vrijdag 19 januari 2018

Lezing door Pieter Sijtsma: “Bijna 35 jaar Gemeente Dongeradeel”


Gemeentehuis Dongeradeel lezing 21 feb 2018De lezing wordt gehouden op woensdag 21 februari aanstaande

Aanvang: 20.00 uur.
Locatie: Doopsgezinde/Remonstrantse Kerk aan de Legeweg te Dokkum

Korte inhoud lezing:

Bijna 35 jaar Gemeente Dongeradeel“  door de heer Pieter  Sijtsma.

Op 1 januari 1984 ontstond de gemeente Dongeradeel. Hiermee waren de drie voormalige gemeenten Oost- en Westdongeradeel en Dokkum opgeheven. 

Aan de hand van diverse gebeurtenissen in de afgelopen 35 jaar wordt u meegenomen naar hoe het was rond het jaar 1984 en hoe we er nu voorstaan in 2018. Wat is er verdwenen en welke ontwikkelingen hebben er in de 35 jaar plaatsgevonden.
Maar ook, wat is er niet veranderd? Zo wordt er onder andere aandacht geschonken aan het bestuur en de ambtenaren van de gemeente, de cultuur, sport en recreatie, het onderwijs, de economie. de agrarische sector en de kerken.

Waarom werd het betalen voor een inrit over de stoep van de gemeente in Dokkum afgeschaft en hoe zat het nou precies met de ontwikkeling van de Zuiderschans? Waarom moest men voor het aanvragen van een bijstandsuitkering naar Metslawier en voor een kapvergunning naar Ternaard?

Zomaar een aantal vragen die tijdens deze lezing ter sprake kunnen komen. Bent u nieuwsgierig geworden? Kom dan op 21 februari naar de lezing. Van harte welkom!

Spreker Pieter Sijtsma was ambtenaar van de gemeente Dongeradeel, tegenwoordig ook wel stadsgids en verzorgt rondleidingen in het Gemeentehuis.

dinsdag 2 januari 2018

Bijeenkomst Maritime Skiednis met Amelander ramen

De Wurkgroep Maritime Skiednis van de Fryske Akademy nodigt u van harte uit voor de bijeenkomst op zaterdag 20 januari 2018.
Deze wordt gehouden in Tresoar, Boterhoek 1 in Leeuwarden.
Meldt u zich wel even van tevoren (voor 13 januari) aan per email bij Jelle Jan Koopmans.

Het programma

 9.30         Inloop / koffie         
 10.00     Huishoudelijke bijeenkomst

  • Opening / welkom
  • Mededelingen van het bestuur
  • Verslag ledenbijeenkomst 8 oktober 2016
  • Publicaties wurkgroep
  • Symposium 2018 (Zeevaartonderwijs)
  • Het project 'houtvaart' (Culturele hoofdstad 2018)
  • Nieuwe activiteiten  
  • Rondvraag
  • Afsluiting huishoudelijk gedeelte
10.30         Pauze: koffie

Wetenschappelijke gedeelte

10,45        De kerkramen van Hollum in een Maritiem historisch perspectief, Jacob Roep. Zie voor details ook De Sneuper nummer 111 en nummer 115.          
           
11.15        Het boek 'Verborgen zee aanzichten', Jaap de Jong                             
  
Afsluiting wetenschappelijk gedeelte

De vergadering en voordrachten zijn overwegend in het Nederlands.

vrijdag 22 december 2017

De Vrije Fries 2017 in kleurrijk nieuw jasje

De Vrije Fries is vanaf vandaag verkrijgbaar in een nieuw jasje!  
Jaarboek de Vrije Fries, een uitgave van het Koninklijk Fries Genootschap en de Fryske Akademy, verschijnt met ingang van dit jaar in een compleet nieuwe layout.  
Het oudste jaarboek van Fryslân (sinds 1839) is nu helemaal full colour. Het formaat is royaler, er zijn meer paginagrote illustraties opgenomen en ook het binnenwerk is opnieuw vormgegeven. Van der Let & Partners in Heerenveen is verantwoordelijk voor het nieuwe ontwerp.
De Vrije Fries is een wetenschappelijk, peerreviewed jaarboek. De inhoud bestaat uit interessante en afwisselende wetenschappelijke artikelen en essayistische bijdragen op het terrein van de Friese geschiedenis, kunst, literatuur en archeologie. Ook dit jaar is er weer een themadeel, dit keer over Sport (-geschiedenis) in relatie tot Fryslân.
De Vrije Fries is voor € 19,50 in de losse verkoop verkrijgbaar bij de Afûk-winkel, Boterhoek 3 in Leeuwarden. Met ingang van 2017 is het boek ook via boekhandel Van der Velde in Friesland en Groningen verkrijgbaar.
Via de website van De Vrije Fries zijn jaargangen 1839 t/m 2014 digitaal raadpleegbaar.


