Posts tonen met het label dockum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dockum. Alle posts tonen

woensdag 6 januari 2016

Nederlandse teksten uit 17e eeuw in New Yorkse archieven

Het New Netherland Institute houdt zich bezig met de begintijd van Nieuw Nederland, met als middelpunt het huidige New York en Albany. In het begin van de 17e eeuw heetten deze steden nog Nieuw Amsterdam en Beverwijck.
Na de ontdekking van Manhatton in 1609 door Henry Hudson met zijn schip de Halve Maen in dienst van de Staten-Generaal, werd in 1621 de Westindische Compagnie (WIC) opgericht. Vanaf 1622 was er een kamer van de WIC in Groningen: Stad en Lande. De vestiging in de stad Groningen had via het Reitdiep aansluiting op de Lauwerszee. Toen de monding, net als bij Dokkum, verder verzandde, werd er meestentijds vanuit Delfzijl (met een Fries garnizoen) ingescheept.
De WIC had een monopolie op de handel en scheepvaart op Afrika en Amerika, het recht op die kusten forten te bouwen, en het recht Spaanse en Portugese schepen te kapen (zoals de Zilvervloot in 1628).

Charles Gehring, in samenwerking met o.a. Janny Venema, is al jarenlang bezig, vanuit de New York State Library in Albany, de oude documenten uit de archieven van Nieuw Nederland te transcriberen. Helaas wel van de originele Nederlandse tekst in het Engels, maar in ieder geval daardoor makkelijker te doorzoeken. Daarbij moet je nog wel even letten op de oude spellingen van bijvoorbeeld plaatsnamen. Zie ook de video met Gehring over een brief uit 1664 en het boek van Russell Shorto, Nieuw Amsterdam, Eiland in het hart van de wereld.
Dat er de nodige Friezen deelnamen aan de kolonisatie van Nieuw Nederland was wel bekend. In 2009 schreef ik er een blogartikel over, getiteld Friezen in het kielzog van Henry Hudson.
Uiteraard Pieter Stuyvesant die directeur-generaal was van 1645-1664. De pallisaden rond Nieuw Amsterdam werden gebouwd door de Friese timmerman uit Bolsward, Frederik Philips.
Ook de Friese familie Fonda, bekend van de filmsterren Peter en Jane, was al vroeg in de kolonie neergestreken.

Aangezien er op de website van het New Netherland Institute inmiddels weer meer bestanden digitaal beschikbaar zijn gesteld (periode 1638-1685) werd het weer eens tijd opnieuw poolshoogte te nemen. Je kunt tegenwoordig zelfs gratis scans van originelen in zwaar tiff-formaat downloaden.
Kwamen er nog meer nieuwe Nederlanders uit Noordoost Friesland? Jazeker!
Al snel vond ik dit: De eerste schoolmeester van Nieuw Nederland (New York) kwam uit Dokkum!
In 1638, Adam Roelantsen Groen, from Dockum, in Friesland, the first schoolmaster of New Netherland. As shown by this document, his first wife was a widow by the name of Elsje Martens, who died before June 10, 1638, when Cors Pietersen brought suit against Roelantsen for the recovery of his wife's share of her deceased mother's estate. His second wife was Lyntje Martens, who died in 1646. In diverse vermeldingen komt hij voor als getuige en zelfs wordt hij een keer uit een herberg gezet!


Adam Roelants van Dokkum kwam ik ook tegen in het Stadsarchief Amsterdam op 29 september 1633 bij Notaris Barent Jans Verbeeck:
Jacob Walichs van Wijngerden, oud 30 jaar, hoogbootsmansmaat en Adam Roelants van Dockum, oud 29 jaar, bosschieter, beide onlangs in dienst der WIC op het schip De Soutbergh hier gekomen, verklaren op verzoek van Luycas Jans Sprangh die als metselaar in dienst der WIC op het fort Amsterdam in Nieuw Nederland heeft gewerkt, dat deze aldaar met hen in opdracht vd commandeur hout heeft moeten halen. Hij heeft zich toen ernstig bezeerd. Voor die tijd was hij goed gezond.
In 1649 moet er even op zijn kinderen gepast worden, omdat hij dan mogelijk even naar patria moet.

Adam Roelants was geen lieverdje en beledigde zelfs een vrouw in Nieuw Amsterdam! Hij ging blijkbaar regelmatig om met dames van lichte zeden.Hij kreeg een keer een boete van 25 gulden die aan de armen werd gedoneerd. In 1659 werd zijn zoon Daniël uitbesteed bij de diaconie in Beverwijck, het huidige Albany.

