zaterdag 22 november 2014

Foeke Sjoerds populair bij zilveren lepel-vervalsers

Enkele jaren geleden werden wij benaderd door een sneuper die via een online veiling-site een antieke zilveren lepel had gekocht met de inscriptie 'F Sjoerds' en het jaartal 1763. De koper dacht
daarmee een waardevol stuk antiek aangeschaft te hebben dat in het bezit van de Friese geschiedschrijver Foeke Sjoerds uit Oosternijkerk/Ee zou zijn geweest.

Na consultatie van Friese zilverkenner Jan Schipper bleek al gauw dat het een veel jongere lepel was, waarop een slimmerik blijkbaar middels de inscripties een oudheidsstempel probeerde te drukken.

Via Ebay is nu weer een dergelijke lepel opgedoken. Ook nu weer een quasi-oude zilveren lepel en wederom F Sjoerds en het jaartal 1763
Hij werd zelf in 1713 geboren, dus de indruk wordt gewekt dat hij het als geschenk voor zijn 50e verjaardag zou hebben gekregen. Van de nu aangeboden lepel is zelfs duidelijk dat er een laat-19e eeuwse jaarletter in het zilver is aangebracht. Laat u dus niet foppen en verspil geen geld aan dergelijke vervalsingen!

maandag 17 november 2014

Genealogysk jierboek 2014 met voorouders Jacob Benckes

Door Jan de Vries

Op zaterdag 29 november as. verschijnt het Genealogysk jierboek 2014 met daarin het artikel 'De parentelen van Bencke Abes en Otte Jacobs Hinnema van Koudum'. Genoemde mannen zijn de oudst bekende stamvaders van de zeeofficier Jacob Benckes (1637-1677). Bencke en Otte leefden in de 16e eeuw en hun families zijn in het artikel gevolgd tot ongeveer het jaar 1811, toen de Burgerlijke Stand werd ingesteld. Het artikel is Nederlandstalig en omvat 151 pagina's. U kunt het Genealogysk Jierboek bestellen via het bestelformulier.

Graag attendeer ik u op het heugelijke nieuws dat ook mijn manuscript Jacob Benckes en zijn wereld in boekvorm zal worden uitgegeven. Binnenkort hoop ik u u nadere informatie te sturen.

Het Jierboek 2014 zal worden gepresenteerd tijdens een bijeenkomst van het Genealogysk Wurkferbân fan de Fryske Akademy te Leeuwarden. Het programma vindt u in de bijlage, en tevens aanvullende informatie over het Jierboek 2014 en bestelgegevens. Mocht u deze bijeenkomst willen bijwonen dan bent u van harte welkom, ook als u niet bij het Genealogyk Wurkferbân bent aangesloten. In dat geval svp aanmelden via een reactie naar Jan de Vries.

GENEALOGYSK WURKFERBAN

Utnoeging foar de jierboekgearkomste op sneon 29 novimber 2014, de middeis om 13.30 oere yn it HSL, Grienewei 1 yn Ljouwert (njonken Tresoar / Afûk); seal iepen om ien oere.

Wurklist (via Ype Brouwers):
1.    Iepenjen
2.    Meidielings en ynkommen stikken
3.    Ferslach fan 8 novimber 2014
4.    Utrikking fan Genealogysk Jierboek 2014, taljochting troch de auteurs
-  Ron Postma:    Epke, the flying Dutchman fan De Lemmer
-  Petronella J.C. Elema:    Stamreeks Ringersma (Lippenhuizen)
-  Kees P. de Boer:   Rispens, de neiteam fan Ocke
-  Pieter Nieuwland:    Tresling
-  Jan de Vries:    De parentelen van Bencke Abes en Otte Jacobs Hinnema van Koudum
Fryske Rie foar Heraldyk:    Wapenregistraasje

Nei eltse ynlieding is koart gelegenheid ta neipetear

5.    Omfreegjen
6.    Sluten

Fierdere datums fan dit winterskoft:
10 jannewaris 2015
7 febrewaris 2015
14 maart 2015 (mei NGV Friesland)
11 april 2015

donderdag 13 november 2014

Lezing Erik Betten over Dokkumer Ee, zondag 23 november

Historicus-journalist Erik Betten vertelt over de Dokkumer Ee. Hij publiceerde in juni ‘Het boek van de Ee’, over het ontstaan en de ontwikkelingen van deze bijzondere waterweg tussen en Dokkum.
Plaats: Historisch Centrum Leeuwarden / HCL (Groeneweg 1).
Leeuwarden
Aanvang: 14.00 uur.
Organisatie: HCL.
Toegang: gratis.

