Posts tonen met het label VOC. Alle posts tonen
Posts tonen met het label VOC. Alle posts tonen

zondag 18 februari 2018

Jan de With en de VOC retourvloot van 1746

De Deense Dokkumer Jan de With, geboren als Jens True, maakte carrière bij de VOC. Als 14-jarige zoon van Niels Poulsen True was hij met twee broers uit Aarhus naar de Republiek gekomen, waar hij bij de kamer Amsterdam aanmonsterde op de in 1719 gebouwde Midloo.
Dit schip vertrok op 31 mei 1729 vanaf de rede van Texel naar Batavia.

Na vijf jaren in de Oost keerde hij (aangeduid als 'van Koppenhage') terug om in 1736 als derdewaak met het spiegelretourschip Castricum weer te vertrekken.
Zijn carrière verliep voorspoedig want een jaar later was hij op de terugkerende Hofwegen, een fluitschip, al benoemd tot schipper bij de VOC-kamer Rotterdam.

In 1746 werd Jan de With door de gouverneur-generaal Van Imhoff (een Oostfries) benoemd tot commandeur van de gehele retourvloot. Deze vloot bestond uit negen schepen: Leijden (waarop hijzelf aan boord was), Reijgersdaal, Hoogersmilde, Duijnhof (kamer Amsterdam), Spaanderwout, Nieuwlant (kamer Zeeland), De Voorsigtigheijd (kamer Delft), Brouwer (kamer Hoorn) en 't huijs Perzijn (kamer Enkhuizen).

Van deze reis is het verslag van De With aan de Heeren Zeventien bewaard gebleven, dat door Geert van der Veer als transcriptie is opgenomen in zijn boek Van Haersma en Van Haersma de With op pag. 91 - 95. Jan de With was de stamvader van dit geslacht.

Uit het verslag valt op te maken dat De With zo goed mogelijk de discipline in de vloot handhaafde maar dat door de weersomstandigheden constant de andere schepen uit beeld verdwenen. Het lijkt dan ook een godswonder dat ze allemaal behouden in patria aankwamen.
De gouden erepenning die hij als dank in ontvangst mocht nemen is hedentendage nog in de collectie van Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam.
Bovendien heeft het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek het bijzondere bloemenschip, uit kostbaar ivoor gesneden, dat hij vanuit het Chinese Kanton meenam.

Jan de With trad als kapitein ter zee in dienst van de Friese Admiraliteit. In 1758 kocht hij het landgoed Staniastate bij Oenkerk. Hij noemde het Hofwegen, naar het schip waar hij zes jaar lang schipper op was geweest.
Op 19 april 1750 trouwde hij te Dokkum met Wikjen Michiels Minnema die eerder getrouwd was (in 1746) met de Dokkumer Hendricus Canter Visscher.
Jan de With is in 1781 begraven in de kerk van Oenkerk. In de kerk werd te zijner nagedachtenis een kleurrijk rouwbord opgehangen. Het model is gemaakt in Canton. Ook zijn grafsteen van hem en zijn vrouw en dochter ligt er nog in de hal, met de tekst:
De wel edele gestrenge heer Jan de With, collonel en capitain ter zee bij het edele mogende collegie ter admiraliteit in Vriesland, enz. enz., overleed op den 12den september 1781, in den ouderdom van 66 jaaren en omtrent 6 maanden, en is den 20 derzelver maand alhier begraven

Vrouwe Wickje Minnema, weduwe wijlen den wel edelen gestrengen heere Jan de With, in leeven capitain ter zee, enz. enz., stierf den 25 maart 1786, in den ouderdom van 60 jaaren en ruim 6 maanden, en is op den 4 april daar aan volgende alhier begraven

Jongvrouwe Anna de With overleed op den 23 december 1783, in den ouderdom van 27 jaar en ruim 7 maanden, en den 30 derzelver maand alhier begraaven

Uit liefde voor De With voorheen mijn echtgenoot
En dochter Anna, zal het mij ten troost verstrekken
Dat één enkle steen die lijken, na mijn dood
Benevens dat van mij, zal als een grafzerk dekken
Dus sprak de weeuw, en stierf. Drie dochters en vier zoonen
Vervulden moeders wensch, om kinderplicht te toonen


Al met al is er dus veel bewaard gebleven ter nagedachtenis van deze bijzondere zeeman.

En nog was de koek niet op! In een Engelstalige Twitter-post zag ik recent een kaart voorbijkomen die mijn aandacht trok. Het bleek een portolaankaart (een kaart van een haven) van Sint-Helena te zijn uit 1746, waarin de vloot van Jan de With is geschetst. Deze bevindt zich in de collectie van de nationale bibliotheek van Frankrijk in Parijs.
Ik attendeerde Geert van der Veer op deze kaart, die er erg blij mee was. Gelijk ook gaf hij de transcriptie van de tekst op de kaart, waarop de schepen met letters staan aangegeven:


Afbeelding van de E. Oostindische Retour Vlood in den Iaare 1746/ met de namen der scheepen hoe Lang door wie ge Commanddert voor wat Camer die Repatrieren onder Commando van de / E. Heer Jan de Witt Commandeur over gemelde Vlood/ Aldus vertoont hem het Eyland St. Helena van het Schip D. Hebbende het zelve NWSW van hem na Gissing 9 à 10 mijl Zijnde hoog Rotsig Landt.


