Posts tonen met het label collectie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label collectie. Alle posts tonen

donderdag 8 februari 2018

Tresoar richt Denksportcollectiecentrum op

Martha Kist, collectievormer bij Tresoar, bericht:
Tresoar, Fries Historisch en Letterkundig Centrum start in 2018 met het ‘Denksportcollectiecentrum Tresoar’.

De vier denksporten schaken, bridge, go en dammen (waaronder Fries dammen) zijn in het nieuwe Denksportcollectiecentrum vertegenwoordigd.

Binnen het landelijk netwerk van Openbare Bibliotheken met Wetenschappelijke Steunfunctie heeft Tresoar al enige jaren het zwaartepunt Denksporten, met name op het gebied van dam- en schaakboeken.
Met de oprichting van het Denksportcollectiecentrum wil Tresoar de belangstelling voor denksporten stimuleren en het gebruik van de collectie voor maatschappelijke en wetenschappelijke doeleinden bevorderen. Voorts wordt gedacht aan het organiseren van een groot internationaal denksportevenement van de vier genoemde denksporten in Leeuwarden in 2020.
Het ‘Denksportcollectiecentrum Tresoar’ wordt opgezet als een netwerkorganisatie die als ecosysteem binnen de denksportwereld samen met partners verbinding wil zoeken. Er wordt  gewerkt aan het vergroten en verstevigen van de nationale en internationale netwerken op het gebied van denksporten en het werven van sponsorgelden om de doelen van het ‘Denksportcollectiecentrum Tresoar’ te kunnen uitvoeren.

De collectie van het nieuwe Denksport­collectie­centrum wordt onder de naam ‘Denksportcollectie Nederland, Tresoar’ aan het publiek ter beschikking gesteld. In 2017 is een belangrijke aanwinst op het gebied van bridge verworven.
De Universiteit van Amsterdam heeft met instemming van de Stichting Herman Filarski, opgericht ter bevordering van de bridgecollectie Nederland,  haar bridgecollecties, die tot voor kort bij de UvA werden bewaard,  naar Tresoar overgebracht. Het betreft schenkingen van de bridgeverzamelaars Jac Fuchs en Bob van de Velde, die ook zijn schaakverzameling aan Tresoar heeft overdragen. Tresoar krijgt daarmee de voor zover bekend grootste bridgecollectie ter wereld in huis die zich in een openbare collectie bevindt.
Voorts wordt aansluiting gezocht bij bibliotheken of organisaties die nationaal en internationaal een belangrijke collectie op het gebied van de denksporten hebben.

Het ‘Denksportcollectiecentrum Tresoar’ wordt terzijde gestaan door een Stuurgroep, bestaande uit een deskundige van elke deelnemende denksport.
De leden zijn Bob van de Velde (bridge), Liuwe Westra (dammen), Theo van Ees (go), Remco Heite (schaken). De stuur­groep ondersteunt bij de aanschaf van internationale literatuur op het gebied van de vier denksporten en het vullen van hiaten in de historische collectie. Tevens zijn zij de contactpersonen die met de respectieve communities van hun denksport in verbinding staan en activiteiten kunnen initiëren.

dinsdag 2 februari 2016

Friese avonturier legde basis voor museum aan Cote d'Azur

Kortgeleden werd ik benaderd door George Homs met de vraag of ik Tinco Lycklama à Nijeholt kende. En uiteraard of ik meer van hem wist.
Nou ken ik de familie Lycklama à Nijeholt wel een beetje maar van Tinco had ik eerlijk gezegd nog nooit gehoord (dacht ik). En toch had ik blijkbaar wel eens iets over hem geschreven, want hij komt voor in het boek Iran and the Netherlands, interwoven through the ages, waarover ik in 2009 berichtte na de boekpresentatie in het Rijksmuseum voor Oudheden te Leiden.
Tinco in Albanees kostuum

