Op donderdagavond 21 juni begint om 20:00 uur de lezing ‘Tinco Lycklama en de Foundation, een digitaal avontuur tot leven gewekt’.
Spreker is Hans Zijlstra, bestuurslid en mede-oprichter van de Tinco Lycklama Foundation.
In Cannes, Zuid-Frankrijk, is een straat naar Tinco genoemd, de “Rue Lycklama”. Die straatnaam was het begin van veel speurwerk uitmondend in de oprichting van de Tinco Lycklama Foundation. U wordt meegenomen op een (digitale) beeldreis met Tinco, langs bijzondere mensen en plaatsen en de ontdekkingen, die de Foundation daarbij deed.
Dit is de eerste lezing van de lezingenserie op de donderdagavond bij de Tinco Lycklama Tentoonstelling “een Friese jonker in de Oriënt”, die van 8 juni tot 9 september in Beetsterzwaag (Friesland) te zien is. Hier wordt het bijzondere verhaal verteld van een bijna vergeten adellijke Fries, die opgroeide in Beetsterzwaag en als jonge man ruim drie jaar door de Oriënt reisde.
De lezingen worden elke week gehouden. Onderwerpen zijn o.a: de Friese adel; het Oriëntalisme; Tinco in Syrië; Archeologie van het Nabije Oosten ten tijde van Tinco. Verrijk uw kennis door één of meer lezingen bij te wonen. Kijk voor het complete programma van de lezingen op www.historischbeetsterzwaag.nl/lezingen . De locatie is het statige Lycklamahuis, het geboortehuis van Tinco. Buiten de lezingen om is dit pand niet toegankelijk voor publiek.
De lezingen worden georganiseerd door Historisch Beetsterzwaag samen met Cultbee in het kader van Leeuwarden-Fryslân Culturele Hoofdstad 2018.
Locatie: Lycklamahuis, Hoofdstraat 80, 9244 CP Beetsterzwaag
Periode: van 21 juni t/m 30 augustus 2018 elke donderdagavond.
Tijdstip: donderdagavond om 20:00 uur; ontvangst vanaf 19:30 uur.
Entree: 5 euro
Kaartverkoop: online via www.historischbeetsterzwaag.nl en aan de kassa van de tentoonstelling. Het volledige lezingenprogramma is te vinden op: www.historischbeetsterzwaag.nl/lezingen
Posts tonen met het label Zijlstra. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zijlstra. Alle posts tonen
zondag 20 mei 2018
vrijdag 13 oktober 2017
Poezie-album Trijntje Vrolijk uit Sneek op Amsterdamse rommelmarkt
Nieuwsgierig pakte ik het boekje op nadat hij het had teruggelegd. Het bleek een poezie-album uit 1918 van ene Trijntje Vrolijk uit Sneek.
Bijna alle versjes, met bijbehorend plaatje zijn door mensen uit Sneek in 1918 en 1919 geschreven. Het begint met haar vader en moeder en daarna volgen namen als Feenstra, Hoekstra, Postma, Zijlstra, Hammersma en Henstra.
In totaal staan er 30 versjes in (veel hebben de aanhef Zus of Zusje), voor de volledigheid van de volgende personen (ze begon dichtbij huis): Pa Vrolijk, Ma Semplonius, Broer Jo, Broer Henk, Nicht Eberdina. En verder:
G vd Sluis, onderwijzeres
Aebeltje Zijlstra
JW Zijlstra
Schoolvriendin Sjoe Feenstra
Idem Hielkje Hoekstra
Nicht Helena
Vriendin Jantje Ferwerda
A Dijkstra
Aerie Pschitizki
Marijke Hoekstra
M Henstra
Tante Janna
Grietje Vis
Gretha Westra
T Postma
Jacoba Zijlstra
Reintje Baning
Marianne Reindorp
H de Jong
Hermina de Vries
Tante Ydema (?)
A Hammersma
F Terpstra
Ik vroeg via Twitter of het Museum Sneek, beter bekend als het Fries Scheepvaartmuseum, interesse had. En dat hadden ze!
