Als u binnenkort op Schiermonnikoog bent, dan moet u zeker eens een bezoek brengen aan de eendenkooi van Talsma.
Deze kooi bij de zogenaamde Kooiplaats (boerderij met kooi) wordt nog steeds gerund door de oude heer Theun Talsma. Dezelfde familie kennen we ook van een kooi bij de Anjumer kolken
In 2012 bezochten we de Van Asperenkooi tijdens een ledendag. De cover van De Sneuper 110 was gesierd met een foto van die kooi.
Tijdens een rondleiding ga je de bebossing rond de omwalde eendenvijver in en vertelt Talsma over de geschiedenis en gebruiken rond de kooi. Vele spreekwoorden zijn gebaseerd op het leven van de kooiker en zijn eenden: de pijp uit gaan, achter de schermen werken etc.
In de Schiermonnikoger kooi komen tal van eendensoorten voor. Ik zag bergeenden, kuifeenden, smienten, talingen en zelfs een gans, die ooit door een eend is uitgebroed in een van de ingegraven melkbussen. De tamme eenden lokken de wilde eenden die gevangen gaan worden. Tegenwoordig is dat alleen nog maar om te ringen.
In het kooikershuisje binnen de kooi staan diverse gereedschappen en ook enkele kleine stukjes turf. Die werden gebruikt om al smeulend de menselijke geur te camoufleren van de naderende kooiker.
Aan de rand van de kooi is ook een klein gedenkteken opgericht met het jaartal 1945, dat herinnert aan het feit dat Schiermonnikoog als een van de laatste plekken bevrijd werd. Collaborateurs uit het Groningse Scholtenhuis hadden zich in hutten in de kooi ingegraven, maar werden uiteindelijk verwijderd.
Rondom de kooi loopt een pad dat helemaal bedekt is met mos. Talsma verwijdert hier regelmatig het gras om het zachte tapijt te onderhouden dat de voetstappen, en dus de geluiden, dempt.
Er groeien ook enkele pruimenbomen in de kooi. Die smaken heerlijk bij een stukje eendenvlees!
Mooi dat zo'n stuk cultureel erfgoed door de familie Talsma in stand gehouden wordt!
Posts tonen met het label schiermonnikoog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schiermonnikoog. Alle posts tonen
vrijdag 11 augustus 2017
vrijdag 27 januari 2017
Waddencanon
Door Hilbert G. de Vries, Schiermonnikoog
De schrijvers van het boek “Geschiedenis van de Wadden; de canon van de Waddeneilanden”, Anne Doedens en Jan Houter noemen het boek een allereerste aanzet tot een cultuurgeschiedenis van
alle Nederlandse Waddeneilanden en het wordt gepresenteerd als een naslagwerk; het boek ziet er ook mooi uit, met veel mooie foto’s. Kortom: het zal wel veel gebruikt worden in toekomstige onderzoeken en scripties.
En juist daar wringt het nu. Want het is wel een mooi boek, maar het zou nog veel mooier zijn als er niet zo veel fouten in zouden staan!
En dan heb ik het niet over drukfouten (volgens mij staan die er niet zo veel in), maar over inhoudelijke fouten.
Ik beperk me tot Schiermonnikoog en wil een paar voorbeelden noemen (er zijn er meer, maar ik laat het hier bij een selectie – een volledig lijstje kunt u bij mij krijgen).
Op blz. 46 wordt gesteld dat de vuurtoren onbemand is (dat is toch – gelukkig – echt niet zo);
op blz.84/85 wordt gesproken over het Riga-aardewerk, terwijl dat toch van hout is!
Op blz. 64 staat dat Johan Stachouwer het eiland in 1638 kocht – dat moet zijn 1640.
In Venster 22 over Beeldende kunst van, over en op de Wadden (het boek is, net zoals bijv. de Canon van de Nederlandse Geschiedenis, verdeeld in hoofdstukken, vensters genoemd) wordt Schiermonnikoog alleen genoemd als plaats waar Haaike Jaarsma de zeevaartschool heeft bezocht;
maar de naam van Martin van Waning wordt helemaal niet genoemd – hoewel er in het venster over kloosters wel een foto is afgedrukt van het standbeeld van de Schiere Monnik, dat gemaakt is door Van Waning.
Op blz. 120 staat dat Schiermonnikoog tussen 1801 en 1806 bij Groningen heeft gehoord – terwijl het toen (tijdens het Bataafs Gemenebest) toch echt bij het ‘Departement Friesland’ heeft gehoord (zie bijvoorbeeld op Wikipedia).
Venster 38 gaat over Banck en Bernstorff. De eerste zin daarvan luidt: ‘In 1859 verkochten Edzard van Starkenborch Stachouwer en zijn vrouw Schiermonnikoog’. (Het jaartal 1859 komt nog een paar keer voor in het boek).
Dit is een zin waarbij je de haren ten berge rijzen.