De Oostfriese baron Tido von Inn- und Kniphausen die bij de VOC werkte en het olie-eiland Kharg geschonken kreeg kon ik me nog wel herinneren. Hij staat ook in bovengenoemd boek. En wellicht had deze kleurrijke persoonlijkheid mij enigszins afgeleid van die andere, misschien nog wel kleurrijker, persoonlijkheid uit Beetsterzwaag: Tinco Martinus Lycklama à Nijeholt. Niet dat hij nu zelf zoveel verdiensten had, maar dankzij de door voorgaande generaties opgebouwde rijkdom (o.a. door de vervening in Friesland) kon hij zich een avontuurlijk leven veroorloven.
Hij reisde niet alleen veel, zoals in 1866/67 een reis die via Berlijn, Moskou en Georgië naar Perzië (het huidige Iran) was gegaan, ook kocht hij onderweg veel kunstwerken.
Nadat hij uiteindelijk neerstreek aan de toen nog slaperige Cote d'Azur, in het plaatsje Cannes, schonk hij zijn collectie in 1877 aan de stad. Daaronder bevonden zich vele kunstwerken uit de Perzische Qajar-dynastie. De Oosterse collectie vormde de basis voor het huidige Musée de la Castre.

Ook liet hij in Cannes een aantal villa's bouwen, met de toepasselijke namen Villa Lycklama, Villa Eritia en Villa Burmania. Die laatste naam kwam uit de familie van zijn echtgenote Juliana Agatha Jacoba thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg, dochter van Gemme Onuphrius Tjalling Burmania, baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg (1806-1862) en Hendrika de Hoogh (1803-1880). De katholieke Juliana steunde de in Leeuwarden gevestigde zusters van de heilige Franciscus. In 1972 vertelde zuster Gregoria nog in de Leeuwarder Courant hoe zij de barones in 1913 verpleegde. Zij poseerde toen voor het portretschilderij van de barones in het Sint Bonifatius Hospitaal. Navraag bij Beetsterzwaag-kenner Jelle Terluin gaf nog geen duidelijkheid over de huidige verblijfplaats van het schilderij. Zou het nu in het Medisch Centrum Leeuwarden (MCL) of het Fries Museum hangen? Wie het weet, mag het ons zeggen!
Wie weet waar het schilderij zich nu bevindt?

Overigens werden Tinco en zijn echtgenote wel in It Heitelân begraven. Op de katholieke begraafplaats van Wolvega werden ze bijgezet in de Lycklama kapel.
Alle details kunt u nalezen op de Wikipedia-pagina van Tinco Martinus Lycklama à Nijeholt die deze week door George Homs als een verlaat eerbetoon online gezet is. Aanvullingen zijn uiteraard welkom!

Update: Zoals u aan de reactie onder dit blogartikel en via Twitter hebt kunnen zien heeft Medisch Centrum Leeuwarden gemeld dat de barones bij hun in de vitrine hangt. En niet alleen zij, maar ook Tinco hangt daar met een tot nu toe onbekend portret! We gaan uitzoeken wie die geschilderd heeft.
Krantenberichten, bladzijden uit boeken en foto's van schilderijen kunt u zien in het online foto-album over Lycklama a Nijeholt.

Update 2: Er is inmiddels een toegewijde website in de lucht voor Tinco: http://tincolycklama.org/

Ook besteedde verslaggever van de Leeuwarder Courant, Erwin Boers, aandacht aan Tinco in een artikel van 2 pagina's in de krant van dinsdag 8 maart 2016: Ode aan merkwaardige avonturier Tinco.

woensdag 21 januari 2015

Tentoonstelling Pjutten en Beukers in Franeker een lust voor het oog

Afgelopen woensdag kwam het er eindelijk van. Op weg naar Leeuwarden voor een bijeenkomst van De Vrije Fries bracht ik een bezoek aan Museum Martena in Franeker. In goed gezelschap van Piet Bakker, gepromoveerd op de Friese kunstgeschiedenis in de Gouden Eeuw, bekeek ik de tentoonstelling over Friese kinderportretten tussen 1550 en 1800: Pjutten en Beukers.

Omdat we gelijk bij de opening om 11 uur binnenkwamen hadden we het rijk alleen. Al gauw kwam Manon Borst, directeur van het museum, even langs en discussieerden we over de diverse aspecten van de getoonde schilderijen, zoals familiewapens en signatuur.
Opvallend bij diverse schilderijen is dat de kleding van de kinderen soms vrij vlak is, wat volgens Bakker mogelijk wijst op de invloed van decoratieschilders op de compositie. Ofwel deze decoratieschilders schilderden alleen de kleding van de kinderen ofwel ze schilderden het geheel, naast hun reguliere werk in het schilderen van decoraties op wanden en meubelstukken.