Binnenkort zullen ze het album aan hun (bibliotheek-)collectie kunnen toevoegen en nakomelingen of andere sneupers er mogelijk nog plezier van hebben.
dinsdag 28 juni 2016
Pytter Geerts Zijlstra kon de kolere krijgen
De broer van mijn directe voorvader Jogchum Geerts Zijlstra, Pytter, die in 1803 in Niawier geboren werd, was ik in mijn genealogische naspeuringen een tijdje kwijt.
Uiteindelijk vond ik toch nog aardig wat details van zijn woelige leven, door met enige regelmaat zijn
naam online in te typen in zoekmachines of zoekvelden van archief-websites.
Hij komt op een gegeven
moment in Amsterdam terecht. Hier overlijdt hij op 43-jarige leeftijd,
op 13 oktober 1847, in het Binnengasthuis aan de Oudezijds Achterburgwal
237 aan een dodelijke ziekte. In die tijd heerste een cholera-epidemie in Amsterdam.
Er is sinds kort een prachtig interactief kaartje online beschikbaar die het verloop van de cholera in 1866 in Amsterdam visualiseert: Kolerekaart.
Wat hem bezielde om ‘ver weg’ in Amsterdam te gaan leven is nog een beetje onduidelijk. Met zijn vrouw Jacoba (Koosje) Krans woonde het gezin in de Kerkstraat 104 (naast/bij de Franse manege), Weesperstraat 48 en 103 en Lijnbaansgracht 53 te Amsterdam. Vanaf 1845 en na het overlijden van Pytter ontving Koosje bedeling als huiszittende arme van de Amsterdamse regenten. Dit duurde tot en met de winter van 1855.
Kinderen van Pytter Geerts Zijlstra en Jacoba Krans
1. Cornelia Zijlstra, geboren 16 april 1840 te Amsterdam, (Nieuwe) Kerkstraat 104, overleden op 22 december 1916 te Amsterdam. Was dienstbode en gehuwd op 3 november 1880 met Jan Coenraad Jansen, werkman. Vervolgens gehuwd op 3 augustus 1882 te Amsterdam met Hendrik Jan Emmelot, kruier, weduwnaar van Aaltje Lempke.
2. Pieter Zijlstra, geboren 5 mei 1842 te Amsterdam, Weesperstraat 48, overleden 20 oktober 1848 te Amsterdam
3. Geertje Zijlstra, geboren 14 april 1845 te Amsterdam, overleden 9 november 1871 te Amsterdam.
4. Willem Zijlstra, geboren 21 oktober 1846 te Amsterdam, Lijnbaansgracht 53, overleden 9 november 1846.
5. Alida Zijlstra, geboren 28 december 1847, overleden 14 januari 1848 te Amsterdam.
In 1851 woont Jacoba, als Nederlands Hervormd weduwe, met haar dochters Cornelia en Geertje Zeilstra (!) op de Weesperstraat 103. Ze is inmiddels als werkster aan de slag gegaan. Opvallend is dat reeds 2 kinderen voor het huwelijk geboren zijn. Veel geluk en gezondheid heeft het gezin echter niet gekend.
Nu had ik ook nog een digitale aantekening van een vondst in het Noordhollands Archief te Haarlem, maar daarvan waren destijds geen scans beschikbaar:
198-16 Klapper op naam van de veroordeelden
Persoon in vonnis: Pieter Zijlstra
Vonnisnummer: 214
Rechtbank: Amsterdam
Jaar: 1844
Voornaam: Pieter
Achternaam: Zijlstra
Leeftijd: 42
Rol: Gedaagde
Toegangsnummer: 198 Arrondissementsrechtbank Amsterdam
Inventarisnummer: 16.
Nu ik weer eens probeerde bleken er opeens wel scans beschikbaar te zijn. En het leek inderdaad onze Pieter te zijn!
Op 6 april 1844 moest Pieter samen met zijn maat Heinrich Noordziek vernemen hoe hij werd aangeklaagd en veroordeeld. Vermeld wordt dat hij geboren is in Heerenveen (dat klonk een beetje stoerder dan Niawier denk ik) en knecht is in de Franse Manege en daar ook woont. Die manege was gevestigd in de Plantagebuurt van Amsterdam (waar veel stallen gevestigd waren), aan de Nieuwe Kerkstraat 102. De huidige Hollandse Manege aan de Overtoom lijkt nog veel op het inmiddels afgebroken gebouw.