Rutger van der Velde van boekhandel Van der Velde krijgt de nieuwe Vrije Fries aangeboden door Marijn Molema, redactievoorzitter van De Vrije Fries (links) en Hotso Spanninga, voorzitter van het Koninklijk Fries Genootschap (rechts). Foto De Vrije Fries 

Wie lid wordt van het Koninklijk Fries Genootschap ontvangt ruime voordelen: het jaarboek De Vrije Fries (ter waarde van €19,50), samen met 6 nummers van het tijdschrift Fryslân (ter waarde van € 29,95) én onbeperkt vrije toegang voor lid en gezin tot het Fries Museum voor slechts € 42,50 per jaar, zie http://www.friesgenootschap.nl/index.php/nl/lid-worden

Inhoudsopgave De Vrije Fries, deel 97, 2017:
Fan de redaksje / Van de redactie
THEMA: VAN BUORSKIP TOT GLOBAL VILLAGE: SPORT EN IDENTITEIT
- Ludodiversiteit of identiteitsconstructie? Traditional sports and games in de cultuurgeschiedenis, Daniël Rewijk.
- Sport and cultural identity in Brittany. From pre-modern contests to post-modern contexts, Philip Dine.
- Paerk and varpa. Traditional sport and regional identity on Gotland, Leif Yttergren.
- Us Atsje! Atje Keulen Deelstra: schaatsster in Friesland, vrouw van de natie, Marieke Verweij.
- Beeldvorming van het kaatsen. Van ‘spel der pootelingen’ naar cultuursport, Pieter Breuker.

BIJDRAGEN
- Friese Lieve Vrouwen. De verering van Onze Lieve Vrouw van Leeuwarden en Onze Lieve Vrouw van Zevenwouden in de vroege zestiende eeuw, Lianne van Beek.
- De geschilderde kamer in het Martenahuis te Franeker. Ontstaansgeschiedenis, oorspronkelijke gedaante en latere aanpassingen, Ige Verslype, Annemieke Heuft en Margriet van Eikema Hommes.
- De guillotine in Leeuwarden en Groningen in de Franse tijd, 1810-1813, Henk Boels.
- Friese slaveneigenaren in Suriname en Curaçao in beeld. Compensatiegelden vanwege de afschaffing van de slavernij als lens op Friese betrokkenheid bij slavernij, Margriet Fokken.

ESSAY
- Gjin miensker sûnder mienskip, Eddy Wymenga.

KRONIEK
- Archeologische Kroniek van Fryslân over 2016, Nelleke IJssennagger.

Jaarverslag Koninklijk Fries Genootschap over 2016.


woensdag 20 december 2017

Vrijwilliger gezocht voor onderzoek Friese veehandel en veemarkten

Nog niet eens zo lang geleden kende Friesland verspreid over de hele provincie vele week- en jaarmarkten waar vee werd verhandeld. Door de schaalvergroting en centralisering worden tegenwoordig alleen in Leeuwarden nog veemarkten gehouden.

De veehandel en veemarkten hadden voorheen een prominente plek in het maatschappelijk leven. De Stichting (i.o.) Skiednis Fryske Feehannel en Feemerken heeft het plan opgevat om die geschiedenis te onderzoeken en vast te leggen. Het doel is een gedegen, voor een breed publiek interessant boek over dit onderwerp te publiceren.

Het is hoogste tijd dat dit boeiende onderwerp wordt opgepakt, zegt de voorzitter van de stichting, en lid van onze vereniging, Siebren van der Zwaag. “Nu zijn er nog velen die de typische sfeer en hectiek van de veemarkten hebben meegemaakt. Het is zaak om dit onderbelichte stuk Friese geschiedenis vast te leggen, voordat het in de vergetelheid verdwijnt.”

Een eerste verkenning van het onderwerp is al gedaan door studenten van de opleiding tot geschiedenisdocent van de NHL. Dit heeft een vijftiental werkstukken opgeleverd over diverse veemarkten, van Wolvega tot Dokkum en van Harlingen tot Kollum. De volgende stap is een samenwerking met projectleider en historicus Marijn Molema van de Fryske Akademy, projectleider van het onderzoeksprogramma ‘Geschiedenis van de Friese Agri & Food’.

Bij de Fryske Akademy zal een te werven vrijwilliger dieper onderzoek gaan doen, archieven bezoeken, interviews houden en beeldmateriaal verzamelen. De stichting schept hiervoor de financiële randvoorwaarden. De verwachting is dat eind 2018 voldoende materiaal is verzameld om met het publieksboek aan de slag te kunnen gaan. Reimer Strikwerda, voorheen redacteur van het vakblad Veeteelt en schrijver van diverse boeken over agrarische onderwerpen, neemt deze taak op zich.
•    Wie wil aan dit boek meewerken? Wij zoeken een enthousiaste vrijwilliger!
Zie de vacature bij de Fryske Akademy

zondag 17 december 2017

Nieuw boek: De Van Haersma's van Groot Haersmastate

Geert van der Veer heeft na zijn eerdere publicaties in 2001 over de familie Van Haersma een nieuwe uitgave doen uitkomen.
Destijds ging het over de stichter van Haersmastae mr. Daniel de Blocq van Haersma en zijn vrouw Maria Wybrandi, nu ligt de focus op de tak van de Van Haersma familie te Oudega, Smallingerland. Door het verzamelen van stemrecht lukte het de familie langere tijd het lucratieve ambt van grietman te vervullen.
Stamvader is ene Arent Oedses uit Drachten die in 1539 trouwt met Houck Meyerts Hardsma. De eerste Van Haersma die in Oudega woont is kleinzoon Arnoldus Eerckes van Haersma die in 1609 voor het Gerecht te Dokkum in ondertrouw gaat en op 16 juli te Leeuwarden in de NH kerk huwt met Hylck van Harckema uit Augustinusga. In 1625 wordt hij grietman van Smallingerland, om daar in 1637 voor zijn zoon afstand van te doen.
Vervolgens komen uitgebreid testamenten, boedelbeschrijvingen en andere interessante details uit de familie aan de orde.
Een schilderij van Maria van Haersma, geboren op Haersmastate, komt ook voor in deze geschiedenis van de familie Van Haersma.
Een apart hoofdstuk is gewijd aan de vele grafstenen, rouwborden, zegels en glas in loodramen die van de familie bewaard gebleven zijn.