AFBEELDING VAN DE E: OOSTINDISCHE
Met de naamen der Scheepen hoe lang door wie gecommandeert
E: Heer Jan de Witt Commandeur over gemelde Vloot
A. Leiden 150 Comandeur Jan de Witt
B. Spaanderwout 136 Cap. Luij. Jan Wijnant Meurs
C. Brouwer 136 Cap. Luij. Gerrit Reynders Voff
D. ’t huysz Persijn 136 Cap. Luij. Frederik Schouten
E. Duinhof 136 Cap. Luij. Adriaan Lodewortz.
F. Reijgersdaal 145 Cap. Luij. Willem ‘t Hoen
G. Hoogersmilde 145 Cap. Luij. Otto van Dam


RETOURVLOOD. IN DEN. IAARE 1746
voor wat Camer die Reptriezen, onder Comando van de
N.B. de scheepe H en J en K sijn drie Engelsche Scheepen die onder de Compagnies Vlag Zeijlen
voor Amsterdam            Aldus vertoont hem het Eijland
voor Zeelandt                 St Helena van het Schip D
voor Hoorn                      hebbende het zelve NWTW.
voor Enkhuijsen              van hem na gissing 9 à 10 mijl
voor Amsterdam            zijnde hoog Rotzig Landt
voor Amsterdam
voor Amsterdam


Uit het verslag van Jan de With bleek ook dat hij de snelzeilende Huis Persijn, met aan boord de Fries Adrianus Canter Visscher als onderkoopman, vooruit gestuurd had. Het Rijksmuseum heeft enige jaren geleden een prachtig en kleurrijk manuscript van hem aangekocht waarin het leven aan de Indiase Coromandelkust beschreven wordt.
Ook de familie Canter Visscher heeft een sterke band met Dokkum.

De online database van de Bibliothèque nationale de France, Gallica, is sowieso een bron waar sneupers nog meer interessante zaken kunnen vinden, o.a. de Franstalige reisverslagen van Tinco Lycklama a Nijeholt.

maandag 26 december 2016

Streekhistorische roman over Abel Tasman

In zijn geboorteplaats Lutjegast is het Abel Tasman Museum actief met het levendig houden van de avonturen van deze ontdekkingsreiziger.

Hoewel de eerste sporen van Abel Jansen Tasman in het Stadsarchief van Amsterdam gevonden zijn (zijn ondertrouw/huwelijk in 1631/1632 met Jannetje Tjaerss, als weduwnaar van Claasje Heijndrix), denk ik zelf dat hij ooit een band met de Admiraliteit in het dichtbijgelegen Dokkum moet hebben gehad. Veel noordelijke zeelieden werkten eerst enige tijd in dienst van de Fries/Groningse Admiraliteit alvorens naar de grotere broer in Amsterdam af te reizen. Of er echter daadwerkelijk een link is met Dokkum, en misschien zelfs de Dokkumer watergeus Jan Abels, is nog niet bewezen

Uitgeverij Boekscout uit Soest (printing-on-demand voor zelfstandigen) komt nu met een roman, een mix tussen geschiedenis en fictie: 
Abel Janszoon Tasman, het was de man die tussen 1642 en 1644 Tasmanië, Nieuw-Zeeland en Tongatapu ontdekte. Theun Terpstra uit Grootegast/Grijpskerk beschrijft het leven van de ontdekkingsreiziger in 'Van Riet- naar Rijstvelden met Abel Tasman'. Dit streekhistorische boek verscheen 23 december bij Uitgeverij Boekscout.

Theun Terpstra werd geboren in Burum en groeide op in Grootegast, circa 18 kilometer ten westen van Groningen, midden in het Westerkwartier. Hierdoor raakte hij gefascineerd door het coulissenlandschap; weilanden omzoomd door boomwallen. Theun is gids in Havezate Mensinge te Roden en is elke zaterdagavond op Radio Westerkwartier te horen met zijn programma ‘Theun vertelt’.

Zijn boek noemt hij “een verlengstuk van de vroegere schoolboeken”. Het verhaal van Abel Tasman zet hij treffend uiteen met beeldende vertellingen van het leven van toen. Zijn historische kennis brengt hij op een heldere, toegankelijke manier over, waardoor je al lezend een hoop leert over bijvoorbeeld de VOC.

Samenvatting:
De jonge Tasman groeide op in het Groningse dorpje Lutjegast. Dit dorp waar de Spaanse overheersers de velden hadden doen verzilten. De schamele opbrengst van de boerderij deed de jongen hunkeren naar de onbekende horizon waarachter de zon in haar machtige gloed wegzonk.

De nevel kwam opzetten, de koude zeelucht trok over het Groningse land. Abel snoof deze lucht op hij vulde zijn longen met het onbekende. De jongen hunkerde naar een ander leven, een leven van avontuur en macht.

De jongeman trok weg uit de beschermende sfeer van thuis. Hij, Abel Jansz. Tasman liet dit achter zich en monsterde aan.

