Posts tonen met het label Denemarken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Denemarken. Alle posts tonen

vrijdag 1 december 2017

Interieur Dokkumer trekschuit duikt op in Deens schilderij

De Sneuper 118, juni 2015, had een coverartikel over 'Met de trekschuit naar Dokkum'.
Met prachtige foto's van de trekschuit die nu nog in de vaart is in Dokkum (en te huur voor gezelschappen!), getrokken door een Fries paard en met mensen in klederdracht aan boord!
Ook is de trekschuit afgebeeld op een herdenkingspenning van 1657, kort nadat de Stroobosscher Trekvaart geopend werd (waarbij op de aanleg Dokkum zo goed als failliet ging).
Her en der staan nog wel rolpalen in bochten van de vaarweg (zoals in Dokkum), waar langs de lijn van paard naar schip geleid werd.

Het aardige is dat enkele historische reizigers ooit verslag deden van hun reis per trekschip, zoals in 1823 Jacob van Lennep in zijn dagboek, er glorieus mee door Dokkum kwamen (admiraal Michiel de Ruyter) of er in beeld herinneringen aan nalieten.
Zo voer in 1834 een jonge Deense kunstenaar door Dokkum en tekende toen vanuit het interieur de toenmalige Dokkumer trekschipper Jan Thijses Feenstra (1768-1835) die we in de Dokkumer archieven af en toe tegenkomen, bv als verkoper of vader van de bruid en bij zijn overlijden in 1835 in huis D-140, als echtgenoot van Sytske Jans van der Meulen en (vermoedelijk zijn hulpje) Pieter Bernardus Boomsma (in 1855 vermeld als schippersknecht te Sneek). Tussen hen in is de roerkop versierd met het hoofd van een gekruld jongetje met pet. De tekening drukten we ook af in De Sneuper 118.
Opvallend was al dat er aanwijzingen voor kleuren op de tekening stonden die deden vermoeden dat het als voorstudie van een schilderij moest dienen.
Deze Martinus Rørbye zou uitgroeien tot een van de beroemdste Deense schilders van de zogenaamde Deense Gouden Eeuw (waartoe ook bv. Kierkegaard en Hans-Christiaan Andersen behoorden, in eerste helft 19e eeuw). Tijdens de reis door Friesland in 1834 tekende hij overigens ook diverse, inmiddels afgebroken, stadspoorten van Harlingen en Leeuwarden. Waarschijnlijk ook van Dokkum, maar een deel van de tekeningen is in een onbekende particuliere collectie verdwenen. Het zou mooi zijn als we die ook eens terugvonden!

Toen ik recent weer eens online aan het sneupen was kwam ik opeens een schilderij tegen van Rørbye's hand, waarop exact het tafereel van de trekschuit-tekening herkenbaar was!
De beschrijving bij Bruun Rasmussen wees er weliswaar niet precies op: Martinus Rørbye: Travel scene on board a Dutch canal barge. Signed and dated M. Rørbye 1846. Oil on cardboard. 28,5×35 cm. Thorvaldsens Museum, A Catalogue Raisonné of the Works of Martinus Rørbye no. 263, reproduced p. 76. Kunstforeningen, “Fortegnelse over M. Rørbyes arbejder" (a list of the works of M. Rørbye) in the section of "Fortegnelse over malerier, hvis ejere eller hvis opbevaringssted er ubekendte” (a list of the works whose owners or location are unknown) 1905 nr. 263.
Exhibited: Charlottenborg 1847 no. 10. Literature: Reproduced in “Smaa Kunstbøger”, vol. 22, p. 41. Provenance: Chamberlain Count Knuth (before 1905)
.

