zondag 28 oktober 2012

Sonttolregisters online internationaal erkende maritieme bron

Op donderdag 25 en vrijdag 26 oktober 2012 vond in Groningen de Second Arenberg Conference on History plaats. In een gebouw (het voormalige Laboratorium voor Hygiëne) van de Rijksuniversiteit Groningen kwamen maritieme wetenschappers, onderzoekers en genealogen bijeen om de stand van zaken van de Sonttolregisters online te bespreken. De belastingregisters van de koning van Denemarken, die tol hief op de passage door de Sont, zijn een steeds belangrijker wordende bron voor onderzoek van de economische geschiedenis van de handel op de Oostzee.
Na een welkomstwoord door voorzitter Jan-Willem Veluwenkamp vertelde Michael Serruys in het kort waarom de Arenberg Foundation dit congres steunt.
Siem van de Woude, de projectleider namens Tresoar, vertelde over de stand van zaken bij het transcriberen van de Sonttolregisters door de sociale werkplaats Breed. De gegevens van voor 1630 (zo'n 320.000 records) zijn zodanig gecompliceerd dat besloten is hier een crowdsourcing project van te maken (gekeken wordt nog hoe precies). Richard Keijzer beschrijft dit ook op zijn blog.
Werner Scheltjens gaf als eerste wetenschapper een visie op de Noordduitse plaats Papenburg, in het hertogdom Arenberg, over de periode 1803-1810. Was dit een virtuele gemeenschap? In tijden van oorlog vluchtten schippers uit de Republiek vaak naar de neutrale vlag van Papenburg, zodat ze niet (makkelijk) gekaapt konden worden.
Magnus Andersson (Gothenburg, Zweden) vergeleek de scheepsbewegingen tussen 1760 en 1765 tussen de Sonttolregisters en de douanepapieren in Gothenburg, waar vaak handel binnen de Oostzee werd gelost.  
Jelle Jan Koopmans, die bezig is te promoveren op dit onderwerp, presenteerde een paper waarin de familie Kingma uit Makkum centraal stond. Kingma was een sociaal handig man, die daardoor grote rijkdom in de handel op de Oostzee en de rest van Europa kon vergaren, zoals Rienk Wegener Sleeswijk kon beamen.
Een excursie naar de Martinikerk bracht ons via een nauwe trap naar de ruimtes boven de gewelven, die een enorm netwerk van hout en steen blootlegden.
Na de pauze presenteerde Katarina Galani uit Corfu, Griekenland, een vergelijking tussen de handel op de Oostzee en de Middellandse Zee rond de Napoleontische oorlogen. De data van Lloyd's List geven een vergelijkbare bron als de sonttol voor de Middellandse zee doorvaarten.
Riikka Alvik, researcher bij het Finse Vrouw Maria Underwater Project, toonde twee case-studies over Nederlandse schepen die strandden voor de Finse kust in de 18e eeuw. Het betrof als eerste de Sint Michel in 1747, een schip onder Carl Paulsen Amiel van Amsterdam naar Sint Petersburg, waarvan een koets, kleding en luxe voorwerpen zijn opgedoken (no. 356 in de Sonttolregisters). Ook zijn er nog skeletresten in het Fins Maritiem Museum in Kotka.
