Door Nykle Dijkstra.
Ooit geweten dat een inwoner van Schiermonnikoog tijdens de Vierde Nederlands-Engelse oorlog een vloot, bestaande uit VOC-schepen en marineschepen, redde door hen te waarschuwen dat ze door een sterkere Britse vloot werden opgewacht?
En ooit geweten dat vissers van Schiermonnikoog vroeger met kormachines oesters vingen? Deze, en andere weetjes kwam ik tegen bij het maken van mijn bachelorscriptie geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen.
De scriptie gaat over de zeevaart van het eiland in de achttiende eeuw, en met name de overgang van visserij naar koopvaardij. Dit bleek een vrij onbekend stukje geschiedenis te zijn, maar niet minder interessant. Zo werd de eilander gedroogde schol ooit zelfs in het buitenland verkocht, zijn er enkele bijzondere verhalen over de walvisvaart te vertellen en bleek dat veel zeevaardersfamilies in de achttiende eeuw al een belangrijke rol speelden bij de eilander koopvaardij.
Achterin de scriptie staat een overzicht van alle koopvaardijschippers die ik tijdens het onderzoek ben tegengekomen. Ook als je wilt weten hoe de bestekset van de bevelvoerder op een achttiende-eeuwse walvisvaarder eruit ziet, is dit werk een aanrader. U kunt de scriptie lezen via deze link.
(Dit artikel verscheen eerder in de De Dorpsbode, 67e jaargang, nr.15, 1 augustus 2014, Schiermonnikoog.)
Posts tonen met het label oostzee. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oostzee. Alle posts tonen
vrijdag 4 maart 2016
vrijdag 7 december 2012
Wie was Wybrandt Scheltinga, Fries zeeman in dienst van tsaar Peter de Grote?
Het jaar 2013 staat bij diverse Nederlandse culturele instellingen in het teken van het Nederland-Ruslandjaar. Zo vindt er een grote tsaar Peter de Grote-tentoonstelling in Hermitage Amsterdam plaats en zijn er uitwisselingsprojecten Groningen-Moermansk.
Binnen onze vereniging wordt gewerkt aan het digitaal ontsluiten van Mairieboeken in Noordoost-Friesland van rond 1813, waarin vele verwijzingen voorkomen naar de Kozakken die ons land kwamen bevrijden van de Franse overheerser.
Zelf schreef ik een artikel in ons verenigingsblad over het schilderij Maaltijd te Dokkum met tsaar Peter de Grote die in 1697 werd geschilderd door Gerardus Wigmana, de Friese Raphael. In het bewuste jaar 1697 ondernam tsaar Peter, incognito, maar met een groot reisgezelschap, een reis naar West-Europa en met name naar de Republiek. In Zaandam liet hij zich onderrichten in de scheepsbouw en onderwijl trokken zijn gezanten het land in om personeel en kennis te verwerven voor het opbouwen van een Russische (Oostzee-)vloot. Die bestond namelijk nog niet of nauwelijks! Rusland miste daardoor de economische slag om de Oostzeehandel.
Op basis van de opgedane ervaringen en meegebrachte kennis van vooral Hollandse en Friese zeelieden wordt rond 1700 tot de bouw van een nieuwe hoofdstad besloten, Sint Petersburg. In de daarop volgende jaren worden de banden tussen Rusland en de Republiek verder aangehaald op basis van de ideeën van de Amsterdamse koopman Nicolaes Witsen.
Diverse Friezen staan mede aan de wieg van de Russische vloot, zoals Andries Winius (zie het uitgebreide artikel Nederlanders in Rusland in de 17e eeuw, Jaarboek CBG 2012) en ene Wybrandt Scheltinga. Over deze Wybrandt Scheltinga is een doctoraalscriptie geschreven in 2002 door Johan Zielstra, getiteld ‘Soldaat ende Zeemanschap’, Wybrandt Scheltinga, pionier op de Russische vloot 1704-1718. Daarin wordt beweerd dat deze Wybrandt lid van het geslacht Scheltinga uit Dokkum zou zijn! En dan wordt het natuurlijk interessant. Wie is dat dan precies? En kunnen we nog meer genealogische informatie van de man vinden? Er wordt verwezen naar een publicatie van Scheltema 'De Geschiedenis en Genealogie van het Geslacht van Scheltinga’, waarin genoemd wordt: Taecke Wybes Scheltinga te Engwierum getrouwd met Aefcke Luitjens. Dit zouden dan zijn ouders moeten zijn zodat hij voluit Wybe Taekes Scheltinga zou heten en dat later zou verfraaien tot Wybrandt Scheltinga als hij schout-bij-nacht in Russische dienst is.
