Het Koninklijk Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur, opgericht in 1827, spant zich in om het onderzoek naar en de belangstelling voor de Friese geschiedenis en cultuur te bevorderen.
Om deze doelstelling te bereiken geeft het Genootschap twee periodieken uit: het wetenschappelijk jaarboek De Vrije Fries en het publiekstijdschrift Fryslân. Daarnaast ontplooit het Genootschap nog een aantal andere activiteiten zoals excursies, lezingen en een website (tweetalig: in het Fries en Nederlands).
Als oprichter van het inmiddels verzelfstandigde Fries Museum is het Fries Genootschap nog altijd de formele eigenaar van een belangrijk deel van de collectie van dit museum. In de collectie van het Fries Genootschap bevinden zich onder andere schilderijen van Wybrand de Geest en vele stukken Fries zilverwerk.
De website van de vereniging was al langere tijd toe aan een opfrisbeurt, wat begin januari 2016 dan ook zijn beslag kreeg. Dankzij de medewerking van Inge de Vries en Neeltje van der Weide van Tresoar is een volledig nieuw webplatform gebouwd met vele nieuwe mogelijkheden. Niet alleen kunnen de redacties van de twee uitgaven makkelijker zelf inhoud toevoegen en wijzigen, maar ook is veel van het tot nu toe gepubliceerde materiaal gratis digitaal beschikbaar gemaakt of zal dat binnenkort worden.
Ook zijn social media als Twitter geïntegreerd en zal er met enige regelmatig geblogd worden met korte artikelen of nieuws. Alles zowel op mobiele telefoons, tablets, laptops als op bureaucomputers duidelijk te lezen.
Voor De Vrije Fries, gepubliceerd sinds 1839, staan momenteel de artikelen van 1839 t/m 1929 online. Een reeks artikelen of volledige jaarboeken tot aan enkele jaren geleden zal binnenkort worden toegevoegd!
Voor het Historisch Tijdschrift Fryslân zijn en worden de nummers online beschikbaar gesteld die minimaal 8 maanden oud zijn.
Uiteraard ontvangen de leden van het Fries Genootschap zowel het jaarboek De Vrije Fries als Historisch Tijdschrift Fryslân, 6 keer per jaar, op papier in de brievenbus. Geïnteresseerden kunnen zich online aanmelden.
Posts tonen met het label tijdschrift. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tijdschrift. Alle posts tonen
zaterdag 23 januari 2016
vrijdag 29 mei 2015
Historisch Tijdschrift Fryslan met special over Maria Louise van Hessen-Kassel
Onder het Friese volk werd ze liefkozend Marijke Meu genoemd. Maria Louise, landgravin van
Hessen-Kassel (1688-1765), mocht zich na haar huwelijk met Johan Willem Friso, vorst van Nassau-Dietz en Prins van Oranje, Prinses van Oranje noemen. In 1711 werd ze weduwe nadat haar man verdronk in het Hollands Diep. Tot de meerderjarigheid van haar zoon, de later Willem IV, was ze gouvernante en in 1759 was ze nog eens zes jaar gouvernante in Friesland voor haar kleinzoon en latere stadhouder Willem V. Dit jaar wordt met tal van evenementen het 250e sterfjaar van Marijke Meu herdacht.
Op 10 april organiseerde de Fryske Akademy een wetenschappelijk symposium met acht lezingen die diverse facetten van haar leven belichtten. Een selectie daaruit verschijnt in dit nummer.
Marijke Bruggeman behandelt de contacten van Maria Louise met Den Haag, die via correspondenten verliep.
Hanno Brand gaat in op de stadhouderlijke hofhouding op het Princessehof.
Kunsthistoricus en lid van onze vereniging Piet Bakker zet het (portret-)schilderijenbezit van de prinses op een rijtje en Jeanine Otten schijnt haar licht op de culinaire cultuur van het 18e eeuwse hofleven. Over de Duitse hovenier Knoop, die de tuinaanleg verzorgde van haar Friese buitenverblijven, rapporteert Geart de Vries uitvoerig. Ook is er in Historisch Centrum Leeuwarden een tentoonstelling over Knoop en de tuinen van Mariënburg. En tenslotte laat Yme Kuiper zien hoe landgraaf Carl van Hessen-Kassel een grote inspiratiebron voor haar was.
Historisch Tijdschrift Fryslan is bij diverse boekhandels in Friesland verkrijgbaar in de losse verkoop of via een abonnement en lidmaatschap van het Koninklijk Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur.