De aanklacht luidde 'onwillige verwonding' en een straf van 'niet minder dan zes dagen en niet meer dan twee maanden' en een geldboete van tussen de 8 en 50 gulden!
Wat was er gebeurd? Een loslopende hond had vlakbij de Franse manege een man in zijn rechterbeen
gebeten, die daardoor het kind dat hij in zijn armen had moest laten vallen. En deze had door de heelmeester verzorgd moeten worden! De hond stond volgens getuigen al als vals bekend in de buurt, en in plaats van de hond weg te halen hadden de verdachten om het voorval gelachen. De verdachten zouden de hond zelfs hebben lopen 'aanhitsen' (ophitsen zouden we nu zeggen) en zich brutaal hebben aangesteld!
Uiteindelijk worden ze tot veertien dagen gevangenisstraf en een geldboete van acht gulden veroordeeld. Pieter Geerts Zijlstra kon dus mooi de kolere krijgen!
Uiteindelijk vond ik toch nog aardig wat details van zijn woelige leven, door met enige regelmaat zijn
naam online in te typen in zoekmachines of zoekvelden van archief-websites.
Pytter Geerts Zijlstra is geboren op 4 december 1803 in Niawier, als zoon van Geert Jochems Zijlstra en Gertje Pieters van der Herberg. Pytter is overleden op 13 oktober 1847 in Amsterdam, 43 jaar oud. Pytter trouwde, 38 jaar oud, op 29 juni 1842 in Amsterdam met Jacoba (Koosje) Krans, 30 of 31 jaar oud. Koosje is geboren in 1811 in Zwolle, dochter van Willem Krans en Johanna Ruisink.
Van beroep was Pytter stalknecht en
sjouwer. Hij was gelegerd in Zwolle, blijkens volgende acte bij Tresoar: RAF Nadere
toegang 42.01: Memories van Successie, kantoor Dokkum (deel 1 1818-1839)
FAF/VAF blz. ...
Inv.nr.akte: 3003/093
Voornaam: Aukje,
Patroniem: Saskers,
Familienaam: ----
Woonplaats: Niawier, Overlijdensdatum: 22-02-1823, Onroerend goed: nee,
Opmerkingen: moeder van Sake, gardenier Engwierum, Janke (vrouw van Freerk Roelofs, arbeider Morra) en wijlen NN Pieters (vrouw van Geert Jogchums, voerman Niawier; moeder van Pieter, curassier in garnizoen Zwolle en minderjarige Aukje, Bauke en Jogchum Geerts).
Inv.nr.akte: 3003/093
Voornaam: Aukje,
Patroniem: Saskers,
Familienaam: ----
Woonplaats: Niawier, Overlijdensdatum: 22-02-1823, Onroerend goed: nee,
Opmerkingen: moeder van Sake, gardenier Engwierum, Janke (vrouw van Freerk Roelofs, arbeider Morra) en wijlen NN Pieters (vrouw van Geert Jogchums, voerman Niawier; moeder van Pieter, curassier in garnizoen Zwolle en minderjarige Aukje, Bauke en Jogchum Geerts).
Een kurassier is een "antieke" cavalerist met helm en
kuras (een borst- en rugharnas, bestaande uit een aangegespte plaat
vlgs. Van Dale).
Ik had ook nog een oude aantekening, waarvan ik de bron niet meer kan herleiden: Mogelijk deelnemer aan Tiendaagse Veldtocht in 1831 en geëerd met het Metalen Kruis: Register/Militair stamboek 692, Folio 117.
Wel staat er bij Nationaal Archief een Pieter Zijlstra in Militaire Stamboeken.
Ik had ook nog een oude aantekening, waarvan ik de bron niet meer kan herleiden: Mogelijk deelnemer aan Tiendaagse Veldtocht in 1831 en geëerd met het Metalen Kruis: Register/Militair stamboek 692, Folio 117.
Wel staat er bij Nationaal Archief een Pieter Zijlstra in Militaire Stamboeken.
Er is sinds kort een prachtig interactief kaartje online beschikbaar die het verloop van de cholera in 1866 in Amsterdam visualiseert: Kolerekaart.