De tweede was de Vrouw Maria die in 1771 onder schipper Reinoud Lourens uit Amsterdam op de rotsen bij de Alland eilanden liep. Ik schreef er recent een artikel over, Speuren in de Sonttolregisters, in de publicatie van Tresoar, Letterhoeke, met een tekening van het schip dat rechtop op de zeebodem staat, op een diepte van 40 meter. Er staan prachtige video-beelden van op YouTube, zie bijvoorbeeld Vrouw Maria wrecked in the Baltic, First dive, Second dive en Interactive Installation for shipwreck Vrouw Maria. Zie ook het onderzoek van Christian Ahlström dat hij beschreef. Het schip blijft op de zeebodem omdat het bergen en tentoonstellen rond de 100 miljoen zou gaan kosten.
De tentoonstelling met opgedoken voorwerpen in het Finse scheepvaartmuseum in Kotka, Spoils of Riches - Stories of the Vrouw Maria and the St. Michel, loopt nog tot begin 2013, maar daarna zijn ze op zoek naar een museum die het overneemt. Iets voor het Scheepvaartmuseum of Tresoar voor het vieren van het Sonttol project?
Jari Ojala, eveneens uit Finland (Jyvaskyla) liet zien dat de data in de Sonttoldatabase waarschijnlijk zeer betrouwbaar zijn omdat ze prima overeenkomen met andere Baltische bronnen als data van het Kammarskollegiet en Utrikshandel.
Na een gezellige maaltijd in café De Sleutel ging ieder zijns weegs voor deze dag.
De vrijdag, onder leiding van George Welling, begon met de cases van Friese schippersgemeenschappen (1600-1800) in Harlingen en Woudsend, door Steenbeek.
Magnus Ressel (Bochum, Duitsland) had een spetterend betoog over de impact van Polen en vooral de Pruisische steden op de handel in de Baltic: Stettin, Danzig en Memel. Zeker als Hamburg geblokkeerd werd profiteerden deze steden, allen gelegen aan de monding van een rivier met een groot achterland. Mercantilisme was hierbij het sleutelbegrip.
Na een lunch-excursie in het Groninger Provinciehuis (het oudste deel is de voormalige Latijnse School die uit de 14e eeuw stamt) was de beurt aan Hanno Brand. Hij behandelde de Friese schippers die koloniale waren vervoerden tussen 1720- 1780. Zelfs vanuit Dokkum gebeurde dit, met name op Stettin en de oostelijke Baltic. 
Maarten Draper en Jerem van Duijl hadden een mooie analyse gemaakt van de neergang van de schippers van de Waddeneilanden in de periode 1740-1790. Specifiek werd het eiland Ameland er uitgelicht, waar de Amelander schipper Fopke Cornelis opviel met maar liefst 111 doorvaarten van de Sont. Men voer met name op Dantzig, en toen die route minder belangrijk werd liep de handel van de Amelanders ook af.
Als laatste spreker gaf Jeroen van der Vliet van het Rijksmuseum een vergelijking tussen de Amsterdamse monsterrollen en de gegevens in de Sonttolregisters. Hij heeft een database opgebouwd uit de monsterrollen tussen 1747 en 1850, die een aantal mooie resultaten gaf van koppeling van namen. Ook hier weer een voorbeeld van een Amelander schipper: Cornelis Claasen Bollebakker, die met het schip Bonnafeda of Bonafida o.a. in 1770 van Amsterdam naar Dantzig voer. Het betreft hier het Amsterdamse archief van de waterschout.
Zelf zat ik nog te denken aan het visualizeren van de data uit de Sonttolregisters op een wereldkaart, zoals Google Maps. Je zou dan bijvoorbeeld met bollen, waarvan de grootte het aantal bestemmingen weergeeft, en een verschuifbare tijdslijn, prachtig in beeld kunnen brengen hoe de vaarroutes in de Oostzeehandel waren. Zoiets als GPS Visualizer.