Het moge duidelijk zijn dat dit schilderij gebaseerd is op de eerdere tekening in Dokkum uit 1834. Opvallend is wel dat het schilderij 12 jaar later gedateerd en gesigneerd is dan de tekening. Ook schijnt het vorig jaar al eens eerder ter veiling geweest te zijn. Er zijn nu twee slapende passagiers bij geschilderd die we op de tekening niet eerder zagen. Zouden dat ook nog ergens beschreven Dokkumers zijn? Het geheel heeft in ieder geval een gezellige Anton Pieck-achtige uitstraling.

Inmiddels heeft de veiling plaatsgevonden en is het schilderijtje, ongeveer ter grootte van een laptop, verkocht voor zo'n 16.000 euro (excl. opgeld). Voor het Museum Dokkum wat boven de pet, maar wie weet kan het ooit nog eens als bruikleen tentoongesteld worden!

Voor de Leeuwarders ook nog een leuke vondst: een tot nu toe onbekende tekening met markttafereel in Leeuwarden in 1834. Ook van Rorbye natuurlijk, in de collectie van het Vejle Kunstmuseum.

Update: Medelid Klaas Pera attendeerde me op deze tekening die Rørbye maakte in Winschoten van een brug, tijdens dezelfde reis in 1834. In collectie Metropolitan Museum of Art in New York: https://metmuseum.org/exhibitions/view?oid=643153

Ze hebben ook een tekening van de Waag in Amsterdam.

Zelf ook nog maar eens verder gezocht: ja hoor, er is ook nog tekening van een groep pratende mannen in Leeuwarden die in 2015 is geveild in Berlijn: https://www.invaluable.com/auction-lot/rorbye-martinus-christian-wedseltoft:-manner-auf-6476-c-750485b966

Vier tekeningen in Haarlem en Den Haag.

De dagboeken van Rørbye staan online en daarin kunnen we zien dat hij in mei 1834 bij Nieuweschans de provincie Groningen binnenkomt en op 28 mei in Dokkum is om vervolgens door te reizen naar Leeuwarden.

In de monografie van Rørbye staat de tekening van de passagiers in de Dokkumer trekschuit! Een mooie schets die het plaatje compleet maakt.

dinsdag 27 mei 2014

Friese schippers en de Deense ossenhandel

Tijdens de ledenvergadering van de Vereniging voor Zeegeschiedenis op de Bataviawerf in Lelystad
Schilderij De Os, 1564, schilder onbekend, Amsterdam Museum
presenteerde Wilma Gijsbers een verhaal over de Deense ossenhandel en de retourhandel in tegels en de rol van schippers daarin. In 1999 verdedigde zij aan de Universiteit van Amsterdam haar dissertatie Kapitale ossen. De internationale handel in slachtvee in Noordwest-Europa 1300-1750. (Als boek is het reeds uitverkocht).

Vanuit Denemarken, vooral Jutland, werden blijkbaar grote kuddes ossen verhandeld, vaak naar markten in Holland, bijvoorbeeld Hoorn en Enkhuizen. De reis kon te voet gemaakt worden, waarna vaak vanuit plaatsen aan de oostzijde van de Zuiderzee nog een transport over water plaatsvond. Er kon echter ook direct vanuit Denemarken een transport over zee en rivieren gemaakt worden. De ossen waren dan wel sterk vermagerd en moesten op de grazige weiden van vaak net drooggemalen polders weer aangesterkt worden (het vetweiden, nog bekend van de Friese Vetkopers).
Bij het vervoeren van de ossen speelden Friese schippers, immers bekend als de transporteurs van Noord-Europa, een vrij grote rol.
In de bijlagen van de online dissertatie van Wilma Gijsbers is o.a. een bijlage opgenomen met de namen van schippers die zij in de Notariële Archieven is tegengekomen. Daarin ook een aantal schippers uit onze regio, die met name voorkomen in het Notarieel Archief Amsterdam (NAA):

