
Het
Groninger Museum heeft een speciale tentoonstelling gewijd aan
Jan Albert Sichterman (1692-1764), ooit de rijkste man van Groningen. Op jonge leeftijd had hij in een duel een tegenstander gedood en moest zijn toevlucht zoeken bij de
VOC. In de overzeese gebiedsdelen werd immers niet gevraagd naar iemands achtergrond. Hij werd uiteindelijk baas van de factorij in
Bengalen (het huidige Bangladesh) en kon zich door de nodige privéhandel gigantisch verrijken. Hij was ook een groot verzamelaar en liet o.a. grote hoeveelheden familieporselein (
Chine de commande), geschilderde portretten en tafelzilver maken met daarop prominent het familiewapen met een eekhoorn. Het museum heeft de inmiddels verspreide stukken voor een groot deel verenigd in
de tentoonstelling De Koning van Groningen. Zelfs zijn bijzondere huisdier, de
neushoorn Clara, kwam mee terug naar Groningen en baarde later door heel Europa opzien. En aangezien Sichterman de
commandeur van de VOC-retourvloot was toen hij terug naar huis kwam, kreeg hij van de
Heren Zeventien een gouden ketting met herinneringsmedaille. Hiermee staat hij ook prominent afgebeeld op een schilderij. Omdat zijn eigen ketting met medaille niet meer in een bekende collectie aanwezig is, is er op de tentoonstelling een gelijkend exemplaar tentoongesteld uit de
Nationale Numismatisch collectie van DNB. Met dien verstande dat de medaille van Sichterman, via de Kamer Middelburg van de VOC, lichtelijk afwijkt van de medaille van de
Kamer Amsterdam die in de vitrine ligt. Het is de VOC-medaille of penning van de in 1740 als commandeur van de VOC-retourvloot terugkerende
Adrianus Bergsma, die als
Advocaat-Fiscaal in Batavia werkte. In 1734 vertrok hij met neef
Eyso de Wendt (uit een van oorsprong Deense familie) op de
Kerkwijk en repatrieerde in 1740 met de
Gunterstijn.
De inscriptie luidt: ALZO D’ HEER MR ADRIANUS/BERGSMA GEWESENE ADVOCAET/ FISCAAL VAN
NEDERLANDS/ INDIEN ALS COMMANDEUR/ DE RETOURSCHEEPEN VAN DE/
NEDERLANDSCHE GEOCTROYEERDE/ OOSTINDISCHE COMP. ONDER/ ZYNE VLAGGE
GEWEEST ZYNDE/ IN DEN JAARE 1740 IN GOEDE/ ORDRE BEHOUDEN IN DE HAVENE/
DEZER LANDEN HEEFT OVERGEBRAGT/ WORD HEM DEZE MEDAILJE EN/KETTINGH TOT EEN GEDAGTENISSE/ VEREERD/.

De familie
Bergsma komt oorspronkelijk uit
Engwierum van de boerderij
Barwegen en heeft een familiewapen met een drietal varkentjes (
bargjes, vandaar Bargsma, Bergsma) die o.a. op een
rouwbord in de kerk van Jouswier te zien zijn. Adrianus was in 1702 geboren in Dokkum als zoon van Engwierumer
Pieter Arriens en
Trijntje de Wendt en keerde daar ook terug. Ook enkele van zijn
neven traden in dienst van de VOC en zelfs een
nichtje, Titia, die beroemd werd in Japan
als eerste westerse vrouw.
Met de bij de VOC vergaande rijkdom kochten de Bergsma's veel stemmen op in
Noordoost Friesland, wat ze grote politieke macht gaf en daardoor bij velen niet populair maakte.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten