Posts tonen met het label Scheepvaartmuseum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Scheepvaartmuseum. Alle posts tonen

zondag 18 februari 2018

Jan de With en de VOC retourvloot van 1746

De Deense Dokkumer Jan de With, geboren als Jens True, maakte carrière bij de VOC. Als 14-jarige zoon van Niels Poulsen True was hij met twee broers uit Aarhus naar de Republiek gekomen, waar hij bij de kamer Amsterdam aanmonsterde op de in 1719 gebouwde Midloo.
Dit schip vertrok op 31 mei 1729 vanaf de rede van Texel naar Batavia.

Na vijf jaren in de Oost keerde hij (aangeduid als 'van Koppenhage') terug om in 1736 als derdewaak met het spiegelretourschip Castricum weer te vertrekken.
Zijn carrière verliep voorspoedig want een jaar later was hij op de terugkerende Hofwegen, een fluitschip, al benoemd tot schipper bij de VOC-kamer Rotterdam.

In 1746 werd Jan de With door de gouverneur-generaal Van Imhoff (een Oostfries) benoemd tot commandeur van de gehele retourvloot. Deze vloot bestond uit negen schepen: Leijden (waarop hijzelf aan boord was), Reijgersdaal, Hoogersmilde, Duijnhof (kamer Amsterdam), Spaanderwout, Nieuwlant (kamer Zeeland), De Voorsigtigheijd (kamer Delft), Brouwer (kamer Hoorn) en 't huijs Perzijn (kamer Enkhuizen).

Van deze reis is het verslag van De With aan de Heeren Zeventien bewaard gebleven, dat door Geert van der Veer als transcriptie is opgenomen in zijn boek Van Haersma en Van Haersma de With op pag. 91 - 95. Jan de With was de stamvader van dit geslacht.

Uit het verslag valt op te maken dat De With zo goed mogelijk de discipline in de vloot handhaafde maar dat door de weersomstandigheden constant de andere schepen uit beeld verdwenen. Het lijkt dan ook een godswonder dat ze allemaal behouden in patria aankwamen.
De gouden erepenning die hij als dank in ontvangst mocht nemen is hedentendage nog in de collectie van Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam.
Bovendien heeft het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek het bijzondere bloemenschip, uit kostbaar ivoor gesneden, dat hij vanuit het Chinese Kanton meenam.

Jan de With trad als kapitein ter zee in dienst van de Friese Admiraliteit. In 1758 kocht hij het landgoed Staniastate bij Oenkerk. Hij noemde het Hofwegen, naar het schip waar hij zes jaar lang schipper op was geweest.
Op 19 april 1750 trouwde hij te Dokkum met Wikjen Michiels Minnema die eerder getrouwd was (in 1746) met de Dokkumer Hendricus Canter Visscher.
Jan de With is in 1781 begraven in de kerk van Oenkerk. In de kerk werd te zijner nagedachtenis een kleurrijk rouwbord opgehangen. Het model is gemaakt in Canton. Ook zijn grafsteen van hem en zijn vrouw en dochter ligt er nog in de hal, met de tekst:
De wel edele gestrenge heer Jan de With, collonel en capitain ter zee bij het edele mogende collegie ter admiraliteit in Vriesland, enz. enz., overleed op den 12den september 1781, in den ouderdom van 66 jaaren en omtrent 6 maanden, en is den 20 derzelver maand alhier begraven

Vrouwe Wickje Minnema, weduwe wijlen den wel edelen gestrengen heere Jan de With, in leeven capitain ter zee, enz. enz., stierf den 25 maart 1786, in den ouderdom van 60 jaaren en ruim 6 maanden, en is op den 4 april daar aan volgende alhier begraven

Jongvrouwe Anna de With overleed op den 23 december 1783, in den ouderdom van 27 jaar en ruim 7 maanden, en den 30 derzelver maand alhier begraaven

Uit liefde voor De With voorheen mijn echtgenoot
En dochter Anna, zal het mij ten troost verstrekken
Dat één enkle steen die lijken, na mijn dood
Benevens dat van mij, zal als een grafzerk dekken
Dus sprak de weeuw, en stierf. Drie dochters en vier zoonen
Vervulden moeders wensch, om kinderplicht te toonen


Al met al is er dus veel bewaard gebleven ter nagedachtenis van deze bijzondere zeeman.

En nog was de koek niet op! In een Engelstalige Twitter-post zag ik recent een kaart voorbijkomen die mijn aandacht trok. Het bleek een portolaankaart (een kaart van een haven) van Sint-Helena te zijn uit 1746, waarin de vloot van Jan de With is geschetst. Deze bevindt zich in de collectie van de nationale bibliotheek van Frankrijk in Parijs.
Ik attendeerde Geert van der Veer op deze kaart, die er erg blij mee was. Gelijk ook gaf hij de transcriptie van de tekst op de kaart, waarop de schepen met letters staan aangegeven:


Afbeelding van de E. Oostindische Retour Vlood in den Iaare 1746/ met de namen der scheepen hoe Lang door wie ge Commanddert voor wat Camer die Repatrieren onder Commando van de / E. Heer Jan de Witt Commandeur over gemelde Vlood/ Aldus vertoont hem het Eyland St. Helena van het Schip D. Hebbende het zelve NWSW van hem na Gissing 9 à 10 mijl Zijnde hoog Rotsig Landt.


AFBEELDING VAN DE E: OOSTINDISCHE
Met de naamen der Scheepen hoe lang door wie gecommandeert
E: Heer Jan de Witt Commandeur over gemelde Vloot
A. Leiden 150 Comandeur Jan de Witt
B. Spaanderwout 136 Cap. Luij. Jan Wijnant Meurs
C. Brouwer 136 Cap. Luij. Gerrit Reynders Voff
D. ’t huysz Persijn 136 Cap. Luij. Frederik Schouten
E. Duinhof 136 Cap. Luij. Adriaan Lodewortz.
F. Reijgersdaal 145 Cap. Luij. Willem ‘t Hoen
G. Hoogersmilde 145 Cap. Luij. Otto van Dam


RETOURVLOOD. IN DEN. IAARE 1746
voor wat Camer die Reptriezen, onder Comando van de
N.B. de scheepe H en J en K sijn drie Engelsche Scheepen die onder de Compagnies Vlag Zeijlen
voor Amsterdam            Aldus vertoont hem het Eijland
voor Zeelandt                 St Helena van het Schip D
voor Hoorn                      hebbende het zelve NWTW.
voor Enkhuijsen              van hem na gissing 9 à 10 mijl
voor Amsterdam            zijnde hoog Rotzig Landt
voor Amsterdam
voor Amsterdam


Uit het verslag van Jan de With bleek ook dat hij de snelzeilende Huis Persijn, met aan boord de Fries Adrianus Canter Visscher als onderkoopman, vooruit gestuurd had. Het Rijksmuseum heeft enige jaren geleden een prachtig en kleurrijk manuscript van hem aangekocht waarin het leven aan de Indiase Coromandelkust beschreven wordt.
Ook de familie Canter Visscher heeft een sterke band met Dokkum.

De online database van de Bibliothèque nationale de France, Gallica, is sowieso een bron waar sneupers nog meer interessante zaken kunnen vinden, o.a. de Franstalige reisverslagen van Tinco Lycklama a Nijeholt.

maandag 2 december 2013

Fronton Admiraliteitshuis Harlingen bij Noordelijk Scheepvaartmuseum

Vaak wordt beweerd dat er van de Admiraliteit van Friesland weinig bewaard is gebleven. Het archief is in ieder geval tot tweemaal toe merendeels bij branden verwoest.
Toch zijn er, naast het Admiraliteitshuis te Dokkum (waar de Friese Admiraliteit zetelde van 1597-1645) nog wel her en der tastbare overblijfselen te vinden.
Zo zijn er wel kanonnen van de Admiraliteit Friesland) bekend en is er een houten bord met het wapen van de Admiraliteit, schilderijen van leden en schepen van de Admiraliteit Friesland, evenals notulen- en resolutieboeken uit 1599 en 1601 van de tijd in Dokkum.
Ons lid Eimert Smits Fazn. heeft een mooie bronpublicatie gemaakt met o.a. Personeel van de Admiraliteit Friesland.
En bij toeval kwam ik er recent achter dat er op de binnenplaats van het Noordelijk Scheepvaartmuseum (NSG) in de stad Groningen ook nog iets van de Admiraliteit van Friesland moest liggen. Na wat heen en weer communiceren via Twitter en email kreeg ik van archiefmedewerker Koos de Jong een foto toegemaild van wat het fronton blijkt te zijn geweest van het Admiraliteitshuis te Harlingen! De Friese Admiraliteit was in Harlingen gevestigd van 1645-1795. Het schijnt dat het stenen gevelstuk ooit wel eens is aangeboden bij het Fries Museum (?) maar daar had men er geen interesse of geld voor (over). En blijkbaar had het NSG dat wel. En zo kwam een stuk Fries cultureel erfgoed bij de buren terecht. In ieder geval hebben zij er voor gezorgd dat het fronton niet in de vuilcontainer beland is. NSG bedankt!

N.B. Afgelopen week was er ook een veiling bij Bubb Kuyper in Haarlem waar voor 1000 euro het volgende werd geveild (benieuwd wie dat gekocht heeft!):
59/1998  [Manuscripts]. "Agtste(-Veertiende) (Extra)Ordinaris Rekening van Martinus Van Scheltinga, Ontvanger Generaal van het Collegie ter Admiraliteit in Frieslandt. Wegens de Convojen en Licenten/ Wegens de Lastgelden etc. In den Jare 1772(-1778)." "Ingeleeverd" Dec. 1775- Nov. 1780, 13 vols., manuscript text in pen and brown ink, manuscript pagination (±145 (7x)/ ±75 (6x) lvs.), contemp. unif. beige roan, folio.
- Contents overall fine. Bindings occas. somewhat whitish. € (300-500) 1000

Bij Tresoar is ook een familiearchief met materiaal van Martinus van Scheltinga.
En in Museum Van Loon aan de Amsterdamse Keizersgracht zag ik kortgeleden dit schilderij van een Catharina van Scheltinga uit 1621.
Al eerder publiceerden we over Wybrandt van Scheltinga die zeeman werd onder tsaar Peter de Grote en wiens familie nog generaties lang hoge functionarissen voor de Russische marine leverde. Met nazaat Sergey Scheltinga uit Rusland hebben we nog contact!

Update: De steen is door het Noordelijk Scheepvaartmuseum in 1980 aangekocht. In 1883 is het Admiraliteitsgebouw Leeuwenburg afgebroken. Op deze plaats werd in 1884 het Kantongerecht (Havenmantsje) gebouwd.

vrijdag 13 september 2013

Sneuper 111 met focus op Ameland

Sneuper 111 komt met een cover-artikel over de interessante geschiedenis van de Gebrandschilderde Ramen van de Nederlands Hervormde Kerk van Hollum op Ameland. Bijzonder daarbij is ook dat voor het eerst alle bekende ramen in kleur zijn afgebeeld in een artikel. Ons nieuwe redactielid Jacob Roep, afkomstig van Ameland en Hans Zijlstra nemen dit verhaal voor hun rekening.  
Richard Keijzer dook in de samenstelling van een groot konvooi met veel Amelander schepen dat in 1713 door de Sont naar de Oostzee trok en gebruikte daarbij de onvolprezen Sonttolregisters online.
Ook Ale Hansma refereert in zijn column aan de ouwe polle Ameland.
Maar niet alleen aan Ameland besteden we aandacht:
Jan de Jager schrijft over tuinarchitect Roodbaard en Gerard de Weger beschrijft een wonderbare visvangst in 1915. Lid Klaas Pera vond de Friese roots van de dichter Garmt Stuiveling. Piet de Haan had nog wat plankjes met namen liggen en kon het niet laten om uit te zoeken wie daarop hadden zitten krassen...
Zo is De Sneuper 111 weer gevuld met voor elk wat wils en gevarieerde artikelen, waar de volgende keer misschien ook uw onderzoek of tekst tussen kan staan. Want wij blijven afhankelijk van de kopij van onze leden! Dat en nog veel meer in dit nazomernummer van De Sneuper:

