zaterdag 12 juli 2008

Kroniek van de Dongeradelen door Sake Banga

Het boek was me nog niet echt opgevallen, maar voor de Dongeradelen, en dus Noordoost Friesland, een 'nijsgjirriche' publicatie. De in Ternaard geboren Sake Banga was melkrijder en kwam daardoor bij de vele boeren in de regio over de vloer. Eerst met paard en wagen en later met de eerste T-Ford. Uitgebreid vertelt hij over het zware handwerk en de vele verhalen die spelen tot de jaren vijftig van de twintigste eeuw. Hoewel het woord 'kroniek' wellicht wat te hoog gegrepen is, geeft het een gedegen inzicht in het leven in de Dongeradelen. Meer details in de Friese boekbeschrijving (van dit Friestalige boek):

Op in bysûnder oangename manier beskriuwt Sake Banga syn libbensferhaal yn dit boek. Berne yn Ternaard oan it Skoar yn 1923, fertelt Sake oer dy tiid hoe’t syn âlders libben, de kost fertsjinnen en de gewoantes dy’t doe gebrûklik wienen. Syn bernejierren en as trettjinjierrige as jongfeint by de boer oan’t wurk. Sa nimt er ús mei nei it âlde doarpslibben fan Ternaard. It doarp, strjitte foar strjitte beskriuwend, lit er ús yn ’e kunde komme mei de minsken, de boeren, gernierkes, arbeiders, ûndernimmers en ûnder oare de keaplju fan dy tiid. Boeiende gebeurtenissen en feroaringen fan doe en de ûnderfiningen yn de oarlochsjierren komme oan bar.De tiid doe’t er as molkrider troch de Dongeradielen gie, wurdt beskreaun fanôf 1919 doe’t syn heit der al mei begûn wie. Molkride mei hynder en wein en letter mei de earste T-Ford. Fanôf Wierum en ’t Skoar by de boeren lâns nei de Reidswâl en letter Moarre-Ljussens (foto hiernaast met Chevrolet van 1949 bij de melkfabriek). En hoe’t it om-en-ta gie op it molkfabryk.Om’t er in protte gedoente hie mei de boeren út de Dongeradielen wit Sake sekuer te fertellen hoe’t it er by de boeren om ta gie. De syklus fan de seizoenen as it lânbewurkjen, siedzje, it rispje en it winterwurk. It omgean mei hynders yn dy tiid en it belang dêrfan komme prachtich moai nei boppe. Troch it wiidweidich omskriuwen fan it swiere hânwurk en it karakterstike wurk en har fruchten op it boerebedriuw, mar ek de feroaringen, mei de earste masines, dy’t der oankamen yn de lânbou, soarget derfoar dat dit in unyk boekwurk wurden is oer it libben en bestean yn ’e Dongeradielen oant de fyftiger jierren ta fan de foarige ieu. Te koop bij uitgeverij Banda in Kollum.
ISBN-10: 90-78050-06-3
ISBN-13: 978-90-78050-06-3
Prijs: € 10,00 (+ € 3,50 verzendkosten)

Voor meer boeken over historie en genealogie in Noordoost Friesland, zie de Boekenrubriek op de Sneuper site.
Specifiek voor Ternaard zijn de boeken van onze leden Keimpe Veldhuis, In Ald Ternaarder Kapper Fertelt, Memoires van J. A Veldhuis (1912-91), en Eimert Smits over de Visbuurt onder Ternaard.

vrijdag 11 juli 2008

Jeugdherinneringen Paesens-Moddergat te boek gesteld

Het 160 pagina’s tellend boek schetst een goed beeld van het leven in de eerste helft van de 20e eeuw in Paesens-Moddergat. Voor iedereen die geïnteresseerd is in het vroegere dorpsleven, is dit boek een waardevol document.
Het boek is geschreven door Willem Meinsma, die zijn hele leven in Moddergat heeft gewoond en de gebeurtenissen vanuit zijn eigen ervaring heeft opgetekend. Als u meer informatie wilt kunt u contact opnemen. Zijn adres en telefoonnummer zijn: Willem Meinsma, Meinsmawei 5, 9142 DL Moddergat. Tel 0519-589396 b.g.g. 0519-589722.
Het boek is voor € 15,- te koop bij boekhandel Bergsma in Dokkum tel. 0519-292366 en bij Museum ’t Fiskershúske in Moddergat, tel.0519-589454.

donderdag 10 juli 2008

Oude klooster-, molen- en jaagpaden digitaal op kaart

Alle gegevens over paden en routes in de regio’s Midden- en Zuidoost-Fryslân zijn door de provincie gedigitaliseerd. De kaart is digitaal te bekijken op http://www.oudepadennieuwewegen.nl/.
Op de kaart staan bestaande en verdwenen paden en wegen, aangevuld met informatie, over interessante cultuurhistorische gebouwen, elementen, volksverhalen en anekdotes die bij de paden horen. De kaart legt uit hoe de paden en wegen in Fryslân zijn ontstaan en soms weer zijn verdwenen.
Aan het verzamelen van de gegevens over oude paden hebben zo’n 250 bewoners van de regio en historici enthousiast hun steentje bijgedragen. De speurtocht naar gegevens in de andere regio’s in Fryslân is op dit moment nog in volle gang. Deze gebieden worden voor oktober 2008 ook ingevoerd. Daarna is de kaart compleet voor de hele provincie Fryslân.

Voor Noordoost-Fryslân was afgelopen jaar al een website gelanceerd waarop vele historische en herstelde wandelpaden worden vermeld, vaak met de historische verhalen van de plaatsen onderweg erbij. Op www.historischepaden.nl staan 50 wandelpaden. Zelf kunt u ook uw historische verhalen insturen om bij de routes te plaatsen!

Zoals de site vermeldt: Noordoost Friesland is een streek met een rijke cultuurhistorie in prachtige oorspronkelijke landschappen. Van de noordelijke Friese Wouden, als één van de Nationale Landschappen geroemd om hun besloten karakter van elzensingels en houtwallen, tot het weidse kleigebied dat eeuwen geleden door geestelijken op de zee werd veroverd. De ooit zo talrijke kloosters zijn grotendeels verdwenen, maar de vele dijken en enkele oude voetpaden herinneren aan deze dappere pioniers in deze streek. Je kunt ook alle tijd nemen voor de vele monumenten in Noordoost Friesland.

Ook het initiatief HISGIS (Historisch Geografisch Informatie Systeem) sluit hier mooi op aan.

woensdag 9 juli 2008

Fotoboek Metslawier schetst veranderingen

Tijdens de reünie van Metslawier is zaterdag 7 juni een fotoboek over het dorp gepresenteerd: Us doarp Mitselwier. Het 131 bladzijden tellend boekwerk laat zien hoe Metslawier in de loop van de tijd is veranderd.

Belangstellenden kunnen het fotoboek zolang de voorraad strekt nog bestellen bij Meindert Meindersma (telefoon 0519-241498).
Ook verkrijgbaar bij drogisterij Werkman te Dokkum.

dinsdag 8 juli 2008

Dr. Lambooij publiceert weer over kloosterleven

Friesland wordt over het algemeen niet zo snel met een rijk kloosterleven geassocieerd. Toch zijn er nog diverse bronnen uit de kloostertijd bewaard gebleven. Herman Lambooij publiceerde enkele jaren geleden al de kroniek van het Premonstratenzer klooster Mariëngaarde bij Hallum, Vitae Abbatum Orti Sancte Marie: vijf abtenlevens van het klooster Mariëngaarde in Friesland.

Onlangs kwam hij met een tweede publicatie op dit gebied, Sibrandus Leo en zijn abtenkronieken van de Friese premonstratenzer kloosters Lidlum en Mariëngaarde, de publieksversie van zijn dissertatie waarmee hij aan de Universiteit van Leiden promoveerde. Zijn promovendus was professor Hans Mol. Het Friesch Dagblad schreef er een positieve recensie over. Uitgeverij Verloren brengt hiermee een Latijnse bron uit 1575 in modern Nederlands onder de aandacht van een breed publiek.
De Premonstratenzers werden ook wel Norbertijnen genoemd en hulden zich in witte gewaden. Dit in tegenstelling tot de Cisterciënzer monniken die zich in grijze pijen hulden, de zogenaamde schiere monniken. Schiermonnikoog heeft aan hen nog de naam te danken.
In de late middeleeuwen ontstond een partijenstrijd tussen de witheren, die van de vrije handel hielden en hun naam gaven aan de Vetkopers, versus de conservatievere schiere monniken ofwel Schieringers. Zie hiervoor ook de informatieve site van Tresoar.

Het grootste klooster in Noordoost Friesland was het bekende cisterciënzer klooster Klaarkamp in Rinsumageest. In onze regio kunnen liefhebbers ook het mooie Kloosterpad lopen of het prachtige Burmaniapad.
Tresoar publiceerde enkele jaren geleden ook een kleurrijk boekje over het getijdenboek van klooster Thabor bij Sneek. Details hierover in de Schatkamer van Tresoar.

vrijdag 4 juli 2008

Friese Admiraliteit basis voor ontdekking Australië ?

Dat niet de door de Britten naar voren geschoven James Cook rond 1770 Australië heeft ontdekt is inmiddels bij de kenners wel duidelijk. Wat bedoelen ze eigenlijk met ontdekken ? Impliciet wordt bedoeld dat het de ontdekking door een Europeaan is. De vraag is dan natuurlijk, wie dan wel? De aboriginals woonden er al eeuwen toen er opeens zeilschepen aan de horizon verschenen, die door de gebrekkige navigatie regelmatig gevaarlijk dichtbij of zelfs op de klippen liepen.
De eerste duidelijk gedocumenteerde ontdekkingsreizen waren die van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Friesland was een van die Nederlanden, c.q. lage landen bij de zee.

Na de verkennende expedities van de zogenaamde voorcompagnieën begon de VOC in 1602 op structurele wijze het gebied ten oosten van Afrika te bewerken. De VOC bestond uit zes kamers, Amsterdam, Rotterdam, Enkhuizen, Hoorn, Delft en Zeeland (Middelburg), waarvan die van Amsterdam de machtigste was. Friesland en Groningen hadden hier de boot gemist.

Naast de commerciële VOC was een Admiraliteit opgericht die fungeerde als marine. Het filiaal Friesland/Groningen kreeg zijn hoofdzetel in Dokkum, omdat het zowel gunstig lag aan water als strategisch tussen Friesland en de andere noordelijke belanghebbende, Groningen. Deze kreeg uiteindelijk wel een kamer binnen de WIC, gevestigd aan de Munnekeholm in de stad. In de WIC maakten de Friezen Bastiaen Jansz Krol en Pieter Stuyvesant (wiens vader en grootvader uit Dokkum kwamen) naam als bestuurders van Nieuw Amsterdam, het huidige New York.

Net zoals tegenwoordig kapiteins op schepen en vliegtuigen van de marine vaak overstappen naar de commerciële vervoerders, gebeurde dat ook begin 17e eeuw. Je komt dan ook regelmatig mannen tegen die zowel voor de Admiraliteit als de VOC of WIC (opgericht in 1621) werkten. In een document van Varend Personeel van de Admiraliteit Friesland, onderdeel van de publicatie van Sneuper-lid Eimert Smits (FaZn) 'De Friesche Admiraliteit boven water' staat ene Jan Rosegeijn, ook wel Jan Lodewijks of Jan Lodewijs van Rosingyn genoemd. Hij was commies bij de VOC en voer samen met schipper Willem Jans op het jacht het Duyfken op 28 November 1605 uit Bantam met opdracht 'tot het ontdecken van het groote land van Nova-Guinea en anderen onbekende Oost -en Suykerlanden'. Ze bereikten de grote baai aan de Australische Noordkust, welke later de Golf van Carpentaris zou worden genoemd. Langs de kust Zuidwaarts zeilende meenden zij nog steeds Nieuw Guinea aan bakboord te hebben. Het verste punt dat zij bereikt hebben noemden ze Keerweer, liggende op 13 graden 45 min. Zuiderbreedte. In Mei 1606 keerden zij behouden in Bantam terug. Niet voor niets werd in 2006 dan ook uitgebreid gevierd dat er 400 jaar contact tussen Australië en Nederland was. Er werd door de KB ook een mooie (voornamelijk Engelstalige) website voor gemaakt met gedigitaliseerde 17e-eeuwse reisjournalen: Barren Regions.