Arend Jakobs uit Anjum met de tjalk Abrahams Offerrande op 17 maart 1713, NAA 6801, a171. Deze vinden we terug in de DTB: Bevestiging huwelijk op 15 juli 1703 in Anjum. Bruidegom: Aarnt Jakobs afkomstig van Munnikezijl, Bruid: Aaltje Bernardus Schotanus afkomstig van Anjum (mogelijk dochter van chirurgijn Bernardus Schotanus uit Balk/ Sloten). Bron: Trouwregister Hervormde gemeente Anjum 1693-1810. Inventarisnr.: DTB 532.
Met thuishaven Anjum (ook wel gespeld als Anjun, Anjon, Anjou, Anium, Aniam en Anjam), wat in de praktijk het haventje van Ezumazijl zal zijn geweest, komt hij voor in de Sonttolregisters, waar zijn lading meestal bestaat uit ballast:
    13-4-1729    Arent Jacobsen,  Anjum,    Anjum - Kønigsbergen.
    15-5-1729    Arent Jacobsen    Anjum,    Pillau - Amsterdam.
    1-7-1729    Arent Jacobsen,    Anjum,    Anjum - Dantzig
    28-7-1729    Arent Jacobsen,    Anjum,    Dantzig - Amsterdam.
    7-10-1734    Aart Jacobs,    Anjum,   Abt - Østersøen

Albert Doekes uit Dokkum, wijdschip De Hoop op 17 feb 1676 NAA3864, f222. Ook hem vinden we in de DTB: Bevestiging huwelijk op 17 augustus 1673. Bruidegom: Albert Doeckes afkomstig van Dokkum. Bruid: Grijtie Ballings afkomstig van Kollum. Opmerking: grootschipper. Dokkum DTB 193 en 174. In 1674 en 1703 komen ze ook als lidmaat van de Remonstrantse Gemeente te Dokkum voor. Albert Doekes komt in de Sonttolregisters voor met een vermelding in 1695, nota bene met thuishaven Ameland!

Tede Doekes uit Dokkum (zijn broer?), wijdschip De Eikelboom 66x19 voet, op 8 feb 1676, NAA3864, f221

Wigbout Hermans (Wigbolt Harmens) uit Kollum, 26 maart 1713, costschip (kofschip?) NAA6801 a189

Wouter Teunis van Ameland, 17 maart 1713 smakschip De Emmausgangers NAA6801 a171
Pieter Saskers van Ameland 26 maart 1713 De Jozef en Maria NAA6801 a189

Er zijn prachtige schilderijen van ossen, zoals die van een prijsos in het Amsterdam Museum uit 1564 en een Blaarkop prijsos van rond 1650 die te koop is bij antiquair Bruil & Brandsma in Amsterdam. En we kennen natuurlijk allemaal De Stier van Paulus Potter, in het onlangs heropende Mauritshuis.

Update:
Aanvulling van Jan de Vries uit Koudum: Veel smakken en wijdschepen van betrekkelijk kleine laadvermogens vergeleken met fluiten. Scheepsnaam 'Grasmaaier' (p. 554) is wel een leuke in dit verband.
De onderstaande uit NAA staat niet in dit overzicht:
6 april 1644, Gabriel Marselis, commissaris van de Deense Koning in de Republiek der Zeven Provincieen bevracht 24 schepen om Ossen te laden in de Sont bij het kasteel van Elseneur. Onder de schippers: Joltje Froukes, Symen Jelles, Sierck Sipkes, Jarich Cornelis, Huyte Tjercks van Koudum. SAA 5075 nr. 1622 / 106. Dit gaat voorzover ik het kan overzien om de bevrachting van fluitschepen.
Over Gabriel Marselis verscheen in Amstelodamum van december 2012 een prachtig artikel van historicus Dudok van Heel die vermoed dat Marselis en zijn vrouw zijn geportretteerd door Bartholomeus van der Helst, rond hun landgoed Elswout in Overveen.
Update 2: In Amstelodamum 2015/3 juli-sept wordt de toeschrijving aan Marselis herroepen. Het blijkt een ander echtpaar!