Posts tonen met het label expositie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label expositie. Alle posts tonen

dinsdag 28 augustus 2018

De Witte Papoea uit Wierum

Schip van Kamma, Jonge Freerk, in Engeland
In Wierum wordt dit jaar veel aandacht besteed aan Freerk Christiaans Kamma. De activiteiten vinden plaats als een Under de Toer project in het kader van Culturele Hoofdstad 2018. Een expositie over Kamma is te zien tot en met 15 september 2018 in Museumkerk Eben Haëzer. Blijvend zijn echter de expositie-uitgaven. Deze zijn zeker de moeite waard.

Freerk Kamma (1906-1987) stamt uit een Wierumer vissersgeslacht, maar betekende later als zendingswerker en antropoloog veel voor de Papoeabevolking in Nieuw Guinea. Zoveel, dat hij door hen zelfs de witte Papoea wordt genoemd!

Hoewel Kamma met tussenpozen ruim 30 jaar in Nieuw Guinea werkte, is hij Wierum nooit vergeten. Zo leidde hij in 1968 de herdenkingsdienst bij de onthulling van het vissersmonument op de dijk in Wierum. Dit monument herdenkt de Ramp van 1893, waarbij 22 vissers omkwamen. Ook Kamma’s grootvader Freerk Christiaans Kamma was een van de omgekomen vissers.

Bernard Keizer, opgeleid als cultureel antropoloog en later hervormd predikant kwam in 2016 in aanraking met het leven en werk van Kamma. Hij schreef het boek: Freerk Kamma, de witte papoea. In mooie, begrijpelijke taal beschrijft hij het leven van Kamma. Daarin wordt ook op een mooie manier de link gelegd tussen zijn verleden in Wierum en zijn leven in Nieuw Guinea. Zo wordt beschreven, dat Kamma als varende zendingswerker veel profijt had van zijn opleiding aan de zeevaartschool in Wierum. Ook wordt een verband gelegd tussen zijn drang om goed te doen en zijn schuldgevoelens over de verdrinkingsdood van zijn vader. Maar Wierum blijft altijd in zijn hart, getuigen zijn woorden op een dorpsreünie : “Hwêr’t wy yn ‘e wrâld ek hinne stouwe, wy sille altiten Wierumers bliuwe.”  

Freerk Kamma
Een tweede expositie-uitgave is van de hand van Freerk Christiaans Kamma zelf. In de Tweede Wereldoorlog verbleef Kamma geruime tijd in het jappenkamp Pare-Pare. Kamma was een zeer goede verteller en vertelde ook veel over zijn jeugd in Wierum. Hij werd door zijn lotgenoten aangemoedigd om zijn jeugdherinneringen op papier te zetten. Dit leidde tot het boekje “de visschersvloot komt, Jeugdherinneringen over Wierum door Freerk Christiaans Kamma”. In dit door Kamma geïllustreerde boekje maken we kennis met het Wierum aan het begin van deze eeuw, waar de vaders veelal ver van huis waren, omdat ze werkten op de haringloggers, maar waar ook nog de vis bij afslag werd verkocht onder aan de dijk. Ook wordt beschreven over het (bij)geloof in tsjoensters en tsjelwiven in Wierum. Ook gaat Kamma in op de stap van zijn ouders om van de visserij over te stappen naar de binnenvaart. Ze voeren op het roefschip “de Jonge Freerk”, welke nog steeds bestaat en nu als woonschip dient in Engeland. De beschrijvingen van Kamma geven een goed beeld van het Wierum in het eerste kwart van de twintigste eeuw.

Meer informatie op: http://www.museumkerk.nl/archieven/413

dinsdag 18 juli 2017

Tinco Lycklama Foundation brengt Friese jonkheer terug naar Cannes

Toen ik ruim anderhalf jaar geleden door George Homs vanuit Cannes gevraagd werd of ik Tinco Lycklama a Nijeholt (1837-1900) kende, wist ik niet veel meer dan dat hij voor kwam in het boek Iran and the Netherlands, interwoven through the ages, uitgegeven in 2009 door mijn goede vriend Leo Barjesteh van Waalwijk van Doorn.