Inhoudsopgave:
HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS
- De gebrandschilderde ramen van Hollum (Ameland), Jacob Roep/Hans Zijlstra
- Amelanders staan samen sterk, Richard Keijzer
- Een wonderbare visvangst in 1915, Gerard de Weger
- Plankjes met namen: de H.L. Lijsenberg-plank, Piet de Haan

GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS
- Roodbaardtuinen: wie was Roodbaard?, Jan de Jager
- De Friese wortels van Garmt Stuiveling, Klaas Pera

RUBRIEKEN & COLUMNS
- COLUMN: Je mutte mar hoare..., Ale Hansma
- DE KOFFER: de koffer van tante Mathilde, Hilda Bouta
- HERALDIEK: Dorpswapens Bornwird & Brantgum, Rudolf Broersma

DIGITAAL & ACTUEEL & VARIA
- Afscheid van sneuper Eimert Smits
- Op de Praatstoel 2: verhalen uit NOF. Bestel dit fantastische boek! Voor leden slecht 15 euro voor ruim 400 pagina's hardcover en voor niet-leden ook slechts 20 euro.

Wilt u ook meegenieten van de interessante verhalen uit onze regio, dan kunt u zich eenvoudig aanmelden als lid (slechts 15 euro per jaar) via dit online formulier.

Tevens kondigen we de Ledendag aan die dit najaar door onze vereniging op zaterdag 5 oktober wordt gehouden, met publicatie oral history boek Op de Praatstoel 2. Voor leden uiteraard met 25% korting te koop.

Op Ameland zal dit nummer van De Sneuper overigens in een extra oplage in de losse verkoop te verkrijgen zijn, o.a. bij De Hoge Stoep te Hollum, Warenhuis Van den Brink in Nes, de Hervormde kerken en Museum Sorgdrager.

En, last but not least, onze leden kunnen De Sneuper ook als pdf ontvangen als ze dat willen (stuur een mail)!

woensdag 15 augustus 2012

VOC tabaksdoos van Jan Jans uit Lutjegast

Ruim 150 jaar na zijn dorpsgenoot Abel Jans Tasman koos Jan Jans uit Lutjegast het ruime sop met de VOC. Afgelopen week presenteerde het Scheepvaartmuseum in Amsterdam zijn jongste aankoop. Directeur Collecties Henk Dessens, zelf een verwoed wadvaarder, vertelde aan de diverse media over het verhaal achter de zilveren tabaksdoos.
Jan Jans voer van 1791 tot 1794 bij de VOC, de nadagen van het bijna 200-jarig bestaan van de maritieme multinational.
Persoonlijke bezittingen die rechtstreeks verwijzen naar de VOC-dienst zijn zeer zeldzaam, zeker van gewone zeelieden.

Op het deksel van Jan Jans’ tabaksdoos staat een afbeelding van Batavia (Jakarta) met verschillende schepen, waaronder een saluerende Oostindiëvaarder met VOC-vlag van de Kamer Amsterdam. Onderop het doosje staat een afbeelding van Kaap de Goede Hoop, weer met een aantal schepen en op de achtergrond de Tafelberg en Duivelspiek.

Aan de binnenzijde van het deksel staat een samenvatting van de reizen die Jan Jans als lichtmatroos maakte met de VOC: Jan Jans uit Tessel gezeijld met t Schip de 3 Gebroeders den 27 April 1791, Op Cabo de Goede hoop Gearriveerd den 25 August 1791. Met t Schip Roosenburg vertrokken den 9 Jann 1792, Op Batavia gearriveerd den 1 April 1792, Vertrokken met t Schip de Jonkvrouw Zibille Antoinette den 2 Juny 1792, Gearriveerd op Colombo den 16 August 1792, Vertrokken den 28 Septb 1792, Op Puntegalen * gearriveerd den 6 Octb 1792, Vertrokken den 12 Jann 1793, Geretourneerd op Cabo de Goede Hoop den 13 April 1793, Vertrokken den 23 May 1793, Geretourneerd in Tessel Den 10 February 1794.  De vermelde schepen, de hoeker Drie Gebroeders en het VOC-retourschip de Roosenburg, zijn goed gedocumenteerd. De Drie Gebroeders was door de VOC gecharterd bij een particuliere rederij om een groep zeelui van de Republiek naar de Kaap te brengen.
(* Puntegalen= Galle op Ceylon, ofwel het puntige schiereiland Punta Gala)