En voor veel van onze leden dichterbij:
Op dinsdag 18 november 2014 om 20.00 uur in de
Doopsgezinde Kerk aan de
Legeweg 14 in Dokkum.

Tegenwoordig kent men de Dokkumer Ee als route tussen Leeuwarden en Dokkum voor de pleziervaart, als onderdeel van de Elfstedentocht of van de topografie wat vroeger op de basisschool geleerd moest worden. Voor mensen die bij de Dokkumer Ee opgroeiden, er op leerden schaatsen of werkten is deze waterweg veel meer dan dat.
Erik Betten schetst een beeld van de waterweg aan de hand van onderwerpen zoals het ontstaan van de Dokkumer Ee, de ontwikkeling en de rol als waterweg, aangevuld met illustraties en kaarten.

Erik Betten (Leeuwarden, 1976) is auteur, journalist en historicus. Na zijn afstuderen ging hij bij de NOS aan de slag. Geschiedenis bleef een belangrijke rol spelen in zijn werk. Zo werkte hij ook bij Noordhoff Uitgevers als schrijver van geschiedenisboeken. Tegenwoordig is Erik Betten werkzaam bij het Friesch Dagblad als verslaggever.

Eerder verschenen van zijn hand ‘De Fries. Op zoek naar de Friese identiteit’, ‘Kloosters in Friesland’ en ‘Reisgids Friese Elfsteden’.

dinsdag 11 november 2014

Tienminutenpraatjes NGV Friesland op zaterdag 15 november

Legitimatie voor gevluchte kinderen uit Hongarije
Antonia Veldhuis te Veenwouden over “Kindertransporten na de Eerste Wereldoorlog
Na de Eerste Wereldoorlog was de toestand in veel landen nijpend. Om enige verlichting hierin te brengen kwamen de zogenaamde kindertransporten op gang. Kinderen uit Oostenrijk, Polen, Tsjecho-Slowakije en Hongarije kregen enige weken onderdak bij mensen in landen die het beter hadden. In Noordoost-Friesland kwamen veel Hongaarse kinderen (we hebben er enkele artikelen over gepubliceerd in De Sneuper).
Nederland gaf tussen 1919 en 1927 aan ruim 150.000 kinderen onderdak.
Meestal bleven ze een korte periode (6 tot 10 weken), anderen maanden.
En enige honderden (of duizenden?) vestigden zich voorgoed in ons land. Antonia Veldhuis deed onderzoek hiernaar en vertelt ons hierover.

Bouwe van der Meulen te Leeuwarden over “De familie Wiegersma uit Dantumadeel” Dit is veruit de grootste familie Wiegersma in Friesland. Aan deze familie is de geschiedenis van de Doops-gezinde Gemeente en de Vermaning in Dantumawoude (herbouwd in 1767) onlosmakelijk verbonden.
Het lidmatenboek begint in 1728. Bekende namen in de 18de eeuw zijn Wyger Martens, Marten
Wiegers en Wyger Martens, en in de 19de eeuw Andries Wygers Wiegersma, die de familienaam aannam.
In de 19de eeuw is de familie sterk uitgebreid. Door huwelijken van de dochters komen veel andere families in het nageslacht voor.
Die waren niet allemaal doopsgezind.
Veel nakomelingen waren in de 19de eeuw hervormd, en na de doleantie gereformeerd.

Jarich Renema te Heerenveen over “De familie Wigmana” (bekend van de schilder Gerardus Wigmana die het schilderij Maaltijd te Dokkum in 1697 schilderde)
"Waarvan Pieter Sibles, schoon oudt, riviervis nog met schobben en alles konde verteeren".
Aan de tienminutenpraatjes gaat een korte afdelingsledenvergadering vooraf.

