Sneuper Henk Aartsma zet recente boeken over de historie van Noordoost Friesland voor u op een rijtje, allen verzorgd door de actieve Ihno Dragt, directeur van het Admiraliteitshuis en Fiskershuske:
Titel: Een initiatief met een luchtje
Subtitel: Over garnalenfabrieken in Moddergat en Zoutkamp
Auteur: G.I.W. Dragt
Band: Zacht
Omvang: 60 pagina's
Foto's: Veel unieke oude zwart/wit foto's en de meest recente foto's in kleur
ISBN /EAN 978-90-70626-13-6
Beschrijving: In dit boekje wordt de geschiedenis verteld van de voormalige garnalenfabriek te Moddergat, afgezet tegen de ontwikkelingen elders, vooral in Zoutkamp.
Titel: Miskend natuurtalent?
Subtitel: Houtsnijwerk, boetseerwerk en modelbouw van de Dokkumer Gerrit Visser (1911-1998)
Auteur: G.I.W. Dragt
Band: Zacht
Omvang: 50 pagina's
Foto's: 40 foto's waarvan het grootste deel in zwart/wit
ISBN /EAN 978-90-800720-9-1
Beschrijving: Gerrit Visser was een geboren knutselaar maar zijn ambities reikten verder dan het maken van een draaimolenmodel. Hij wilde kunst maken, met name beeldhouwwerken. Het is geen hobby, zei hij maar een levensbehoefte.
Titel: Bijdehande, blauwoogige dolsters
Subtitel: Onmisbare schakels in de Friese beunvisserij van de 19de eeuw
Auteur: G.I.W. Dragt
Band: Zacht
Omvang: 84 pagina's
Foto's: Meer dan 50 waarvan het grootste deel in kleur.
ISBN /EAN 978-90-706261-5-0
Beschrijving: De sneuen (korte dwarslijntjes met een haak) werden door de vissers zelf gedraaid op bijzondere apparaatjes die in het fries koustermoune genoemd werden. Deze mini lijnbanen, waarvan maar een handvol is bewaard gebleven, staan samen met de dolsters centraal in dit boek. Beide onmisbare schakels in de Friese beunvisserij.
Titel: Slotakkoord aan de 19de eeuw
Subtitel: Het Dokkumer muziekfeest van 1897
Auteur: G.I.W. Dragt
Band: Zacht
Omvang: 88 pagina's
Foto's: Veel unieke oude zwart/wit foto's waarvan een deel sterk is uitvergroot
ISBN /EAN 978-90-817048-1-6
Beschrijving; Op Pinkstermaandag 7 juni 1897 was het groot feest in Dokkum. Het Dockumer Muziekcorps der dienstdoende Schutterij was de organisator en had meer dan 10 korpsen uit Friesland en één uit Enkhuizen uitgenodigd. Het festijn duurde twee dagen en het was een echt volksfeest.
Informatie: Museum Het Admiraliteitshuis tel: 0519-293134 of email: info@museumdokkum.nl
woensdag 31 augustus 2011
dinsdag 30 augustus 2011
Expositie van Dokkumer muziekfeest van 1897
Van onze verslaggever Henk Aartsma
In het Dokkumer museum Het Admiraliteitshuis is nog tot en met 29 oktober 2011 de expositie Slotakkoord aan de 19e eeuw. Het Dokkumer muziekfeest van 1897 te bezichtigen. | Van Muziekfeest Dokkum 1897 |
Bij de tentoonstelling is een boekje te koop met daarin o.a foto's en verhalen van het 2 dagen durende muziekfeest. Ook wordt de schutterij besproken, met name Luitenant-kapelmeester Anthonie J. Wolters, die decennialang de leiding had over het muziekkorps. Zie ook ons eerdere blogbericht die de tentoonstelling aankondigde en de door Henk Aartsma gemaakte foto's via bovenstaande link.
zondag 28 augustus 2011
Academia van Vrieslant in dubbeltentoonstelling Tresoar en Museum Martena
In een uniek samenwerkingsproject besteden Museum Martena en het Historisch en Letterkundig Centrum Tresoar aandacht aan de Universiteit van Franeker.Op zondag 18 september opent in Museum Martena en Tresoar de tentoonstelling
De Academia van Vrieslant
Universiteit van Franeker
1585-1811-2011
In Museum Martena zijn voor het eerst in tweehonderd jaar alle professorenportretten samen te zien. Daarnaast is er een tentoonstelling over het studentenleven in de 17de en 18de eeuw.
Het Fries Historisch en Letterkundig Centrum Tresoar heeft een reconstructie gemaakt van de universiteitsbibliotheek uit 1601.
De opening van beide tentoonstellingen vindt plaats in Tresoar om 15.30 uur en wordt verricht door professor dr. Goffe Jensma.
U bent van harte uitgenodigd door bestuur en directie van Museum Martena en Tresoar om bij de feestelijke opening aanwezig te zijn.
Aansluitend aan de opening kunt u met een touringcar of met eigen vervoer naar Franeker om de tentoonstelling in Museum Martena te bekijken.
Tresoar, zondag 18 september 2011 om 15.30 uur.
De tentoonstellingen zijn mede tot stand gekomen door financiële steun van Stichting Woudsend 1814, Je Maintiendrai Fonds, P.W. Janssen’s Friesche Stichting en University Campus Fryslân.
Bron: Tresoar.
vrijdag 26 augustus 2011
Friese watergeuzen waren geen lieverdjes
Als reactie op de eerdere blogartikelen over de (Friese) Watergeuzen kwam ons erelid Reinder Tolsma met een mooie aanvulling: Het zal je niet verbazen dat er naast Dokkumer Watergeuzen ook Oosternijkerker Watergeuzen geweest zijn !
Ik schreef daar in januari 1988 al een “Priuwke” (pag 1, pag 2) over in de dorpskrant.
De meest gebruikte bron was toen ‘De Watergeuzen en de Nederlanden 1568-1572’ door J.C.A. De Meij, maar ook ‘Nederlandsch Opstand’ door Joh. Van Vloten en De Vrije Fries 17 (pdf, evenals Vrije Fries 16) werden gebruikt. Ook worstelde ik door de Criminele Sententien om de veroordelingen/rechtbankverslagen zelf in te kunnen zien. In het boek van De Meij staan lijsten met Watergeuzenkapiteins waaronder 7 uit Dokkum (de gebroeders Focke, Jan en Tamme Abels, Wycher van Dockum, Douwe Kremer, Cornelis Wesselsz en Pieter Cornelisz Witveld). Uit Holwerd kwam Jan Bonga die voordien grietman van Westdongeradeel was. Wierum leverde kapitein Ulke Tyebbes. (Opmerking HZ: zou laatstgenoemde de vader van Tjebbe Aukes kunnen zijn, die in 1631 namens de Friese Admiraliteit kapitein van de pinas Gideon was?).
De lijst van Watergeuzenmanschappen telt 15 Dokkumers en vele anderen uit de Dongeradelen waaronder 3 uit Oosternijkerk.
Nou moeten we een slag om de arm houden met ‘Nijkerk’ want ook Westernijkerk werd zo aangeduid, maar de Dokkumer geuzenkapiteins zullen wel een bemanning hebben gezocht uit de directe omgeving, misschien dat de Oosternijkerkers zo kennis hebben gemaakt met het geuzendom. We moeten er ook rekening mee houden dat het er veel meer geweest kunnen zijn, immers alleen die watergeuzen die gepakt zijn, kwamen in de archieven terecht. Wie niet gepakt werd of niet werd genoemd bij de verhoren, bleef voor altijd anoniem.
Jan Gruys vocht al vanaf 1566 in het leger van de Oranjes, hij heeft waarschijnlijk meegedaan bij Heiligerlee en bij Jemmingen. Van hem wordt gezegd dat hij ‘cruydenier’ was. Hij wordt verbannen door de Raad van Beroerten, later opgepakt en opgehangen.
Vlieger ‘van de Nijkerk’ moet in januari 1570 van plan zijn geweest om Dokkum aan te vallen. De bekende geuzen Homme van Hettinga en Barthold Entens waren zijn medestanders. Caspar de Robles verijdeld deze plannen door zijn soldaten te legeren in de Schans te Oostmahorn. In 1571 wordt Vlieger al ‘kapitein der geuzen’ genoemd en het laatste wat van hem bekend is, is dat hij in 1580 met zijn schip voor Delfzijl ligt.
De derde Oosternijkerker Watergeus was Gerbe Sytsz. Van hem is meer bekend omdat hij gevangen is genomen en de rechtbankverslagen bewaard gebleven zijn. Hij werd in mei 1569 voor zijn hele leven verbannen uit Friesland. Hij zal zich bij de watergeuzen hebben gevoegd maar een jaar later is hij terug in Friesland en wordt daar weer opgepakt en op het Blokhuis te Leeuwarden opgesloten. Het Hof rekent het hem zwaar aan dat hij terug is gekomen: “…ende dat hy dies nyet tegenstaende in cleynachtinge ende versmadenisse vanden Justitie ende den voorzegde sententie (het vonnis van 1569) hem weder binnen dese landen begeven heeft…” Het tweede vonnis is daarom veel zwaarder: “…by den scherprechter an der galghe gehangen en de geworcht te worden, 27 september 1570…”
Er is ook veel bekend over aanvallen van de watergeuzen in deze streken:
1568: aanval van Jan Abels op Oostmahorn
1568: de watergeuzen stelen een zilveren kelk uit het sacramenthuisje te Ee
1569: het klooster Weert wordt geplunderd en in brand gestoken
1570: een zilveren kelk gestolen uit de kerk van Wetsens
1571: aanval op klooster Sion te Niawier
1573: kerken van Anjum en Aalsum worden van zilverwerk beroofd
1574: de kerk van Engwierum is aan beurt
1575: deze keer de kerk van Lioessens
1576: de Schans te Oostmahorn wordt door de watergeuzen veroverd
1580: hopman Ferwou valt de kerken van Metslawier, Oostrum en Jouswier aan
Het valt op dat Paesens en Oosternijkerk niet worden aangevallen.
Nu was het kerkzilver van Oosternijkerk naar de grietman gebracht, dus er was niet veel te halen, maar misschien had het te maken met ‘bescherming’ van Oosternijkerks Watergeuzenkapitein Vlieger?
Ik schreef daar in januari 1988 al een “Priuwke” (pag 1, pag 2) over in de dorpskrant.
De meest gebruikte bron was toen ‘De Watergeuzen en de Nederlanden 1568-1572’ door J.C.A. De Meij, maar ook ‘Nederlandsch Opstand’ door Joh. Van Vloten en De Vrije Fries 17 (pdf, evenals Vrije Fries 16) werden gebruikt. Ook worstelde ik door de Criminele Sententien om de veroordelingen/rechtbankverslagen zelf in te kunnen zien. In het boek van De Meij staan lijsten met Watergeuzenkapiteins waaronder 7 uit Dokkum (de gebroeders Focke, Jan en Tamme Abels, Wycher van Dockum, Douwe Kremer, Cornelis Wesselsz en Pieter Cornelisz Witveld). Uit Holwerd kwam Jan Bonga die voordien grietman van Westdongeradeel was. Wierum leverde kapitein Ulke Tyebbes. (Opmerking HZ: zou laatstgenoemde de vader van Tjebbe Aukes kunnen zijn, die in 1631 namens de Friese Admiraliteit kapitein van de pinas Gideon was?).
De lijst van Watergeuzenmanschappen telt 15 Dokkumers en vele anderen uit de Dongeradelen waaronder 3 uit Oosternijkerk.
Nou moeten we een slag om de arm houden met ‘Nijkerk’ want ook Westernijkerk werd zo aangeduid, maar de Dokkumer geuzenkapiteins zullen wel een bemanning hebben gezocht uit de directe omgeving, misschien dat de Oosternijkerkers zo kennis hebben gemaakt met het geuzendom. We moeten er ook rekening mee houden dat het er veel meer geweest kunnen zijn, immers alleen die watergeuzen die gepakt zijn, kwamen in de archieven terecht. Wie niet gepakt werd of niet werd genoemd bij de verhoren, bleef voor altijd anoniem.
Jan Gruys vocht al vanaf 1566 in het leger van de Oranjes, hij heeft waarschijnlijk meegedaan bij Heiligerlee en bij Jemmingen. Van hem wordt gezegd dat hij ‘cruydenier’ was. Hij wordt verbannen door de Raad van Beroerten, later opgepakt en opgehangen.
Vlieger ‘van de Nijkerk’ moet in januari 1570 van plan zijn geweest om Dokkum aan te vallen. De bekende geuzen Homme van Hettinga en Barthold Entens waren zijn medestanders. Caspar de Robles verijdeld deze plannen door zijn soldaten te legeren in de Schans te Oostmahorn. In 1571 wordt Vlieger al ‘kapitein der geuzen’ genoemd en het laatste wat van hem bekend is, is dat hij in 1580 met zijn schip voor Delfzijl ligt.
De derde Oosternijkerker Watergeus was Gerbe Sytsz. Van hem is meer bekend omdat hij gevangen is genomen en de rechtbankverslagen bewaard gebleven zijn. Hij werd in mei 1569 voor zijn hele leven verbannen uit Friesland. Hij zal zich bij de watergeuzen hebben gevoegd maar een jaar later is hij terug in Friesland en wordt daar weer opgepakt en op het Blokhuis te Leeuwarden opgesloten. Het Hof rekent het hem zwaar aan dat hij terug is gekomen: “…ende dat hy dies nyet tegenstaende in cleynachtinge ende versmadenisse vanden Justitie ende den voorzegde sententie (het vonnis van 1569) hem weder binnen dese landen begeven heeft…” Het tweede vonnis is daarom veel zwaarder: “…by den scherprechter an der galghe gehangen en de geworcht te worden, 27 september 1570…”
Er is ook veel bekend over aanvallen van de watergeuzen in deze streken:
1568: aanval van Jan Abels op Oostmahorn
1568: de watergeuzen stelen een zilveren kelk uit het sacramenthuisje te Ee
1569: het klooster Weert wordt geplunderd en in brand gestoken
1570: een zilveren kelk gestolen uit de kerk van Wetsens
1571: aanval op klooster Sion te Niawier
1573: kerken van Anjum en Aalsum worden van zilverwerk beroofd
1574: de kerk van Engwierum is aan beurt
1575: deze keer de kerk van Lioessens
1576: de Schans te Oostmahorn wordt door de watergeuzen veroverd
1580: hopman Ferwou valt de kerken van Metslawier, Oostrum en Jouswier aan
Het valt op dat Paesens en Oosternijkerk niet worden aangevallen.
Nu was het kerkzilver van Oosternijkerk naar de grietman gebracht, dus er was niet veel te halen, maar misschien had het te maken met ‘bescherming’ van Oosternijkerks Watergeuzenkapitein Vlieger?
dinsdag 23 augustus 2011
Nu meer dan 1000 Dokkumer schippers in Sonttoldatabase
Tresoar heeft per 22 augustus weer een update van de online Sonttolregisters gedaan. Hierbij zijn de jaren 1771-1776 (ruim 33.000 records) toegevoegd aan de reeds online staande jaren 1777-1799.
Daarmee is natuurlijk ook het aantal schippers met als thuisbasis Dokkum (en Dockum, Dokum, Docum) verder toegenomen. Het zijn er nu al meer dan duizend! Of eigenlijk wat preciezer: doorvaarten.
Het is dan ook de moeite waard met enige regelmaat te checken of er weer toevoegingen zijn, bijvoorbeeld via de Twitterfeeds van Tresoar of natuurlijk onze eigen Sneuper Dokkum Twitterfeed.
Waar ik bij eerdere nieuwe uploads toch vaak dezelfde namen zag terugkeren zie ik in deze batch vrij veel nieuwe namen, een andere generatie dus. Namen als Habbe Gerh. Lolling, Martin Ypes, Boote Jacobs, Onne Eylders Visser, Hendrick Lammers, Focke Arents, Harmen Hibben, Harmen Gerrits Visser, Antony Outman en Doitse Eelckes Hinxt zie ik nu de revue (en de Sont) passeren. Check ook op achternaam of patroniem van de schipper omdat zijn thuishaven soms kan wijzigen. Zo gaven enkele Dokkumer schippers het Oostfriese waddeneiland Juist aan als thuishaven. Jacob Jacobs de Groot deed dit in de winter en diverse kinderen van hem werden daar ook geboren (zie Sneuper 87 en 88 voor meer info). Ook Outman wordt met Juist vermeld.
