Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht malle graaf. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht malle graaf. Sorteren op datum Alle posts tonen

vrijdag 13 juni 2008

Presentatie boek malle graaf Clancarty

Op maandag 16 juni 2008, ‘s middags om vijf uur, reikt de heer Reinder H. Postma in het gemeentehuis in Kollum (Van Limburg Stirumweg 18, 9291 KB) de eerste exemplaren uit van het door hem geschreven boek Donough McCarthy, 4th earl of Clancarty aan de heren dr. Oebele Vries van de RUG te Groningen en aan Bearn Bilker, burgemeester van Kollumerland c.a.
Reinder H. Postma uit Oudwoude (1956) heeft gedurende ongeveer 25 jaar onderzoek gedaan naar deze markante Ierse graaf. Daarbij hoorden een bezoek aan Blarney Castle bij Cork en aan de Tower in Londen.

De graaf Clancarty heeft rond 1720 een huis in eigendom gehad aan de Wâlddyk onder Oudwoude (zie foto hierboven) en staat algemeen bekend als de “Malle graaf”. Ook was hij eigenaar van het eiland Rottum. Zijn verbanning uit Ierland en Engeland vond plaats in de roerige tijden rond 1700. De Oranjemarsen en de grimmige strijd tussen protestanten en katholieken zijn eveneens in deze tijd ontstaan en pas recent tot een einde gekomen.

In het verleden is door diverse auteurs over Clancarty geschreven. Postma heeft deze eerdere publicaties naast elkaar gelegd en veel aan bronnenonderzoek gedaan. In de overlevering werd Clancarty de “Malle graaf” genoemd. Hij kreeg deze naam omdat hij, na het overlijden van zijn vrouw, drie dames om zich heen zou hebben gehad: eentje met rood, eentje met zwart en eentje met blond haar. Postma is echter naar de bron teruggekeerd en heeft alles wat niet aantoonbaar was, verwijderd. Daardoor ontstaat er een biografie van een graaf die de pech had dat hij op het verkeerde paard wedde en geld en goed kwijt raakte. Hij heeft daarna een bewogen leven geleid maar mal of gek was hij zeker niet.

In Groningen in het familiearchief Van Bolhuis bevinden zich een fors aantal originele stukken. Deze zijn integraal in het boek opgenomen, behalve biografie is het dus ook een bronnenpublicatie.

Tijdens zijn onderzoek heeft Postma veel hulp van dr. Oebele Vries ondervonden die door zijn kennis van Oost-Friesland meerdere stukken heeft kunnen aandragen en bij het uiteindelijke schrijven van het boek adviezen heeft gegeven. De gemeente Kollumerland c.a. heeft door een financiële bijdrage van € 250,00 deze uitgave mede mogelijk gemaakt. Zie de Sneuper website voor de inhoudsopgave van het boek.
Het boek is te bestellen bij de auteur Reinder Postma (0511 – 45 21 00). De prijs is tot 1 juli 2008 € 22,50. Daarna kost het boek € 25,00.

Update: Tot mijn prettige verbazing las ik in het boek dat de graaf in januari 1719 in Ezumazijl was (per schip, het was immers o.a. een winterhaven voor de vloot van Paesens-Moddergat). Clancarty was na de kerstvloed van 1717 van Rottumeroog verdreven en aan het zwerven geslagen langs de waddenkust. Hij schreef toen een brief aan redger Abel Eppens van Bolhuis te Warffum, waarin hij aangeeft tegen zijn schipper Jacob Everts een proces aan te spannen. Everts had hem uitgedaagd voor een duel en dreigde hem later te vermoorden! Ook kreeg de deftige graaf het aan de stok met de ruige Zoutkamper vissers, die hem ongetwijfeld een mal persoon vonden. Originele brieven bevinden zich in familie-archief Van Bolhuis (RHC Groningen).
Tjitse Baukes uit Oudwoude baseerde later zelfs zijn achternaam op het huis van de graaf waarin hij woonde: Van der Burg. Zijn zoon Tjeerd kwam om in het leger van Napoleon.