De opperstuurman van De Eendracht, die in 1616 onder leiding van schipper Dirk Hartogs de Australische kust verkende, was Pieter Doekes van Bil (Het Bildt). De bemanning liet zelfs aan een paal een tinnen bord met inscriptie van hun namen achter, die bewaard is gebleven.

Er waren dus al vroeg diverse Friezen werkzaam bij de VOC.

In 1629 strandde het VOC-schip Batavia op zijn eerste reis op de westkust van Australië, met aan boord de Friese apotheker en onderkoopman Jeronimus Cornelisz. Hij leidde een groot drama in van muiterij, moord en verkrachting, uitvoerig beschreven in de bestseller De Ondergang van de Batavia. Twee bemanningsleden werden later voor straf aan land gezet en mengden zich mogelijk met de lokale aboriginals. Het waren Wouter Loos en Jan Pelgrom de Bije van Bemmel. Ook het Historisch Nieuwsblad bericht over een onderzoek naar de eerste blanken in Australië. Overigens werkte de zwager van Jeronimus in een hoge functie bij de Friese Admiraliteit in Dokkum.

Een andere noorderling, Abel Jans Tasman, die uit het op 25 kilometer van Dokkum liggende Lutjegast kwam, voer in 1642 namens de VOC langs Australië waar hij in ieder geval Van Diemensland (later Tasmanië) en Nieuw Zeeland ontdekte. Het lijkt me zeer waarschijnlijk dat ook hij contacten met de Friese Admiraliteit had en mogelijk zelfs via hen bij de VOC-kamer Amsterdam kwam. En is hij misschien familie van de Dokkumer watergeus Jan Abels ?

woensdag 2 juli 2008

Sybrandt Hansz Cardinael: wiskundige, astronoom en wijnroeier

De doopsgezinde Sybrandt Hansz Cardinael (1578-1647) was een van de Friezen die aan het begin van de Gouden Eeuw naam maakte in Amsterdam. Hij werd te Harlingen geboren als zoon van Hans Sybrandsz Cardinael en Ymcke Emesdr. Op 28 augustus 1607 trouwde hij te Amsterdam met Levijntje Panten (Harlingen 1586/87-Amsterdam 1664). Zij kregen zes dochters. In 1605 verhuisde hij van Harlingen naar Amsterdam, waar hij een rekenschool overnam van zijn schoonvader, in de Nieuwe Nieuwstraat. Met de publicatie van Hondert Geometrische questien, onderdeel van een boek van de Leeuwarder Johan Sems (1572-vóór 1656) et al., Pracktijck des landmetens, Amsterdam(Blaeu, 1614) vestigde hij zijn reputatie als meetkundige. In een recent verschenen boek van uitgeverij Verloren, beschrijft auteur Sitters Cardinael en zijn familie tegen de achtergrond van de politieke en godsdienstige ontwikkelingen in de Gouden Eeuw. Sybrandt Hansz Cardinael onderhield contacten met mensen als Savry, Bruyningh, Cater, Vondel, Rembrandt, Plancius en Descartes (die o.a. in Franeker studeerde). In het boek komen ook zijn lessen aan de orde over (land)meetkunde, wijnroeien, astronomie en navigatie.

Naast Cardinael was de Dokkumer Jan Hendrick Jarichs van der Ley (1565-1639), in dienst van de Admiraliteit van Friesland te Dokkum, een vooraanstaande wetenschapper die zijn stempel drukte op de ontwikkeling van de navigatie en meetkunde. In de begintijd van de VOC, toen de navigatie steeds belangrijker werd voor de retourschepen naar Oost-Indië, heeft Van der Ley zijn ideeën voor de lengtebepaling op zee zelfs gepresenteerd aan een commissie van de Admiraliteit van Amsterdam, waarin o.a. Simon Stevin, Snellius, Plancius, Blaeu en Cardinael zaten. Ik heb er op de Sneuper website ooit een uitgebreid artikel met links over gepubliceerd. In een boek van maritiem deskundige Leo Akveld, Koersvast, vijf eeuwen navigatie op zee, wordt Van der Ley eveneens ruim geciteerd.

Hoewel het grote publiek beide grote Friezen waarschijnlijk niet kent, verdienen ze volgens mij ons aller respect en aandacht!

dinsdag 1 juli 2008

Geheugen van Nederland met Sjoukje Bokma de Boer

In de Sneuper van maart 2008 publiceerden we een artikel over een zeeramp in 1879 bij Moddergat (niet te verwarren met de grote ramp van 1883). De nabestaanden van de hierbij omgekomen schipper Aant Jans Post en zijn bemanningsleden waren afhankelijk van giften uit de gemeenschap. Een sociale voorziening zoals we die nu kennen was er immers niet. Een leidende rol in de oproep in de krant was weggelegd voor dominee Albertus Minderts Bokma de Boer van Nes. Hij was de vader van de in Nes (Westdongeradeel) geboren Sjoukje Bokma de Boer, beter bekend als Nynke van Hichtum. Haar moeder Dieuwke Jans kwam uit de welgestelde familie Klaasesz.

In het Genealogysk Jierboekje van 1974 is de genealogie Klaasesz gepubliceerd. De familie is van oorsprong doopsgezind en kwam met Igle Jans, vermoedelijk geboren in Altona bij Hamburg, naar Holwerd waar hij op 24 oktober 1721 doopsgezind werd gedoopt door Marten Heeres. Zijn zoon Klaas Igles, geboren april 1736 te Holwerd was in 1797 voorzitter van het provinciaal bestuur van Friesland. Vervolgens nam diens zoon Jan Klazes, notaris te Dokkum van 1809-1818 en te Ternaard tot 1848, de naam Klaasesz aan in 1811. Deze Jan Klazes Klaasesz, secretaris van Westdongeradeel en eigenaar van de Herwey, trouwde op 28 januari 1810 te Dokkum met Renske Harmanus Boekhout, dochter van de stadsomroeper en tamboer.
Kleindochter Sjoukje trouwde op 11 oktober 1888 met de bekende socialistische voorman Pieter Jelles Troelstra, van wie ze ook weer scheidde nadat ze 2 kinderen hadden gekregen. Haar bekendste boek is Afke's Tiental, over het zware leven van een arbeidersgezin op het Friese platteland.