Het eiland werd namelijk door mr. Banck in 1858 gekocht van Edzard Tjarda van Starkenborch Stachouwer (die het eiland voor 2/3 in bezit had) en Gratia Susanna Stachouwer (die 1/3 van het eiland in bezit had). (zie Foskea van der Ven – Een omstreden eiland; blz. 129/130). En Edzard en Gratia waren niet man en vrouw, maar achterneef en –nicht.
Blz. 184: sedert 2007 is er een sneldienst naar Schiermonnikoog vanaf het Groningse (!) vakantiepark Esonstad.
De presentatie van het boek op Schiermonnikoog (het boek werd op alle eilanden gepresenteerd) was begonnen met de aanbieding van een ‘ingelijste, op zeer duurzaam papier geprinte kopie van een oorkonde uit Tresoar van 1465 – daarin komt het woord Schiermonnikoog voor het eerst voor’.
Afgezien van het feit dat de foto een kopie is van een deel van de bij Tresoar berustende foto van de oorkonde van 1465, is het niet waar dat de oudste vermelding van de naam Schiermonnikoog op de oorkonde van 1465 voorkomt; de oudste vermelding komt voor op een oorkonde van 1440.
De schrijvers van het boek “Geschiedenis van de Wadden; de canon van de Waddeneilanden”, Anne Doedens en Jan Houter noemen het boek een allereerste aanzet tot een cultuurgeschiedenis van
alle Nederlandse Waddeneilanden en het wordt gepresenteerd als een naslagwerk; het boek ziet er ook mooi uit, met veel mooie foto’s. Kortom: het zal wel veel gebruikt worden in toekomstige onderzoeken en scripties. En juist daar wringt het nu. Want het is wel een mooi boek, maar het zou nog veel mooier zijn als er niet zo veel fouten in zouden staan!
En dan heb ik het niet over drukfouten (volgens mij staan die er niet zo veel in), maar over inhoudelijke fouten.
Ik beperk me tot Schiermonnikoog en wil een paar voorbeelden noemen (er zijn er meer, maar ik laat het hier bij een selectie – een volledig lijstje kunt u bij mij krijgen).
Op blz. 46 wordt gesteld dat de vuurtoren onbemand is (dat is toch – gelukkig – echt niet zo);
op blz.84/85 wordt gesproken over het Riga-aardewerk, terwijl dat toch van hout is!
Op blz. 64 staat dat Johan Stachouwer het eiland in 1638 kocht – dat moet zijn 1640.
In Venster 22 over Beeldende kunst van, over en op de Wadden (het boek is, net zoals bijv. de Canon van de Nederlandse Geschiedenis, verdeeld in hoofdstukken, vensters genoemd) wordt Schiermonnikoog alleen genoemd als plaats waar Haaike Jaarsma de zeevaartschool heeft bezocht;
maar de naam van Martin van Waning wordt helemaal niet genoemd – hoewel er in het venster over kloosters wel een foto is afgedrukt van het standbeeld van de Schiere Monnik, dat gemaakt is door Van Waning.
Op blz. 120 staat dat Schiermonnikoog tussen 1801 en 1806 bij Groningen heeft gehoord – terwijl het toen (tijdens het Bataafs Gemenebest) toch echt bij het ‘Departement Friesland’ heeft gehoord (zie bijvoorbeeld op Wikipedia).
Venster 38 gaat over Banck en Bernstorff. De eerste zin daarvan luidt: ‘In 1859 verkochten Edzard van Starkenborch Stachouwer en zijn vrouw Schiermonnikoog’. (Het jaartal 1859 komt nog een paar keer voor in het boek).
Dit is een zin waarbij je de haren ten berge rijzen.
Het eiland werd namelijk door mr. Banck in 1858 gekocht van Edzard Tjarda van Starkenborch Stachouwer (die het eiland voor 2/3 in bezit had) en Gratia Susanna Stachouwer (die 1/3 van het eiland in bezit had). (zie Foskea van der Ven – Een omstreden eiland; blz. 129/130). En Edzard en Gratia waren niet man en vrouw, maar achterneef en –nicht.
Blz. 184: sedert 2007 is er een sneldienst naar Schiermonnikoog vanaf het Groningse (!) vakantiepark Esonstad.
De presentatie van het boek op Schiermonnikoog (het boek werd op alle eilanden gepresenteerd) was begonnen met de aanbieding van een ‘ingelijste, op zeer duurzaam papier geprinte kopie van een oorkonde uit Tresoar van 1465 – daarin komt het woord Schiermonnikoog voor het eerst voor’.
Afgezien van het feit dat de foto een kopie is van een deel van de bij Tresoar berustende foto van de oorkonde van 1465, is het niet waar dat de oudste vermelding van de naam Schiermonnikoog op de oorkonde van 1465 voorkomt; de oudste vermelding komt voor op een oorkonde van 1440.
dinsdag 12 juli 2016
Database met neergestorte vliegtuigen 1939-1945
Tijdens de ledendag van de Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht, een vereniging op vliegbasis Gilze-Rijen die oude vliegtuigen in de lucht houdt, woonde ik een lezing bij van de Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945.
