
Trouwregister Gerecht Kollumerland en Nieuwkruisland, 1797 DTB nr: 445, 1624 - 1799 Vermelding: Bevestiging huwelijk van 23 april 1797, Kollum. Man: Pieter Jacobs, Kollum Vrouw: Anna Cocq, Kollum. NB: het huwelijk is bevestigd door het nedergerecht Kollumerland.

Zoon Sybren bleef waarschijnlijk ook in Friesland, getuige zijn huwelijk:
Kollumerland c.a., huwelijken 1780. Vermelding: Bevestiging huwelijk op 30 juli 1780 in Kollum. Man : Sibren Pytters Roosma de Cocq afkomstig van Kollum.
Vrouw : Trijntje Alkes Sybsma afkomstig van Kollum. In 1811 nam Sybren waarschijnlijk gewoon de achternaam Cocq aan, dus zonder Roosma of Roosmale! Hij gaf aan geen kinderen te hebben. Ook in de criminele sententies rond het Kollumer Oproer in 1797 komt een Sibren Cocq voor (waarschijnlijk toen hij uitgescholden en bedreigd werd door Haring Banjers), evenals bij notaris Lourens Faber te Kollum in 1814: rep.nr.398 attestatie Sybren Cocq, Kollum attestant 1814.

Zoon Alef bleef ook in Friesland: Kollumerland c.a., huwelijken 1782. Vermelding: Bevestiging huwelijk op 12 mei 1782 in Kollum. Man: Alef Pijtters Cocq, afkomstig van Dantumawoude. Vrouw: Sijtske Pijters Sprink afkomstig van Dokkum. Ze krijgen een zoon, Pieter: Kollumerland c.a., dopen, geboortejaar 1796, doopjaar 1796. Dopeling: Pieter. Geboren op 10 mei 1796. Gedoopt op 29 mei 1796 in Kollum. Kind van Alef Cock en Sietske Pieters. Alof Cocq was dorpsrechter (een soort politieman) van Kollum tijdens het Kollumer Oproer van 1797 en was dus niet populair onder de opgewonden menigte.

Zoon Petrus Jacobus werd op Ceylon 'Sitting Magistrate'. Vermeld wordt dat hij in 1764 met het schip Schagen naar Ceylon kwam, toen dus 12 jaar oud. In hetzelfde jaar maakte zijn vader zijn testament op en overleed. Petrus Jacobus trouwde op Ceylon met Susanna Leembruggen en kreeg 10 kinderen, van wie twee zoons, Pieter Carolus en Stephen Henry Roosmale Cocq er ook weer Sitting Magistrate werden.
De database met VOC-opvarenden van het Nationaal Archief vermeld de vader als Pieter Cocq, notabene als afkomstig van Leiden: Gegevens van Pieter Ambrosius roosemale Cocq uit Leijden.
Datum indiensttreding: 01-09-1763. Datum uit dienst: 15-08-1764. Functie bij indiensttreding: Kapitein (militair). Reden uit dienst: Overleden. Uitgevaren met het schip: Schagen. Plaats of schip: Azie. Maandbrief: Ja. Schuldbrief: Ja. Begunstigde(n): Vrouw: Meijnke Holts (waarschijnlijk toch dezelfde als Minke Alofs).
Gegevens van de vaart: Schip: Schagen. Vertrek: 01-09-1763. Kamer: Hoorn. Kaap: 30-12-1763, 23-01-1764. Inventarisnummer: 14476. Folio: 114. Aankomst: 22-09-1764. Batavia. DAS-en reisnr.: 3874.4

De zoon Petrus Jacobus wordt als jongsoldaat op hetzelfde schip genoemd:
Gegevens van Petrus Jacobus Roosemalecocq uit Leijden
Datum indiensttreding: 01-09-1763. Datum uit dienst: 31-08-1794. Functie bij indiensttreding:
Jongsoldaat. Reden uit dienst: Laatste vermelding. Uitgevaren met het schip: Schagen. Plaats of schip: Azie. Maandbrief: Nee. Schuldbrief: Ja. Gegevens van de vaart: Schip: Schagen. Vertrek: 01-09-1763. Kamer: Hoorn. Kaap: 30-12-1763, 23-01-1764. Inventarisnummer: 14476. Folio: 298. Aankomst: 22-09-1764 Batavia. DAS-en reisnr.: 3874.4