Wat hem bezielde om ‘ver weg’ in Amsterdam te gaan leven is nog een beetje onduidelijk. Met zijn vrouw Jacoba (Koosje) Krans woonde het gezin in de Kerkstraat 104 (naast/bij de Franse manege), Weesperstraat 48 en 103 en Lijnbaansgracht 53 te Amsterdam. Vanaf 1845 en na het overlijden van Pytter ontving Koosje bedeling als huiszittende arme van de Amsterdamse regenten. Dit duurde tot en met de winter van 1855.
Kinderen van Pytter Geerts Zijlstra en Jacoba Krans
1. Cornelia Zijlstra, geboren 16 april 1840 te Amsterdam, (Nieuwe) Kerkstraat 104, overleden op 22 december 1916 te Amsterdam. Was dienstbode en gehuwd op 3 november 1880 met Jan Coenraad Jansen, werkman. Vervolgens gehuwd op 3 augustus 1882 te Amsterdam met Hendrik Jan Emmelot, kruier, weduwnaar van Aaltje Lempke.
2. Pieter Zijlstra, geboren 5 mei 1842 te Amsterdam, Weesperstraat 48, overleden 20 oktober 1848 te Amsterdam
3. Geertje Zijlstra, geboren 14 april 1845 te Amsterdam, overleden 9 november 1871 te Amsterdam.
4. Willem Zijlstra, geboren 21 oktober 1846 te Amsterdam, Lijnbaansgracht 53, overleden 9 november 1846.
5. Alida Zijlstra, geboren 28 december 1847, overleden 14 januari 1848 te Amsterdam.
In 1851 woont Jacoba, als Nederlands Hervormd weduwe, met haar dochters Cornelia en Geertje Zeilstra (!) op de Weesperstraat 103. Ze is inmiddels als werkster aan de slag gegaan. Opvallend is dat reeds 2 kinderen voor het huwelijk geboren zijn. Veel geluk en gezondheid heeft het gezin echter niet gekend.
Nu had ik ook nog een digitale aantekening van een vondst in het Noordhollands Archief te Haarlem, maar daarvan waren destijds geen scans beschikbaar:
198-16 Klapper op naam van de veroordeelden
Persoon in vonnis: Pieter Zijlstra
Vonnisnummer: 214
Rechtbank: Amsterdam
Jaar: 1844
Voornaam: Pieter
Achternaam: Zijlstra
Leeftijd: 42
Rol: Gedaagde
Toegangsnummer: 198 Arrondissementsrechtbank Amsterdam
Inventarisnummer: 16.
Nu ik weer eens probeerde bleken er opeens wel scans beschikbaar te zijn. En het leek inderdaad onze Pieter te zijn!
Op 6 april 1844 moest Pieter samen met zijn maat Heinrich Noordziek vernemen hoe hij werd aangeklaagd en veroordeeld. Vermeld wordt dat hij geboren is in Heerenveen (dat klonk een beetje stoerder dan Niawier denk ik) en knecht is in de Franse Manege en daar ook woont. Die manege was gevestigd in de Plantagebuurt van Amsterdam (waar veel stallen gevestigd waren), aan de Nieuwe Kerkstraat 102. De huidige Hollandse Manege aan de Overtoom lijkt nog veel op het inmiddels afgebroken gebouw.
De aanklacht luidde 'onwillige verwonding' en een straf van 'niet minder dan zes dagen en niet meer dan twee maanden' en een geldboete van tussen de 8 en 50 gulden!
Wat was er gebeurd? Een loslopende hond had vlakbij de Franse manege een man in zijn rechterbeen
gebeten, die daardoor het kind dat hij in zijn armen had moest laten vallen. En deze had door de heelmeester verzorgd moeten worden! De hond stond volgens getuigen al als vals bekend in de buurt, en in plaats van de hond weg te halen hadden de verdachten om het voorval gelachen. De verdachten zouden de hond zelfs hebben lopen 'aanhitsen' (ophitsen zouden we nu zeggen) en zich brutaal hebben aangesteld!