Het boek is in eigen beheer uitgegeven en nog in beperkte oplage beschikbaar.
Deze uitgave is een prachtige verzameling van genealogische informatie, gecombineerd met een rijk pallet aan unieke illustraties.

In het boek veel afbeeldingen en informatie over de geschiedenis van deze personen en hun familie.

Beperkte oplaag van 50 exemplaren.

Prijs 22,50
exclusief porto
118 pagina’s

Geert van der Veer
Tel: 0512 514785

vrijdag 15 december 2017

De Sneuper 128, december 2017, met woningnood, Zwarte Lydia en admiraliteit

Het winternummer van ons verenigingsblad De Sneuper, nummer 128, heeft als cover een
Dokkumer stadsbeeld, symbool voor de Woningnood rond 1925.

In dit nummer van De Sneuper naast het verhaal over de Woningnood in Dokkum een artikel van Ihno Dragt als reactie op het artikel in het vorige nummer van Eimert Smits FaZn over het mogelijke wapen van de Friese Admiraliteit (met aanvullingen van Hans Zijlstra).
Mattie Bruining duikt weer in haar genealogie, op zoek naar bekende Friezen en de familiaire lijn daar naar toe.
Medewerker van het Streekarchief in Dokkum, Jack Boersma, zet Zwarte Lydia, Lydia Hettinga uit Oudwoude in de schijnwerpers, hoewel het een enigszins treurige geschiedenis is.
En natuurlijk het vierde deel over vluchtelingen en evacués in Oostdongeradeel tijdens de laatste wereldoorlog door Doede Douma en Reinder Tolsma, als opmaat voor een boek over dat onderwerp.

Zo is De Sneuper 128 afwisselend en interessant voor iedereen, maar natuurlijk kan uw artikel daaraan bijdragen in een volgend nummer... Want wij blijven afhankelijk van de kopij van onze leden. Stuur dus vooral uw bijdrage in! De kopijvoorwaarden kunt u online inzien.

De voorjaarsledenbijeenkomst is op zaterdag 7 april 2018. Mogelijk in Ferwerd, maar nieuws hierover volgt nog

Inhoudsopgave:
HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS
- Woningnood in Dokkum tot 1925, Annemarie Zijlstra
- Het wapen van de Friese Admiraliteit (uitgebreide reactie, met nieuwe vondsten, op artikel in vorig nummer), Ihno Dragt
- Vluchtelingen in Oostdongeradeel (4), Doede Douma en Reinder Tolsma

GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS
- Genealogische lijn: Peter Tuinman, Mattie Bruining

- Zwarte Lydia, Jack Boersma
 
RUBRIEKEN & COLUMNS
- COLUMN: Je mutte mar hoare...,Ihno Dragt
.
- Heraldiek, wapen van Westdongeradeel, Rudolf J. Broersma
 
DIGITAAL, ACTUEEL & VARIA
 
- Ingeboekt/digitaal: Bargebongels op it jaachpaad en Beeldbank, Piet de Haan en Jacob Roep
- Jonge sneupers op Historicidagen 2017, Jacob Roep en Nykle Dijkstra
- WEBSITE & -BLOG: Digitaal verhaal: De aanhouder wint!, Hans Zijlstra

Op de Praatstoel 2: verhalen uit NOF. Bestel dit fantastische boek (leuk als kadootje)! Slechts 10 euro voor ruim 400 pagina's hardcover (plus verzendkosten 6,75 ivm dikte boek. Af te halen in Dokkum zonder verzendkosten).
 
Wilt u ook meegenieten van de interessante verhalen uit onze regio, dan kunt u zich eenvoudig aanmelden als lid (slechts 15 euro per jaar voor oa 4 x De Sneuper) via dit online formulier.

U kunt ook altijd een ruim van de belasting aftrekbare gift doen. Wij zijn immers een Algemeen Nut Beogende Instelling: Culturele ANBI. Voor donateurs van culturele ANBI’s geldt een extra giftenaftrek. Particulieren mogen in de aangifte inkomstenbelasting 1,25 keer het bedrag van de gift aftrekken. Ondernemingen die onder de vennootschapsbelasting vallen, mogen 1,5 keer het bedrag van de gift aftrekken in de aangifte vennootschapsbelasting.
Dus een particulier die 1000 euro schenkt mag 1250 euro van de belasting aftrekken, een bedrijf zelfs 1500 euro.

woensdag 6 december 2017

Twee keer herberg Wapen van Oostdongeradeel

Andrys Stienstra, voormalig webmaster van Tresoar en sinds kort met pensioen, mailde ons met een vraag over herberg het Wapen van Oostdongeradeel. Het leek er op dat er twee verschillende herbergen met dezelfde naam in en om Dokkum gevestigd waren. Dit was zijn vraag:
Paulus Baukes was herbergier in het "Wapen van Oostdongeradeel". Ik kom hem in de Leeuwarder Courant als zodanig voor het eerst tegen in 1766, maar al in 1757 is hij herbergier in Oostrum. In mei 1784 is er een verkoping ten huize van de Wed. Paulus Baukes, dus zal hij in 1783/1784 overleden zijn. In 1792 is Jan Wybrens Koning herbergier in het Wapen van Oostdongeradeel.
Halvemaanspoort rond 1800, met rechts Wapen van Oostdongeradeel