En wat te denken van: the 23rd of August 1659. 51a I [Jan Pietersen] 198 van [Dockum] skipper, next to God, of my ship named [Speramundij].
Ook deze man uit Noordoost Friesland in Nieuw Nederland: 'Eelke Jans/Elke Jansen uit Veenwolden'.
Bij Allefriezen.nl kan ik de New Yorkse schoolmeester niet direct vinden, hoewel deze het eventueel zou kunnen zijn;
Trouwregister Hervormde gemeente Harlingen. Bron: DTB Trouwen. Datum: 27-08-1626. Soort akte: bevestiging huwelijk. Bruidegom: Adam Roelefs wonende te Dokkum, Bruid: Eltsien Hendrickx wonende te Amsterdam.

U kunt makkelijk zoeken op naam of plaatsnaam door een deel van de bestanden (met scans) via de zoekbox rechtsboven met de tekst SEARCH DIGITAL COLLECTIONS.
Of door de meeste transcripties via deze zoekbox.
Voor de volledigheid zult u echter transcripties in pdf-formaat moeten openen en dan zoeken via Ctrl-F.
Ga ook eens in deze mooie bronnen sneupen!

En deze vroege kolonist Willem Jacobs van Boerum, ca 1610-1688 (uit Burum bij Kollum dus) moeten we ook nog eens uitzoeken. Tips zijn welkom! 

Update: In de online database Voyages of New Netherland vinden we de Soutbergh terug in 1632. Naast Adam Roelants Groen uit Dokkum waren ook de bekende Wouter van Twiller en Everardus Bogardus aan boord. Via Plymouth en Sint Maarten bereikten ze Nieuw Nederland. Er was ook wat vee meegenomen maar een kalf of jong hert (voor Van Rensselaer) overleed onderweg.

dinsdag 3 november 2015

De reis in 1709 van twee Duitse broers door Dokkum, Leeuwarden en Franeker

In deel 2 van de Merkwurdige Reisen in Niedersachsen, Holland und England (in het Duits, door Zacharias Conrad von Uffenbach) wordt uitgebreid verslag gedaan van de reis van de gebroeders Uffenbach door Friesland.
Via de stad Groningen en de Stroobosser Trekvaart belanden ze per trekschuit in Dokkum (in de oude spelling als Dockum). Eerst vragen ze naar de Bonifatiusbron of (Fetze) fontein (waar de bierbrouwers hun water uit halen), waarna ze bij een boekverkoper* langsgaan (vanaf blz 269) bij wie ze o.a. het boek van Simon Abbes Gabbema over de Nederlandsche Watervloeden kopen en hen vervolgens verwijst naar de rector van de Latijnse School, Antonius Lambergen. Deze spreekt en verstaat geen Duits maar spreekt ze een uur lang toe in het Latijn!
Ook laat Lambergen (60 jaar oud) zijn bibliotheek aan huis zien met daarin vele bijzondere titels.
De gebroeders Von Uffenbach waren echte bibliofielen en besteedden dan ook een groot deel van hun tijd aan het bezoeken van boekwinkels en Latijnse scholen of universiteiten.

Op p. 274 hebben ze het over het 'Rathaus und Clockenspiel, das ist aber so elend..'. Blijkbaar was het klokkenspel in het raadhuis (dit jaar 400 jaar oud) toen in ellendige staat of klonk het in ieder geval zo.

In Leeuwarden bekijken ze o.a. de Waag en het Prinsenhof, evenals de Jacobijnerkerk. In de kerk worden diverse epitaven bekeken, o.a. die van Hessel Meckmans.

In Franeker ontmoetten ze hoogleraar Keimpe of Campegius Vitringa, met wie ze uitgebreid discussieerden.
In het westen van het land bezochten ze later ook nog de beroemde Antonie van Leeuwenhoek, Frederik Ruysch en Herman Boerhaave.


* Ik vermoed dat met deze boekverkoper Egbert Basunik/Basuink bedoeld wordt, die zowel organist/beiaardier was als boekverkoper. De andere bekende Dokkumer boekverkoper Johannes Hilarides, die voor ophef zorgde in 1695 met zijn uithangbord, was toen inmiddels vertrokken (in 1699) naar Bolsward.

vrijdag 30 januari 2015

Dokkumers in Helsingør, circa 1550-1600

Uitgeverij Verloren publiceert een aantal interessante kleine boekjes in de Zeven Provinciënreeks met hele specifieke onderwerpen zoals Loterijen in de Nederlanden tot 1726, De Noord-Nederlandse kunsthandel in de eerste helft van de zeventiende eeuw en ‘Al het Hollandse volk dat hier nu woont’, Nederlanders in Helsingør, circa 1550-1600.
Het eerste boekje heb ik in mijn bezit en geeft prachtig weer hoe loterijen al in het verleden in de Nederlanden werden ingezet om geld te werven voor goede doelen. Op een centraal plein in de stad vond dagenlang de loting in het openbaar plaats, onder grote belangstelling.