Titel: Van Riet- naar Rijstvelden met Abel Tasman
Auteur: Theun Terpstra
Categorie: (Streek)historie
Aantal pagina's: 338
Geïllustreerd: Ja
Uitvoering/Formaat: Paperback 16 x 24 cm
Verschijningsdatum: 23-12-2016
ISBN: 978-94-0223-098-7 / 9789402230987

Leest u ook de (digitale) exemplaren van de werken van de Linschoten Vereeniging:
De Reizen van Abel Janszoon Tasman en Franchoys Jacobszoon Visscher, ter nadere ontdekking van het Zuidland (Australië) in 1642 - 1644.
Bezorgd door R. Posthumus Meyjes, 1919. xcviii, 300 p.

De reis van Mathijs Hendriksz. Quast en Abel Jansz. Tasman ter ontdekking van de Goud- en Zilvereilanden, (1639).
Bezorgd door J. Verseput, 1954. lxx, 130 p

Het journaal van Abel Tasman, Vibeke Roeper en Diederik Wildeman. Uitgever: Waanders Uitgevers. Verschijningsdatum: April 2006. Taal: Nederlands. Aantal pagina’s: 208. ISBN: 90-400-8205-7

Abel Tasman biografie.












maandag 31 oktober 2016

Pieter Doekes van Bil, opperstuurman van Dirk Hartog in 1616

Een jaar of 10 geleden vemeldde ik terloops al eens op onze website, op de pagina Noord-Oost Friezen in de VOC (1616-1791): Vanaf de oprichting van de VOC (in 1602) waren Friezen in dienst van deze multinational. Zo was de opperstuurman van De Eendracht, die in 1616 onder leiding van schipper Dirk Hartogs de Australische kust ontdekte, Pieter Doekes van Bil (Het Bildt).

In dit Dirk Hartog jubileumjaar 2016 wordt er met name in Australië weer de nodige aandacht besteed aan deze (welhaast vergeten) vroege ontdekking van het continent, waarvan de Britten claimen dat James Cook de eerste was, in 1770!
Koning Willem Alexander en koningin Maxima bezoeken Australië van 31 oktober tot 4 november.

Wendy van Duivenvoorde, maritiem archeoloog aan de Australische Flinders University en Nederlandse, liet via Twitter weten dat er een boekje is uitgegeven over Dirk Hartogs: Marking our history, celebrating our future, Dirk Hartog in Western Australia (1616), te downloaden als pdf.

Het leek me goed in dit kader weer eens aandacht te vragen voor de Fries die vermoedelijk de Eendracht aan de kolderstok bij en langs de Australische kust heeft gestuurd. Nadat eerst de namen van schipper Dirk Hartogs (die s hoort bij het patroniem: zoon van Hartog) en opperkoopman Gillis Miebais, waarschijnlijk al aan boord, vrij diep gegraveerd waren op een platgeslagen tinnen bord, zijn, veel minder diep, de namen van de onderkoopman Jan Stins en van opperstuurman Pieter Doekes van Bil mogelijk op het allerlaatste moment toegevoegd. Hij wilde het buitenkansje natuurlijk niet missen om vereeuwigd te worden op dit nieuwe continent!
En hij had gelijk: hedentendage, dus 400 jaar later, is hetzelfde bord nog in het Rijksmuseum te Amsterdam te bewonderen! Het werd in 1697 namelijk ter plekke vervangen door een ander tinnen bord met inscriptie van Willem de Vlamingh van Vlieland met zijn schip de Geelvinck.

Als je iets zoekt over mensen in de Friese gemeente Het Bildt, een polder die in 1505 met name door mensen uit Zuid-Holland, Zeeland en Brabant is ingepolderd (vandaar dat er geen Fries gesproken wordt maar Bildts), dan kom je al snel uit bij Kees Kuiken. Hij had echter niet direct informatie over Pieter Doekes. Wel adviseerde hij archieven in Amsterdam eens te proberen, vanwege de connectie met de VOC.
Dirk Hartogs was bijvoorbeeld op 5 februari 1611 in Amsterdam getrouwd met Meijnsje Abels. Hij werd daarbij geassisteerd door zijn moeder Grietje Jans en Meijnsje door haar vader Abel Alberts. In 1618 keerde Dirk terug uit Azië maar overleed al in 1621 op 38-jarige leeftijd in Amsterdam. Voordat hij naar Azië ging met de VOC voer hij oa (in 1611-1613) op Archangelsk, Gdansk, Duinkerken en Genua met zijn schip Dolfijn voor koopman Wessel Schenck te Amsterdam. Hij maakte ook eerdere reizen met de VOC naar Azië (1607-1609).

In de Ondertrouwactes van Amsterdam in het Stadsarchief vinden we zowaar ook Pieter Doekes van Bil. Twee keer zelfs. Eerst in 1611, als hij met Lobbetje Willems trouwt, en na terugkeer uit Azië in 1618, als weduwnaar, met Ebeltjen Frederix of Vreex.

