Posts tonen met het label sneek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sneek. Alle posts tonen

woensdag 7 februari 2018

Ambachtslieden en studenten brengen tradities Elf Steden tot leven

Frisian Colorists & Restorers is een ambachtelijk bedrijf, dat is gevestigd in de Blokhuispoort te Leeuwarden. Het is een restauratieatelier voor antiquarische boeken en landkaarten. Ook zijn ze specialist in het handmatig inkleuren van antieke prenten.

FCR ziet het als hun missie om de mooie, oude tradities van hun vak door te geven aan een nieuwe generatie. Om dat te bereiken, werken ze momenteel aan een bijzonder project. Ze willen zo een vertaalslag maken naar het hier en nu, door de tijdloze schoonheid van Friesland te benadrukken.

In het kader van LF2018 maken zij een uniek prentenboek met als thema de Elf Steden. De uitgave wordt een ‘proeve van bekwaamheid’ voor hun vakgebied, maar ze werken ook samen met verschillende ambachtslieden en studenten van de NHL.

Heden en verleden komen samen, krachten worden gebundeld, en het belang van het Fries cultureel erfgoed wordt benadrukt. Ook willen ze graag de tradities eren, die aan het handmatig inkleuren zijn verbonden. In het prentenboek zal dit oude ambacht (onder andere), onder de aandacht worden gebracht.

Inkleuren was met name in de Gouden Eeuw een veelvoorkomend en belangrijk beroep in Nederland. Eeuwenlang werden speciale edities van boeken gedrukt, gebonden, en gekleurd voor een staatshoofd. In de lijn van deze traditie, wordt het prentenboek speciaal vervaardigd voor een hoogwaardigheidsbekleder.

FCR is voor het project nog op zoek naar een aantal bijzondere historische verhalen, uit de omgeving van Sneek, Ylst en Bolsward. Suggesties hiervoor zijn van harte welkom.
Een kleine sneak preview van de uitgave ziet u in de afbeelding bij dit artikel hierboven.
Van Dokkum wordt het verhaal van de 17e eeuwse zeerovers van onze redacteur Nykle Dijkstra opgenomen.

Om het sympathieke project ook financieel rond te krijgen is de organisatie nog wel op zoek naar aanvullende fondsen. Wie tips heeft melde zich bij projectleider Evelien de Boer!
.

vrijdag 13 oktober 2017

Poezie-album Trijntje Vrolijk uit Sneek op Amsterdamse rommelmarkt

Na het bezoeken van de tentoonstelling over Johannes Maelwael in het Rijksmuseum in Amsterdam liep ik nog even over het Museumplein. Er stonden nog diverse marktkraampjes, die zo langzamerhand aan het afbreken waren. Bij een van de laatste kraampjes stond een jongeman door een oud boekje te bladeren, en toen ik over zijn schouder meekeek zag ik plots de handgeschreven naam Zijlstra.

Nieuwsgierig pakte ik het boekje op nadat hij het had teruggelegd. Het bleek een poezie-album uit 1918 van ene Trijntje Vrolijk uit Sneek.
Bijna alle versjes, met bijbehorend plaatje zijn door mensen uit Sneek in 1918 en 1919 geschreven. Het begint met haar vader en moeder en daarna volgen namen als Feenstra, Hoekstra, Postma, Zijlstra, Hammersma en Henstra.
In totaal staan er 30 versjes in (veel hebben de aanhef Zus of Zusje), voor de volledigheid van de volgende personen (ze begon dichtbij huis):  Pa Vrolijk, Ma Semplonius, Broer Jo, Broer Henk, Nicht Eberdina. En verder:
G vd Sluis, onderwijzeres
Aebeltje Zijlstra
JW Zijlstra
Schoolvriendin Sjoe Feenstra
Idem Hielkje Hoekstra
Nicht Helena
Vriendin Jantje Ferwerda
A Dijkstra
Aerie Pschitizki
Marijke Hoekstra
M Henstra
Tante Janna
Grietje Vis
Gretha Westra
T Postma
Jacoba Zijlstra
Reintje Baning
Marianne Reindorp
H de Jong
Hermina de Vries
Tante Ydema (?)
A Hammersma
F Terpstra

Trijntje is geboren in 1909 in Sneek, dus toen circa 9 jaar oud: dochter v Pieter Vrolijk en Geesje Semplonius. De ouders huwden in 1898 in Sneek, hij van Sneek en zij van Oosterwierum. Ze woonden in Sneek aan de Prins Hendrikkade 46a.