Tresoar kwam 30 juni met een nieuwsbericht waarin gemeld werd dat veel archiefmateriaal van de schrijfster is gedigitaliseerd en beschikbaar gemaakt via de site van het Geheugen van Nederland.

Blader maar eens lekker digitaal door de collectie met brieven, foto's, manuscripten en boekomslagen !

maandag 30 juni 2008

Molens in Dongeradeel krijgen restauratiesubsidie

Vandaag las ik dat de molens in Nederland van minister Plasterk van OCW 11 miljoen euro restauratiesubsidie krijgen. Ik was benieuwd of daar ook Friese molens tussen zaten, dus keek even op de website van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM). En ja hoor, er zaten een paar tussen. Zo krijgt Korenmolen De Eendragt in Anjum €96.340,- en Korenmolen Zeldenrust in Dokkum zelfs €160.515,-
Met de Historische Vereniging Noordoost Friesland brachten we eens een bezoek tijdens de ledendag aan de molen in Anjum, waar een leuke tentoonstelling van foto's was en we op de zolder uitleg kregen over het maalproces en de werking van de molen. We hebben er nog 2 filmpjes van op YouTube staan, zie hier en hier. De molen werd jarenlang gerund door de familie Turkstra (zie de foto), van wie de afbeeldingen in de molen hangen. Oorspronkelijk kwam deze familie uit Bergum, waar in 1811 ook de naam werd aangenomen door Rients Annes en zijn kinderen.
In De Sneuper zult u regelmatig artikelen aantreffen over de historie van molens in Noordoost Friesland van de hand van ons lid en molenkenner Warner B. Banga.
Zie ook het bericht in het Friesch Dagblad.

zondag 29 juni 2008

Genealogische en historische blogs

Sinds eind januari 2008 zijn we bezig met dit blog van de Historische Vereniging Noordoost Friesland. In de afgelopen maanden ben ik diverse blogs tegengekomen die ook genealogie en historie als onderwerp hebben. Die deel ik natuurlijk graag met jullie.
Als eerste een heel uitgebreid en breed blog van Erik Hennekam, http://archieven.blogspot.com , niet altijd even interessant maar wel zeer informatief. Het blog van Bob Coret, http://blog.coret.org/, gaat meer in op de technische mogelijkheden en kansen van online genealogie en historie. De frequentie van nieuwe artikelen is hier weer wat laag.
Richard Keijzer heeft een geneaweblog dat zowel Amsterdam als Friesland regelmatig onder de aandacht brengt op http://geneakeijzer.blogspot.com/. Ook Douwe Halbesma publiceert, op een gedeelte van zijn blog, leuke verhalen over Dantumadeel en omgeving.

De Linschoten Vereeniging heeft een aardig blog over de reisbeschrijvingen die ze publiceren uit met name de VOC en WIC-tijd op, Reys Gheschrift.
Een vrijwilliger van de Bataviawerf in Lelystad houdt een blog over Maritieme Historie bij.

De genoemde blogs geven een aardig beeld van de variatie die je kunt hebben in het gebruik van onderwerpen en lay-out (wel of niet veel plaatjes, tekstlinks etc.). Als u suggesties voor andere blogs in dit genre heeft, laat dan een bericht achter bij dit artikel.

dinsdag 24 juni 2008

Historische architectuur

Het kan niet op de laatste tijd met boeken over historische onderwerpen in Noordoost Friesland. Deze keer aandacht voor de historische architectuur. Nog niet zo lang geleden werd een boek gepubliceerd over de Rinsma State in Driesum, waarvan Sneuper-lid Jouke Dantuma een van de auteurs was. In het kader van de aankoop en restauratie van de state door de bekende Dirk Scheringa werd de geschiedenis in kaart gebracht. De vrouw van Dirk, Baukje de Vries, komt uit Driesum en ze zijn ook in de state getrouwd. Dirk is zelf geboren in het Groningse Grijpskerk, nabij de Friese grens, en zijn vader komt uit Kommerzijl. Toevallig ook de plaats waar mijn vader is opgegroeid en naar school ging. Martinus Jongsma publiceerde de kwartierstaat van Dirk Scheringa.

Jaap van der Boon publiceerde een boek over De Schierstins in Veenwouden. Deze unieke torenstins is omringd met prachtige verhalen. Het Friesch Dagblad schreef een mooie recensie over deze uitgave van de Stichting De Schierstins. Een extra reden om eens een kijkje te gaan nemen op een aangename weekenddag.

Direct verbonden met historische gebouwen zijn de oude gevelstenen. De aan onze vereniging gelieerde Stichting Historia Doccumensis publiceerde onlangs Gevelstenen in Dokkum. Ooit werd al door onze redacteur Eimert Smits en zijn zoon Wiep-Klaas een reeks artikelen over deze gevelstenen gepubliceerd in de Sneuper, maar nu zijn ze dan ook eindelijk in boekvorm verschenen. Onze leden Jelle Arjaans en Warner Banga zijn de auteurs.
Over gevelstenen gesproken: onlangs kocht ik het boek Gevelstenen van Hans 't Mannetje (zo heet hij echt!). Deze man maakt nieuwe gevelstenen op echt ambachtelijke wijze. Prachtig om te zien en over te lezen. Veel leesplezier gewenst!

zondag 22 juni 2008

Overstromingen in Friesland door de eeuwen heen

Friesland is van oudsher al een gebied waarin door de bewoners met de getijden rekening werd gehouden. Men woonde dan ook bij voorkeur op een verhoging in het landschap, de terp. Inmiddels zijn vele om hun vruchtbare grond afgegraven, waarbij ook mooie vondsten zijn gedaan.
Plinius, een Romeinse geschiedschrijver schreef al over de Friese terpen rond 50 na Chr. Toch zijn ook deze regelmatig overstroomd.

Ouderen onder ons zullen zich de watersnoodramp van 1953 in Zeeland nog herinneren. En recent de (kleine) overstroming op 1 november (Allerheiligendag!) 2006 waarbij een kudde paarden in Marrum geïsoleerd werd en op heroïsche wijze werd bevrijd. Zelfs CNN stuurde een filmploeg. Als nu de dijken in Friesland zouden doorbreken zou de halve provincie onder water staan.