De (lastig te lezen) teksten van de actes luidden als volgt (met dank aan Reinder Tolsma):
(De voorgaande acte is gedateerd 15 Juny 1611. Deze vermelding is niet specifiek gedateerd).
1611
Pieter Dockes.
Compareerden als voren Pieter Doekessz van Bild van Nieuwezyl vaerend(s)
gezel, oud 23 jaeren. wonende op de Wael geassisteert met ..Annetje (?)
..Sijtzes(?) procedeeren ter eenre ende Lobbetje Willems haer assistentie hebbende (?)
van Marten Pieters verklarende by vijf jaeren ......(weduwe geweest?)
te hebben wonende inde Jonkerstraet ter ander zijde

Met Nieuwezyl zal het huidige Nieuwebildtzijl bedoeld zijn, waarvan de oude benaming inderdaad Nieuwe zijl (=sluis) was. Een bevestiging van het feit dat met 'van Bil' inderdaad het Bildt bedoeld is. In Friesland werd die benaming in de 17e eeuw wel vaker gebruikt weet ik uit eigen ervaring. Zie bv deze vermelding van Andries Jans van 't Bil in 1621. En in 1634 trouwde Rembrandt natuurlijk op het Bildt, in Sint Annaparochie.
Met de Wael zal de Oude Waal in Amsterdam Centrum bedoeld zijn. De Jonkerstraat is daar vlakbij.
Hij ondertekent met zijn handtekening.


De acte van 1618:
Den 29sten november 1618
Pieter Doekessz.
Compareerden als vooren Pieter Doukess van Bil wedr van
Lobbetje Willems, stuerman, wonende op Boomsloot ende Ebeltjen
Vreex, oud 35 Jaren, de coster belast des .......(Jongmans ?) vader
consent aff tehalen, wonende op Boomsloot ...... mit
Siertjen Rippes hare moeder
In margine:
de coster (?) verclaert des Jongmans dochters vader consent
Zowel Pieter als Ebeltie ondertekenen met hun handtekening (Pieter Doeckes en Ebeltie Vrederickx)

Deze acte bevestigt dat Pieter inmiddels weduwnaar was geworden en dezelfde is als uit de acte van 1611. Inmiddels wonende aan de Boomsloot, de huidige Recht Boomssloot of Krom Boomssloot, niet ver van zijn oude adres aan de Oude Waal.
De doop (hij moet rond 1588 geboren zijn) en het begraven van Pieter Doekes van Bil heb ik nog niet kunnen vinden. Zodra ik meer informatie heb zal ik het aan dit blogartikel toevoegen.

Update: In het Burgerboek van Leeuwarden wordt in 1642 Pijtter Doeckes, schipper, ingeschreven met als geboorteplaats Hallum (Ferwerderadeel). Het lijkt wat aan de late kant voor onze Pieter (hij zou dan ongeveer 54 zijn geweest) maar het zou kunnen! Hallum is ook het eerstvolgende dorp ten oosten van Oude Bildtzijl, slechts op zo'n 3 kilometer afstand en daarmee op slechts een kleine 6 kilometer van Nieuwe Bildtzijl.

Update 2: Mogelijk is dit zijn overlijden in Leeuwarden in 1656 (bron: Historisch Centrum Leeuwarden):
Aanvulling op de Stadsbegraafboeken ca. 1550-1805: PIJTER DUCKES
Naam     PIJTER DUCKES
Datum overlijden     00-08-1656
Datum begraven     15-08-1656
Opmerkingen     schipper
Signatuur/pag     GI-40/45


Dat leidt dan ook tot zijn vermelding als lid van het Leeuwarder Grootschippersgilde en mogelijk derde huwelijk:
Leden van Groot-Schippersgilde ca. 1554-1823: PIJTER DUCKES
Naam     PIJTER DUCKES
Herkomst     HALLUM (*)
Lid     0-0-1642
Gestorven     00-08-1656
Baargeld     15-08-1656
Bron / pagina     GI-40 / 45
Opmerkingen     burger 22-1-1642; 1653 x Trijntie Geerts


Trouw en ondertrouw Leeuwarderadeel (Noord en Zuid) 1594-1812
Naam Bruidegom     Pieter Doeckes
Naam Bruid     Trijntie Geerts
Gebeurtenis     x
Trouwplaats     Kornjum
Trouwdatum     31-07-1653
Opmerkingen     zy:m.a lwn



Kijken we dan verder bij AlleFriezen dan vinden we notabene dat deze Pieter Doekes ten tijde van zijn huwelijk in 1653 als 'wonende te Dokkum' wordt vermeld!
Trouwregister Gerecht Leeuwarden
Bron: DTB Trouwen
Soort registratie: DTB inschrijving trouwen
Datum: 25-06-1653
Soort akte: ondertrouw
Bijzonderheden: hij is schipper
Bruidegom: Pieter Doeckes wonende te Dokkum
Bruid: Trijntie Geerts


Trouwregister Hervormde gemeente Leeuwarden
Bron: DTB Trouwen
Soort registratie: DTB inschrijving trouwen
Datum: 30-07-1653
Soort akte: attestatie afgegeven
Bruidegom: Pieter Doeckes wonende te Dokkum
Bruid: Trijntie Geerts


Aanvulling door Jan Faber, Historisch Centrum Leeuwarden:
Ik ben even in de materie gedoken, doch gegeven het feit dat uit de Amsterdamse ondertrouwinschrijving d.d. 15 juni 1611 (eerste huwelijk met Lobbetje Willems) blijkt dat hij op dat moment 23 jaar oud was, varensgezel, zijnde geboren te Nieuwe(bildt)zijl, moet hij wel rijkelijk op jaren zijn geweest wanneer hij in Leeuwarden voor de derde keer in 1653 in het huwelijk treedt met Trijntje Geerts. Wat ook voor een hoge leeftijd pleit is dat ik in de jaren 1653-1656 geen dopeling met als vader Pieter Doekes in de Leeuwarder doopboeken heb aangetroffen. Wel curieus is dat Pijter Doeckes bij zijn huwelijk in 1653 woonachtig was te Dokkum, terwijl er in 1664 en 1672 gelijknamige personen, waarvan er tenminste één grootschipper was, in deze stad huwden. Uit deze huwelijken zijn te Dokkum ook kinderen ten doop gehouden.

