Donderdag 2 juni stond de Historische Vereniging Noordoost Friesland met een kraam op het tweejaarlijkse evenement voor familiegeschiedenis en genealogie: Famillement.
Het CBG was deze keer samen met het Utrechts Archief de organisator. Het in het centrum van Utrecht gelegen archief met voorplein fungeerde natuurlijk als een prima locatie voor deze landelijke bijeenkomst.
We hadden geluk met het weer, want op een paar spettertjes na bleef het de hele dag droog. En dat
was ook wel nodig omdat we buiten op het plein stonden, met stekkerdozen waarmee onze laptops onder stroom bleven.
Arjen Dijkstra uit Nes, Jacob Roep van Ameland en Hans Zijlstra bemanden de stand.
Al voor het officiële aanvangstijdstip van 11 uur was het een drukte van belang.
Onze kraam hadden we aangekleed met twee mooie banners, laptops, nummers van ons verenigingsblad De Sneuper, fotoboekje De Sneuper 100 en het boek over oral history in onze regio: Op de Praatstoel 2.
De hele dag hadden we goede aanloop van mensen met familie in Friesland of een andere link. Marten Jan Bok kwam langs en meldde dat hij graag nog een keer een artikel schrijft over Munnekezijl als zeehaven (in de Sonttolregisters wordt Muntjeziel vaak verward met Termunterzijl). Wie aanvullingen heeft mag zich melden!
Organisator Rob van Drie verwelkomde ons en had alles goed onder controle.
Zo kwamen er ook drie heren langs die belangstelling hebben voor monumenten als schoorstenen en aankondigden binnenkort naar Oostrum te gaan voor de schoorsteen van de oude steenfabriek, waar ook nog een oude kraan bij zou moeten staan. Ik liet ze alvast het filmpje zien van de fabriek in actie in 1927.
Een andere man vertelde dat hij allerlei technische tekeningen van Schiermonnikoog heeft, oa van het oude electriciteitsnetwerk. Hij beloofde meer informatie en mogelijk scans te sturen.
Diverse bezoekers waren ook verbaasd dat we zo'n prachtig kleurenblad als De Sneuper voor zo'n laag lidmaatschapsbedrag als 15 euro per jaar als kwartaalblad, inclusief porto, kunnen aanbieden. Enkele mensen vroegen dan ook waar we het produceren: bij Andeko in Dokkum dus!
Het blad van de heraldische afdeling van de NGV, Blazoen, wordt inmiddels ook al bij Andeko digitaal gedrukt. Ons lid Wibo Boswijk, die ook aanwezig was, is hierbij betrokken.
Maikel Galama uit Workum kwam langs om ons te groeten en de hand te schudden en ook onze twittervriendinnen Henriette Adema en Tineke Hartman gaven acte de presence en maakten een paar leuke foto's (zoals degene bij dit artikel).
Antonia Veldhuis deed goed aan haar PR door visitekaartjes uit te delen. Binnenkort levert ze een leuk artikel voor De Sneuper!
Een echtpaar kwam langs met interesse voor de reizende dominee Hebelius Potter. Die blijkt ook in het Duitse Hanau bekend te zijn.
Interessant was het onderzoek van Henk Werk over de Groninger kermis en de met gebakkramen reizende familie Werk.
Een heer Boskma uit de buurt van Rotterdam werd lid omdat zijn voorouders vooral uit Dantumadeel komen.
Aan het einde van de dag meldde zich een heer Steen, die familie is van Sibe van Aengium, de kinderboekenschrijver uit Anjum die o.a. Smokkelaars van de Schans schreef. Hij werd ook meteen enthousiast lid en kocht het fotoboek De Sneuper 100. Hij beloofde oude foto's van de familie Steen te scannen en toe te sturen.
Een van onze eerste leden, Bouwe van der Meulen, konden we verblijden met twee exemplaren van Op de Praatstoel 2, voor een schappelijk prijsje.