Uiteindelijk worden ze tot veertien dagen gevangenisstraf en een geldboete van acht gulden veroordeeld. Pieter Geerts Zijlstra kon dus mooi de kolere krijgen!
zondag 9 februari 2014
Adelborst Beilanus uit Ee in Slag bij Doggersbank op Eensgezindheid
Op onze website hebben we al een tijdje een index van de Betaalrol van het fregat Eensgezindheid der Friese Admiraliteit. Pieter Visser mailde die mij ooit. Het betrof de jaren 1780 t/m 1783. Het fregat stond onder commando van kapitein Willem Livius van Bouricius, die een buiten, Nijenburgh, tussen Kollum en Oudwoude bewoonde. Visser trof verschillende opvarenden uit onze regio aan en noteerde ze.
De familie Van Bouricius zou van oorsprong Bourix geheten hebben en uit Dokkum komen, maar eind 16e eeuw naar Leeuwarden verhuizen.
Willem Livius van Bouricius zag ik enkele jaren later wel weer terug toen Jeanine Otten online
publiceerde over 18e eeuwse proppen die uit een plafond als opvulmiddel gekomen waren en boodschappenbriefjes bleken te zijn. Havenmeester Cornelis Dirks Zijlstra van Harlingen ontving diverse briefjes van zeelieden en op een er van klaagde kapitein Jan Vlielander over Bouricius.
Pas recent realiseerde ik me dat het fregat Eensgezindheid onder leiding van Bouricius had deelgenomen aan de Slag bij de Doggersbank in augustus 1781.
Mogelijk dat Van Bouricius in zijn eigen regio wat extra geworven had want we komen diverse opvarenden tegen uit Noordoost-Friesland. Weliswaar deden ze niet allemaal mee aan de zeeslag maar enkelen toch wel.
Zoals bij voorbeeld adelborst Sytse Bylanus van Ee, opvarende van 1780-1782. Hij was in werkelijkheid Casparus Sytzo Beilanus afkomstig van Ee die in 1793 trouwde met Gertie Willems Huisinga afkomstig van Leeuwarden. Bij de geboorte in 1794 van hun eerste dochter Petronella Wilhelmina, wordt Casparus Sytzo aangeduid als oud luitenant ter zee.
Casparus Sytzo moet ook familie zijn geweest van Eyso de Wendt (zijn moeder was Idkse Beilanus), die ook een buiten bij Kollum bewoonde zoals later Van Bouricius. Het hielp Beilanus ongetwijfeld om een bevoorrechte positie aan boord te verkrijgen.
Nog even terug naar Willem Livius van Bouricius en de informatie die Jeanine Otten op de site Vergetenharlingers.nl geeft:
In 1781-1782 was Van Bouricius gezagvoerder op het schip De Eensgezindheid met 38 kanonnen en 230 koppen bemanning. Dit fregatschip was in 1778-1779 in opdracht van de Friese Admiraliteit in Harlingen gebouwd en in 1796 gesloopt.
Willem Livius van Bouricius werd geboren op 8 oktober 1746. Vijf dagen nadat Jan Vlielander zijn briefje naar Cornelis Zijlstra had gestuurd, namelijk op 5 augustus 1781, commandeerde Van Bouricius zijn schip De Eensgezindheid in de Slag bij de Doggersbank. Hij lag met zijn schip achter of buiten de linie om de zwaardere schepen te ondersteunen en moest het zwaar gehavende schip De Batavier te hulp schieten. De slag eindigde feitelijk onbeslist, maar in Nederland werd de slag als een grootse overwinning gevierd. Alle hooggeplaatsten kregen van stadhouder Willem V een eremedaille aan een lint, de zogenaamde Doggersbankmedaille. De matrozen werden beloond met een geldbedrag.
In de collectie van Gemeentemuseum het Hannemahuis is een unieke zilveren lepel ter nagedachtenis aan Willem Livius van Bouricius en zijn schip De Eensgezindheid. Op de achterzijde van de bak is een afbeelding gegraveerd van een fregat en het opschrift 'Ter Gedagtenis aan sLands Oorlog schip de Eensgezindh Gecomm door Capitein W:L:B: P:S: 1781'. De lepel werd gemaakt door de Harlinger zilversmid Hoyte Jans Lieuwma (1739-1817). Deze zilversmid stamt overigens weer uit de familie van de Dokkumer stadsomroeper Pytter Lieuwma (ten tijde van het bewind van de Dokkumer burgemeester Julius Schelto van Aitzema).