dinsdag 18 maart 2008

Clancarty – Ierland – Oudwoude – Reinder H. Postma

Inleiding

Wie bij Oudwoude over de Wouddijk rijdt, komt langs het Sint Pitersgat of ook wel het Malle Graafs meer. Het betreft hier een wiel dat tijdens een hevige storm in 1651 is ontstaan. Omdat de storm met Sint Piter woedde, werd dit water de naam Sint Pitersgat gegeven. Later ontstond daarnaast de naam Malle Graafs meer.
De persoon die de bijnaam “Malle Graaf” droeg en waarnaar het meer werd genoemd, was Lord Donough MacCarthy uit Ierland, 4th Earl of Clancarty. Over hem is al veel geschreven maar ook gefantaseerd. In de loop der jaren heb ik veel materiaal over hem verzameld, een publicatie is in voorbereiding.

Het begin
Rond het jaar 1100 treffen we in Ierland een vergelijkbare situatie aan als in Holland en Friesland: Kleinere heerlijkheden met een eigen bestuurder. Maar ook onderlinge rivaliteit tussen de verschillende partijen komt voor. Zo kennen we hier te lande Hoeken en Kabeljauwen, in Friesland Skier en Fet (Schieringers en Vetkopers red.).
In het oude Ierland was sprake van een aantal koninkrijken. In het zuidwesten was het koninkrijk Munster gevestigd. Dit werd eeuwen lang bestuurd door nakomelingen van Cartach. Zij noemen zich rond 1100 MacCarthy of McCarthy, en zijn King of Munster. In deze vroege periode is er sprake van bundeling van geestelijke en wereldlijke macht in een bestuurder. Later speelt vooral de wereldlijke macht een grote rol.
De tak waaruit de koningen komen heette MacCarthy Mor. Uit deze hoofdtak komen verschillende zijtakken of “Branches” met meer regionale macht. De belangrijkste tak is misschien wel de Branch Muskerry die vanuit de omgeving van Cork opereert.
Rond 1400 treedt Cormac Laidir (De sterke) MacCarthy naar voren. Hij bouwt Blarney Castle bij Cork en maakt het tot een machtscentrum voor de MacCarthy’s van de Branch Muskerry. Hij is zelf de 9e Lord Muskerry.

De afstamming van Donough
Uit de tak Muskerry stamt Donough MacCarthy. Hij wordt geboren op Blarney Castle. Zijn voorouders zijn dus koningen in Ierland geweest. Ik begin bij zijn ouders:



Callaghan MacCarthy, 3rd Earl of Clancarty, 5th Viscount Muskerry, geboren rond 1630, overleden op 16 november 1676.
Callaghan was getrouwd met Elizabeth FitzGerald, overleden te Dublin in juli 1698.
Uit dit huwelijk o.a.:
1 Catherine MacCarthy, geboren rond 1660. Catherine was getrouwd met Paul Davys, Viscount MountCashel, uit dit huwelijk een dochter Elizabeth, die trouwde met haar neef Justin, zie hierna.
5 Donough MacCarthy, geboren te Blarney Castle rond december 1669, zie I.

I Donough MacCarthy, 4th Earl of Clancarty, Viscount Muskerry, baron Blarney, kamerheer en kolonel 4e regiment infanterie, geboren te Blarney - Ierland rond december 1668, overleden te Altona - Duitsland op 19 september 1734.
Donough is getrouwd op 31 december 1684 met Elisabeth Spencer, countess of Clancarty, geboren rond maart 1673, overleden te Ottensen bij Altona in juni 1704.
(Uit de Spencerfamlie waar lady Diana, Princess of Wales, ook hoorde. Een broer van haar is Charles Spencer en familie van sir Winston Churchill).