Al met al een druk en geslaagd dagje, waarbij we weer vele mensen op de hoogte gebracht hebben van De Sneuper en ons netwerk, waaraan we weer drie nieuwe leden konden toevoegen.
In 2018 zal Famillement in Friesland plaatsvinden bij Tresoar, als Leeuwarden ook Culturele Hoofdstad van Europa is!
Posts tonen met het label Utrecht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Utrecht. Alle posts tonen
vrijdag 3 juni 2016
woensdag 4 mei 2016
Historische Vereniging Noordoost Friesland deelnemer Famillement te Utrecht
Elke twee jaar wordt door het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) in samenwerking met een regionale archiefinstelling het Famillement georganiseerd.
Dit jaar, 2016, wordt in en met het Utrechts Archief het genealogisch/historische evenement gehouden op donderdag 2 juni, van 11 tot 19 uur.
Het leek ons een prima idee om ons als vereniging ook eens te presenteren. De laatste jaren zijn immers vele leden van buiten de provincie Friesland lid geworden en hebben we steeds meer contacten met personen en organisties in alle delen van Nederland.
Op de donderdag zullen we dan ook met zeker 3 leden aanwezig zijn met een stand. Secretaris Arjen Dijkstra, webmaster Hans Zijlstra en redacteur Jacob Roep zullen in ieder geval aanwezig zijn. Naast ons verenigingsblad De Sneuper zullen we ook boeken als Op de Praatstoel 2, de Dubbel-DVD met De Sneuper 1 t/m 75, fotoboek De Sneuper nummer 100 en andere interessante zaken aanbieden. Op meegebrachte laptops kunnen we digitale bestanden zoals namenlijsten, transcripties, scans, bronbestanden en oude foto's presenteren. Ook kan Hans Zijlstra u meer vertellen over de activiteiten rond de avontuurlijke Friese jonkheer Tinco Lycklama a Nijeholt: het Tinco Project.
Daarnaast kunt u uiteraard bij de stand gewoon een praatje komen maken en ons uithoren over onze kennis van de genealogie, streekhistorie, heraldiek, maritieme en kunstgeschiedenis van Noordoost-Friesland, inclusief Ameland en uiteraard Dokkum.
We nodigen u dan ook van harte uit om langs te komen op dit gratis toegankelijke evenement. De vorige editie had maar liefst 2300 bezoekers. Dit jaar kunnen het nog meer worden. Met maar liefst 67 deelnemende organisaties en diverse interessante lezingen (van o.a Maarten van Rossem en Dominique van der Heyde) belooft het in ieder geval een afwisselend evenement te worden!
Locatie:
Het Famillement 2016 wordt gehouden in en om Het Utrechts Archief, Hamburgerstraat 28, 3512 NS Utrecht (hartje binnenstad, dus op loopafstand van station en Dom). Zie ook het programma-overzicht.
Donderdag 2 juni, van 11 tot 19 uur.
Gratis toegang. Geen registratie nodig.
U vindt de Historische Vereniging Noordoost Friesland bij standnummer P15 op het plein van het Utrechts Archief.
Dit jaar, 2016, wordt in en met het Utrechts Archief het genealogisch/historische evenement gehouden op donderdag 2 juni, van 11 tot 19 uur.
Het leek ons een prima idee om ons als vereniging ook eens te presenteren. De laatste jaren zijn immers vele leden van buiten de provincie Friesland lid geworden en hebben we steeds meer contacten met personen en organisties in alle delen van Nederland.
Op de donderdag zullen we dan ook met zeker 3 leden aanwezig zijn met een stand. Secretaris Arjen Dijkstra, webmaster Hans Zijlstra en redacteur Jacob Roep zullen in ieder geval aanwezig zijn. Naast ons verenigingsblad De Sneuper zullen we ook boeken als Op de Praatstoel 2, de Dubbel-DVD met De Sneuper 1 t/m 75, fotoboek De Sneuper nummer 100 en andere interessante zaken aanbieden. Op meegebrachte laptops kunnen we digitale bestanden zoals namenlijsten, transcripties, scans, bronbestanden en oude foto's presenteren. Ook kan Hans Zijlstra u meer vertellen over de activiteiten rond de avontuurlijke Friese jonkheer Tinco Lycklama a Nijeholt: het Tinco Project.