De meest recente echt zware overstroming van Friesland dateert van 1825. Het begon al met een zeer natte herfst in 1824 en een hoge stand van de Zuiderzee. Begin februari 1825 teisterde een noordwesterstorm de lage landen en braken op vele plaatsen de dijken door. Van Sneek tot Meppel stond de boel onder water. Het eiland Schokland werd geheel overspoelt. Doeke Wijgers Hellema doet er in zijn Kroniek van een Friese boer uitgebreid verslag van. Direct gevolg van de overstromingen was ook dat in 1825-1827 allerlei ziektes uitbraken, waaronder malaria en cholera. Ook jonge mensen stierven massaal. Als gevolg van de ondraaglijke stank en gebrek aan hygiëne werd ook het begraven in de kerk voortaan verboden.

Wat verder terug in de tijd komen we bij de Kerstvloed van 1717. Ook toen verdwenen grote delen van Noord-Nederland onder water. De inmiddels bekende graaf Clancarty werd van zijn overspoelde eiland Rottumeroog verdreven.

In december 1703 werd de kust van Noord-Friesland getroffen door een stormvloed die met name in Engeland en Wales had huisgehouden.

In 1686 waren in Friesland diverse dijkdoorbraken, wielen genoemd. Reinder Tolsma schreef er in Sneuper nr.6 een artikel over.

Van de Allerheiligenvloed van 1/12 november 1570 zijn nog diverse zaken ter gedachtenis achtergebleven, zoals de aantekeningen die in Tresoar bewaard zijn over het aantal slachtoffers in Dokkum en Workum. In de grietenij Metslawier verdronken alleen al 1801 mensen. Een gedenksteen aan de buitenmuur van de Hervormde kerk te Metslawier bewaart er nog de herinnering aan: ‘Anno 1570 op aldarheilige dach savens is het Water hier in der kercke hoech West 1 Voet en de sijn fardroncken indese gritenije 1801 mensken’. In Ee kwamen toen overigens 130 mensen om en in Anjum 536 mensen. Ezumazijl werd zelfs geheel overstroomd.

Een grote overstroming die eigenlijk heel het gebied van de lage landen trof was de Elizabethsvloed in 1421.

De Marcellusvloed in 1362 en 1219 teisterde de vesting Ezonstad bij Anjum. Niet veel later werd het plaatsje definitief ontmanteld.

In 1703 publiceerde Tobias Gutberleth de door de Friese geschiedschrijver Simon Abbes Gabbema beschreven Nederlandse Watervloeden, met name tussen 860 en 1703.

woensdag 18 juni 2008

Recht van zwanenjacht in Friesland

Je kunt het je tegenwoordig nauwelijks voorstellen als je de imposante witte zwanen in de lucht of op het water ziet, maar in vroeger tijden werden ze als delicatesse gegeten! Net zoals het vangen van eenden via eendenkooien was het vangen van zwanen de gewoonste zaak van de wereld.

In de middeleeuwen waren in Holland de graven degenen die het recht hadden om op zwanen te jagen. In Friesland lag het wat anders omdat daar zowel de edelmannen als vrije boeren (eigenerfden) het recht hadden zwanen te houden. In 1399 werd in het zoen van Albrecht van Beieren met de Friezen vastgelegd dat 'elc man zwanen ende Vogelen te houden nae synre genuechte'. Rond 1500 stelde Albrecht van Saksen de eis dat 'alle die swaenen den hertog zouden worden toegewezen' maar daar gingen de Friezen niet mee akkoord. Wel wordt voor het eerst een pluimgraaf aangesteld die toezicht moet houden op de zwanenhouderij.

In de Zuidwesthoek van Friesland was de zwanenhouderij iets van de gewone man maar in Oostergo hadden alleen de edellieden het recht. De jurist Botte van Holdinga uit Anjum schreef tussen 1564 en 1570 in zijn 'De origine antiquitate et situ Phrisiae' dat de families Cammingha, Eisinga, Tjaerda en Holdinga de rechten daar in handen hadden. Leest u er het aardige Friese boekje van Tsj. Gs. de Vries 'It boek fan de swan, swannejacht en swannemerken yn Fryslan' maar verder op na. Zoals gezegd werd in het westen van Friesland op veel grotere schaal aan zwanenjacht gedaan. In Noordoost Friesland hebben we maar enkele voorbeelden:
- Burgum: Groustins state, Sminia
- Dantumawoude: Botnia state, Donia state
- Driesum: Rinsma state (overigens in eigendom geweest van Dirk Scheringa)
- Anjum: Holdinga state
- Hallum: Tjaerda
- Ee: Obma state (3 juli 1766: Finale palmslag van Obma-State, een heerlijke boerehuizinge met vrije zwanejacht te Ee, thans in huringe bij Tiete Jans. Kroniek van Friesland, G. Wumkes.)
- Rinsumageest: Eisinga state, Tjaerda state

In Tresoar liggen nog diverse zwanenboeken, waarin prachtige afbeeldingen staan van de merken op de zwanenpoten en snavels die elke eigenaar op zijn eigen manier, als een soort huismerk, aanbracht. Hiermee kon worden vastgesteld wie de rechtmatige eigenaar was. In de schatkamer van Tresoar staat een voorbeeld uit het zwanenboek uit 1529 van pluimgraaf Nicolai.

Onder inventarisnummers 304 en 305 zijn er ook nog andere zwanenboeken, meestal van recentere datum, bij Tresoar aanwezig. Deze zijn gedeeltelijk in bezit van het Fries Genootschap. Welhaast alleen met merken uit Westergo.

Zo is er nog:
- een boekje dat eigendom is geweest van Goslick Heerma, grietman van Wonseradeel, anno 1574.
- Een boekje van Barthold Tjaerda van Starkenborgh, anno 1635.
- Een boekje met als titel 'Swaene-boeck Anno 15..' met merken van Tjerk en Pieter van Heerma en Burmania.
- Een in perkament gebonden boekje van 22 pagina's met als titel 'Swane Boeck'.
- Een door Frans Machet ondertekend boekje uit het Eysinga archief, anno 1638.
- Het jongste zwanenboek van 55 pagina's is er een met als laatst ingeschrevene J.M. van Beyma thoe Kingma, die in 1847 overleed. De familie Kingma heeft vanwege het zwanenrecht ook een zwaan in het familiewapen en is gelieerd aan de familie Fogelsangh.

