dinsdag 27 mei 2014

Friese schippers en de Deense ossenhandel

Tijdens de ledenvergadering van de Vereniging voor Zeegeschiedenis op de Bataviawerf in Lelystad
Schilderij De Os, 1564, schilder onbekend, Amsterdam Museum
presenteerde Wilma Gijsbers een verhaal over de Deense ossenhandel en de retourhandel in tegels en de rol van schippers daarin. In 1999 verdedigde zij aan de Universiteit van Amsterdam haar dissertatie Kapitale ossen. De internationale handel in slachtvee in Noordwest-Europa 1300-1750. (Als boek is het reeds uitverkocht).

Vanuit Denemarken, vooral Jutland, werden blijkbaar grote kuddes ossen verhandeld, vaak naar markten in Holland, bijvoorbeeld Hoorn en Enkhuizen. De reis kon te voet gemaakt worden, waarna vaak vanuit plaatsen aan de oostzijde van de Zuiderzee nog een transport over water plaatsvond. Er kon echter ook direct vanuit Denemarken een transport over zee en rivieren gemaakt worden. De ossen waren dan wel sterk vermagerd en moesten op de grazige weiden van vaak net drooggemalen polders weer aangesterkt worden (het vetweiden, nog bekend van de Friese Vetkopers).
Bij het vervoeren van de ossen speelden Friese schippers, immers bekend als de transporteurs van Noord-Europa, een vrij grote rol.
In de bijlagen van de online dissertatie van Wilma Gijsbers is o.a. een bijlage opgenomen met de namen van schippers die zij in de Notariële Archieven is tegengekomen. Daarin ook een aantal schippers uit onze regio, die met name voorkomen in het Notarieel Archief Amsterdam (NAA):

Arend Jakobs uit Anjum met de tjalk Abrahams Offerrande op 17 maart 1713, NAA 6801, a171. Deze vinden we terug in de DTB: Bevestiging huwelijk op 15 juli 1703 in Anjum. Bruidegom: Aarnt Jakobs afkomstig van Munnikezijl, Bruid: Aaltje Bernardus Schotanus afkomstig van Anjum (mogelijk dochter van chirurgijn Bernardus Schotanus uit Balk/ Sloten). Bron: Trouwregister Hervormde gemeente Anjum 1693-1810. Inventarisnr.: DTB 532.
Met thuishaven Anjum (ook wel gespeld als Anjun, Anjon, Anjou, Anium, Aniam en Anjam), wat in de praktijk het haventje van Ezumazijl zal zijn geweest, komt hij voor in de Sonttolregisters, waar zijn lading meestal bestaat uit ballast:
    13-4-1729    Arent Jacobsen,  Anjum,    Anjum - Kønigsbergen.
    15-5-1729    Arent Jacobsen    Anjum,    Pillau - Amsterdam.
    1-7-1729    Arent Jacobsen,    Anjum,    Anjum - Dantzig
    28-7-1729    Arent Jacobsen,    Anjum,    Dantzig - Amsterdam.
    7-10-1734    Aart Jacobs,    Anjum,   Abt - Østersøen

Albert Doekes uit Dokkum, wijdschip De Hoop op 17 feb 1676 NAA3864, f222. Ook hem vinden we in de DTB: Bevestiging huwelijk op 17 augustus 1673. Bruidegom: Albert Doeckes afkomstig van Dokkum. Bruid: Grijtie Ballings afkomstig van Kollum. Opmerking: grootschipper. Dokkum DTB 193 en 174. In 1674 en 1703 komen ze ook als lidmaat van de Remonstrantse Gemeente te Dokkum voor. Albert Doekes komt in de Sonttolregisters voor met een vermelding in 1695, nota bene met thuishaven Ameland!

Tede Doekes uit Dokkum (zijn broer?), wijdschip De Eikelboom 66x19 voet, op 8 feb 1676, NAA3864, f221

Wigbout Hermans (Wigbolt Harmens) uit Kollum, 26 maart 1713, costschip (kofschip?) NAA6801 a189

Wouter Teunis van Ameland, 17 maart 1713 smakschip De Emmausgangers NAA6801 a171
Pieter Saskers van Ameland 26 maart 1713 De Jozef en Maria NAA6801 a189

Er zijn prachtige schilderijen van ossen, zoals die van een prijsos in het Amsterdam Museum uit 1564 en een Blaarkop prijsos van rond 1650 die te koop is bij antiquair Bruil & Brandsma in Amsterdam. En we kennen natuurlijk allemaal De Stier van Paulus Potter, in het onlangs heropende Mauritshuis.

Update:
Aanvulling van Jan de Vries uit Koudum: Veel smakken en wijdschepen van betrekkelijk kleine laadvermogens vergeleken met fluiten. Scheepsnaam 'Grasmaaier' (p. 554) is wel een leuke in dit verband.
De onderstaande uit NAA staat niet in dit overzicht:
6 april 1644, Gabriel Marselis, commissaris van de Deense Koning in de Republiek der Zeven Provincieen bevracht 24 schepen om Ossen te laden in de Sont bij het kasteel van Elseneur. Onder de schippers: Joltje Froukes, Symen Jelles, Sierck Sipkes, Jarich Cornelis, Huyte Tjercks van Koudum. SAA 5075 nr. 1622 / 106. Dit gaat voorzover ik het kan overzien om de bevrachting van fluitschepen.
Over Gabriel Marselis verscheen in Amstelodamum van december 2012 een prachtig artikel van historicus Dudok van Heel die vermoed dat Marselis en zijn vrouw zijn geportretteerd door Bartholomeus van der Helst, rond hun landgoed Elswout in Overveen.
Update 2: In Amstelodamum 2015/3 juli-sept wordt de toeschrijving aan Marselis herroepen. Het blijkt een ander echtpaar!

zondag 25 mei 2014

Zomer-expositie 2014 Oudheidkamer Kollum: Esonstad: Mythe of werkelijkheid?

Ooit lag er een bloeiende handelsstad in de voormalige Lauwerszee, niet ver van Ezumazijl, Esonstad. Deze plaats wordt in één adem genoemd met twee andere oude Friese steden, Stavoren en Dokkum. Esonstad ging evenwel ten onder, al in 1230, toen het werd verzwolgen door de zee. Zo vertellen oude kronieken. Maar is dit ook waar? Of is het een mythe?

In de jaren ’50 dachten archeologen sporen van Esonstad in de Lauwerszee te hebben gevonden. Later hebben andere archeologen hier weer vraagtekens bij gezet. Dus toch een mythe? Of toch werkelijkheid? Oudheidkamer Kollum laat aan de hand van oude kronieken, van oude kaarten, van vondsten van aardewerk, van een televisiedocumentaire, en zelfs van een heuse Vikingmuntschat zien wat mythe en wat werkelijkheid is. Boeiend zijn ook de ‘leugenverhalen’, waarin de bewoners van het oude Esonstad worden opgevoerd als zowel hooghartig als dom.

Speciale kinderactiviteiten maken ook deel uit van deze expositie. De expositie wordt zaterdag 31 mei om 16.00 uur geopend, door drs. Kerst J. Huisman, oud-journalist, publicist en historicus. U bent hierbij van harte welkom! 


