Posts tonen met het label Aalsum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Aalsum. Alle posts tonen

dinsdag 2 september 2014

Foppe van Aitzema als Herr zu Lipperode, Silly und Ailssheim in adelstand verheven

Veel mensen zouden maar al te graag van adel zijn. Een mooie dubbele achternaam en prachtige
Geheimschrift familie Van Aitzema
titels. U kunt wel nagaan dat daar ook wel eens mee gesjoemeld werd, soms met de nodige (onbedoelde?) humor.
Een telg uit de familie Van Aitzema, de zoon van Schelte van Aitzema, Foppe (ca 1580-1637), was daar een mooi voorbeeld van.
De Navorscher berichtte erover: Grappig was, in 1635, de ijdeltuiterij van Foppe van Aitzema, die door de Duitse Keizer in de adelstand verheven, opgaf te zijn: Herr zu Lipperode, Silly und Ailssheim.
Deze ogenschijnlijk Duitse of Engelse plaatsnamen waren in werkelijkheid een alias voor de Friese dorpen Lioessens, Jislum en Aalzum (in Oostdongeradeel en Ferwerderadeel), in ieder geval plaatsen waarin hij een of meer doodgewone boerenplaatsen bezat. Zie De Navorscher dl 38, blz 623 enz.
Van Aitzema was in 1617 gezant voor de Hanzesteden en verbleef tien jaar in de omgeving van Lübeck. Van Aitzema onderhandelde samen met Reinier Pauw met Christiaan IV van Denemarken, die de scheepvaart op de Elbe controleerde. Ook tijdens de Dertigjarige Oorlog was Foppe van Aitzema onderhandelaar, nu met de Habsburgse keizer Ferdinand II. Deze verhief hem dus in de adelstand.
Een ander, niet zo bekend, feit over deze familie is dat ze regelmatig onderling schreef in geheimschrift (zie ontcijfering p.8). Geen wonder als je bedenkt dat de diplomaten in de familie ook vaak spion waren. Lieuwe van Aitzema was zijn neef.
Foppius Scheltonis ab Aetzema was de Latijnse versie van zijn naam.

maandag 9 juni 2014

Index op de floreenkohieren van Oostdongeradeel.

Onze actieve leden zullen de prachtige online bronbewerkingen op onze website wel kennen, maar
Donia Sathe, Oosternijkerk
let op, er komen regelmatig nieuwe bij!
Ons erelid Reinder Tolsma heeft onlangs de floreenkohieren van Oostdongeradeel eens even netjes op een rijtje gezet.
Deze index betreft de namen van eigenaren en gebruikers van alle 325 stemdragende boerderijen in de 13 dorpen van Oostdongeradeel. Bedoeld worden: Aalsum, Anjum, Ee, Engwierum, Jouswier, Lioessens, Metslawier, Morra, Niawier, Oosternijkerk, Oostrum, Paesens en Wetsens.  In totaal worden 6083 regels weergegeven waarbij, alle dorpen  meegerekend, 4058 unieke namen worden vermeld. Gezegd dient te worden dat veel eigenaren in meerdere dorpen voorkomen, voor de gebruikers geldt dat meestal niet.
De floreenkohieren geven de eigenaren, gebruikers, naastlegers, grootte en de grondbelasting weer die voor elke boerderij betaald moest worden. Deze floreenrente gaat terug tot het Register van Aanbreng uit 1511, eigenlijk het eerste floreenkohier. In 1700 worden de floreenkohieren vernieuwd waarna in 1708 en daarna iedere 10 jaar de kohieren worden aangepast. Het jaar 1808 wordt overgeslagen maar daarna lopen de kohieren door tot 1858, het jaar waarin ook de kadastrale nummers per boerderij worden weergegeven waardoor localisatie van de boerderij mogelijk wordt. Via de “Kadastrale en Pre-kadastrale atlas van Friesland”, deel 17 Oostdongeradeel, is dat door de Fryske Akademy in boekvorm uitgegeven en op internet te raadplegen via HisGis. Zo is in veel gevallen bezitsgeschiedenis van een boerderij van 1511 tot 1858 te volgen.
Het belang van de floreenkohieren voor de hedendaagse onderzoeker is velerlei. Omdat op de genoemde boerderijen ook het stemrecht in dorps- en grietenijzaken rustte,  kan worden nagegaan wie er in dorp en grietenij veel te zeggen had. Zo koopt secretaris Wilhelmus Bergsma rond 1750 veel boerderijen op waarna hij het land verkoopt en het hornleger, waarop het stemrecht rustte, voor zichzelf houdt. Het valt ook op dat er in veel dorpen een geregelde opvolging in eigenaren voorkomt. Een veel geziene is: Wilco van Holdinga, weduwe Schwartzenbergh, Ernst van Aylva, Hans Hendrik van Haersma, Sjoerd Talma, Wilhelmus Bergsma, diens weduwe, Johannes Casparus Bergsma, Petrus Adrianus Bergsma; zij bestrijken de periode 1700-1828. Vooral in het dorp Wetsens is dit duidelijk het geval, genoemde personen waren dus in dat dorp de baas en hadden daardoor stemrecht in de grietenij Oostdongeradeel.
Voor genealogen is ook veel uit deze index te halen omdat de gebruikers worden genoemd. Soms is iemand te volgen op meerdere boerderijen, een enkele keer in meerdere dorpen. Soms wordt een boerderij generaties lang door dezelfde familie gebruikt, maar er zijn ook boerderijen die vrijwel elke tien jaar een andere gebruiker hebben.

De index heeft wel een paar nadelen.
-de kohieren werden om de 10 jaar opgemaakt, als iemand in de tussenperiode op een boerderij zat, wordt hij niet genoemd (de juiste jaren dat iemand op een boerderij zat, kunnen gevonden worden in de reeelkohieren die vrijwel van elk jaar beschikbaar zijn: nummer van floreen- en reelkohier zijn gelijk)
-het kohier van 1808 ontbreekt
-niet altijd kan het kohier vertrouwd worden of is duidelijk wie er bedoeld wordt. Zo worden de leden van de familie Van Haersma aangeduid als: grietman Haarsma, kapitein van Haersma, Heere Haersma, mevrouw Haersma, H.H. van Haersma, enz. Soms zijn vermeldingen aantoonbaar onjuist. Daarnaar zal verder onderzoek nodig zijn.

De kolommen hebben de volgende betekenis:
A.    Plaats
B.    Nummer van de boerderij
C.    Eigenaar (e) of gebruiker (g) of eigenaar/gebruiker (e/g)  van de boerderij
D.    Jaren waarin deze persoon voorkomt
E.    De eerste keer dat de boerderij genoemd wordt, staat hier de grootte in 1640 en 1700, de floreenrente, de naam van de boerderij, sommige toponiemen en verdere bijzonderheden. De vermelding uit het jaar 1640 komt uit het Stemkohier
Wat de schrijfwijze betreft is zoveel mogelijk uniformiteit betracht, dus niet alle vormen van Pijter, Pijtter, Pyter, Pytter enz. die in de kohieren voorkomen, maar steeds: Pyter, Rienk, Freerk, Claas enz.