Ik geef toe dat het niet onmogelijk is dat we te maken hebben met één en dezelfde persoon, temeer daar Hallum en Nieuwe Bildtzijl tamelijk dicht bij elkaar in de buurt liggen. Ook het feit dat Pijter Duckes  reeds in 1656 is overleden kan er op duiden dat hij reeds een gevorderde leeftijd moet hebben gehad. Anderzijds heerste in 1656 ook de pest in Leeuwarden, die met name onder de Leeuwarder schippers (25 doden) behoorlijk wat slachtoffers heeft gemaakt (zie het artikel van Harm Nijboer in de Vrije Fries van 1995: https://friesgenootschap.nl/de-vrije-fries/de-slaande-ingel-gie-om-de-aldehou-eat-oer-de-pest-yn-ljouwert/

Verder heb ik helaas geen aanknopingspunten in de Leeuwarder archieven kunnen vinden, waarmee onomstotelijk kan worden aangetoond dat de varensgezel/stuurman uit Amsterdam en de Leeuwarder grootschipper één en dezelfde persoon zijn geweest.


vrijdag 23 september 2016

De Sneuper 123, september 2016, met VOC-opperhoofd Nicolaas Tadema, broeihokken en poldermolens

Het herfstnummer van 2016 van ons verenigingsblad De Sneuper, nummer 123, heeft als coververhaal Louw Petroleum, oliehandelaar op De Kooten. Mattie Bruining deelt dit familieverhaal met ons.

Een terloopse vermelding in het boek VOC in India van ons lid Bauke van der Pol over Dokkumer Nicolaas Tadema deed Hans Zijlstra zijn bijzondere levensverhaal uitzoeken. De voorgeschiedenis van zijn familie speelde daarin een grote rol.

Jack Boersma beschrijft de (polder)molens van de Triemen, André Buwalda de Dokkumer tak van zijn familie en zijn boek, IJde Haakma neemt ons met mooie anekdotes en oral history mee naar de opheffing van begrafenisvereniging ‘Buiten de Woudpoort’ en Ihno Dragt komt terug op zijn ontdekking van twee oude waagbalansen.  
Gerrit Herrema doet onderzoek naar aardappelbroeihokken en vraagt uw hulp en redactielid Lisette Meindersma beschrijft de Friese periode van de familie Zimmerman. Natuurlijk weer de vaste rubrieken van Hilda Bouta en Rudolf Broersma en de digitale connecties van Hans Zijlstra maken er weer een gevarieerd en compleet nummer van.

Zo is De Sneuper 123 weer gevuld met voor elk wat wils en gevarieerde artikelen, waar de volgende keer misschien ook uw onderzoek of tekst tussen kan staan. Want wij blijven afhankelijk van de kopij van onze leden. Stuur dus vooral uw bijdrage in! De kopijvoorwaarden kunt u online inzien.

Dat en nog veel meer in dit nummer van De Sneuper (en u kunt ook een digitale versie als gratis extra krijgen, laat het ons weten!):

Inhoudsopgave:
HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS
- Nicolaas Tadema: VOC-opperhoofd in India, Hans Zijlstra
- De Triemster poldermolens, Jack Boersma,
- Broeihokken in Noordoost-Friesland, Gerrit Herrema
- Opheffing van 'Buiten de Woudpoort', IJde Haakma
- Raadsels rond Dokkumer balansen, Ihno Dragt

GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS
- Louw Petroleum, Mattie Bruining
- De Buwalda's van Dokkum, André Buwalda
- Friese periode familie Zimmerman, Lisette Meindersma

 
RUBRIEKEN & COLUMNS
- COLUMN: Je mutte mar hoare...,Ihno Dragt
.
- HERALDIEK: wapens van Oostdongeradeel: Lioessens en Metslawier, Rudolf Broersma

- Veldpost WO I: Uit het zuiden weinig nieuws, Hilda Bouta 
 
DIGITAAL, ACTUEEL & VARIA
 
- WEBSITE & -BLOG: Digitale connecties, Hans Zijlstra

Op de Praatstoel 2: verhalen uit NOF. Bestel dit fantastische boek (leuk als kadootje)! Slechts 20 euro voor ruim 400 pagina's hardcover (plus verzendkosten 6,75 ivm dikte boek. Af te halen in Dokkum zonder verzendkosten).
 
Wilt u ook meegenieten van de interessante verhalen uit onze regio, dan kunt u zich eenvoudig aanmelden als lid (slechts 15 euro per jaar) via dit online formulier.

U bent ook welkom in Moddergat op zaterdag 8 oktober bij de middaglezingen van onze redacteur Nykle Dijkstra en lid Henk Goslings bij de Maritime Wurkgroep van de Fryske Akademy.