Ik vroeg me toch af hoe het gegaan was met de familie vanuit Friesland, want in 1764 is het oudste kind nog maar 14 en de twee broers die in Friesland lijken te blijven respectievelijk 10 en 9 jaar oud! Het moet dus wel zo gegaan zijn dat zoon Petrus Jacobus alleen met zijn vader is afgereisd, waarbij moeder met de rest van de kinderen achterbleef. Toch een beetje vreemd. En zeker triest, want na aankomst op Ceylon was de vader dus al snel overleden en stond het ventje van 12 er alleen voor! Blijkbaar is het hem toch gelukt om daar een zeer succesvolle carriere op te bouwen in Ambalongada.

In het Speciekohier van 1797 van de Kerkeburen te Kollum op de site van Tymen Wierstra komen de achtergebleven weduwe van capitein Cocq, Alof Cocq en Sybren Cocq ook nog steeds voor (op nummer 16, 162, 169)!
Over het geslacht Roosmale (Van Roosmael) en Roosmale-Cocq zijn enkele korte artikelen verschenen in De Navorscher en wel in de jaargangen 1874, nr. 23-5-1874, niet gepagineerd, en in jaargang 1898, pagina 343/345.
Mogelijke verdere voorouders:
I.
Adriaan Ambrosius Roosmale (burgemeester te Rotterdam), trouwt 23 mei 1626 Wendela Boogaard.
II.
Mr. Dominicus Roosmale, geboren te Rotterdam, burgemeester van Rotterdam, overleden 10 december 1707, trouwt 3 januari 1681 Southea Putmans, geboren 1640, overleden 1727.
III.
Mr. Dominicus Roosmale (de jonge), geboren 1690, burgemeester van Rotterdam, overleden 1726, trouwt 1710 te Utrecht Emilia de Leeuw. Wegens de provincie Utrecht gecommitteerd ter Admiraliteit op de Maze.
Uit deze tak ontstaat de latere familie Roosmale Nepveu.

De familie Roosmale Cocq werd op Ceylon onderdeel van een groep, vaak rijke, blanke families die zich Burghers noemden. De bekendste nazaat van deze Burghers is de schrijver van 'The English Patient', Michael Ondaatje.

Sinds kort heeft de Dutch Burgher Union zijn vereningingsblad en genealogieën online gezet. Je kunt nu bladeren door de uitgaven van de afgelopen honderd jaar (sinds 1908) en op alfabet in de genealogieën zoeken. Zo vind je dus ook de genealogie Roosmale Cocq.

De mooiste online vondst was wat mij betreft Harmen Jansz, een 24-jarige korporaal uit Esmerziel (= Ezumazijl) die in 1694 genoemd wordt in de Census van Jaffnapatnam, samen met zijn vrouw Margareta Olfertsz uit Paliacatta en een zoon.

Overigens zijn bij het CBG de digitale bestanden van het archief van de gereformeerde (Dutch Reformed) Wolvendaalkerk op Ceylon te doorzoeken. De notulen van die kerk (1735-1797) zijn op een Duitse website te bekijken.

vrijdag 16 maart 2012

Kamerbode Feike Klases vd Lei van de Friese Admiraliteit

Hij liep mee in de lijkstatie van Ernst Casimir in januari 1633 te Leeuwarden, in het groepje vertegenwoordigers van de Admiraliteit van Friesland te Dokkum. Op zijn mantel het insigne van de Admiraliteit: twee gekruiste ankers met een generaliteitswapen in het midden. Hiermee was hij voor iedereen herkenbaar.
Wie nu was deze kamerbode?
In de beschrijving van de deelnemers in de rouwstoet wordt hij genoemd. Het betreft Feike Klases, ook wel de familienaam Van de Lei dragende.
Dokkum, huwelijken 1625
Vermelding: Ondertrouw op 24 augustus 1625
Man       : Feicke Claesses afkomstig van Dokkum
Vrouw     : Antie Tymendr afkomstig van Leeuwarden
Opmerking : hij is kamerbode van de Admiraliteit.
Bron: Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenboeken(DTBL)
Ondertrouwregister Gerecht Dokkum 1605-1628
Inventarisnr.: DTB 171