Hessen-Kassel (1688-1765), mocht zich na haar huwelijk met Johan Willem Friso, vorst van Nassau-Dietz en Prins van Oranje, Prinses van Oranje noemen. In 1711 werd ze weduwe nadat haar man verdronk in het Hollands Diep. Tot de meerderjarigheid van haar zoon, de later Willem IV, was ze gouvernante en in 1759 was ze nog eens zes jaar gouvernante in Friesland voor haar kleinzoon en latere stadhouder Willem V. Dit jaar wordt met tal van evenementen het 250e sterfjaar van Marijke Meu herdacht.
Op 10 april organiseerde de Fryske Akademy een wetenschappelijk symposium met acht lezingen die diverse facetten van haar leven belichtten. Een selectie daaruit verschijnt in dit nummer.
Marijke Bruggeman behandelt de contacten van Maria Louise met Den Haag, die via correspondenten verliep.
Hanno Brand gaat in op de stadhouderlijke hofhouding op het Princessehof.
Kunsthistoricus en lid van onze vereniging Piet Bakker zet het (portret-)schilderijenbezit van de prinses op een rijtje en Jeanine Otten schijnt haar licht op de culinaire cultuur van het 18e eeuwse hofleven. Over de Duitse hovenier Knoop, die de tuinaanleg verzorgde van haar Friese buitenverblijven, rapporteert Geart de Vries uitvoerig. Ook is er in Historisch Centrum Leeuwarden een tentoonstelling over Knoop en de tuinen van Mariënburg. En tenslotte laat Yme Kuiper zien hoe landgraaf Carl van Hessen-Kassel een grote inspiratiebron voor haar was.
Historisch Tijdschrift Fryslan is bij diverse boekhandels in Friesland verkrijgbaar in de losse verkoop of via een abonnement en lidmaatschap van het Koninklijk Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur.
zaterdag 10 augustus 2013
Historisch tijdschrift FRYSLÂN - themanummer Ons Museum
In Historisch Tijdschrift Fryslan, 19de jaargang, nr.4, juli 2013, de volgende onderwerpen:
Ons Museum
Zo ogenschijnlijk kalm het Fries Museum
decennialang door de tijd scharrelde, zo onrustig is het sinds 2000.
Het instituut aan de Leeuwarder Turfmarkt leek wat ingedut, maar kreeg
onder leiding van Wim van Krimpen een flinke schop onder de kont. De
laatste jaren is het museum speelbal van steeds heftiger discussies.
Over de, volgens sommigen giftige, erfenis van Abe Bonnema, over het
collectiebeheer, het tentoonstellingenbeleid, de directeurskeuzes, de
rol van de provincie. Nu het eindelijk zover is dat het nieuwe gebouw op
het Wilhelminaplein, vol in de schijnwerpers van Frieslands meest publieke ruimte,
geopend gaat worden en de trots aanzwelt, is er beroering over talrijke
ontslagen die het functioneren van een moderne cultuurtempel lijken te
bedreigen.
Voor de Friese bevolking is het moeilijk te volgen: bijna elke week staat er wel een plan in de krant om tientallen miljoenen provinciegeld kwistig rond te strooien, maar moeten de cultuurdragers bij uitstek, Omrop Fryslân en het Fries Museum, hardvochtig snijden in de begroting. Het belang van een structureel sterker fundament
van de cultuursector is kennelijk niet elke bestuurder duidelijk. En
dat in een tijd waarin in Den Haag zelfs het voortbestaan van de
provincie Fryslân in twijfel wordt getrokken. Op het Fries Museum is
wellicht veel aan te merken, maar het is wel òns museum. Ons in de zin van Fries, ons in de zin van de hoeder en etaleur van de schitterende collecties van het Koninklijk Fries Genootschap. Ons Fries Museum is het meer dan waard om voor te strijden
In deze Fryslân enkele artikelen die het museum van verschillende kanten belichten: een bezoekverslag van Reinder Brolsma van een dikke eeuw geleden, een mooi voorbeeld uit de Topografische Atlas (een foto uit 1878 van de Grote Bosvijver met hermitage op landgoed van Ambrosius van Boelens te Olterterp), plus een vergeten verhaal over een ooit alledaags meetinstrument, de meetketting. Deze landmeetketting gaf de maten in koningsroeden weer, die de basis was voor de oppervlaktemaat pondemaat. Aan de zuidmuur van de kerk van Easterlittens hangen nog drie exemplaren als historisch ijkpunt voor boeren.