Veel stad-Groninger schippers worden met vertrekhaven Zoutkamp (Zoltkamp/Soltkamp) genoemd, terwijl Zoutkamp als thuishaven zelden wordt genoemd.
Opvallend is dat Dokkum voor meer doorvaarten verantwoordelijk is dan bekende Friese havenplaatsen als Harlingen, Staveren en Makkum.
Hindeloopen en Workum zijn elk met ruim 1300 doorvaarten als enige Friese havensteden, voor zover ik kon zien, goed voor meer verkeer.
Ameland is ook goed voor een groot aantal doorvaarten: 580, met schippers als Pieter Ackerman, Cornelis Andries, Foppe Foppes Baas, Jacob Bakker, Hans Jacob Barff, Dirk Laurens Bollebacker, Foppe Foppes Brouwer, Sjouke Teunis Brouwer, Claas Douwes, Hans Feykes, Cornelis Fopkes, Jacob Heerkes Haitsma, Jan Sjoerds Hekker, Pieter Hilbrands, Rinse Jans, Jacob Jelles, Jan Hansen Metz en Symen Tjerks de Wilde.
Schiermonnikoog (in vele spellingsvarianten) daarentegen scoort slechts zo'n kleine 50 doorvaarten.
Jelle Rinses uit Serusterveen (Surhuisterveen) voer in 1775 van Amsterdam naar Liebau, het huidige Liepaja in Letland.
Wilt Gooitsens (Goitses) uit Rypstjerk (Tietjerksteradeel) voer in 1773 van Amsterdam naar Windau, het huidige Ventspils, Letland en in 1775 van Amsterdam naar Pernau (Pärnu, Estland). Hij vervoerde oa peper, parelgerst, kaas, stenen, diverse soorten wijn, pruimen en boter. In DTB 721: huwelijk op 23 februari 1766 in Hardegarijp, Wilt Goitzens afkomstig van Rijperkerk en Tietje Harmens afkomstig van Oenkerk.
De schipper uit Paesens (Peesens, Pessens, Pesens), Jan Pieters Visser, komt met zo'n 13 doorvaarten voor in de jaren 1785-1794. Via een link met Google Maps is nu ook vanuit de individuele records te zien waar de huidige plaats ligt van thuishaven, vertrekhaven of haven van aankomst.
Wat misschien niet direct makkelijk te vinden is zijn de Nederlandse (of zelfs Friese) vertalingen van de ladingen die initieel in het Deens worden vermeld. Er is echter een vertaaltabel. (Update: per 31 augustus is deze ook via het hoofdmenu te vinden als Lijst met producten).
De database bevat inmiddels ruim 255.000 doorvaarten, waarvan bv ook 34 van New Yorker schippers. De uitvoering van het project is gestart in maart 2009 en zal in 2013 zijn voltooid. Er zullen dan rond de 1,8 miljoen doorvaarten online te doorzoeken zijn!
Ga zelf ook even sneupen op http://www.soundtoll.nl/
Daarmee is natuurlijk ook het aantal schippers met als thuisbasis Dokkum (en Dockum, Dokum, Docum) verder toegenomen. Het zijn er nu al meer dan duizend! Of eigenlijk wat preciezer: doorvaarten.
Het is dan ook de moeite waard met enige regelmaat te checken of er weer toevoegingen zijn, bijvoorbeeld via de Twitterfeeds van Tresoar of natuurlijk onze eigen Sneuper Dokkum Twitterfeed.
Waar ik bij eerdere nieuwe uploads toch vaak dezelfde namen zag terugkeren zie ik in deze batch vrij veel nieuwe namen, een andere generatie dus. Namen als Habbe Gerh. Lolling, Martin Ypes, Boote Jacobs, Onne Eylders Visser, Hendrick Lammers, Focke Arents, Harmen Hibben, Harmen Gerrits Visser, Antony Outman en Doitse Eelckes Hinxt zie ik nu de revue (en de Sont) passeren. Check ook op achternaam of patroniem van de schipper omdat zijn thuishaven soms kan wijzigen. Zo gaven enkele Dokkumer schippers het Oostfriese waddeneiland Juist aan als thuishaven. Jacob Jacobs de Groot deed dit in de winter en diverse kinderen van hem werden daar ook geboren (zie Sneuper 87 en 88 voor meer info). Ook Outman wordt met Juist vermeld.
Veel stad-Groninger schippers worden met vertrekhaven Zoutkamp (Zoltkamp/Soltkamp) genoemd, terwijl Zoutkamp als thuishaven zelden wordt genoemd.
Opvallend is dat Dokkum voor meer doorvaarten verantwoordelijk is dan bekende Friese havenplaatsen als Harlingen, Staveren en Makkum.
Hindeloopen en Workum zijn elk met ruim 1300 doorvaarten als enige Friese havensteden, voor zover ik kon zien, goed voor meer verkeer.
Ameland is ook goed voor een groot aantal doorvaarten: 580, met schippers als Pieter Ackerman, Cornelis Andries, Foppe Foppes Baas, Jacob Bakker, Hans Jacob Barff, Dirk Laurens Bollebacker, Foppe Foppes Brouwer, Sjouke Teunis Brouwer, Claas Douwes, Hans Feykes, Cornelis Fopkes, Jacob Heerkes Haitsma, Jan Sjoerds Hekker, Pieter Hilbrands, Rinse Jans, Jacob Jelles, Jan Hansen Metz en Symen Tjerks de Wilde.
Schiermonnikoog (in vele spellingsvarianten) daarentegen scoort slechts zo'n kleine 50 doorvaarten.
Jelle Rinses uit Serusterveen (Surhuisterveen) voer in 1775 van Amsterdam naar Liebau, het huidige Liepaja in Letland.
Wilt Gooitsens (Goitses) uit Rypstjerk (Tietjerksteradeel) voer in 1773 van Amsterdam naar Windau, het huidige Ventspils, Letland en in 1775 van Amsterdam naar Pernau (Pärnu, Estland). Hij vervoerde oa peper, parelgerst, kaas, stenen, diverse soorten wijn, pruimen en boter. In DTB 721: huwelijk op 23 februari 1766 in Hardegarijp, Wilt Goitzens afkomstig van Rijperkerk en Tietje Harmens afkomstig van Oenkerk.
De schipper uit Paesens (Peesens, Pessens, Pesens), Jan Pieters Visser, komt met zo'n 13 doorvaarten voor in de jaren 1785-1794. Via een link met Google Maps is nu ook vanuit de individuele records te zien waar de huidige plaats ligt van thuishaven, vertrekhaven of haven van aankomst.
Wat misschien niet direct makkelijk te vinden is zijn de Nederlandse (of zelfs Friese) vertalingen van de ladingen die initieel in het Deens worden vermeld. Er is echter een vertaaltabel. (Update: per 31 augustus is deze ook via het hoofdmenu te vinden als Lijst met producten).
De database bevat inmiddels ruim 255.000 doorvaarten, waarvan bv ook 34 van New Yorker schippers. De uitvoering van het project is gestart in maart 2009 en zal in 2013 zijn voltooid. Er zullen dan rond de 1,8 miljoen doorvaarten online te doorzoeken zijn!
Ga zelf ook even sneupen op http://www.soundtoll.nl/
maandag 22 augustus 2011
Zuivelfabriek Freia Veenwouden als Cultureel Erfgoed in Arnhem
Afgelopen vrijdag met zoon op stap naar Arnhem. Het idee was om een aantal dingen te combineren. Hoofddoel was het Openluchtmuseum maar eerst wilde ik even een paar zaken omtrent de Holwerder familie Van Aylva uitzoeken die op kasteel Neerijnen hebben gewoond. Deze inventaris vond ik op de website van het Gelders Archief:
0439 Huizen Waardenburg en Neerijnen
2129 Statenbijbel. Gedrukt bij de weduwe van Paulus Aertsz. van Ravesteyn. Met op los inliggende bladen aantekeningen betreffende de families van Aylva en (Van) Rengers
2139 Genealogie van het geslacht (Van) Aylva
2140 Foto's van geschilderde portretten resp. van Hans Willem van Aylva, overleden 1691, en Hans Willem van Aylva, overleden 1827
2295 Drukwerken resp. over een schilderij van Aylva State te Witmarsum en over het leven van H.W. baron van Aylva, luitenant-generaal der Nederlanden, met geleidebrieven resp. van het gemeentebestuur van Witmarsum en van de burgemeester van Westdongeradeel
3051 Foto's resp. van een zeventiende-eeuws portret van Frouck van Aylva, echtgenote van H.W. van Aylva, en van een poort in de Hervormde kerk te Dedgum met o.a. het wapen van Tjaard van Aylva, resp. 20e eeuw en in of na 1951.
Ik had van tevoren natuurlijk ook even op de site gekeken naar de openingstijden. Blijkbaar had ik het niet goed gelezen (ik dacht dat vrijdag als 'overige dag' tot 16.15 uur open zou zijn) zodat ik voor een dichte deur stond. Mocht een van de lezers binnenkort in het Gelders Archief zijn dan zou ik het op prijs stellen als ze even voor me zouden willen kijken (mail dan aub van tevoren even over de details).
Enfin, wat meer tijd dus voor een bezoek aan het Openluchtmuseum. De museumkaart is hier geldig dus dat is al mooi meegenomen. Na binnenkomst stap je op een mooie historische tram naar de eerste halte met bezienswaardigheden. Een leuke tentoonstelling over Nederland Spaart waarin een aantal mooie voorbeelden van verzamelingen getoond worden. Zo is er een pijpenverzamelaar en de erfenis van een spaarpottenverzamelaar. Hilarisch is het filmpje van de verzamelaar van kotszakjes uit vliegtuigen (ongebruikt uiteraard) die inmiddels in het Guinness Book of Records schijnt te staan. Een gebouw verderop worden vele oude gebruiksvoorwerpen uit de vroegere huishoudens getoond. Er werd vroeger heel wat afgeploeterd!
Enkele haltes verder kom je in een gebied dat je de Friese hoek zou kunnen noemen, hoewel het museum het onder de noemer Het Hoge Noorden promoot (er staan ook diverse Groninger en Drentse bouwwerken). Er is een Waldhuske uit Akkerwoude (waarvan er natuurlijk meer te zien zijn in openluchtmuseum De Sukerei in Damwoude zelf) met een interieur uit 1947 van Klaas en Trijntje Wijnsma-van der Hoek, een boktjaskermolentje uit Wouterswoude, een spinnenkopmolen uit Gorredijk, en een grote kop-hals-rompboerderij uit Midlum. Voor de genealogen onder ons: Huwelijksakte Dantumadeel, 1912. Man : Klaas Wijnsma, oud 23 jaar, geboren te Rinsumageest. Ouders: Sipke Klazes Wijnsma en Eltje Willems Rigter. Vrouw : Trijntje van der Hoek, oud 22 jaar, geboren te Dantumawoude. Ouders: Jan Barteles van der Hoek en Grietje Lieuwes de Jong. Datum : 25 mei 1912, akte nr. 69.
Zeer prominent is de prachtige reconstructie van Zuivelfabriek Freia uit Veenwouden, ooit als eerste Friese zuivelfabriek rond 1878 opgericht door zuivelpionier Mindert Bokma de Boer (een neef van schrijfster Nynke van Hichtum, de vrouw van Pieter Jelles Troelstra). Deze door stoom aangedreven fabriek is deels weer in bedrijf, tenminste de stoommachine werkt weer. Op het terrein ook een lange fabrieksschoorsteen en een oude auto met historische reclame voor Freia. In de ruimte zelf is een winkeltje ingericht waar kazen en andere kleine zuivelproducten te koop zijn. Zie voor een impressie het filmpje op YouTube.
Het archief van Zuivelfabriek Freia Veenwouden is bewaard in Tresoar te Leeuwarden. Ook mooi zijn de oude foto's in de collectie van het Fries foto-archief (waarop een oude karnton op transport wordt gezet naar de voormalige Flevohof).
Aanvulling Reinder Tolsma: ik heb “Stoomzuivelfabriek Freia en de ontwikkelingen in de Nederlandse zuivelindustrie, 1850-1970” in bezit, uitgave van het Openluchtmuseum Arnhem ( n.a.v. de eerste steenlegging van Freia op 10-7-1991 door Theun de Vries, in 1992 uitgegeven).
0439 Huizen Waardenburg en Neerijnen
2129 Statenbijbel. Gedrukt bij de weduwe van Paulus Aertsz. van Ravesteyn. Met op los inliggende bladen aantekeningen betreffende de families van Aylva en (Van) Rengers
2139 Genealogie van het geslacht (Van) Aylva
2140 Foto's van geschilderde portretten resp. van Hans Willem van Aylva, overleden 1691, en Hans Willem van Aylva, overleden 1827
2295 Drukwerken resp. over een schilderij van Aylva State te Witmarsum en over het leven van H.W. baron van Aylva, luitenant-generaal der Nederlanden, met geleidebrieven resp. van het gemeentebestuur van Witmarsum en van de burgemeester van Westdongeradeel
3051 Foto's resp. van een zeventiende-eeuws portret van Frouck van Aylva, echtgenote van H.W. van Aylva, en van een poort in de Hervormde kerk te Dedgum met o.a. het wapen van Tjaard van Aylva, resp. 20e eeuw en in of na 1951.
Ik had van tevoren natuurlijk ook even op de site gekeken naar de openingstijden. Blijkbaar had ik het niet goed gelezen (ik dacht dat vrijdag als 'overige dag' tot 16.15 uur open zou zijn) zodat ik voor een dichte deur stond. Mocht een van de lezers binnenkort in het Gelders Archief zijn dan zou ik het op prijs stellen als ze even voor me zouden willen kijken (mail dan aub van tevoren even over de details).
Enfin, wat meer tijd dus voor een bezoek aan het Openluchtmuseum. De museumkaart is hier geldig dus dat is al mooi meegenomen. Na binnenkomst stap je op een mooie historische tram naar de eerste halte met bezienswaardigheden. Een leuke tentoonstelling over Nederland Spaart waarin een aantal mooie voorbeelden van verzamelingen getoond worden. Zo is er een pijpenverzamelaar en de erfenis van een spaarpottenverzamelaar. Hilarisch is het filmpje van de verzamelaar van kotszakjes uit vliegtuigen (ongebruikt uiteraard) die inmiddels in het Guinness Book of Records schijnt te staan. Een gebouw verderop worden vele oude gebruiksvoorwerpen uit de vroegere huishoudens getoond. Er werd vroeger heel wat afgeploeterd!
Enkele haltes verder kom je in een gebied dat je de Friese hoek zou kunnen noemen, hoewel het museum het onder de noemer Het Hoge Noorden promoot (er staan ook diverse Groninger en Drentse bouwwerken). Er is een Waldhuske uit Akkerwoude (waarvan er natuurlijk meer te zien zijn in openluchtmuseum De Sukerei in Damwoude zelf) met een interieur uit 1947 van Klaas en Trijntje Wijnsma-van der Hoek, een boktjaskermolentje uit Wouterswoude, een spinnenkopmolen uit Gorredijk, en een grote kop-hals-rompboerderij uit Midlum. Voor de genealogen onder ons: Huwelijksakte Dantumadeel, 1912. Man : Klaas Wijnsma, oud 23 jaar, geboren te Rinsumageest. Ouders: Sipke Klazes Wijnsma en Eltje Willems Rigter. Vrouw : Trijntje van der Hoek, oud 22 jaar, geboren te Dantumawoude. Ouders: Jan Barteles van der Hoek en Grietje Lieuwes de Jong. Datum : 25 mei 1912, akte nr. 69.
Zeer prominent is de prachtige reconstructie van Zuivelfabriek Freia uit Veenwouden, ooit als eerste Friese zuivelfabriek rond 1878 opgericht door zuivelpionier Mindert Bokma de Boer (een neef van schrijfster Nynke van Hichtum, de vrouw van Pieter Jelles Troelstra). Deze door stoom aangedreven fabriek is deels weer in bedrijf, tenminste de stoommachine werkt weer. Op het terrein ook een lange fabrieksschoorsteen en een oude auto met historische reclame voor Freia. In de ruimte zelf is een winkeltje ingericht waar kazen en andere kleine zuivelproducten te koop zijn. Zie voor een impressie het filmpje op YouTube.