Leeuwarden, huwelijken 1626
Vermelding: Ondertrouw op 26 augustus 1626
Man       : Feicke Claas afkomstig van Dokkum
Vrouw     : Antie Thimons afkomstig van Leeuwarden
Opmerking : hij is kamerbode

Betalingsordinanties op de Ontvanger Generaal 1624
Citaat: De camerbooden vande admiraliteijt tot Doccum vande leverantie van thien taffelboeckiens in silver beslagen en aende heeren gelevert die somma van 38 £ 10 st
Bron: Archief van de Staten van Friesland
Toegang 5, Invnr.  2666, Folio   65v

Toen de Admiraliteit in 1645 naar Harlingen verhuisde, verhuisde Feike mee.

Voor meer informatie kunt u het leuke boekje van Ihno Dragt over De admiraliteit in Dokkum, 1597-1645, aanschaffen.

vrijdag 31 augustus 2018

Pakkende verhalen over Dokkum - de Markt en Admiraliteit

Nykle Dijkstra, Piet de Haan en Warner Banga van HVNF
Op donderdag 30 augustus 2018 werden twee nieuwe boekjes gelanceerd van de hand van auteurs Lammert de Hoop (Historie Markt), Klasina van der Werf en historicus Nykle Dijkstra (Historie Admiraliteit) en vormgever Frank van Dijk.

De stadshistorie van ‘Markt’ en ‘Admiraliteit’ is pakkend en leesbaar weergegeven in twee handzame, rijk geïllustreerde mini-boekjes. Samen met het eerder verschenen boekje over de ‘Dokkumer Bierhistorie’ (Warner Banga/Piet de Haan) vormen ze de reeks ‘Eeuwig Dokkum’. Hierin leest u eeuwenoude stadsthema’s. Thema’s die tot op de dag van vandaag te beleven zijn in bezienswaardige plaatsen, producten en het grootste stadsfeest van de regio, de Admiraliteitsdagen.

De drie boekjes uit de reeks ‘Eeuwig Dokkum’, zijn gratis te verkrijgen. De beide boekjes ‘Markt’ en ‘Admiraliteit’ bij het Toeristisch Informatiepunt in Museum Dokkum, boekhandel Van der Velde, de Grote Kerk, de Bonifatiuskapel en Stadsbrouwerij Bonifatius. Het boekje over de ‘Dokkumer bierhistorie’ kunt u bij de Stadsbrouwerij Bonifatius krijgen.

Hart van de Bonifatiusstad
Het boekje over de Markthistorie, getiteld ‘Hart van de Bonifatiusstad’, schetst de stad- en kloosterhistorie vanaf de oudste plek van Dokkum: de hoge stadsterp waarbij Bonifatius in 754 werd vermoord en waar een groot Norbertijner klooster met abdijkerk en -toren eeuwenlang het stadsbeeld domineerde. Auteur van dit boekje is historicus Lammert de Hoop.

Admiraliteitsdagen Dokkum
Het boekje ‘Admiraliteitsdagen Dokkum’ vertelt de geschiedenis en anekdotes over de Admiraliteit van Friesland te Dokkum. Tekenend voor de grootste haven aan het wad in noord Nederland voor overzeese handel. De auteur is Klasina van der Werf, bijgestaan door maritiem historicus Nykle Dijkstra, die het historisch onderzoek heeft verricht.  

vrijdag 7 december 2012

Wie was Wybrandt Scheltinga, Fries zeeman in dienst van tsaar Peter de Grote?