Tinco was een oriëntalist uit een Friese familie die net een generatie eerder door de koning in de adelstand verheven was (1817). De basis van de familienaam ligt bij een zoon van ene Lyckle (vandaar Lycklama) en de plaats Nijeholtpade (zie oa Genealogysk Jierboek 1998).
Enige maanden na onze eerste onderzoeken richtten we de Tinco Lycklama Foundation op, een stichting die tot doelstelling heeft bijzondere avonturiers terug in de schijnwerpers te brengen. Naast voorzitter Homs en ondergetekende als secretaris, werd Wibo Boswijk penningmeester.

We besloten een website te bouwen, een Wikipedia-pagina te starten, en via Twitter en Facebook een groep volgers op te bouwen.
In eerste instantie voornamelijk om bronnen rond Tinco te digitaliseren, zodat andere onderzoekers ook makkelijker kennis kunnen nemen van deze bijzondere man, die getrouwd was met een bijzondere vrouw: Juliana Agatha barones Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg. Deze Friese familie met Duitse roots was al veel langer van adel (hoewel Nederlandse adel pas vanaf 1814) en komt al rond 1600 in Friesland op schilderijen voor.

In Beetsterzwaag kregen we contact met Tinco-kenner Ernst Huisman (94) en zijn dochter Jikke, die veel materiaal over en van hem verzameld hebben. Ook sloot de plaatselijke stichting Historisch Beetsterzwaag zich bij onze initiatieven aan. In Wolvega, waar Tinco en zijn vrouw begraven zijn op de katholieke begraafplaats, hadden we contact met zuster Matthea Levering van de Lycklamastins. In de hal van dit verzorgingshuis hangt een portret van Tinco, evenals in een vitrine van het MCL in Leeuwarden. De voorganger, het Bonifatiushospitaal, werd namelijk met steun van Tinco's echtgenote opgericht.

Na enkele bezoeken aan Beetsterzwaag en het evenement Bourgondisch Beetsterzwaag werd steeds duidelijker dat we eigenlijk ook een tentoonstelling zouden moeten organiseren.
George Homs was al in contact met het Musee de la Castre, het stadsmuseum van Cannes waaraan Tinco zijn oriëntaalse collectie geschonken had, nadat hij naar deze badplaats verhuisde. Wat toen nog een slaperig vissersdorpje was zou, mede dankzij de gemaskerde bals van Tinco, uitgroeien tot een mondaine badplaats. We wisten de museumdirectie ervan te overtuigen dat het museum zijn feitelijke oprichter eindelijk eens in de schijnwerpers zou moeten zetten. Daarbij zou zeker aandacht geschonken moeten worden aan Tinco's Friese roots, o.a. door bruiklenen van Museum Opsterland en het adelsdiploma, onderscheidingen en portret van zijn vader die onze stichting vorig jaar op een veiling in München bemachtigde.

Wibo Boswijk kwam met het lumineuze idee om de Friese vlag van de toren van het kasteel, bovenop een heuvel, te laten wapperen. En via de vrienden van de Dokkumer Vlaggencentrale kon ik dan ook snel een Friese vlag van 2x3 meter regelen. Het was de vraag of de Franse autoriteiten dit wel zouden toestaan, maar het was het proberen waard. De vlag hing uiteindelijk anderhalve dag over de baai met luxe jachten te zwaaien.

Bij de vernissage bleek de opkomst groot! Zo'n 300 mensen, veel vanuit de Nederlandse gemeenschap aan de Cote d'Azur, luisterden naar de diverse toespraken en bezochten de tentoonstelling. Niet alleen consul Peter van Santen sprak lovende woorden, ook de burgemeester van Cannes, David Lisnard en Ellen van Selm van Opsterland kwamen aan het woord, nadat ze officieel een samenwerkingsovereenkomst getekend hadden. Daarin werd uitgesproken dat er alles gedaan zal worden om in 2018 (delen van) de collectie in Cannes naar Beetsterzwaag te brengen.