De vertegenwoordiger van deze studiegroep nam ons mee door de geschiedenis van de vereniging die sinds 1975 bestaat.
Door de jaren heen is door archiefonderzoek en contacten met mensen uit vele landen een prachtig bestand opgebouwd van vliegtuigen waarvan bekend is dat ze op Nederlandse bodem zijn neergestort tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Recentelijk haalde de studiegroep zelfs het NOS-journaal van 8 uur.
Aanvankelijk werd de informatie bijgehouden in een kaartensysteem, maar uiteindelijk is alles op gestructureerde wijze in een Access-database gezet. De 13-jarige zoon van de presentator bouwde hiervoor in korte tijd een website met handige zoekfunctie.
Dit zogenaamde Verliesregister bevat informatie over de plaats van de crash, de bemanning, en bijzonderheden over het wel of niet overleven en eventuele begraafplaats.
Het makkelijkste is om te zoeken op 'Location'.
Bij het zoeken met de plaatsnaam Dokkum komen er 4 zoekresultaten van crashes in de nabijheid van Dokkum. Door op het nummer in de eerste kolom, SGLO, te klikken, verschijnt vervolgens een blad met alle details, die u kunt uitprinten of digitaal bewaren.
Als u op 'Ameland' zoekt verschijnen er zelfs 45 vermeldingen!
Schiermonnikoog levert ook nog 29 resultaten op.
Mocht u dus interesse in dit onderwerp hebben: probeer zelf eens in het Verliesregister te zoeken op een plaatsnaam.
Overigens kon ik zelf in de middag nog een mooie vlucht meemaken met een lesvliegtuig uit de jaren '50, een Fokker S-11(filmpje). Vliegend cultureel erfgoed (evenals een Spitfire, B-25, Harvard, Beech, Piper Super cub en Tiger Moth) dat door vrijwilligers met grote liefde en kennis wordt onderhouden, onder de strengste richtlijnen van de luchtvaart-inspectie!
Update: Reinder Postma meldde dat er ook een Friese website is, Luchtoorlog Friesland, met een overzicht waarin gezocht kan worden.
De vertegenwoordiger van deze studiegroep nam ons mee door de geschiedenis van de vereniging die sinds 1975 bestaat.
Door de jaren heen is door archiefonderzoek en contacten met mensen uit vele landen een prachtig bestand opgebouwd van vliegtuigen waarvan bekend is dat ze op Nederlandse bodem zijn neergestort tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Recentelijk haalde de studiegroep zelfs het NOS-journaal van 8 uur.
Aanvankelijk werd de informatie bijgehouden in een kaartensysteem, maar uiteindelijk is alles op gestructureerde wijze in een Access-database gezet. De 13-jarige zoon van de presentator bouwde hiervoor in korte tijd een website met handige zoekfunctie.
Dit zogenaamde Verliesregister bevat informatie over de plaats van de crash, de bemanning, en bijzonderheden over het wel of niet overleven en eventuele begraafplaats.
Het makkelijkste is om te zoeken op 'Location'.
Bij het zoeken met de plaatsnaam Dokkum komen er 4 zoekresultaten van crashes in de nabijheid van Dokkum. Door op het nummer in de eerste kolom, SGLO, te klikken, verschijnt vervolgens een blad met alle details, die u kunt uitprinten of digitaal bewaren.
Als u op 'Ameland' zoekt verschijnen er zelfs 45 vermeldingen!
Schiermonnikoog levert ook nog 29 resultaten op.
Mocht u dus interesse in dit onderwerp hebben: probeer zelf eens in het Verliesregister te zoeken op een plaatsnaam.
Overigens kon ik zelf in de middag nog een mooie vlucht meemaken met een lesvliegtuig uit de jaren '50, een Fokker S-11(filmpje). Vliegend cultureel erfgoed (evenals een Spitfire, B-25, Harvard, Beech, Piper Super cub en Tiger Moth) dat door vrijwilligers met grote liefde en kennis wordt onderhouden, onder de strengste richtlijnen van de luchtvaart-inspectie!
Update: Reinder Postma meldde dat er ook een Friese website is, Luchtoorlog Friesland, met een overzicht waarin gezocht kan worden.
vrijdag 4 maart 2016
Van snik naar smak
Door Nykle Dijkstra.
Ooit geweten dat een inwoner van Schiermonnikoog tijdens de Vierde Nederlands-Engelse oorlog een vloot, bestaande uit VOC-schepen en marineschepen, redde door hen te waarschuwen dat ze door een sterkere Britse vloot werden opgewacht?
En ooit geweten dat vissers van Schiermonnikoog vroeger met kormachines oesters vingen? Deze, en andere weetjes kwam ik tegen bij het maken van mijn bachelorscriptie geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen.