Het jaar 2013 staat bij diverse Nederlandse culturele instellingen in het teken van het Nederland-Ruslandjaar. Zo vindt er een grote tsaar Peter de Grote-tentoonstelling in Hermitage Amsterdam plaats en zijn er uitwisselingsprojecten Groningen-Moermansk.
Binnen onze vereniging wordt gewerkt aan het digitaal ontsluiten van Mairieboeken in Noordoost-Friesland van rond 1813, waarin vele verwijzingen voorkomen naar de Kozakken die ons land kwamen bevrijden van de Franse overheerser. 
Zelf schreef ik een artikel in ons verenigingsblad over het schilderij Maaltijd te Dokkum met tsaar Peter de Grote die in 1697 werd geschilderd door Gerardus Wigmana, de Friese Raphael. In het bewuste jaar 1697 ondernam tsaar Peter, incognito, maar met een groot reisgezelschap, een reis naar West-Europa en met name naar de Republiek. In Zaandam liet hij zich onderrichten in de scheepsbouw en onderwijl trokken zijn gezanten het land in om personeel en kennis te verwerven voor het opbouwen van een Russische (Oostzee-)vloot. Die bestond namelijk nog niet of nauwelijks! Rusland miste daardoor de economische slag om de Oostzeehandel
Op basis van de opgedane ervaringen en meegebrachte kennis van vooral Hollandse en Friese zeelieden wordt rond 1700 tot de bouw van een nieuwe hoofdstad besloten, Sint Petersburg. In de daarop volgende jaren worden de banden tussen Rusland en de Republiek verder aangehaald op basis van de ideeën van de Amsterdamse koopman Nicolaes Witsen
Diverse Friezen staan mede aan de wieg van de Russische vloot, zoals Andries Winius (zie het uitgebreide artikel Nederlanders in Rusland in de 17e eeuw, Jaarboek CBG 2012) en ene Wybrandt Scheltinga. Over deze Wybrandt Scheltinga is een doctoraalscriptie geschreven in 2002 door Johan Zielstra, getiteld ‘Soldaat ende Zeemanschap’, Wybrandt Scheltinga, pionier op de Russische vloot 1704-1718. Daarin wordt beweerd dat deze Wybrandt lid van het geslacht Scheltinga uit Dokkum zou zijn! En dan wordt het natuurlijk interessant. Wie is dat dan precies? En kunnen we nog meer genealogische informatie van de man vinden? Er wordt verwezen naar een publicatie van Scheltema 'De Geschiedenis en Genealogie van het Geslacht van Scheltinga’, waarin genoemd wordt: Taecke Wybes Scheltinga te Engwierum getrouwd met Aefcke Luitjens. Dit zouden dan zijn ouders moeten zijn zodat hij voluit Wybe Taekes Scheltinga zou heten en dat later zou verfraaien tot Wybrandt Scheltinga als hij schout-bij-nacht in Russische dienst is. 
Scheltema was wel een Rusland-kenner gezien zijn publicatie Peter de Groote: keizer van Rusland in Holland en te Zaandam, in Holland en te Zaandam, in 1697 en 1717, Volume 1, Volume 2 en Volume 4.
De vraag is echter of Scheltema wel een nauwkeurige genealoog was omdat het Stamboek van de Friese Adel waarop hij zich waarschijnlijk baseerde niet erg betrouwbaar is, (Haan Hettema, De., Van Halmael, Stamboom van den Frieschen, vroegeren en lateren adel, uit oude en echte bescheiden en aantekeningen en met bijvoeging van de wapens der onderscheidenen geslachten opgemaakt II (Leeuwarden 1848)). 
Op de site met veel informatie over Friese adel van ons lid Simon Wierstra staat eveneens een genealogie Scheltema/Scheltinga maar daar worden we ook niet direct wijzer van.
Laten we maar eens nauwkeurig kijken naar deze Cold Case (overigens ook een mooi initiatief van Tresoar om middels crowdsourcing mysteries boven water te krijgen)
De vermeende ouders van Wybrandt, Taeke Scheltinga en Aefke Luitiens komen ook voor in de Proclamatieboeken Oostdongeradeel (OOD) index op onze website. Deze bronbewerkingen van ons erelid Reinder Tolsma leveren nog meer informatie op: Morra, pleats 14:  Sate  In de Keegh,
1640: Taeke Wybes Scheltinga, self bewoner, groot 110 pm
Blijkbaar woonde Wybrandt (of zijn ouders)  in 1640 in Morra want de boerderij in Engwierum werd verhuurd. Verder meldde Reinder nog dit:
-Taeke en Aef worden al in 1614 genoemd
-Taeke is in 1649, maar zeker in 1651 al gestorven
-Wanneer zou Wybe dan geboren kunnen zijn? Toch zeker rond 1630? Maar dan was hij al 70 in het jaar 1700! Onwaarschijnlijk dat dit de man is die toen nog begon aan een zware klus in Rusland.