We hadden ook gehoopt dat de door ons in Parijs gevonden muziekstukken van Tinco voor ons opgevoerd zouden kunnen worden, maar dat is helaas niet gelukt. Wel zijn we bezig via Crowdfunding de stukken te laten digitaliseren, om met een breed publiek te kunnen delen. Binnenkort meer hierover!

Dat we door de expositie in Cannes al veel media-aandacht genereerden blijkt wel uit de volgende berichten:
Leeuwarder Courant: Cannes eert Friese ‘stamvader’ met tentoonstelling

Sa: Cannes ontdekt Tinco Lycklama à Nijeholt

De Woudklank: Samenwerking tussen Cannes en Opsterland voor expositie Tinco Lycklama à Nijeholt

Nice Matin: Les trésors du baron voyageur exposés au musée de la Castre à Cannes

Nice Matin: Une délégation hollandaise séduite par le village

Sa! TV: Tinco in Cannes

Langs de boulevard van Cannes, La Croisette, hingen ook diverse reclameposters met de beeltenis van Tinco!

Nu op naar 2018, waarin Leeuwarden/Fryslan 2018 als Culturele Hoofdstad van Europa fungeert, en Beetsterzwaag met een Tinco museum en allerlei nevenactiviteiten in de Culturele Hoofdstraat van zich zal laten horen!

Voor wie niet zo lang kan wachten organiseren we op zaterdag 9 september 2017 in het Familiemuseum in het Ursulinenconvent te Eijsden, tijdens de Maand van de Romantiek, nog een mini-symposium over Tinco Lycklama en het Oriëntalisme.

vrijdag 16 mei 2014

Expositie Windmotoren in Fries Landbouwmuseum Earnewâld

Van 25 mei tot 1 november 2014 organiseert het Fries Landbouwmuseum in Earnewâld een expositie over Amerikaanse windmotoren. In het Friese landschap staan nog op verschillende plaatsen deze stalen windmolens. Ze namen vanaf begin 1900 de plaats in van de oude houten watermolens zoals de tjasker, de spinnekop en de monniksmolen.
In eerste instantie werden veel windmotoren, met namen als 'Herkules Metallicus', geïmporteerd vanuit Amerika en Duitsland. Later gingen Friese bedrijven, zoals Gebroeders Bakker IJlst en Mous uit Balk, deze Amerikaanse windmotoren zelf verbeteren en bouwen. Het museum heeft bij deze expositie steun gekregen van de  stichting Windmotoren-Friesland en stichting Waterschapserfgoed.

De Amerikaanse windmotor dankt zijn naam aan de Amerikaan Daniel Halladay, die in 1854 het eerste ontwerp maakte van een stalen windmolen. Amerikaanse boeren gebruikten de molen in droge streken om water op te pompen om hun vee te drenken. Rond 1900 kwam de Amerikaanse windmotor vanuit Duitsland naar Nederland. De Duitsers hadden overigens van de Amerikaan een andere molen gemaakt: veel groter en niet meer bedoeld om water omhoog te pompen, maar juist om water mee af te voeren.
In Friesland werd de molen erg populair. In de eerste plaats vanwege het kleinschalige polderlandschap, er waren daardoor veel plaatsen waar een windmotor opgericht kon worden. Het had daarnaast te maken met het conservatisme van de Friese boeren. Die vonden stoommachines, die in die jaren ook beschikbaar kwamen, veel te ingewikkeld en kostbaar: de wind was immers gratis en steenkool was duur. Ook hadden deze gemalen bediening nodig. De Amerikaan daarentegen had bijna geen menskracht nodig, want de molen kan zichzelf door een slimme constructie naar de wind richten en bij harde wind zich aanpassen of zelfs automatisch uit de wind draaien.