Scheltema was wel een Rusland-kenner gezien zijn publicatie Peter de Groote: keizer van Rusland in Holland en te Zaandam, in Holland en te Zaandam, in 1697 en 1717, Volume 1, Volume 2 en Volume 4.
De vraag is echter of Scheltema wel een nauwkeurige genealoog was omdat het Stamboek van de Friese Adel waarop hij zich waarschijnlijk baseerde niet erg betrouwbaar is, (Haan Hettema, De., Van Halmael, Stamboom van den Frieschen, vroegeren en lateren adel, uit oude en echte bescheiden en aantekeningen en met bijvoeging van de wapens der onderscheidenen geslachten opgemaakt II (Leeuwarden 1848)).
Op de site met veel informatie over Friese adel van ons lid Simon Wierstra staat eveneens een genealogie Scheltema/Scheltinga maar daar worden we ook niet direct wijzer van.
Laten we maar eens nauwkeurig kijken naar deze Cold Case (overigens ook een mooi initiatief van Tresoar om middels crowdsourcing mysteries boven water te krijgen):
De vermeende ouders van Wybrandt, Taeke Scheltinga en Aefke Luitiens komen ook voor in de Proclamatieboeken Oostdongeradeel (OOD) index op onze website. Deze bronbewerkingen van ons erelid Reinder Tolsma leveren nog meer informatie op: Morra, pleats 14: Sate In de Keegh,
1640: Taeke Wybes Scheltinga, self bewoner, groot 110 pm
Blijkbaar woonde Wybrandt (of zijn ouders) in 1640 in Morra want de boerderij in Engwierum werd verhuurd. Verder meldde Reinder nog dit:
-Taeke en Aef worden al in 1614 genoemd
-Taeke is in 1649, maar zeker in 1651 al gestorven
-Wanneer zou Wybe dan geboren kunnen zijn? Toch zeker rond 1630? Maar dan was hij al 70 in het jaar 1700! Onwaarschijnlijk dat dit de man is die toen nog begon aan een zware klus in Rusland.
Er is echter nog een andere kandidaat die veel logischer is: Wybe Gerlacus Scheltinga:
Westdongeradeel, dopen, doopjaar 1677
Gedoopt op 30 september 1677 in Ternaard
Dopeling: Wijbe, zoon
Vader: Gerlacus Wybouds Scheltinga, advocaat fiscaal en procurator
Moeder: ?
Een advocaat-fiscaal was o.a. verbonden aan de Admiraliteit van Friesland, een logische link naar de maritieme wereld. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat in 1697 te Dokkum aan de eettafel al de eerste contacten werden gelegd op basis waarvan enkele jaren later een kennis van Julius Schelto van Aitzema, die o.a. Raad ter Admiraliteit en burgemeester van Dokkum was, tot de Russische marine toetrad. Dat zou dus betekenen dat Van Aitzema en Van Scheltinga banden hadden. En ik denk dus dat niet een Engwierumer Scheltinga maar een Ternaarder Scheltinga de werkelijke man is die in Russische dienst trad (waarna vervolgens tot ver in de 20e eeuw telgen uit dit geslacht hoge posities innamen in de Russische marine)!
Het is een hypothese, maar of deze klopt zal nader onderzoek moeten uitwijzen. Bij deze dan ook een oproep: help mee deze Cold Case op te lossen en laat ons weten wat u vindt!
Update: Hessel de Walle meldde een gildepenning van Wybe Taekes Scheltinga uit 1683, met een winkelhaak en passer, in particulier bezit.
Binnen onze vereniging wordt gewerkt aan het digitaal ontsluiten van Mairieboeken in Noordoost-Friesland van rond 1813, waarin vele verwijzingen voorkomen naar de Kozakken die ons land kwamen bevrijden van de Franse overheerser.