De scriptie gaat over de zeevaart van het eiland in de achttiende eeuw, en met name de overgang van visserij naar koopvaardij. Dit bleek een vrij onbekend stukje geschiedenis te zijn, maar niet minder interessant. Zo werd de eilander gedroogde schol ooit zelfs in het buitenland verkocht, zijn er enkele bijzondere verhalen over de walvisvaart te vertellen en bleek dat veel zeevaardersfamilies in de achttiende eeuw al een belangrijke rol speelden bij de eilander koopvaardij.
Achterin de scriptie staat een overzicht van alle koopvaardijschippers die ik tijdens het onderzoek ben tegengekomen. Ook als je wilt weten hoe de bestekset van de bevelvoerder op een achttiende-eeuwse walvisvaarder eruit ziet, is dit werk een aanrader. U kunt de scriptie lezen via deze link.
(Dit artikel verscheen eerder in de De Dorpsbode, 67e jaargang, nr.15, 1 augustus 2014, Schiermonnikoog.)
Ooit geweten dat een inwoner van Schiermonnikoog tijdens de Vierde Nederlands-Engelse oorlog een vloot, bestaande uit VOC-schepen en marineschepen, redde door hen te waarschuwen dat ze door een sterkere Britse vloot werden opgewacht?
En ooit geweten dat vissers van Schiermonnikoog vroeger met kormachines oesters vingen? Deze, en andere weetjes kwam ik tegen bij het maken van mijn bachelorscriptie geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen.
De scriptie gaat over de zeevaart van het eiland in de achttiende eeuw, en met name de overgang van visserij naar koopvaardij. Dit bleek een vrij onbekend stukje geschiedenis te zijn, maar niet minder interessant. Zo werd de eilander gedroogde schol ooit zelfs in het buitenland verkocht, zijn er enkele bijzondere verhalen over de walvisvaart te vertellen en bleek dat veel zeevaardersfamilies in de achttiende eeuw al een belangrijke rol speelden bij de eilander koopvaardij.
Achterin de scriptie staat een overzicht van alle koopvaardijschippers die ik tijdens het onderzoek ben tegengekomen. Ook als je wilt weten hoe de bestekset van de bevelvoerder op een achttiende-eeuwse walvisvaarder eruit ziet, is dit werk een aanrader. U kunt de scriptie lezen via deze link.
(Dit artikel verscheen eerder in de De Dorpsbode, 67e jaargang, nr.15, 1 augustus 2014, Schiermonnikoog.)
donderdag 11 februari 2016
Meer dan 300.000 opnamen uit de Nedergerechten Friesland online
Op de website van Tresoar zijn vandaag 304.412 opnamen uit de Nedergerechten van Friese gemeenten geplaatst. De Nedergerechten waren
lokale rechtbanken in de grietenijen (gemeenten) en steden van Friesland
in de periode van de late Middeleeuwen tot 1811. Zij hielden zich bezig
met criminele, civiele en vrijwillige rechtspraak. In 2009 is de stichting Vrienden van de Archieven in Friesland (FAF) begonnen met het digitaliseren van de bij Tresoar aanwezige archieven van de Nedergerechten. Alle archiefstukken zijn weliswaar op microfiche op de studiezaal Tresoar te raadplegen maar een aantal van deze fiches is van slechte kwaliteit. In eerste instantie was de inspanning er op gericht om alleen te digitaliseren ter vervanging van deze fiches. In de loop der tijd is dit project echter in de breedte gegroeid waardoor het nu de ambitie is om het complete Nedergerechtsarchief te digitaliseren. Vandaag is het eerste deel daarvan online beschikbaar gesteld.
Zowel voor algemeen historisch als voor genealogisch onderzoek zijn de Nedergerechten van groot belang. Naast informatie over (kleine) rechtzaken bevinden zich ook weesrekeningboeken, aanstellingen van voogden, boedelbeschrijvingen, verkopingen en hypotheken in de Nedergerechten. Voor wat betreft criminele zaken mocht het nedergerecht alleen lichte overtredingen behandelen, maar in de zogenaamde Informatieboeken wordt verslag gedaan van vooronderzoek van criminele zaken die werden opgestuurd naar het Hof van Friesland.
Het deel van de Nedergerechten wat nu op internet beschikbaar is gesteld, omvat nog maar zo'n 10% van de honderden meters Nedergerechtsarchief in de depots van Tresoar. Van sommige gemeenten zijn nog maar een beperkt aantal stukken gefotografeerd, terwijl van een kleine gemeente als Schiermonnikoog het gehele Nedergerecht nu digitaal beschikbaar is.
De Nedergerechten zijn te vinden op de pagina 'Zoeken naar voorouders' of rechtstreeks op de pagina 'Nedergerechten'.