Onze ledendag op zaterdag 15 oktober in Oostmahorn mag u zeker niet missen!

vrijdag 12 augustus 2016

Notarieel Archief Rotterdam ook interessant voor Noordoost Friesland

Net als het Notarieel Archief van Amsterdam, bevat ook het Notarieel Archief van Rotterdam interessante bestanden zoals testamenten, verklaringen en boedelbeschrijvingen.
Vanwege de connectie met het water komen er relatief vaak schippers uit het noorden in het archief
voor.
Ik heb op plaatsnamen als Dokkum, Dockum, Collum, Kollum, Ameland en Leeuwarden gezocht.
Hierbij kwam ik o.a. deze interessante gevallen tegen:

Jan Gerritsz, binnenschipper uit Dokkum, benoemt zijn vrouw Trijntge Pieters tot zijn erfgenaam. 20-aug-1678

Schipper Symon Lieuwis wonende in Dokkum door chercher Joost de Groot bekeurd in 1621

Willem Hemster,koopman, machtigt namens Cornelis Heemstra, zijn meester koopman, wonende in Friesland 9-jun-1656

Jan Maertensz Prins van Ameland reisvaardig om als matroos voor VOC met schip Burgh naar Oost-Indien te varen, 1675

Beslag op schepen van Taecke Hillebrants, schipper uit Fraeneker, en Sjoert Pieters, schipper uit Collum, 1644

Sijbrant Meijndersz van Dockum staat op v vertrek als botteliersmaat met schip de Witte Leeu naar Oostindie, 1665

Boedelinventaris nalatenschap van wijlen Grietgen Ulbesdr, weduwe van Dominicus Sapma, 1651, broer Dirck Ulbesz te Driesum en familieconnecties te Dokkum en Wouterswoude. Grietje Ulbes hielp haar man, remonstrants predikant, ooit ontsnappen uit de gevangenis in Amsterdam!

Jacob Jansz Broeckman van Dockum, varend als matroos van marsclimmersmaet op een schip van de Admiraliteyt, 1633

Verklaring van in beslagnemen lading haring door Gerrit Cloot, capiteyn onder gezag Admiraliteit v Dockum, 1608

Sioerdt Pieters, schipper v Collum, verkoopt aan Johan van Driell, schepen/brouwer in De Roode Leeuw een caechschuijt,1643

Zoekt u vooral zelf ook op de plaatsnamen, familienamen of beroepen die uw interesse hebben!

vrijdag 4 maart 2016

Van snik naar smak

Door Nykle Dijkstra.
Ooit geweten dat een inwoner van Schiermonnikoog tijdens de Vierde Nederlands-Engelse oorlog een vloot, bestaande uit VOC-schepen en marineschepen, redde door hen te waarschuwen dat ze door een sterkere Britse vloot werden opgewacht?

En ooit geweten dat vissers van Schiermonnikoog vroeger met kormachines oesters vingen? Deze, en andere weetjes kwam ik tegen bij het maken van mijn bachelorscriptie geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen.

De scriptie gaat over de zeevaart van het eiland in de achttiende eeuw, en met name de overgang van visserij naar koopvaardij. Dit bleek een vrij onbekend stukje geschiedenis te zijn, maar niet minder interessant. Zo werd de eilander gedroogde schol ooit zelfs in het buitenland verkocht, zijn er enkele bijzondere verhalen over de walvisvaart te vertellen en bleek dat veel zeevaardersfamilies in de achttiende eeuw al een belangrijke rol speelden bij de eilander koopvaardij.

Achterin de scriptie staat een overzicht van alle koopvaardijschippers die ik tijdens het onderzoek ben tegengekomen. Ook als je wilt weten hoe de bestekset van de bevelvoerder op een achttiende-eeuwse walvisvaarder eruit ziet, is dit werk een aanrader. U kunt de scriptie lezen via deze link.

(Dit artikel verscheen eerder in de De Dorpsbode, 67e jaargang, nr.15, 1 augustus 2014, Schiermonnikoog.)

woensdag 28 oktober 2015

Friese slachtoffers WO1 en Canter Visscher in Historisch Tijdschrift Fryslan

Tussen april en augustus 1915 trok de Duitse bezetter van België een vroege versie van het IJzeren Gordijn op langs de grens met Nederland. De 350 kilometer lange draadversperring, onder 2.000 Volt spanning, moest smokkelaars, deserteurs en terugkerende Belgische soldaten tegenhouden. Deze ‘Doodendraad’ is uit ons geheugen verdwenen. ‘Den draad’ heeft echter ook Friese levens gekost. Het betrof Jelle de Jong uit Heerenveen, Taekele Reitsma uit Sexbierum en Klaas Oberman uit Dokkum. Daarover in deze Fryslân een schrijnend verslag van WO1-expert en lid van onze vereniging Kees Bangma.

Geen moment van verveling in het leven van Rintsje Sybesma. Deze veearts speelde een prominente rol in de Friese beweging.
Doeke Sijens beschrijft hem als een romanticus, een intellectueel wiens Friese passie zijn politieke kompas in het ongerede bracht.