Oudheidkamer ‘Mr. Andreae’, Eyso de Wendtstraat 9-11 in Kollum is geopend van 4 juni t/m 1 november 2014 op woensdag t/m zaterdag van 14.00 tot 17.00 uur. Bezoek ook de website: www.oudheidkamerkollum.nl

vrijdag 16 mei 2014

Expositie Windmotoren in Fries Landbouwmuseum Earnewâld

Van 25 mei tot 1 november 2014 organiseert het Fries Landbouwmuseum in Earnewâld een expositie over Amerikaanse windmotoren. In het Friese landschap staan nog op verschillende plaatsen deze stalen windmolens. Ze namen vanaf begin 1900 de plaats in van de oude houten watermolens zoals de tjasker, de spinnekop en de monniksmolen.
In eerste instantie werden veel windmotoren, met namen als 'Herkules Metallicus', geïmporteerd vanuit Amerika en Duitsland. Later gingen Friese bedrijven, zoals Gebroeders Bakker IJlst en Mous uit Balk, deze Amerikaanse windmotoren zelf verbeteren en bouwen. Het museum heeft bij deze expositie steun gekregen van de  stichting Windmotoren-Friesland en stichting Waterschapserfgoed.

De Amerikaanse windmotor dankt zijn naam aan de Amerikaan Daniel Halladay, die in 1854 het eerste ontwerp maakte van een stalen windmolen. Amerikaanse boeren gebruikten de molen in droge streken om water op te pompen om hun vee te drenken. Rond 1900 kwam de Amerikaanse windmotor vanuit Duitsland naar Nederland. De Duitsers hadden overigens van de Amerikaan een andere molen gemaakt: veel groter en niet meer bedoeld om water omhoog te pompen, maar juist om water mee af te voeren.
In Friesland werd de molen erg populair. In de eerste plaats vanwege het kleinschalige polderlandschap, er waren daardoor veel plaatsen waar een windmotor opgericht kon worden. Het had daarnaast te maken met het conservatisme van de Friese boeren. Die vonden stoommachines, die in die jaren ook beschikbaar kwamen, veel te ingewikkeld en kostbaar: de wind was immers gratis en steenkool was duur. Ook hadden deze gemalen bediening nodig. De Amerikaan daarentegen had bijna geen menskracht nodig, want de molen kan zichzelf door een slimme constructie naar de wind richten en bij harde wind zich aanpassen of zelfs automatisch uit de wind draaien.

Kort
Toch was de glorietijd van de windmotor maar van korte duur. Na WO II werden de windmotoren op grote schaal vervangen door gemalen die aangedreven werden door elektriciteit of dieselmotoren.
Door de concentratie van polders en waterschappen werden veel windmolens overbodig en daarna afgebroken. Gelukkig is er een aantal windmotoren gespaard gebleven. Veel daarvan zijn gerestaureerd, onder andere in opdracht van de Stichting Waterschapserfgoed. Zij zijn de stille getuigen van de laatste fase van de windbemaling in Fryslân.

Expositie
De expositie laat de geschiedenis van deze interessante ontwikkeling zien. Naast (echte) onderdelen en een tweetal modellen waarvan één uit 1916, is er filmmateriaal en kon er geput worden uit het omvangrijke bedrijfsarchief van de grootste bouwer van Friesland, de Gebr. Bakker in IJlst. Dit nog steeds bestaande bedrijf heeft sinds begin 1900 door de jaren heen meer dan 1.000 windmotoren geleverd.

Bertus Mulder de voorzitter van de stichting Waterschapserfgoed opent de expositie op 23 mei a.s..om 20:00 uur.
Naast de expositie staan er nog meer zaken in de planning: Omrop Fryslân (DOK) heeft een speciale documentaire gemaakt die op 25 mei op de landelijke tv komt.
Verder organiseert het museum in de zomermaanden een drietal wandelexcursies naar een windmotor.
In de herfst volgt een lezing over dit onderwerp. 
Bekijk ook deze filmpjes
 http://www.youtube.com/watch?v=xMvcEVnn8aQ
http://www.youtube.com/watch?v=uXaZEDNx0uU

zondag 11 mei 2014

Wat is mijn link met familie Schenck van Toutenburg?

Jaren geleden heb ik deelgenomen aan het Genographic Project van National Geographic. Ik kreeg een setje toegestuurd waarmee ik bij mezelf wangslijm kon afnemen en die in een buisje moest terugsturen naar de USA. Enige tijd later kreeg ik dan zowel per post als in de email een analyse van mijn DNA, in eerste instantie op zo'n 20 markers (mutatiepunten) over de mannelijke lijn Y. Afgezien van de aardige kaart waarop de 'Human Journey' vanuit Oost-Afrika stond afgebeeld, vond ik het eigenlijk wat teleurstellend. Een lange reeks cijfers en wat onduidelijk geneuzel over Haplo-groepen, en dat was het wel zo'n beetje.
Weer wat later kon ik mijn cijferreeks online delen via FTDNA, die mij mailden als er een (gedeeltelijke) match was met andere deelnemers aan Y-DNA-projecten. Daar zaten aardige links bij maar nooit een volledige match.
Toen het boek Zonen van Adam in Nederland werd gepubliceerd werd ook mijn stamreeks opgenomen en werd aansluitend een seminar georganiseerd aan de Erasmus Universiteit.
Op een gegeven moment werd ik gemaild door een coordinator van een DNA-groep met focus op het Verenigd Koninkrijk, het U198 Y-DNA Project, omdat ze zagen dat ik binnen hun profiel viel. Ze betaalden zelfs mee aan een uitbreiding van mijn profiel tot 67 markers. Op zich aardig, maar mij leverde het niet veel nieuwe inzichten op. Wel kreeg ik na verloop van tijd een melding van een 67 marker-match met iemand in de USA die ook aan het Friese Waddenproject deelnam, ene Paul Schenck. Dit leverde email-contacten op waarin mij werd uitgelegd dat de voorouders van Schenck al midden 17e eeuw vanuit de Republiek naar Nieuw-Nederland waren geemigreerd. In het Brooklyn Museum in Brooklyn, New York werd zelfs een tweetal huizen van de familie bewaard, afgebroken en weer opgebouwd. Het betrof een 17e eeuws huis van Jan Martens Schenck (geboren rond 1631) en een 18e eeuws huis van zijn kleinzoon Nicholas Schenck. Omdat ik vorige week toevallig toch voor mijn werk in New York moest zijn heb ik dan ook maar het museum bezocht en me uiteraard met de bewuste huizen op de foto laten zetten.
De theorie zegt dat bij een 67-marker match een zeer grote kans (90%) bestaat op een gemeenschappelijke voorouder (Most Recent Common Ancestor=MRCA) in mannelijke lijn binnen 15 generaties. Dan heb je het over een voorvader uit grofweg 1550.
De familie Schenck heeft haar stamboom uitgezocht en teruggevonden tot begin 17e eeuw tot een voorouder in Amersfoort terwijl ikzelf rond die zelfde tijd uitkom in Ee.
Wat zou dan de link zijn tussen onze families? Die moet dan theoretisch 1 of 2 generaties daarvoor liggen. De familie Schenck heeft al eens onderzocht of ze gelieerd zijn aan de familie Schenck van Nydeggen, maar dat lijkt niet het geval. Maar er is ook een familie Schenck van Toutenburg, met wie de link nog niet verder is uitgezocht. De Limburgse onderzoeker Willy Peters, die veel onderzoek heeft gedaan naar de familie Schenck van Nydeggen denkt namelijk dat dat een betere optie is. En dan is er in ieder geval geografisch al een logischer verband te vinden. Want wat blijkt namelijk? Georg Schenck van Toutenburg was een Duitse edelman die in 1521 Stadhouder van Friesland werd. Tijdens een van zijn veldslagen, met Jancko van Douwama, veroverde hij o.a. Dokkum! Nou, dan kun je verder wel je fantasie de vrije loop geven.
Voorlopig houden we het nog maar even op een vage hypothese. Zodra we bewijsmateriaal vinden zal ik het melden!

donderdag 8 mei 2014

Voorbereidingen nieuw boek over Dokkum in oorlog

Door Reinder Postma
Piet Eekhoff, gesneuveld bij de Woudpoort.*
Sinds ca. drie jaar zijn mijn vrouw en ik bezig met de voorbereiding van een boek over Dokkum in de oorlog. (Daarna zullen er meer delen over de gemeente Dongeradeel volgen.)