Na de Slag bij de Doggersbank op 5 augustus 1781 werd de Eensgezindheid ingezet om schepen naar West-Indie, dus de Caribbean, te begeleiden. In october 1781 ging de Eensgezindheid weer op pad na een Missive van Prins Willem van Oranje.
Van der Aa meldt nog over hem: In 1782 hielp hij de naar Oost en West-Indië bestemde schepen begeleiden, zoo verre als men die voor eenige vijandelijke magt in de Noordzee meende te moeten beveiligen.
Nog wordt van Bouricius gemeld, dat hij in 1787 met het fregat de Pallas in het Vlie zeilree lag, toen de Stadhouder den Officieren van dit en drie andere schepen bevel gaf, om vooreerst niet uit te zeilen. In hetgene daar verder voorviel met Decker, Tulleken en den Luitenant Aegidius van Braam wordt Bouricius niet genoemd.
In 1788 en 1789 was Bouricius met de Pallas, een vieren-veertiger, in de Middellandsche zee, onder het eskader van den Kapitein J. Schrender Haringman, en werd door dien Bevelhebber met zijn schip en de Castor Kapitein van Capelle naar Gibraltar gezonden, om een wakend oog op de Marokkanen te houden.
Van Bouricius had een treurig einde toen het schip waarop hij het commando voerde, de hulk De Dwinger, in 1793 in het Vlie in vlammen opging.
Een kaart met slagordes van de schepen in de Slag bij de Doggersbank en allerlei andere afbeeldingen vindt u in de collectie van het Rijksmuseum.
De familie Van Bouricius zou van oorsprong Bourix geheten hebben en uit Dokkum komen, maar eind 16e eeuw naar Leeuwarden verhuizen.
Willem Livius van Bouricius zag ik enkele jaren later wel weer terug toen Jeanine Otten online
publiceerde over 18e eeuwse proppen die uit een plafond als opvulmiddel gekomen waren en boodschappenbriefjes bleken te zijn. Havenmeester Cornelis Dirks Zijlstra van Harlingen ontving diverse briefjes van zeelieden en op een er van klaagde kapitein Jan Vlielander over Bouricius.
Pas recent realiseerde ik me dat het fregat Eensgezindheid onder leiding van Bouricius had deelgenomen aan de Slag bij de Doggersbank in augustus 1781.
Mogelijk dat Van Bouricius in zijn eigen regio wat extra geworven had want we komen diverse opvarenden tegen uit Noordoost-Friesland. Weliswaar deden ze niet allemaal mee aan de zeeslag maar enkelen toch wel.
Zoals bij voorbeeld adelborst Sytse Bylanus van Ee, opvarende van 1780-1782. Hij was in werkelijkheid Casparus Sytzo Beilanus afkomstig van Ee die in 1793 trouwde met Gertie Willems Huisinga afkomstig van Leeuwarden. Bij de geboorte in 1794 van hun eerste dochter Petronella Wilhelmina, wordt Casparus Sytzo aangeduid als oud luitenant ter zee.
Casparus Sytzo moet ook familie zijn geweest van Eyso de Wendt (zijn moeder was Idkse Beilanus), die ook een buiten bij Kollum bewoonde zoals later Van Bouricius. Het hielp Beilanus ongetwijfeld om een bevoorrechte positie aan boord te verkrijgen.
Nog even terug naar Willem Livius van Bouricius en de informatie die Jeanine Otten op de site Vergetenharlingers.nl geeft:
In 1781-1782 was Van Bouricius gezagvoerder op het schip De Eensgezindheid met 38 kanonnen en 230 koppen bemanning. Dit fregatschip was in 1778-1779 in opdracht van de Friese Admiraliteit in Harlingen gebouwd en in 1796 gesloopt.