Kort
Toch was de glorietijd van de windmotor maar van korte duur. Na WO II werden de windmotoren op grote schaal vervangen door gemalen die aangedreven werden door elektriciteit of dieselmotoren.
Door de concentratie van polders en waterschappen werden veel windmolens overbodig en daarna afgebroken. Gelukkig is er een aantal windmotoren gespaard gebleven. Veel daarvan zijn gerestaureerd, onder andere in opdracht van de Stichting Waterschapserfgoed. Zij zijn de stille getuigen van de laatste fase van de windbemaling in Fryslân.

Expositie
De expositie laat de geschiedenis van deze interessante ontwikkeling zien. Naast (echte) onderdelen en een tweetal modellen waarvan één uit 1916, is er filmmateriaal en kon er geput worden uit het omvangrijke bedrijfsarchief van de grootste bouwer van Friesland, de Gebr. Bakker in IJlst. Dit nog steeds bestaande bedrijf heeft sinds begin 1900 door de jaren heen meer dan 1.000 windmotoren geleverd.

Bertus Mulder de voorzitter van de stichting Waterschapserfgoed opent de expositie op 23 mei a.s..om 20:00 uur.
Naast de expositie staan er nog meer zaken in de planning: Omrop Fryslân (DOK) heeft een speciale documentaire gemaakt die op 25 mei op de landelijke tv komt.
Verder organiseert het museum in de zomermaanden een drietal wandelexcursies naar een windmotor.
In de herfst volgt een lezing over dit onderwerp. 
Bekijk ook deze filmpjes
 http://www.youtube.com/watch?v=xMvcEVnn8aQ
http://www.youtube.com/watch?v=uXaZEDNx0uU

dinsdag 24 december 2013

Feestelijke Tafels in Museum Admiraliteitshuis Dokkum

In museum het Admiraliteitshuis in Dokkum is van 13 december 2013 t/m 29 maart 2014 de expositie ‘Feestelijke Tafels’ te zien.

Vier tafels zijn op feestelijke en bijzondere manier gedekt. Op uitnodiging van het museum zijn door twee studentes, Bennie van Boerum van fa. Rosier, buurman Kooistra en een groep kunstenaars een tafel gedekt.

Zeven leden van ‘Kunstenaarsinitiatief ARTchipel’ met kunstenaars uit Noordoost Friesland hebben gezamenlijk een tafel gedekt met objecten die passen bij het thema. Een mooi voorbeeld van samenwerking waar de verschillende disciplines worden gecombineerd.

De kunstenaars die een bijdrage leveren zijn: Hennie van Dijk-Stel, Paul Edens, Ineke Ekkers, Thea Hoek, Nynke Runia en Koos Zwiers.

Door twee studentes van de opleiding Art & Design, Anke Dijkstra en Christien Minzinga Zijlstra, van de Friese Poort in Drachten is een ‘Kleurrijke tafel’ gemaakt. Met een explosie van kleuren laten zij zien hoe in hun ogen een artiest eet en tegelijkertijd werkt aan de eettafel. Ook is door hen een vitrine gevuld met servies gemaakt van wit papier.

Bennie van Boerum van firma Rosier uit Dokkum weet als geen ander hoe een tafel gedekt hoort te zijn. Volgens de etiquette en met serviezen uit eigen winkel laat hij een tafel zien, geschikt voor de feestdagen.

Familie Kooistra, de buren van het museum, heeft een prachtig servies uitgeleend. Een prachtig inkijkje in hoe de familie normaal gesproken met de feestdagen aan tafel zit te dineren.

Naast deze vier tafels zijn een aantal serviezen uit de collectie van het museum te bezichtigen; drie
serviezen uit de 19e eeuw en een kinderservies van ca. 1900. En wordt een korte film vertoond met ‘eetfragmenten’ uit beroemde films.