In het aardige boek Vincken moeten vincken lokken: vijf eeuwen vangst van zangvogels en kwartels wordt gemeld dat de populariteit van zwanevlees taande door de zware verteerbaarheid.

In een door Anny Bokkinga gemaakt overzicht van Pensiën, komt voor in Deel 1 (2654) 1592-1595, Gedeputeerde Staten, GF 50: Hidde Frericx zn, opzigter van de swanejachten te Westergoe, 12v, 15, 15v.
Als illustratie verwijs ik graag naar een van de mooiste schilderijen in het Rijksmuseum te Amsterdam, De bedreigde zwaan, van Jan Asselijn.


Update: Reinder Postma meldt bij het zwanenrecht nog de volgende aanvulling:
De familie Fogelsangh in Burum (op Eisingastate) en in Veenklooster op Fogelsanghstate hadden ook het zwanenrecht. In het Fries museum is nog een originele zilveren zwanenring met het wapen Fogelsangh (1647) aanwezig. Het aardige is dan ook nog eens dat daarop een zwaan staat afgebeeld. Lees het boek van Reinder Postma, Douwe van der Meer en Kees Kuiken over de familie Fogelsangh en hun zwanenrecht, Van Fûgelsang tot Fogelsanghstate.

Update: bericht in de krant van zaterdag 5 juli 2008: Koningin Elizabeth laat de derde week van juli de zwanen langs de Theems weer tellen. Een overblijfsel van het recht op zwanenjacht !

Zie ook Genealogysk Jierboek 1994 pag. 91 e.v. Zwanenrecht/jacht. En het proces om de "Broeckster Jacht". Hein Walsweer, De Broekster Rouckema's, "Desen allen ende meer anderen".

zondag 15 juni 2008

Oer de Seedyk in Moddergat groot succes

Drie avonden achtereen, van 12 t/m 14 juni, werd aan de waddenkant van de zeedijk in Moddergat het theaterspektakel Oer de Seedyk opgevoerd. Vlakbij museum Fiskershuske en het monument op de dijk voor de 83 slachtoffers van de zeeramp van Moddergat in 1883 werd het Requiem met vele vrijwilligers en levende have een groot succes.

Alle avonden waren met 1000 kijkers uitverkocht en zelfs op de zeedijk genoten velen mee van de prachtige klanken en beelden op de rand van land en slik. Op de achtergrond figureerden schepen uit de huidige vloot van Paesens-Moddergat die onder het teken WL van Westdongeradeel varen. Ook de nagebouwde WL19, de Wierumer Aek was van de partij. En je zag de vuurtoren van Schiermonnikoog prachtig oplichten om de zoveel seconden. Er kwam een mannetje over het wad naar de wal waden. Op donderdag en vrijdag hing er een regenboog in de lucht. Het had allemaal een buitenaardse schoonheid.

Bijzonder waren de vele Friese paarden, los met ruiters en aangespannen voor een Friese sjees en voor een indrukwekkende lijkkoets. Hoofdrolspeler Gerrit Breteler zat fier te paard op een prachtige schimmel, naast twee muzen in het wit. Op het podium schitterde sopraan Miranda van Kralingen uit Engwierum met het Philharmonisch orkest en Gezina van der Zwaag. Kijkt u voor een mooie fotoreportage op Waldnet en een verslag in het Friesch Dagblad.
Uw webmaster was met zijn gezin zaterdagavond aanwezig, toen het weer zeer aangenaam was met een prachtig rood kleurende ondergaande zon. We overnachtten bij recreatiebedrijf Meinsma, op loopafstand van de dijk. Omrop Fryslan filmde een deel van de generale repetitie en de voorbereidingen. Binnenkort meer filmbeelden van het Requiem op dit blog.

Update: De slotscene in beeld gebracht op YouTube (zonder geluid). Evenals Gerrit Breteler en de muzen te paard. En bovenal (boppedat) Gerrit Breteler samen met Miranda van Kralingen.

vrijdag 13 juni 2008

Presentatie boek malle graaf Clancarty

Op maandag 16 juni 2008, ‘s middags om vijf uur, reikt de heer Reinder H. Postma in het gemeentehuis in Kollum (Van Limburg Stirumweg 18, 9291 KB) de eerste exemplaren uit van het door hem geschreven boek “Donough McCarthy, 4th earl of Clancarty” aan de heren dr. Oebele Vries van de RUG te Groningen en aan Bearn Bilker, burgemeester van Kollumerland c.a.
Reinder H. Postma uit Oudwoude (1956) heeft gedurende ongeveer 25 jaar onderzoek gedaan naar deze markante Ierse graaf. Daarbij hoorden een bezoek aan Blarney Castle bij Cork en aan de Tower in Londen.

De graaf Clancarty heeft rond 1720 een huis in eigendom gehad aan de Wâlddyk onder Oudwoude (zie foto hierboven) en staat algemeen bekend als de “Malle graaf”. Ook was hij eigenaar van het eiland Rottum. Zijn verbanning uit Ierland en Engeland vond plaats in de roerige tijden rond 1700. De Oranjemarsen en de grimmige strijd tussen protestanten en katholieken zijn eveneens in deze tijd ontstaan en pas recent tot een einde gekomen.

In het verleden is door diverse auteurs over Clancarty geschreven. Postma heeft deze eerdere publicaties naast elkaar gelegd en veel aan bronnenonderzoek gedaan. In de overlevering werd Clancarty de “Malle graaf” genoemd. Hij kreeg deze naam omdat hij, na het overlijden van zijn vrouw, drie dames om zich heen zou hebben gehad: eentje met rood, eentje met zwart en eentje met blond haar. Postma is echter naar de bron teruggekeerd en heeft alles wat niet aantoonbaar was, verwijderd. Daardoor ontstaat er een biografie van een graaf die de pech had dat hij op het verkeerde paard wedde en geld en goed kwijt raakte. Hij heeft daarna een bewogen leven geleid maar mal of gek was hij zeker niet.

In Groningen in het familiearchief Van Bolhuis bevinden zich een fors aantal originele stukken. Deze zijn integraal in het boek opgenomen, behalve biografie is het dus ook een bronnenpublicatie.