Voor bijvoorbeeld Dokkum zijn deze bronnen en perioden beschikbaar:
| 13-10, 15 : Dokkum 1555-1561 | Recesboeken |
| 13-10, 185 : Dokkum 1588-1592 | Verkoopboeken. Processen-verbaal van de decretale en andere publieke verkopingen van onroerend goed |
| 13-10, 222 : Dokkum 1603-1614 | Hypotheekboeken |
Helaas ontbreken de Dongeradelen, Kollumerland, Ameland, Ferwerderadeel en Dantumadeel nu nog!
maandag 20 april 2015
11en30 NGV Friesland april 2015 met Schiermonnikoog gemeentewapen
Schiermonnikoog heeft een gemeentewapen met daarin de schiere monnik prominent verbeeld. Het wapen siert de cover van het nieuwe nummer van 11en30 maar desondanks bevat de inhoud geen aan Schiermonnikoog gerelateerde artikelen. Daarvoor moet je toch bij 't Heer en Feer zijn.
De afdeling Friesland van NGV meldt per 1 februari 2015 in totaal 442 leden te hebben, waarvan 87 'bijkomende leden'. Een dalende trend t.o.v. 2014.
Jeroen Hofstra vermeldt in het artikel Criminele Zaken in Friesland in de 18e eeuw een aantal bronnensites die op ons blog ook regelmatig de revue passeren (en zelfs meer).
In Verdacht maar niet vervolgd: de zaak van Detje Paulus, belicht Martha Kist haar voorouder uit Oostermeer (Eastermar) die in 1809 werd vastgezet op verdenking van diefstal van geld uit het huis van Atje Geerts en Klaas Hayes. Bij gebrek aan bewijs werd ze vrijgesproken.
Jaap de Boer verhaalt over de ouders van Maria Catharina Piron en hun criminele handel en wandel, Mathijs Pieron en Geiske Folkerts. Gedupeerden zijn Wijtze Petrus de Vries, bij de Meelbrug, en Rein van der Ploeg, in de Schrans onder Huizum. Een aantal Joodse handelaren is ook bij de zaak betrokken: Meijer Jacobs, Ephraim Josephs, Adam Levi de Jong en Herman Jacobs. Als getuigen trad zilversmid Ate Offringa op met zijn zoon Jochum en de wachtmeester van Leeuwarden, Lourens Sontag en diens assistent Rinse Roorda. Het ging hierbij om de diefstal van een aantal (vecht-)hoenders!
Schaatser Hilbert van der Duim is onderwerp van een stamreeks door Sytze Giezen. Deze gaat terug tot Jan Hendriks van der Duim die ca 1761 werd geboren en in Terwispel overleed.
Het langste artikel in dit nummer is van de hand van Nynke Buis en is getiteld: Bajesklanten. In 2002 liet zij zich vrijwillig een weekend opsluiten in de gevangenis te Hoorn. Ze vergelijkt haar inschrijving met die van 1875, evenals de destijds geldende regimes qua groep, eten en drinken, dagbesteding, slapen, luchten en ontslag. Haar betovergrootvader Berend Roosenstein was degene die het in 1875 moest ondergaan!
Van de landelijke NGV website is het aardig af en toe eens te kijken naar de pagina met besproken periodieken. Ook De Sneuper wordt kort genoemd via de overzichtspagina.
De afdeling Friesland van NGV meldt per 1 februari 2015 in totaal 442 leden te hebben, waarvan 87 'bijkomende leden'. Een dalende trend t.o.v. 2014.
Jeroen Hofstra vermeldt in het artikel Criminele Zaken in Friesland in de 18e eeuw een aantal bronnensites die op ons blog ook regelmatig de revue passeren (en zelfs meer).
In Verdacht maar niet vervolgd: de zaak van Detje Paulus, belicht Martha Kist haar voorouder uit Oostermeer (Eastermar) die in 1809 werd vastgezet op verdenking van diefstal van geld uit het huis van Atje Geerts en Klaas Hayes. Bij gebrek aan bewijs werd ze vrijgesproken.
Jaap de Boer verhaalt over de ouders van Maria Catharina Piron en hun criminele handel en wandel, Mathijs Pieron en Geiske Folkerts. Gedupeerden zijn Wijtze Petrus de Vries, bij de Meelbrug, en Rein van der Ploeg, in de Schrans onder Huizum. Een aantal Joodse handelaren is ook bij de zaak betrokken: Meijer Jacobs, Ephraim Josephs, Adam Levi de Jong en Herman Jacobs. Als getuigen trad zilversmid Ate Offringa op met zijn zoon Jochum en de wachtmeester van Leeuwarden, Lourens Sontag en diens assistent Rinse Roorda. Het ging hierbij om de diefstal van een aantal (vecht-)hoenders!
Schaatser Hilbert van der Duim is onderwerp van een stamreeks door Sytze Giezen. Deze gaat terug tot Jan Hendriks van der Duim die ca 1761 werd geboren en in Terwispel overleed.