Zelf schreef ik een artikel in ons verenigingsblad over het schilderij Maaltijd te Dokkum met tsaar Peter de Grote die in 1697 werd geschilderd door Gerardus Wigmana, de Friese Raphael. In het bewuste jaar 1697 ondernam tsaar Peter, incognito, maar met een groot reisgezelschap, een reis naar West-Europa en met name naar de Republiek. In Zaandam liet hij zich onderrichten in de scheepsbouw en onderwijl trokken zijn gezanten het land in om personeel en kennis te verwerven voor het opbouwen van een Russische (Oostzee-)vloot. Die bestond namelijk nog niet of nauwelijks! Rusland miste daardoor de economische slag om de Oostzeehandel.
Op basis van de opgedane ervaringen en meegebrachte kennis van vooral Hollandse en Friese zeelieden wordt rond 1700 tot de bouw van een nieuwe hoofdstad besloten, Sint Petersburg. In de daarop volgende jaren worden de banden tussen Rusland en de Republiek verder aangehaald op basis van de ideeën van de Amsterdamse koopman Nicolaes Witsen.
Diverse Friezen staan mede aan de wieg van de Russische vloot, zoals Andries Winius (zie het uitgebreide artikel Nederlanders in Rusland in de 17e eeuw, Jaarboek CBG 2012) en ene Wybrandt Scheltinga. Over deze Wybrandt Scheltinga is een doctoraalscriptie geschreven in 2002 door Johan Zielstra, getiteld ‘Soldaat ende Zeemanschap’, Wybrandt Scheltinga, pionier op de Russische vloot 1704-1718. Daarin wordt beweerd dat deze Wybrandt lid van het geslacht Scheltinga uit Dokkum zou zijn! En dan wordt het natuurlijk interessant. Wie is dat dan precies? En kunnen we nog meer genealogische informatie van de man vinden? Er wordt verwezen naar een publicatie van Scheltema 'De Geschiedenis en Genealogie van het Geslacht van Scheltinga’, waarin genoemd wordt: Taecke Wybes Scheltinga te Engwierum getrouwd met Aefcke Luitjens. Dit zouden dan zijn ouders moeten zijn zodat hij voluit Wybe Taekes Scheltinga zou heten en dat later zou verfraaien tot Wybrandt Scheltinga als hij schout-bij-nacht in Russische dienst is.
Scheltema was wel een Rusland-kenner gezien zijn publicatie Peter de Groote: keizer van Rusland in Holland en te Zaandam, in Holland en te Zaandam, in 1697 en 1717, Volume 1, Volume 2 en Volume 4.
De vraag is echter of Scheltema wel een nauwkeurige genealoog was omdat het Stamboek van de Friese Adel waarop hij zich waarschijnlijk baseerde niet erg betrouwbaar is, (Haan Hettema, De., Van Halmael, Stamboom van den Frieschen, vroegeren en lateren adel, uit oude en echte bescheiden en aantekeningen en met bijvoeging van de wapens der onderscheidenen geslachten opgemaakt II (Leeuwarden 1848)).
Op de site met veel informatie over Friese adel van ons lid Simon Wierstra staat eveneens een genealogie Scheltema/Scheltinga maar daar worden we ook niet direct wijzer van.
Laten we maar eens nauwkeurig kijken naar deze Cold Case (overigens ook een mooi initiatief van Tresoar om middels crowdsourcing mysteries boven water te krijgen):
De vermeende ouders van Wybrandt, Taeke Scheltinga en Aefke Luitiens komen ook voor in de Proclamatieboeken Oostdongeradeel (OOD) index op onze website. Deze bronbewerkingen van ons erelid Reinder Tolsma leveren nog meer informatie op: Morra, pleats 14: Sate In de Keegh,
1640: Taeke Wybes Scheltinga, self bewoner, groot 110 pm
Blijkbaar woonde Wybrandt (of zijn ouders) in 1640 in Morra want de boerderij in Engwierum werd verhuurd. Verder meldde Reinder nog dit:
-Taeke en Aef worden al in 1614 genoemd
-Taeke is in 1649, maar zeker in 1651 al gestorven
-Wanneer zou Wybe dan geboren kunnen zijn? Toch zeker rond 1630? Maar dan was hij al 70 in het jaar 1700! Onwaarschijnlijk dat dit de man is die toen nog begon aan een zware klus in Rusland.