Het archief van Zuivelfabriek Freia Veenwouden is bewaard in Tresoar te Leeuwarden. Ook mooi zijn de oude foto's in de collectie van het Fries foto-archief (waarop een oude karnton op transport wordt gezet naar de voormalige Flevohof).
Aanvulling Reinder Tolsma: ik heb “Stoomzuivelfabriek Freia en de ontwikkelingen in de Nederlandse zuivelindustrie, 1850-1970” in bezit, uitgave van het Openluchtmuseum Arnhem ( n.a.v. de eerste steenlegging van Freia op 10-7-1991 door Theun de Vries, in 1992 uitgegeven).
donderdag 18 augustus 2011
Jan van Beieren sloot in 1421 verbond met de Friezen
Eindelijk gelukte het Jan van Beijeren eene overeenkomst met Oostergo, en Westergo en de ballingen uit de landen tusschen de Lauwers en de Wezer te treffen, (1421) waarbij zij hem als landsheer erkenden. Hierbij werd bedongen: de bevestiging der regten en vrijheden van Stavoren ; jaarlijksche eedaflegging der Grietmans en regters aan den Hertog of zijnen stedehouder in die stad, dat zij naar de oude Friesche wetten in zijnen naam regt geoefend hadden; verantwoording der boeten en breuken ; 'sjaars eene schatting of huislage ten behoeve des Hertogs, twee Vlaamsche grooten (vijf stuivers van onze munt) op ieder huis; het regt van munten; de honderdste penning als tol van alle goederen door buitenlanders uitgevoerd voor den Hertog , benevens hetderde gedeelte der gestrande goederen, wanneer de eigenaar zich niet binnen het jaar vertoonde ; het toepassen van straf alleen op den misdadiger; tolvrijheid vоог de Friezen in Holland ; geene oproeping tot heirvaart buiten de grenzen van Friesland; bescherming van de Geestelijken, steden, hoofdelingen en goede lieden tegen al hunne vijanden; algemene vergiffenis aan de zijde des Hertogs; en eindelijk, vrij gebruik van vrijheden, handvesten, brieven en reglen.
Oostergo en Westergo bekrachtigden van hunne zijde dit verbond door een geschrift van gelijken inhoud aan den Hertog. Even zoo de Groninger en Oost-Friesche ballingen, die zich thans te Stavoren, te Sloten en gedeeltelijk, naar het schijnt, in Holland ophielden, onder de bijbepaling, dat de Hertog hen niet alleen tegen hunne vijanden beschermen, maar hen weder in hunne goederen herstellen zoude, uit welke zij verdreven waren.
's Hertogs aandringen op den titel van Heer van Friesland, was den Friezen het meest tegen de borst, meenende dat dit met hunne hooggeroemde vrijheid streed; maar de noodlottige toestand des lands en de verwoestingen des burgerkrijgs, welke het geheele volk met eenen wissen ondergang bedreigden, zegepraalden over de zucht tot eene vrijheid, die liefelijker was in naam dan voordeelig in de daad. Jan van Beijeren, welke naar deze waardigheid voor zich zelven, niet voor het graafschap Holland of zijne nicht Jakoba streefde, werd derhalve te Medemblik door geestelijke en wereldlijke afgevaardigden uit een
aanzienlijk gedeelte van Friesland, als wettig geboren Landsheer gehuldigd, wien zij, zoo wel als zijnen nakomelingen, trouw zwoeren en van wien zij nimmer zouden dulden, gescheiden of vervreemd te worden. De Hertog aanvaardde dadelijk het opperbewind en stelde onderscheidene ambtenaren in het hem
onderworpen Friesland aan. Hij werd echter te zeer door andere zaken bezig gehouden, om met nadruk zijn gezag te handhaven tegen hen, welke zich aan de bondgenooten van Groningen en Oost- Friesland aangesloten hadden en weigerden hem te erkennen. De verdeeldheden en vijandschap duurden voort, en ofschoon de Hertog eenige krijgsbenden zond, waren deze te gering in getal, om de wederspannigen te bedwingen en de bondgenooten te beteugelen. In vereeniging met de Schieringers, maakten zij zich echter meester vап Dokkum en versterkten die stad. Door een grooten toeloop van rooflustig volk ondersteund, bemagtigden zij Ezumazijl, doodden er vele ballingen en maakten het sterker dan het tot nu toe geweest was. Beide plaatsen werden roofnesten en verzamelplaatsen van landloopers, die onverschillig op vrienden en vijanden roofden.
De Groninger en Oost-Friesche bondgenooten hielden Sicco Sjaardema van verstandhouding met Hertog Jan van Beijeren verdacht. Ofschoon hij op hun aandrang, zijne slim versterkt en van bezetting voorzien had, namen echter de Groningers op het Kamperdiep twee vaartuigen met hout voor de kerk te Franeker geladen,
weg en zes burgers dier plaats gevangen. Zij dreigden voorts hem te belegeren, indien hij niet te Groningen verscheen, om zich wegens een voorgenomen aanslag tegen die stad te verantwoorden. Verhinderd om zelf onmiddelijk te verschijnen, zond hij zijn eenig en twaalfjarig zoontje als gijzelaar derwaarts, doch kwam kort daarna zelf over, bewees zijne onschuld en eischte zijn zoon terug. De Groningers beloofden hem dien te zullen nazenden, maar hielden hun woord niet. Hij zond derhalve eerlang een vertrouwden man, om het kind te halen, welke het op eene kamer aan een ijzeren keten gesloten vond, en onverrigter zake moest terugkeeren. Het knaapje stierf in zijne gevangenis aan de pest ; naar anderen, werd hij door de Groningers van kant gemaakt. De verbitterde Sjaardema werd nu de verklaarde vijand der bondgenooten en trachtte hen al het gewigt zijner wraak te doen gevoelen.
Ook de Geestelijken, inzonderheid de Abt van Ludingakerk, leden vele mishandelingen van den kant der Vetkoopers en riepen des Hertogs bijstand in.
Terstond werden allen Grietmans, hoofdelingen en regters bevolen, dien Abt tegen de onruststookers, welke afvalligen (apostaten) genoemd worden, te beschermen. Men willigde insgelijks den Heer van Alkemade, welke toen in naam van Jan van Beieren het opperbevel in Friesland voerde, van eenen heimelijken aanslag op Dokkum door de bondgenooten , welke zich tot dat einde in het gebied des Utrechtschen Bisschops vereenigden. Het schijnt echter, dat wegens het openen van vredesonderhandelingen, vап dezen aanslag niets gekomen is.
Reeds sinds eenigen tijd was men bedacht geweest, eenen bestendigen vrede tusschen de bondgenooten en Hertog Jan, аап wien zich de Schieringers aansloten, te treffen en onderscheidene Ьпетеп vап vrijgeleide waren deswege wederzijds verleend geworden. Inmiddels het de Hertog onder de hand eenige voorwaarden
aan de stad Groningen voorstellen, op welke hij van haar de hulde als Landsheer begeerde ; hij zou een goed Heer zijn , hare voorregten handhaven en de gevangen Vetkoopers uit dit gewest onder behoorlijken borgtogt ontslaan. De onderhandelingen met de bondgenooten werden te Grietzijl geopend en in den
Briel voltooid. De voornaamste maand punten in dit verdrag van bestendigen zoen en vrede waren, dat Friesland bewesten de Lauwers onder het bestuur van den Hertog, Friesland beoosten dat water aan de bondgenooten zou blijven, doch zou het den Hertog geoorloofd zijn, aan deze zijde der Lauwers sterkten te
suchten ; wederkeerige vrijheid vап handel en vеrkеег zou plaats hebben; de boete op manslag werd bepaald en de namaagschap moest voor den dader boeten, doch deze, bij ontstentenis daarvan, aan den lijve gestraft worden ; de ballingen en gevlugten uit Groningen en de Ommelanden , welke den Hertog hadden
gehuldigd , zouden ongehinderd in het bezit hunner goederen terug keeren ; de Groninger ballingen moesten echter ten westen de Lauwers blijven en nooit meer dan op vier mijlen Groningen naderen ; Embden bleef aan Occo ten Broeke. De zeeschuimerijen, welke, 's Hertogs onderzaten zoo veel nadeel hadden toegebragt, werden terstond gestaakt, en de bondgenooten zonden bem vijftig vette ossen ten geschenke. Hij beantwoordde dit blijk van vriendschap door het benoemen vап Occo ten Broeke tot zijnen Kamerheer met het regt, om met acht paarden en zeven bedienden ten hovе te mogen verschijnen. Hij stelde vervolgens onderscheidene ambtenaren in Friesland aan; en om de Friezen zoo veel mogeliik aan zich te hechten, schonk hij zekeren burgers van Leeuwarden en Dokkum tolvrijheid in zijn gebied, overeenkomstig de voorregten onlangs aan Oostergo en Westergo gegeven.
De ingekankerte haat der Friezen tegen vreemde heerschappij ; hun misnoegen , dat zij in het verdrag des Hertogs met de bondgenooten naauwlijks gekend waren, waaruit, naar hunne meening, bleek, dat men hen als een overheerd volk beschouwde ; en het steeds voortsmeulend vuur der tweedragt, waren naar het
schijnt, de oorzaak dat Dokkum en Ezumazijl met Hollanders bezet bleven en een sterk blokhuis of kasteel in de Lemmer werd aangelegd, om de Friezen in toom te houden. Jan van Beijeren, wien de toenemende gisting der gemoederen niet verborgen bleef, herinnerde zoowel de geestelijke als wereldlijke bewindslieden
en gemeenten in Westergo en Oostergo hunne belofte, om drie honderd gewapende mannen onder de bevelen van Florus van Alkemade, slotvoogd in de Lemmer, te stellen, ten einde het land te bewaren, de kwaden te tuchtigen en de goeden te beschermen. Men bekreunde zieh echter zoo weinig aan deze
vermaning en aan het hertogelijk gezag, dat zelfs de Schoterlanders en eenige anderen over zwak ijs naar de Lemmer trokken en het nieuw gebouwde slot bemagtigden en slechtten, bij welks verdediging Van Alkemade sneuvelde. De nadeelen en verwoestingen door den vreesselijken storm en watervloed op
St. Elizabeths nacht veroorzaakt, in welke ook Friesland en Groningen rijkelijk deelden, zullen den Hertog verhinderd hebben, zich over dien hoon te wreken. Gedeeltelijk ontsproot het misnoegen tegen het Hollandsch bewind, uit de baldadigheden en mishandelingen, aan welke vaak de Hollandsche
ambtenaren zich schuldig maakten. De bondgenooten waren evenzeer ontevreden op den Hertog, welligt dewijl hij de weduwe en kinderen van Coppen Jarges en andere uitgewekene Groningers in Friesland te gunstig ondersteunde. Doch welke redenen er ook mogen bestaan hebben, de Friesche Schieringers
en de Vetkoopers-gezinde bondgenooten, kwamen allengs nader tot elkander en eindelijk tot het sluiten van een onderling verbond. Maar Sicco Sjaardema en zijne vrienden, zoo uit haat tegen de Groningers, wien hij den dood zijns kinds verweet , als uit gehechtheid aan Hertog Jan van Beijeren, waren hiertoe
niet te bewegen en beweerden zelfs, dat de burgers vап Franeker en Sloten zich insgelijks in geene onderhandelingen wilden inlaten. Dit verhinderde evenwel niet, dat ten laatste, na het vereffenen van vele tegenstrijdige belangen, het uit den weg ruimen van onderscheidene zwarigheden en het zenden van
wederzijdsche gijzelaars, op eene bijeenkomst van afgevaardigden uit de landen van de Zuiderzee tot aan de Wezer, te Groningen een vrede tusschen de Vetkoopers beoosten en de Schieringers bewesten de Lauwers-, in naam van Occo ten Broeke, de stad Groningen en de Оmmelanden aan de eene zijde, en
van de Grietmans , Geestelijken , regters en gemeenten van Oostergo, Westergo en Zevenwolden aan de andere zijde getroffen werd, waarvan de hoofdvoorwaarden hierop neêrkwamen : volkomen verzoening en eeuwige vrede ; wederzijdsche bescherming en hulp bij buitenlandsche aanvallen; veiligheid
en vrijheid van verkeer ; herstelling van de gevlugte en gebannen Schieringers in het bezit hunner goederen ; handhaving van elks regten en vrijheden; vervolging van de misdadigers als naar reglen ; tuchtiging van den dader zelven en niet van anderen; doodstraf dengenen, welke eene vreemde magt inhaalde ; eindelijk, ontruiming en slechting der vestingwerken te Dokkum, Ezumazijl, Sloterzijl en Houwerzijl. Het verbond werd door allen, in wier naam het gesloten was, onderteckend en bezegeld ; de geestelijke en wereldlijke gezagvoerders in Oostergo en Westergo voegden er echter bij behoudens zoodanige heerlijkheid als Herlog Jan van Beijeren, hun genadige Heer, wien zij gehuldigd en gezworen hadden, er bezat.Denzelfden dag werden deze voorwaarden door onderscheidene Friesche Edelen, zoo Vetkoopers als Schieringers, bekrachtigd , uit wier namen men de hoofdpersonen in de bloedige burgergeschillen van dien tijd leert kennen.
Groot was het misnoegen van Jan van Beijeren op de Oostergoërs en Westergoërs over het deelnemen in eene overeenkomst, waarin zoo vele punten voorkwamen, welke tegen zijne heerlijkheid streden ; doch zijn verbod, het te bezegelen kwam te laat. In plaats van den gesneuvelden Floris van Alkemade,stelde hij Henrik van Renesse aan tot zijnen Kapitein Generaal en Rentmeester over de landen tusschen de Zuiderzee en de Wezer, om die in zijn naam te besturen en te bewaren met bevel en aan de ingezetenen, hem te gehoorzaamen en te eerbiedigen. Hoe weinig acht op deze grootendeels bespottelijke aanmatiging werd geslagen, zal spoedig blijken. Sicco Sjaardema , Wijbrant Hermana en Agge Harinxmа , wier namen in den verbondsbrief gevonden worden,maar dien zij weigerden te bekrachtigen , werden aanstonds voor vijanden des vaderlands verklaard, doch tegen wie de Groningers en Oost-Friezen zouden te velde trekken om de Friezen bewesten de Lauwers te verschoonen, hunne eigene landgenooten te beoorlogen. Daarentegen zou men gezamenlijk de bezetting van Dokkum en Ezumazijl aantasten, dewijl deze , steunende op den bijstand van Holland, weigerde die vestingen goedschiks te verlaten, welke sinds een geruimen tijd de verblijfplaats van zeeschuimers geweest waren. De bondgenooten traden tevens in verbond met de Lübeckers en Hamburgers, welke in dien tijd met Holland in oorlog waren. Op het vernemen der krijgstoerustingen, voegden Agge en Sierk Harinxma nevens de inwoners van Sloten zich bij het bondgenootschap. Zij werden hierin door andere tot nog toe halsstarrige Edelen, zelfs door Sicco Sjaardema gevolgd, toen de voorhoede der bondgenooten aan en over de Lauwers genaderd was en de Oostergoërs en Westergoërs zich in beweging stelden. Geheel Friesland, van de Wezer tot aan de Zuiderzee, had nu den algemeenen zoen aangenomen en zich tot één doel, - omverwerping van alle vreemd gezag, vereenigd. De beide roofnesten der zeeschuimers Dokkum en Ezumazijl, werden opgeeischt en na het bekomen van weigerend antwoord, hevig doch vruchteloos bestormd.
De bondgenooten moesten zich tot insluiting bepalen , en de stoutheid der bezetting maakte hun het belellen van uitvallen ten uiterste moeijelijk.