Adam Westerman
stond begin 17de eeuw op de kansel in Workum. Hij schreef (Groote) Christelycke Zee-vaert, één van de meest gelezen Friese publicaties uit de 17de eeuw (en in herdruk beschikbaar). Over hem gaat het artikel van zijn verre opvolger als predikant, Jan Dirk Wassenaar.

Sneuper Bauke van der Pol schrijft in zijn drieluik over de Canter Visscher familie bij de VOC deze keer over het bijzondere manuscript van Adrianus Canter Visscher. Hij woonde 14 jaar in India, waarvan 11 aan de oostkust, in Masulipatnam. Via nakomelingen uit de familie Camerling is het manuscript enige jaren geleden verkocht aan het Rijksmuseum. Die heeft de unieke miniatuurschilderijen gedigitaliseerd beschikbaar gemaakt. De bijbehorende tekst (transcriptie) hebben we beschikbaar via ons Sneuper Dokkum Slideshare platform, als deel 1 en deel 2.

Het droeve einde van de Franeker universiteit betekende tevens het (vertraagde) verlies van een vergeten onderdeel van de hogeschool: de hortus. De academietuin diende vooral de kennis van de geneeskunst. De eerste hoogleraar, Alardus Auletius (na zijn studie in Heidelberg o.a. rector van de Latijnse School in Dokkum), legde de tuin aan, later kwam er een hortulanus (David Meese, Willem Semler, Arend Vlaskamp). Na de dood van Auletius werd professor Menelaus Winsemius aangesteld en daarna Johannes Antonides van der Linden, die o.a. kruidkunde en ontleedkunde onderwees. Aly van der Mark verhaalt over de wederwaardigheden van de tuinlieden in Franeker.

En over de vondst van een heel oude, maar puntgave munt uit de periode 550-650 na Chr. bericht Wiebe Hoekstra. Mogelijk, volgens kenner Jan Zijlstra, afkomstig uit het 'honderdschap' van Camminga (Camminge hunderi). In een authentieke oorkonde uit 839, bekrachtigd door Lodewijk de Vrome, wordt melding gemaakt van een villa Camminge hunderi in de pagus Westergo. Camminge verwees naar een toen al oud toponiem. In bronnen in onze regio ben ik wel eens het Ezumahondert tegengekomen, bij de tegenwoordige Ezumazijl!

In de rubriek Kort Nieuws o.a. aandacht voor een gevonden grafkelder op het kerkhof van Idaerd van Martha Vegelin van Claerbergen van Scheltinga, de vondst onder de kerkvloer van de NH kerk te Foudgum van een deel van een stenen wierookvat en de ontdekking door Hessel de Walle van de grafzerk uit 1571 in Metslawier van Rintie van Aytta (1509-1570), de jongere broer van staatsman Viglius van Aytta, raadsheer van Karel V en Filips II te Brussel. Rintje was van 1552 tot zijn dood grietman van Oostdongeradeel.

Dit alles in het september/oktober nummer 2015 van Historisch Tijdschrift Fryslan.

vrijdag 9 oktober 2015

Dokkumer opperkoopman bij de VOC Bocatius Pontanus

In het inmiddels niet meer bestaande historische tijdschrift De Navorscher stond ooit een kort artikel over een Dokkumer opperkoopman bij de VOC. Zijn naam was Bocatius Pontanus, mogelijk een Latijnse versie van de Friese naam Bokke van de Brug of iets dergelijks. Een opperkoopman was de hoogste functionaris aan boord van een VOC-schip, hoger dan de schipper!
Om in zo'n functie aan te treden moet hij wel connecties op hoog niveau gehad hebben. Vaak door familie. Mogelijk was hij de zoon van de hoogleraar aan de Universiteit van Harderwijk (de Gelderse Universiteit), Johannes Isaacius Pontanus (en zie Wikipedia), een op zee bij Elseneur (Denemarken) geboren Nederlander. En een connectie met een hofleverancier aan de VOC, de Admiraliteit van Friesland, toen nog zetelend in Dokkum, zou eveneens voor de hand liggen (hoewel hij in de bekende personeelslijst van de neven Smits niet voorkomt).

Bocatìus Pontanus, van Dokkum, kwam in 1636 in Indië, en was eenige jaren in Siam werkzaam, in het jaar 1643, die hem in dat jaar naar het eiland Formosa zonden, om ten behoeve der Compagnie de cultuur van die plant in werking te brengen, waarin hij niet ongunstig schijnt geslaagd te zijn; althans de Gouverneur-Generaal Antonie van Diemen schrijft hierover in dato 15 Maart 1645, aan den Gouverneur van Palicate (op de Coromandelkust in India, HZ), Arnold Heussen: ,,Ons werdt groote hope gegeven in corten op ‘t Eylandt Formosa merckelycke quantiteyt schoone Indigo geteelt sal worden.
om zich bekend te maken met de wijze van het bereiden der indigo daar te lande. Hij leverde hierover een verslag in aan den Gouverneur-Generaal en Raden van Indië,
Den oppercoopman Pontanus heeft dat werck onderhanden, ende schynt wel te sullen slagen, de monsters van daer ontfangen, worden emmers soo goet en deuchdelyck g’oordeelt , als d’Indigo Lahor ofte Byana; sulcx dat verhope mettertyt de Comp’. competentie van ons eygen territorium t’erlangen, ende haer middelen costy, als omtrent Agra des te rycker omcommen sullen, ende in andere waren mogen employeren, daer van ons den tyt wyser maecken sal.”
Stond hij in familiebetrekking tot den beroemden geleerde Johannes Isaacs Pontanus, den  geschiedschrijver van Gelderland?