In de museumwinkel wordt kunst verkocht, gemaakt door de kunstenaars die exposeren in het museum.

vrijdag 14 september 2012

Social Media in 19e-eeuws Dokkum. Vijf vriendenalbums uit 1830-1850.

Op vrijdag 12 oktober start een bijzondere expositie in museum Admiraliteitshuis: Social media vroeger: Poesiealbums vanaf 1830.
Naar aanleiding daarvan schreef directeur Ihno Dragt wederom een kleurrijk boek vol informatieve achtergrondverhalen. Een veelheid aan unieke foto's van Dokkumers, die met name uit het Remonstrants/ doopsgezinde netwerk kwamen. Dragt heeft het boek voorzien van een wetenschappelijk doorwrochte onderbouwing met een notenapparaat van maar liefst 161 noten.
Voor- en achterzijde van boek Social Media in 19e-eeuws Dokkum
De titel van het boek is lichtelijk anders dan die van de tentoonstelling: Social Media in 19e-eeuws Dokkum. Vijf vriendenalbums uit 1830-1850.
Twitteren, Facebook, LinkedIn en dergelijke zijn onderdelen van de sociale media die tegenwoordig zo belangrijk geacht worden.
Uiteraard had men die niet in het 19e-eeuwse Dokkum, maar de vriendenalbums kunnen wel degelijk als voorlopers ervan beschouwd worden.
Vijf van dergelijke losbladige albums worden hier behandeld. Ze werden aangelegd in de periode 1830-1850. Het is de tijd waarin de Belgische onafhankelijkheidsoorlog plaatsvond. Maar ook is het de tijd die Biedermeier genoemd wordt, met veel nadruk op burgerlijke gezelligheid en vrouwelijke handwerken.
De albums met hun versjes, motto’s, handwerkjes en tekeningen hoorden hoofdzakelijk tot het domein der jongedames. Toch is er ook een bij van een Dokkumer jongeman. Voor de meesten geldt dat ze met het album begonnen vanaf een jaar of vijftien en dat ze ermee ophielden zodra ze gesetteld waren. Ze kregen het album niet van hun ouders, maar van hun schoolhoofd. Ga maar netwerken, lijkt de opdracht geweest te zijn.
Een verbindend element tussen de albums is dat ze ontstonden in een doopsgezind of progressief hervormd milieu: Dokkums upper ten met burgemeesters, statenleden, notarissen, predikanten.
Het betreft koopmansdochter Geeske Fockema; Carolien Schonegevel, dochter van een rechter; haar nicht Bet van der Herberg; de predikantendochter Nans Hugenholtz; en Petrus van Steenwijk, die zelf wijnhandelaar werd.
De meer dan 150 album-contribuanten uit het hele land, veelal met genealogische gegevens, zijn terug te vinden via een namenindex. Maar ook de rol van de kostschoolhouders, de herkomst van de versjes (o.a. van Hieronymus van Alphen, de doopsgezinde dichteres Francijntje de Boer, de Bijbel) en de vele familieanekdotes, inclusief het enkele zwarte schaap, maken deze publicatie voor een breed publiek interessant.

En zoals u inmiddels van ons gewend bent hebben we de namenindex van het boek voor u op onze site gezet. Zo kunt u gelijk zien of er een familielid in voorkomt!
Het rijk geïllustreerde boek van 152 pagina's is verkrijgbaar in Museum Admiraliteitshuis voor 24,95 of te bestellen via info@museumdokkum.nl

En nog veel meer recente boeken van de hand van Ihno Dragt waarin objecten uit het museum worden verbonden met verhalen ziet u op de boekenpagina van Museum Admiraliteitshuis.

Het boek wordt uitgegeven door de stichting Historia-Doccumensis, die ook andere standaardwerken over Dokkum gepubliceerd heeft.
Op 21 september wordt het boek aangeboden aan het aloude en nog immer bestaande Dokkumer leesgezelschap Ledige Uren Nuttig Besteed (LUNB).