Ondertusschen kwam onder bevel van Focco Ukena eene aanmerkelijke versterking van manschappen uit de gewesten aan deze en gene zijde der Eems aan de Friesche grenzen, en tevens verscheen eene wel uitgeruste vloot van Hamburg en Lübeck met duizend rappe bootsgezellen bemand, voorzien van metalen stukken en ander nieuw belegeringsgeschut. De schepen drongen in de haven van Ezumazijl digt onder de vesting, welke door een hoogen aarden wal en aan de landzijde door diepe grachteh was omgeven. Zij werd van beide zijden geweldig aangetast, doch elke bestorming met geweld afgeslagen tot eindelijk de vijand, na
het schieten van eene groote bres in de vestingwerken, de sterkte stormenderhand bemagtigde en in de eerste woede eene menigte ballingen en krijgers over de kling joeg. Vier en veertig zeeschuimers werden onthalsd en hunne hoofden op staken langs het strand gezet. Nu zou het Dokkum gelden, maar de bezetting, beducht voor het lot hunner medgezellen te Ezumazijl, nam de vlugt.
Uit: Algemeene Geschiedenis des Vaderlands, van de vroegste tijden tot op heden Volume 2. Van het jaar 900 tot aan 1581.
Zie ook: Fries-Hollandse oorlogen of de uitgebreidere Engelse versie Friso-Hollandic wars.
Oostergo en Westergo bekrachtigden van hunne zijde dit verbond door een geschrift van gelijken inhoud aan den Hertog. Even zoo de Groninger en Oost-Friesche ballingen, die zich thans te Stavoren, te Sloten en gedeeltelijk, naar het schijnt, in Holland ophielden, onder de bijbepaling, dat de Hertog hen niet alleen tegen hunne vijanden beschermen, maar hen weder in hunne goederen herstellen zoude, uit welke zij verdreven waren.
's Hertogs aandringen op den titel van Heer van Friesland, was den Friezen het meest tegen de borst, meenende dat dit met hunne hooggeroemde vrijheid streed; maar de noodlottige toestand des lands en de verwoestingen des burgerkrijgs, welke het geheele volk met eenen wissen ondergang bedreigden, zegepraalden over de zucht tot eene vrijheid, die liefelijker was in naam dan voordeelig in de daad. Jan van Beijeren, welke naar deze waardigheid voor zich zelven, niet voor het graafschap Holland of zijne nicht Jakoba streefde, werd derhalve te Medemblik door geestelijke en wereldlijke afgevaardigden uit een
aanzienlijk gedeelte van Friesland, als wettig geboren Landsheer gehuldigd, wien zij, zoo wel als zijnen nakomelingen, trouw zwoeren en van wien zij nimmer zouden dulden, gescheiden of vervreemd te worden. De Hertog aanvaardde dadelijk het opperbewind en stelde onderscheidene ambtenaren in het hem
onderworpen Friesland aan. Hij werd echter te zeer door andere zaken bezig gehouden, om met nadruk zijn gezag te handhaven tegen hen, welke zich aan de bondgenooten van Groningen en Oost- Friesland aangesloten hadden en weigerden hem te erkennen. De verdeeldheden en vijandschap duurden voort, en ofschoon de Hertog eenige krijgsbenden zond, waren deze te gering in getal, om de wederspannigen te bedwingen en de bondgenooten te beteugelen. In vereeniging met de Schieringers, maakten zij zich echter meester vап Dokkum en versterkten die stad. Door een grooten toeloop van rooflustig volk ondersteund, bemagtigden zij Ezumazijl, doodden er vele ballingen en maakten het sterker dan het tot nu toe geweest was. Beide plaatsen werden roofnesten en verzamelplaatsen van landloopers, die onverschillig op vrienden en vijanden roofden.
De Groninger en Oost-Friesche bondgenooten hielden Sicco Sjaardema van verstandhouding met Hertog Jan van Beijeren verdacht. Ofschoon hij op hun aandrang, zijne slim versterkt en van bezetting voorzien had, namen echter de Groningers op het Kamperdiep twee vaartuigen met hout voor de kerk te Franeker geladen,
weg en zes burgers dier plaats gevangen. Zij dreigden voorts hem te belegeren, indien hij niet te Groningen verscheen, om zich wegens een voorgenomen aanslag tegen die stad te verantwoorden. Verhinderd om zelf onmiddelijk te verschijnen, zond hij zijn eenig en twaalfjarig zoontje als gijzelaar derwaarts, doch kwam kort daarna zelf over, bewees zijne onschuld en eischte zijn zoon terug. De Groningers beloofden hem dien te zullen nazenden, maar hielden hun woord niet. Hij zond derhalve eerlang een vertrouwden man, om het kind te halen, welke het op eene kamer aan een ijzeren keten gesloten vond, en onverrigter zake moest terugkeeren. Het knaapje stierf in zijne gevangenis aan de pest ; naar anderen, werd hij door de Groningers van kant gemaakt. De verbitterde Sjaardema werd nu de verklaarde vijand der bondgenooten en trachtte hen al het gewigt zijner wraak te doen gevoelen.
Ook de Geestelijken, inzonderheid de Abt van Ludingakerk, leden vele mishandelingen van den kant der Vetkoopers en riepen des Hertogs bijstand in.
Terstond werden allen Grietmans, hoofdelingen en regters bevolen, dien Abt tegen de onruststookers, welke afvalligen (apostaten) genoemd worden, te beschermen. Men willigde insgelijks den Heer van Alkemade, welke toen in naam van Jan van Beieren het opperbevel in Friesland voerde, van eenen heimelijken aanslag op Dokkum door de bondgenooten , welke zich tot dat einde in het gebied des Utrechtschen Bisschops vereenigden. Het schijnt echter, dat wegens het openen van vredesonderhandelingen, vап dezen aanslag niets gekomen is.
Reeds sinds eenigen tijd was men bedacht geweest, eenen bestendigen vrede tusschen de bondgenooten en Hertog Jan, аап wien zich de Schieringers aansloten, te treffen en onderscheidene Ьпетеп vап vrijgeleide waren deswege wederzijds verleend geworden. Inmiddels het de Hertog onder de hand eenige voorwaarden
aan de stad Groningen voorstellen, op welke hij van haar de hulde als Landsheer begeerde ; hij zou een goed Heer zijn , hare voorregten handhaven en de gevangen Vetkoopers uit dit gewest onder behoorlijken borgtogt ontslaan. De onderhandelingen met de bondgenooten werden te Grietzijl geopend en in den
Briel voltooid. De voornaamste maand punten in dit verdrag van bestendigen zoen en vrede waren, dat Friesland bewesten de Lauwers onder het bestuur van den Hertog, Friesland beoosten dat water aan de bondgenooten zou blijven, doch zou het den Hertog geoorloofd zijn, aan deze zijde der Lauwers sterkten te
suchten ; wederkeerige vrijheid vап handel en vеrkеег zou plaats hebben; de boete op manslag werd bepaald en de namaagschap moest voor den dader boeten, doch deze, bij ontstentenis daarvan, aan den lijve gestraft worden ; de ballingen en gevlugten uit Groningen en de Ommelanden , welke den Hertog hadden
gehuldigd , zouden ongehinderd in het bezit hunner goederen terug keeren ; de Groninger ballingen moesten echter ten westen de Lauwers blijven en nooit meer dan op vier mijlen Groningen naderen ; Embden bleef aan Occo ten Broeke. De zeeschuimerijen, welke, 's Hertogs onderzaten zoo veel nadeel hadden toegebragt, werden terstond gestaakt, en de bondgenooten zonden bem vijftig vette ossen ten geschenke. Hij beantwoordde dit blijk van vriendschap door het benoemen vап Occo ten Broeke tot zijnen Kamerheer met het regt, om met acht paarden en zeven bedienden ten hovе te mogen verschijnen. Hij stelde vervolgens onderscheidene ambtenaren in Friesland aan; en om de Friezen zoo veel mogeliik aan zich te hechten, schonk hij zekeren burgers van Leeuwarden en Dokkum tolvrijheid in zijn gebied, overeenkomstig de voorregten onlangs aan Oostergo en Westergo gegeven.
De ingekankerte haat der Friezen tegen vreemde heerschappij ; hun misnoegen , dat zij in het verdrag des Hertogs met de bondgenooten naauwlijks gekend waren, waaruit, naar hunne meening, bleek, dat men hen als een overheerd volk beschouwde ; en het steeds voortsmeulend vuur der tweedragt, waren naar het
schijnt, de oorzaak dat Dokkum en Ezumazijl met Hollanders bezet bleven en een sterk blokhuis of kasteel in de Lemmer werd aangelegd, om de Friezen in toom te houden. Jan van Beijeren, wien de toenemende gisting der gemoederen niet verborgen bleef, herinnerde zoowel de geestelijke als wereldlijke bewindslieden
en gemeenten in Westergo en Oostergo hunne belofte, om drie honderd gewapende mannen onder de bevelen van Florus van Alkemade, slotvoogd in de Lemmer, te stellen, ten einde het land te bewaren, de kwaden te tuchtigen en de goeden te beschermen. Men bekreunde zieh echter zoo weinig aan deze
vermaning en aan het hertogelijk gezag, dat zelfs de Schoterlanders en eenige anderen over zwak ijs naar de Lemmer trokken en het nieuw gebouwde slot bemagtigden en slechtten, bij welks verdediging Van Alkemade sneuvelde. De nadeelen en verwoestingen door den vreesselijken storm en watervloed op
St. Elizabeths nacht veroorzaakt, in welke ook Friesland en Groningen rijkelijk deelden, zullen den Hertog verhinderd hebben, zich over dien hoon te wreken. Gedeeltelijk ontsproot het misnoegen tegen het Hollandsch bewind, uit de baldadigheden en mishandelingen, aan welke vaak de Hollandsche
ambtenaren zich schuldig maakten. De bondgenooten waren evenzeer ontevreden op den Hertog, welligt dewijl hij de weduwe en kinderen van Coppen Jarges en andere uitgewekene Groningers in Friesland te gunstig ondersteunde. Doch welke redenen er ook mogen bestaan hebben, de Friesche Schieringers
en de Vetkoopers-gezinde bondgenooten, kwamen allengs nader tot elkander en eindelijk tot het sluiten van een onderling verbond. Maar Sicco Sjaardema en zijne vrienden, zoo uit haat tegen de Groningers, wien hij den dood zijns kinds verweet , als uit gehechtheid aan Hertog Jan van Beijeren, waren hiertoe
niet te bewegen en beweerden zelfs, dat de burgers vап Franeker en Sloten zich insgelijks in geene onderhandelingen wilden inlaten. Dit verhinderde evenwel niet, dat ten laatste, na het vereffenen van vele tegenstrijdige belangen, het uit den weg ruimen van onderscheidene zwarigheden en het zenden van
wederzijdsche gijzelaars, op eene bijeenkomst van afgevaardigden uit de landen van de Zuiderzee tot aan de Wezer, te Groningen een vrede tusschen de Vetkoopers beoosten en de Schieringers bewesten de Lauwers-, in naam van Occo ten Broeke, de stad Groningen en de Оmmelanden aan de eene zijde, en
van de Grietmans , Geestelijken , regters en gemeenten van Oostergo, Westergo en Zevenwolden aan de andere zijde getroffen werd, waarvan de hoofdvoorwaarden hierop neêrkwamen : volkomen verzoening en eeuwige vrede ; wederzijdsche bescherming en hulp bij buitenlandsche aanvallen; veiligheid
en vrijheid van verkeer ; herstelling van de gevlugte en gebannen Schieringers in het bezit hunner goederen ; handhaving van elks regten en vrijheden; vervolging van de misdadigers als naar reglen ; tuchtiging van den dader zelven en niet van anderen; doodstraf dengenen, welke eene vreemde magt inhaalde ; eindelijk, ontruiming en slechting der vestingwerken te Dokkum, Ezumazijl, Sloterzijl en Houwerzijl. Het verbond werd door allen, in wier naam het gesloten was, onderteckend en bezegeld ; de geestelijke en wereldlijke gezagvoerders in Oostergo en Westergo voegden er echter bij behoudens zoodanige heerlijkheid als Herlog Jan van Beijeren, hun genadige Heer, wien zij gehuldigd en gezworen hadden, er bezat.Denzelfden dag werden deze voorwaarden door onderscheidene Friesche Edelen, zoo Vetkoopers als Schieringers, bekrachtigd , uit wier namen men de hoofdpersonen in de bloedige burgergeschillen van dien tijd leert kennen.
Groot was het misnoegen van Jan van Beijeren op de Oostergoërs en Westergoërs over het deelnemen in eene overeenkomst, waarin zoo vele punten voorkwamen, welke tegen zijne heerlijkheid streden ; doch zijn verbod, het te bezegelen kwam te laat. In plaats van den gesneuvelden Floris van Alkemade,stelde hij Henrik van Renesse aan tot zijnen Kapitein Generaal en Rentmeester over de landen tusschen de Zuiderzee en de Wezer, om die in zijn naam te besturen en te bewaren met bevel en aan de ingezetenen, hem te gehoorzaamen en te eerbiedigen. Hoe weinig acht op deze grootendeels bespottelijke aanmatiging werd geslagen, zal spoedig blijken. Sicco Sjaardema , Wijbrant Hermana en Agge Harinxmа , wier namen in den verbondsbrief gevonden worden,maar dien zij weigerden te bekrachtigen , werden aanstonds voor vijanden des vaderlands verklaard, doch tegen wie de Groningers en Oost-Friezen zouden te velde trekken om de Friezen bewesten de Lauwers te verschoonen, hunne eigene landgenooten te beoorlogen. Daarentegen zou men gezamenlijk de bezetting van Dokkum en Ezumazijl aantasten, dewijl deze , steunende op den bijstand van Holland, weigerde die vestingen goedschiks te verlaten, welke sinds een geruimen tijd de verblijfplaats van zeeschuimers geweest waren. De bondgenooten traden tevens in verbond met de Lübeckers en Hamburgers, welke in dien tijd met Holland in oorlog waren. Op het vernemen der krijgstoerustingen, voegden Agge en Sierk Harinxma nevens de inwoners van Sloten zich bij het bondgenootschap. Zij werden hierin door andere tot nog toe halsstarrige Edelen, zelfs door Sicco Sjaardema gevolgd, toen de voorhoede der bondgenooten aan en over de Lauwers genaderd was en de Oostergoërs en Westergoërs zich in beweging stelden. Geheel Friesland, van de Wezer tot aan de Zuiderzee, had nu den algemeenen zoen aangenomen en zich tot één doel, - omverwerping van alle vreemd gezag, vereenigd. De beide roofnesten der zeeschuimers Dokkum en Ezumazijl, werden opgeeischt en na het bekomen van weigerend antwoord, hevig doch vruchteloos bestormd.
De bondgenooten moesten zich tot insluiting bepalen , en de stoutheid der bezetting maakte hun het belellen van uitvallen ten uiterste moeijelijk.
Ondertusschen kwam onder bevel van Focco Ukena eene aanmerkelijke versterking van manschappen uit de gewesten aan deze en gene zijde der Eems aan de Friesche grenzen, en tevens verscheen eene wel uitgeruste vloot van Hamburg en Lübeck met duizend rappe bootsgezellen bemand, voorzien van metalen stukken en ander nieuw belegeringsgeschut. De schepen drongen in de haven van Ezumazijl digt onder de vesting, welke door een hoogen aarden wal en aan de landzijde door diepe grachteh was omgeven. Zij werd van beide zijden geweldig aangetast, doch elke bestorming met geweld afgeslagen tot eindelijk de vijand, na
het schieten van eene groote bres in de vestingwerken, de sterkte stormenderhand bemagtigde en in de eerste woede eene menigte ballingen en krijgers over de kling joeg. Vier en veertig zeeschuimers werden onthalsd en hunne hoofden op staken langs het strand gezet. Nu zou het Dokkum gelden, maar de bezetting, beducht voor het lot hunner medgezellen te Ezumazijl, nam de vlugt.
Uit: Algemeene Geschiedenis des Vaderlands, van de vroegste tijden tot op heden Volume 2. Van het jaar 900 tot aan 1581.
Zie ook: Fries-Hollandse oorlogen of de uitgebreidere Engelse versie Friso-Hollandic wars.
vrijdag 12 augustus 2011
Oorsprong en afkomst der Watergeuzen
Sneuper Piet de Haan attendeerde mij na mijn vakantie op een digitale bron bij de Koninklijke Bibliotheek: Ursprung und Abkunft der Wassergeusen (pdf). Dit sloot natuurlijk aardig aan op het vorige blogartikel over de watergeus Cornelis van Dockum.