De voorlopige planning van publicatie was mei van dit jaar. Door een grote toestroom van steeds weer nieuwe gegevens lukt dit echter niet. We streven er momenteel naar het boek rond de herfstvakantie klaar te hebben, in ieder geval dit jaar.

We komen op een boek van ruim 300 pagina’s en ongeveer evenveel foto’s en een schat aan informatie. Voor meer details zie link naar het artikel in de Nieuwe Dockumer Courant.

Bij voorintekening zal het boek 25 euro kosten en daarna 27,50. (ex. Verzendkosten).

Wanneer u een exemplaar wilt bestellen, dan kan dat via de mail, later ontvangt u dan bericht over de verdere afhandeling,

Met vriendelijke groeten,
Reinder Postma
Yvonne te Nijenhuis

* Piet Eekhoff, gesneuveld bij de Woudpoort in Dokkum. Door de mannen van het verzet per ongeluk dood geschoten toen hij als menselijk schild door de landwacht op hun auto was gezet.

donderdag 1 mei 2014

Boeiende uitstalling en lezing over rouwgebruiken

Door Henk Aartsma.
Er waren op woendag een 45 tal bezoekers naar de bijeenkomst van Broodje KK in De Posthoorn in Dokkum gekomen om te luisteren wat IJsbrandt van Slooten had te vertellen omtrent de gebruiken rondom rouw. De inleider wist met zijn verhaal en met de uitstalling van diverse voorwerpen iedereen te boeien. Uit zijn verhaal kwam duidelijk naar voren dat heel veel gebruiken de laatste vijftig jaar verdwenen zijn, zonder dat we ons dat bewust zijn.

De bijeenkomsten van Broodje KK worden gehouden op de tweede woensdag van de maand in hotel De Posthoorn te Dokkum. Voor de prijs van €11,- wordt tussen 12.00 en 14.00 uur een lunchpauze programma aangeboden. De inloop met een kopje koffie is tussen 11.30 en 12.00 uur. Tussen 12.00 en 13.00 uur vindt het gastoptreden plaats, dat kan annex zijn met muziek, toneel, wetenschap, historie. Kortom kunst of cultuur in de ruimste zin. Na dit optreden kunnen de aanwezigen genieten van een uitgebreide lunch.
.
Programma:
WOENSDAG 14 Mei 2014
Mevr. Jansen (Wetterskip Fryslân) zal vertellen over de waterbeheersing, toegespitst op het waterbeheer in Noordoost Fryslân.

zaterdag 26 april 2014

Vlaskamp boek op basis archief boomkwekersfamilie Bosgra

In oktober 2011 verscheen tijdens onze ledendag in Ternaard Aly van der Mark op het toneel met een oproep over de verdwenen tuinen van tuinarchitect Gerrit Vlaskamp. Na een tip van Philippus Breuker had ze in het bedrijfsarchief van boomkwekerij Bosgra in Bergum ontdekt dat Vlaskamp in het Noorden van Nederland wel 350 tuinen heeft aangelegd. In tegenstelling tot tuinarchitect Roodbaard was Vlaskamp in de vergetelheid geraakt.
Uit eigen onderzoek weet ik dat er al rond 1600 op de plaats van boomkwekerij Bosgra in Bergum aan het kweken van bomen werd gedaan. Het oude toponiem Boshoff herinnert daar nog aan.
De afgelopen tijd heeft Aly van der Mark zoveel materiaal verzameld en mensen geinspireerd dat er nu via de uitgeverij van Afuk een boek gepubliceerd is over De Vergeten tuinen van Gerrit Vlaskamp.
Op een eigen Vlaskamp-blog houdt ze met enige regelmaat bij wat er zoal aan nieuws te melden is. Ook via Facebook en Twitter kunt u Vlaskamp volgen.

In het Fries Museum is zelfs een tentoonstelling aan hem gewijd. Ook is er een mooie documentaire via Fryslan Dok online te bekijken.
Voorwaar een prachtig resultaat van een echte sneuper!

vrijdag 18 april 2014

Bijna 1000 jaar oude munt geschonken aan Admiraliteitshuis in Dokkum

Op vrijdagochtend 18 april werd aan museum het Admiraliteitshuis in Dokkum een munt aangeboden. Mevrouw Van der Galiën-Metz van Ameland, weduwe van dhr. T.D. van de Galiën overhandigde een brunoon uit de periode 1068-1090 aan conservator Ihno Dragt.
De heer Van der Galiën wist dat het museum een munt als deze nog niet in de collectie had en wilde dat deze na zijn dood naar het museum ging. De heer Van der Galiën was een gepassioneerd verzamelaar van munten en kwam regelmatig als bezoeker in het museum.
Het betreft een zogenaamde brunoon, de eerste munten die met zekerheid zijn geslagen in Dokkum door Bruno III en Egbert I omstreeks 1040. De munt die geschonken is aan het museum is geslagen door Egbert II, in de periode 1068-1090. Te zien zijn een kruis en de opschrift ‘Doccuga’. Brunonen worden wel in de grond gevonden in Duitsland en Rusland, wat aantoont dat er handelsbetrekkingen waren tussen Dokkum en deze landen.

Conservator Dragt is erg blij met de schenking. Het voornemen is om de munt op korte termijn in de tentoonstelling op te nemen zodat deze te bewonderen is door het publiek.