Paulus Baukes is herbergier in het Wapen van Oostdongeradeel buiten de Halfmaanspoort onder Oostrum, dus moet dat de huidige IJsherberg zijn. Maar in de Leeuwarder Courant van 23 januari 1765 wordt de verkoping aangekondigd van "Eene Heerlyke en Nieuw betimmerde Huizinge en Herberg by Jan Douwes cum uxore bewoond en gebruikt, staande en gelegen by de Aalsumerpoort binnen Dockum, op den 12 May 1765 vry van Huiringe. Wie Gading maken komen op voorsz. tyden in opgedagte Huizinge en Herberg 't Wapen van Oostdongeradeel genaamt".
Een herberg met dezelfde naam, maar bij een andere poort. Misschien is de naam van de ene herberg overgegaan naar de andere? Het is wel opvallend dat ik de eerste vermelding van Paulus Baukes in het Wapen van O'deel in 1766, dus vlak na de verkoping, vind.

In dit soort gevallen, met een kadastrale component, weet redactielid Piet de Haan vaak raad. Hij ging op onderzoek uit in het streekarchief en vond het volgende.
Oostrum
Herberg Het wapen van Oostdongeradeel in Oostrum net buiten de Halvemaans poort van Dokkum [IJsherberg] wordt in de weesboeken van Oostdongeradeel al in 1685 zo genoemd, mogelijk al eerder [bron: Oostdongeradeel Weesboeken Inv 57]
Paulus Baukes staat in 1756 voor de eerste keer in het reeel op: Huis nr 1.  Zijn aankoop van de herberg staat in de Proclamaties Oostdongeradeel Inv 106  blad 139/140.

Dokkum
De herberg in Dokkum Het Wapen van Oostdongeradeel wordt in mijn bestanden die beginnen vanaf 1760 al in 1778 tot zeker in 1806 al zo genoemd.
De in de mail genoemd Jan Wijbrens Koning was herbergier in de herberg Het Wapen van Oostdongeradeel in Dokkum.  Reeel nr 63 Kadaster 1832 A3 huisnr Nu Aalsumerpoort 10.

Reeelboeken, microfiches etc zijn in het Streekarchief Dokkum, uitgezonderd op maandagmorgen, te raadplegen.

Andrys kwam nog met de volgende aanvullingen:
Antje, het eerste kind uit het huwelijk van Paulus Baukes en Pytje Meinerts wordt in 1747 gedoopt in Dokkum. In het doopboek wordt dan vermeld dat de vader 'wolkammer buiten de Woudpoort' is, dat is dus aan de weg van Dokkum naar Dantumawoude.
In 1749 woont Paulus Baukes met zijn vrouw en één kind in (of bij?) Dantumawoude. Hij is dan nog steeds wolkammer. In de quotisatie wordt hij aangeslagen voor £ 10:1:-.
Paulus Baukes en Pytie Meinerts krijgen drie kinderen: Antje (1747), Meindert (1753) en nog een Meindert (1755). Pytie Meinerts is overleden in 1755 of 1756.

In 1756 wordt Paulus Baukes herbergier in "Het Wapen van Oostdongeradeel" in Oostrum en het jaar daarop hertrouwt hij met Vroukje Hiddes, afkomstig van Dokkum. In het lidmatenboek van Oostrum en Jouswier wordt - pas twee jaar later - opgetekend dat Paulus op 9 februari 1759 is ingekomen van Dantumawoude.« Lidmatenregister Herv. Gemeente Oostrum en Jouswier, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- en begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 542, aktenummer 36 »
In de Leeuwarder Courant van 6 augustus 1766 wordt een verkoping van 'een groot party Cromhout' aangekondigd. De verkoping vindt plaats 'ten Huize van Paulus Baukes Herbergier in het Wapen van Oostdongeladeel, buiten de Halfmaans-Poort van Dockum''. Eerder (LC 5 juli 1766) wordt er een verkoping gemeld 'ten Huize van Paulus Baukes buiten de Halfmaanspoort'. In de Leeuwarder Courant zijn meer advertenties te vinden van Paulus Baukes als kastelein in 'het Wapen van Oostdongeradeel', o.a. 2-10-1773, 3-8-1774, 23-11-1782, 7-12-1782 en 11-1-1783.
Op 29 mei 1784 wordt er een verkoping aangekondigd 'ten Huize van de Wed. Paulus Baukes'. Paulus Baukes is dus overleden en de zaak wordt voortgezet door Vroukje Hiddes. Ook in 1788 wordt er nog een verkoping gehouden bij de "Wed. Paulus Baukes".
Froukje Hiddes is overleden op 28 januari 1810 te Dokkum, 85 jaar oud. Ze wordt begraven in Dokkum in graf L67.