Er is echter nog een andere kandidaat die veel logischer is: Wybe Gerlacus Scheltinga:
Westdongeradeel, dopen, doopjaar 1677
Gedoopt op 30 september 1677 in Ternaard
Dopeling: Wijbe, zoon
Vader: Gerlacus Wybouds Scheltinga, advocaat fiscaal en procurator
Moeder: ?
Een advocaat-fiscaal was o.a. verbonden aan de Admiraliteit van Friesland, een logische link naar de maritieme wereld. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat in 1697 te Dokkum aan de eettafel al de eerste contacten werden gelegd op basis waarvan enkele jaren later een kennis van Julius Schelto van Aitzema, die o.a. Raad ter Admiraliteit en burgemeester van Dokkum was, tot de Russische marine toetrad. Dat zou dus betekenen dat Van Aitzema en Van Scheltinga banden hadden. En ik denk dus dat niet een Engwierumer Scheltinga maar een Ternaarder Scheltinga de werkelijke man is die in Russische dienst trad (waarna vervolgens tot ver in de 20e eeuw telgen uit dit geslacht hoge posities innamen in de Russische marine)!
Het is een hypothese, maar of deze klopt zal nader onderzoek moeten uitwijzen. Bij deze dan ook een oproep: help mee deze Cold Case op te lossen en laat ons weten wat u vindt!
Update: Hessel de Walle meldde een gildepenning van Wybe Taekes Scheltinga uit 1683, met een winkelhaak en passer, in particulier bezit.
donderdag 29 november 2012
Lost at Sea: schitterend boek over Vrouw Maria en St Michel
Naar aanleiding van de tentoonstelling Spoil of Riches - Stories of the Vrouw Maria and the St. Michel, in het Maritiem Museum van Finland in Kotka werd een rijk geïllustreerd boek uitgegeven getiteld Lost at Sea, Rediscovered.
Het boek neemt je mee van de 18e eeuw naar de 21e eeuw, waarin de wrakken worden opgedoken. Vergelijkingen worden gemaakt met de ontdekking en conservering van het wrak van de Vasa in Stockholm.
Op schitterende wijze wordt een beeld geschetst van de holistische aanpak van de maritieme archeologen en historici. Vele aspecten worden belicht bij het zoeken van en duiken naar de wrakken van de 18e eeuwse, uit Amsterdam vertrokken, Sontvaarders. Beide schepen waren op weg naar Sint Petersburg met kostbare ladingen voor het Russische hof.
De Sint Michel was een schip dat in 1747 voor de Finse kust verging onder schipper Carl Poulsen Amiel. Aan boord was een prachtig gedecoreerde koets voor het Russische hof en vele stukken Meissen porselein, alsmede dure snuifdozen en gouden en zilveren uurwerken.
De Vrouw Maria, een snauwschip onder schipper Reynoud Lourens, verloor in 1771 zijn roer, sloeg op de rotsen bij de Aland eilanden en zonk uiteindelijk na enkele dagen naar de bodem op ruim 40 meter diepte. Slechts enkele kostbaarheden die aangekocht waren door Catharina de Grote, waaronder enkele Hollandse meesters, konden gered worden. Het leegpompen van het schip mislukte omdat de pomp verstopt raakte door de koffiebonen die aan boord waren! Doordat de bemanning overleefde zijn er nog veel documenten bewaard gebleven waarin de ramp beschreven is. Zeker is dat er nog meer dan 20 schilderijen van grote Hollandse meesters verpakt in de ruimen liggen. Voor huidige begrippen een miljoenenschat, waar mogelijk weinig van is overgebleven in het brakke, zuurstofarme water. Voer voor sneupers!
Maritiem archeologe Riikka Alvik, die recent ook op de conferentie over de Sonttolregisters in Groningen was, dook zelf met collega's naar het wrak van de Vrouw Maria. Omdat het niet duidelijk is welke fondsen voor verder onderzoek beschikbaar komen zou het mooi zijn als Nederlandse musea en onderzoeksinstituten actief gingen meewerken om dit prachtige stuk overzees Nederlands erfgoed onder de aandacht van het grote publiek te brengen en te houden!