Noordoost-Friesland is vrij goed vertegenwoordigd. Een van de meest levendige schilderijen is dat van de kinderen uit de rijke boerenfamilie Botma uit Morra.
En wat te denken van het prachtige schilderij van het jonge meisje Luts van Harinxma thoe Slooten, afkomstig van Huize Tjessens te Waaxens in Westdongeradeel, bij Holwerd.

Koopt u ook vooral het bijbehorende boek annex de catalogus Pjutten en Beukers, die onder redactie van curator Marjan Brouwer tot stand gekomen is.

Overigens is het museum druk bezig de collectie te digitaliseren. Een deel vindt u al online bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Nu het Fries Museum nog!

woensdag 24 december 2014

Liefdesbrieven uit Feitsma-archief over Eerste Wereldoorlog

Het blad voor Vrienden van Tresoar, genaamd Letterhoeke, meldt in een artikel van Ids de Jong dat uit de nalatenschap van oud-hoogleraar Frysk aan de VU in Amsterdam, Tony Feitsma (1928-2009) vele brieven zijn geschonken.

De brieven bevatten de correspondentie tussen Sytske Bierma en haar vriend Durk Feitsma tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Durk was tijdens WO1 gelegerd in Fort Vuren, bij Gorinchem. Zowel de brieven van Sytske aan Durk als de retourbrieven zijn bewaard gebleven en nu in de collectie van Tresoar.
Ook zit er een fotoalbum bij met afbeeldingen van Brantgum, waar Tony Feitsma geboren werd. Het materiaal is geschonken door het echtpaar Piet en Bea Jellema-Visser uit Nieuwe Niedorp.
Zie ook het online Feitsma Fuuns fwar it Frysk.
Wellicht mooi bronmateriaal voor onze Eerste Wereldoorlog-expert Kees Bangma!

vrijdag 4 juli 2014

Bernardus Accama nummerde zijn schilderijen. Wie heeft hoogste nummer?

Op Twitter stelde Manon Borst van Museum Martena in Franeker de vraag hoeveel schilderijen Bernardus Accama wel niet gemaakt zou hebben.
Hij schijnt namelijk al zijn werken genummerd te hebben. Zelf heeft Museum Martena in haar collectie een schilderij met het hun hoogst bekende
Nummer 959, Onbekende dame
nummer 1148, uit het jaar 1752. En dan te bedenken dat Accama daarna nog vier jaar leefde.
Het zou dan ook leuk zijn om uit te vinden wat het hoogste nummer van een werk van de Friese schilder Bernardus Accama (1697-1756), portrettist van de Friese elite, zou zijn. Dat overal vermelde geboortejaar 1697 is volgens mij fout. De DTB gegevens van Tresoar geven 1696:
Kollumerland c.a., dopen, doopjaar 1696. Gedoopt op 12 juli 1696 in Burum. Dopeling: Bennardus, zoon. Vader: Simon Accama, predikant
Gestandaardiseerde namen:
Dopeling: BERNARDUS
Bron: Herv. gem. Burum en Munnekezijl, doop 1680-1811. Inventarisnr. : DTB 447.
Zijn eveneens schilderende broer Mathijs Accama komt in het zelfde doopboek voor: Gedoopt op 13 november 1701. Vader: Simon Accama, predikant. Moeder: Aeltje Boetes Nievelt. (moet overigens zijn: Aeltje Bartels van Nijholdt volgens haar testament in 1693, HZ)

Uiteraard ben ik even online gaan zoeken. Helaas lijkt het RKD geen nummers te vermelden die op het schilderij staan.
Ook op de site van het Rijksmuseum word ik niet veel wijzer over genummerde werken.
Wel vond ik op een site van veilinghuis Christie's een vrouwenportret dat in 2010 verkocht werd en nummer 959 draagt.