Het Duitstalige artikel van uitgever Wolfgang Ispert en auteur Jurriaan van Toll, Veröffentlichung nr 10 der Forschungsstelle Volk und Raum wilde hiermee een beter beeld geven van de krachten achter de volksopstand aan de vooravond van de Tachtigjarige Oorlog tegen de Spanjaarden.
Wie waren de Watergeuzen die op 1 april 1572 hun eerste grote succes behaalden met de inname van Den Briel?
De groep bestond voornamelijk uit vluchtelingen van allerlei rangen en standen die na de aankomst van Alva in de Nederlanden vanaf schepen plunderingen uitvoerden. Een groep edelen die in 1566 een smeekschrift aanboden aan stadhouder Margaretha van Parma werd door haar kanselier Barlaymont voorgesteld als 'Madame, ce ne sont que des gueux'. Deze Franse benaming (des gueux) voor bedelaars werd als erenaam overgenomen en een zilveren bedelnap werd het bijpassende logo.
De groep zeerovers groeide na de Beeldenstorm en de Slagen bij Heiligerlee (1568) en Jemmingen. Pas op 1 juli 1568 gaf Graaf Lodewijk van Nassau, uit naam van zijn broer Willem van Oranje (de Zwijger), kaperbrieven uit aan Hendrik Thomasse en de uit Kalkar afkomstige Diederik Sonoy. In 1569 werd het zootje ongeregeld door Prins Willem wat meer georganiseerd door ze onder een Waalse admiraal, Adriaan van Bergen, te plaatsen, maar dat hielp weinig. De geuzen hielden zich niet aan de afspraken over hulp en buitverdeling zodat Willem in 1570 de kaperbrieven weer introk en nieuwe uitgaf onder de nieuwe leiding van de Waal Guislain de Tiennes. De Watergeuzen waren inmiddels berucht door hun barbaarse gedrag, zoals Barthold Entens van Menteda die in januari 1571 huishield op Ameland. In het voorjaar van 1572 werden de Watergeuzen onder leiding van Bloys van Treslong zwaar bevochten door de plaatselijke Texelse bevolking zodat ze hun heil op de Noordzee zochten bij een vloot die door de Spanjaarden uit de Engelse havens was verjaagd. Deze vloot onder leiding van Lumey, Graaf van der Mark (ook al een Waal, uit Luik), begaf zich naar Den Briel waar de veerman Jan Pieters Koppelstok namens de Watergeuzen overgave eiste en ook kreeg omdat hij blufte dat ze met 5000 manschappen waren. In werkelijkheid waren het maar enige honderden. Door deze opmerkelijke overwinning sloeg de stemming om ten gunste van de Watergeuzen en volgden spoedig Veere, Vlissingen, Enkhuizen, Hoorn en andere plaatsen in Holland en Zeeland.
In juli 1572 werd in Dordrecht vergaderd over de verdere strategie van de vrijgevochten staten. Willem de Zwijger werd erkend als plaatsvervanger van Filips II en tot Heer van Holland, Zeeland en West-Friesland benoemd. De kaperbrieven werden ingetrokken. Degenen die als zeeman actief bleven vormden de basis voor de latere zeemacht van de Republiek. Dat ook na 1572, zoals bij de Belegering van Leiden, nog watergeuzen genoemd werden moet meer als overblijfsel van de erenaam voor de oude zeemannen gezien worden. De Haagse historicus F. Vogels heeft gedurende 20 jaar namen verzameld van watergeuzen uit diverse bronnen. Een aantal daarvan is gepubliceerd in het Nieuw Nederlands Biografisch Woordenboek.
Van de 618 bekende namen is 75% Nederlander (467), 13% Vlaming of Waal, 7% Duitsers en verder nog enkele Engelsen, Fransen, Dalmatiërs en Scandinaviërs.
Van de Nederlanders waren 208 Fries (44%), 177 Hollanders (38%), 33 Groningers (7%) en 22 Zeeuwen (nog geen 5%!). De overige 27 waren over alle provincies verdeeld. Opmerkelijk zijn dus het merendeel van de Friezen en het zo geringe aantal Zeeuwen.
Ook het feit dat alle admiraals Walen waren is opvallend. Aangezien de geuzenschepen vaak geleid werden door Edelen komen deze ook relatief vaak in de namenlijst voor. Ook hier weer de meeste Friezen maar ook veel Vlamingen.
De Watergeuzen zijn naar herkomst grofweg in 5 groepen te verdelen:
- Gevluchte deelnemers aan de Beeldenstorm van 1566
- Soldaten van de in 1567 uiteengevallen troepen van Hendrik van Brederode
- Deelnemers aan de Slag bij Heiligerlee en Jemmingen (tegen een Spaans leger onder Caspar de Robles) in 1568
- Verarmde adel waarvan de bezittingen waren ingenomen
- Avonturiers
Geen wonder dat de Watergeuzen moeilijk te organiseren waren. De Friezen spanden samen, evenals de Amsterdammers en de admiraals met hun Waalse vertrouwelingen. Ook waren er binnen de groepen diverse familiebanden. De Friese kapitein Douwe van Glins was bijvoorbeeld een zwager van kapitein Jelle Eelsma.
Kijkt u voor alle details, en met name de Namenlijst, in de pdf van Ursprung und Abkunft der Wassergeusen. Een groot aantal geuzen wordt ook genoemd in de Piratenencyclopedie van Arne Zuidhoek, waarover ik eerder al blogde met details van geuzen uit Noordoost Friesland.
Het Duitstalige artikel van uitgever Wolfgang Ispert en auteur Jurriaan van Toll, Veröffentlichung nr 10 der Forschungsstelle Volk und Raum wilde hiermee een beter beeld geven van de krachten achter de volksopstand aan de vooravond van de Tachtigjarige Oorlog tegen de Spanjaarden.
Wie waren de Watergeuzen die op 1 april 1572 hun eerste grote succes behaalden met de inname van Den Briel?
De groep bestond voornamelijk uit vluchtelingen van allerlei rangen en standen die na de aankomst van Alva in de Nederlanden vanaf schepen plunderingen uitvoerden. Een groep edelen die in 1566 een smeekschrift aanboden aan stadhouder Margaretha van Parma werd door haar kanselier Barlaymont voorgesteld als 'Madame, ce ne sont que des gueux'. Deze Franse benaming (des gueux) voor bedelaars werd als erenaam overgenomen en een zilveren bedelnap werd het bijpassende logo.
De groep zeerovers groeide na de Beeldenstorm en de Slagen bij Heiligerlee (1568) en Jemmingen. Pas op 1 juli 1568 gaf Graaf Lodewijk van Nassau, uit naam van zijn broer Willem van Oranje (de Zwijger), kaperbrieven uit aan Hendrik Thomasse en de uit Kalkar afkomstige Diederik Sonoy. In 1569 werd het zootje ongeregeld door Prins Willem wat meer georganiseerd door ze onder een Waalse admiraal, Adriaan van Bergen, te plaatsen, maar dat hielp weinig. De geuzen hielden zich niet aan de afspraken over hulp en buitverdeling zodat Willem in 1570 de kaperbrieven weer introk en nieuwe uitgaf onder de nieuwe leiding van de Waal Guislain de Tiennes. De Watergeuzen waren inmiddels berucht door hun barbaarse gedrag, zoals Barthold Entens van Menteda die in januari 1571 huishield op Ameland. In het voorjaar van 1572 werden de Watergeuzen onder leiding van Bloys van Treslong zwaar bevochten door de plaatselijke Texelse bevolking zodat ze hun heil op de Noordzee zochten bij een vloot die door de Spanjaarden uit de Engelse havens was verjaagd. Deze vloot onder leiding van Lumey, Graaf van der Mark (ook al een Waal, uit Luik), begaf zich naar Den Briel waar de veerman Jan Pieters Koppelstok namens de Watergeuzen overgave eiste en ook kreeg omdat hij blufte dat ze met 5000 manschappen waren. In werkelijkheid waren het maar enige honderden. Door deze opmerkelijke overwinning sloeg de stemming om ten gunste van de Watergeuzen en volgden spoedig Veere, Vlissingen, Enkhuizen, Hoorn en andere plaatsen in Holland en Zeeland.
In juli 1572 werd in Dordrecht vergaderd over de verdere strategie van de vrijgevochten staten. Willem de Zwijger werd erkend als plaatsvervanger van Filips II en tot Heer van Holland, Zeeland en West-Friesland benoemd. De kaperbrieven werden ingetrokken. Degenen die als zeeman actief bleven vormden de basis voor de latere zeemacht van de Republiek. Dat ook na 1572, zoals bij de Belegering van Leiden, nog watergeuzen genoemd werden moet meer als overblijfsel van de erenaam voor de oude zeemannen gezien worden. De Haagse historicus F. Vogels heeft gedurende 20 jaar namen verzameld van watergeuzen uit diverse bronnen. Een aantal daarvan is gepubliceerd in het Nieuw Nederlands Biografisch Woordenboek.
Van de 618 bekende namen is 75% Nederlander (467), 13% Vlaming of Waal, 7% Duitsers en verder nog enkele Engelsen, Fransen, Dalmatiërs en Scandinaviërs.
Van de Nederlanders waren 208 Fries (44%), 177 Hollanders (38%), 33 Groningers (7%) en 22 Zeeuwen (nog geen 5%!). De overige 27 waren over alle provincies verdeeld. Opmerkelijk zijn dus het merendeel van de Friezen en het zo geringe aantal Zeeuwen.
Ook het feit dat alle admiraals Walen waren is opvallend. Aangezien de geuzenschepen vaak geleid werden door Edelen komen deze ook relatief vaak in de namenlijst voor. Ook hier weer de meeste Friezen maar ook veel Vlamingen.
De Watergeuzen zijn naar herkomst grofweg in 5 groepen te verdelen:
- Gevluchte deelnemers aan de Beeldenstorm van 1566
- Soldaten van de in 1567 uiteengevallen troepen van Hendrik van Brederode
- Deelnemers aan de Slag bij Heiligerlee en Jemmingen (tegen een Spaans leger onder Caspar de Robles) in 1568
- Verarmde adel waarvan de bezittingen waren ingenomen
- Avonturiers
Geen wonder dat de Watergeuzen moeilijk te organiseren waren. De Friezen spanden samen, evenals de Amsterdammers en de admiraals met hun Waalse vertrouwelingen. Ook waren er binnen de groepen diverse familiebanden. De Friese kapitein Douwe van Glins was bijvoorbeeld een zwager van kapitein Jelle Eelsma.
Kijkt u voor alle details, en met name de Namenlijst, in de pdf van Ursprung und Abkunft der Wassergeusen. Een groot aantal geuzen wordt ook genoemd in de Piratenencyclopedie van Arne Zuidhoek, waarover ik eerder al blogde met details van geuzen uit Noordoost Friesland.
dinsdag 26 juli 2011
Watergeus Cornelis van Dockum in 1569 te Amsterdam opgehangen
Velen kennen de verhalen uit de geschiedenisboekjes over de Watergeuzen en dan is met name de inname van Den Briel in 1572 bekend. Vooral ook omdat Alva daar zogenaamd zijn bril verloor. Diverse Dokkumers, waaronder de gebroeders Abels waren hierbij actief betrokken.
Maar al jaren daarvoor bereidden de Watergeuzen zich vanuit het Waddengebied voor op hun guerilla tegen de Spaanse overheerser.
De Spanjaarden deden er dan ook alles aan om de ketterse watergeuzen tegen te werken en vanuit het Spaansgezinde Amsterdam lukte dat aanvankelijk vrij goed.
Het verhaal kunnen we uitgebreid lezen in de uitgave Amstelodamum van 1937.
Ik had de CD-ROM met de jaargangen 1902-2000 al een tijdje in huis maar merkte dat de pdf-indexen niet meer goed werkten (de versie is inmiddels te verouderd vermoed ik). Op zoek naar een update of plugin kwam ik op de website van het Genootschap Amstelodamum en zag tot mijn verbazing dat de eeuw aan pdf's inmiddels geheel en gratis online staan! Met daarbij een mooie zoekmachine en online inhoudsopgave die goed en soepel werkt.
Gelijk dus maar even gezocht op Dokkum en Dockum en zo vind je toch weer leuke dingen.
Zoals dus het verhaal waar de titel boven dit artikel van is afgeleid: Terechtstelling van drie Watergeuzen te Amsterdam in 1569, in Amstelodamum 1937 (pdf). Een van de drie Watergeuzen was Cornelis van Dockum.
Maar al jaren daarvoor bereidden de Watergeuzen zich vanuit het Waddengebied voor op hun guerilla tegen de Spaanse overheerser.
De Spanjaarden deden er dan ook alles aan om de ketterse watergeuzen tegen te werken en vanuit het Spaansgezinde Amsterdam lukte dat aanvankelijk vrij goed.
Het verhaal kunnen we uitgebreid lezen in de uitgave Amstelodamum van 1937.
Ik had de CD-ROM met de jaargangen 1902-2000 al een tijdje in huis maar merkte dat de pdf-indexen niet meer goed werkten (de versie is inmiddels te verouderd vermoed ik). Op zoek naar een update of plugin kwam ik op de website van het Genootschap Amstelodamum en zag tot mijn verbazing dat de eeuw aan pdf's inmiddels geheel en gratis online staan! Met daarbij een mooie zoekmachine en online inhoudsopgave die goed en soepel werkt.
Gelijk dus maar even gezocht op Dokkum en Dockum en zo vind je toch weer leuke dingen.
Zoals dus het verhaal waar de titel boven dit artikel van is afgeleid: Terechtstelling van drie Watergeuzen te Amsterdam in 1569, in Amstelodamum 1937 (pdf). Een van de drie Watergeuzen was Cornelis van Dockum.
vrijdag 22 juli 2011
Dokkum en Anjum in online Atlas Schoemaker
De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag heeft in zijn digitale Geheugen van Nederland een prachtige oude atlas opgenomen: de Atlas Schoemaker.
De collectie bevat alle kleurenafbeeldingen uit de verspreide handschriften van vader en zoon Schoemaker. Het gaat om ruim 2600 topografische tekeningen, beschrijvingen en prenten van Nederlandse steden, dorpen en gehuchten die zij tijdens hun reizen maakten. De collectie geeft een uniek beeld van Nederland in de vroege achttiende eeuw.
In de jaren 20 van de achttiende eeuw bezocht de textielkoopman Andries Schoemaker vele dorpen, steden en gehuchten.
Ik heb natuurlijk gelijk even gekeken of er in de Atlas Schoemaker ook plaatsen in Noordoost Friesland zijn afgebeeld. En ja hoor, Dokkum heeft een paar mooie tekeningen van de stads-skyline rond 1720 en zelfs kleinere plaatsen als Anjum (met kerk en molen en zie ik nu rechts op de tekening de openstaande deuren van de Ezumazijl?), Driesum, Foudgum, Bornwird en Ferwerd zijn vereeuwigd.
Ook zijn er afbeeldingen van Friese klederdracht, de verdrinking van de prins in 1711 en Willem Lodewijk.
De collectie bevat alle kleurenafbeeldingen uit de verspreide handschriften van vader en zoon Schoemaker. Het gaat om ruim 2600 topografische tekeningen, beschrijvingen en prenten van Nederlandse steden, dorpen en gehuchten die zij tijdens hun reizen maakten. De collectie geeft een uniek beeld van Nederland in de vroege achttiende eeuw.
In de jaren 20 van de achttiende eeuw bezocht de textielkoopman Andries Schoemaker vele dorpen, steden en gehuchten.
Ik heb natuurlijk gelijk even gekeken of er in de Atlas Schoemaker ook plaatsen in Noordoost Friesland zijn afgebeeld. En ja hoor, Dokkum heeft een paar mooie tekeningen van de stads-skyline rond 1720 en zelfs kleinere plaatsen als Anjum (met kerk en molen en zie ik nu rechts op de tekening de openstaande deuren van de Ezumazijl?), Driesum, Foudgum, Bornwird en Ferwerd zijn vereeuwigd.