Uit dit huwelijk:
1 Robert MacCarthy, hereditary Lord of Muscry, 5th earl of Clan Carthy, Baron of Blarney, etc geboren in het jaar 1698, overleden in een kasteel bij Boulogne in 1770. Hij trouwde twee keer en liet kinderen na.
Robert was Commodore in de Engelse Marine. Hij slaagde er niet in de bezittingen van zijn vader weer in handen te krijgen. Hij vestigde zich daarna in Boulogne-Sur-Mer, in Frankrijk en ontving van de Franse Koning een pensioen.
2 Justin MacCarthy, officer in the Neapolitan army, geboren rond 1700.
Justin was getrouwd met zijn nicht Elizabeth Davys, dochter van Paul Davys en Catherine MacCarthy, zie hiervoor.
3 Charlotte MacCarthy, geboren rond 1703. Charlotte was getrouwd met John West, 7th Lord Delaware.

Donough had een buitenechtelijke relatie (2) vermoedelijk met Martien Mindels, gedoopt te Warffum op 22 augustus 1686, overleden rondmei 1723, dochter van Mindelt Ritskes en Aeltien Claesen.
Uit deze relatie:
4 Doodgeboren zoon, geboren te Warffum op 25 december 1717, begraven te Warffum in de Kerk.

4th earl of Clancarty
Donough Maccarthy genoot zijn opleiding in Oxford bij Dr Fell en kreeg in eerste instantie een protestantse opvoeding. Dat kon omdat zijn vader Callaghan jong overleed. Donough was toen pas 8 jaar oud. Zijn moeder was overtuigd protestant en had haar kind bij ds. Fell in de leer gedaan.
Toen Donough weer thuis kwam, greep zijn oom Justin in en bemoeide zich met de opvoeding van zijn neef. Hun voorouders hadden nogal veel en vaak zaken met de katholieke koningen van Engeland gedaan. Die hadden als beloning aan de MacCarthy’s van Muskerry titels en bezittingen geschonken. Zodoende werd Donough onder invloed van zijn oom Rooms Katholiek en steunde hij de regering van de toenmalige Engelse Koning James 2nd.
In 1688 ontving en amuseerde Donough Koning James II, toen die een bezoek aan Ierland bracht. Tot zover ging het vrij goed, maar hier kwam de kentering.
Engeland wilde James II niet langer als koning en vroeg zijn protestantse schoonzoon Willem III om koning van te worden. Dit heeft zich allemaal zo voltrokken met als gevolg dat de Rooms Katholieke James II niet regeerde en de politiek zich dus ook tegen zijn aanhangers keerde. Donough MacCarthy was daar dus een van. Uiteindelijk heeft dit geleid tot de Oranjemarsen en godsdiensttwisten die tot op heden in Ierland woeden.
James vluchtte naar Ierland, maar de Protestantse legers achtervolgden hem en het ging mis. Bij de inname van Cork in 1690 werd Donough MacCarthy gearresteerd door John Churchill, Earl of Marlborough. Een zuster van deze John Churchill trouwde Charles Spencer, de hiervoor genoemde zwager van Donough. Charles stond aan de kant van de protestanten en kwam tegenover zijn zwager te staan.
Donough MacCarthy werd overgebracht naar de Tower of London. Hij ontsnapte in 1694 en vluchtte naar Frankrijk. In 1698 kwam hij terug in Engeland om zijn jonge vrouw op te zoeken. Bij dit bezoek werd hij door zijn zwager Charles verraden en kwam opnieuw in De Tower. Iemand uit zijn naaste kring heeft een goed woordje voor hem gedaan bij Willem III en zo mocht hij Engeland verlaten en kreeg zelfs een “pension of 300 a year”. Hij mocht echter nooit terug komen en werd dus voorgoed verbannen.
Zijn bezittingen, meer dan £ 200.000 waard, werden geconfisceerd en later verdeeld onder de Nederlanders die Willem III hadden bijgestaan om koning te worden.
Blarney Castle werd verkocht aan “the Hollow Swords Blade Company; Chief Justice Payne; the Very Rev. Dean Davis, of Cork; General Sir James Jeffries; and others.”
Later heeft zijn zoon Robert wel geprobeerd de bezittingen terug te krijgen maar dat was zonder succes.