Vraag aan alle museumconservatoren, sneupers en verzamelaars is dus: geef ons a.u.b. de nummers van de werken van Accama in uw bezit door, het liefst met een beschrijving en/of afbeelding (online). Of anders in ieder geval het hoogste nummer in die werken, met een beschrijving/afbeelding. In het commentaarblok van dit blog of direct via email.

Zo ontsluiten we gezamenlijk weer een stukje van de (Friese) kunstgeschiedenis!

Update: Zou dit het overlijden van Bernardus Accama zijn: Leeuwarden overlijden/begraven 1757. Begraven: Akema. Datum  : op 20 januari 1757. Begraven bij de Jacobijnerkerk. Gestandaardiseerde namen: Begraven:  ACCAMA. Invnr. : 920 register van begravenen of overledenen Gemeente Leeuwarden. Periode: 1756-1772. Dit zou zijn vaak vermelde overlijdensjaar 1756 dus ook corrigeren tot 1757!

Index op de Quotisatie:

Leeuwarden Quotisatie 1749
Wijk: Zuidvliet
Omschrijving : schilder, bestaat rijkelijk
Perso(o)n(en): B. Accama
Aant. volw.  : 2
Aant. kind.  : 0
Aanslag      : 28:7:00
Verhoging    : 7
Vermogen     : -

Leeuwarden, 1749
Wijk: Zuidvliet
Omschrijving : schilder, begoedigt
Perso(o)n(en): Matth. Accama
Aant. volw.  : 4
Aant. kind.  : 4
Aanslag      : 81:3:00
Verhoging    : 13
Vermogen     : -

Leeuwarden. Gemeentearchief. Aktenummer:c011-135
Soort bron: Informatieboeken
Samenvatting: Bernardus Accama, konstschilder, Grachtswal, alhier.
Zoon van: doctor Accama (Siemon), overleden en Margrieta Mathijssen, 60 jaren. Oud: 30 jaren.
Getuige inzake belediging van diverse personen, gepleegd door: Siouckien Gravius en haar dochter Itske Nicolaij. 1726-09-30

In de Leeuwarder courant van 14-03-1759: Men zal op Maandag den 19 Maart 1759. ten Huize van de Konstschilder M. ACCAMA op de Gragtswal te Leeuwarden by Boelgoed verkopen, veele Plaisante en Konstige Potraiten van de Hoogvorstelyke Familie van Orange en Nassau alle in magnifique Vergulde Listen; benevens verscheide History en andere stukken, meestendeel geschildert door de overledene Konstschilder B. ACCAMA, en vorders alderleye Meubelen en Huisgeraden , alles nagelaten door de Konstschilder B. ACCAMA tot Leeuwarden.

De familie had een Leeuwarder geschiedenis, gezien deze inschrijving in Lidmatenboek Leeuwarden, 1662: Simon Ackama. - Op 4 juni 1662 ingekomen. In 1669 wordt hij vermeld te Augustinusga.
Er werd in de Galileerkerk te Leeuwarden ook een Benne Accama begraven.

De portretten die Bernardus Accama maakte en nu in het bezit zijn van het Fries Museum staan ook deels online.

Engelbertus Martensz. baron van Harinxma thoe Heegh, heer van Onstein en Groot-Jarla, als zesjarige.‘B. Accama, Pinxit 1746’ met 'No 1048’ linksonder.

Het portret van Anna Maria van Burmania op Dekema State is mogelijk een van de laatste schilderijen van Bernardus Accama. Welk nummer zou daar op staan?

Update 2: Dekemastate meldt dat het portret van Anna Maria van Burmania door Bernardus Accama het nummer 1189 heeft. Het hoogste (ons) bekende tot nu toe!

Tjeerd Inia meldde:  de site van RKD meld bij het portret van Bekius nr. 1182, iig een late creatie van Accama (7 nummers voor 1189 en eveneens uit 1754), Francois Bekius is overigens overleden in Dokkum! http://explore.rkd.nl/nl/explore/images/record?filters[kunstenaar]=Accama%2C+Bernardus+%28I%29&filters[soort_signatuur][]=gesigneerd+en+gedateerd&query=&sort[sort_startdate]=asc&start=15