Lees meer over de Friese muntslag in het interessante boekje van Anjumer Ben te Boekhorst 'In Friesland geslagen'.

dinsdag 15 april 2014

Niawier enthousiast over ledendag Historische Vereniging Noordoost-Friesland

Onder een prettig voorjaarszonnetje kwamen de leden van de Historische Vereniging Noordoost-Friesland bijeen voor de eerste ledendag van 2014, in dorpshuis Nij Sion te Niawier. Het dorp tussen Dokkum en de Waddenzee heeft een interessant verleden met het klooster Sion. Nog vele namen en plekken in het dorp herinneren aan dit klooster dat in de tijd voor de reformatie een van de vele in Friesland was. Zoveel zelfs dat het de provincie was met de meeste kloosters van allemaal!
Het feit dat Bonifatius in 754 na Christus met bruut geweld tot staan gebracht werd weerhield blijkbaar uiteindelijk de bisschoppen niet van een grondige kerstening van het voorheen weerbarstige gebied.
Maar na de reformatie, waarbij de eigendommen van de kloosters rond 1580 geconfisceerd werden en het
Oud-voorzitter Jan Walda met kloostermop
katholicisme officieel verboden werd (ook dat gebeurde grondig) bleef er weinig over van deze eertijds roemruchte plaatsen van devotie. Daarbij hoorde ook het in cultuur brengen van het land door de aanleg van dijken, het houden van vee en verbouwen van gewassen. Daarvoor werden echter met name lekenbroeders ingeschakeld, omdat de nonnen en monniken het vooral erg druk hadden met bidden.
Na de nodige verenigingsinformatie, waarbij in het kader van onze ANBI-erkenning (ja, u kunt belasting-gunstig aan ons schenken!) een beleidsplan gepresenteerd werd en de financiën werden toegelicht, evenals de redactieberichten en een verslag van de webmaster, was het tijd voor onze spreker en redactielid Hilda Bouta. Inmiddels was ook de uitgenodigde dorpsbevolking van Niawier aangeschoven, zodat het toeschouwersaantal ineens verdubbeld was van 50 naar 100!
In een levendig betoog beschreef zij hoe ze onderzoek heeft gedaan naar de familie Bouta/Bolta en de verbanden in en met de Friese adel. Hoogtepunt was de vondst van een religieus boek uit 1561 waarin Teth Bolta ook zelf een klein stukje geschreven lijkt te hebben. Van de maker/schrijver Augustinus van Leeuwarden blijkt uit dezelfde periode nog een boek bewaard te zijn, alhoewel hij toen te Wanswerd woonde.
Er werd gerefereerd aan een boek dat een dag eerder werd gepresenteerd over het voormalige klooster Klaarkamp (eveneens een klooster van de Cisterciënzer, schiere monniken) en dat er nog veel meer kloosters in de omgeving waren.
Voorzitter Haije Talsma noemde het ondersteunen van het initiatief van ons lid Einte Prins om de gesneuvelden bij het demonteren van een zeemijn uit de Tweede Wereldoorlog op passende wijze te herdenken. Mogelijk kunnen we bewaard gebleven en gedemonteerde zeemijnen uit de omgeving hergebruiken. Zowel op Ameland (bij museum Sorgdrager) als in Paesens (in een tuin) schijnt er nog een exemplaar te zijn.
Een van onze gasten had ook een interessante letterlap meegenomen van een dochter van de molenaar van Lioessens, Jeppe Harmens, van rond 1725. De lap vertoonde vele (regionale) overeenkomsten met een lap van Hilda Bouta maar had ook wel degelijk heel specifieke figuren en initialen. Doede Douma en Reinder Tolsma konden al de nodige aanvullende informatie geven over dit geborduurde familieverhaal!
Na de lekkere lunch nam onze oud-voorzitter Jan Walda het woord om een korte toelichting op de geschiedenis van Niawier en het klooster Sion te geven. Bij de kerk (zie het korte filmpje) is een oude priorzerk bewaard en op het voormalige kloosterterrein waar nu de boerderij/ pleats Kleaster Sion staat zijn ook nog resten van kloostermoppen teruggevonden. Een oude muur met blauwe verf in de boerderijschuur lijkt hiermee ook een link te hebben.
Na de excursie verzamelden de leden zich weer in het dorpshuis voor een afsluitend drankje. De stapel nieuwe boeken over het klooster Klaarkamp was binnen enkele minuten uitverkocht!
Ook de Sneuper 100, een boekwerk met tientallen foto's van alle dorpen in de Dongeradelen (nu in de aanbieding!) en Op de Praatstoel 2 vonden gretig aftrek. Mocht u ook Op de Praatstoel 1 nog willen nabestellen, laat het ons dan snel weten!


zondag 13 april 2014

Klooster Klaarkamp, middeleeuws klooster in Noordoost Friesland

Door Arjen Dijkstra, Nes.
Deze week stond voor een belangrijk deel in het teken van kloosters. Was er op zaterdag 12 april de lezing van Hilda Bouta over Teth Bolta uit het klooster Sion te Niawier, op de vrijdag ervoor was er al een voorproefje.  De Stichting Klooster Claercamp en de provincie Fryslân nodigde ons uit om aanwezig te zijn bij de presentatie van het 10e themaboek in de reeks Archeologie in Fryslân in het archeologisch steunpunt op de locatie van het voormalige klooster Klaarkamp bij Rinsumageest.

De middag werd geopend door Jannewietske De Vries, gedeputeerde Cultuur en Erfgoed van de provincie Fryslân. Zij deed een korte inleiding, waarbij ze refereerde de rol van de Staten van Friesland in 1580. Door het confisqueren van kloostergoederen werd een einde gemaakt aan de hoge kloosterdichtheid in Friesland. De taken van de Provinciale Staten van het hedendaagse Fryslân zijn van een heel andere orde, zo constateerde zij.

Overigens speelde de abt van Klooster Klaarkamp op dat moment wel een rol in bestuurlijk Friesland. Aan Ton Stierhout van de Stichting Klooster Claercamp werd een vlag overhandigd, die alleen gebruikt mag worden door archeologische steunpunten. Het Kloostermuseum is daarmee het 11e archeologische steunpunt in Fryslân.

Daarna ontving abt Alberic Bruschke van de Cisterciënzer Abdij Sion te Diepenveen het eerste exemplaar uit handen van Jannewietske de Vries. De abt vertelde dat hij het bijzonder vond om hier te zijn. Claercamp was uiteraard  een klooster van zijn Cisterciënzer Orde, maar is ook naamgever van Schiermonnikoog en moederklooster van vrouwenklooster Sion te Niawier. De abdij van Sion gaat zich vestigen op Schiermonnikoog. Daarmee is de cirkel rond.

Erwin Boers, auteur van het boek, leidde zijn boek in. Toen hij werd gevraagd om dit boek te schrijven, werd hij er door verrast dat er nog niemand een boek over het befaamde Claercamp had geschreven. Toen hij na zijn speurtocht de puzzelstukjes in elkaar wilde schuiven, kreeg hij een idee waarom. Er is veel tegenstrijdige informatie bekend over het klooster. Was het nu wel of niet het eerste bakstenengebouw van Nederland? Het Klooster is gesticht in 1165 als abt Eyso met 12 monniken zich hier vestigt. In de bloeiperiode woonden en werkten er meer dan 700 monniken en lekenbroeders in het machtige klooster. Het was eigenlijk een ‘multinational’ met diverse dochterkloosters in Niawier, Bolsward, Aduard en Gerkesklooster. In 1580 werden de kloostergoederen overgenomen door de provincie.

Het boek  Klaarkamp, Middeleeuws klooster bij Rinsumageest, schiere monniken in noordelijk Fryslân,  is verkrijgbaar in de boekhandel voor slechts € 15,90. 