zondag 21 oktober 2012

Gezichtsherkenning portretten met Picasa

Tegenwoordig maken de meeste mensen hun foto's digitaal en bewaren deze dan op de harde schijf van hun pc. Een goed overzicht houden van wie waar op de foto staat is echter nog behoorlijk lastig. Ga maar na: als iemand alleen op de foto staat kun je het bestand nog de naam van die persoon geven, maar wat als er meerdere personen staan afgebeeld? Hoe vind je ze überhaupt terug in de verzameling van vele duizenden foto's en andere plaatjes?
Een mogelijkheid is het vastleggen van informatie (tags) in de foto met behulp van gezichtsherkennings-software. En die kan tegenwoordig gratis gedownload worden, zoals een product van Google: Picasa 3, voor velen al bekend als naam door de opslagmogelijkheid van foto's online. De software alleen geeft de extra mogelijkheid van het kenmerken en herkennen van gezichten. Ook kunnen foto's bewerkt worden en makkelijk via social media met anderen gedeeld worden.

Niet alleen foto's maar ook portretschilderijen en -tekeningen kunnen met gezichtsherkennings-software bewerkt worden en vervolgens met elkaar in verband worden gebracht. Een prachtig voorbeeld is de Rijkmuseum applicatie Gezichten van het Rijksmuseum. Je kunt in de app selecteren op periode, kijkrichting en geslacht. Dat de software nog niet perfect werkt bewijzen de voorbeelden van enkele mannen met lang haar (en soms zelfs met snor en baardje!) die toch als 17e eeuwse vrouw worden geselecteerd. De herkenning kan echter steeds beter worden naarmate er meer informatie aan de software wordt toegevoegd op basis van de menselijke ervaringen. Nu schijnt de toegepaste API niet meer beschikbaar te zijn, omdat de aanbieder, Face.com, inmiddels is overgenomen door Facebook. Daar functioneert het voor het automatisch herkennen van gezichten in de vele foto's die worden ge-upload naar Facebook. In Europa is deze standaard-toevoeging echter al weer uitgezet per 15 oktober 2012, na privacy-bezwaren van overheidsinstanties en gebruikers.
In een van de reacties op genoemde Rijksmuseum-applicatie wordt ook een artikel genoemd waarin dieper wordt ingegaan op de mogelijkheden van gezichtsherkenning met foto's.
Volgens mij zou het in ieder geval een mooie toepassing kunnen zijn voor de portrettendatabase van het RKD, het vroegere Iconografisch Buro.
Ook voor de leden van onze vereniging is het interessant. Zo heeft Jan de Jager een enorme collectie oude foto's gescand en vertelde een ander lid mij tijdens de ledendag dat hij in zijn digitale fotocollectie prima herkenning had tussen foto's van een zelfde persoon in verschillende levensstadia!
Voor een schilderij met diverse portretten zoals Maaltijd te Dokkum mogelijk ook een interessante optie!
Laat ons a.u.b. weten wat uw ideeën en ervaringen zijn met dit type software.

Update: Ik kwam nog een voorbeeld tegen van een online programma waarbij je een foto of de URL van de foto upload om daarmee op het web te zoeken naar andere foto'shttp://www.tineye.com/
Ook Google biedt iets dergelijks (klik op het cameraatje om foto of URL te uploaden):  http://www.google.com/imghp
Ook handig voor wanneer je al jaren een plaatje op je harde schijf hebt van een website waarvan je de naam vergeten bent. Zo kun je deze weer terugvinden!

Via het email-platform Fryslan genealogy reageerde Andrys:
Ik gebruik gezichtsherkenning van Picasa al geruime tijd. Het werkt vaak verrassend goed. Ik ben door de suggesties van Picasa wel eens op het spoor gezet om onbekenden op oude familieportretten te herkennen. Maar het is vooral een hele goede methode om een overzicht te krijgen van welke foto's je van iemand hebt. Vervolgens koppel ik de foto's in Haza-21 aan de genealogische gegevens van de persoon. In totaal heb ik inmiddels meer dan 4000 familieportretten gekoppeld in Haza.
Van naaste familie (kinderen, ouders) heb ik van sommige meer dan 1000 foto's die door Picasa herkend zijn (maar dat stop ik niet allemaal in Haza).
Nadat Picasa een album per persoon heeft gemaakt geef ik alle foto's in zo'n  persoonsalbum ook nog een label met de naam van de persoon. Het is me al een paar keer gebeurd dat ik op een nieuwe computer of na een crash de hele  Picasa-database weer opnieuw moest laten opbouwen. Een label wordt fysiek aan de foto gekoppeld en is dus altijd weer te gebruiken.
Gezichtsherkenning van Photoshop Elements heb ik ook wel gebruikt, maar vind ik minder vlot werken.

vrijdag 19 oktober 2012

Roots Gerrit Komrij in Noordoost-Friesland

In het oktobernummer 2012 van het maandblad van de NGV, Gens Nostra stonden deze keer diverse bijdragen uit Friesland. Zo was er een lange lijst van Frieslands rijksten in de 19e eeuw, op basis van de Memories van Successie die Tresoar gedigitaliseerd heeft, in een artikel van D.A. Zeilmaker: De ‘Quote 200’ van Friesland in de eerste helft van de 19de eeuw. De memories van successie in Friesland 1818-1856. De rijkste was een dame: Cecilia Johanna van Scheltinga die in 1848 op 93-jarige overleed te Leeuwarden met een saldo van de nalatenschap van 956.580 gulden. De rijkste Dokkumer in de lijst is Johanna Susanna de Vries, die in 1841 410.368 gulden naliet. Een mooie bron voor genealogen dus die memories van successie!