Het tweede boekje heb ik ook en geeft o.a. aan hoe schilders als Jan Miense Molenaer met de handel omgingen.
Het derde boekje heb ik (nog) niet gekocht maar wel doorgebladerd. Mijn oog viel daarbij op twee Dokkumers die vermeld worden in de Deense plaats bij de Sonttol die in vroeger tijden Elseneur genoemd werd.
Het blijkt dat de Nederlanders, zowel diegenen die hier tijdelijk verbleven als zij die hier vast woonden, zeer vaak met elkaar op de vuist gingen, en dat dergelijke vechtpartijen vaak in doodslag eindigden. In 1550 gaat Frerick Tønnesen akkoord met de verplichting dat de Deense koning en, namens hem, diens ambtenaren van zijn diensten gebruik kunnen maken- te land en te water, binnen of buiten Denemarken, en zonder betaling- om op die manier genade te krijgen omdat hij 'vorige zomer hier in Helsingør per ongeluk stuurman Gipken Vybrandzssen (Tjipke Wybrands ?, HZ) uit Dockum in West Friesland heeft vermoord (noot 114).

Jacob Willumsen, 1572-1573, A. 1574: Rode van Jacob Willumsen. In 1569 krijgt Jacob Willumsen, die in Dokkum woonachtig was, toestemming om zich hier te vestigen. Hij heeft de helft van zijn schip aan burgemeester Henrik Mogensen en Jorgen Maer verkocht, en de goederen die zich daarin bevinden zijn zowel van hun beiden als van hem (TBVI, 213b). (Hij zat dus in een partenrederij, HZ). In 1570 heeft hij juridische problemen met zijn reders H. Mogensen en J. Maer (TBVI, 271b-272a).
Jacob Willumsen komt in de Sonttolregisters ook regelmatig voor met thuishaven Dokkum:

DateShipmasterPlaceDeparture - Destination
9-6-1565Jacob WillumssnDocckumDocckum - -
22-6-1565Jacob WillumssnDocckumLandtzkrone - -
23-7-1565Jacob WillumssnDocckumDocckum - -
15-8-1565Jacob WillumssnDocckum- - -
15-8-1565Jacob WillumssnDocckumDanschenn - -
25-9-1565Jacob WillumssnDocckumAlborrig - -
27-10-1565Jacob WillumssnDocckum- - -
27-10-1565Jacob WillumssnDocckumDanschen - -
18-3-1566Jacob WillumssDoeckumDoeckum - -
11-4-1566Jacob WillumssenDoeckum- - -
11-4-1566Jacob WillumssDoeckumDanschenn - -
29-5-1566Jacob WillumssDoerkumDoerkum - -
26-6-1566Jacob WillumssenDoeckum- - -
26-6-1566Jacob WillumssDoeckumDanschenn - -
8-4-1567Jacob WillumssenDocckumDocckum - -
9-4-1567Jacob ThomessenDocckumDocckum - -
28-4-1567Jacob WillumssDoeckum- - -
28-4-1567Jacob WillumssnDocckum- - -
28-4-1567Jacob WillumssnDocckumDanschen - -
7-6-1567Jacob WillumssDoeckum- - -
7-6-1567Jacob WillumssDoeckum- - -
7-6-1567Jacob WillumssenDocckumDocckum - -
7-6-1567Jacob WillumsDonckum- - -
9-6-1567Jacob ObbessenDocckumDocckum - -
29-6-1567Jacob WillumssDoeckum- - -
15-4-1569Jacob WillumssenDocckumDocckum - -
2-5-1569Jacob WillumssenDoeckum- - -
7-6-1569Jacob WillumssenDocckumDocckum - -


Historicus Henk Looijesteijn schreef een recensie over dit aardige boekje.