Waar te gaan wonen?
Donough MacCarthy, 4th earl of Clancarty moet dus een nieuwe plaats zoeken om te gaan wonen. Hij koopt een huis bij Altona / Pinnenberg. Dit gebied ligt bij de mond van de Elbe en valt onder de vrijstad Hamburg. Het is een juridisch schemergebied op de grens van Duitsland en Denemarken.
Maar hier blijft het niet bij: hij koopt het eiland Rottum (Rottumeroog) met alles er op en eraan en het recht van strandvoogdij enz. van Michiel van Bolhuis, redger te Warffum.

Daarna koopt de graaf nog een huis aan de Wouddijk onder Oudwoude, gelegen bij de Oudwoudmerzijl.
Wat opvalt, is dat hij alle locaties met een schip via het water gemakkelijk kan bereiken en weer verlaten. Later wordt Abel Eppens van Bolhuis redger van Warffum. Met deze notaris onderhoudt de graaf een goede band. Ze corresponderen vrij geregeld. Veel van deze brieven zijn bewaard in het archief Van Bolhuis te Groningen. Ik beschik over kopieën en heb ze bewerkt voor de publicatie.
Uit de brieven blijkt dat de graaf zich veel over het Wad verplaatst, dan is hij weer bij Uithuizen, dan weer bij Zoutkamp, Oudwoude, Oostmahorn, enz.
Van zijn verblijf in Oudwoude is weinig bekend, helaas. Er zijn wat brieven en een enkele koopakte die op Oudwoude betrekking hebben. Er is wel gezegd dat het huis dat hij bewoonde, voorheen groter en hoger was. Er zou een verdieping meer zijn geweest. In dit huis moet volgens die overlevering een gevelsteen hebben gezeten met daarop een familiewapen. Deze steen is niet bekend of teruggevonden. Wel zijn in diverse andere bronnen beschrijvingen gevonden van de wapens die de familie voert en voerde. Jelle Terluin heeft daarvan een fraaie reconstructie kunnen maken zodat we toch weten met welke pracht deze graaf gesierd ging, ook al was hij verbannen.

Mal of niet mal?
Waarom wordt deze graaf mal genoemd? Er wordt van hem beweerd dat hij op zeker moment op Rottum (Rottumeroog) leefde van de piraterij. Dat hij muzikanten uit Hamburg had en een drietal gezelschapsdames: eentje met rood, eentje met zwart en eentje met blond haar. Als we biografieën van Charles II en andere tijdgenoten lezen, blijkt, dat deze heren vaak een maîtresse hadden. Het huwelijk was vaak op andere gronden voltrokken. In deze kringen verkeerde de graaf Clancarty, dus wie zal zeggen wat waar is of niet waar? Verder werd van hem gezegd dat hij over een van zijn knechts het doodvonnis uitsprak op Rottum. De knecht heeft dit niet afgewacht en ging bij laag water naar de vaste wal. Misschien heeft hij daarmee de traditie van het Wadlopen wel geïntroduceerd.
Uit de brieven waarover ik beschik, blijkt niet dat deze graaf mal was. Hij was uitermate correct en voorkomend. Hij was opgegroeid in een omgeving van etiquette en goede omgangsvormen. De titel “Mal” kan dus ook iets zeggen over degene die hem heeft uitgedeeld.