Ik vroeg via Twitter of het Museum Sneek, beter bekend als het Fries Scheepvaartmuseum, interesse had. En dat hadden ze!
Binnenkort zullen ze het album aan hun (bibliotheek-)collectie kunnen toevoegen en nakomelingen of andere sneupers er mogelijk nog plezier van hebben.










vrijdag 27 december 2013

VOC journaal Dokkumer Theodorus Bergsma 1770/1771

Theodorus Bergsma werd geboren in Dokkum op 16 juni 1745, als zoon van dominee Eiso
Bergsma (1700-1766) en Sytske van Thuynen (1718-1786).
Vader Eiso was een broer van de invloedrijke Adriaan Bergsma (geboren 1702 te Dokkum als zoon van Engwierumer Pieter Arriens en Trijntje de Wendt), die eerst advocaat was bij het Hof van Friesland maar in 1734 met de VOC als Advocaat-Fiscaal naar Batavia ging met zijn 17-jarige neef Eyso de Wendt uit Kollum. Adrianus kwam 5 jaar later terug als Admiraal van de VOC-retourvloot en kreeg daarvoor een gouden medaille die nog bewaard is. In 1743 werd hij burgemeester van Sneek.

Neefje Theodorus Bergsma reisde in november 1770 als 25-jarige jurist op het schip Aschat naar Batavia. Na een lange reis, door de vele stormen, kwam het schip op 9 september 1771 pas aan op de rede van Batavia. Bergsma kreeg daar de functie van Ordinaris Raad van Justitie maar overleed reeds op 11 januari 1773.

Een andere Bergsma die dankzij Adriaan Bergsma een goede functie kreeg in Oost-Indie was Johannes Casparus Bergsma, geboren 16 oktober 1746 in Dokkum. Zijn vader Willem Bergsma was een broer van Adriaan Bergsma. Johannes Casparus werd in 1773 onderkoopman van het provisiemagazijn te Batavia. Van hem is een zwierig schilderij bewaard gebleven met de wapenspreuk Rieugt uwt de baarge snuwt (rechtuit de varkenssnuit). Een rouwbord van hem met de drie bargjes (varkentjes) hangt in het kerkje van Jouswier. De naam Bargsma/Bergsma is waarschijnlijk gebaseerd op de boerderij Bar(g)wegen te Engwierum.

En dan hadden we ook nog de in Japan beroemde Titia Bergsma. Zij was een dochter van de broer van Theodorus Bergsma, Mr Ennius Harmen Bergsma (1755-1828). Omdat zij enige tijd illegaal op het eiland Deshima woonde werd ze uiteindelijk het archetype van de westerse vrouw in Japan en komt nog steeds vaak voor op porselein en prullaria.

In het Jaarboek Fries Scheepvaart Museum en Oudheidkamer 2002 geeft de huidige directeur Meindert Seffinga een introductie op de transcriptie van het journaal van Theodorus Bergsma (waarvan het origineel in het Nationaal Archief). Vreemd genoeg wordt in de titel het jaar 1773 genoemd, dat dus eigenlijk 1770/1771 zou moeten zijn. Het is niet een heel enerverend verslag maar het geeft wel een mooi beeld van wat er zoal aan boord gebeurde (diverse zeelieden werden waanzinnig en pleegden zelfmoord/ sprongen overboord). Ook vertelt hij over een uitstapje aan Kaap de Goede Hoop naar het wijnlandgoed Groot Constantia (ik ben er zelf ook wel eens geweest). 
Leest u op uw gemak maar eens de scans van de transcriptie van het Journaal van Theodorus Bergsma in 1770/1771.