De tijd die overblijft is bestemd voor onderlinge informatie-uitwisseling. Het zou leuk zijn als iedereen zijn eigen genealogie, kwartierstaat, foto’s en andere gegevens
zou meenemen, in de computer of op papier, om er een gezellige middag van te maken.
Wie weet wat voor leuke verwantschappen er worden gevonden!
Leden van de NGV en belangstellenden zijn van harte welkom op onze bijeenkomsten!
De lokatie is het HISTORISCH CENTRUM LEEUWARDEN, bij de Prinsentuin.
Aanvang 13.30 uur. Toegang is vrij. Parkeren kunt u in de parkeergarage Oldehove.

zondag 9 november 2014

Amsterdamse School heeft roots in Dokkum

Door Ron Keizer (Achterkleinzoon van Franciscus Hubertus Edelman )

Onlangs is een boek verschenen over de architect Jo(h)an Melchior van der Meij.
Hij is een buitenechtelijke zoon van Franciscus Hubertus Edelman (geboren in Dokkum 29-10-1840, zoon van Jacob Hendrik Edelman en Marta Gerardus Raadsma) en Akke van der Meij (geboren in Workum 31-12-1848, dochter van Abraham Gerrits van der Mey en Elisabeth Beerends Schotanus).

Joan Melchior van der Meij (1878-1949) staat bekend als een van de grondleggers van de Amsterdamse School. Als winnaar van de Prix de Rome (1906) en de Damprijsvraag (1908) werd hij in zijn tijd gezien als veelbelovend, aanstormend talent.
Al vroeg in zijn carrière kreeg hij de opdracht voor wat zijn beroemdste schepping zou worden: Het Scheepvaarthuis (1911) een luxe kantoorgebouw voor zes rederijen.
Nog in datzelfde jaar trad hij in dienst als esthetisch adviseur bij de Dienst der Publieke Werken in Amsterdam. Hier realiseerde Van der Meij een groot aantal bruggen, utilitaire gebouwen en stedenbouwkundige plannen, waarbij hij dankbaar gebruikmaakte van de nieuwe bouwmaterialen en technieken (zoals fotografie) die de moderne tijd hem bood. In deze roerige periode, vol politieke en economische crises, groeide Amsterdam uit van provincieplaats tot een moderne stad. Van der Meij droeg hieraan bij met zijn ontwerpen voor vele woningbouwcomplexen in de twintigste-eeuwse uitbreidingswijken.

Architectuurhistoricus Michiel Kruidenier en vormgever Paul Smeets behandelen de rol van Van der Meij binnen de Amsterdamse School en de Nederlandse architectuurgeschiedenis aan de hand van talloze, nooit eerder gepubliceerde tekeningen, brieven en foto's. Het boek beschrijft het turbulente leven van Van der Meij, vol roem en succes, rampspoed en financiële sores, en bevat tevens een compleet overzicht van zijn werk.

Het boek is uitgegeven door NAI010 in Rotterdam, ISBN 978-94-6208-157-4 prijs € 39,50.
Het fotomateriaal is van Paul Smeets.

Update: Een reactie (van Reinder Postma) op Martha Raadsma, de grootmoeder van Joan : Haar broer was Hendrik Raadsma, gemeentearchitect van Oostdongeradeel en ontwerper van het kerkje van .. in ieder geval wordt hij genoemd in Herma v.d. Berg - Oostdongeradeel. Hendrik Raadsma was in tweede echt verbonden met Aafke Hiemstra, een zus van mijn overgrootvader Reinder Hiemstra naar wie ik ben genoemd.

woensdag 5 november 2014

Nieuwe boeken over het Nederlandse hofje

De Hollandse steden Haarlem en Leiden staan bekend als ‘hofjesstad’, en veel bezoekers gaan er op
hofjeswandeling, langs de verstilde en besloten groene stadsoases waar nog altijd woonruimte wordt geboden aan ouderen – en tegenwoordig ook jongeren – met een smalle beurs. Maar het hofje is niet alleen Leids en Haarlems verschijnsel, ook in bijvoorbeeld Amsterdam en Alkmaar zijn er veel, en buiten Holland zijn er ook nog heel wat van bewaard gebleven, zij het soms beter bekend onder een andere naam, zoals in Friesland en Groningen, waar men meestal spreekt van gasthuizen.

Met name in Leeuwarden en de stad Groningen zijn er nog her en der gasthuizen te vinden, en misschien wel een van de beroemdste en fraaist gelegen gasthuizen is het Poptagasthuis in Marssum, in 1711 gesticht door de Leeuwarder advocaat Henricus Popta(1635-1712) die zijn grootgrondbezit en state naliet aan zijn gasthuis. Mede daardoor is het Poptaslot als één van de weinige Friese states goed bewaard gebleven. Het mag wel gelden als een zeer bijzonder museum, niet alleen voor Friesland, maar voor Nederland in het geheel.