Het is opmerkelijk dat Jan Jans na aankomst in Batavia zo snel weer terugkeerde naar de Republiek (na 2 maanden), want meestal bleef een zeeman twee tot drie jaar in Azië varen voor hij weer terugkeerde naar de Republiek.
De online database met VOC opvarenden , gekoppeld aan Dutch Asiatic Shipping gegevens heeft deze gegevens over Jan Jans:
Gegevens van Jan Jans uit Luttekegast (het zou zelfs kunnen dat dit Lutkegeest in Tietjerksteradeel is, in plaats van Lutjegast!)
Datum indiensttreding:     27-04-1791     Datum uit dienst:     00-00-1794
Functie bij indiensttreding:     Jongmatroos     Reden uit dienst:     Gerepatrieerd
Uitgevaren met het schip:     Drie Gebroeders     Waar uit dienst:     Jonkvrouwe Sibilla Anthoinetta
Maandbrief:     Nee     Schuldbrief:     Ja
Gegevens van de vaart
Schip:     Drie Gebroeders     Vertrek:     27-04-1791
Kamer:     Amsterdam
Aankomst Kaap:     25-08-1791
Vertrek Kaap: 24-09-1791
Inventarisnummer:     6812
Folio:     133     Aankomst Batavia:     14-12-1791
DAS- en reisnr.:     4695.2

Details of voyage 4695.2 from Texel to Batavia
Number     4695.2
Name of ship     DRIE GEBROEDERS
Master     Groot, Jan Roelofsz. de
Tonnage     828
Type of ship     fluit
Built     hired
Yard    
Chamber     Amsterdam
Date of departure     27-04-1791
Place of departure     Texel
Arrival at Cape     25-08-1791
Departure from Cape     24-09-1791
Date of arrival at destination     14-12-1791
Place of arrival     Batavia
Particulars     According to K.A. 4328 the departing crew consisted of 372 men.
Next homeward voyage     8338.2
On Board     I     II     III     IV     V     VI
Seafarers     338     4     45     31     92     186
Soldiers                 32         32
Craftsmen                 4         4

Gegevens van de terugvaart
Schip:     JONKVROUWE SIBILLA ANTHOINETTA     Vertrek:     12-01-1793
Kamer:     Amsterdam     Kaap:     07-04-1793
31-05-1793
DAS- en reisnr.:     8356.1
        Aankomst:     10-02-1794
Details of voyage 8356.1 from Ceylon to Texel
Number     8356.1
Name of ship     JONKVROUWE SIBILLA ANTHOINETTA
Master     Christiaansz., A.H.
Tonnage     1150
Type of ship    
Built     1789
Yard     Amsterdam
Chamber     Amsterdam
Date of departure     12-01-1793
Place of departure     Ceylon
Arrival at Cape     07-04-1793
Departure from Cape     31-05-1793
Date of arrival at destination     10-02-1794
Place of arrival     Texel
Chamber for which cargo is destined     Amsterdam (330,617)
Particulars     According to K.A. 4336 Nikolaas Klopper was master. During the voyage the JONKVROUWE SIBILLA ANTHOINETTA called at Cork in Ireland. See also the ROZENBURG (8355).
Previous outward voyage     4705.1
On Board     I     II     III
Total     150     7     28

Ook uitzonderlijk was de lange terugreis van de Kaap naar de Republiek: ruim acht maanden.
Nader genealogisch onderzoek zou kunnen uitwijzen wat er verder van Jan Jans is terechtgekomen en mogelijk verklaren waarom een eenvoudige lichtmatroos zo'n mooie, dure, zilveren tabaksdoos had.