Antonia Veldhuis uit Veenwouden (familie van ons Canadese lid Keimpe) had een interessante bijdrage VOC-maten Dotingh en Huijssloop, een levenslange vriendschap in de eerste helft van de achttiende eeuw, over twee VOC-matrozen die aan boord gingen als twee mannen maar een tijdje later huwden (de ene man bleek een vrouw te zijn)! Wiggert Anneus Dooting was een Leeuwarder die in 1737 bij de VOC aanmonsterde op de Petronella Alida.

En naar aanleiding van het recente overlijden van de dichter des vaderlands, Gerrit Komrij, was zijn kwartierstaat uitgezocht en gepubliceerd door Harmen Snel en Arie Jan Stasse: Bij de kwartierstaat van Gerrit Komrij (1944-2012). Dan zie je direct dat vanaf zijn grootvader Melle en daarvoor de mannelijke lijn uit Noordoost-Friesland komt. En wel uit de omgeving van Kollum: Oudwoude en Westergeest. De dichter had dit zelf overigens al eens tijdens een avond in 2002 te Leeuwarden 'onthuld'. De kwartierstaat vermeldt abusievelijk dat zijn grootvader Melle Komrij in Kollum is geboren maar dat moet Oudwoude zijn, zie het maar in de geboorte-acte op AlleFriezen.nl !
Voorvader Jarig Wijbes nam in 1811 te Oudwoude familienaam Komrij aan, zie



donderdag 18 oktober 2012

Poesiealbums, vriendenboekjes en iPads in Dokkumer tentoonstelling



In museum Het Admiraliteitshuis in Dokkum is van 13 oktober t/m 23 februari 2013 de expositie ‘Social media vroeger: vrienden- en poesiealbums vanaf 1830’ te zien.
De oorsprong van het vriendenalbum ligt in de 15e-, 16e-eeuw. Het album was in de vorm van een  zakboekje en werd gebruikt door jongemannen uit voorname kringen en gaf inzage in het netwerk van familie, vrienden en andere relaties.
Rond 1800 werd het een doosje met losse blaadjes en verzamelden vooral jongedames versjes en rijmpjes versiert met tekeningen en borduurwerken. Rond 1870 raakte dit album van losse blaadjes uit de mode en werd het weer een boekje: het overbekende poesiealbum. Aan de vorm en inhoud veranderde lange tijd niet veel.
Met de komst van het vriendenboekje rond 1980 werd de inhoud anders. Vriendjes en klasgenoten vulden vragenlijsten in waar in ze o.a. hobby’s en lievelingskleuren aangeven. Ook kunnen ze een foto inplakken.
Tegenwoordig zien we andere vormen. Hyves, Facebook en Twitter zijn enkele voorbeelden van de netwerksites waar we foto’s, video’s, blogs en teksten delen met vrienden en kennissen.

De expositie in het museum laat vijf vriendenalbums zien uit de periode 1830-1850. Deze losbladige albums, van vier jongedames en één jongen, werden cadeau gedaan door o.a. hun schoolhoofd met als doel netwerken. De albums zijn van Dokkumers die soms ook onderling in elkaars album hebben geschreven. Verder zijn er ongeveer 15 poesiealbums uit de eigen collectie en enkele uit particulier bezit.

Ook zijn poesiealbums van (familie van) bekende Friezen in de tentoonstelling opgenomen. Zo zijn de albums van Lutz Jacobi, Nynke Laverman en burgemeester van Dongeradeel Marga Waanders te zien en hebben de moeders van Sybrand van Haersma Buma en Sipke Jan Bousema de poesiealbums in bruikleen gegeven. Daarnaast zijn er enkele albums uit de familie van weerman Gerrit Hiemstra te bezichtigen.

Bij de expositie zijn diverse iPads te gebruiken waarop scans van 15 poesiealbums staan. De originele albums staan in de vitrine open op één pagina. Op deze manier kan de bezoeker toch het hele album doorbladeren.