Bronnen
MacCarthy, people and places, Alicia St. Leger, Ballinakella press,1967 Whitegate, 1990
Blarney Castle, John Hinde ltd. Dublin
Cleyn Eilant Rottum, mr. D.H. Schortinghuis, Lavermann, Drachten
Familiearchief Bolhuis, Rijksarchief Groningen
An Irish Miscellany, The MacCarthy Mór, prince of Desmond e.a. Gryfons, Little Rock Arkansas, 1998
The MacCarthys of Munster, Samuel Trant MacCarthy, 1922 (Reprint 1997, Gryfons, Little Rock Arkansas, by The MacCarthy Mor, Prince of Desmond).
Voorintekenen op het nieuwe standaardwerk over Clancarty, 'de malle graaf'.
Het boek zal in de loop van mei/juni worden uitgegeven door Reinder Postma. Bij voorintekening kost het 22,50 euro, excl. verzendkosten. Het bevat veel informatie, nieuwe feiten – stamreeksen, afbeeldingen etc, gebaseerd op 25 jaar onderzoek!
Boektitel: Donough McCarthy 4th earl of Clancarty
En dit zijn de verdere gegevens:
Colofon
1e druk, 2008
Foto’s: R.H. Postma e.a.
Lay-out: Reinder H. Postma
Lettertype: Garamond
Druk: Trion Kollum
Omslag tekening wapen: Jelle C. Terluin, Beetsterzwaag
© Reinder H. Postma / Oudwoude
Postma, Reinder H.
Donough McCarthy, 4th Earl of Clancarty / door Reinder H. Postma
Oudwoude : Postma. R.H. – Ill. + Foto’s
Met lit. opgave
ISBN: 978-90-801607-8-1
Nur: 681
Trefw.: Historische biografieën

donderdag 27 maart 2008

Barack Obama familie van malle graaf ?

In een eerder blogartikel meldden we reeds dat de bekende 'malle graaf' Clancarty familie was van Winston Churchill, die eigenlijk Spencer heette en ook weer familie was van Lady Diana.

Deze week kwam de New England Historic Genealogical Society met genealogisch onderzoek naar buiten over de diverse presidentskandidaten van de Verenigde Staten. Het leverde 'nijsgjirrige' inzichten op.
Zo is Hillary Clinton gelieerd aan o.a. Camilla Parker Bowles, Angelina Jolie, Madonna en Celine Dion. Meestal ligt de verbinding bij een gemeenschappelijke voorvader in de 17e eeuw, en dan vaak bij een Franstalige Canadees.
Barack Obama, die een blanke moeder en een donkere vader heeft, is aan nog meer bekende Amerikanen gelieerd: o.a. George Bush, Dick Cheney, Harry S Truman (die S staat nergens voor maar een 'middle name' is erg belangrijk in de VS), Lyndon B. Johnson, Gerald Ford (die eigenlijk Leslie Lynch King jr. heette!), acteur Brad Pitt en Winston Churchill (die eigenlijk Winston Leonard Spencer-Churchill heette). Ook hier liggen de verbindingen meestal bij een gemeenschappelijke voorvader in de 17e eeuw, met name Engelsen.

Al eerder berichtten de Volkskrant en het blog van Douwe Halbesma over een mogelijke afstamming van Obama van de familie Obbema uit Noordoost Friesland. De Obbema State lag vlakbij Ee. Qua type naam zou het best kunnen, denk bijv. ook aan Friese achternamen als Galama en Gratama, maar heel waarschijnlijk is het niet.
En hoe zou het dan zitten met een Keniaanse presidentskandidaat die Odinga heet ? Familie van de Engwierumer Jan Odinga? Wie het weet mag het zeggen !