Het langste artikel in dit nummer is van de hand van Nynke Buis en is getiteld: Bajesklanten. In 2002 liet zij zich vrijwillig een weekend opsluiten in de gevangenis te Hoorn. Ze vergelijkt haar inschrijving met die van 1875, evenals de destijds geldende regimes qua groep, eten en drinken, dagbesteding, slapen, luchten en ontslag. Haar betovergrootvader Berend Roosenstein was degene die het in 1875 moest ondergaan!
Van de landelijke NGV website is het aardig af en toe eens te kijken naar de pagina met besproken periodieken. Ook De Sneuper wordt kort genoemd via de overzichtspagina.
zondag 22 december 2013
Auke Luitzens Zwitting, Sontvaarder, vergaat met zoons in Oostzee
Afgelopen vrijdag was ik in het Fries Scheepvaartmuseum te Sneek. Er hangen veel schilderijen met prachtige schepen op zee. Maar ook portretten. Ik zag een prachtige set pendanten uit 1853 met ene Auke Luitzens Zwitting (ook gespeld als Zwieting of Swieting) en zijn echtgenote Berbera Feenstra.
Het bordje bij de schilderijen spreekt overigens van Swieting en Veenstra. Maar ook dat de schipper in 1858 op de Oostzee is vergaan. De schilderijen zijn gemaakt door de reizend portretschilder Berend Wierts Kunst, een van mijn persoonlijke favorieten.
De site van het Fries Scheepvaartmuseum geeft het volgende:
Beschrijving: Pasteltekening. Portret van Auke Luitzen Swieting. Portret ten halve lijve, en trois quarts. Kleding: zwart lakense jas met platte revers, zwart vest en wit hemd. Om de hals is een zwarte doek gestrikt. Ingelijst.
Achterop het papier: 'Auke Luitzen Swieting, geb. te Ureterp. Zeekapitein op eigen schip, genaamd Petrus Horjus in de Oostzee vergaan met twee volwassen zoons Lucas en Petrus in 1858. Zoon van Luitzen Swieting en Aukje Klaazes'.
Achtergrondinformatie: In de Leeuwarder Courant van 5 sept. 1856 wordt melding gemaakt dat kapitein A.L. Swieting van de Harlinger tjalk Petrus Horreüs bij Tonningen een sloep met twaalf drenkelingen redde. Hij was op terugreis van Petersburg.
In het werkregister van Berend Kunst (1794-1881) worden de geportretteerden genoemd: 'Zwiterink en vrouw'. Het jaar van overlijden dat op de achterkant van het portret wordt genoemd is niet juist. Dat blijkt uit een bijlage bij de tweede huwelijksakte van zijn weduwe Berbera Veenstra, d.d. 17 nov. 1868. In een vonnis van de Arrondissementsrechtbank van Leeuwarden wordt gesteld dat 'er regte vermoeden van het overlijden van Gedaagden bestaat sedert den dertigsten October 'achttienhonderdrie en zestig'. Uit het vonnis blijkt dat Auke Luitzens Zwieting (kapitein), Luitzen Zwieting (stuurman) en Petrus Horreus Zwieting (matroos), allen afkomstig uit Dantumawoude, op 28 okt. 1863 met een schip genaamd Petrus Horreus, beladen met tarwe, van Stettin zijn gezeild naar Leith in Schotland. Op 30 okt. 1863 stuurde de kapitein vanuit Elseneur nog een brief naar zijn vrouw. Daarna is niets meer van hem vernomen. Na de uitspraak van de rechtbank stond het Berbera Veenstra vrij te trouwen met iemand anders., Literatuur: - Dr. E.J.F. Smits en Drs. P.J. Huizinga, Berend Kunst - een reizend portretschilder (1794-1881) (Groningen, 1974), p. 59 - Leeuwarder Courant 5 sep. 1856. - Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1980, p. 18
Auke werd geboren op 24 juli 1813 te Ureterp als zoon van Luitsen Hendriks Zwitting en Aukjen Klases en was lidmaat te Opsterland tussen 1844 en 1850, waarna hij vertrok naar Achtkarspelen (Twijzel/Kooten) en daarna naar Ureterp in 1851 en Harlingen in 1852.
Berbera Feenstra trouwde op 2 maart 1843 te Tietjerksteradeel met Auke Luitzen Zwitting en op 12 mei 1870 te Dantumadeel met Douwe Durks Hellinga. Berbera was een dochter van Petrus Horreus Feenstra en Zytske Mulder.
Walter Groen heeft een interessante website waarop hij een transcriptie en scans heeft van het prachtige Werkboekje dat Berend Wierts Kunst bijhield van 1823-1872! Hierin komen de portretten van het echtpaar Zwitting-Feenstra ook voor, met een uitvoerige beschrijving.