Tijdens zijn onderzoek heeft Postma veel hulp van dr. Oebele Vries ondervonden die door zijn kennis van Oost-Friesland meerdere stukken heeft kunnen aandragen en bij het uiteindelijke schrijven van het boek adviezen heeft gegeven. De gemeente Kollumerland c.a. heeft door een financiële bijdrage van € 250,00 deze uitgave mede mogelijk gemaakt. Zie de Sneuper website voor de inhoudsopgave van het boek.
Het boek is te bestellen bij de auteur Reinder Postma (0511 – 45 21 00). De prijs is tot 1 juli 2008 € 22,50. Daarna kost het boek € 25,00.

Update: Tot mijn prettige verbazing las ik in het boek dat de graaf in januari 1719 in Ezumazijl was (per schip, het was immers o.a. een winterhaven voor de vloot van Paesens-Moddergat). Clancarty was na de kerstvloed van 1717 van Rottumeroog verdreven en aan het zwerven geslagen langs de waddenkust. Hij schreef toen een brief aan redger Abel Eppens van Bolhuis te Warffum, waarin hij aangeeft tegen zijn schipper Jacob Everts een proces aan te spannen. Everts had hem uitgedaagd voor een duel en dreigde hem later te vermoorden! Ook kreeg de deftige graaf het aan de stok met de ruige Zoutkamper vissers, die hem ongetwijfeld een mal persoon vonden. Originele brieven bevinden zich in familie-archief Van Bolhuis (RHC Groningen).
Tjitse Baukes uit Oudwoude baseerde later zelfs zijn achternaam op het huis van de graaf waarin hij woonde: Van der Burg. Zijn zoon Tjeerd kwam om in het leger van Napoleon.

woensdag 11 juni 2008

Opnames Verre Verwanten radio in Admiraliteitshuis

Aanstaande dinsdag 17 juni zullen in Dokkum vanaf 13.00 uur opnames plaatsvinden van Verre Verwanten radio. Aanleiding is de publicatie van het boek over Elisabeth de Flines, die in Dokkum enkele bizarre jaren beleefde rond 1710. Zij woonde toen in het Nieuwe Collegie, onderdeel van het huidige museum Admiraliteitshuis. Dit is nu heel toepasselijk de plaats van opname. Te gast in het programma zijn schrijver Machiel Bosman en streekarchivaris Tjeerd Jongsma. Een reporter zal verder een aantal korte opnames in het museum maken met directeur Ihno Dragt.
De tekening van het huis aan de Lange Oosterstraat in 1724 (zie hiernaast) werd overigens gemaakt door een kennis van Elisabeth, de bekende tekenaar/ goudsmid Jacobus Stellingwerf (1667-1727) uit Amsterdam.

De radio-uitzending zal zijn op zaterdag 2 augustus van 14.00-14.45 uur op Radio 5 AM. Daarna zal de uitzending ook nog via de website van Verre Verwanten radio te beluisteren zijn. Ook de Tros Nieuwsshow besteedde op de radio aandacht aan dit boek, evenals VPRO's De Avonden. Het VPRO-programma OVT van 22 juni was zelfs vrij kritisch (3 minuten tussen 17:00 en 20:00).
Update: streekarchivaris Tjeerd Jongsma meldt: Penterman staat in de kohieren van de personele goedschatting van 1712 en 1713 aangeslagen voor een vermogen van 11000 gulden (ruim drie keer zoveel als een gemiddelde Dokkumer burgemeester!).
Over de geboorte van zoon Gilbert Penterman staat in de transcriptie van vroedvrouw Catharina Schrader's dagboek: 1711 den 22 september bij mijnheer pinterman sijn Vrouw gehalt sijnde baacken meijster off tonneboijer een soon 15 (ze betaalden dus het ruime bedrag van 15 gulden). De volgende dag werd hij te Dokkum gedoopt.

maandag 9 juni 2008

Doopsgezinden in Friesland

Van oudsher heeft het doopsgezinde geloof een stevige voet aan de grond gehad in Friesland. Een van de aartsvaders van de doopsgezinden was natuurlijk de Fries Menno Simons, waarvan ook de naam mennisten of mennonieten is afgeleid. Minder bekend is zijn Dokkumer kompaan Nette Lipkes.
In het standaardwerk van Samme Zijlstra over doopsgezinden Om de ware gemeente en de oude gronden, Geschiedenis van de dopersen in de Nederlanden 1531-1675 wordt gemeld dat het hoogtepunt in de eerste helft van de 17e eeuw lag. Nog te bestellen bij Uitgeverij Verloren.

Met name de doopsgezinde Waterlandse voorgangers Hans de Ries (1553-1638) en Leenaert Bouwens (1515-1582) hebben op hun reizen grote aantallen mensen tot het doopsgezinde geloof bekeerd. Er zijn lijsten bewaard gebleven waarop tellingen van honderden door Bouwens gedoopten alleen al in Noordoost Friesland voorkomen (bv. 453 in Dokkum). Er liep een Doopsgezinde connectie door de Nederlanden van pakweg Dordrecht via Amsterdam, Hoorn, Alkmaar, Workum, Sneek, Harlingen, Franeker, Leeuwarden, Dokkum, de Waddeneilanden tot aan Emden in Noord-Duitsland. Het was een kring van intimi die met elkaar trouwden en elkaar op vele vlakken hielpen. Ondanks hun vrome en pacifistische instelling waren de doopsgezinden vaak rijk en hadden beroepen als lakenkoopman, apotheker/kruidenier en reder.

Ook onder kunstenaars en wetenschappers hadden ze goede connecties. Bekend zijn de banden van Rembrandt, Govert Flinck en Vondel met de doopsgezinden en de Friese kunstschilders Lambert Jacobsz(ca.1598-1637) en Wybrand de Geest. En natuurlijk de familie Uylenburgh, van wie Saskia met Rembrandt trouwde, neef Hendrik kunsthandelaar was en Saskia's vader Rombert als burgemeester van Leeuwarden de laatste was die op 10 juli 1584 Willem van Oranje persoonlijk sprak, vlak voordat hij door Balthasar Gerards werd vermoord. De grote wiskundige Sybrandt Hansz Cardinael uit Harlingen en later Amsterdam was ook doopsgezind.