Daarnaast kunt u uiteraard bij de stand gewoon een praatje komen maken en ons uithoren over onze kennis van de genealogie, streekhistorie, heraldiek, maritieme en kunstgeschiedenis van Noordoost-Friesland, inclusief Ameland en uiteraard Dokkum.
We nodigen u dan ook van harte uit om langs te komen op dit gratis toegankelijke evenement. De vorige editie had maar liefst 2300 bezoekers. Dit jaar kunnen het nog meer worden. Met maar liefst 67 deelnemende organisaties en diverse interessante lezingen (van o.a Maarten van Rossem en Dominique van der Heyde) belooft het in ieder geval een afwisselend evenement te worden!
Locatie:
Het Famillement 2016 wordt gehouden in en om Het Utrechts Archief, Hamburgerstraat 28, 3512 NS Utrecht (hartje binnenstad, dus op loopafstand van station en Dom). Zie ook het programma-overzicht.
Donderdag 2 juni, van 11 tot 19 uur.
Gratis toegang. Geen registratie nodig.
U vindt de Historische Vereniging Noordoost Friesland bij standnummer P15 op het plein van het Utrechts Archief.
zaterdag 29 augustus 2015
Koorkap gerelateerd aan Bonifatius in museum Catharijneconvent
Dat er relieken van Friese heiligen uit de 13e eeuw in België bewaard zijn gebleven wisten we al uit de publicatie van Wibo Boswijk in De Sneuper 115.
En van de nog veel 'oudere' Bonifatius zijn de meeste relieken in de Duitse stad Fulda te zien.
Het was dan ook toch wel met enige verbazing dat ik recent in museum Catharijneconvent in Utrecht een oude koormantel in een vitrine zag die een relatie schijnt te hebben met Bonifatius (die in 754 bij Dokkum werd vermoord).
Dit is de beschrijving van het museum die vermeld dat het uit de Bonifatiuskerk te Dokkum afkomstig is (waarbij de vermelding van 13e eeuw toch wat vreemd is):
Koorkap, half cirkelvormig, op donkerblauwe ondergrond geaffronteerde pauwen
1190 - 1209
Koorkap van Bonifatius
Dokkum, eerste helft van de 13e eeuw; weefsel: Oostelijk Middellandse-Zeegebied, ca. 1190-1210
ABM t2341
Deze koormantel is volgens een legende gedragen door de missionaris Bonifatius (672 of 675-754). Omdat de mantel met de heilige in aanraking zou zijn geweest, wordt hij beschouwd als een reliek en door de eeuwen heen zorgvuldig bewaard. Gelovigen kennen wonderdadige kracht toe aan relieken. De zijden stof blijkt echter niet ouder dan het einde van de twaalfde eeuw. De koorkap is lange tijd door geestelijken gebruikt tijdens erediensten in de Paulus en Bonifatiuskerk in Dokkum. Wanneer de kerk in 1588 wordt verwoest, weet een familie de mantel in veiligheid te brengen. (Bedoeld wordt de in 1588 gesloopte Bonifatius-abdij, HZ)
Objectbeschrijving (zie ook de museumwebsite)
Op een donkerblauwe ondergrond zijn in banen om en om paarsgewijs naar elkaar toegewende pauwen en zeer fijne ranken aangebracht, die o.a. uit gestyleerde palmetten, pijnappels en bladwerk bestaan. De banen met pauwen zijn in verschillende kleuren weergegeven, afwisselen in okerkleur, geelachtig groen en rood. De koppen en halzen van de vogels zijn evenals het rankenwerk in wit weergegeven. Tussen de opgeheven gekrulde pauwenstaarten zijn gestyleerde palmetten ingeweven. Tussen de koppen van de vogels zijn op dunne stengels pijnappels aangebracht. De verticale opbouw van het patroon bestaat uit vogels, die afwisselend naar elkaar toe en van elkaar af staan, zodat men motieven van pijnappels en palmetten boven elkaar krijgt: de friezen verspringen over de afstand van een vogel.