Verder in Fryslân de geschiedenis van de trekhond, vroeger een alledaags verschijnsel voor de hondenkar, nu radicaal verboden. Diverse namen van mensen uit Noordoost Friesland worden genoemd, zoals Jelle de Jong uit Veenwouden (die zich in april 1879 in de LC aanprees), Jouke Martens de Vries (die tussen Driesum en Dokkum reed) een groepsfoto van een broodhandelaar met hondenkar te Blija evenals een foto van Jacob Brouwer, een bewoner van Ameland op een hondenkar in 1925.
Ook een spannend, meer intrigerend verhaal over een moord in Tzummarum. Siem van der Woude vond in de aantekeningen van Daam Fockema (1787-1855) een verwijzing naar een vonnis van het Hof van Friesland in een zaak uit 1648 met ene Hans Reinders die in 1639 trouwde maar met de noorderzon (VOC) vertrok. Toen hij plots weer opdook na 10 jaar onstond er grote beroering, zeker nadat enige tijd later een lijk aanspoelde aan de kust bij Koehool.
Ook een spannend, meer intrigerend verhaal over een moord in Tzummarum. Siem van der Woude vond in de aantekeningen van Daam Fockema (1787-1855) een verwijzing naar een vonnis van het Hof van Friesland in een zaak uit 1648 met ene Hans Reinders die in 1639 trouwde maar met de noorderzon (VOC) vertrok. Toen hij plots weer opdook na 10 jaar onstond er grote beroering, zeker nadat enige tijd later een lijk aanspoelde aan de kust bij Koehool.
Theodor Siebs was
een Duitse geleerde met bijzondere aandacht voor de Friese taal. Hij
maakte geluidsopnamen (op langspeelplaten ofwel schellakplaten) waarvan de exemplaren uit 1927 nog bewaard worden in Tresoar en het Lautarchiv van de Humboldt Universiteit in Berlijn. In Friesland werkte hij o.a. samen met de enthousiaste Geert A. Wumkes. Wie was deze man en hoe deed hij zijn werk?
‘Sumar’ staat al decennia bekend om ‘it stjonkfabryk’, de NTF. In deze editie de geschiedenis van de eerste jaren van deze kadaververwerker.
zondag 3 februari 2013
Tovenarij en duivelbanners in tijdschrift Fryslan
‘Tsjoenders’ en ‘dúvelbanners’ zijn mystieke beroepen uit een
verzonken verleden, maar ze zijn nog steeds onder ons! Ze noemen zich
alleen anders. De lichtgelovigheid van veel mensen, in combinatie met
soms wanhoop over lichamelijk mankement, is immers van alle tijden. Zijn
de ‘tsjoenders’ (Yomanda, dr. Vogel) tegenwoordig veel geringer in
aantal, hun schare aanhangers is vele malen groter. Tot een eeuw geleden
had elk dorp, zeker in Friesland, wel zijn eigen wonderdokter. Klaas Henstra geeft enkele krasse voorbeelden en verklaart ook de oorzaken van hun succes. Met name de ‘wonderdokterende’ doperse dominee/boeren Wartena
springen in het oog. Volkskundige Willem de Blécourt heeft veel
onderzoek naar het verschijnsel gedaan en schrijft over wat de kranten er in de periode 1860-1910 over meldden. Hij vertelt ook welke bevolkingsgroepen bevattelijk waren.
Kerst Huisman heeft Laurens ten Cate lang van heel nabij meegemaakt en beschrijft bijzonderheden van diens soms gespleten persoonlijkheid. En dan is er nog het onooglijke Kromwâl, voor menigeen in de 16de en 17de eeuw het centrum van de wereld. Hier spelen trouwens doopsgezinden ook een opvallende rol, zo schrijft Hans Koppen.
In Parijs is technisch onderzoek gedaan naar ‘onze’ fibula van Wijnaldum en Nelleke IJssennagger concludeert voorzichtig dat Friesland in de Vroege Middeleeuwen deel uitmaakte van een wijder verbreid netwerk dan we tot heden dachten. De rode steentjes op de beroemde fibula van Wijnaldum hebben een exotische oorsprong. Het zijn almandijnen uit India.
Pastoor Jan van der Wal gaat later dit jaar een historische reis naar Rome maken, in het teken van de Friese geschiedenis. Einddoel is de Friezenkerk.
Het symposium van het Fries Genootschap liet felle geluiden horen over de toekomst van Friesland. Vooral Geert Mak was kritisch en riep op tot veel meer strijdbaarheid. Het dociele karakter nekt Friesland, als we niet oppassen.