Het Kloostermuseum is geopend van april t/m oktober, op zaterdag en zondag van 13-17 uur. Van november t/m maart alleen op zondag. Andere dagen alleen op afspraak. Ook groepen zijn welkom.

zaterdag 5 april 2014

Wonderen van Niawier op ledendag Historische Vereniging Noordoost-Friesland

Op zaterdag 12 april a.s. vindt de voorjaarsvergadering van de Historische Vereniging Noordoost-Friesland plaats in Niawier. In dorpshuis Nij Sion verzamelen we om elkaar bij te praten over de afgelopen maanden. Het bestuur en redactie zullen verslag doen en bovenal is er tijd om met medeleden informatie uit te wisselen (neem uw genealogie, boeken en foto's mee!).
Ook staat er een bijzondere lezing op het programma over het herontdekte 16e eeuwse boek dat door Teth Bolta in klooster Sion werd geschreven rond 1561. Hilda Bouta zal er in geuren en kleuren over verhalen.
Daarnaast zal Niawier-kenner bij uitstek, onze oud-voorzitter Jan Walda, ons in en om de oude Hervormde kerk van Niawier leiden waar resten van de 16e eeuwse priorzerk bewaard zijn gebleven.

In 1857 werd door schoolmeester Knoop een beschrijving van Niawier gemaakt (zie de online scans), precies het jaar waarin mijn overgrootvader Bauke Zijlstra er geboren werd.

Heeft u zoch nog niet aangemeld, doe dat dan snel per mail bij onze penningmeester Johannes Dijkstra.!

Vanaf 10 uur bent u welkom in Dorpshuis Nij Sion te Niawier, Bornensisstrjitte 5.
Vanaf 13.30 uur start de lezing van Hilda Bouta en om 14.30 uur de rondleiding door Jan Walda naar de priorzerk en het terrein van het voormalige klooster Sion. Bij het middagprogramma is ook de lokale bevolking welkom.

Voor de wat verder weg wonenden is het wellicht een idee om te carpoolen. Mensen uit (omgeving) Amsterdam kunnen met mij meerijden (graag even mailen) en mogelijk zijn er ook wel sneupers uit Limburg, Zeeland of Brabant die een lift kunnen aanbieden of te vragen hebben. Meldt u via ons verenigingsadres en we zullen zien wie we in contact kunnen brengen.

En mocht u nog interesse hebben voor een mogelijke herdruk van het uitverkochte Op de Praatstoel (deel 1), laat het ons dan ook weten!

dinsdag 1 april 2014

11en30 april 2014 NGV Friesland met Ameland cover

Het afdelingsblad van de NGV Friesland, 11en30, heeft elke keer een ander gemeentewapen op de
cover. Deze keer was het de beurt aan Ameland. Het gemeentewapen wordt beschreven maar verder zijn er geen genealogische of historische artikelen over dit Waddeneiland opgenomen.
Per 1 januari 2014 heeft de NGV afdeling Friesland 378 gewone leden en 87 bijkomende leden, in totaal 465.
De artikelen:
De Friese voorouders van Kees Brusse, door Tineke Slof. Operazangeres Antje Eebes uit Harlingen was de moeder van de onlangs overleden acteur en scenarioschrijver.
In het Geneagram Raven-Schepperle wordt aangetoond dat de gezamenlijke voorouder Hindrik Raven is die in 1725 te Leek werd geboren.
In Bijzondere Memories van Successie wordt door D.A. Zeilmaker de erfenis van Willem Gerrits Wilhelmy (overleden in 1844 te Roordahuizum) beschreven. Dit leverde de nodige conflicten op. 
Er is ook een aanvulling op een eerder artikel over de ramp met de Willem III op de Fluessen bij Koudum, zie daarvoor http://nostalgisch.koudum.nl/dammen/WillemIII.htm
Antonia Veldhuis uit Veenwouden komt deze keer met een Gezinsstaat Van der Leij-Keun. Plaatsnamen zijn o.a. Harlingen, Amsterdam en Apeldoorn.
Een Matriarchale Stamreeks van Reina Oukje Selie heeft een link naar Rottevalle, Drachten, Hardergarijp en Kollum, met familienamen Tekema, Steenstra, Dijkstra, Boomsma, Wijninga/Wijnga.
De Winnaar van de Elfstedentocht van 1942, Sytse de Groot, werd in 1917 te Weidum geboren. Zijn voorouders kwamen uit de buurt van Baard en Jorwerd.

zaterdag 29 maart 2014

Historisch Tijdschrift Fryslan over Fries toneel

Nummer 2 van de 20e jaargang, maart/april 2014 van Historisch Tijdschrift Fryslan gaat over het Friese toneel. Bijna elk dorp in Friesland heeft een eigen gezelschap, van Achlum tot IJsbrechtum.
Jubbega heeft er zelfs vier! De meeste spelen in het Fries. Maar liefst 138 gezelschappen zijn aangesloten bij de Stichting Amateurtoaniel Fryslan die opleidingen biedt en wedstrijden houdt om de kwaliteit te verbeteren. Die Friestalige toneelcultuur begon omstreeks 1860 toen in Koarnjum de eerste toneelvereniging werd opgericht. Al actief sinds het eind van de 19e eeuw zijn de gezelschappen Halbertsma uit Wergea, Tesselschade uit Hurdegaryp en Rjucht en Sljucht uit De Tynje.
Na de Tweede Wereldoorlog wordt de kiem gelegd voor een professioneel theatergezelschap en in 1965 onstaat de voorloper van Tryater, het oudste beroepstoneelgezelschap in Nederland. Volgend jaar viert Tryater het gouden jubileum. In deze Fryslan aandacht voor het Friese toneel. Bouke Oldenhof beschrijft de eerste stappen van Tryater naar een professioneel gezelschap. Anne Schumacher vertelt over zijn tweede leven als speler bij It Huzumer Toaniel.  
Doeke Sijens gaat in op het succes van Friese boeken op het podium. En Jelle Krol schetst het succesvolle 'priissprekken' dat in de 19e eeuw veel publiek trok.
Twee nieuwe rubrieken: Historici in Friesland met wat geschiedkundigen beweegt in hun onderzoeken en publicaties: Han Nijdam van de Fryske Akademy vertelt over zijn onderzoek naar de Friese boeteregisters. In zijn vrije tijd beoefent hij de Japanse krijgsdiscipline Aikido.
De andere nieuwe rubriek is Schatten van stinsen.  Deze eerste keer over Dekema State, waar de schrijver Havank verliefd werd op het schilderij van Anna Maria van Burmania.

In de rubriek Kort Nieuws o.a. aandacht voor de mogelijke terugkeer van schiere monniken naar Schiermonnikoog. Tien monniken van trappistenklooster Sion in Diepenveen willen uit hun te grote abdij en wellicht op het waddeneiland gaan wonen.
De Stichting 100 jaar Dam Jaarsma viert de 100e geboortedag van de schrijver en verzamelaar van volksverhalen. Zelfs het archief komt terug vanuit het Meertens Instituut in Amsterdam naar Eastermar. Een vrachtwagen vol!
Het Fries Scheepvaartmuseum heeft de oudste boot van Friesland aan haar collectie toegevoegd. Het is een praam uit de 12e eeuw, gevonden bij Tirns.
In Firdgum werd een zodenhuis gebouwd maar dat stortte deels in. Het wordt nu opnieuw opgebouwd.
En Siem van der Woude van Tresoar vond een complete partituur van een opera van de Harlinger componist Martinus Schuil (1842-1899). Het is bladmuziek van de komische opera Franchemont de marskramer. Met Opera Company Noord gaat Tresoar in augustus/september in het Openluchttheater te Burgum voorstellingen geven onder de titel Keapmanskeunsten.