Boven aan de achterzijde van de koorkap bevindt zich een "capuce", een vroege vorm van het koorkapschild. Het werd vervaardigd uit overgebleven weefselfragmenten (Snoep-Reitsma 1967, p. 5). De naden zijn bedekt met een geweven bandje.
Techniek weefsel: de koorkap is vervaardigd uit zijde in keperbinding. De schering draden zijn van zilvergrijze zijde, de inslag bestaat uit draden van drie -nu verbleekte- kleuren: donkerblauw, wit, en afwisselend rood, oranje en geelgroen. De originele kleuren zijn bewaard gebleven in de randen. Voor uitgebreidere weefselanalyse zie Snoep-Reitsma 1967, p. 3.
Aanvullende informatie:
Er bestaan vier veronderstellingen voor de herkomst van het weefsel:
1. het is door een pelgrim aan de kerk of het klooster van Bonifatius geschonken;
2. het is via een handelsschip in Dokkum terecht gekomen;
3. een abt bracht het naar Dokkum vanuit Prémontré, de handelsplaats waar het hoofdklooster der Norbertijnen was gevestigd;
4. de stof werd buitgemaakt in de zijdestad Damiate in Egypte tijdens de kruisvaart der Dokkummers in 1218 en vervolgens na terugkomst geschonken aan klooster of kerk. Daaruit zou in de eerste helft van de 13de eeuw een koorkap zijn vervaardigd. De kombinatie koorkap en kazuifel worden voor het eerst vermeld in de Acta Sanctorum van 1685 van de hand van de bollandist Heschenius"...casula et pluviali veteris mori..." Zie voor het Dokkummer kazuifel ABM t02342. Zie ook ABM st00987a en ABM st00987b.
De van oorsprong rechthoekige lap, waaruit de koorkap is gemaakt, was ca. 155 cm hoog en 238 cm breed. De koorkap is 290 cm breed. Uit de uitgespaarde "driehoeken" werden delen aan de zijkanten van de koorkap toegevoegd. Van de resterende delen werd een capuce gemaakt, oorspronkelijk de capuchon van de Romeinse renmantel of pluviale. Zie Snoep-Reitsma 1967, p. 11.
Een bijbehorend weefselfragment (ABM st00854, H. 27.0 x B. 42.0 cm) werd tijdens een restauratie in 1965 in het Nationaal Historisch Museum te Stockholm weer aan de koormantel vastgemaakt.
En van de nog veel 'oudere' Bonifatius zijn de meeste relieken in de Duitse stad Fulda te zien.
Het was dan ook toch wel met enige verbazing dat ik recent in museum Catharijneconvent in Utrecht een oude koormantel in een vitrine zag die een relatie schijnt te hebben met Bonifatius (die in 754 bij Dokkum werd vermoord).