De herberg 'Het Wapen van Oostdongeradeel' was gelegen buiten de Halfmaanspoort bij Dokkum onder Oostrum en had twee beneden- en twee bovenkamers. Verder een keuken, bleek, put en regenwatersbak. Het bezat een vrije doorgang voor de gevel en was gebouwd op één bunder grond. Ten noorden van de herberg lag het bouwland van Jan Idses Idsardi, ten oosten op nr.40 lag het huis van Oeds Brouwer, ten westen lag de stadsgracht en ten zuiden liep de dijk (naar Oostrum), De herberg heeft thans weer wat van zijn "oorspronkelijke" functie terug, want het is tegenwoordig een restaurant, gelegen aan het Oostelijk Bolwerk van de stad Dokkum. Dit restaurant heet tegenwoordig "De IJsherberg" en ligt aan de Harddraversdijk. De herberg is o.a. in bezit geweest van de familie Boomsma, distelateurs in Dokkum.
Vanaf 1976 was het de openbare bibliotheek van Dokkum. « De Sneuper 60, september 2001 »
Overigens is er binnen de Dokkumer stadspoorten nog een herberg met dezelfde naam "Het Wapen van Oostdongeradeel" geweest. Deze stond bij de Aalsumerpoort en gebruikte deze naam in ieder geval vanaf 1778 tot in 1806. Een directe concurrent van Paulus Baukes!

zondag 3 december 2017

Brieven van Agatha, jonkvrouwe van Groot Terhorne te Beetgum

Onlangs kwam bij uitgeverij Bornmeer het aardige boekje Geen honinck soet sonder bitter gal uit. In deze nieuwe publicatie worden de brieven behandeld van Agatha Tjaerda van Starckenborgh (1620-1670), stammend uit een oud adellijk Fries geslacht.
Zij was getrouwd met Georg Frederik thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg; het echtpaar woont op Groot Terhorne te Beetgum, of ‘Horn’, zoals zij hun huis zelf noemen. Het is een van de centra van de Friese adel.

Als een rode draad door het verhaal loopt de correspondentie met de Duitse zaakwaarnemer Michael Buschius (Von dem Busch), die voor de familie moet uitzoeken en bewijzen dat ze recht hebben op een deel van de erfenissen van de Duitse tak van de Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg familie. Ook moest hij een oogje in het zeil houden op de studerende zoons Johan Georg en Georg Wolfgang in Heidelberg, waar ook een neefje studeert, voordat ze op een grand tour door Europa gaan. Als ondersteuning werden er hals over kop allerlei familieportretten gemaakt of gereproduceerd.
In feite was Buschius een vroege sneuper die de genealogie van de familie moest publiceren, maar wel voor het behalen van financieel voordeel. Want ondanks de vele bezittingen in landerijen en onroerend goed leidt de familie een wankel bestaan op het gebied van financiën en gezondheid.

De mannen zijn vooral op oorlogspad en uiteindelijk komen de beide zoons dan ook jammerlijk om het leven in de Slag bij Seneffe (boven Charleroi) op 11 juli 1674 tussen de geallieerde Spaanse, Staatse en keizerlijke troepen enerzijds en de Fransen onder de prins van Condé anderzijds.
Dit wordt op een prent van Romeyn de Hooghe pijnlijk verbeeld. Onder nummer 17 liggen de broers geveld vooraan in het strijdgewoel, terwijl iets verderop in de stofwolken in het midden van de afbeelding nog de ontzaglijke generaal Hans Willem baron van Aylva (nummer 6, De Generael Alua) moet bewegen, die bij de slag slechts gewond raakt.
Het regiment Nassau-Friesland werd op een heuvel ingesloten en op meedogenloze wijze in de pan gehakt door de Fransen. De kogel uit het lichaam van zoon Johan is in een doosje opgestuurd naar de familie in Friesland. Het doosje is nog bewaard in het familiearchief bij Tresoar maar de kogel is verdwenen.
"Hij suipt hem nu alle dagen strontvol", zei Agatha Tjaerda v Starckenborgh over de labiele stadhouder Willem Frederik van Nassau-Dietz. Haar zoons verkeerden in zijn nabijheid en dat deed de moeder constant vrezen dat ook zij zich teveel aan de alcohol zouden laven.
In zijn dagboeken (online als Gloria Parendi) is Willem Frederik ook heel openhartig over zijn alcoholgebruik en bezoek aan dames van lichte zeden. Op p. 669 schrijft hij: verloopen in dronckenschap eens oft tweemahl en dahrnae in hoereri seuvenmahl op het lest van de maent; ick weet niet, hoe ick den duyvel, de werelt, mijn vleesch sooveul ruym heb gegeven en mij soo laeten vallen, [...] die mensch iss swack.

Agatha schrijft in 1665 over het ongeluk van graaf Johan Maurits van Nassau-Siegen bij Franeker, (na zijn bezoek aan de begrafenis van Willem Frederik), waar haar beide zoons Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg bij betrokken waren! Gelukkig overleven ze het hachelijke avontuur.

Verder roddelt Agatha natuurlijk graag en heeft ze het o.a. over Hessel Meckema van Aylva en de ophef die zijn grote grafmonument in Holwerd veroorzaakte.

Ook de familie op Holdinga State in Anjum komt regelmatig ter sprake want er is een slepend conflict met neef Wilco Holdinga Thoe Schwartzenberg over een huwelijksbelofte.

Al met al een heel interessant inkijkje in de wereld van de 17e eeuwse Friese adel!

vrijdag 1 december 2017

Interieur Dokkumer trekschuit duikt op in Deens schilderij

De Sneuper 118, juni 2015, had een coverartikel over 'Met de trekschuit naar Dokkum'.
Met prachtige foto's van de trekschuit die nu nog in de vaart is in Dokkum (en te huur voor gezelschappen!), getrokken door een Fries paard en met mensen in klederdracht aan boord!
Ook is de trekschuit afgebeeld op een herdenkingspenning van 1657, kort nadat de Stroobosscher Trekvaart geopend werd (waarbij op de aanleg Dokkum zo goed als failliet ging).
Her en der staan nog wel rolpalen in bochten van de vaarweg (zoals in Dokkum), waar langs de lijn van paard naar schip geleid werd.