Een afstamming waar we wel zeker van zijn is die van Henry en Jane Fonda, de Amerikaanse acteur en zijn dochter/actrice. Wijlen Douwe van der Meer publiceerde er al eens over in het Genealogysk Jierboek 1986 (De Fryske ôfstamming fan myn fiere efternicht Jane Fonda) en toonde aan dat een van zijn voorvaderen, Jelis Douwes Fonda (1614-1659), de stamvader van de Amerikaanse tak werd toen hij in het begin van de 17e eeuw als kolonist de grote oversteek maakte vanuit het Friese Aegum (het scheelt trouwens maar 1 letter met Aengum, de naam waaronder Anjum op een kaart van 1636 staat). De naam Douw(e) schijnt nog steeds in de familie voor te komen. Bizar genoeg wordt in de biografie van Jane Fonda overigens beweerd dat de familie Fonda uit een rijke Italiaanse familie stamt. Ik vermoed echter dat dat wishful thinking is.
Update: Oboema in het satirische programma Jiskefet (Fries voor afvalbak): een subtiele verwijzing naar de Friese oorsprong van Obama c.q. Obbema?

vrijdag 21 december 2012

Sneupen in de kerstvakantie

Een bloemlezing uit de nieuwsberichten van de afgelopen 2 weken, met name voor degenen die nog niet onze vereniging volgen via Twitter https://twitter.com/sneuperdokkum

De Sneuper 108, met op de cover Familiegeschiedenis op Spitsbergen, zal inmiddels ondanks de niet meer zo betrouwbare Post.nl wel bij alle leden bezorgd zijn. Aanvullend is het dan leuk om het digitale foto-album van WS Grant over de reis naar Spitsbergen van de Willem Barentsz in 1878 met Bareld Anes Witteveen door te bladeren: http://www.maritiemdigitaal.nl/index.cfm?event=search.getdetail&id=101019329

De Open Dag van Tresoar op 12-12-12 was een groot succes. De hele dag liepen er mensen het archief binnen en de diverse lezingen zaten bijna allemaal stampvol. De ruim 500 bezoekers hadden het prima naar hun zin en onze vereniging was ook goed vertegenwoordigd: Piet de Haan, Atze Glas, Eimert Smits, Jacob Roep, Piet Visser, Gerard Mast, Arjen Dijkstra, Reinder Tolsma, Hans Zijlstra en vast nog enkele anderen gaven acte de presence. Op Facebook een aardige foto-impressie.
De lezing van Zijlstra over Sneupen met Social Media kunt u online nog even nalezen.
Tresoar deelde goody-bags uit met o.a. het laatst verschenen nummer van Letterhoeke, maar die staat nu ook op internet: http://images.tresoar.nl/letterhoeke/2012-3/
En alles over het leesplankje van Tolsum uit 29 na Chr, gevonden in terp in Friesland vindt u op de speciale site:

De Volkstelling 1744 van Achtkarspelen is nu ook te doorzoeken op de website van Tresoar:
Martinus Jongsma heeft de tekst voor het boek Criminaliteit in Achtkarspelen naar de drukker gebracht en heeft een voorproefje online.

Er is ook weer een aanvulling op de Sonttoldatabase betreffende de jaren 1802, 1805, 1806 en 1817 tot en met 1819: 46.256 doorvaarten. Zoek maar eens naar de talloze Dokkumer schippers!
Er wordt trouwens een hoop onzin verkocht over de breedte van een fluitschip en de Sonttol. Ooit is iemand begonnen te zeggen dat fluitschepen zo smal zijn omdat ze daardoor minder tol in de Sont zouden moeten betalen. Nou, kijkt u zelf maar in de scans en transcripties van de Sonttol. Als u daar iets in kan vinden dat wijst op een Sonttol die gebaseerd is op dekbreedte dan hoor ik het graag!
Dat het fluitschip zo smal is heeft hele andere redenen, waarover de broers Wegener Sleeswijk nog gaan publiceren.
Jeanine Otten van het Harlinger Hannemahuis twitterde diverse foto's, waaronder de familiewapens Zijlstra en Wiarda.
Tresoar heeft een scan van Dokkum in 1660 op de kaart online gezet: http://www2.tresoar.nl/digicollectie/object.php?object=348&toon=050

Goed nieuws ook over de Cold Case Tresoar. Het mysterie van het geheimschrift in de brief uit het archief Van Sminia lijkt opgelost. Er werd gedacht aan een spiegelbeeldig schrift, Georgisch of Russisch. Maar het bleek een Indische taal: Telugu.
Nog beter was het natuurlijk dat via het Y-DNA onderzoek de zaak Vaatstra is opgelost. Iets wat door deelname van zo'n 30 mannelijke familieleden van de verdachte onontkomelijk was geworden. Dat de DNA-profielen zijn vernietigd en niet zijn aangeboden voor privé-gebruik door de deelnemers lijkt overigens wat voorbarig te zijn geweest.