Update 3: In 11en30 van NGV Friesland, juli 2016, p. 58, wordt een stukje van het voorgeslacht vermeld in een artikel van D. Paetzel-Veenstra. De grootvader van de schilders kwam uit Emden:
Benne Simonsz Accema, geb. Emden, bakker, burger van Leeuwarden 1625, trouwt Leeuwarden 26 oktober 1625 met Sijucke Hessels, ws weduwe van Gerrit Sybrens.
Kinderen:
1. Rinske, ged. Leeuwarden 15 mei 1629, begraven aldaar 20 januari 1692 Jacobijnerkerk, trouwt Leeuwarden 2 januari 1648 Johannes Huijberts van Emmenes, meester-bakker, hopman en schepen.
2. Simon, ged. Leeuwarden 3 september 1637, dominee te Augustinusga en Burum, overleden Burum 1723, trouwt 1 op 8 april 1666 met Aeltie Baets, geb. Nijeholt, trouwt 2 met Margaretha Mathijssen.

Update 4: Interessant artikel van Rudi Ekkart over Drie stadshoudersportretten en Accama in De Vrije Fries 1974.

dinsdag 4 februari 2014

Wiebe Siewerts uit Molkwerum bracht collectie Seba naar de tsaar

Jozien Driessen-Van het Reve beschrijft in haar boek De Kunstkamera van Peter de Grote hoe de preparaten-collectie van apotheker Albertus Seba verkocht werd aan tsaar Peter de Grote en ook hoe Seba hielp bij de verzending van de anatomische collectie van doodskunstenaar en professor in de anatomie Frederik Ruysch.
Op blz. 93: Op 3 juni 1716 had Seba de apothekerswaren voor de Hofapotheek van Sint-Petersburg geladen op De Blauwe Klocke, met schipper Wiebe Siewerts, bestemming Petersburg. De apothekerswaren bestonden uit 74 colli, genummerd en gemerkt A.P. Volgens de order waren de stukken geconsigneerd aan de heren Ranson, Parsons en Waidt. Seba had de zending ook laten verzekeren: de apothekerswaren op het schip De Blauwe Klocke voor een waarde van ƒ15.000 à vijf percent, en die voor de Hofapotheek in Moskou, die op het schip De Swarte Haan met schipper Claas Mentse (Claes Mentsen van Vlieland, zie Notariele akten over de Archangelvaart 1594-1724 en de Sonttolregisters Online, HZ) naar Archangel gingen, voor een zelfde bedrag. De rekening en cognossementen hiervan zou hij per post verzenden.
Op 2 september 1716 berichtte Schumacher aan Seba de goede aankomst zowel in Sint-Petersburg als in Archangel. Aan Areskine schreef Schumacher op 24 oktober 1716 ‘dat de apothekerswaren door de apotheker, de heer Baehr, in ontvangst genomen waren en zonder schade bevonden. Honderd maal beter dan vorig jaar’, was diens oordeel geweest.
Op blz. 113: De lijst van de collectie Seba. Mei ging voorbij. Tenslotte vertrokken de schepen naar Sint-Petersburg op 4 juni 1716. Het kabinet was geladen aan boord van het schip De Blauwe Klocke met schipper Wiebe Siewerts tezamen met de bestelling voor de Hofapotheek.
Aan boord bevond zich de apothekersgezel Balthasar Staehl die zorg zou dragen voor de collectie. Seba drong er bij Schumacher (de secretaris van Areskine, HZ) op aan dat hij een goed woordje voor hem zou doen bij Areskine (de Schotse lijfarts van de tsaar, ook als Erskine geschreven, HZ) en dat hij dan misschien een baan kon krijgen. Hij had drie jaar bij Seba naar volle tevredenheid gediend. Seba had hem een lijst meegegeven die hij aanduidde als ‘einige notitien’.
Er is dus sprake van een catalogus grosso modo, opgestuurd op 4 oktober 1715 en door Seba ook aangeduid als ‘kurtzen auffsatz’, en van ‘einige notitien’ die de apothekersjongen bij zich had. Deze laatste lijst is dezelfde lijst die als kopie te vinden is in de afdeling handschriften van de Bibliotheek van de Academie van Wetenschappen in Sint-Petersburg.
Achterin dit boek is deze Nederlandse lijst getiteld Notitie van verscheyde uytmuntende Cabinette met alle bedenklyke soorten van Rariteyten, waar de hele collectie Seba staat opgesomd, als bijlage II opgenomen. Seba had zijn collectie (‘het kabinet’) voor een waarde van ƒ15.000 verzekerd à vijf procent. De bestelling voor de Hofapotheek in Sint-Petersburg bestond uit 74 colli alle genummerd en gemerkt A.P. (Apotheek Petersburg). Alles was volgens order geconsigneerd aan Ranson, Parsons & Waith. Seba had nog niet te horen gekregen waar de factuur en cognossementen heen moesten.
Opvallend is dat Seba de kisten waarin zijn kabinet zat verpakt, merkte met zijn eigen merk (een ster met een S in het midden), met het merk R.A. voor Robert Areskine, of met het merk van de tsaar. Het  was alsof hij er nog niet helemaal afstand van had gedaan.