Het aardige is dat enkele historische reizigers ooit verslag deden van hun reis per trekschip, zoals in 1823 Jacob van Lennep in zijn dagboek, er glorieus mee door Dokkum kwamen (admiraal Michiel de Ruyter) of er in beeld herinneringen aan nalieten.
Zo voer in 1834 een jonge Deense kunstenaar door Dokkum en tekende toen vanuit het interieur de toenmalige Dokkumer trekschipper Jan Thijses Feenstra (1768-1835) die we in de Dokkumer archieven af en toe tegenkomen, bv als verkoper of vader van de bruid en bij zijn overlijden in 1835 in huis D-140, als echtgenoot van Sytske Jans van der Meulen en (vermoedelijk zijn hulpje) Pieter Bernardus Boomsma (in 1855 vermeld als schippersknecht te Sneek). Tussen hen in is de roerkop versierd met het hoofd van een gekruld jongetje met pet. De tekening drukten we ook af in De Sneuper 118.
Opvallend was al dat er aanwijzingen voor kleuren op de tekening stonden die deden vermoeden dat het als voorstudie van een schilderij moest dienen.
Deze Martinus Rørbye zou uitgroeien tot een van de beroemdste Deense schilders van de zogenaamde Deense Gouden Eeuw (waartoe ook bv. Kierkegaard en Hans-Christiaan Andersen behoorden, in eerste helft 19e eeuw). Tijdens de reis door Friesland in 1834 tekende hij overigens ook diverse, inmiddels afgebroken, stadspoorten van Harlingen en Leeuwarden. Waarschijnlijk ook van Dokkum, maar een deel van de tekeningen is in een onbekende particuliere collectie verdwenen. Het zou mooi zijn als we die ook eens terugvonden!

Toen ik recent weer eens online aan het sneupen was kwam ik opeens een schilderij tegen van Rørbye's hand, waarop exact het tafereel van de trekschuit-tekening herkenbaar was!
De beschrijving bij Bruun Rasmussen wees er weliswaar niet precies op: Martinus Rørbye: Travel scene on board a Dutch canal barge. Signed and dated M. Rørbye 1846. Oil on cardboard. 28,5×35 cm. Thorvaldsens Museum, A Catalogue Raisonné of the Works of Martinus Rørbye no. 263, reproduced p. 76. Kunstforeningen, “Fortegnelse over M. Rørbyes arbejder" (a list of the works of M. Rørbye) in the section of "Fortegnelse over malerier, hvis ejere eller hvis opbevaringssted er ubekendte” (a list of the works whose owners or location are unknown) 1905 nr. 263.
Exhibited: Charlottenborg 1847 no. 10. Literature: Reproduced in “Smaa Kunstbøger”, vol. 22, p. 41. Provenance: Chamberlain Count Knuth (before 1905)
.

Het moge duidelijk zijn dat dit schilderij gebaseerd is op de eerdere tekening in Dokkum uit 1834. Opvallend is wel dat het schilderij 12 jaar later gedateerd en gesigneerd is dan de tekening. Ook schijnt het vorig jaar al eens eerder ter veiling geweest te zijn. Er zijn nu twee slapende passagiers bij geschilderd die we op de tekening niet eerder zagen. Zouden dat ook nog ergens beschreven Dokkumers zijn? Het geheel heeft in ieder geval een gezellige Anton Pieck-achtige uitstraling.

Inmiddels heeft de veiling plaatsgevonden en is het schilderijtje, ongeveer ter grootte van een laptop, verkocht voor zo'n 16.000 euro (excl. opgeld). Voor het Museum Dokkum wat boven de pet, maar wie weet kan het ooit nog eens als bruikleen tentoongesteld worden!

Voor de Leeuwarders ook nog een leuke vondst: een tot nu toe onbekende tekening met markttafereel in Leeuwarden in 1834. Ook van Rorbye natuurlijk, in de collectie van het Vejle Kunstmuseum.

Update: Medelid Klaas Pera attendeerde me op deze tekening die Rørbye maakte in Winschoten van een brug, tijdens dezelfde reis in 1834. In collectie Metropolitan Museum of Art in New York: https://metmuseum.org/exhibitions/view?oid=643153

Ze hebben ook een tekening van de Waag in Amsterdam.

Zelf ook nog maar eens verder gezocht: ja hoor, er is ook nog tekening van een groep pratende mannen in Leeuwarden die in 2015 is geveild in Berlijn: https://www.invaluable.com/auction-lot/rorbye-martinus-christian-wedseltoft:-manner-auf-6476-c-750485b966

Vier tekeningen in Haarlem en Den Haag.

De dagboeken van Rørbye staan online en daarin kunnen we zien dat hij in mei 1834 bij Nieuweschans de provincie Groningen binnenkomt en op 28 mei in Dokkum is om vervolgens door te reizen naar Leeuwarden.

donderdag 30 november 2017

Voorgeslacht van Mata Hari in kaart: Genealogysk Jierboek 2017

Op 15 oktober was het honderd jaar geleden dat Margaretha Geertruida (Griet) Zelle, beter bekend als Mata Hari, in Frankrijk door een vuurpeloton werd geëxecuteerd. Het nieuwste Genealogyske Jierboek, dat aanstaande zaterdag wordt gepresenteerd, besteedt aandacht aan haar voorgeslacht en familieleden.