De kerken van de doopsgezinden werden toepasselijk genoeg Vermaning genoemd. Er zijn nog diverse bewaard gebleven zoals in Dokkum, waar de kerk is samengegaan met de Remonstrantse.

Ik beperk me op deze plaats verder tot het verwijzen naar bronnen die u meer leren over deze bijzondere geloofsgemeenschap in Friesland.

- Geschiedenis der Doopsgezinden in Friesland : van derzelver ontstaan tot dezen tijd, uit oorspronkelijke stukken en echte berigten opgemaakt, 1839, Blaupot ten Cate. Digitale publicatie op http://www.wumkes.nl/index.php?volg=1&id=57

- Een onderzoek naar doopsgezinden en hun netwerken in Harlingen 1650-1850 door Yme Kuiper en Harm Nijboer: http://www.harlingerrijkdom.nl/

- Een grote familie. Doopsgezinde elites in de Friese Zuidwesthoek 1600-1850. Een boek dat in 2007 werd gepubliceerd door onderzoeker Cor Trompetter.
- Leden van de doopsgezinde gemeenschap Surhuisterveen 1570-1930
- Friese Doopsgezinde Sociëteit in Leeuwarden.
- Doopsgezinde bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam, waar ik diverse malen werd geholpen door de onvolprezen conservator Adriaan Plak. Een mooie prentencollectie en bijna alles wat over doopsgezinden gepubliceerd is, waaronder de Doopsgezinde Bijdragen.
- Het is ook leuk om eens in de Engelstalige Global Anabaptist Mennonite Encyclopedia Online te snuffelen. In de USA zijn immers veel mennonieten en afgeleide bewegingen nog zeer actief, zoals de Amish en Brethren. Zoeken op bv. Uylenburgh levert een mooi artikel op.

woensdag 4 juni 2008

Gevelsteen Ee uit 1613 online teruggevonden?

Ergens in 2003 las ik in een boek over Gevelstenen in Leeuwarden dat in de Grote Kerkstraat 230 een gevelsteen was ingemetseld die oorspronkelijk uit een woonhuis te Ee afkomstig was. Ik maakte een kopie van de pagina en stuurde die naar Ee-kenner Douwe Zwart met de vraag: Ken je deze steen? Nou, hij was blij verbaasd en meldde al lang de hoop deze steen ooit terug te vinden had opgegeven. De baksteen met een schaar van kleermaker Jan Foekes was oorspronkelijk onderdeel van een drietal. De anderen waren een bakstenen gevelsteen met de letter W en een met het jaartal 1613. Ze zaten in het geboortehuis van de leraar en geschiedschrijver Foeke Sjoerds.
We wijdden er een verhaal in de Sneuper en op onze Sneuper-site aan onder de titel Waarom een gevelsteen te Leeuwarden terug moet naar Ee. Volgens Douwe waren ze ooit door het Fries Museum veiliggesteld en in een depot verdwenen. Mijn logica was dat dat wel eens het depot in het Groningse Nuis, bij Marum, zou kunnen zijn en belde met deze organisatie. Er werd echter niet opgenomen.

Enkele weken geleden ontdekte ik echter dat het Noordelijk Archeologisch Depot in Nuis een database online had gezet. En afgelopen weekend probeerde ik eens te zoeken op steen 1613. Het leverde geen zoekresultaat maar wel bij alleen het zoeken op 1613 gaf het enkele resultaten. Een daarvan gaf aan: Materiaal: Baksteen, gevelsteen: 1613, Fryslan, Inventarisnummer: F 2006-X-53, Periode: onbekend. Het lijkt me sterk dat dit niet de gezochte steen uit Ee is ! Nu nog de steen met letter W vinden en voor mekaar krijgen dat de stenen herenigd worden in Ee.
Het Nederlands Dagblad besteedde al eens aandacht aan het N.A.D. in een interview met archeoloog Ernst Taayke. Het wordt tijd eens poolshoogte te gaan nemen ter plekke in Nuis.

dinsdag 3 juni 2008

Nederlandse liederen van vroeger

In het kader van het 'aankleden' van uw genealogie, ook wel het pimpen van je stamboom genoemd, wil ik eens aandacht besteden aan een bron van het Meertens Instituut. Sinds 2007 hebben ze een database online gezet met teksten van oude (volks-)liederen en, daar waar mogelijk, melodie en een mp3-bestand met de originele opname. Inmiddels zijn meer dan 125.000 Nederlandse liederen ontsloten, van de middeleeuwen tot de twintigste eeuw. Als test maar weer eens gezocht op trefwoord Dokkum en zie daar, 31 resultaten. Diverse teksten zijn zelfs in het Fries.

De Nederlandse Liederenbank biedt een breed scala aan liederen in diverse talen, maar het merendeel is Nederlandstalig. De nadruk ligt op liederen uit de Middeleeuwen. Uit recentere tijd zijn met name teksten uit volksliedbundels en veldwerkopnamen opgenomen. Probeer het maar eens uit en zing uit volle borst de liederen die uw voorouders in de herberg of op feestjes zongen!

zondag 1 juni 2008

Friese bronnen van voor 1600

De archieven in Friesland, met name de Doop- Trouw- en Begraafboeken (DTB) gaan vaak niet zo ver terug dat je voor 1650 makkelijk genealogische gegevens kunt vinden. Zelf heb ik als oudste datum 1675, het huwelijk van mijn voorvader Geert Jochums met Bauck Dirks in Ee (de DTB van Ee gaat terug tot 1665).
Toch zijn er bij nadere beschouwing vrij veel bronnen in Friesland die verder in het verleden reiken, zelfs tot voor 1600. Diverse van deze bronnen hebben we ook via de Sneuper-site ontsloten, maar voor de duidelijkheid zet ik ze hier nog eens op een rijtje. De nadruk ligt op de bronnen met relevantie voor de regio Noordoost Friesland. In bijna alle gevallen is er een korte introductie van de bron die een lijst met namen en plaatsen voorafgaat. De lay-out is niet altijd even mooi, want inhoud ging vaak voor uiterlijk schoon. Met een beetje geluk en sneup-gevoel vind je je stamboom terug tot in de 16e eeuw.