zondag 23 maart 2014

Zeemijn monument in Peazens stap dichterbij

Door Piet de Haan
In de pas verschenen De Sneuper 113 publiceerden we een artikel van Einte Prins over de
Verdwenen monument tot 1965 bij pieren Hoek van Holland
ontploffing in 1945 van een zeemijn in de Peazemerlannen
waarbij acht personen om het leven kwamen. De oproep van Prins voor een klein monument nabij de plaats van het ongeluk kan op steun van het bestuur rekenen.
Dinsdag 18 maart was er in de IJsherberg in Dokkum een regionale ledenavond van de natuurorganisatie It Fryske Gea. Een grote opkomst van ruim 220 leden en belangstellenden. Eén van de natuurgebieden die de natuurorganisatie beheert en waar die avond de nodige aandacht aan werd besteed is de Peazemerlannen.
Voorzitter Haye Talsma en redactielid Piet de Haan waren bij deze bijeenkomst ook aanwezig. Na kort overleg met de voorzitter Henk de Vries van It Fryske Gea kreeg Haye Talsma als voorzitter van de Historische Vereniging Noordoost Friesland spreektijd aangeboden. Een zaal vol verbaasde natuurliefhebbers had kort daarvoor genoten van een prachtige natuurfilm maar werd door Talsma geconfronteerd met de rampzalige gebeurtenissen bij het demonteren van de zeemijn.
Hierna werden Sneupers aan It Fryske Gea voorzitter Henk de Vries en aan rayonhoofd De Jong overhandigd. Tevens vroeg voorzitter Talsma steun aan de voorzitter van de natuurorganisatie voor het oprichten van een klein monument. De Vries was zeer geinteresseerd en een nader gesprek zal dan ook nog volgen. Door It Fryske Gea wordt momenteel nagedacht over het beter toegankelijk maken van de Peazemerlannen en een monument zou hier mooi bij passen.

vrijdag 21 maart 2014

De Sneuper 113 met Ohne, zeemijn en pater Mets

Het voorjaarsnummer van ons verenigingsblad De Sneuper, nummer 113, toont op de cover een
vrouw aan een weefgetouw. Zij staat symbool voor de linnenwevers die vanuit het Duitse Ohne naar Noordoost-Friesland kwamen. Simon Koorn komt met een uitgebreide beschrijving en vele genealogische gegevens. Dit verhaal sluit overigens prachtig aan op de speciale De Sneuper 90 over Linnenweversfamilies.

In het prachtige natuurgebied Peazumerlannen ontplofte ooit een zeemijn met dramatische gevolgen. Einte Prins pleit voor de herinstallatie van een monument dat ooit al aan de pieren van Hoek van Holland gestaan moet hebben maar nu spoorloos is.
Een in Dokkum geboren katholieke jongen, zelf vluchteling in de Eerste Wereldoorlog, werd pater in Noord-Brabant. Kees Bangma vertelt over de lotgevallen van deze pater Mets die zelf ook weer voor Belgische vluchtelingen zorgde, in vluchtoord Nieuw-Uden.
Pieter Hartmans sluit de winter af met een verhaal over een barre ijstocht in 1929.
En kwam de familie Gaasterland nu uit Gaasterland of toch gewoon uit Noordoost-Friesland? Jan Gaasterland gaat er nader op in.

Zo is De Sneuper 113, deze keer met maar liefst vier extra pagina's,  weer gevuld met voor elk wat wils en gevarieerde artikelen, waar de volgende keer misschien ook uw onderzoek of tekst tussen kan staan. Want wij blijven afhankelijk van de kopij van onze leden! Dat en nog veel meer in dit lentenummer van De Sneuper:

Inhoudsopgave:
HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS
- Wevers van Ohne in Noordoost-Friesland, Simon Koorn
- Pater Mets: vluchteling wordt herder, Kees Bangma
- Slim ûngelok yn de Peazemerlannen, Einte Prins
- IJstocht in 1929: Hoe koest sa healwiis dwaan?, Pieter Hartmans
GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS
- Genealogische fragmenten wevers uit Ohne, Simon Koorn
- Wierumer vissersgenealogieën, Berend Beimers
- Fam. Gaasterland: Beter gelopen dan gestropen!, Jan Gaasterland
RUBRIEKEN & COLUMNS
- COLUMN: Je mutte mar hoare..., Ihno Dragt
- DIACONIEREKENINGEN: gezin fan Abbe en Ytje, Piet de Haan
- DE KOFFER: De goede gaven van Mathilde, Hilda Bouta
- HERALDIEK: dorpswapens van Ee & Engwierum, Rudolf Broersma
DIGITAAL, ACTUEEL & VARIA
- FOTO’S UIT DE OUDE DOOS: Familie Hermanides, Hans de Haan
- Digitaal verhaal: Online bronnen en afbeeldingen, Hans Zijlstra


- Op de Praatstoel 2: verhalen uit NOF. Bestel dit fantastische boek! Slechts 20 euro voor ruim 400 pagina's hardcover (plus verzendkosten 6,75 ivm dikte boek. Af te halen in Dokkum en Oosternijkerk zonder verzendkosten).

Wilt u ook meegenieten van de interessante verhalen uit onze regio, dan kunt u zich eenvoudig aanmelden als lid (slechts 15 euro per jaar) via dit online formulier.

Tevens kondigen we de Ledendagen van 2014 aan die door onze vereniging op zaterdag 12 april 2014 worden gehouden in Niawier en op zaterdag 4 oktober 2014 in het IJstijdenmuseum te Buitenpost. Noteert u het alvast in de agenda!

En, last but not least, onze leden kunnen De Sneuper ook als pdf ontvangen als ze dat willen (stuur een mail)! 

maandag 17 maart 2014

De familiebijbel van Geeske Harmens uit Burum

In de bijbelverzameling van de Vrije Universiteit te Amsterdam, van oorsprong een gereformeerde universiteit, bevinden zich diverse familiebijbels. In 2008 verwierf de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek VU samen met het Bijbels Museum een indrukwekkende collectie kerkboekjes. Een van de topstukken in de bibliotheek-collectie is de familiebijbel van Geeske Harmens. De collectie bijbels komt voor een groot deel van een schenking van Bernard van Noordwijk. In het dagelijks leven van vele generaties Nederlanders speelde het kerkboekje een belangrijke rol. Het werd met zorg bewaard en van generatie op generatie doorgegeven.