zondag 17 februari 2013

Napoleons douane bureau te Dockum

Op 16 maart 1813, des middags 12 uur, te Holwerd, overleed Pierre Joseph Julien, 32 jaar, man, weduwnaar. Zoon van Jean Baptiste Julien uit (waarschijnlijk) Gué-d'Hossus, Arrondissement De Rocroij, Departement des Ardennes.
Er is een Pierre Joseph Julien die op 12.10.1805 in Gué d’Hossus geboren werd, als zoon van Pierre Joseph Julien en Marie Thérèse Delcourt. Mogelijk is de man uit dit echtpaar degene die in Friesland overleed.
Hoe kwam nu een Fransman in een kleine plaats in Westdongeradeel als Holwerd terecht?
Het blijkt dat hij een douanier was. Wat velen niet weten is dat in 1811 door Napoleon persoonlijk een decreet werd uitgevaardigd waarin de Hollandse steden Amsterdam en Rotterdam en meer het Noorden in de steden Dokkum en Emden, douane bureaus werden gevestigd.
Dokkum had daarbij een groot gebied onder zijn hoede. De prachtige website over dit onderwerp van J.J. Duforez over de Geschiedenis van de Douanes Imperiales zegt er het volgende over:
Bureau Dockum, controlerende gebieden: Dockum, De kusten van de Zuiderzee, beginnende bij Elburg, de kust van de Noordzee tot aan Delfzijl,de eilanden Terschelling, Ameland en Schiermonnikenoog.
Eind 1813 was het al gedaan met de Franse bezetting van o.a. Friesland, toen de Kozakken ons land bevrijdden. Zou Pierre Joseph Julien het hebben zien aankomen en zichzelf uit wanhoop van het leven hebben beroofd?

Update: Dokkum werd als douane-bureau waarschijnlijk al in 1812 ingeruild voor Groningen. Tresoar Inv.nr. 3.01.1.06.4. In en uitvoerrechten (douanes). Onder de directeur generaal van de douanes in Parijs stond een hoofddirecteur (directeur principal) in Amsterdam. Zijn ressort was verdeeld in vier sub directies onder leiding van een directeur. Eén van de standplaatsen was Dokkum, later Groningen. Deze directie omvatte de kuststreek van Elburg tot Delfzijl en de eilanden Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog. Tot de directie Groningen behoorde o.a. de inspectie Leeuwarden.

Update 2: Ons lid Reinder Postma reageerde:  De Fransen hadden ook een post op Oostmahorn, dat heette / heet immers in het Fries "de skâns' en dat komt omdat er o.a. nog altijd een kruitmagazijn uit de Franse tijd in de zeedijk zit, en denk eens aan de boeken: de smokkelaars van de schans, wel erg zwart wit geschreven als je het nu leest maar vroeger waren zulke boeken schitterend. En in Anjum woonde een smid : Rameau, was dat ook een afstammeling uit de Franse tijd?

Update 3:  In het Memori boeck over 1779-1826 van de Amelander Cornelis Sorgdrager zag ik dat het tussen 1811 en eind 1813 stikte van de Franse douaniers die huizen doorzochten op Ameland en soms Amelanders naar Holwerd stuurden.
Bv Den 6 Feb 1811 deed hier (en voorheen tot Nes) de Franse Dowanen huis besoek, van een gedeelte huisen in ons dorp. Zommige hebben cassen en kisten moeten openen, deselve hebben bij ons aan huis ook besoeking gedaan als nu werd de geheele lading van het op den 29 December 1810 gestrande schip, door de Dowanen, na Harlingen gevoert, door ons Eijgen veerschepen die daartoe gerequireert werden

Vrijdag den 15 December 1811 wiert alle huisgezinnen door de klerk en twee dienaars, de man of zoons van tusschen de 25 en 65 Jaren wie genoteert en ijder wiert gevraagt, of zij woude Loote, of betalen tot een man die daar toe bekost wierde, namentlijk om te dienen tot het Leger van kustbewaarders, wijl hier van Ameland, een persoon en een borg, gevraagd wierde.

Maandag den 8 October 1813 vertrokken de hier zijnde Dovanen, met Samt het bureau, heel Schierlijk, Die zedert den 20 junij 1813 hier geweest ware.
Den 17 November 1813 kwam hier heel onverwagt tijding over Holvert dat de Pruisen in Groningen en Leeuwarden waarden hetwelk hier op het land een ongemeende vreugde baarde, Het geroep Orange boven was ongemeen, De klokken luide, en de beweging was uitermaten Groot.

Zaterdag den 20 Novem 1813 kwam er een brief uit Lieuwaarden aan De Merre om een Russche tolk daar te komen, waar op Cornelis Cornelis Kat van Nes is heengereist. Zeeker is nu Lieuwaarden over.