Wèl strijdbaar, maar de eigen glazen ingooiend, was de Friese elite begin 17de eeuw. Ze vochten vooral onderling en slaagden er maar niet in, het eigen gewest met één krachtige stem te laten spreken. Ligt hier de kiem van de ondergang van Friesland als betekenisvol gewest? Hotso Spanninga wijdde er zijn promotieonderzoek aan. Het resulteerde in het boek Gulden vrijheid? Politieke structuur en staatsvorming in Friesland, 1600-1640.
Fryslân, het historische tijdschrift, editie januari 2013, is nu te koop!
Informatie bij de uitgever:
Van der Let & Partners Identity via 0513 - 654445 of mail naar info@vdlp.nl.
Informatie bij de redactie:
Siebrand Krul via 0513 622 915 of 06 22 95 52 10 of mail naar Siebrand.Krul@upcmail.nl
Kerst Huisman heeft Laurens ten Cate lang van heel nabij meegemaakt en beschrijft bijzonderheden van diens soms gespleten persoonlijkheid. En dan is er nog het onooglijke Kromwâl, voor menigeen in de 16de en 17de eeuw het centrum van de wereld. Hier spelen trouwens doopsgezinden ook een opvallende rol, zo schrijft Hans Koppen.
In Parijs is technisch onderzoek gedaan naar ‘onze’ fibula van Wijnaldum en Nelleke IJssennagger concludeert voorzichtig dat Friesland in de Vroege Middeleeuwen deel uitmaakte van een wijder verbreid netwerk dan we tot heden dachten. De rode steentjes op de beroemde fibula van Wijnaldum hebben een exotische oorsprong. Het zijn almandijnen uit India.
Pastoor Jan van der Wal gaat later dit jaar een historische reis naar Rome maken, in het teken van de Friese geschiedenis. Einddoel is de Friezenkerk.
Het symposium van het Fries Genootschap liet felle geluiden horen over de toekomst van Friesland. Vooral Geert Mak was kritisch en riep op tot veel meer strijdbaarheid. Het dociele karakter nekt Friesland, als we niet oppassen.
Wèl strijdbaar, maar de eigen glazen ingooiend, was de Friese elite begin 17de eeuw. Ze vochten vooral onderling en slaagden er maar niet in, het eigen gewest met één krachtige stem te laten spreken. Ligt hier de kiem van de ondergang van Friesland als betekenisvol gewest? Hotso Spanninga wijdde er zijn promotieonderzoek aan. Het resulteerde in het boek Gulden vrijheid? Politieke structuur en staatsvorming in Friesland, 1600-1640.
Fryslân, het historische tijdschrift, editie januari 2013, is nu te koop!
Informatie bij de uitgever:
Van der Let & Partners Identity via 0513 - 654445 of mail naar info@vdlp.nl.
Informatie bij de redactie:
Siebrand Krul via 0513 622 915 of 06 22 95 52 10 of mail naar Siebrand.Krul@upcmail.nl
vrijdag 23 november 2012
Fryslan special over Friese Zeevaart
Historisch Tijdschrift Fryslân november 2012 viel deze week op de mat met als thema de Friese Zeevaart. Op de cover een prachtig detail van een tegeltableau met een smakschip, rond 1780 gemaakt door Pytter Ruurds uit Harlingen.
Hanno Brand schreef een mooi overzichtsartikel over de ontwikkeling van de Friese handelsvaart in Europa tussen 1250 en 1800, getiteld Vrachtvaarders bij uitstek.
In Oost-Vlieland: een Oostzeevaarderskolonie beargumenteert Ben Stenekes het ontstaan van een Vlielandse Oostzeevaarderskolonie aan de hand van de strijd tegen Spanje. De Watergeuzen vormden de basis van het dorp. Hij bestudeerde de Sonttolregisters over een periode die nog niet getranscribeerd is maar al wel als scan online staat: rond 1575. In 1574 passeerden maar liefst 48 Vlielander schippers de Sont richting de Oostzee!