Bijvoorbeeld door de briljante, multimediale Finse tentoonstelling geheel of gedeeltelijk over te nemen als het in januari 2013 stopt. Iets voor het Scheepvaartmuseum, Rijksmuseum, Tresoar of Fries (Scheepvaart)Museum?
Het boek neemt je mee van de 18e eeuw naar de 21e eeuw, waarin de wrakken worden opgedoken. Vergelijkingen worden gemaakt met de ontdekking en conservering van het wrak van de Vasa in Stockholm.
Op schitterende wijze wordt een beeld geschetst van de holistische aanpak van de maritieme archeologen en historici. Vele aspecten worden belicht bij het zoeken van en duiken naar de wrakken van de 18e eeuwse, uit Amsterdam vertrokken, Sontvaarders. Beide schepen waren op weg naar Sint Petersburg met kostbare ladingen voor het Russische hof.
De Sint Michel was een schip dat in 1747 voor de Finse kust verging onder schipper Carl Poulsen Amiel. Aan boord was een prachtig gedecoreerde koets voor het Russische hof en vele stukken Meissen porselein, alsmede dure snuifdozen en gouden en zilveren uurwerken.
De Vrouw Maria, een snauwschip onder schipper Reynoud Lourens, verloor in 1771 zijn roer, sloeg op de rotsen bij de Aland eilanden en zonk uiteindelijk na enkele dagen naar de bodem op ruim 40 meter diepte. Slechts enkele kostbaarheden die aangekocht waren door Catharina de Grote, waaronder enkele Hollandse meesters, konden gered worden. Het leegpompen van het schip mislukte omdat de pomp verstopt raakte door de koffiebonen die aan boord waren! Doordat de bemanning overleefde zijn er nog veel documenten bewaard gebleven waarin de ramp beschreven is. Zeker is dat er nog meer dan 20 schilderijen van grote Hollandse meesters verpakt in de ruimen liggen. Voor huidige begrippen een miljoenenschat, waar mogelijk weinig van is overgebleven in het brakke, zuurstofarme water. Voer voor sneupers!
Maritiem archeologe Riikka Alvik, die recent ook op de conferentie over de Sonttolregisters in Groningen was, dook zelf met collega's naar het wrak van de Vrouw Maria. Omdat het niet duidelijk is welke fondsen voor verder onderzoek beschikbaar komen zou het mooi zijn als Nederlandse musea en onderzoeksinstituten actief gingen meewerken om dit prachtige stuk overzees Nederlands erfgoed onder de aandacht van het grote publiek te brengen en te houden!
Bijvoorbeeld door de briljante, multimediale Finse tentoonstelling geheel of gedeeltelijk over te nemen als het in januari 2013 stopt. Iets voor het Scheepvaartmuseum, Rijksmuseum, Tresoar of Fries (Scheepvaart)Museum?
zondag 28 oktober 2012
Sonttolregisters online internationaal erkende maritieme bron
Op donderdag 25 en vrijdag 26 oktober 2012 vond in Groningen de Second Arenberg Conference on History plaats. In een gebouw (het voormalige Laboratorium voor Hygiëne) van de Rijksuniversiteit Groningen kwamen maritieme wetenschappers, onderzoekers en genealogen bijeen om de stand van zaken van de Sonttolregisters online te bespreken. De belastingregisters van de koning van Denemarken, die tol hief op de passage door de Sont, zijn een steeds belangrijker wordende bron voor onderzoek van de economische geschiedenis van de handel op de Oostzee.
Na een welkomstwoord door voorzitter Jan-Willem Veluwenkamp vertelde Michael Serruys in het kort waarom de Arenberg Foundation dit congres steunt.
Siem van de Woude, de projectleider namens Tresoar, vertelde over de stand van zaken bij het transcriberen van de Sonttolregisters door de sociale werkplaats Breed. De gegevens van voor 1630 (zo'n 320.000 records) zijn zodanig gecompliceerd dat besloten is hier een crowdsourcing project van te maken (gekeken wordt nog hoe precies). Richard Keijzer beschrijft dit ook op zijn blog.