Op blz. 101:  Op 7 juni antwoordde Seba Areskine op diens brief van 2 mei 1718, die hij 3 juni had ontvangen. Hij kon Areskine vertellen dat in het schip Juffrouw Anna Maria, per schipper Jan Pietersz. Vettevogel, en in het schip Stad Coningsbergen, per schipper Wiebe Siewerts, te samen met de wijnen en de andere bestellingen voor Areskine, de apothekerswaren voor de Hofapotheek en de Admiraliteitsapotheek in Sint-Petersburg zaten geladen. Dit keer wachtten in Petersburg Schumacher en Areskine al eind juni 1718 ‘met spanning tot de schepen met de geneesmiddelen binnenliepen want de oude voorraden verkeerden in een droevige toestand’..

De tsaar had na zijn twee bezoeken aan de Republiek (in 1697 en 1717) besloten eerst de collectie van Seba te kopen (in 1716 voor 15.000 gulden) en in 1718 ook de collectie anatomische preparaten van Frederik Ruysch, botanicus en anatoom te Amsterdam.

Blz. 151:  Seba had de opdracht d.d. 2 mei 1718 de kisten waarin de anthropogenia van het kabinet Ruysch zaten gepakt naar Lübeck te sturen, pas op 3 juni 1718 ontvangen. Op 7 juni antwoordde Seba Areskine dat het kabinet al geheel geladen was.
53 kisten genummerd van 1 tot 53 bevonden zich op het schip de Juffrouw Anna Maria (een hoeker, HZ), met schipper Jan Pietersz. Vettevogel, en 47 kisten zonder nummer op het schip de Stad Coningsbergen, met schipper Wiebe Siewerts, tezamen met de wijnen en de andere bestellingen voor Areskine en ook de apothekerswaren voor de Hofapotheek en de Admiraliteitsapotheek in Sint-Petersburg. Omdat de schepen al helemaal geladen waren en omdat Seba niet wist in welke nummers de stukken gepakt waren, kon er niets meer uitgehaald worden. Het kon niet meer veranderd worden en Seba hoopte dat door Gods geleide de aankomst in Sint-Petersburg gelukkig en wel zou zijn. Er waren niet meer dan twee schepen naar Sint-Petersburg onderweg; daarom had hij het kabinet niet over meer schepen kunnen verdelen. Seba had alles volgens opdracht laten verzekeren, hij stuurde met de volgende post de rekening en de cognossementen. De schepen wachtten op het konvooi en op goede wind. Het Ruysch-kabinet zat gepakt in totaal 98 colli.
De nummers 99 en 100 waren twee kisten met boeken die door Seba aan Areskine waren geadresseerd, één uit Frankrijk en de andere van meneer Van den Burg.

Voor de verzending van de collectie schakelde de tsaar, via een agent, ervaren schippers van Amsterdam op Sint Petersburg in. Wiebe Siewerts uit Molkwerum en Jan Pieters Vettevogel uit Amsterdam (maar waarschijnlijk uit Harlingen en ook wel Houtsma genoemd).