Dit is de beschrijving van het museum die vermeld dat het uit de Bonifatiuskerk te Dokkum afkomstig is (waarbij de vermelding van 13e eeuw toch wat vreemd is):
Koorkap, half cirkelvormig, op donkerblauwe ondergrond geaffronteerde pauwen
1190 - 1209
Koorkap van Bonifatius
Dokkum, eerste helft van de 13e eeuw; weefsel: Oostelijk Middellandse-Zeegebied, ca. 1190-1210
ABM t2341
Deze koormantel is volgens een legende gedragen door de missionaris Bonifatius (672 of 675-754). Omdat de mantel met de heilige in aanraking zou zijn geweest, wordt hij beschouwd als een reliek en door de eeuwen heen zorgvuldig bewaard. Gelovigen kennen wonderdadige kracht toe aan relieken. De zijden stof blijkt echter niet ouder dan het einde van de twaalfde eeuw. De koorkap is lange tijd door geestelijken gebruikt tijdens erediensten in de Paulus en Bonifatiuskerk in Dokkum. Wanneer de kerk in 1588 wordt verwoest, weet een familie de mantel in veiligheid te brengen. (Bedoeld wordt de in 1588 gesloopte Bonifatius-abdij, HZ)
Objectbeschrijving (zie ook de museumwebsite)
Op een donkerblauwe ondergrond zijn in banen om en om paarsgewijs naar elkaar toegewende pauwen en zeer fijne ranken aangebracht, die o.a. uit gestyleerde palmetten, pijnappels en bladwerk bestaan. De banen met pauwen zijn in verschillende kleuren weergegeven, afwisselen in okerkleur, geelachtig groen en rood. De koppen en halzen van de vogels zijn evenals het rankenwerk in wit weergegeven. Tussen de opgeheven gekrulde pauwenstaarten zijn gestyleerde palmetten ingeweven. Tussen de koppen van de vogels zijn op dunne stengels pijnappels aangebracht. De verticale opbouw van het patroon bestaat uit vogels, die afwisselend naar elkaar toe en van elkaar af staan, zodat men motieven van pijnappels en palmetten boven elkaar krijgt: de friezen verspringen over de afstand van een vogel.
Boven aan de achterzijde van de koorkap bevindt zich een "capuce", een vroege vorm van het koorkapschild. Het werd vervaardigd uit overgebleven weefselfragmenten (Snoep-Reitsma 1967, p. 5). De naden zijn bedekt met een geweven bandje.
Techniek weefsel: de koorkap is vervaardigd uit zijde in keperbinding. De schering draden zijn van zilvergrijze zijde, de inslag bestaat uit draden van drie -nu verbleekte- kleuren: donkerblauw, wit, en afwisselend rood, oranje en geelgroen. De originele kleuren zijn bewaard gebleven in de randen. Voor uitgebreidere weefselanalyse zie Snoep-Reitsma 1967, p. 3.
Aanvullende informatie:
Er bestaan vier veronderstellingen voor de herkomst van het weefsel:
1. het is door een pelgrim aan de kerk of het klooster van Bonifatius geschonken;
2. het is via een handelsschip in Dokkum terecht gekomen;
3. een abt bracht het naar Dokkum vanuit Prémontré, de handelsplaats waar het hoofdklooster der Norbertijnen was gevestigd;
4. de stof werd buitgemaakt in de zijdestad Damiate in Egypte tijdens de kruisvaart der Dokkummers in 1218 en vervolgens na terugkomst geschonken aan klooster of kerk. Daaruit zou in de eerste helft van de 13de eeuw een koorkap zijn vervaardigd. De kombinatie koorkap en kazuifel worden voor het eerst vermeld in de Acta Sanctorum van 1685 van de hand van de bollandist Heschenius"...casula et pluviali veteris mori..." Zie voor het Dokkummer kazuifel ABM t02342. Zie ook ABM st00987a en ABM st00987b.
De van oorsprong rechthoekige lap, waaruit de koorkap is gemaakt, was ca. 155 cm hoog en 238 cm breed. De koorkap is 290 cm breed. Uit de uitgespaarde "driehoeken" werden delen aan de zijkanten van de koorkap toegevoegd. Van de resterende delen werd een capuce gemaakt, oorspronkelijk de capuchon van de Romeinse renmantel of pluviale. Zie Snoep-Reitsma 1967, p. 11.