De nog bestaande Nederlandse hofjes, waaronder ook het Poptagasthuis, zijn sinds een vijftiental jaren verenigd in de Stichting Landelijk Hofjesberaad, die opdracht heeft gegeven voor een reeks van acht handzame, rijkelijk geïllustreerde en toegankelijk geschreven boeken over verleden, heden en toekomst van het Nederlandse hofje. De eerste twee delen van deze hofjesreeks (http://www.uitgeverijvanstockum.nl/hofjes.php) zijn net uitgekomen.

Hofjes als paleizen. Stichters, bouwers en bewoners in de 17de en 18de eeuw, geschreven door historicus Henk Looijesteijn (http://socialhistory.org/nl/staff/henk-looijesteijn), beschrijft de grote bloei van het hofje in de Gouden Eeuw, toen hofjes op een voorheen ongekend grote schaal en volgens de nieuwste architecturale modes werden gebouwd. Buitenlandse bezoekers aan Nederland schreven toen vaak over wat zij beschouwden als ware paleizen voor de armen. Aan de hand van het voorbeeld van het grootste hofje uit de Gouden Eeuw, het Hofje van Nieuwkoop in Den Haag, wordt achtereenvolgens ingegaan op de algemene vraag wat voor mensen zo’n hofje stichtte, waarom hij of zij dat deed, door wie en hoe ze werden gebouwd en wat voor mensen er woonden.

Open en besloten. Het hofje is terug van nooit weggeweest, geschreven door architectuurhistoricus Dorine van Hoogstraten (http://www.dorinevanhoogstraten.nl/) beschrijft de ontwikkeling van het hofje als bouw- en samenlevingsvorm in de loop van de twintigste eeuw: werd het hofje aanvankelijk nog beschouwd als reliek van een voorbij tijdperk, het hofje wordt nu weer, door beleidsmakers, woningbouwverenigingen en architecten, herontdekt als een woonvorm bij uitstek geschikt voor de eenentwintigste eeuw. Het hofje heeft kortom niet alleen een lang verleden, maar staat ook een gouden toekomst te wachten.

Zal er weer een Henricus Popta opstaan in Friesland? Misschien is dat dus slechts een kwestie van tijd.
Beide boeken zijn rechtstreeks bij de uitgever te bestellen (http://www.uitgeverijvanstockum.nl/), bij de boekhandel, of via Bol.com.

Henk Looijesteijn, Hofjes als paleizen. Stichters, bouwers en bewoners in de 17de en 18de eeuw (Den Haag, Uitgeverij van Stockum, 2014). ISBN: 978 90 7009 513 0, 112 blz., geb., geïll., € 19,50 (incl. 6% BTW)

Dorine van Hoogstraten, Open en besloten. Het hofje is terug van nooit weggeweest (Den Haag, Uitgeverij van Stockum, 2014) ISBN: 978 90 7009 511 6, 112 blz., geb., geïll., € 19,50 (incl. 6% BTW)