Werner Scheltjens gaf als eerste wetenschapper een visie op de Noordduitse plaats Papenburg, in het hertogdom Arenberg, over de periode 1803-1810. Was dit een virtuele gemeenschap? In tijden van oorlog vluchtten schippers uit de Republiek vaak naar de neutrale vlag van Papenburg, zodat ze niet (makkelijk) gekaapt konden worden.
Magnus Andersson (Gothenburg, Zweden) vergeleek de scheepsbewegingen tussen 1760 en 1765 tussen de Sonttolregisters en de douanepapieren in Gothenburg, waar vaak handel binnen de Oostzee werd gelost.
Jelle Jan Koopmans, die bezig is te promoveren op dit onderwerp, presenteerde een paper waarin de familie Kingma uit Makkum centraal stond. Kingma was een sociaal handig man, die daardoor grote rijkdom in de handel op de Oostzee en de rest van Europa kon vergaren, zoals Rienk Wegener Sleeswijk kon beamen.
Een excursie naar de Martinikerk bracht ons via een nauwe trap naar de ruimtes boven de gewelven, die een enorm netwerk van hout en steen blootlegden.
Na de pauze presenteerde Katarina Galani uit Corfu, Griekenland, een vergelijking tussen de handel op de Oostzee en de Middellandse Zee rond de Napoleontische oorlogen. De data van Lloyd's List geven een vergelijkbare bron als de sonttol voor de Middellandse zee doorvaarten.
Riikka Alvik, researcher bij het Finse Vrouw Maria Underwater Project, toonde twee case-studies over Nederlandse schepen die strandden voor de Finse kust in de 18e eeuw. Het betrof als eerste de Sint Michel in 1747, een schip onder Carl Paulsen Amiel van Amsterdam naar Sint Petersburg, waarvan een koets, kleding en luxe voorwerpen zijn opgedoken (no. 356 in de Sonttolregisters). Ook zijn er nog skeletresten in het Fins Maritiem Museum in Kotka.
De tweede was de Vrouw Maria die in 1771 onder schipper Reinoud Lourens uit Amsterdam op de rotsen bij de Alland eilanden liep. Ik schreef er recent een artikel over, Speuren in de Sonttolregisters, in de publicatie van Tresoar, Letterhoeke, met een tekening van het schip dat rechtop op de zeebodem staat, op een diepte van 40 meter. Er staan prachtige video-beelden van op YouTube, zie bijvoorbeeld Vrouw Maria wrecked in the Baltic, First dive, Second dive en Interactive Installation for shipwreck Vrouw Maria. Zie ook het onderzoek van Christian Ahlström dat hij beschreef. Het schip blijft op de zeebodem omdat het bergen en tentoonstellen rond de 100 miljoen zou gaan kosten.
De tentoonstelling met opgedoken voorwerpen in het Finse scheepvaartmuseum in Kotka, Spoils of Riches - Stories of the Vrouw Maria and the St. Michel, loopt nog tot begin 2013, maar daarna zijn ze op zoek naar een museum die het overneemt. Iets voor het Scheepvaartmuseum of Tresoar voor het vieren van het Sonttol project?
Jari Ojala, eveneens uit Finland (Jyvaskyla) liet zien dat de data in de Sonttoldatabase waarschijnlijk zeer betrouwbaar zijn omdat ze prima overeenkomen met andere Baltische bronnen als data van het Kammarskollegiet en Utrikshandel.
Na een gezellige maaltijd in café De Sleutel ging ieder zijns weegs voor deze dag.
De vrijdag, onder leiding van George Welling, begon met de cases van Friese schippersgemeenschappen (1600-1800) in Harlingen en Woudsend, door Steenbeek.
Magnus Ressel (Bochum, Duitsland) had een spetterend betoog over de impact van Polen en vooral de Pruisische steden op de handel in de Baltic: Stettin, Danzig en Memel. Zeker als Hamburg geblokkeerd werd profiteerden deze steden, allen gelegen aan de monding van een rivier met een groot achterland. Mercantilisme was hierbij het sleutelbegrip.