Bij de tentoonstelling is het boek ‘Social Media in 19e-eeuws Dokkum. Vijf vriendenalbums uit 1830-1850’ te koop. Het boek telt 152 pagina’s, kost € 24,95 en is te verkrijgen in het museum. Het boek werd geschreven door directeur-conservator Ihno Dragt en is uitgegeven door stichting Historia Doccumensis. De foto’s zijn gemaakt door Ihno Dragt en fotograaf Cees Booij.

woensdag 17 oktober 2012

Over de liefde van Poppo van Burmania (1603-1676) voor aardbeien

Door Dr. Arjen Dijkstra


Op vrijdag 5 oktober werd bij de Fryske Akademy te Leeuwarden een mooie uitgave van de kroniek van Poppo van Burmania gepresenteerd. Bezorger Wiebe Bergsma noemt het een uniek verslag van de tachtigjarige oorlog.
Poppo van Burmania maakte het tweede deel van de tachtigjarige oorlog van dichtbij mee. Hij diende in het Staatse leger en stond als officier dicht bij de gewone soldaten. Daarnaast was hij een wonderlijk chroniqueur, hij legde verslag van verschillende gebeurtenissen uit het dagelijks leven. Dat verslag biedt een uniek inkijkje in het zeventiende-eeuwse leger, door de ogen van een carrière-edelman. Wiebe Bergsma voorzag deze Kroniek van Poppo van een inleiding, voetnoten en publiceerde dat in boekvorm.
Op 5 oktober werd het eerste exemplaar aangeboden aan de Amsterdamse hoogleraar Henk van Nierop, in Leeuwarden. Ter gelegenheid hiervan sprak een keur aan historici met bijzondere aandacht voor Friese geschiedenis over de wereld waarin Poppo zich bewoog: die van de adel in Friesland. In samenwerking met het Huizinga Instituut werd het een interessante en goed bezochte studiedag.
Zo betoogde Paul Noomen (Fryske Akademy) dat adel in Friesland veel beter juridisch te definiëren is dan tot dusverre wordt aangenomen. Wiebe Bergsma verhaalde zelf de nodige smakelijke anekdotes in een onmisbaar breder kader, om begrip te krijgen van de hoofdpersoon van de dag. Poppo van Burmania bleek een gelovige zeventiende-eeuwer, die een sterke voorliefde had voor fruit. Hij tekende op dat naast God niks zijn leven zo verlengde als ‘het eten van aardbeien’.   
Marlies Stoter (Fries Museum) deed een boekje open over de Leeuwarder adellijke dame Andriesa Lucia van Bronckhorst
Gerda Huisman (UB RUG) vergeleek het verslag van Poppo’s leven met een heel wat eenvoudiger reisverslag van een zeventiende-eeuwse adellijke student. En Yme Kuiper vroeg aandacht voor de huizen waar de edelen in woonden en hoe dit zich verhoudt tot de landhuizen van de niet adellijke elite.
Aan het einde van de dag werd het eerste exemplaar aangeboden aan Van Nierop. Deze toonde zich content met de aanbieding. Daarnaast memoriseerde Wiebe Bergsma een tocht per raderboot die beiden ooit over de Mississippi hadden gemaakt. Hij bood daarmee een korte blik op het leven van twee moderne historici. Eenzelfde soort blik als Poppo biedt op de zeventiende eeuw.
Poppo van Burmania, Enege gedenckwerdege geschiedenissen. Kroniek van de Friese militair Poppo van Burmania uit de Tachtigjarige Oorlog, bezorgd en ingeleid door Wiebe Bergsma (Hilversum 2012). Dezelfde Bergsma publiceerde ook de kroniek van Abel Eppens tho Equart, een Ommelander boer uit de 16e eeuw.
Update HZ: Poppo ging op 3 mei 1659 met zijn manschappen via Harlingen en het Vlie aan boord (zie pag.145 van het boek) van oorlogsschip Oostergoo (60 stukken) van de eveneens Friese kapitein Hendrik Brunsvelt, om rond de Sont in de oorlog tussen Denemarken en Zweden deel te nemen. Op onze website hebben we een transcriptie van het journaal van Hendrik Brunsvelt.