Er is echter nog een andere kandidaat die veel logischer is: Wybe Gerlacus Scheltinga:
Westdongeradeel, dopen, doopjaar 1677
Gedoopt op 30 september 1677 in Ternaard
Dopeling: Wijbe, zoon
Vader: Gerlacus Wybouds Scheltinga, advocaat fiscaal en procurator
Moeder: ?

Een advocaat-fiscaal was o.a. verbonden aan de Admiraliteit van Friesland, een logische link naar de maritieme wereld. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat in 1697 te Dokkum aan de eettafel al de eerste contacten werden gelegd op basis waarvan enkele jaren later een kennis van Julius Schelto van Aitzema, die o.a. Raad ter Admiraliteit en burgemeester van Dokkum was, tot de Russische marine toetrad. Dat zou dus betekenen dat Van Aitzema en Van Scheltinga banden hadden. En ik denk dus dat niet een Engwierumer Scheltinga maar een Ternaarder Scheltinga de werkelijke man is die in Russische dienst trad (waarna vervolgens tot ver in de 20e eeuw telgen uit dit geslacht hoge posities innamen in de Russische marine)!
Het is een hypothese, maar of deze klopt zal nader onderzoek moeten uitwijzen. Bij deze dan ook een oproep: help mee deze Cold Case op te lossen en laat ons weten wat u vindt!
 

Update: Hessel de Walle meldde een gildepenning van Wybe Taekes Scheltinga uit 1683, met een winkelhaak en passer, in particulier bezit.

zaterdag 22 maart 2008

Lieuwe van Aitzema: Meester sneuper en spion


De op 19 november 1600 in Dokkum geboren Lieuwe (Leo) van Aitzema was een Meester Sneuper van het eerste uur. Zijn broer Marcus van Aitzema was konvooimeester bij de Admiraliteit van Friesland te Dokkum en burgemeester van Dokkum en zijn oom Foppe van Aitzema werkte ook als diplomaat. In zijn levensbeschrijving op Wikipedia wordt hij o.a. als volgt beschreven: Hij zag zich zelf als een onafhankelijk auteur, die niet namens enige partij schreef, maar eenvoudig de pen oppakte, omdat hij het niet laten kon. Een auteur met een late roeping, die toen hij eenmaal de smaak van het schrijven te pakken had, gewoon niet meer kon ophouden en letterlijk tot aan zijn dood bleef schrijven.
In zijn meer dan 5000 pagina's tellende 'dagboek', waarin Aitzema (ook wel Aissema) in het Nederlands, Spaans, Latijn, Frans en Engels schreef, verwerkte hij ook vele brieven van mensen uit zijn kennissenkring.
Nadat hij in 1622 advocaat bij het Hof van Friesland was geworden werd hij in 1625 vertegenwoordiger van de Hanzesteden Hamburg en Bremen in Den Haag.
Hij werkte met name als diplomaat in de residentie en had vele contacten in het buitenland. Historie had zijn grote interesse en daarom stelde hij vele gebeurtenissen uit de periode 1621-1668 te boek en schreef hij vele (bewaard gebleven) brieven. Die kennis gebruikte hij lang niet altijd op een bescheiden manier, want hij wordt er van beschuldigd tijdens de Eerste en Tweede Engelse Oorlog (Anglo-Dutch Wars) een Engelse spion van informatie over de situatie in de Republiek gegeven te hebben. Een deel van de inhoud van de brieven is opvraagbaar in de database van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis met Besluiten Staten-Generaal 1626-1630.