Jelle Jan Koopmans werkt aan een promotieonderzoek naar de schippersgemeenschap uit Makkum in de vroegmoderne periode. Hylke Jans Kingma was hiervan de bekendste representant. Het artikel wordt gelardeerd met fraaie illustraties: een tegeltableau met het kofschip De Twee Gebroeders (van Kingma), in 1748 gemaakt door Dirk Danser uit Harlingen, krijttekeningen uit 1778 door Hendricus Baur van Hylke Jans en zijn vrouw Ytje Hayes, een leren portefeuille uit 1783 van Marten Hylkes, zoon van, koopman, olieslager en zeilmaker te Makkum, een houten beeldje van Hylke Jans uit zijn oliemolen en een gevelsteen met daarop een kerk en zeilend kofschip voorzien van de spreuk: Fortuin uit zee, Hylke Jans, Ytie Hayes, Anno 1767. Deze gevelsteen zit in het Kingmahuis aan het Vallaat in Makkum.
Het themastuk wordt afgesloten met een artikel van Hugo ter Avest over Harlingen, Frieslands poort naar zee. Ondanks de gunstige ligging en perioden van voorspoed is de plaats blijven steken in goede bedoelingen en hoopgevende aanzetten om uit te groeien tot de economische motor van Friesland.
Dit nummer van Fryslan heeft verder nog artikelen over Donderbeitels en urnen: het hunebed van Rijs (dat een steenkist blijkt te zijn). Jeanine Otten beschrijft een culinair verhaal rond Simke Kloosterman: Fryske petiele en de Friese taalstrijd. Mooi geïllustreerd met het schilderij 'De Friesche Maaltijd' dat omstreeks 1630 gemaakt is en in bruikleen van het Fries Museum in het Hannemahuis hangt.
De rubriek Uitvinders en pioniers behandelt in Een Bajema melkt beter! de melkmachine die door boer Anne Bajema (1899-1992) uit Wonneburen werd uitgevonden rond 1950.
Het volgende nummer van Fryslan zal zich richten op wonderdokters en duivelbanners. Daar zijn al leuke boeken over verschenen!
Hanno Brand schreef een mooi overzichtsartikel over de ontwikkeling van de Friese handelsvaart in Europa tussen 1250 en 1800, getiteld Vrachtvaarders bij uitstek.
In Oost-Vlieland: een Oostzeevaarderskolonie beargumenteert Ben Stenekes het ontstaan van een Vlielandse Oostzeevaarderskolonie aan de hand van de strijd tegen Spanje. De Watergeuzen vormden de basis van het dorp. Hij bestudeerde de Sonttolregisters over een periode die nog niet getranscribeerd is maar al wel als scan online staat: rond 1575. In 1574 passeerden maar liefst 48 Vlielander schippers de Sont richting de Oostzee!
Jelle Jan Koopmans werkt aan een promotieonderzoek naar de schippersgemeenschap uit Makkum in de vroegmoderne periode. Hylke Jans Kingma was hiervan de bekendste representant. Het artikel wordt gelardeerd met fraaie illustraties: een tegeltableau met het kofschip De Twee Gebroeders (van Kingma), in 1748 gemaakt door Dirk Danser uit Harlingen, krijttekeningen uit 1778 door Hendricus Baur van Hylke Jans en zijn vrouw Ytje Hayes, een leren portefeuille uit 1783 van Marten Hylkes, zoon van, koopman, olieslager en zeilmaker te Makkum, een houten beeldje van Hylke Jans uit zijn oliemolen en een gevelsteen met daarop een kerk en zeilend kofschip voorzien van de spreuk: Fortuin uit zee, Hylke Jans, Ytie Hayes, Anno 1767. Deze gevelsteen zit in het Kingmahuis aan het Vallaat in Makkum.
Het themastuk wordt afgesloten met een artikel van Hugo ter Avest over Harlingen, Frieslands poort naar zee. Ondanks de gunstige ligging en perioden van voorspoed is de plaats blijven steken in goede bedoelingen en hoopgevende aanzetten om uit te groeien tot de economische motor van Friesland.
Dit nummer van Fryslan heeft verder nog artikelen over Donderbeitels en urnen: het hunebed van Rijs (dat een steenkist blijkt te zijn). Jeanine Otten beschrijft een culinair verhaal rond Simke Kloosterman: Fryske petiele en de Friese taalstrijd. Mooi geïllustreerd met het schilderij 'De Friesche Maaltijd' dat omstreeks 1630 gemaakt is en in bruikleen van het Fries Museum in het Hannemahuis hangt.
De rubriek Uitvinders en pioniers behandelt in Een Bajema melkt beter! de melkmachine die door boer Anne Bajema (1899-1992) uit Wonneburen werd uitgevonden rond 1950.
Het volgende nummer van Fryslan zal zich richten op wonderdokters en duivelbanners. Daar zijn al leuke boeken over verschenen!
Abonneren op:
Posts (Atom)