Update 1: Inmiddels zijn 2 personen met de naam Jan Jans gevonden in doopboeken Lutjegast, in 1746 en 1755 (zoon van Jan Derks en Tietje Jans). Die van 1746 lijkt me te oud voor een lichtmatroos in 1791 (45 jaar). Of het die van 1755 is vergt nog meer onderzoek.
Update 2: Dit zou zijn huwelijk kunnen zijn:
Kollumerland c.a., huwelijken 1801 Vermelding: Bevestiging huwelijk op 3 mei 1801 in Kollum 
Man : Jan Jans afkomstig van Lutjegast  
Vrouw : Trientje Tjebbes afkomstig van Kollum  
Bron: Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenboeken(DTBL) 
 Trouwregister Hervormde gemeente Kollum 1718-1811  
Inventarisnr.: DTB 450
Update 3: Zou het het echtpaar Jan Jans Kiestra en Trijntje Tjebbes de Boer kunnen zijn, zoals vermeld op de genealogische pagina van ons lid Taeke van der Leij? Zijn geboortejaar was geschat op 1775 op basis van zijn overlijden in 1844 op 69-jarige leeftijd. Een lichtmatroos van 16 jaar kwam veel vaker voor (Jens True/Jan de With ging als 14-jarige bij de VOC, Michiel de Ruyter ook rond die leeftijd). Als het echt een Kiestra betreft dan is de zilveren tabaksdoos misschien niet zo verwonderlijk. De familie Kiestra was voorzover ik weet redelijk welgesteld. Mogelijk is de bekende arts Jan Jans Kiestra uit Ee hier aan gelieerd. Allemaal nog voorzichtige aannames, maar we komen dichterbij! Op deze genealogiepagina iets meer details over Jan Jans Kiestra. Het echtpaar komt ook voor op pagina 44 in het boek De Friese boer met het grote gezin uit Kollumerland. 
Op de site van Anton Musquetier wordt vermeld dat Jan Jans Kiestra van de bekende Bote Eskes 53 pondematen buitendijks, net ingepolderd, land gebruikt in 1821. In 1823 is hij zetter der belastingen en in 1841 bedankt hij als lid van het dijksbestuur.
In de database van het kadaster 1832, via www.hisgis.nl zie je dat Jan Jans Kiestra een landbouwer te Kollum was met veel grondbezit, naast zijn schoonvader Tjebbe Idserts de Boer (1817). In 1797 is hij waarschijnlijk Jan Janzen of de Jan Jans de jonge. 
In een lijst van Kollumer inwoners van 1825 staat hij vermeld als Jans Jans Kestra, samen met Tjebbe Jans Kistra. 
In 1844 wordt rond zijn overlijden een Memorie van Successie opgemaakt. Jaap Sip Faber heeft het familienetwerk van Jan Jans Kiestra nog wat beter in beeld gebracht.
Laten we niet te snel aannemen dat Jan Jans Kiestra inderdaad de eigenaar van de tabaksdoos was. Al voor 1811 werd de familienaam Kiestra/Kijstra gevoerd. De vraag is waarom hij dan niet op de tabaksdoos ook al zijn familienaam gebruikte. Anderzijds deed hij dat blijkbaar in 1801 bij zijn huwelijk ook niet.

Zou Jan Jans zo kort in Batavia geweest zijn omdat hij heimwee kreeg en spijt had van zijn onbezonnen vertrek? 

Update 4: Ik ben eigenlijk wel benieuwd uit welke inboedel veilinghuis Ald Fryslan (al in februari 2008) de tabaksdoos heeft. Hij is gemaakt door de Amsterdamse meester Fredrik Klupfel die maar zeer kort gewerkt heeft, van 1761 tot 1765, en gespecialiseerd was in het maken en graveren van tabaksdozen.Veiling februari 2008:
Zeer fraaie en zeldzame antieke zilveren tabaksdoos met fijne graveringen van schepen in haven van Batavia en onderzijde Haven stad met schepen Cabo d\' Goede Hoop. Mr Frederik Klupfel, Amsterdam 1761-1765
Voorzien van inscriptie aan binnenzijde van Jan Janz zeilreizen gemaakt tussen 1791 en 1794. 2500-3500 (richtprijs).
Geveild voor 29200 incl opgeld.