Walter Groen is een ervaren genealoog en heeft dan ook op zijn site zoveel mogelijk namen gekoppeld aan scans van portretten, genealogische informatie en een Index op plaatsnamen. Uit onze omgeving komen daarin alleen Kollum met een kind van André(ae). 1 Do. v. Idsinga. Do. Riedel.(wede. Beekhuis. 1 Copie. Dr. Beekhuis en vrouw te Wirdum) en Schiermonnikoog (met Venenga en Vrouw, Zeilenga en Vrouw, De Vrouw van Kourkamp, 4 Copieën naar T. Zeilinga) voor. Ook is er een Index op Namen van geportretteerden.
Het Fries Scheepvaartmuseum blijkt ook nog een prachtige porseleinen pijpenkop van A.L. Swieting uit Ureterp in bezit te hebben met een afbeelding van zijn Harlinger tjalk (1850).
Als we dan ook nog even de Sonttolregisters Online er op naslaan dan zien we dat hij in ieder geval de volgende 8 reizen door de Sont heeft gemaakt (2x met thuishaven Harlingen en 6x met thuishaven Ureterp):
15-7-1849 A. L. Swieting Ureterp Memel - Amstd.
Het bordje bij de schilderijen spreekt overigens van Swieting en Veenstra. Maar ook dat de schipper in 1858 op de Oostzee is vergaan. De schilderijen zijn gemaakt door de reizend portretschilder Berend Wierts Kunst, een van mijn persoonlijke favorieten.
De site van het Fries Scheepvaartmuseum geeft het volgende:
Beschrijving: Pasteltekening. Portret van Auke Luitzen Swieting. Portret ten halve lijve, en trois quarts. Kleding: zwart lakense jas met platte revers, zwart vest en wit hemd. Om de hals is een zwarte doek gestrikt. Ingelijst.
Achterop het papier: 'Auke Luitzen Swieting, geb. te Ureterp. Zeekapitein op eigen schip, genaamd Petrus Horjus in de Oostzee vergaan met twee volwassen zoons Lucas en Petrus in 1858. Zoon van Luitzen Swieting en Aukje Klaazes'.
Achtergrondinformatie: In de Leeuwarder Courant van 5 sept. 1856 wordt melding gemaakt dat kapitein A.L. Swieting van de Harlinger tjalk Petrus Horreüs bij Tonningen een sloep met twaalf drenkelingen redde. Hij was op terugreis van Petersburg.
In het werkregister van Berend Kunst (1794-1881) worden de geportretteerden genoemd: 'Zwiterink en vrouw'. Het jaar van overlijden dat op de achterkant van het portret wordt genoemd is niet juist. Dat blijkt uit een bijlage bij de tweede huwelijksakte van zijn weduwe Berbera Veenstra, d.d. 17 nov. 1868. In een vonnis van de Arrondissementsrechtbank van Leeuwarden wordt gesteld dat 'er regte vermoeden van het overlijden van Gedaagden bestaat sedert den dertigsten October 'achttienhonderdrie en zestig'. Uit het vonnis blijkt dat Auke Luitzens Zwieting (kapitein), Luitzen Zwieting (stuurman) en Petrus Horreus Zwieting (matroos), allen afkomstig uit Dantumawoude, op 28 okt. 1863 met een schip genaamd Petrus Horreus, beladen met tarwe, van Stettin zijn gezeild naar Leith in Schotland. Op 30 okt. 1863 stuurde de kapitein vanuit Elseneur nog een brief naar zijn vrouw. Daarna is niets meer van hem vernomen. Na de uitspraak van de rechtbank stond het Berbera Veenstra vrij te trouwen met iemand anders., Literatuur: - Dr. E.J.F. Smits en Drs. P.J. Huizinga, Berend Kunst - een reizend portretschilder (1794-1881) (Groningen, 1974), p. 59 - Leeuwarder Courant 5 sep. 1856. - Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1980, p. 18
Auke werd geboren op 24 juli 1813 te Ureterp als zoon van Luitsen Hendriks Zwitting en Aukjen Klases en was lidmaat te Opsterland tussen 1844 en 1850, waarna hij vertrok naar Achtkarspelen (Twijzel/Kooten) en daarna naar Ureterp in 1851 en Harlingen in 1852.
Berbera Feenstra trouwde op 2 maart 1843 te Tietjerksteradeel met Auke Luitzen Zwitting en op 12 mei 1870 te Dantumadeel met Douwe Durks Hellinga. Berbera was een dochter van Petrus Horreus Feenstra en Zytske Mulder.
Walter Groen heeft een interessante website waarop hij een transcriptie en scans heeft van het prachtige Werkboekje dat Berend Wierts Kunst bijhield van 1823-1872! Hierin komen de portretten van het echtpaar Zwitting-Feenstra ook voor, met een uitvoerige beschrijving.
Walter Groen is een ervaren genealoog en heeft dan ook op zijn site zoveel mogelijk namen gekoppeld aan scans van portretten, genealogische informatie en een Index op plaatsnamen. Uit onze omgeving komen daarin alleen Kollum met een kind van André(ae). 1 Do. v. Idsinga. Do. Riedel.(wede. Beekhuis. 1 Copie. Dr. Beekhuis en vrouw te Wirdum) en Schiermonnikoog (met Venenga en Vrouw, Zeilenga en Vrouw, De Vrouw van Kourkamp, 4 Copieën naar T. Zeilinga) voor. Ook is er een Index op Namen van geportretteerden.