In de Sonttolregisters Online zijn diverse reizen van Wiebe Siewerts en Vettevogel terug te vinden.
Op 15 juli 1716 passeert Wiebe Siewerts de Sonttol met de collectie Seba aan boord (waarschijnlijk beschreven als koopmanswaren).
In De Kunstkamera van Peter de Grote wordt gemeld: In Amsterdam wachtte Seba in spanning af hoe het zijn collectie zou vergaan. Eind augustus had hij nog geen bericht ontvangen. Niet van Areskine en niet van Schumacher. Wel had hij half augustus een brief van zijn vroegere gezel Balthasar Staehl gekregen. Die schreef hem uit Kopenhagen dat het schip De Blauwe Klocke, waar hij aan boord was, samen met de volledige lading aangekomen was in Kopenhagen. Ze waren daar binnengelopen omdat ze bang waren in handen te vallen van ‘de Zweedse Kapers’. Staehl had zich aangediend bij Areskine die met de tsaar in Kopenhagen verbleef en gemeld dat de bestelling voor de Hof-apotheek en het kabinet in de haven aangekomen waren. Waarop Areskine geantwoord had dat hij daar verheugd over was, maar dat hij niets kon doen om een spoedig vertrek naar Petersburg te bevorderen tot er een order werd gegeven door de tsaar om de schepen verder naar Sint-Petersburg te begeleiden.
Areskine gaf de jonge apotheker een brief mee om aan Schumacher te overhandigen met instructies voor het in ontvangst nemen van de collectie. Toen de schepen op 19 augustus 1716 in goede orde op Cronslot (het tegenwoordige Kronstadt op het eiland Kotlin, dat lange tijd dienst deed als de haven van Sint-Petersburg) arriveerden, las Schumacher in de instructie van Areskine dat ‘niemand behalve de jongen die het kabinet had begeleid het kabinet mocht aanraken tot de terugkeer van de tsaar’.
Staehl begon met assistentie van Schumacher alles uit te pakken en de lijst te controleren. Op 2 september 1716 waren ze zo ver gevorderd dat Schumacher Seba kon melden dat het kabinet goed was aangekomen. Slechts één kist, met animalia had door het hevige schommelen van het schip schade geleden, zodat zij genoodzaakt waren de alcohol (l’eau de vie ) bij te vullen.‘Balthasar Staehl heeft de zorg voor het kabinet op zich genomen zodat het er goed uit zal zien als de tsaar terug komt’. ‘De anatomische preparaten zullen Areskine bevallen’, schreef Schumacher aan Seba. Het geld zou snel komen, maar, verontschuldigde hij zich, ‘in abwesenheit einer person habe man grossemühe geld aus das prikasen zu bringen’.
Om de rest van het verlangde geld voor het kabinet over te kunnen maken, was klaarblijkelijk de terugkeer van Areskine vereist. Ook Areskine kreeg van Schumacher bericht over de aankomst van de collectie. Bij het openen van de kisten had deze niet alleen alles in goede orde bevonden, maar ook kunnen vaststellen dat ‘er nog meer in zat dan Seba in zijn catalogus had vermeld’. De fiolen [ phioles ] die moesten worden bijgevuld, had hij bijgevuld met wijngeest [l’esprit du vin ]. ‘De rest is god zij dank in goede staat en ik heb alles terug gepakt in de kisten tot de terugkeer van de tsaar’.

Overigens begon Albertus Seba na de verkoop gewoon weer overnieuw met verzamelen! Uitgever Taschen gaf er vrij recent een mooi boek over uit (in 2011). 

Met de collectie van Frederik Ruysch zien we dat Jan Pieters Vettevogel passeert op 8 juli 1718 de Sonttol in Elseneur/ Helsingor. Een dag later wordt Wiebe Siewerts voor de Sonttol geregistreerd met geregistreerde bestemming Tallin.

Ook in 1719 had Wiebe Siewerts nog een lading via Seba: blz.188: In de derde week van juni 1719 verzond Seba echter weer een lading genummerde colli bestemd voor archiater Blumentrost met schipper Wiebe Siewers.
Hij was door Brants tevoren betaald met een wissel van de archiater van 1.330 roebel ‘voor de nieuwe rekening van de Moskouse apothekerswaren’. Seba had kennelijk weer een bestelling in de wacht weten te slepen.