Een belangrijke publicatie van hem, zijn magnum opus, was de Saken van Staet en Oorlogh, in, ende omtrent de Vereenigde Nederlanden (als pdf van 91 MB te downloaden via Google Books). 15 dln. in 4o, 's-Gravenhage 1665-'71.
Bij alles wat hij publiceerde hield hij zijn motto 'eet dat gaer is, drinkt dat klaer is, spreekt dat waer is' in ere.
Zijn status als geschiedschrijver leverde hem veel nieuwtjes op die hij vaak weer verhandelde, in de vorm van een nieuwsbrief voor abonnees, in het buitenland, zo’n beetje in heel Europa. Naar schatting verdiende hij toen al zo'n 13.000 gulden per jaar.
In het Nationaal Archief te Den Haag is het archief van Leo van Aitzema te bekijken.

Een recent boek over Van Aitzema is 'Eendracht als opdracht', Lieuwe van Aitzema's bijdrage aan het publieke debat in de 17e-eeuwse Republiek, verschenen bij uitgeverij Verloren en te bestellen voor 25 euro. Het geeft een goed beeld van Van Aitzema als politicus en historicus in de toen zeer onrustige Zeven Provincien.

woensdag 8 april 2015

Brander-kapitein Adriaen Jansz, alias Gloeiende Oven

Een van onze mooiste online bronnen is de digitale versie van het onderzoek van Eimert Smits
Slag bij Duins 1639
Fazn
. (de gelijknamige neef van onze oud-redacteur) over de Admiraliteit van Friesland: De Friese Admiraliteit boven water
Met enige regelmaat raadpleeg ik deze bron als ik een naam tegenkom van een persoon van wie ik vermoed dat hij ooit gevaren heeft voor deze Friese vestiging van wat later de Nederlandse marine werd. Of als ik een afbeelding vind met ander personeel van de Admiraliteit, zoals raadsleden of de kamerbode Feike Klases van der Lei, vooral toen ze nog tot 1645 in Dokkum zaten.

Bekend is ook dat vele zeelieden die begonnen bij de Admiraliteit van Friesland later overstapten naar de VOC of WIC, of een van de andere Admiraliteiten in de Republiek. De vestiging Friesland leed eigenlijk constant een kwijnend bestaan en moest vaak geld en schepen lenen om überhaupt nog een beetje inzetbaar te zijn. Toch werd er aan een behoorlijk aantal heroïsche zeeslagen meegedaan, zoals bijvoorbeeld de Slag bij Gibraltar in 1607 , de Slag bij Duins in 1639, de Slag in de Sont in 1658 en de Tocht naar Chatham in 1667 waarin Hans Willem baron van Aylva het Friese smaldeel aanvoerde en Hendrik Bruynsvelt schout-bij-nacht was.

Qua naam springt echter een persoon boven alles uit: Gloeyenden Oven. Het was de bijnaam van Adriaan Jansz, die deze ontleende aan zijn faam als degene die branders uitrustte, vaak ondergebracht bij de Admiraliteit van Zeeland te Middelburg.
In de lijst van Varend Personeel onder de Admiraliteit van Friesland vinden we de volgende vermeldingen:
1636-1637. Gloeiende Oven op jacht Arnemuiden. Gewest Groningen onder Admiraliteit van Zeeland.
1639. 18 September op het jacht Arnemuiden onder eskader van Banckert. Gewest Groningen onder Admiraliteit van Middelburg. (Hij deed als konvooier mee aan de Slag bij Duins onder Maarten Harpertsz Tromp).
1652. Kapt. Gloeijende Oven op 12 Juli voor Wielingen met jacht De Jager.
1653. In Slag bij Nieuwpoort op 12/13 Juni op schip de Vrede(2) onder Admiraliteit van Zeeland, hoewel op Wikipedia vermeld wordt dat hij het later gezonken schip Neptunus onder zich had.