De familienaam Zelle stamt uit Duitsland. Griet Zelle’s betovergrootvader Herman Otto Zelle (1744-1806) was afkomstig uit de heerlijkheid Rheda en vestigde zich in 1771 in Leeuwarden als linnenwever. In maart 1780 werd hij als burger van de Friese hoofdstad vermeld. Met zijn gezin woonde hij aan de Kelders. Aan dezelfde gracht is ook Margreet Zelle alias Mata Hari geboren. Haar geboortehuis werd in de grote brand van 19 oktober 2013 verwoest.

Enkele generaties Zelle waren werkzaam als kastmakers, schrijnwerkers, pettenmakers en kooplieden. Griets vader Adam Zelle (1840-1910) begon als winkelier in hoeden en petten in het pand aan de Kelders en betrok in 1883 een prestigieus herenhuis aan de Grote Kerkstraat. Nadat hij in 1889 failliet werd verklaard, trok hij met zijn gezin naar Den Haag. In zijn laatste jaren heeft hij in Amsterdam gewoond.

De auteurs van de uitgebreide kwartierstaat, Bouwe van der Meulen en Pieter Nieuwland, zijn verre verwanten van Griet Zelle. Zij zullen op zaterdag 2 december a.s. hun genealogische onderzoek toelichten bij de presentatie van het Genealogysk Jierboek 2017.

Wanneer:       zaterdag 2 december 2017
Waar:             De Koperen Tuin, Prinsentuin 1, Leeuwarden
Meer info:     Genealogysk Wurkferbân

Zie ook: www.fryske-akademy.nl

maandag 13 november 2017

Kwart van adel in Verbond der Edelen kwam uit Friesland

Het Verbond der Edelen (ook wel Compromis of Eedverbond genoemd) was aan de vooravond van de Tachtigjarige Oorlog (1565) een poging door de lagere adel om de maatregelen tegen protestantse ketters te verzachten.

De Opstand tegen de Spaanse overheerser was in eerste instantie een initiatief van zowel de Zuidelijke als Noordelijke Nederlanden, maar na 1576 groeiden ze door de opkomst van de Reformatie uit elkaar. Het zuiden bleef grotendeels katholiek terwijl het noorden (boven de grote rivieren) met name protestants werd. In Friesland werd in 1580 het katholicisme zelfs formeel verboden.
Over het algemeen wordt gedacht dat het Verbond der Edelen, onder leiding van de 'Grote Geus' Heer van Brederode, vooral door de Zuidelijke Nederlanden werd gedragen, maar er deed ook een aanzienlijk aantal Friese edelen aan mee.
Ons lid Hessel de Walle, die Friese inscripties van voor 1811 in kaart brengt evenals Friese familiewapens, deelde een lijst met namen waarop in rood nog eens extra wordt aangegeven van wie een grafschrift bekend is. Hieruit blijkt dat zo'n 25% van de deelnemende edelen van Friese komaf is!
Bekende namen, zoals de Watergeus Doecke van Martena komen op de lijst voor, maar ook veel 'onbekende' namen van Friezen. Die Friese Watergeuzen waren geen lieverdjes.

Bekenden uit onze regio zijn o.a. Sippe (Scipio) van Meckema en Wilco van Holdinga. Van Holdinga moest vluchten naar Emden. Na terugkomst in 1580 werd hij Raadsheer bij het Hof van Friesland en liet een nieuwe Holdingastate bouwen bij Anjum. Van hem zijn ook 3 testamenten bewaard gebleven. Zie ook achtergrondinformatie over Friese testamenten.



donderdag 9 november 2017

Dokkumer silhouetportretten duiken op bij Tussen Kunst en Kitsch

Het is altijd leuk om tijdens het kijken naar het televisieprogramma Tussen Kunst en Kitsch op te letten of er ook interessante Friese spullen voorbijkomen.
En met enige regelmaat komen er inderdaad ook zaken voorbij die 'nijsgjirrich' zijn.
Zo was er vorige week al een stoof met tegel waarop de naam Jantje Bottes Groen en het jaartal 1888 stond. Deze kwam uit Moddergat, zoals de huidige bezitster ook vertelde. Ons lid Gerard de Weger was ook meteen enthousiast over deze 'vondst'.

Gisteravond was er iets in de uitzending wat mij nog veel meer frappeerde. In een voorstukje werd al genoemd dat er silhouetportretten getoond gingen worden. Dan ga ik altijd even extra opletten. En ja hoor, er kwamen notabene silhouetportretten in beeld waarover ik 15 jaar geleden al op onze oude 'blauwe' website publiceerde.
Het betrof de portretten van Dokkumer notabelen, de echtparen Harmannus Jansz van Assen (1725-1798) en Trijntje Hotzes van Sinderen (1735-1805) en Dr. Feddo Jan van Slooten (1750-1804) en Sytske Ypey. Ze zijn gemaakt door de Dokkumer schilder Jacob Bonga.