zondag 2 november 2014

Adrianus Bergsma en de Koning van Groningen

Het Groninger Museum heeft een speciale tentoonstelling gewijd aan Jan Albert Sichterman (1692-1764), ooit de rijkste man van Groningen. Op jonge leeftijd had hij in een duel een tegenstander gedood en moest zijn toevlucht zoeken bij de VOC. In de overzeese gebiedsdelen werd immers niet gevraagd naar iemands achtergrond. Hij werd uiteindelijk baas van de factorij in Bengalen (het huidige Bangladesh) en kon zich door de nodige privéhandel gigantisch verrijken. Hij was ook een groot verzamelaar en liet o.a. grote hoeveelheden familieporselein (Chine de commande), geschilderde portretten en tafelzilver maken met daarop prominent het familiewapen met een eekhoorn. Het museum heeft de inmiddels verspreide stukken voor een groot deel verenigd in de tentoonstelling De Koning van Groningen. Zelfs zijn bijzondere huisdier, de neushoorn Clara, kwam mee terug naar Groningen en baarde later door heel Europa opzien. En aangezien Sichterman de commandeur van de VOC-retourvloot was toen hij terug naar huis kwam, kreeg hij van de Heren Zeventien een gouden ketting met herinneringsmedaille. Hiermee staat hij ook prominent afgebeeld op een schilderij. Omdat zijn eigen ketting met medaille niet meer in een bekende collectie aanwezig is, is er op de tentoonstelling een gelijkend exemplaar tentoongesteld uit de Nationale Numismatisch collectie van DNB. Met dien verstande dat de medaille van Sichterman, via de Kamer Middelburg van de VOC, lichtelijk afwijkt van de medaille van de Kamer Amsterdam die in de vitrine ligt. Het is de VOC-medaille of penning van de in 1740 als commandeur van de VOC-retourvloot terugkerende Adrianus Bergsma, die als Advocaat-Fiscaal in Batavia werkte. In 1734 vertrok hij met neef Eyso de Wendt (uit een van oorsprong Deense familie) op de Kerkwijk en repatrieerde in 1740 met de Gunterstijn.
De inscriptie luidt: ALZO D’ HEER MR ADRIANUS/BERGSMA GEWESENE ADVOCAET/ FISCAAL VAN NEDERLANDS/ INDIEN ALS COMMANDEUR/ DE RETOURSCHEEPEN VAN DE/ NEDERLANDSCHE GEOCTROYEERDE/ OOSTINDISCHE COMP. ONDER/ ZYNE VLAGGE GEWEEST ZYNDE/ IN DEN JAARE 1740 IN GOEDE/ ORDRE BEHOUDEN IN DE HAVENE/ DEZER LANDEN HEEFT OVERGEBRAGT/ WORD HEM DEZE MEDAILJE EN/KETTINGH TOT EEN GEDAGTENISSE/ VEREERD/.

De familie Bergsma komt oorspronkelijk uit Engwierum van de boerderij Barwegen en heeft een familiewapen met een drietal varkentjes (bargjes, vandaar Bargsma, Bergsma) die o.a. op een rouwbord in de kerk van Jouswier te zien zijn. Adrianus was in 1702 geboren in Dokkum als zoon van Engwierumer Pieter Arriens en Trijntje de Wendt en keerde daar ook terug. Ook enkele van zijn neven traden in dienst van de VOC en zelfs een nichtje, Titia, die beroemd werd in Japan als eerste westerse vrouw.

Met de bij de VOC vergaande rijkdom kochten de Bergsma's veel stemmen op in Noordoost Friesland, wat ze grote politieke macht gaf en daardoor bij velen niet populair maakte.

dinsdag 28 oktober 2014

Inhoudsopgaven Genealogyske Jierboeken van de Fryske Akademy

Zoals vele van mijn medeleden van de Historische Vereniging Noordoost Friesland te Dokkum inmiddels wel weten ben ik verzot op namenlijsten en indexen. Niet voor niks is dat een van de rijkste bronnen voor sneupers op onze website. Deze rubriek Indexen bevat namen uit bronnen uit grofweg de afgelopen vijf eeuwen. Eigenlijk vind ik dat van elk nieuw boek uit onze regio een namenlijst/index op de site zou moeten komen. Voor vele onderzoekers zeer waardevol (staat er een familielid van mij tussen?) en voor de auteur een prachtige bron voor aanvullende informatie of bestellingen van het boek. Insturen dus mensen!

Voor vele genealogen is dan ook het Friese Genealogysk Jierboek van de Fryske Akademy een mooie bron die al tientallen jaren wordt uitgegeven. Een echt goed overzicht van de inhoud en namen in die jaarboeken is echter niet op 1 plaats te vinden. Wel zijn soms nog oude exemplaren te bestellen. Ooit heeft ene Rynja ze in verschillende delen online gezet waardoor we nu via het webarchief alvast iets hebben (zie de links hieronder).

Ons redactielid Piet de Haan was zo vriendelijk de aanvullende jaren qua inhoudsopgave over te typen. Hopelijk vindt u er ook iets van uw gading tussen! Vooral het Genealogysk Jierboek 2009 bevat veel artikelen die interessant zijn voor sneupers uit Noordoost-Friesland!
  • Inhoudsopgave Genealogysk Jierboekje 1951-1989 (site Rynja)
  • Inhoudsopgave Genealogysk Jierboek 1990-2000 (site Rynja)
  • Inhoudsopgave Genealogysk Jierboek 2001-2007 (site Rynja) 
  • Genealogyske Jierboeken 2008-2012 (jaar, auteur, titel, paginanummer)