Wat de bijbel van Geeske Harmens tot een topstuk maakt is in eerste instantie het weelderige zilverwerk. De Kollumer zilversmid Pieter Martens, die in Kollum werkzaam was van 1748 tot 1781, tekende voor dit meesterwerk. Hij bewoonde in Kollum het geboortehuis van ons lid Tymen Wierstra en maakte ook wel Friese sierlepels. Het zilverwerk voor de bijbel maakte hij in 1764, toen Geeske Harmens 18 jaar oud was. Ze werd gedoopt op 23 januari 1746 en geboren op 17 januari in de gemeente Kollumerland in Burum. Haar vader Harmen Geerts was commissaris en bij de Volkstelling in 1744 en de Quotisatie van 1749 een redelijk welgestelde boer te Burum en zal dus ongetwijfeld in goede doen geweest zijn.
Wat de bijbel verder bijzonder maakt zijn de familie-aantekeningen (7 bladzijden) die in de loop der jaren bij speciale gebeurtenissen werden genoteerd. Uit de bijbel blijkt dat haar ouders begraven werden te Gerkesklooster en dat het gezin na het overlijden van de vader in 1768 op zaterdag 27 mei uit het 'Commissarishuis' vertrok. Geeske Harmens zelf overleed op 2 juli 1794 en werd ook te Gerkesklooster begraven.
Een latere eigenaresse van de bijbel was kleindochter Geeske Klases van der Veen (1803-1861). Zij werd op 31 maart 1803 geboren in het Groningse Doezum als dochter van rentenier Klaas Harings en Antje Jannes (de Haan). De ouders van Klaas waren dus Geeske Harmens en haar man Haring Clases uit Strobos. Geeske zelf werd bij haar huwelijk op 29 mei 1768 te Gerkesklooster als afkomstig uit Zuiderhuisterdijk onder Gerkesklooster vermeld. De laatste vermelding in de familiegeschiedenis betreft de geboorte en dood van Bonje Harmens Sijtsma na 6 dagen, op 31 januari 1826.
Nu komen er in mijn kwartierstaat ook de nodige Geeskes voor, dus dat maakte mij nieuwsgierig. Mijn moeder Gies (Gezina) is notabene vernoemd naar een Geeske: Geeske Laffra. Hoewel katholiek stammen ze af van de Nederlands Hervormde Geeske Harmens. Zo loopt er dus een rechtstreekse lijn van de familiebijbel van Geeske Harmens en Geeske Klases van der Veen naar mijn moeder. En dus naar mezelf!
De bijbel wordt ook vermeld in het overzichtswerk dat Bernard van Noordwijk schreef en ik wel eens in het Bijbels Museum heb doorgebladerd: De Erfenis van Kortjakje. In 2006 verscheen al Zondags zilver : drie eeuwen versierde kerkboekjes / Bernard van Noordwijk ; met bijdragen van Hermine Pool (einred.), Jan Storm van Leeuwen

zaterdag 8 maart 2014

Gen.magazine nieuw tijdschrift CBG

Het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) in Den Haag heeft zijn Jaarboek en kwartaalblad Genealogie vervangen door het dikkere kwartaalmagazine Gen.
De nieuwe naam staat voor de afkorting van genealogie, generaties en genen/genetisch, kortom familiegeschiedenis in de breedste zin des woords. Gen.magazine telt ieder kwartaal 80 pagina`s (exclusief de omslag). Gen. heeft ook iets nieuws, namelijk een themadossier met een aantal uitgebreide artikelen over een bepaald onderwerp. Deze eerste keer is het onderwerp militairen, een beroepsgroep die iedere genealoog wel in zijn of haar onderzoek tegenkomt.
Andere artikelen gaan over de afstammelingen van de middeleeuwse keizer Karel de Grote, over negentiende-eeuwse contactadvertenties, over een verzwegen moederschap en over het bewaren van oude foto’s en films.
Oude foto's van lezers staan in het thema ‘wintersport’. En mocht u willen weten wat de meest voorkomende naam in Nederland is, dan kunt u terecht bij het artikel ‘De verjaardag van Jan de Jong’. Tussen al deze artikelen door vindt u de vaste columns en rubrieken: Digitaal, CBG weet raad, Vernoeming, Vrouwen en kinderen eerst, Memo en Favo, Kijk op bronnen en Gesignaleerd.
Ten slotte worden in Armoriaal de laatste door het CBG geregistreerde familiewapens beschreven.

Nota bene@Gen. is een Digitaal dossier van het Centraal Bureau voor Genealogie dat kan worden gezien als de webstek van het vernieuwde CBG-kwartaalblad Gen.magazine.
Al met al een geslaagde en slimme verandering van prima kwaliteit vind ik.

Het CBG participeert ook in het binnenkort openende Familiemuseum in het Limburgse Eijsden bij Maastricht, in een voormalig Ursulinenklooster. Op zondag 23 maart openen de deuren!

vrijdag 28 februari 2014

Johannes Veltdriel, burgemeester van Dokkum in 1630 voor Staten Generaal naar Rusland

In het Nationaal Archief te Den Haag bevindt zich in de Inventaris van het archief van de Staten-Generaal een Verbaal van de gezanten Albert Coenraetsz. Burch en Johan van Veltdriel wegens hun zending naar Rusland in verband met onderhandelingen over uitvoer van salpeter en over vrije korenhandel. Het is gedateerd 10 januari 1632 maar de werkelijke 'Ambassade' vond plaats in 1630. Mogelijk zelfs als boek uitgegeven.
Op 4 nov 1631 bezocht een Russisch gezantschap de Staten Generaal
In 1630 toog een gezantschap namens de Staten Generaal (Veltdriel was daarin de vertegenwoordiger van Friesland) naar Archangelsk voor salpeter (een grondstof voor buskruit) en graan vanwege door de Dertigjarige Oorlog onstane tekorten en stijgende graanprijzen. De handel stagneerde. Het was dan ook de bedoeling om een monopolie voor Amsterdam te bepleiten en een goede ligplaats voor de schepen uit de Republiek op de Noordelijke Dwina aan de Witte Zee bij Archangelsk. Er waren begin 17e eeuw al diverse Hollanders en Friezen actief in de handel met Rusland, waaronder Andries Winius en Isaac Massa, hoewel het merendeel van de 'Hollanders' bestond uit gevluchte Antwerpenaren en Duitsers die zich in de Republiek gevestigd hadden. De meeste handel vond plaats over zee via de Sont en Oostzee (de Moedernegotie).
Een prachtige bron hiervoor zijn de online Notariele akten over de Archangelvaart 1594-1724 en uiteraard de Sonttolregisters. Archangelsk werd in 1584 gesticht bij het klooster van de Aartsengel Michael.
De plaats Sint Petersburg bestond nog niet. Deze gewenste haven aan de Oostzee via de Narva werd pas vanaf 1703 met behulp van Friezen en Hollanders door tsaar Peter de Grote opgebouwd.
Aan de Ambassade naar Rusland rond 1630 deed als predikant ook Ovittius Abbema uit Oldeboorn mee. Die kennen we nog van het prachtige boek van kerkhistoricus Paul Abels: Ovittius Metamorphosen. Voluit heette de dominee Pibo Ovittius van Abbema.

Van der Aa meldt over Veltdriel:
VELTDRIEL (Johan), een man van groote bekwaamheid en bedrijf, in 1629 wegens Friesland ter vergadering der Staten-Generaal afgezonden. Namens deze vergadering trok hij, benevens graaf Ernst Casimir, H. van Essen, J. van Gogh, G.v.d. Kamer en R. Huyghens, ten tijde van den inval van het keizerlijk-Spaansch leger in de Veluwe, naar Arnhem, en later werd hij naar Wesel gezonden, om aldaar op alles orde te stellen.
In 1630 werd hij met Albert Coenraadszoon Burgh tot ambassadeur naar Moscoviën benoemd. Hij keerde vroeger dan zijn ambtgenoot naar het vaderland terug. In 1634 werd hij door Friesland gelast om zitting te nemen in de admiraliteit van Zeeland. Onvriendelijk door De Knuyt afgewezen, bleef hij sedert de plaats in de Vergadering der Staten-Generaal, als buitengewoon lid, behouden.