Ook zijn er afbeeldingen van Friese klederdracht, de verdrinking van de prins in 1711 en Willem Lodewijk.
dinsdag 19 juli 2011
Friese koe centraal in Historisch Tijdschrift Fryslan
Historisch Tijdschrift Fryslân, het tweemaandelijkse tijdschrift van het Koninklijk Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur heeft deze keer als thema De Friese Koe. Het thema wordt besproken aan de hand van een gevarieerd aantal artikelen, voor een groot deel geschreven door Reimer Strikwerda:
- Friese zwartbonte koeien: eens aanbeden, nu zeldzaam.
- Friese koe als geliefd kunstobject. Zoals bv de schilderijen van Marleen Felius.
- Internationale belangstelling voor topstieren, i.s.m. Kerst Huisman.
- Simon Knol legde basis voor klassieke Friese koe (met name stier Adema 197, geboren in 1834, te Hartwerd).
- Rommert Politiek: reder fan de Fryske boer en ko. 'Neat praktysker as in goeie teory'.
- Boijen de Boer brak door met Holsteinkoe.
Verder nog een keur aan artikelen, zoals Bij het graf van Binne Roelofs Veltman (in 1921 dodelijk getroffen door de bliksem), Chalets uit de bergen in het vlakke Friese land, Doperse monumenten in Witmarsum en Maatje XXXS over poppenmode uit de 18e eeuw en in de rubriek Uitvinders en pioniers: Abe Gerlsma en de snarenbedpootmachine.
In de rubriek Kort Nieuws o.a. de mededeling dat het Fries Museum een schilderij van Dirck de Horn, geboren te Leeuwarden in 1626, heeft verworven (een vanitas-stilleven).
Het Fries Genootschap is dé vereniging voor iedereen met belangstelling voor de geschiedenis en cultuur van Fryslân. Het Genootschap heeft een traditie die teruggaat tot de oprichting in 1827, maar is er in de eerste plaats voor de mensen van hier en nu, voor de Friezen en voor hen die zich met Fryslân verbonden voelen.
Het Fries Genootschap geeft naast Historisch Tijdschrift Fryslân ook het wetenschappelijk jaarboek De Vrije Fries uit, en organiseert allerlei activiteiten op historisch gebied, zoals excursies, lezingen en symposia.
Met Historisch Tijdschrift Fryslân laat het Fries Genootschap zien dat de geschiedenis van Fryslân een spannend verhaal is, dat nooit is afgelopen. Door de verbinding met de actualiteit te leggen maakt het tijdschrift duidelijk dat wie het Fryslân van nu wil begrijpen, het verleden moet kennen.
Lid worden van de vereniging: Voor € 37,50 per jaar bent u lid van het Koninklijk Fries Genootschap. Niet alleen ontvangt u dan Historisch Tijdschrift Fryslân en De Vrije Fries, u hebt ook gratis toegang tot het prachtige Fries Museum en tot de activiteiten van het Genootschap. Wie iets met Fryslân heeft, is lid van het Genootschap!
Voor meer informatie over de vereniging zie ook: http://www.friesgenootschap.nl/
- Friese zwartbonte koeien: eens aanbeden, nu zeldzaam.
- Friese koe als geliefd kunstobject. Zoals bv de schilderijen van Marleen Felius.
- Internationale belangstelling voor topstieren, i.s.m. Kerst Huisman.
- Simon Knol legde basis voor klassieke Friese koe (met name stier Adema 197, geboren in 1834, te Hartwerd).
- Rommert Politiek: reder fan de Fryske boer en ko. 'Neat praktysker as in goeie teory'.
- Boijen de Boer brak door met Holsteinkoe.
Verder nog een keur aan artikelen, zoals Bij het graf van Binne Roelofs Veltman (in 1921 dodelijk getroffen door de bliksem), Chalets uit de bergen in het vlakke Friese land, Doperse monumenten in Witmarsum en Maatje XXXS over poppenmode uit de 18e eeuw en in de rubriek Uitvinders en pioniers: Abe Gerlsma en de snarenbedpootmachine.
In de rubriek Kort Nieuws o.a. de mededeling dat het Fries Museum een schilderij van Dirck de Horn, geboren te Leeuwarden in 1626, heeft verworven (een vanitas-stilleven).
Het Fries Genootschap is dé vereniging voor iedereen met belangstelling voor de geschiedenis en cultuur van Fryslân. Het Genootschap heeft een traditie die teruggaat tot de oprichting in 1827, maar is er in de eerste plaats voor de mensen van hier en nu, voor de Friezen en voor hen die zich met Fryslân verbonden voelen.
Het Fries Genootschap geeft naast Historisch Tijdschrift Fryslân ook het wetenschappelijk jaarboek De Vrije Fries uit, en organiseert allerlei activiteiten op historisch gebied, zoals excursies, lezingen en symposia.
Met Historisch Tijdschrift Fryslân laat het Fries Genootschap zien dat de geschiedenis van Fryslân een spannend verhaal is, dat nooit is afgelopen. Door de verbinding met de actualiteit te leggen maakt het tijdschrift duidelijk dat wie het Fryslân van nu wil begrijpen, het verleden moet kennen.
Lid worden van de vereniging: Voor € 37,50 per jaar bent u lid van het Koninklijk Fries Genootschap. Niet alleen ontvangt u dan Historisch Tijdschrift Fryslân en De Vrije Fries, u hebt ook gratis toegang tot het prachtige Fries Museum en tot de activiteiten van het Genootschap. Wie iets met Fryslân heeft, is lid van het Genootschap!
Voor meer informatie over de vereniging zie ook: http://www.friesgenootschap.nl/
zondag 17 juli 2011
Dagboeken stadhouder Willem Frederik als genealogische bron
Gedigitaliseerde boeken zijn vaak een interessante bron voor het aankleden van een stamboom of zelfs voor het vinden van nieuwe genealogische gegevens. Om enigszins gericht te kunnen zoeken is het prettig als er een goede index op persoonsnamen of geografische namen in het boek is opgenomen.
Zelfs als u zelf een boek heeft geschreven maar die niet integraal online wilt zetten is het aan te bevelen op zijn minst deze index online te zetten. Genealogen die aanknopingspunten zien kunnen dan contact met u opnemen of gewoon het boek aanschaffen.
Een mooi voorbeeld van een gedigitaliseerde boekenbron is Gloria parendi. Dagboeken van Willem Frederik, stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe, 1643-1649, 1651-1654, in 1995 uitgegeven door het Nederlands Historisch Genootschap, Den Haag.
Willem Frederik van Nassau-Dietz was ogenschijnlijk de hele dag bezig mensen te ontvangen die iets van hem nodig hadden, vooral de gunst van een lucratieve baan. En daar zaten verrassend genoeg niet alleen edelmannen maar ook relatief veel eenvoudige luiden tussen.
En omdat het stadhouderlijk hof in Leeuwarden zetelde kwamen er natuurlijk veel Friezen op bezoek
Als we gewoon eens kijken in de Index van persoonsnamen en instellingen dan zien we bij de J zo een heel rijtje nijsgjirriche Friezen:
In 1647 kwam bovengenoemde Jan Geerts uit Dokkum op audiëntie en die had een bijzondere ontboezeming: 29 januarii/8 februarii vriedach in de kerck geweest. - Gauma iss volmacht, bij mij geweest, recomandeert sijn persoon tot een ampt. - Jongstal, om mij de stemming op Het Bildt te laeten sien, daer Boschuysen groote ongelijck heeft. - Mit eenighe officiren gegeten. - Jan Geertz van Dockum bij mij geweest, volmacht, begeerde een ampt, vertelde mij hoe hij op de galeye had geseten en hoe hij ontkomen wass geweest door een storm, dat de galeye strande.
Niet alleen is Jan Geerts dus gevangene op de galeien geweest (slachtoffer van Barbarijse kapers of soms ook wel als gevangenisstraf), hij heeft ook heelhuids kunnen ontkomen na een stranding en is te Dokkum volmacht in de Staten van Friesland geworden.
Ook in 1647: 20 februari/2 meert saterdach Jan Gerckes gesproocken, die mij seide dat het niet profitelijck solde sijn voor het landtschap, dat het slijck van Dockum verkoft en bedijckt wierde, omdat veul landt in drie griteniën solde onder water lopen en dat de vaert nae Dockum heel soude mit slijck gevult worden. Oock iss het landt binnen leger als buyten, soodat men de sluysen niet wel kan maecken, omdat se te hooch moeten sijn, alsoock de deuren van de sluys niet bestant kunnen sijn, omdat men se te groot en hooch moet maecken, om de schepen mit opstaende masten daerdoor te vaeren. - Ick seide dit alles aen Marcelis Govertz, die der niet tegens wiste te seggen; hij woude andere luyden soucken, die daerop wel souden antwoorden en wederleggen die reedenen.
Kijkt u zelf ook eens in deze mooie bron, eventueel via de Index op aardrijkskundige namen.
Zelfs als u zelf een boek heeft geschreven maar die niet integraal online wilt zetten is het aan te bevelen op zijn minst deze index online te zetten. Genealogen die aanknopingspunten zien kunnen dan contact met u opnemen of gewoon het boek aanschaffen.
Een mooi voorbeeld van een gedigitaliseerde boekenbron is Gloria parendi. Dagboeken van Willem Frederik, stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe, 1643-1649, 1651-1654, in 1995 uitgegeven door het Nederlands Historisch Genootschap, Den Haag.
Willem Frederik van Nassau-Dietz was ogenschijnlijk de hele dag bezig mensen te ontvangen die iets van hem nodig hadden, vooral de gunst van een lucratieve baan. En daar zaten verrassend genoeg niet alleen edelmannen maar ook relatief veel eenvoudige luiden tussen.
En omdat het stadhouderlijk hof in Leeuwarden zetelde kwamen er natuurlijk veel Friezen op bezoek
Als we gewoon eens kijken in de Index van persoonsnamen en instellingen dan zien we bij de J zo een heel rijtje nijsgjirriche Friezen:
| Jan Gabbes; boer te Leeuwarden: I 117 | ||||
| Jan Geerts; volmacht namens Dokkum in de Staten van Friesland: V 49, 53 | ||||
| Jan Gerckes; Dokkumer regent: V 66, 278 | ||||
| Jan Hendrickx; lid der gezworen gemeente van Dokkum: IV 252 | ||||
| Jan Merks (Janne Merckx): VII 28 | ||||
| Jan Sijtses (Jan Cijtses) († 1668); lakenkoper te Leeuwarden: VII 108 | ||||
| Jan Simons; lid van de vroedschap van Stavoren: II 110 |
In 1647 kwam bovengenoemde Jan Geerts uit Dokkum op audiëntie en die had een bijzondere ontboezeming: 29 januarii/8 februarii vriedach in de kerck geweest. - Gauma iss volmacht, bij mij geweest, recomandeert sijn persoon tot een ampt. - Jongstal, om mij de stemming op Het Bildt te laeten sien, daer Boschuysen groote ongelijck heeft. - Mit eenighe officiren gegeten. - Jan Geertz van Dockum bij mij geweest, volmacht, begeerde een ampt, vertelde mij hoe hij op de galeye had geseten en hoe hij ontkomen wass geweest door een storm, dat de galeye strande.
Niet alleen is Jan Geerts dus gevangene op de galeien geweest (slachtoffer van Barbarijse kapers of soms ook wel als gevangenisstraf), hij heeft ook heelhuids kunnen ontkomen na een stranding en is te Dokkum volmacht in de Staten van Friesland geworden.
Ook in 1647: 20 februari/2 meert saterdach Jan Gerckes gesproocken, die mij seide dat het niet profitelijck solde sijn voor het landtschap, dat het slijck van Dockum verkoft en bedijckt wierde, omdat veul landt in drie griteniën solde onder water lopen en dat de vaert nae Dockum heel soude mit slijck gevult worden. Oock iss het landt binnen leger als buyten, soodat men de sluysen niet wel kan maecken, omdat se te hooch moeten sijn, alsoock de deuren van de sluys niet bestant kunnen sijn, omdat men se te groot en hooch moet maecken, om de schepen mit opstaende masten daerdoor te vaeren. - Ick seide dit alles aen Marcelis Govertz, die der niet tegens wiste te seggen; hij woude andere luyden soucken, die daerop wel souden antwoorden en wederleggen die reedenen.
Kijkt u zelf ook eens in deze mooie bron, eventueel via de Index op aardrijkskundige namen.
woensdag 13 juli 2011
Met de bus op de sneup door Friesland
In de zomervakantie is er bij Tresoar een leuke tentoonstelling over het Friese openbaar busvervoer tussen 1945 en 1980 te beleven.
In het Fries heet het Mei de bus. Frysk iepenbier busferfier 1945-1980.
De tentoonstellingsruimte is omgebouwd tot een sfeervolle garage waarin een bus in aanbouw centraal staat. Bezoekers kunnen zelf achter het stuur kruipen om een virtueel ritje te maken.
Tresoar heeft er ook een speciale website voor ingericht die de oude tijd doet herbeleven.
Niet alleen kunnen prachtige nostalgische foto's en films bekeken worden, ook het publiek kan zijn eigen herinneringen en anekdotes delen met anderen. Als u dus zelf nog mooie oude foto's of leuke verhalen heeft, stuur ze dus in!
Over het Openbaar Vervoer in Noordoost Friesland is enkele jaren geleden een mooi boek verschenen waaraan oa sneuper Henk Aartsma heeft meegewerkt.
En om het echt een belevenis te maken is er voor vrijdag 22 juli een bustocht met een 30 jaar oude bus door de provincie Friesland georganiseerd.
De dag begint ’s ochtends om 9.00 uur met een kop koffie bij Tresoar, waar u ook nog de mogelijkheid heeft om een kijkje te nemen bij de tentoonstelling Mei de bus. Fries openbaar busvervoer 1945-1980.
Met een bijna 30 jaar oude Saurer-bus wordt eerst koers gezet naar Balk, waar gestopt wordt bij de voormalige ZWH-garage. Vervolgens gaat de reis naar Heerenveen, waar de lunch zal worden genuttigd. In Drachten zal een bezoek worden gebracht bij het kantoor van Qbuzz en/of bij de garage van Jan Hofstra, waarna teruggekeerd wordt naar Leeuwarden. Rond 17.00 uur eindigt de excursie.
Tijdens de rit zullen vooral voormalige routelijnen van de LAB, de ZWH en de NTM gevolgd worden. Een busdeskundige zal wijzen op de plaatsen en gebouwen, die in het busvervoer in de 50-er, 60-er en 70-er jaren een belangrijke rol hebben gespeeld.
De prijs per persoon bedraagt € 39. Bij deze kosten is de lunch inbegrepen.
Het bedrag kan worden overgemaakt op bankrekeningnummer 127594264 t.n.v. Tresoar in Leeuwarden, onder vermelding van ‘Busrit 22 juli 2011’
Opgeven kan tot en met uiterlijk zondag 17 juli op info@tresoar.nl of telefonisch bij Petra Bierma of Marja de Graaf (tel. 058-7890789).
In het Fries heet het Mei de bus. Frysk iepenbier busferfier 1945-1980.
De tentoonstellingsruimte is omgebouwd tot een sfeervolle garage waarin een bus in aanbouw centraal staat. Bezoekers kunnen zelf achter het stuur kruipen om een virtueel ritje te maken.
Tresoar heeft er ook een speciale website voor ingericht die de oude tijd doet herbeleven.
Niet alleen kunnen prachtige nostalgische foto's en films bekeken worden, ook het publiek kan zijn eigen herinneringen en anekdotes delen met anderen. Als u dus zelf nog mooie oude foto's of leuke verhalen heeft, stuur ze dus in!
Over het Openbaar Vervoer in Noordoost Friesland is enkele jaren geleden een mooi boek verschenen waaraan oa sneuper Henk Aartsma heeft meegewerkt.
En om het echt een belevenis te maken is er voor vrijdag 22 juli een bustocht met een 30 jaar oude bus door de provincie Friesland georganiseerd.
De dag begint ’s ochtends om 9.00 uur met een kop koffie bij Tresoar, waar u ook nog de mogelijkheid heeft om een kijkje te nemen bij de tentoonstelling Mei de bus. Fries openbaar busvervoer 1945-1980.
Met een bijna 30 jaar oude Saurer-bus wordt eerst koers gezet naar Balk, waar gestopt wordt bij de voormalige ZWH-garage. Vervolgens gaat de reis naar Heerenveen, waar de lunch zal worden genuttigd. In Drachten zal een bezoek worden gebracht bij het kantoor van Qbuzz en/of bij de garage van Jan Hofstra, waarna teruggekeerd wordt naar Leeuwarden. Rond 17.00 uur eindigt de excursie.