    2008
    Andries Koornstra
    Tjebbinga
    7
    2008
    Rindertje Bouma
    Boelens/Boeles III
    It foargeslacht fan ds. Pieter Jitses Boeles (1795-1875)
    123
    2008
    Reitze Jonkman
    Genealogie Posthuma
    151
    2008
    Pieter Nieuwland
    Albert Hendriks Maneveld (1803-1861): het levensverhaal van een 'loser'
    223
    2008
    Fryske Rie foar Heraldyk
    Wapenregistraasje
    261
    2009
    Mr J.T.  Anema
    Het Friese geslacht Van Sinderen
    7
    2009
    Onno Hellinga
    Hanya fan Holwert
    37
    2009
    Nico L. van der Woude
    Boeren op Onser Lyewe Vrouwen Smelligeraconvent. Nazaten van Arent Saeckes [ca 1571- ca 1624)
    67
    2009
    Reid van der Leij en
    Menno de Lange
    Parenteel van Keimpe Feitses
    99
    2009
    Mr O. Schutte en
    drs Ype Brouwers
    Kwartierstaat Van der Mey in parentelen
    147
    2009
    Pieter Fokkes Visser
    De grafkelders op het kerkhof te Oudwoude
    309
    2009
    Fryske Rie foar Heraldyk
    Wapenregistraasje
    319
    2010
    Gerrit Boeijinga
    Fullenius
    7
    2010
    Leo van der Hoff
    Het nageslacht van Jurrien en Peter Albertsz
    101
    2010
    Joop Wouda
    De familie Doma van kloostermeiers tot kloosterbezitters
    177
    2010
    Mr J.T. Anema
    Lambsma parenteel van Symen Scheltes
    209
    2010
    Menno de Lange en
    Rob Boom
    Genealogie Jellema (Jellum, Leeuwarden)
    233
    2010
    Onno Hellinga
    Friese Meinsma har erf- en rjochtsopfolgers: Herbranda en Meynsma
    263
    2010
    Fryske Rie foar Heraldyk
    Wapenregistraasje
    353
    2011
    Jan de Vries
    Zeventiende-eeuwse Staversen, naar aanleiding van het inventariseren van de grafschriften in de Nicolaaskerk
    7
    2011
    Onno Hellinga en
    Paul N. Noomen
    Genealogie Ayttana
    125
    2011
    Fryske Rie foar Heraldyk
    Wapenregistraasje
    309
    2012
    Melle Koopmans en Jarich Renema
    Yn memoriam Reid van der Ley
    7
    2012
    Mr. O. Schutte
    Kwartierstaat van de kinderen van Jacob Simons Kuiper (overl. 1779) en Maria Esges (overl. 1782), Doopsgezinden te Harlingen, in parentelen
    19
    2012
    Jan T. Anema,
    Pieter Nieuwland en Simon Wierstra
    Rienks, Sipma, Blijstra en Koopmans, fjouwer stagen út itselde laach
    117
    2012
    Jarich Renema
    Parenteel Bocke Bockes
    229
    2012
    Fryske Rie foar Heraldyk
    Wapenregistraasje
    341

    2013
    Jan Th. M. Melssen, Een kroniekje van de familie Hachtingius, pagina 7
    Otto Schutte, Kwartierstaat Van der Veen (Harlingen), in parentelen, 81
    Kees P. de Boer, Rispens, de neiteam fan âlde Ulbet, 167
    Ype Brouwers, Parenteel Walpert, 211
    Fryske Rie foar Heraldyk, Wapenregistraasje, 287
     

zondag 26 oktober 2014

Boek over Nes laat het verleden herleven

Op zaterdag 25 oktober werd in Nes het eerste exemplaar van het boek “Nes en haar bewoners” uitgereikt. Dorpshuis de Nespel zat vol met Nessemers en oud-Nessemers die met spanning uitkeken naar hun eigen exemplaar.

Het boek is geschreven door Jan de Jager. De Jager is al jaren lang fervent archiefonderzoeker en besteedt zeker 20 uur per week aan deze hobby. Hij werkte o.a. mee aan de boeken Praatstoel 1 en 2 van de Historische Vereniging Noordoost Friesland. Van deze vereniging is De Jager ook al jaren bestuurslid. Na het uitbrengen van het familieboek over de Hellinga’s werd in 2011 een boek over Wierum uitgebracht. Een logische vervolgstap is dan een boek over Nes, omdat je bij onderzoek over dit vissersdorp ook zaken over Nes tegenkomt. Het is samen ook één kerkelijke gemeente.