N.B. In het Nationaal Archief ligt naast dit journaal in hetzelfde dossier ook nog een brief. Mocht u eens in Den Haag zijn en tijd hebben, maak een foto en stuur deze naar ons toe!

zondag 22 december 2013

Auke Luitzens Zwitting, Sontvaarder, vergaat met zoons in Oostzee

Afgelopen vrijdag was ik in het Fries Scheepvaartmuseum te Sneek. Er hangen veel schilderijen met prachtige schepen op zee. Maar ook portretten. Ik zag een prachtige set pendanten uit 1853 met ene Auke Luitzens Zwitting (ook gespeld als Zwieting of Swieting) en zijn echtgenote Berbera Feenstra.
Het bordje bij de schilderijen spreekt overigens van Swieting en Veenstra. Maar ook dat de schipper in 1858 op de Oostzee is vergaan. De schilderijen zijn gemaakt door de reizend portretschilder Berend Wierts Kunst, een van mijn persoonlijke favorieten.
De site van het Fries Scheepvaartmuseum geeft het volgende:
Beschrijving: Pasteltekening. Portret van Auke Luitzen Swieting. Portret ten halve lijve, en trois quarts. Kleding: zwart lakense jas met platte revers, zwart vest en wit hemd. Om de hals is een zwarte doek gestrikt. Ingelijst.
Achterop het papier: 'Auke Luitzen Swieting, geb. te Ureterp. Zeekapitein op eigen schip, genaamd Petrus Horjus in de Oostzee vergaan met twee volwassen zoons Lucas en Petrus in 1858. Zoon van Luitzen Swieting en Aukje Klaazes'.
Achtergrondinformatie: In de Leeuwarder Courant van 5 sept. 1856 wordt melding gemaakt dat kapitein A.L. Swieting van de Harlinger tjalk Petrus Horreüs bij Tonningen een sloep met twaalf drenkelingen redde. Hij was op terugreis van Petersburg.
In het werkregister van Berend Kunst (1794-1881) worden de geportretteerden genoemd: 'Zwiterink en vrouw'. Het jaar van overlijden dat op de achterkant van het portret wordt genoemd is niet juist. Dat blijkt uit een bijlage bij de tweede huwelijksakte van zijn weduwe Berbera Veenstra, d.d. 17 nov. 1868. In een vonnis van de Arrondissementsrechtbank van Leeuwarden wordt gesteld dat 'er regte vermoeden van het overlijden van Gedaagden bestaat sedert den dertigsten October 'achttienhonderdrie en zestig'. Uit het vonnis blijkt dat Auke Luitzens Zwieting (kapitein), Luitzen Zwieting (stuurman) en Petrus Horreus Zwieting (matroos), allen afkomstig uit Dantumawoude, op 28 okt. 1863 met een schip genaamd Petrus Horreus, beladen met tarwe, van Stettin zijn gezeild naar Leith in Schotland. Op 30 okt. 1863 stuurde de kapitein vanuit Elseneur nog een brief naar zijn vrouw. Daarna is niets meer van hem vernomen. Na de uitspraak van de rechtbank stond het Berbera Veenstra vrij te trouwen met iemand anders., Literatuur: - Dr. E.J.F. Smits en Drs. P.J. Huizinga, Berend Kunst - een reizend portretschilder (1794-1881) (Groningen, 1974), p. 59 - Leeuwarder Courant 5 sep. 1856. - Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1980, p. 18
Auke werd geboren op 24 juli 1813 te Ureterp als zoon van Luitsen Hendriks Zwitting en Aukjen Klases en was lidmaat te Opsterland tussen 1844 en 1850, waarna hij vertrok naar Achtkarspelen (Twijzel/Kooten) en daarna naar Ureterp in 1851 en Harlingen in 1852.
Berbera Feenstra trouwde op 2 maart 1843 te Tietjerksteradeel met Auke Luitzen Zwitting en op 12 mei 1870 te Dantumadeel met Douwe Durks Hellinga. Berbera was een dochter van Petrus Horreus Feenstra en Zytske Mulder.
Walter Groen heeft een interessante website waarop hij een transcriptie en scans heeft van het prachtige Werkboekje dat Berend Wierts Kunst bijhield van 1823-1872! Hierin komen de portretten van het echtpaar Zwitting-Feenstra ook voor, met een uitvoerige beschrijving.
Walter Groen is een ervaren genealoog en heeft dan ook op zijn site zoveel mogelijk namen gekoppeld aan scans van portretten, genealogische informatie en een Index op plaatsnamen. Uit onze omgeving komen daarin alleen Kollum met een kind van André(ae). 1 Do. v. Idsinga. Do. Riedel.(wede. Beekhuis. 1 Copie. Dr. Beekhuis en vrouw te Wirdum) en Schiermonnikoog (met Venenga en Vrouw, Zeilenga en Vrouw, De Vrouw van Kourkamp, 4 Copieën naar T. Zeilinga) voor. Ook is er een Index op Namen van geportretteerden.