Een bijbehorend weefselfragment (ABM st00854, H. 27.0 x B. 42.0 cm) werd tijdens een restauratie in 1965 in het Nationaal Historisch Museum te Stockholm weer aan de koormantel vastgemaakt.
zondag 23 augustus 2015
Fragmentengebouw Rijksmuseum bevat traptoren Franeker Ockingastins
Het Rijksmuseum in Amsterdam heeft een gebouw, tegenwoordig de Philipsvleugel genoemd, dat vele oude bouwelementen bevat van poorten en gevelstenen uit geheel Nederland. Het wordt ook wel het Fragmentengebouw genoemd.
Het gebouw is door architect Pierre Cuypers opgebouwd uit bouwfragmenten van andere monumenten in Nederland die aan het einde van de 19de eeuw op grote schaal werden gesloopt. Het Rijksmuseum wilde de fragmenten bewaren voor de Nederlandse architectuurgeschiedenis en dus kwamen ze uit het hele land naar Amsterdam. Zo zijn ook in de naastgelegen tuin de Heerepoort van Groningen en de Bergpoort uit Deventer terechtgekomen, evenals beelden uit de tuin van Bosch en Hoven, een buitenplaats bij Haarlem, fragmenten van de afgebroken Amsterdamse Regulierspoort en de waterpoort van Gorinchem. Naast grote tuinvazen van Landgoed Enghuizen bij Lochem, een zuilenrij van de Onze Lieve Vrouwenkerk in Edam, Stadhouderspoort van het Haagse Binnenhof, Poortgebouw van het Duitse Huis in Utrecht, en een toegangshek van buitenplaats Over-Amstel zijn ook vele oude gevelstenen in de diverse muren ingemetseld. Bekijkt u de fotoserie in het online foto-album maar eens.
Tot mijn verrassing is er ook een deel van een oude Friese stins ingebouwd, namelijk de traptoren van de Ockingastins in Franeker die ook als ingang fungeerde. Aan de binnenzijde is de gemetselde wrongtrap nog bewaard. Waarschijnlijk is ook de basis van het rechthoekige gebouw waaraan de traptoren vastzit afkomstig van de Ockingastins (ongetwijfeld gelieerd aan de adellijke Friese familie Van Ockinga). Het draagt namelijk dezelfde blauw-bordeauxrode luiken voor de ramen.
De stins werd ook wel Ockinga-huis genoemd en was een groot diep huis van twee verdiepingen boven kelders, aan de straat bekroond met een trapgevel. Het uiterlijk van Ockingahuis is bekend uit de Franeker stadsplattegronden van de 16de en 17de eeuw.
Aan de binnenzijde van het Fragmentengebouw zijn de bogen uit het trappenhuis van het Constantijn Huygenshuis uit Den Haag en de 16e eeuwse muur van het Kasteel van Breda van graaf Hendrik III van Nassau geïntegreerd.
Dus hoewel enorm veel states en stinzen in Friesland zijn afgebroken, is er notabene in Amsterdam nog een restant bewaard gebleven.
In tegenstelling tot de gebouwen (alleen de Schierstins in Veenwouden is over van de 700 Friese middeleeuwse torenkastelen, naast enkele states zoals Popta) zijn gelukkig wel veel elementen uit de interieurs van de Friese states bewaard gebleven, zoals oude schilderijen, porselein en meubilair. Door de toenemende digitalisering van museumcollecties vinden we daar steeds meer van terug, zoals u met enige regelmaat in ons verenigingsblad De Sneuper en op ons blog kunt lezen!