Wiebe Siewerts (=Wiebe Sjoerds) trouwde vermoedelijk in 1722 (hoewel ook in 1701 een Wybe Syoerts van Molkwerum trouwt): Hemelumer Oldeferd, huwelijken 1722.Vermelding: Bevestiging huwelijk op 7 maart 1722, Bruidegom: Wybe Sioerds afkomstig van Molkwerum, Bruid: Sijmentie Clases afkomstig van Molkwerum. Opmerking : Hij is schipper.

Zoals vaak komen namen in de Sonttolregisters Online voor met diverse spellingsvormen. Zo komt Wiebe Siewerts voor (Datum doorkomst/Naam/Thuishaven/Route):
16-9-1726Wiebe Siewers/Molquern/Amsterdam - Petersborg
12-5-1727Wiibe Sievers/Molqueren/Amsterd. - Petersborg
31-8-1724Wiibe Sievers/Amsterd./Amsterd. - Petersborg
26-6-1720Wiibe Sieverts/Molqueren/Amsterd. - Petersburg
7-6-1715Wiebe Siewers/Molquern/Amsterd. - Petersbourg
1-6-1721Wiebe Siewerts/Molqweren/Amsterdam - Petersborg
15-7-1716Wibe Siewers/Molquern/Amsterd. - Petersborg
12-7-1719Wiebe Siewerts/Mollgwern/Amsterdam - Petersborg
22-6-1722Wiibe Sieverts/Molqueeren/Amsterd. - Petersborg

Update: Wiebe Siewerts komt in 1709 voor in de Zeebrieven op de site van Miriam Klaassen: 20.4.1709: schipper Wiebe Sieuwerts, Molkwerum, ww, "de Anna Helena", 28. De afkorting ww staat voor "bij waare woorden in plaatse van eede". Vanwege hun geloofsovertuiging waren doopsgezinden niet bereid om de eed af te leggen. Wapens mochten zij ook niet dragen. Doopsgezinde schippers hadden dan ook een voorkeur voor de Oostzeevaart, omdat het niet gebruikelijk was de koopvaarders naar het Oostzeegebied te bewapenen. Wiebe was dus blijkbaar ook doopsgezind!
Jan Pieters Vettevogel komt op dezelfde Zeebrieven-site voor bij de jaren 1716 en 1718 met het schip de Juffr. Anna Maria, vanuit Harlingen.
Claas Mentse van Vlieland tenslotte komt voor in 1713 met de oude Swarte Haan en is gezien de aanduiding ww ook van doopsgezinde huize!

Uit een archiefstuk in het Familie-archief De Clerq in Stadsarchief Amsterdam blijkt dat Wiebe Sieuwerts in april 1713 met zijn galjootschip Anna Magdalena overvaren is door de Stadt Alckmaer van schipper Anne Jolles. Hij kreeg daarvoor een schadevergoeding.

Jan de Vries uit Koudum had aanvullingen: Wiebe Sieuwerts komt voor in de doopsgezinde ledenlijsten Molkwerum. Gedoopt op belijdenis 12 jan 1697. Op 14 febr. 1726 en 18 jan. 1728 was hij diaken.

Hemelumer Oldeferd, huwelijken 1722 Vermelding: Bevestiging huwelijk op 7 maart 1722 Bruidegom: Wybe Sioerds afkomstig van Molkwerum     Bruid: Sijmentie Clases afkomstig van Molkwerum Opmerking : Hij is schipper. Trouwregister Gerecht Hemelumer Oldeferd & Noordwolde 1665-1806 Inventarisnr.: DTB 367

Via de zoekmachine voor historische kranten, Delpher, vinden we ook diverse vermeldingen van Wiebe, gespeld als Wiebe Sieuwerts:
6 februari 1714, Wiebe Sieuwerts te Nieu-Casteel (Newcastle) van hier.
28 juni 1714, Wiebe Sieuwerts van Koningsbergen.
16 februari 1715, Schipper Wiebe Sieuwerts is uyt defe Stad gekomen.
24 augustus 1717,  Tot Revel zijn gearriveert Wiebe Sieuwerts van hier en Jan Rut van Lubeck, nevens eenige Engelfe Schepen : Het Engels Convoy, dat defe Schepen na Revel geconvoyeert heeft, was met Coopvaerders'na Petetsburg voortgezeylt.
30 september 1724, Wiebe Sieuwerts van Petersburg.