Het Stadsarchief van Amsterdam heeft een database met Nederlandse deelnemers aan de Slag bij Waterloo in 1815 online gezet, met daarin veel Friezen
In het Limburgse Eijsden wordt een Internationaal Museum voor Familiegeschiedenis geopend. Dit is gepland voor januari 2014 in het voormalige Ursulinenklooster van Eijsden. Voor Friese families zal een speciale plaats worden ingericht.
Leuk als u ook een stem met wat commentaar op ons uitbrengt voor de Geschiedenis Online Prijs 2012: http://www.geschiedenisonlineprijs.nl/kandidaten?url=www.hvnf.nl
En zo aan het eind van het jaar met vele goede voornemens: Denkt u ook eens aan een ANBI-schenking waarmee u het werk van onze vereniging kunt steunen. Dit is te doen met ruime belastingaftrek! Dan kan 2013, waarin we ons 25-jarig jubileum vieren, extra aantrekkelijk worden gemaakt.

Zondagochtend 23 december kunt u op de Radio bij OVT luisteren naar het verhaal van Rottumeroog en de Malle Graaf Clancarty, waarover ons lid Reinder Postma enkele jaren geleden een interessant boek schreef.

woensdag 8 november 2017

Egge Knol boekstaaft Kapen op Rottum(eroog)

Als Deel 11 in de reeks Monumenten in Noord-Groningen is een heel aardig boek verschenen over de kapen op het eiland Rottum, beter bekend als Rottumeroog.
Conservator bij het Groninger Museum, Egge Knol, heeft jarenlang onderzoek gedaan naar dit interessante fenomeen. Vanwege de link met Noordoost-Friesland heb ik ook een kleine bijdrage aan de inhoud kunnen leveren.

De gietijzeren Kaap op Rottum is het meest noordelijke rijksmonument van ons land.
Knol deed onderzoek in archieven in Groningen, Den Haag, Aurich en Emden.
Het is een kloek boek geworden van 200 bladzijden met veel afbeeldingen, oa van Rottum tot ver in de 16de eeuw.
De kapen zijn in de 16de eeuw opgericht als baken voor de zeevaart. Ze maakten deel uit van veiligheidsmaatregelen op de Eems. Dat verhaal begint in 1539.
Egge Knol: “Dankzij de Kapen op Rottum wist onze zeeheld Michiel de Ruyter ooit te ontsnappen aan de Engelsen die hem achtervolgden. Dat verhaal is opgenomen in het boek.
Eeuwenlang had het eiland twee kapen, de Emder of Grote Kaap en de Kleine of Groninger Kaap. Lang waren dat houten bouwwerken van 22 tot 25 meter hoog. Sinds 1864 is er sprake van een ijzeren kaap. In 1883 kwamen er twee gietijzeren kapen. De Groninger Kaap is in 1931 omgevallen, maar de Emder Kaap staat er nog steeds”. 
Zoals u wellicht weet is het eiland enige jaren in privé-bezit geweest van de Dokkumer koopman Pieter Pivé.
Ook heeft de Malle Graaf Clancarty enige tijd op het eiland gebivakkeerd met een harem dames!

Het boek bevat enkele bijzondere kaartjes, die voor cartografisch geinteresseerden zeer de moeite waard zijn.
De uitgave is als hardcover met prima kwaliteit illustraties en papier gemaakt.
Te koop bij Stichting Uitgaven Noord-Groningen in Warffum.