woensdag 15 februari 2012

De lijkstatie van Ernst Casimir te Leeuwarden in 1633

In de online collectie van het Rijksmuseum te Amsterdam bevindt zich een rij tekeningen van de begrafenisstoet (lijkstatie) van Ernst Casimir, die op 3 januari 1633 te Leeuwarden in de Jacobijner Kerk werd begraven (op 2 juni 1632 was hij al gesneuveld bij Roermond!). Het geeft een prachtig overzicht van de intimi van de graaf van Nassau-Dietz, stadhouder van Friesland (vanaf 1620) en na 1625 ook stadhouder van Groningen en Drenthe. Met name de jonkers uit Friesland en Groningen komen in beeld, met daarbij afgevaardigden van de diverse bestuurscolleges (waaronder de Admiraliteit te Dokkum). De ervaring leert dat de afbeeldingen behoorlijk waarheidsgetrouw zijn. Om de namen op de afbeeldingen voor een breder publiek toegankelijk te maken heb ik ze hieronder per plaat op een rijtje gezet.Veel van de Friese adel is terug te vinden op de genealogische pagina's van ons lid Simon Wierstra.
Plaat 1
Ernestus Casimirus Constant
Stadsgezicht van Roermunde
De Guarde van Sijn Genade
Plaat 2
Jr Pieter van Harinxma
Het Hof Gesin van sijn Gen.
Plaat 3
De Trompetters
Jr Zeino Joachim van Wesefeld
Jr Maurits van Ripperda
Jr Jan van Echten
Jr Wigboldt Ripperda van Peijse (Peize)
Jr Oriclius (Orck) van Doijem
Plaat 4
Jr Haring Onna van Sythiema
Jr Syds van Emingha
Jr Ulbe van Aylva
Jr Douwe van Roorda De Burg-Graeff
Jr Gerrold van Juckama
Jr Sicko van Grovestins
Jr Homme van Camstra
Plaat 5
Jr Watze van Camminga
Jr Douwe van Aylva
Jr Douwe van Ockama
Jr Epo van Douma
Jr Julius van Harinxma
Jr Tialling van Eysinga
Jr Schelto van Aebinga
Jr Laes van Glins
Plaat 6
Jr Rempt Rengers ten Post
Jr Charles de Unia
Jr Siouck van Wijnia
Jr Jurgien van Burmania
Jr Julius van Eysinga
Jr Abbo van Bootzma
Jr Ate van Hettinga
Jr Boiocko van der Wengen
Jacques van Oenama Lieutenant Colonel
Schelto van Aijsma Lieutenant Colonel (Van Aitzema)
Plaat 7
Wilhelm Vrij-Heer toe Schwartzenburg etc
Jr Bartelt Entens Ridt Meester
De Heere Overste Jacob van Roussel
De Heere Georg Vrij Heer toe Schwartzenburg en Hogenlantsbergh
Jr Poppo van Burmania Hof-Meester van sijn Genade
De Hellebardiers van sijn Genade
Plaat 8
De Heere Overste Georg Lijauckema
De Heere Thomas Ferentz Collonel
Overste Caspar van Eusum heer toe Nijen-Oordt etc (Van Ewsum van Nienoord)
De Heere Idzaert van Eminga Collonel
De Hellebardiers van sijn Genade
Plaat 9
Jan Michels picquer en Rust mr (een pikeur is iemand die paarden traint. Michels was getrouwd met Tietske Gerkes Hoptilla)
Sijn Genade Graeff Henric van Nassau Gouverneur van Friesland etc
Jr Pieter van Eysinga
Jr Julius van Meckema
Jr Achatius van Hohenfeldt
Jr Ruerdt van Juckema
Sijn Genade Graeff Willem Frederik van Nassauw etc
Jr Johan Sickinge toe Warffum
Jr Duyrt van Berum
Graeff Hendrick van Nassau
Gesante van Graeff Johan Lodewich van Nassau
Ges van Graeff Wilhelm van Nassau
Plaat 10
Gesante van Graeff Lodewich Henrich van Nassau etc
Gesante van Prince Excellentie van Orangien
Gesante van Graeff Henrich van den Berghe
Gesante van den Hertogh van Brunswijck
Gesante van sijn Con Majest van Denemercken
Gesante van den Hertogh van Holsteijn
Gesante van den Hertogh van Lunenburch
Gesante van sijn Gen van Brederode
Gesante van sijn Gen van Culenborch
Gesante van de Graeff van Oldenburch
Gesante van de Graeff van Oost Frieslandt
Gesante van de Graeff van Styrum sluijtende de rouw
Plaat 11
De Hoogh Mogh Heeren Staten Generael
De H Mogh Heeren Raden van State
De Ed Mogh Heeren Staten van Hollandt en West Frieslandt
2 Camer Boden en 2 lopende Boden der Staten van Frieslandt
Plaat 12
Edele ende Moghende Heeren Staten der Landschappe van Ooster-Goo van weghen Wester-Goo
Plaat 13
van weghen de Seven Wolden
Plaat 14
van weghen de Steden
Plaat 15
Heeren Staten van Groeningen en Om-Landen
Deurwaerders van Frieslandt
De Edele Moghende Heeren Ghedeputeerde Staten van Frieslandt
Hare Ed Mogh Clercquen
Camer Booden van Frieslandt
Plaat 16
De Edele Moghende Heeren Ghedeputeerde Staten van Stad Groeningen en Om-Landen
Deurwaerders
De E:M Heeren Raden Provinciaal van den Hove van Frieslandt
Hare E:M Substituyt en Onder Greffier
Plaat 17
De Edele Moghende Heeren Ghedeputeerde Staten van Drenthe
De E:M Heeren Gecommitteerde Raden ter Admiraliteijt in Frieslandt
De E:M Heeren Reken Meesters van Frieslandt
De E:M Heeren Reken Mrs van Stad Groeningen en Omlanden
Plaat 18
De Magistraet der Stadt Leeuwarden
De Heeren Gecommitteerde uijt de Magistraten der respective Steden van Frieslandt (Bolswart, Franeker, Harlinghen, Ylst)
De Heere Wolter Schonenborgh Drost van 't Oldampt
Jr Edzart Rengers ten Post Drost van Wedde
De Pedellen
Plaat 19
De Heeren Professores van d'Academie van Franeker (zo te zien 10 man, dus zeer waarschijnlijk Maccovius, Winsemius, Verhel, Rhala, Bernardus Schotanus, Meinardus Schotanus, Pasor, Fullenius, Van Dam en Wybinga)
De Heeren Gecommitteerde Professores van d'Academie tot Groeningen
De Pedel
De Predicanten der Stadt Leeuwarden
Krijghs Raedt van Frieslandt
Krijghs Raedt van Groeningen