Willem Livius van Bouricius werd geboren op 8 oktober 1746. Vijf dagen nadat Jan Vlielander zijn briefje naar Cornelis Zijlstra had gestuurd, namelijk op 5 augustus 1781, commandeerde Van Bouricius zijn schip De Eensgezindheid in de Slag bij de Doggersbank. Hij lag met zijn schip achter of buiten de linie om de zwaardere schepen te ondersteunen en moest het zwaar gehavende schip De Batavier te hulp schieten. De slag eindigde feitelijk onbeslist, maar in Nederland werd de slag als een grootse overwinning gevierd. Alle hooggeplaatsten kregen van stadhouder Willem V een eremedaille aan een lint, de zogenaamde Doggersbankmedaille. De matrozen werden beloond met een geldbedrag.
In de collectie van Gemeentemuseum het Hannemahuis is een unieke zilveren lepel ter nagedachtenis aan Willem Livius van Bouricius en zijn schip De Eensgezindheid. Op de achterzijde van de bak is een afbeelding gegraveerd van een fregat en het opschrift 'Ter Gedagtenis aan sLands Oorlog schip de Eensgezindh Gecomm door Capitein W:L:B: P:S: 1781'. De lepel werd gemaakt door de Harlinger zilversmid Hoyte Jans Lieuwma (1739-1817). Deze zilversmid stamt overigens weer uit de familie van de Dokkumer stadsomroeper Pytter Lieuwma (ten tijde van het bewind van de Dokkumer burgemeester Julius Schelto van Aitzema).
Na de Slag bij de Doggersbank op 5 augustus 1781 werd de Eensgezindheid ingezet om schepen naar West-Indie, dus de Caribbean, te begeleiden. In october 1781 ging de Eensgezindheid weer op pad na een Missive van Prins Willem van Oranje.
Van der Aa meldt nog over hem: In 1782 hielp hij de naar Oost en West-Indië bestemde schepen begeleiden, zoo verre als men die voor eenige vijandelijke magt in de Noordzee meende te moeten beveiligen.
Nog wordt van Bouricius gemeld, dat hij in 1787 met het fregat de Pallas in het Vlie zeilree lag, toen de Stadhouder den Officieren van dit en drie andere schepen bevel gaf, om vooreerst niet uit te zeilen. In hetgene daar verder voorviel met Decker, Tulleken en den Luitenant Aegidius van Braam wordt Bouricius niet genoemd.
In 1788 en 1789 was Bouricius met de Pallas, een vieren-veertiger, in de Middellandsche zee, onder het eskader van den Kapitein J. Schrender Haringman, en werd door dien Bevelhebber met zijn schip en de Castor Kapitein van Capelle naar Gibraltar gezonden, om een wakend oog op de Marokkanen te houden.
Van Bouricius had een treurig einde toen het schip waarop hij het commando voerde, de hulk De Dwinger, in 1793 in het Vlie in vlammen opging.
Een kaart met slagordes van de schepen in de Slag bij de Doggersbank en allerlei andere afbeeldingen vindt u in de collectie van het Rijksmuseum.
dinsdag 11 juni 2013
Familie van tien of meer generaties terug
Als hobby-genealoog heb ik regelmatig per email contact met verre familieleden. Zowel mede-leden van onze Historische Vereniging Noordoost Friesland als contacten die tot stand gekomen zijn door bijvoorbeeld een vraag op een online forum of een Y-DNA database. Laat ik eens een paar voorbeelden noemen.
Al jaren geleden deed ik mee aan een test met wangslijm voor het National Geographic Genographic Project. De resultaten daarvan leveren een lange rij van cijfers op en een zogenaamde haplo-groep van het mannelijke Y-chromosoom. Die gegevens kun je vervolgens delen via een Y-DNA database met andere deelnemers en als er een gehele of gedeeltelijke match is krijg je automatisch bericht per email. Er zijn verschillende gradaties van het aantal markers (mutaties) die je in kaart kunt laten brengen. In mijn geval heb ik 67 markers in beeld. Een tijdje geleden kreeg ik een mail van een Amerikaanse man met de familienaam Schenck die exact dezelfde rij nummers had. Dat je genetisch verwant bent lijkt dan vrij duidelijk maar puur op basis van het vergelijken van genealogische gegevens over de afgelopen pakweg 400 jaar hebben we geen enkele connectie kunnen vinden. De link moet dus ergens meer dan tien generaties terug liggen, voor mijn gevoel in Noord-Duitsland, maar bewijs ontbreekt vooralsnog.