Na een lunch-excursie in het Groninger Provinciehuis (het oudste deel is de voormalige Latijnse School die uit de 14e eeuw stamt) was de beurt aan Hanno Brand. Hij behandelde de Friese schippers die koloniale waren vervoerden tussen 1720- 1780. Zelfs vanuit Dokkum gebeurde dit, met name op Stettin en de oostelijke Baltic.
Maarten Draper en Jerem van Duijl hadden een mooie analyse gemaakt van de neergang van de schippers van de Waddeneilanden in de periode 1740-1790. Specifiek werd het eiland Ameland er uitgelicht, waar de Amelander schipper Fopke Cornelis opviel met maar liefst 111 doorvaarten van de Sont. Men voer met name op Dantzig, en toen die route minder belangrijk werd liep de handel van de Amelanders ook af.
Als laatste spreker gaf Jeroen van der Vliet van het Rijksmuseum een vergelijking tussen de Amsterdamse monsterrollen en de gegevens in de Sonttolregisters. Hij heeft een database opgebouwd uit de monsterrollen tussen 1747 en 1850, die een aantal mooie resultaten gaf van koppeling van namen. Ook hier weer een voorbeeld van een Amelander schipper: Cornelis Claasen Bollebakker, die met het schip Bonnafeda of Bonafida o.a. in 1770 van Amsterdam naar Dantzig voer. Het betreft hier het Amsterdamse archief van de waterschout.
Zelf zat ik nog te denken aan het visualizeren van de data uit de Sonttolregisters op een wereldkaart, zoals Google Maps. Je zou dan bijvoorbeeld met bollen, waarvan de grootte het aantal bestemmingen weergeeft, en een verschuifbare tijdslijn, prachtig in beeld kunnen brengen hoe de vaarroutes in de Oostzeehandel waren. Zoiets als GPS Visualizer.
Na een welkomstwoord door voorzitter Jan-Willem Veluwenkamp vertelde Michael Serruys in het kort waarom de Arenberg Foundation dit congres steunt.
Siem van de Woude, de projectleider namens Tresoar, vertelde over de stand van zaken bij het transcriberen van de Sonttolregisters door de sociale werkplaats Breed. De gegevens van voor 1630 (zo'n 320.000 records) zijn zodanig gecompliceerd dat besloten is hier een crowdsourcing project van te maken (gekeken wordt nog hoe precies). Richard Keijzer beschrijft dit ook op zijn blog.
Werner Scheltjens gaf als eerste wetenschapper een visie op de Noordduitse plaats Papenburg, in het hertogdom Arenberg, over de periode 1803-1810. Was dit een virtuele gemeenschap? In tijden van oorlog vluchtten schippers uit de Republiek vaak naar de neutrale vlag van Papenburg, zodat ze niet (makkelijk) gekaapt konden worden.
Magnus Andersson (Gothenburg, Zweden) vergeleek de scheepsbewegingen tussen 1760 en 1765 tussen de Sonttolregisters en de douanepapieren in Gothenburg, waar vaak handel binnen de Oostzee werd gelost.
Jelle Jan Koopmans, die bezig is te promoveren op dit onderwerp, presenteerde een paper waarin de familie Kingma uit Makkum centraal stond. Kingma was een sociaal handig man, die daardoor grote rijkdom in de handel op de Oostzee en de rest van Europa kon vergaren, zoals Rienk Wegener Sleeswijk kon beamen.
Een excursie naar de Martinikerk bracht ons via een nauwe trap naar de ruimtes boven de gewelven, die een enorm netwerk van hout en steen blootlegden.
Na de pauze presenteerde Katarina Galani uit Corfu, Griekenland, een vergelijking tussen de handel op de Oostzee en de Middellandse Zee rond de Napoleontische oorlogen. De data van Lloyd's List geven een vergelijkbare bron als de sonttol voor de Middellandse zee doorvaarten.
Riikka Alvik, researcher bij het Finse Vrouw Maria Underwater Project, toonde twee case-studies over Nederlandse schepen die strandden voor de Finse kust in de 18e eeuw. Het betrof als eerste de Sint Michel in 1747, een schip onder Carl Paulsen Amiel van Amsterdam naar Sint Petersburg, waarvan een koets, kleding en luxe voorwerpen zijn opgedoken (no. 356 in de Sonttolregisters). Ook zijn er nog skeletresten in het Fins Maritiem Museum in Kotka.