In het archief van Ernst Casimir, in het Koninklijk Huisarchief, vinden we  correspondentie met Van Veltdriel in 1630 en 1631.

Stadgenoot uit Dokkum, Lieuwe van Aitzema beschrijft Veltdriel in zijn Saken van staet en oorlogh, Deel I, bl. 1041.
De familie Van Veltdriel heeft als familiewapen een vos met drie palen.

Er moeten ook nog brieven bewaard zijn gebleven van een latere periode, gezien deze vermelding:  7-06 Stadhouderlijk archief: De archieven in het Koninklijk Huisarchief: Willem Frederik. Inventaris III. Stukken betreffende het openbare leven. B. Aangelegenheden met zowel bestuurlijke als militaire aspecten 4. Personen 424     Briefwisseling met Johan Veltdriel, gedeputeerde ter Staten-Generaal namens Friesland. Datering: 1641-1645 en z.j., met bijlagen 1643 en z.j. (1642)
NB: Minuutbrieven ook aan Herema, 1641, aan Donia, 1641, 1643 en aan gedeputeerden ter Staten- Generaal namens Friesland, 1641. Omvang:1 pak. Vindplaats: Tresoar (Frysk Histoarysk en Letterkundich Sintrum)

Uiteindelijk zou de Ambassade naar Rusland in 1630 een merendeels mislukte missie blijken. De beoogde doelen bleken niet te realiseren. Alleen het voorstel voor een permanente vertegenwoordiging werd door de tsaar positief ontvangen.
Zoals op de afbeelding hierboven te zien kwam in november 1631 alweer een Russische delegatie op bezoek bij de Staten Generaal (bron: Rijksmuseum).

Het zou in ieder geval interessant zijn om deze illustere Dokkumer Johannes Veltdriel eens verder te onderzoeken en over hem een mooi artikel in ons verenigingsblad De Sneuper te publiceren.

Leest u ook het boek Handel tussen Rusland en de Nederlanden, 1560-1640, met op pagina 349 oa Veltdriel.

woensdag 26 februari 2014

Gens Nostra: een nieuwe poging in 2014

Het maandblad van de Nederlandse Genealogische Vereniging (NGV) heeft een moeilijk jaar achter de rug. De gehele redactie stapte op, evenals een groot deel van het landelijk bestuur. De vernieuwde Gens Nostra werd van A5 naar A4 formaat gebracht maar kwam door de interne strubbelingen niet echt van de grond.
Met het dubbelnummer 1/2 van jaargang 69 wordt in 2014 een nieuwe poging gewaagd. En het valt wat mij betreft niet tegen. De opmaak is fris. Niet heel erg vernieuwend, eerder een vergrote versie van Gens Nostra van toen het nog als A5 uitkwam. Er staat een historische tekening op de cover die daarmee niet direct een kleurrijk beeld geeft (bijgaande foto is overigens niet erg scherp).
De nieuwe hoofdredacteur Frits van Oostvoorn geeft in het voorwoord ook aan dat men eerst een achterstand moet inhalen. Daarom zullen de eerste twee nummers van 2014 dubbelnummers zijn die min of meer bij elkaar geveegd oud materiaal bevatten. Daarna moet het echt los gaan met het nieuwe elan. Het redactieteam bestaat naast Van Oostvoorn uit Ben Matzinger, Maja Westhoff, Rob Dix en Hans van Felius.
Over de inhoud van dit nieuwe dubbelnummer: Anton Neggers schrijft over een scabreuze familiegeschiedenis in het artikel Chicanes ende Quaetrouweheijt, d'Esten contra van Beerwinkel, gebaseerd op processtukken uit de jaren 1657-1690 in Oirschot.
In De familie Engels in Sempse in de achttiende eeuw- een kroniek, gaat Roger van Kerckhoven in op een familie in de buurt van Mechelen en Brussel die van oorsprong van een Hollandse soldaat afstamde.
En ons aller Antonia Veldhuis uit Veenwouden is weer actief met een uitgebreid verhaal over 'Brieven van Cyriacus Hoorn senior en junior, vanuit Groningen geschreven aan hun bazen, de Stadhouders in de 17e en 18e eeuw'. Vader en zoon Hoorn waren in Groningen hofmeesters.
Verder nog een 'Portret' en een kwartierstaat van Victor Westhoff in dit nummer.

Een idee voor de redactie en het bestuur zou zijn om leden waarvan het emailadres bekend is ook een digitaal exemplaar aan te bieden, als pdf. Makkelijk om naderhand in te zoeken!

zondag 23 februari 2014

25 Frisse Fryske Ferskes, debuutbundel van Tomke Dragt

Onder het pseudoniem van Tomke Dragt, met een knipoog naar zowel de naam van de bekende kinderboekenschrijver Tonke Dragt als naar zijn eigen lengte, publiceert de conservator van de Stichting Musea Noardeast Fryslân, Ihno Dragt, een eerste dichtbundel.

De titel is: 25 Frisse Fryske Ferskes: sa mar út myn Hollânske pinne drippele.
Deze verraadt meteen al dat de schrijver geen Fries van origine is. En dat levert, zoals een ter zake kundige het uitdrukte, soms ongebruikelijke woordkoppelingen op die een ‘native speaker’ niet gauw bedenkt.
De auteur heeft met zijn debuutbundel niet de pretentie om hoogstaande poëzie te leveren. Sterker nog, hij geeft aan niet te weten wat dat is. Wel is het zijn ambitie om zijn plezier in het schrijven en dichten in de Friese taal over te brengen op de lezer. En hij doet dat door middel van rijmdichten, verrassende taalgrapjes en gegoochel met woorden.

Bij 16 verzen heeft Tomke Dragt bovendien een illustratie gemaakt. En doordat de gehele opmaak, inclusief het omslagontwerp, van zijn hand is, kan rustig gesteld worden dat het full colour boekje van 52 pagina’s in alles zijn stempel draagt.
Hij begint met een gedicht over de ramp van Moddergat in 1883 en eindigt met een rijm over Bonifatius. Daartussenin hebben de verzen allerlei thema’s tot onderwerp, zoals mijmeringen over de tijd, depressie, de natuur of met een persoonlijke belevenis als inspiratiebron. Er is een gedicht met afwisselend een Nederlands en een Fries woord Onder het pseudoniem van Tomke Dragt, met een knipoog naar zowel de naam van de bekende kinderboekenschrijfster Tonke Dragt als naar zijn eigen lengte, publiceert de directeur, een waarbij de beginletters van de woorden in iedere zin hetzelfde zijn, en zo al meer.

Van de verkoopprijs van € 12,45 is vier euro, het bedrag dat overblijft na aftrek van de drukkosten, bestemd voor de Stichting Markant Friesland.
Deze in Buitenpost gevestigde stichting is een samenwerkingsverband van musea in noordoost Fryslân. Sinds een jaar of vijf timmert deze stichting aan de weg om de organisatie van circa 25 aangesloten cultuuraanbieders (in zes gemeenten) en de beleving van de cultuurhistorie op een hoger plan te brengen.

Het boekje is te verkrijgen in de winkel van de musea in Dokkum en Moddergat, alsmede te bestellen via info@museumdokkum.nl. De verzendkosten bedragen € 3,50 per boekje.

Uitgeverij Walraven de Granje, Clantlaan 1  9843 EA Grijpskerk
ISBN/EAN: 978-90-821609-1-8