Voor het eerst zag ik hoe de portretjes er in 'kleur' uitzien. De dame die ze bezit, ongetwijfeld een nazaat van een van de geportretteerden, wilde ze niet weg doen, maar het was leuk om te horen dat ze per stuk ongeveer 500 euro waard zijn en als set zelfs 2500 euro.
Het zou bijzonder zijn als de eigenaresse eens contact opneemt met Museum Dokkum, om ze ooit tijdens een tentoonstelling aan het grote publiek te tonen!

woensdag 8 november 2017

Egge Knol boekstaaft Kapen op Rottum(eroog)

Als Deel 11 in de reeks Monumenten in Noord-Groningen is een heel aardig boek verschenen over de kapen op het eiland Rottum, beter bekend als Rottumeroog.
Conservator bij het Groninger Museum, Egge Knol, heeft jarenlang onderzoek gedaan naar dit interessante fenomeen. Vanwege de link met Noordoost-Friesland heb ik ook een kleine bijdrage aan de inhoud kunnen leveren.

De gietijzeren Kaap op Rottum is het meest noordelijke rijksmonument van ons land.
Knol deed onderzoek in archieven in Groningen, Den Haag, Aurich en Emden.
Het is een kloek boek geworden van 200 bladzijden met veel afbeeldingen, oa van Rottum tot ver in de 16de eeuw.
De kapen zijn in de 16de eeuw opgericht als baken voor de zeevaart. Ze maakten deel uit van veiligheidsmaatregelen op de Eems. Dat verhaal begint in 1539.
Egge Knol: “Dankzij de Kapen op Rottum wist onze zeeheld Michiel de Ruyter ooit te ontsnappen aan de Engelsen die hem achtervolgden. Dat verhaal is opgenomen in het boek.
Eeuwenlang had het eiland twee kapen, de Emder of Grote Kaap en de Kleine of Groninger Kaap. Lang waren dat houten bouwwerken van 22 tot 25 meter hoog. Sinds 1864 is er sprake van een ijzeren kaap. In 1883 kwamen er twee gietijzeren kapen. De Groninger Kaap is in 1931 omgevallen, maar de Emder Kaap staat er nog steeds”. 
Zoals u wellicht weet is het eiland enige jaren in privé-bezit geweest van de Dokkumer koopman Pieter Pivé.
Ook heeft de Malle Graaf Clancarty enige tijd op het eiland gebivakkeerd met een harem dames!

Het boek bevat enkele bijzondere kaartjes, die voor cartografisch geinteresseerden zeer de moeite waard zijn.
De uitgave is als hardcover met prima kwaliteit illustraties en papier gemaakt.
Te koop bij Stichting Uitgaven Noord-Groningen in Warffum.

maandag 6 november 2017

Ode aan Dokkumer zeeheld Hinxt op begraafplaats Huisduinen

Afgelopen zaterdag hield de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis haar ledendag in Den
Helder bij het Marinemuseum.
Aangezien er binnen onze Historische Vereniging Noordoost-Friesland ook de nodige belangstelling is voor maritieme geschiedenis, waren we met drie man van de redactie aanwezig.

Naast de interessante lezingen over o.a. de inzet van Nederlandse onderzeeboten in de Koude Oorlog en het bezoek aan het museum zelf, maakten we van de gelegenheid gebruik om het nabijgelegen kerkhof van Huisduinen te bezoeken.
Hier ligt namelijk de in de Slag bij Kamperduin in 1797 gesneuvelde Dokkumer zeeheld Dooitse Eelkes Hinxt.
Nykle Dijkstra schreef over hem het coverartikel in De Sneuper 119.
In Tresoar ligt ook nog een Friestalig gedicht dat Dirk Lenige schreef naar aanleiding van de dood van zeeheld Dooitse Hinxt in 1797.

Na enig zoeken vonden we het bijzonder vormgegeven graf, een soort platte piramide, met enkele witte vlekken van een schimmel. Nykle had voor de gelegenheid de tekst van de grafrede die ooit moet zijn uitgesproken bij zich, en droeg deze ter plekke voor.
Nadat hij en Jacob Roep naast de steen een moment stilte in acht namen en op de foto gingen, liepen we nog even bij het huisje van de beheerder langs. Hier bleek een enthousiaste man te zitten, de heer Duyvelshoff, een voormalig steenhouwer. En hij kende Hinxt ook wel degelijk! Hinxt wordt zelfs in drie pagina's genoemd in een boekje wat ter plekke te koop is over bijzondere graven op het kerkhof. Alleen jammer dat hij daarin als Leeuwarder wordt genoemd!
Volgens Duyvelshoff moet er weinig van Hinxt overgebleven zijn nadat hij in de slag omkwam. Hoewel in de verslagen staat dat hij met name aan zijn handen gewond was, zou mogelijk alleen de romp begraven zijn!
Afijn, na een gezellig onderhoud en de belofte dat we het artikel over Hinxt zouden mailen, vertrokken we weer.

Het bijzondere is dat Nykle onlangs ontdekte dat er ook nog een miniatuurportret van Hinxt bestaan heeft. Hij kwam er achter dat dit portret van Hinxt getoond is bij de Historische Tentoonstelling van Friesland in 1877 in het Hr.Ms. Paleis te Leeuwarden, naast Tjerk Hiddes de Vries!  Het is toen getoond door een verre nazaat (Tobias Theodosius Hinxt uit 's-Heerenberg), en het vermoeden was dat het daarna is overgegaan naar de familie Rompel. Dit bleek helaas bij navraag (nog) niet het geval te zijn.
Het kan ook bij nazaten in Zuid-Afrika zijn terechtgekomen. Maar mocht u het toevallig weten, laat het ons dan weten! Wordt vervolgd!