Het gebouw is door architect Pierre Cuypers opgebouwd uit bouwfragmenten van andere monumenten in Nederland die aan het einde van de 19de eeuw op grote schaal werden gesloopt. Het Rijksmuseum wilde de fragmenten bewaren voor de Nederlandse architectuurgeschiedenis en dus kwamen ze uit het hele land naar Amsterdam. Zo zijn ook in de naastgelegen tuin de Heerepoort van Groningen en de Bergpoort uit Deventer terechtgekomen, evenals beelden uit de tuin van Bosch en Hoven, een buitenplaats bij Haarlem, fragmenten van de afgebroken Amsterdamse Regulierspoort en de waterpoort van Gorinchem. Naast grote tuinvazen van Landgoed Enghuizen bij Lochem, een zuilenrij van de Onze Lieve Vrouwenkerk in Edam, Stadhouderspoort van het Haagse Binnenhof, Poortgebouw van het Duitse Huis in Utrecht, en een toegangshek van buitenplaats Over-Amstel zijn ook vele oude gevelstenen in de diverse muren ingemetseld. Bekijkt u de fotoserie in het online foto-album maar eens.
| Traptoren Ockingatins, Fragmentengebouw Rijksmuseum |
De stins werd ook wel Ockinga-huis genoemd en was een groot diep huis van twee verdiepingen boven kelders, aan de straat bekroond met een trapgevel. Het uiterlijk van Ockingahuis is bekend uit de Franeker stadsplattegronden van de 16de en 17de eeuw.
Aan de binnenzijde van het Fragmentengebouw zijn de bogen uit het trappenhuis van het Constantijn Huygenshuis uit Den Haag en de 16e eeuwse muur van het Kasteel van Breda van graaf Hendrik III van Nassau geïntegreerd.
Dus hoewel enorm veel states en stinzen in Friesland zijn afgebroken, is er notabene in Amsterdam nog een restant bewaard gebleven.
In tegenstelling tot de gebouwen (alleen de Schierstins in Veenwouden is over van de 700 Friese middeleeuwse torenkastelen, naast enkele states zoals Popta) zijn gelukkig wel veel elementen uit de interieurs van de Friese states bewaard gebleven, zoals oude schilderijen, porselein en meubilair. Door de toenemende digitalisering van museumcollecties vinden we daar steeds meer van terug, zoals u met enige regelmaat in ons verenigingsblad De Sneuper en op ons blog kunt lezen!
Labels:
amsterdam,
Binnenhof,
Breda,
Fragmentengebouw,
franeker,
Friesland,
Groningen,
Heerepoort,
kasteel,
Ockingastins,
rijksmuseum,
state,
stins,
Utrecht
woensdag 3 juli 2013
Paleografie met VOC-opvarende Aucke Gerbrants in 1668
Via Jan de Vries uit Koudum kreeg ik een scan van een testament uit het Stadsarchief Amsterdam waarin de Dokkumer VOC-matroos Aucke Gerbrants werd genoemd. Hij tekende in 1668 dit document toen hij zich opmaakte voor een reis naar Oost-Indie met VOC-schip Utrecht (Utregt) van de Kamer Amsterdam.
Nu kan ik de essentie wel lezen, maar het leek me een leuk idee de lezers van dit blog eens uit te dagen het zelf eens te proberen. Via de reactie-link onderaan dit bericht kunt u uw (gedeeltelijke) transcriptie sturen. Via email mag ook.
Aanvullende informatie over deze matroos is natuurlijk ook altijd welkom. Overigens zit in de online database met VOC-opvarenden alleen een reis uit 1668 van de Zuidpolsbroek, dus daarin zul je onze Aucke niet vinden. Wel gaat er in 1682 nog een Lieve Gerbrandts uit Doccum naar Batavia.
Nu kan ik de essentie wel lezen, maar het leek me een leuk idee de lezers van dit blog eens uit te dagen het zelf eens te proberen. Via de reactie-link onderaan dit bericht kunt u uw (gedeeltelijke) transcriptie sturen. Via email mag ook.
Aanvullende informatie over deze matroos is natuurlijk ook altijd welkom. Overigens zit in de online database met VOC-opvarenden alleen een reis uit 1668 van de Zuidpolsbroek, dus daarin zul je onze Aucke niet vinden. Wel gaat er in 1682 nog een Lieve Gerbrandts uit Doccum naar Batavia.
Abonneren op:
Posts (Atom)