Het Fries Scheepvaartmuseum blijkt ook nog een prachtige porseleinen pijpenkop van A.L. Swieting uit Ureterp in bezit te hebben met een afbeelding van zijn Harlinger tjalk (1850).
Als we dan ook nog even de Sonttolregisters Online er op naslaan dan zien we dat hij in ieder geval de volgende 8 reizen door de Sont heeft gemaakt (2x met thuishaven Harlingen en 6x met thuishaven Ureterp):
15-7-1849 A. L. Swieting Ureterp Memel - Amstd.
| 22-5-1849 | A. L. Zwieling | Ureterp | Makkum - Wismar |
| 9-9-1855 | A. L. Zwilting | Harlingen | Wolgast - Amsterdam |
maandag 11 februari 2013
Scheepsmodellen en hun verhalen gezocht
Het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek is op zoek naar niet-museale scheepsmodellen en hun makers. En aansluitend het verhaal achter het schip en de maker of eventueel bezitter.
Ik heb wel eens contact gehad met Herman Visser, een nazaat van een Moddergatster Visser die zich professioneel bezig houdt met het bouwen van modellen van echte oude schepen via Bart Historische Scheepsmodelbouw. Hij heeft diverse modellen gebouwd die door zijn voorouders bevaren werden. Dat zijn natuurlijk mooie voorbeelden die het ambacht van modelbouwen combineren met familiegeschiedenis. Maar er zullen ongetwijfeld meer sneupers zijn die een model van een schip in hun woonkamer hebben staan van een schip dat vader, grootvader of overgrootvader onder zeil had. Of gewoon omdat ze geïnspireerd zijn door de prachtige maritieme historie en als bewijs daarvan een model hebben laten maken of gekocht op een veiling.
Meindert Seffinga, directeur van het museum, formuleerde het als volgt: Waarom hebben mensen thuis of in hun kantoor een scheepsmodel staan? Vrijwel altijd is daar een verhaal aan verbonden: wij hebben dat model laten maken omdat grootvader schipper was, daar lag de oorsprong van ons transportbedrijf, ik heb zelf op dat schip gevaren, et cetera. Met het model worden de verhalen gekoesterd, of de makers van de modellen. De emoties in die verhalen zijn soms zeer groot. Daar willen we voorbeelden van laten zien. Professionele of semi-professionele bouwers zoeken we dus niet zozeer. Het verhaal staat centraal en niet het model of de kwaliteit ervan.
Ongetwijfeld zullen veel mensen op de Waddeneilanden, zoals Ameland en Schiermonnikoog, een fraai exemplaar hebben staan. Herkent u zichzelf in dit beeld of kent u iemand die hier op lijkt? Stuur ons dan een email en wij brengen u in contact met het Fries Scheepvaartmuseum.
Ik heb wel eens contact gehad met Herman Visser, een nazaat van een Moddergatster Visser die zich professioneel bezig houdt met het bouwen van modellen van echte oude schepen via Bart Historische Scheepsmodelbouw. Hij heeft diverse modellen gebouwd die door zijn voorouders bevaren werden. Dat zijn natuurlijk mooie voorbeelden die het ambacht van modelbouwen combineren met familiegeschiedenis. Maar er zullen ongetwijfeld meer sneupers zijn die een model van een schip in hun woonkamer hebben staan van een schip dat vader, grootvader of overgrootvader onder zeil had. Of gewoon omdat ze geïnspireerd zijn door de prachtige maritieme historie en als bewijs daarvan een model hebben laten maken of gekocht op een veiling.
Meindert Seffinga, directeur van het museum, formuleerde het als volgt: Waarom hebben mensen thuis of in hun kantoor een scheepsmodel staan? Vrijwel altijd is daar een verhaal aan verbonden: wij hebben dat model laten maken omdat grootvader schipper was, daar lag de oorsprong van ons transportbedrijf, ik heb zelf op dat schip gevaren, et cetera. Met het model worden de verhalen gekoesterd, of de makers van de modellen. De emoties in die verhalen zijn soms zeer groot. Daar willen we voorbeelden van laten zien. Professionele of semi-professionele bouwers zoeken we dus niet zozeer. Het verhaal staat centraal en niet het model of de kwaliteit ervan.
Ongetwijfeld zullen veel mensen op de Waddeneilanden, zoals Ameland en Schiermonnikoog, een fraai exemplaar hebben staan. Herkent u zichzelf in dit beeld of kent u iemand die hier op lijkt? Stuur ons dan een email en wij brengen u in contact met het Fries Scheepvaartmuseum.
Abonneren op:
Posts (Atom)