Tijdens de rit zullen vooral voormalige routelijnen van de LAB, de ZWH en de NTM gevolgd worden. Een busdeskundige zal wijzen op de plaatsen en gebouwen, die in het busvervoer in de 50-er, 60-er en 70-er jaren een belangrijke rol hebben gespeeld.
De prijs per persoon bedraagt € 39. Bij deze kosten is de lunch inbegrepen.
Het bedrag kan worden overgemaakt op bankrekeningnummer 127594264 t.n.v. Tresoar in Leeuwarden, onder vermelding van ‘Busrit 22 juli 2011’
Opgeven kan tot en met uiterlijk zondag 17 juli op info@tresoar.nl of telefonisch bij Petra Bierma of Marja de Graaf (tel. 058-7890789).
zaterdag 9 juli 2011
Tsjerkepaad in Noordoost Friesland met veertig kerken
In de zomer van 2011 doen 270 kerken in Friesland, waaronder 40 in Noordoost Friesland, mee met Tsjerkepaad.
In 2004 is op initiatief van de Raad van Kerken Friesland gestart met het openstellen van een 25 tal kerken in de zomermaanden op de zaterdagmiddag. In 2010 is het uitgegroeid tot de openstelling van bijna 250 kerken in geheel Friesland (incl. de Friese Waddeneilanden) met wel 40.000 bezoekers. In 2011 hebben 270 kerken aangegeven mee te willen doen aan Tsjerkepaad.
De meeste kerken zijn in de zomermaanden wekelijks op de zaterdagmiddag geopend andere minder vaak. Vrijwilligers staan klaar om als gastheer of gastvrouw iets over de geschiedenis van de kerk te vertellen en er is veelal zelfs koffie of thee. Als extra worden er vaak nevenactiviteiten georganiseerd zoals exposities, concerten of speciale fietsroutes. Maar de kerken of kerkjes kunnen u ook uitnodigen tot rust en bezinning.
De deelnemende kerken herkent u aan de speciale Tsjerkepaadvlag. De meeste kerken zijn open op zaterdag van 13.30 uur tot 17.00 uur. Bij de VVV’s en de deelnemende kerken zijn speciale gidsen en folders verkrijgbaar met daarin een korte beschrijving van de kerken. Veel oude opschriften van graven (voor 1811) kunt u ook terugvinden op de site van sneuper Hessel de Walle.
Recentere grafteksten vindt u op http://www.graftombe.nl/
In 2004 is op initiatief van de Raad van Kerken Friesland gestart met het openstellen van een 25 tal kerken in de zomermaanden op de zaterdagmiddag. In 2010 is het uitgegroeid tot de openstelling van bijna 250 kerken in geheel Friesland (incl. de Friese Waddeneilanden) met wel 40.000 bezoekers. In 2011 hebben 270 kerken aangegeven mee te willen doen aan Tsjerkepaad.
De meeste kerken zijn in de zomermaanden wekelijks op de zaterdagmiddag geopend andere minder vaak. Vrijwilligers staan klaar om als gastheer of gastvrouw iets over de geschiedenis van de kerk te vertellen en er is veelal zelfs koffie of thee. Als extra worden er vaak nevenactiviteiten georganiseerd zoals exposities, concerten of speciale fietsroutes. Maar de kerken of kerkjes kunnen u ook uitnodigen tot rust en bezinning.
De deelnemende kerken herkent u aan de speciale Tsjerkepaadvlag. De meeste kerken zijn open op zaterdag van 13.30 uur tot 17.00 uur. Bij de VVV’s en de deelnemende kerken zijn speciale gidsen en folders verkrijgbaar met daarin een korte beschrijving van de kerken. Veel oude opschriften van graven (voor 1811) kunt u ook terugvinden op de site van sneuper Hessel de Walle.
Recentere grafteksten vindt u op http://www.graftombe.nl/
vrijdag 8 juli 2011
Zeepaard in Moddergat
Nieuwe expositie in museum ’t Fiskershúske: De fascinerende vissen van Nel Kamphuis
In museum ’t Fiskershúske in Moddergat is de verkoopexpositie ‘De fascinerende vissen van Nel Kamphuis’ te bezichtigen.
Speciaal voor ’t Fiskershúske creëerde Nel Kamphuis (de Wilp, 1954) een fascinerende wereld van zeewezens. De speelse ‘schilderijen’ zijn zowel twee- als driedimensionaal en opgebouwd uit gewone en bijzondere materialen, zoals verfvelletjes.
Pas op latere leeftijd is Nel Kamphuis als kunstenaar gaan werken. Daarvoor was zij jarenlang onderwijzeres en vakdocent muziek.
In 2001 deed zij toelatingsexamen voor de opleiding voor autonome kunst aan de Kunsthogeschool ArtEZ in Arnhem. Na haar afstudeerproject in 2006 werd zij genomineerd voor een artists-in-residence periode van 6 maanden in het Kunstenlab in Deventer.
Na deze periode ontving zij de Kunstprijs 2007 van de Saxion Hogeschool. Dit hield onder meer in dat zij de opdracht kreeg voor het vervaardigen van een werkstuk voor het gebouw van de hogeschool in Deventer.
Voor het gebouw van de Provinciale Bibliotheek Centrale Gelderland maakte zij een driedimensionale boekenwandinstallatie van series minutieus gevouwen pocketboeken. Nel Kamphuis exposeert regelmatig, zowel solo als in groepsverband (o.a. Radboudziekenhuis Nijmegen, Lipschitz faculteit RU Leiden).
Nel Kamphuis is niet onbekend met de omgeving van Moddergat. Haar vader was lang geleden dominee in het nabijgelegen Wierum. Voor haar is het platteland en de zee, de oorsprong van het leven, een grote inspiratiebron.
Vanaf 2009 woont en werkt Nel Kamphuis in het Drentse Eext.
De werken zijn te koop. Bij de expositie is een catalogus verschenen en er zijn ansichtkaarten en boekenleggers met werk van Nel Kamphuis te koop.
De expositie ‘De fascinerende vissen van Nel Kamphuis’ is te zien tot en met zondag 30 oktober.
In museum ’t Fiskershúske in Moddergat is de verkoopexpositie ‘De fascinerende vissen van Nel Kamphuis’ te bezichtigen.
Speciaal voor ’t Fiskershúske creëerde Nel Kamphuis (de Wilp, 1954) een fascinerende wereld van zeewezens. De speelse ‘schilderijen’ zijn zowel twee- als driedimensionaal en opgebouwd uit gewone en bijzondere materialen, zoals verfvelletjes.
Pas op latere leeftijd is Nel Kamphuis als kunstenaar gaan werken. Daarvoor was zij jarenlang onderwijzeres en vakdocent muziek.
In 2001 deed zij toelatingsexamen voor de opleiding voor autonome kunst aan de Kunsthogeschool ArtEZ in Arnhem. Na haar afstudeerproject in 2006 werd zij genomineerd voor een artists-in-residence periode van 6 maanden in het Kunstenlab in Deventer.
Na deze periode ontving zij de Kunstprijs 2007 van de Saxion Hogeschool. Dit hield onder meer in dat zij de opdracht kreeg voor het vervaardigen van een werkstuk voor het gebouw van de hogeschool in Deventer.
Voor het gebouw van de Provinciale Bibliotheek Centrale Gelderland maakte zij een driedimensionale boekenwandinstallatie van series minutieus gevouwen pocketboeken. Nel Kamphuis exposeert regelmatig, zowel solo als in groepsverband (o.a. Radboudziekenhuis Nijmegen, Lipschitz faculteit RU Leiden).
Nel Kamphuis is niet onbekend met de omgeving van Moddergat. Haar vader was lang geleden dominee in het nabijgelegen Wierum. Voor haar is het platteland en de zee, de oorsprong van het leven, een grote inspiratiebron.
Vanaf 2009 woont en werkt Nel Kamphuis in het Drentse Eext.
De werken zijn te koop. Bij de expositie is een catalogus verschenen en er zijn ansichtkaarten en boekenleggers met werk van Nel Kamphuis te koop.
De expositie ‘De fascinerende vissen van Nel Kamphuis’ is te zien tot en met zondag 30 oktober.
maandag 4 juli 2011
Gevangen Amelanders en IJe Wijkstra in 11en30 juli 2011
In het julinummer van 11en30, de publicatie van NGV Friesland, vond ik weer enige interessante artikelen.
Amelanders in Duinkerkense gevangenis?
Dit korte artikel van Harry Zanting uit Maartensdijk beschrijft in globale lijn de ontwikkeling van de Heerlijkheid Ameland vanaf eind 15e eeuw tot begin 17e eeuw. De adellijke familie Camminga was eeuwenlang Heer van Ameland. Als in 1624 Sicco Camminga overlijdt wordt zijn zoon Pieter de nieuwe 'vrij- en erfheer van Amelant'. Zus Catharina is getrouwd met de sluwe Ernst Zumm, officier in het leger van de Verenigde Nederlanden en edelman uit Pommern. Deze probeert het aloude leenrecht bij de Duitse keizer te ondermijnen en heeft daarvoor contact met de rijke Roelof van Echten. In ruil voor tenminste 2000 gulden zou deze recht krijgen op de helft van de in te dijken gronden op Ameland. Als vervolgens in 1638 Pieter overlijdt probeert Zumm van de ontevredenheid van de Amelander bevolking te profiteren om de macht over te nemen. Via de rentmeester van Roelof van Echten, Carst Pieters, probeert hij een huurlingenleger op de been te krijgen. Carst Pieters rapporteert over de voortgang aan Van Echten en vermeld daarbij ook dat Zumm brieven geschreven heeft om de Amelander schippers die door Duinkerker kapers gevangen zijn genomen vrij te krijgen. Niet alleen de Duinkerker kapers leefden van roofbuit en losgelden, in de Friese lidmatenboeken wordt ook regelmatig een collecte vermeld 'ter lossing van personen die bij den Turck gevangen zitten', ofwel Friezen als slaven van Barbarijse kapers.
Een boekje van 84 blz 'Carst Pieters, een aparte voorvader' is te bestellen bij Zanting voor 8,75.
In 'Op de vlucht voor de buurman' beschrijft Mattie Bruining-Hoeksma hoe haar moeder als buurmeisje van IJe Wijkstra de moord op de vier politiemannen had meegemaakt. Haar grootvader bleek een uitgebreide getuigenverklaring te hebben afgelegd die bewaard is in een online dossier bij Tresoar waar ook situatietekeningen in zijn opgenomen.
Tresoar kwam zelf vandaag ook met een nieuwe editie van het internetmagazine Friesland zoals het was. Nu met aflevering 48. Ook daarin een adellijk lid van de familie Camminga, die in dit geval het kasteel Wiarda State te Goutum te koop aanbiedt.
Tevens de geboorte-acte van Anno Sjoerd Brandsma op 23 februari 1881, bij de katholieken bekend onder de naam Titus Brandsma. Dat was dus eigenlijk de naam van zijn vader, een veehouder. Ze woonden in de gemeente Wonseradeel, gelegen in Noordwest Friesland, over welke gemeente de heren Bonnema en Martens een zeer informatieve site hebben gelanceerd. Hierop is een database beschikbaar met inwoners van Wonseradeel waarbij informatie uit Speciekohieren gekoppeld is aan de Quotisatiekohieren en Personele kohieren.
Een mooie reportage over de resten van het Klooster Klaarkamp in Rinsumageest is verschenen in het Tijdschrift van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, zomernummer 2011. Zowel digitaal door te bladeren als gratis op papier aan te vragen via de site van RCE.
En last but not least heeft de Fryske Akademy haar publicatie Ut de Smidte, het dubbelnummer van juni 2011 ook online gezet. Hierin informatie over Genealogysk Jierboek 2010, It Beaken en de Vrije Fries deel 90.
U kunt ook weer nieuwe leden voordragen om Lid te worden van de Fryske Akademy. U moet dan wel even toelichten wat hun speciale verdiensten voor de Friese cultuur zijn!
Amelanders in Duinkerkense gevangenis?
Dit korte artikel van Harry Zanting uit Maartensdijk beschrijft in globale lijn de ontwikkeling van de Heerlijkheid Ameland vanaf eind 15e eeuw tot begin 17e eeuw. De adellijke familie Camminga was eeuwenlang Heer van Ameland. Als in 1624 Sicco Camminga overlijdt wordt zijn zoon Pieter de nieuwe 'vrij- en erfheer van Amelant'. Zus Catharina is getrouwd met de sluwe Ernst Zumm, officier in het leger van de Verenigde Nederlanden en edelman uit Pommern. Deze probeert het aloude leenrecht bij de Duitse keizer te ondermijnen en heeft daarvoor contact met de rijke Roelof van Echten. In ruil voor tenminste 2000 gulden zou deze recht krijgen op de helft van de in te dijken gronden op Ameland. Als vervolgens in 1638 Pieter overlijdt probeert Zumm van de ontevredenheid van de Amelander bevolking te profiteren om de macht over te nemen. Via de rentmeester van Roelof van Echten, Carst Pieters, probeert hij een huurlingenleger op de been te krijgen. Carst Pieters rapporteert over de voortgang aan Van Echten en vermeld daarbij ook dat Zumm brieven geschreven heeft om de Amelander schippers die door Duinkerker kapers gevangen zijn genomen vrij te krijgen. Niet alleen de Duinkerker kapers leefden van roofbuit en losgelden, in de Friese lidmatenboeken wordt ook regelmatig een collecte vermeld 'ter lossing van personen die bij den Turck gevangen zitten', ofwel Friezen als slaven van Barbarijse kapers.
Een boekje van 84 blz 'Carst Pieters, een aparte voorvader' is te bestellen bij Zanting voor 8,75.
In 'Op de vlucht voor de buurman' beschrijft Mattie Bruining-Hoeksma hoe haar moeder als buurmeisje van IJe Wijkstra de moord op de vier politiemannen had meegemaakt. Haar grootvader bleek een uitgebreide getuigenverklaring te hebben afgelegd die bewaard is in een online dossier bij Tresoar waar ook situatietekeningen in zijn opgenomen.
Tresoar kwam zelf vandaag ook met een nieuwe editie van het internetmagazine Friesland zoals het was. Nu met aflevering 48. Ook daarin een adellijk lid van de familie Camminga, die in dit geval het kasteel Wiarda State te Goutum te koop aanbiedt.
Tevens de geboorte-acte van Anno Sjoerd Brandsma op 23 februari 1881, bij de katholieken bekend onder de naam Titus Brandsma. Dat was dus eigenlijk de naam van zijn vader, een veehouder. Ze woonden in de gemeente Wonseradeel, gelegen in Noordwest Friesland, over welke gemeente de heren Bonnema en Martens een zeer informatieve site hebben gelanceerd. Hierop is een database beschikbaar met inwoners van Wonseradeel waarbij informatie uit Speciekohieren gekoppeld is aan de Quotisatiekohieren en Personele kohieren.
Een mooie reportage over de resten van het Klooster Klaarkamp in Rinsumageest is verschenen in het Tijdschrift van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, zomernummer 2011. Zowel digitaal door te bladeren als gratis op papier aan te vragen via de site van RCE.
En last but not least heeft de Fryske Akademy haar publicatie Ut de Smidte, het dubbelnummer van juni 2011 ook online gezet. Hierin informatie over Genealogysk Jierboek 2010, It Beaken en de Vrije Fries deel 90.
U kunt ook weer nieuwe leden voordragen om Lid te worden van de Fryske Akademy. U moet dan wel even toelichten wat hun speciale verdiensten voor de Friese cultuur zijn!
vrijdag 1 juli 2011
Tentoonstelling stads- en dorpsgezichten Dongeradeel in streekarchief
Deze zomer worden oude foto's van stads- en dorpsgezichten uit Dongeradeel tentoongesteld in de studiezaal van het Streekarchief/ Historisch InformatieCentrum Noordoost Friesland aan de Brokmui in Dokkum. In samenwerking met de Historische Vereniging Noordoost Friesland heeft samensteller Paul Hillebrand van een aantal foto’s de hedendaagse plek opgezocht en opnieuw gefotografeerd. En wat te verwachten was kwam ook uit: er is op veel plaatsen een hoop veranderd, maar ook bestaan er plekjes, die in de loop van tientallen jaren bijna nog ongewijzigd zijn. Een verrassing om mee te maken.