De tweede was de Vrouw Maria die in 1771 onder schipper Reinoud Lourens uit Amsterdam op de rotsen bij de Alland eilanden liep. Ik schreef er recent een artikel over, Speuren in de Sonttolregisters, in de publicatie van Tresoar, Letterhoeke, met een tekening van het schip dat rechtop op de zeebodem staat, op een diepte van 40 meter. Er staan prachtige video-beelden van op YouTube, zie bijvoorbeeld Vrouw Maria wrecked in the Baltic, First dive, Second dive en Interactive Installation for shipwreck Vrouw Maria. Zie ook het onderzoek van Christian Ahlström dat hij beschreef. Het schip blijft op de zeebodem omdat het bergen en tentoonstellen rond de 100 miljoen zou gaan kosten.
De tentoonstelling met opgedoken voorwerpen in het Finse scheepvaartmuseum in Kotka, Spoils of Riches - Stories of the Vrouw Maria and the St. Michel, loopt nog tot begin 2013, maar daarna zijn ze op zoek naar een museum die het overneemt. Iets voor het Scheepvaartmuseum of Tresoar voor het vieren van het Sonttol project?
Jari Ojala, eveneens uit Finland (Jyvaskyla) liet zien dat de data in de Sonttoldatabase waarschijnlijk zeer betrouwbaar zijn omdat ze prima overeenkomen met andere Baltische bronnen als data van het Kammarskollegiet en Utrikshandel.
Na een gezellige maaltijd in café De Sleutel ging ieder zijns weegs voor deze dag.
De vrijdag, onder leiding van George Welling, begon met de cases van Friese schippersgemeenschappen (1600-1800) in Harlingen en Woudsend, door Steenbeek.
Magnus Ressel (Bochum, Duitsland) had een spetterend betoog over de impact van Polen en vooral de Pruisische steden op de handel in de Baltic: Stettin, Danzig en Memel. Zeker als Hamburg geblokkeerd werd profiteerden deze steden, allen gelegen aan de monding van een rivier met een groot achterland. Mercantilisme was hierbij het sleutelbegrip.
Na een lunch-excursie in het Groninger Provinciehuis (het oudste deel is de voormalige Latijnse School die uit de 14e eeuw stamt) was de beurt aan Hanno Brand. Hij behandelde de Friese schippers die koloniale waren vervoerden tussen 1720- 1780. Zelfs vanuit Dokkum gebeurde dit, met name op Stettin en de oostelijke Baltic.
Maarten Draper en Jerem van Duijl hadden een mooie analyse gemaakt van de neergang van de schippers van de Waddeneilanden in de periode 1740-1790. Specifiek werd het eiland Ameland er uitgelicht, waar de Amelander schipper Fopke Cornelis opviel met maar liefst 111 doorvaarten van de Sont. Men voer met name op Dantzig, en toen die route minder belangrijk werd liep de handel van de Amelanders ook af.
Als laatste spreker gaf Jeroen van der Vliet van het Rijksmuseum een vergelijking tussen de Amsterdamse monsterrollen en de gegevens in de Sonttolregisters. Hij heeft een database opgebouwd uit de monsterrollen tussen 1747 en 1850, die een aantal mooie resultaten gaf van koppeling van namen. Ook hier weer een voorbeeld van een Amelander schipper: Cornelis Claasen Bollebakker, die met het schip Bonnafeda of Bonafida o.a. in 1770 van Amsterdam naar Dantzig voer. Het betreft hier het Amsterdamse archief van de waterschout.
Zelf zat ik nog te denken aan het visualizeren van de data uit de Sonttolregisters op een wereldkaart, zoals Google Maps. Je zou dan bijvoorbeeld met bollen, waarvan de grootte het aantal bestemmingen weergeeft, en een verschuifbare tijdslijn, prachtig in beeld kunnen brengen hoe de vaarroutes in de Oostzeehandel waren. Zoiets als GPS Visualizer.
Abonneren op:
Posts (Atom)