Ooit zag ik in de digitale versie van Gens Nostra op het verenigingskantoor van de NGV in Weesp een vraag over mijn voorouder in mannelijke lijn Geert Jochums, geboren in 1709 te Ee, die een broer Jan Jochums had. De vragensteller, die van Jan Jochums afstamde, had dus dezelfde mannelijke voorouder als ik, hun beider vader Jochum Geerts, geboren in 1686 te Ee, negen generaties terug. Deze heer Boswijk heb ik inmiddels diverse malen ontmoet tijdens genealogische evenementen.
De hierboven genoemde Geert Jochums had twee zoons, Dirk/Durk Geerts en Jochum Geerts, die beide visser waren bij de Ezumazijl, eind 18e eeuw. Ik stam rechtstreeks af van Jochum Geerts, wiens nazaten de familienaam Zijlstra aannamen. Maar de nazaten van zijn broer Dirk of Durk namen de familienaam Gaasterland aan. En dat overigens zonder een duidelijke connectie met het gebied in Zuidwest Friesland. Het vermoeden is dat Gaast/Geast verwijst naar zandgronden bij de kwelders van de Lauwerszee. Afijn, een van onze verenigingsleden Gaasterland woont net als ik in Amsterdam en stamt af van genoemde tak. Afgelopen week fietste ik even bij hem langs en kon ik hem de hand schudden. Zowaar leek hij ook nog een beetje op mijn overgrootvader Bauke (geboren 1857 in Niawier), van wie ik een foto heb (zie rechtsboven in het blok met portretten)!
Al jaren geleden deed ik mee aan een test met wangslijm voor het National Geographic Genographic Project. De resultaten daarvan leveren een lange rij van cijfers op en een zogenaamde haplo-groep van het mannelijke Y-chromosoom. Die gegevens kun je vervolgens delen via een Y-DNA database met andere deelnemers en als er een gehele of gedeeltelijke match is krijg je automatisch bericht per email. Er zijn verschillende gradaties van het aantal markers (mutaties) die je in kaart kunt laten brengen. In mijn geval heb ik 67 markers in beeld. Een tijdje geleden kreeg ik een mail van een Amerikaanse man met de familienaam Schenck die exact dezelfde rij nummers had. Dat je genetisch verwant bent lijkt dan vrij duidelijk maar puur op basis van het vergelijken van genealogische gegevens over de afgelopen pakweg 400 jaar hebben we geen enkele connectie kunnen vinden. De link moet dus ergens meer dan tien generaties terug liggen, voor mijn gevoel in Noord-Duitsland, maar bewijs ontbreekt vooralsnog.
Ooit zag ik in de digitale versie van Gens Nostra op het verenigingskantoor van de NGV in Weesp een vraag over mijn voorouder in mannelijke lijn Geert Jochums, geboren in 1709 te Ee, die een broer Jan Jochums had. De vragensteller, die van Jan Jochums afstamde, had dus dezelfde mannelijke voorouder als ik, hun beider vader Jochum Geerts, geboren in 1686 te Ee, negen generaties terug. Deze heer Boswijk heb ik inmiddels diverse malen ontmoet tijdens genealogische evenementen.
De hierboven genoemde Geert Jochums had twee zoons, Dirk/Durk Geerts en Jochum Geerts, die beide visser waren bij de Ezumazijl, eind 18e eeuw. Ik stam rechtstreeks af van Jochum Geerts, wiens nazaten de familienaam Zijlstra aannamen. Maar de nazaten van zijn broer Dirk of Durk namen de familienaam Gaasterland aan. En dat overigens zonder een duidelijke connectie met het gebied in Zuidwest Friesland. Het vermoeden is dat Gaast/Geast verwijst naar zandgronden bij de kwelders van de Lauwerszee. Afijn, een van onze verenigingsleden Gaasterland woont net als ik in Amsterdam en stamt af van genoemde tak. Afgelopen week fietste ik even bij hem langs en kon ik hem de hand schudden. Zowaar leek hij ook nog een beetje op mijn overgrootvader Bauke (geboren 1857 in Niawier), van wie ik een foto heb (zie rechtsboven in het blok met portretten)!
Abonneren op:
Posts (Atom)