De Jager heeft de aanwezigen uitgelegd hoe het onderzoek tot stand is gekomen. Hij heeft alle kerkelijk doop en trouwboeken doorgeploegd voor zijn gegevens, net als de bevolkingsregisters vanaf 1811 t/m 1939. Er werd gepresenteerd hoe deze boeken eruit zagen om hier een indruk van te geven. De gegevens na 1939 zijn moeilijker, omdat deze niet in archieven zitten. Er is twee maal een verzoek door het dorp gegaan om gegevens van de familie aan te leveren. Dit heeft veel resultaat opgeleverd, maar hierdoor kunnen wel personen ontbreken. Doordat datums in verschillende bronnen soms tegenstrijdig zijn, kunnen daar soms afwijkingen in zitten. Een belangrijke uitdaging was ook het scheiden van de Nessemers van de inwoners uit Moddergat. Moddergat viel vroeger onder Nes en niet alle huisnummers waren duidelijk. Hierdoor kunnen er af en toe ook enkele Moddergatsters in het boek staan.

Naast de gegevens over inwoners is het boek aangevuld met artikelen uit kranten en uiteraard foto’s. Een mooi stuk wat ook volledig is opgenomen is het uitgetypte levensverhaal van Jan Kooistra, timmerman in Nes. In 1938 droeg hij de zaak over aan zijn zoon Pieter Kooistra, die bij de oudere Nessemers nog wel bekend is. Dit levensverhaal biedt een inkijkje in het leven in Nes vanaf 1874.

Na de korte presentatie werd het eerste boek uitgereikt. Het boek zou worden uitgereikt aan Andries Meinema, die als familielid van de Jager ook een inspirator voor het boek was. Vanwege zijn hoge ouderdom kon hij niet aanwezig zijn. Gelukkig waren zijn dochter Durkje en schoonzoon Theo Dijkstra bereid het boek voor hem in ontvangst te nemen. Daarna kon het boek opgehaald worden in de zaal onder het draaien van een fotopresentatie. Dit leidde tot veel herkenning en nieuwe oude verhalen.
Wilt u het boek ook in uw bezit krijgen?  Dan kunt u het op werkdagen bij Jan de Jager tegen contante betaling van € 45 afhalen tussen 17.00 en 18.00 uur op Kouwe 9 te Dokkum. 
Kunt u het ook niet af halen dan kunt u 47,50 (Boek en verzend- en verpakkingskosten) overmaken op nummer: NL12RABO0307865908 t.n.v. J de Jager onder vermelding ‘boek Nes’ en uw adres gegevens. Het boek wordt u daarna zo spoedig mogelijk toegezonden.  Mocht u nog inlichtingen willen dan kan dat op nummer 0519-220135 of via een e-mail naar kouweg@knid.nl.

woensdag 22 oktober 2014

Facsimile-editie van de Schotanus-Atlas uit 1718

Bernard Schotanus à Sterringa (1639-1704) was zestien jaar bezig om heel Friesland in kaart te brengen. In 1698 verscheen zijn Friesche Atlas, die terecht geldt als een hoogtepunt van de toenmalige cartografie.
Bovendien zijn de kaarten een lust voor het oog dankzij de fraaie versieringen van de kunstenaars Jan en Caspar Luyken. Twintig jaar later, in 1718, bracht de Leeuwarder boekhandelaar François Halma een tweede, vermeerderde editie uit onder de titel Uitbeelding der Heerlijkheit Friesland.

Uitgeverij Asia Maior/Atlas Maior wil van deze Halma-editie een facsimile uitbrengen, in samenwerking met de Fryske Akademy, Tresoar en het Fries Museum.
De pronkatlas wordt geleverd met een aanvullend boek van ca. 250 pagina’s, waarin meerdere auteurs ingaan op Schotanus en zijn werk.
De unieke tweedelige set heeft een beperkte oplage van 125 genummerde exemplaren en kost € 1375, met inbegrip van een luxueus bedrukte opbergdoos, BTW en bezorgkosten. De verschijning is gepland voor het najaar van 2015, onder voorbehoud van voldoende voorintekenaars.