Ook in december 1641 wordt Bocatius Pontanus genoemd in de Daghregisters van Batavia. Hij rapporteerde toen dat de Siamese indigo wel goed was maar verpest door de bewerking met limoen. In datzelfde rapport wordt ook de koopman Reynier van Tzum genoemd, eveneens een Fries.

In het Nationaal Archief in Den Haag vinden we nog wat meer informatie over Bocatius of Boccatius Pontanus (wellicht leuk om de documenten eens op te vragen en fotograferen als u er bent):
VOC Hoofdvestiging Surat
Beschrijving Extracten uijt de missiven van den assistent Boccatius Pontanus aen d'Ed. directeur Paulus Croocq tot Suratte concernerende de negotie der Engelschen in Brodera en Brootchia van 8 Junij tot 25 November 1640.

VOC Hoofdvestiging Surat
Beschrijving Diverse extracten uijt de missiven van den assistent Boccatius Pontanus uijt Broda aen den directeur Paulus Croocq te Suratte van 8 Junij tot 29 September 1640.

VOC Hoofdvestiging Siam
Beschrijving Originele missive van d'E. Boccatius Pontanus te Siam aen den gouverneur generael Van Diemen in dato December 1641.

VOC Hoofdvestiging Taiwan
Beschrijving Copie vertoogh door den oppercoopman Bocatius Pontanus wegens de procure des indigos tegen 1646, gedateerd 13 October 1645.

In de Namenlijsten van Martin Engels vinden we onze opperkoopman in de administratie van het Leeuwarder Old Burger Weeshuis, naar aantekeningen van W. Dolk, voornamelijk betrekking hebbend op begrafenissen van plaatsgenoten, waarbij de rode wezen de lijkstoet hadden gevolgd. Pontanus : ontvangen van doctor Barnardus Fulenius, professor te Franiker, als geauthoriseerde curator, een legaat van Boccatius, in Oost-Indien gestorven # 1650 mrt. 6.
Blijkbaar was hij in 1650 gestorven en liet hij een legaat na aan het Leeuwarder weeshuis, dat via zijn curator, de bekende Bernardus Fullenius senior werd geregeld.

Update: De doopsgezinde kunstschilder Michiel van Musscher maakte een prachtig schilderij van de Remonstrantse predikant Isaac Pontanus (1625-1710) die ook in Dokkum gestaan heeft, waarop hij met zijn kleinzoon is afgebeeld. Mogelijk is Isaac een broer of neef van Bocatius?  Van Musscher maakt ook in 1689 nog een ander portret van Isaac Pontanus.
Ook vond ik online nog een Album Amicorum van Johannes Isaacs Pontanus (1592-1627), die ook brieven schreef aan Constantijn Huygens en Hugo de Groot.

zondag 14 juni 2015

Onderzoek in gescande archieven VOC in Indonesië

Recent werd de Groninger Henk Niemeijer geïnterviewd door TV- en radiorubriek van
AvroTros: Eenvandaag. Hij vertelde daarin dat er momenteel, met steun van de particuliere Cortsstichting en met behulp van het Nationaal Archief, een grote hoeveelheid documenten uit de VOC-archieven die in Batavia, het huidige Jakarta, zijn opgebouwd wordt gescand. En al vrij snel na het scannen staan de documenten ook online.
Al eerder blogde ik over een document waarin beschreven werd hoe een VOC-schip bij Ameland strandde.

De gedigitaliseerde archieven van Arsip Nasional Republik Indonesia (ANRI) beslaan grofweg de periode 1600-1800 en zijn eenvoudig te doorzoeken met een zoekveld waarin de zoekterm kan worden ingevoerd. In de resultaten kunt u dan doorklikken naar de bijhorende scans met uitgebreider teksten, die u dan zelf moet transcriberen.
Wat kunt u zoal vinden over VOC-opvarenden uit onze regio?

- De familie Canter Visscher bijvoorbeeld met diverse familieleden (20 resultaten).
- Ene Ruurt Johannes de Vries, die voor bigamie naar Nederland werd teruggezonden, 7 Nov 1774. Bij Tresoar vind je iemand met die naam die stuurman is en in 1762 en 1765 kinderen in Dokkum laat dopen.
- Den lieutenant collonel Gerardus Beilanus de Wendt over Bantamse rebellen, 1750
- Kollumer Eyso de Wendt in VOC archief Indonesie: 1755, fol. 37.
- Tot commandeur derselve aangesteld Abel Tasman, met ad­sistentie van den piloot majoor Frans Visser, 13 Jan.1644
-  Zuyderlanden aan volk v Abel Jansz. Tasman, ten dien eynde uytgeweest zijnde, 1 maand gagie te vereeren, 21 Dec 1643.
- Commando daarover zal Martin Gerrits de Vries (uit Harlingen), met adsistentie van Frans Visser, voeren, 17 October 1644.

Als u zelf ook een mooie vondst doet, laat het dan weten of schrijf er een artikel over!