Voorbeelden van de oude en huidige situatie in Nes (links) en Ezumazijl (rechts) ziet u bij dit artikel.
![]()
De oude foto's zijn afkomstig uit het onlangs verschenen jubileumboek van de Historische Vereniging, Sneuper 100.
Het gebonden boek bevat maar liefst 200 oude foto's, die vrijwel allemaal nog niet eerder gepubliceerd zijn. Alle dorpen uit Dongeradeel zijn erin vertegenwoordigd. Een deel hiervan is nu aan de wand van de studiezaal te zien. Ook het boek met alle foto's is in te zien en/of verkrijgbaar in het Streekarchief voor slechts 10 euro.
Een aanrader voor elke bewoner van Noordoost Friesland!
Bestellen via de Sneuper mail kan ook, alleen betaalt u dan 2,95 euro porto.
En een bezoekje aan de tentoonstellingsruimte in het streekarchief is deze zomer natuurlijk geheel gratis!
Voorbeelden van de oude en huidige situatie in Nes (links) en Ezumazijl (rechts) ziet u bij dit artikel.
De oude foto's zijn afkomstig uit het onlangs verschenen jubileumboek van de Historische Vereniging, Sneuper 100.
Het gebonden boek bevat maar liefst 200 oude foto's, die vrijwel allemaal nog niet eerder gepubliceerd zijn. Alle dorpen uit Dongeradeel zijn erin vertegenwoordigd. Een deel hiervan is nu aan de wand van de studiezaal te zien. Ook het boek met alle foto's is in te zien en/of verkrijgbaar in het Streekarchief voor slechts 10 euro.
Een aanrader voor elke bewoner van Noordoost Friesland!
Bestellen via de Sneuper mail kan ook, alleen betaalt u dan 2,95 euro porto.
En een bezoekje aan de tentoonstellingsruimte in het streekarchief is deze zomer natuurlijk geheel gratis!
zaterdag 25 juni 2011
Sneuper 102 van juni 2011 gepubliceerd
Deze week viel weer de nieuwe Sneuper op de mat, nummer 102 alweer.
INHOUDSOPGAVE
70, Redactioneel, E. Smits
71, Bestuurlijk, H. Talsma
72, Ledennieuws, J. Dijkstra
73, Verslag van een bijzondere dag, E. Smits
Genealogie
76, Voorouders en kinderen van Hieke Mellema, B. Kuiper
92, Opa Jan van der Molen uit Warfstermolen, Fr. de Vries
Streekgeschiedenis
99, De familie Hartmans in de Dongeradelen, 1 P. Hartmans
112, Paulus K. Buwalda, skutter yn 1832, D. Douma
118, Aanvulling: Vissersschip vergaan op Pinkegat, H. Bouta
120, Familie Sloterdijk te Dokkum, E. Smits
122, Dat gij deezen eerste briev zorgvuldigt bewaart (brieven familie Rosier rond 1796), P.F. Visser
125, Een bezochte huishouding (familie Hennes op Ameland begin 19e eeuw), A. Staal
130, Bakkers en slagers in Dokkum, 1832 tot na 1975, E. Smits
134, Klaas D. de With: Martelaar Afscheiding, K. Pera
Varia
91, Bonifatiuskruisje voor Admiraliteitsmuseum, Redactie
111, Altijd strijdvaardig, overzicht scans Friese kerkarchieven, A. Musquetier
117, Ingeboekt, H. Aartsma
121, Onderwerp van onderzoek nieuwe leden, diverse
128, De tiid fan pake en beppe (brugwachter Smits te Raard), C. Smits
135, Schoolfoto Betterwird, 1905, Admiraliteitshuis
Om ook (naast ruim 450 anderen) lid te worden van de Historische Vereniging Noordoost Friesland, kunt u zich eenvoudig online aanmelden. Het kost slechts 15 euro per jaar, waarbij u naast ons kwartaalblad De Sneuper bovendien de dubbel-cd met Sneuper 1 t/m 75 er gratis bij krijgt! Uiteraard bent u dan ook welkom op onze ledendagen in het voor- en najaar en kunt u medeleden vragen stellen over uw stamboom of kwartierstaat. En nog steeds is kopij voor De Sneuper altijd welkom via ons email-adres.
INHOUDSOPGAVE
70, Redactioneel, E. Smits
71, Bestuurlijk, H. Talsma
72, Ledennieuws, J. Dijkstra
73, Verslag van een bijzondere dag, E. Smits
Genealogie
76, Voorouders en kinderen van Hieke Mellema, B. Kuiper
92, Opa Jan van der Molen uit Warfstermolen, Fr. de Vries
Streekgeschiedenis
99, De familie Hartmans in de Dongeradelen, 1 P. Hartmans
112, Paulus K. Buwalda, skutter yn 1832, D. Douma
118, Aanvulling: Vissersschip vergaan op Pinkegat, H. Bouta
120, Familie Sloterdijk te Dokkum, E. Smits
122, Dat gij deezen eerste briev zorgvuldigt bewaart (brieven familie Rosier rond 1796), P.F. Visser
125, Een bezochte huishouding (familie Hennes op Ameland begin 19e eeuw), A. Staal
130, Bakkers en slagers in Dokkum, 1832 tot na 1975, E. Smits
134, Klaas D. de With: Martelaar Afscheiding, K. Pera
Varia
91, Bonifatiuskruisje voor Admiraliteitsmuseum, Redactie
111, Altijd strijdvaardig, overzicht scans Friese kerkarchieven, A. Musquetier
117, Ingeboekt, H. Aartsma
121, Onderwerp van onderzoek nieuwe leden, diverse
128, De tiid fan pake en beppe (brugwachter Smits te Raard), C. Smits
135, Schoolfoto Betterwird, 1905, Admiraliteitshuis
Om ook (naast ruim 450 anderen) lid te worden van de Historische Vereniging Noordoost Friesland, kunt u zich eenvoudig online aanmelden. Het kost slechts 15 euro per jaar, waarbij u naast ons kwartaalblad De Sneuper bovendien de dubbel-cd met Sneuper 1 t/m 75 er gratis bij krijgt! Uiteraard bent u dan ook welkom op onze ledendagen in het voor- en najaar en kunt u medeleden vragen stellen over uw stamboom of kwartierstaat. En nog steeds is kopij voor De Sneuper altijd welkom via ons email-adres.
vrijdag 24 juni 2011
Boek historisch reddingstation Moddergat
Woensdag 22 juni was de presentatie van het boek ‘Aan de vissers heeft het niet gelegen. Het reddingstation van Moddergat (1878-1942)’. Het boek stelt het reddingswerk vanuit het vroegere reddingstation Moddergat centraal en is geschreven door Ihno Dragt, directeur-conservator van museum ’t Fiskershúske.
Het boek werd aangeboden in bezoekerscentrum De Garnalenfabriek in Moddergat aan vertrekkend wethouder Tytsy Willemsma, bij wijze van afscheidscadeau. Als wethouder voor oa. Cultuur en Toerisme van Dongeradeel heeft zij veel voor het museum betekend.![]()
Aanleiding voor het schrijven van het boek is de restauratie van de roei- en zeilreddingboot L.A. Buma III, die dienst deed in Moddergat van 1911 tot 1942.
Van juni 2011 tot begin 2013 wordt het historisch casco van de L.A. Buma in oude staat hersteld. Het restauratieproject gebeurt in opdracht van de Stichting Horsman-Buma en wordt uitgevoerd op de werf bij De Garnalenfabriek in Moddergat waar eerder de replica van het historisch vissersschip de Wierumer Aek is gebouwd. Evenals de Wierumer Aek wordt de restauratie van L.A. Buma III uitgevoerd als een leer-werkproject voor langdurig werklozen.
Vanaf 22 juni is elke woensdagmiddag de voortgang van de restauratie van de reddingboot te bezichtigen. Voor groepen is op afspraak met museum ‘t Fiskershúske ook op andere dagen de restauratie te bezoeken.
Het boek over het reddingbootstation (132 p.) is te verkrijgen in museum ’t Fiskershúske in Moddergat voor de prijs van € 21,50. Ik heb het zelf even doorgekeken en het viel me op dat er veel mooie oude foto's in staan van de karakteristieke koppen van Moddergatster redders en hun schepen. Van harte aanbevolen dus!
Voor meer informatie over het restauratieproject L.A. Buma III kunt u contact opnemen met projectleider Garmt Visser, tel. 06 – 51594258.
Het boek werd aangeboden in bezoekerscentrum De Garnalenfabriek in Moddergat aan vertrekkend wethouder Tytsy Willemsma, bij wijze van afscheidscadeau. Als wethouder voor oa. Cultuur en Toerisme van Dongeradeel heeft zij veel voor het museum betekend.
Aanleiding voor het schrijven van het boek is de restauratie van de roei- en zeilreddingboot L.A. Buma III, die dienst deed in Moddergat van 1911 tot 1942.
Van juni 2011 tot begin 2013 wordt het historisch casco van de L.A. Buma in oude staat hersteld. Het restauratieproject gebeurt in opdracht van de Stichting Horsman-Buma en wordt uitgevoerd op de werf bij De Garnalenfabriek in Moddergat waar eerder de replica van het historisch vissersschip de Wierumer Aek is gebouwd. Evenals de Wierumer Aek wordt de restauratie van L.A. Buma III uitgevoerd als een leer-werkproject voor langdurig werklozen.
Vanaf 22 juni is elke woensdagmiddag de voortgang van de restauratie van de reddingboot te bezichtigen. Voor groepen is op afspraak met museum ‘t Fiskershúske ook op andere dagen de restauratie te bezoeken.
Het boek over het reddingbootstation (132 p.) is te verkrijgen in museum ’t Fiskershúske in Moddergat voor de prijs van € 21,50. Ik heb het zelf even doorgekeken en het viel me op dat er veel mooie oude foto's in staan van de karakteristieke koppen van Moddergatster redders en hun schepen. Van harte aanbevolen dus!
Voor meer informatie over het restauratieproject L.A. Buma III kunt u contact opnemen met projectleider Garmt Visser, tel. 06 – 51594258.
woensdag 22 juni 2011
iPad app Markant Friesland musea live
Via Twitter werd ik geattendeerd op het live gaan van de iPad app van het samenwerkingsverband van musea in Noordoost Friesland: Markant Friesland.
In de Appstore van Apple zoek je gewoon op de woorden Markant Friesland en vervolgens kun je deze gratis app downloaden op een iPad.
Het is leuk om te zien dat de samenwerkende musea, waaronder het Admiraliteitshuis in Dokkum, Schierstins in Veenwouden, Botanische tuin Kruidhof in Buitenpost en het IJstijdenmuseum, met moderne media bezig zijn om het publiek goed te informeren en te betrekken bij de laatste ontwikkelingen. Daarnaast worden ook QR-codes ingezet waarmee bezoekers met hun smartphone in het museum aanvullende informatie kunnen opvragen (toevallig was vandaag eveneens de wereldprimeur van een Gouden Tientje met QR code). Alle musea hebben zelf ook een iPad ter beschikking om hun eigen informatie te controleren en uiteraard te tonen aan geïnteresseerden die zelf nog niet een dergelijke tablet computer bezitten.
Jacob Bosma van het Admiraliteitshuis is actief betrokken bij het project en dat zie je ook wel aan de specifieke informatie over het Dokkumer museum.
Bij het voor het eerst opstarten van de app moet blijkbaar de nodige informatie uit een database gedownload worden. Voor veel gebruikers zal dat een beetje irritant zijn (het kan wel een paar minuten duren), maar daarna zijn de updates in een oogwenk bijgewerkt.
De beginpagina bestaat uit een kaartje van Noordoost Friesland met daarop met genummerde bolletjes aangegeven waar de deelnemende musea gevestigd zijn. Op een bolletje kan doorgeklikt worden naar de specifieke paginas van de musea. Daar zijn vervolgens enkele verdere opties, zoals nieuws en basisgegevens over het museum, maar als meest interessante: collecties.
Bij het Admiraliteitshuis zag ik een collectiepagina over de grote staande klok, gedoneerd door een rijke boerenfamilie uit Ee (klokkenmaker: Sicco Haakma, Leeuwarden, datering: 1795-1805, legaat: Sjoerd Rintjes Sipma, Ee (geboren te Nes (WD) op 10 mei 1896 als zoon van Rintje Sjoerds Sipma en Grietje Ymus Sevenster). S.R. Sipma is de auteur van het Friestalige Op 'e sneup troch Eastdongeradiel.
De informatie over de musea kan ook direct via de bekende social media als Twitter en Facebook met de rest van de wereld gedeeld worden.
Bij diverse musea zijn de paginas met content nog wat mager en onvolledig gevuld. Ook mogen de teksten nog wel even goed gecontroleerd worden want ik zag diverse dubbele woorden of kromme zinnen.
Voor de nabije toekomst zou het aardig zijn als er ook filmpjes en wat uitgebreidere fotocollecties aan de app worden toegevoegd.
Maar goed, het begin is er, het zal een 'work in progress' zijn en het is in ieder geval een voortvarende manier om met de toekomst van de cultuurhistorie in Noordoost Friesland bezig te zijn!
In de Appstore van Apple zoek je gewoon op de woorden Markant Friesland en vervolgens kun je deze gratis app downloaden op een iPad.
Het is leuk om te zien dat de samenwerkende musea, waaronder het Admiraliteitshuis in Dokkum, Schierstins in Veenwouden, Botanische tuin Kruidhof in Buitenpost en het IJstijdenmuseum, met moderne media bezig zijn om het publiek goed te informeren en te betrekken bij de laatste ontwikkelingen. Daarnaast worden ook QR-codes ingezet waarmee bezoekers met hun smartphone in het museum aanvullende informatie kunnen opvragen (toevallig was vandaag eveneens de wereldprimeur van een Gouden Tientje met QR code). Alle musea hebben zelf ook een iPad ter beschikking om hun eigen informatie te controleren en uiteraard te tonen aan geïnteresseerden die zelf nog niet een dergelijke tablet computer bezitten.
Jacob Bosma van het Admiraliteitshuis is actief betrokken bij het project en dat zie je ook wel aan de specifieke informatie over het Dokkumer museum.
Bij het voor het eerst opstarten van de app moet blijkbaar de nodige informatie uit een database gedownload worden. Voor veel gebruikers zal dat een beetje irritant zijn (het kan wel een paar minuten duren), maar daarna zijn de updates in een oogwenk bijgewerkt.
De beginpagina bestaat uit een kaartje van Noordoost Friesland met daarop met genummerde bolletjes aangegeven waar de deelnemende musea gevestigd zijn. Op een bolletje kan doorgeklikt worden naar de specifieke paginas van de musea. Daar zijn vervolgens enkele verdere opties, zoals nieuws en basisgegevens over het museum, maar als meest interessante: collecties.
Bij het Admiraliteitshuis zag ik een collectiepagina over de grote staande klok, gedoneerd door een rijke boerenfamilie uit Ee (klokkenmaker: Sicco Haakma, Leeuwarden, datering: 1795-1805, legaat: Sjoerd Rintjes Sipma, Ee (geboren te Nes (WD) op 10 mei 1896 als zoon van Rintje Sjoerds Sipma en Grietje Ymus Sevenster). S.R. Sipma is de auteur van het Friestalige Op 'e sneup troch Eastdongeradiel.
De informatie over de musea kan ook direct via de bekende social media als Twitter en Facebook met de rest van de wereld gedeeld worden.
Bij diverse musea zijn de paginas met content nog wat mager en onvolledig gevuld. Ook mogen de teksten nog wel even goed gecontroleerd worden want ik zag diverse dubbele woorden of kromme zinnen.
Voor de nabije toekomst zou het aardig zijn als er ook filmpjes en wat uitgebreidere fotocollecties aan de app worden toegevoegd.
Maar goed, het begin is er, het zal een 'work in progress' zijn en het is in ieder geval een voortvarende manier om met de toekomst van de cultuurhistorie in Noordoost Friesland bezig te zijn!
Abonneren op:
Posts (Atom)