Voor wat betreft de inboedel zou ik denken aan een Dijkstra omdat de familie Kiestra in mannelijke lijn lijkt uitgestorven maar via de vrouwelijke lijn er nog wel Dijkstra's in recente tijd geweest moeten zijn. Dat de tabaksdoos al zo'n 30 jaar oud was toen Jan Jans terugkeerde uit de Oost zou er op kunnen wijzen dat hij hem van zijn vader heeft gekregen of in Amsterdam tweedehands heeft gekocht. 
En nog even een zijsprongetje: zou hij hebben meegedaan aan het Kollumer Oproer van 1797? 

Update 5: Er is een tweede kandidaat in beeld gekomen:  Jan Jans Westra. Hij zou dan bij zijn vertrek als matroos in 1791 21 jaar oud zijn geweest. Het huwelijk van Jan Jans Westra (op 19-6-1796) vindt veel eerder plaats dan dat van Jan Jans Kiestra (3-5-1801) en zou daarom beter aansluiten bij het einde van zijn matrozencarrière (1794). Het is misschien de moeite waard om ook even naar deze optie te kijken.
Persoonlijke gegevens Jan Jans Westra: Hij is geboren augustus 1770 in Lutjegast, Grootegast (Groningen). Hij is gedoopt op 12 september 1770 in Lutjegast, Grootegast (Groningen). Hij is overleden op 11 december 1829 in Rinsumageest, Dantumadeel (Friesland), hij was toen 59 jaar oud.
Bron: http://www.genealogieonline.nl/kwartierstaat-johannes-zijlstra/I1049460271.php


Hij is op 19-6-1796 te Rinsumageest getrouwd met Bontje Jans (Viersen).
Dantumadeel, huwelijken 1796
Vermelding: Bevestiging huwelijk op 19 juni 1796 in Rinsumageest
Bruidegom: Jan Jans afkomstig van Rinsumageest
Bruid: Bontje Jans afkomstig van Rinsumageest
Bron: Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenboeken(DTBL)
Trouwregister Hervormde gemeente Rinsumageest Sijbrandahuis 1772-1810
Inventarisnr.: DTB 168

De ouders van Jan Jans Westra zijn Jan Cornelis en Anke Jans. Dit is hun huwelijk:
Huwelijk 24-09-1769   Lutjegast
Bruidegom: Jan Cornellis, van Westerhorn -Lutjegast
Bruid: Anke Jans, van Kollum
Bron: Kerkeboek Lutjegast 1684-1792
Collectie DTB (toegang 124)
Inventarisnummer 270, folio 114

Hoewel diverse websites melden, dat Jan Jans Westra te Lutjegast is geboren, is zijn doop op Alle Groningers niet te vinden (zie bij reacties dat hij wel degelijk gedoopt is te Lutjegast in 1770, HZ).  Zie verder de volgende links: http://members.chello.nl/~a.westra1/kwstekst.htm
http://www.angelfire.com/vt/sneuper/1829Rinsumageest.html


Update 6:  Uit telefonisch contact op 31 augustus met de heer Dijkstra van Veilinghuis Ald Fryslan blijkt het volgende: de verkoper in 2008 was een oudere heer Beintema, zoon van de (op)koper die de tabaksdoos zelf in Zuid-Afrika zou hebben gekocht, mogelijk omdat hij daar handel deed. Het was in 2008 dus al geen erfstuk meer. Bij de spullen die hij opkocht zat ook een zilveren brandewijnkom. De vraag is dus nu of te achterhalen is of een rechtstreekse nazaat Kiestra of Westra in Zuid-Afrika is terecht gekomen. Wordt vervolgd!

Update 7: In de familie van Kineke Beintema is dit verhaal niet bekend. Ook in de schoonfamilie Beintema van Antonia Veldhuis lijkt er niets bekend over een link met Zuid-Afrika. De optie van een mogelijk derde Jan Jans, namelijk Jan Jans Feitsma is weer afgevallen omdat tussen 1791 en 1794 diverse kinderen van en door hem werden gedoopt.