Het Fries Scheepvaartmuseum blijkt ook nog een prachtige porseleinen pijpenkop van A.L. Swieting uit Ureterp in bezit te hebben met een afbeelding van zijn Harlinger tjalk (1850).

Als we dan ook nog even de Sonttolregisters Online er op naslaan dan zien we dat hij in ieder geval de volgende 8 reizen door de Sont heeft gemaakt (2x met thuishaven Harlingen en 6x met thuishaven Ureterp):
 15-7-1849    A. L. Swieting    Ureterp    Memel - Amstd.




28-12-1849A. L. ZwietingUreterpDanzig og Kbhvn. - Amsterdam
31-8-1850T. S. ZwietingUreterpAmsterdam - Stettin
28-6-1852A. L. ZwietingUrredorpDanzig - London
7-7-1854A. L. ZwietingHarlingenMemel - Aberdeen





13-5-1856A. L. ZweetingUreterpLibau - Maas Fl.





22-5-1849A. L. ZwielingUreterpMakkum - Wismar





9-9-1855A. L. ZwiltingHarlingenWolgast - Amsterdam


maandag 11 februari 2013

Scheepsmodellen en hun verhalen gezocht

Het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek is op zoek naar niet-museale scheepsmodellen en hun makers. En aansluitend het verhaal achter het schip en de maker of eventueel bezitter.
Ik heb wel eens contact gehad met Herman Visser, een nazaat van een Moddergatster Visser die zich professioneel bezig houdt met het bouwen van modellen van echte oude schepen via Bart Historische Scheepsmodelbouw. Hij heeft diverse modellen gebouwd die door zijn voorouders bevaren werden. Dat zijn natuurlijk mooie voorbeelden die het ambacht van modelbouwen combineren met familiegeschiedenis. Maar er zullen ongetwijfeld meer sneupers zijn die een model van een schip in hun woonkamer hebben staan van een schip dat vader, grootvader of overgrootvader onder zeil had. Of gewoon omdat ze geïnspireerd zijn door de prachtige maritieme historie en als bewijs daarvan een model hebben laten maken of gekocht op een veiling.  
Meindert Seffinga, directeur van het museum, formuleerde het als volgt: Waarom hebben mensen thuis of in hun kantoor een scheepsmodel staan? Vrijwel altijd is daar een verhaal aan verbonden: wij hebben dat model laten maken omdat grootvader schipper was, daar lag de oorsprong van ons transportbedrijf, ik heb zelf op dat schip gevaren, et cetera. Met het model worden de verhalen gekoesterd, of de makers van de modellen. De emoties in die verhalen zijn soms zeer groot. Daar willen we voorbeelden van laten zien. Professionele of semi-professionele bouwers zoeken we dus niet zozeer. Het verhaal staat centraal en niet het model of de kwaliteit ervan.
Ongetwijfeld zullen veel mensen op de Waddeneilanden, zoals Ameland en Schiermonnikoog, een fraai exemplaar hebben staan. Herkent u zichzelf in dit beeld of kent u iemand die hier op lijkt? Stuur ons dan een email en wij brengen u in contact met het Fries Scheepvaartmuseum.