Had ik net alle namen overgetypt van de afbeeldingen, kom ik er achter dat in januari Martin Engels al iets dergelijks met de Begrafenis van Ernst Casimir gedaan heeft en eerlijk gezegd beter en uitgebreider! Daarnaast heeft hij zelfs een overzicht van waar de Friese adel woonde in 1632.

Er is echter nog genoeg te sneupen naar afbeeldingen van Friese adellijken en eenvoudige medewerkers van de Nassau-familie aan het Friese Stadhouderlijk hof. Zo zijn er ook afbeeldingen of lijsten van de begrafenisstoet/lijkstatie van Willem Lodewijk in 1620, Frederik Hendrik in 1647, Willem Frederik in 1664, Johan Willem Friso in 1712 en Maria Louisa in 1765.

Van die Lijkstatie van Willem Frederik van Nassau-Dietz, in december 1664 te Leeuwarden zijn 25 aansluitende prenten gemaakt, door schilder Frans Carree. Vele Friese notabelen, waaronder Gajus Broersma, Douwe Aylva van Loo, Aulus van Haersma en de Dokkumer burgemeester Willem van Uma passeren wederom de revue.

Een volgende keer meer over de afbeeldingen van begrafenisstoeten in Friesland. Ook daarbuiten, bijvoorbeeld bij de begrafenis van Michiel de Ruyter in 1676, zullen Friese notabelen en zeelieden zijn afgebeeld!