Voor meer informatie kunt u terecht op de website van Uitgeverij Asia Maior/Atlas Maior (www.asiamaior.nl).
U kunt ook direct naar het bestelformulier.

zondag 19 oktober 2014

Moord en een vreemde Aylva in Jorwerd

Na de publicatie in De Sneuper 106 over Hans Willem baron van Aylva, de ontzaglijke generaal, en de discussie over de uitspraak van de familienaam door Hessel de Walle en Simon Wierstra zal
voor vele sneupers deze familie in het geheugen gegrift zijn.
Het is dan ook leuk als op onverwachte plaatsen in Friesland weer telgen uit de familie Van Aylva opduiken. Recent was onze inscriptie-jager Hessel de Walle in de kerk van Jorwerd, wereldberoemd geworden door het boek van Geert Mak: Hoe God verdween uit Jorwerd.
Hoewel hij er inmiddels ook weer over twijfelt.
Hessel vond een grafsteen met een nog merkwaardiger spelling van de naam Van Aylva dan tot nu toe bekend was: Alaua.
Dit staat er op grafzerk nummer 3203 uit Jorwerd (notabene ook nog een moord!):

A[no] XVC LXV de X decebris is ger[u]st die eerbare iuffrouw Yda va Gratiga sy echte huisfrow

Ano XVC LXIX tuske de 2 en 3 decebris i der nacht vermoordt i sy slaepkamer de eerentveste heerscip Wattie va Hania

Ao LXX de XXIJ marsij is gerust Wattie Hania haere z

Memori Hania Doenia Gratinga Alaua Gloria

En tria contegit hoc exsanguia corpora sax ...

versibus haec quae sint erudie[re?] ...eis

cui vita eripuit vatimus Hania ...o

impius hic sua post tristia fata cub...

cuius in hoc coniunx claudit latus Ida sepu...

quae Gratingano e sanguine creta su...

filius his iunctus est et vatimus hospes

hos ora ut iungat gaudia vera poli

Het gaat hier om een verwijzing naar Gatske (Gaets) Epes Aylva die gehuwd was met Sikke Bokkes Gratinga. Als ik het goed begrijp is de zerk van een kind van hen omdat Gaets zelf te Franeker begraven is. Bij Simon Wierstra zien we meer details over dit echtpaar:
Kinderen van Epe van Aylva, gehuwd met  Beatrix Watzesdr van Walta, overleden na 22 mei 1531, begraven Bolsward ,grafsteen, dochter van Watze van Walta en Auck Ndr.
Uit dit huwelijk:
1   Tjaert van Aylva, volgt onder VII-b.
2   Watze van Aylva. Mr.Watze was pastoor in Witmarsum.
3   Gaets van Aylva, overleden 1523, begraven Franeker ,grafschrift.
Zij werd bij haar twee overleden zoons begraven te Franeker.
Gaets was gehuwd met Sicke van Gratinga, overleden 1538/1542, begraven Hitzum, zoon van Bocke van Gratinga, ook Bocke Burmania en Hilck Laesdr van Eelsma.
Hij woonde op Gratingastate te Hitzum,wat hij geërfd had van de "âlde Sicke" te Almenum, naar wie hij was genoemd. Over deze "âlde Sicke thoe Nyehuys" zie GJB 1995-144.

Bij R.v.A.1511 heeft Sicke Gratinga van Hitzum veel bezit.

Hof van Friesland (HvF) 16481-452 d.d.4-4-1536:Sicke voor zijn vrouw Popck contra Renick Pieters.

HvF 16481-516,576 d.d.3-10-1536 en 20-12-1536:Sicke voor zijn vrouw Popck contra Sybrant van Roorda te Spannum voor zijn vrouw Haring.

HvF 16481-777 d.d.6-11-1537:Sicke voor zijn dochter Ydt bij zijn vorige vrouw Gaets contra zijn schoonvader Epe Aylva.

HvF 16481-145 d.d.20-12-1538:hij behartigt de zaken van zijn vrouw Popck inzake land te Boer.

Hij testeerde op 5-5-1525 (zie hiervoor ook DDD1-127 d.d.9-1-1621 met verwijzing naar Sicke en een testament d.d.24-6-1562).

Op zijn graf te Hitzum stonden de kwartierwapens van zijn 4 grootouders.

Zie voor hem uitvoerig Genealogysk Jierboek 1994-26,27 en verder ook GJB 2000-140 en GJB 1995-149.

Sicke was weduwnaar van Ydt van Dekema, overleden v 1520, dochter van Juw van Dekema, ook Julius en Catryn van Hottinga.

Sicke was later gehuwd met Popck Sybrensdr van Bonga, afkomstig uit Kimswerd, overleden 1558/1559, dochter van Sybren Doytzes Bonga en Gaets Haringsdr van Harinxma.