dinsdag 16 oktober 2012

Verslag ledendag Historische Vereniging Noordoost-Friesland oktober 2012

Op zaterdag 13 oktober 2012 werd de najaars-ledenvergadering van de Historische Vereniging Noordoost-Friesland gehouden in Engwierum. Evenals de najaars-bijeenkomst van vorig jaar in Ternaard was ook nu het ochtendprogramma vrij toegankelijk voor belangstellenden uit de omgeving, naast uiteraard onze leden. Er was dan ook weer een goede opkomst, de zaal van It Dykshûs te Engwierum was zo goed als vol. Voorzitter Haije Talsma nam kort de mededelingen door. De vereniging is nog steeds groeiende, met nu rond de 520 leden. Diverse leden uit Limburg, de familie Barwegen en de heer Idsardi, hadden de moeite genomen om de reis naar hun roots te maken. Memorabel is ook zeker dat we nu een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) zijn. Dus belastingvrij schenken kan en mag!
In 2013 zullen we het 25-jarig jubileum van de vereniging vieren en wordt het boek over de oral history van onze regio, Op de Praatstoel 2, uitgebracht (o.a. Reinder Tolsma is hier druk mee). Gerard de Weger liet het nieuwe boek over de geschiedenis van Moddergat zien, die nu door iedereen besteld kan worden voor een scherpe prijs.
De rest van de ochtend was ingeruimd voor een lezing over de eendenkooien en de levensloop van kooiker Jacob Bodes (ca 1689-1755). Kenner Gerard Mast beschreef in het Fries het leven van de wellicht beste kooiker van Friesland en zijn kooien in de omgeving van Anjum, Ee en Engwierum. Zijn vrouw Joke Oppenoorth vervolgde met de beschrijving van de zoektocht in buitenlandse archieven, waarbij ontdekt werd dat Jacob voor de Hongaarse keizer nabij het huidige Bratislava zelfs een kooi bouwde!
De geanimeerde lunch vond plaats in de prachtig ingerichte kerk van Engwierum.
In de middag verplaatste het gezelschap zich naar de kooi die door It Fryske Gea wordt beheerd nabij Anjum en Ee, in de Anjumer kolken: een van de Van Asperen eendenkooien. De familie van ons lid Douwe Zwart, het orakel van Ee, bezat ooit ook deze kooi, evenals de naastgelegen kooipleats met kooi. Ook de familie van Roel Kooistra was ooit eigenaar. Douwe vertelde diverse historische anekdotes, o.a. het, ook in het Ternaarder eendenkooienboek van Gerard Mast vermelde, verhaal over de man die de Ternaarder kooi uitgroef. Hij kreeg daardoor de bijnaam De Graaf, een naam die de familie in 1811 ook officieel aannam!
Na de excursie in de natuur, waarbij we over sloten en drassige weilanden ploegden, was de afsluiting van de dag weer in  It Dykshûs. Hilda Bouta toonde nog een mooie oude familiebijbel en er werd met koffie en cake een einde aan de dag gebreid.

Hieronder een korte impressie van de kooi in de Anjumer kolken.

vrijdag 12 oktober 2012

Rondom de merklap (1761) van een Dokkumer dame in de dop Geeske Bekius-Suidema (1751-1832)

De merklap die het Dokkumse meisje Geeske Suidema in 1761 maakte als onderdeel van haar opvoeding is eigenlijk een egodocument dat leest als een boek. De geborduurde doek van ongeveer 50 x 40 cm is een topstuk binnen de collectie merklappen die het museum bezit. Met ruim 50.000 steken in meer dan 20 kleuren vertelde ze ons veel over wie zij was en uit welk milieu ze kwam.

Het is al weer het twaalfde boekje sinds december 2010 van Ihno Dragt in de reeks “musea in noordoost fryslân” (streekmuseum Het Admiraliteitshuis te Dokkum en museum ‘t Fiskershúske te Moddergat).
Dat ze uit een gegoed milieu kwam is te zien aan de kwaliteit van de gebruikte materialen. En doordat ze uit een bekende Dokkumer familie kwam zijn veel van de initialen die ze op haar lap borduurde te herleiden tot de namen van de personen die tot haar omgeving behoorden. Ooms en tantes, neven en nichten, de handwerkjuf en haar man: allen gaf zij een plaatsje, maar wel in een duidelijke rangorde.
Geeske’s vader was een Groninger die het tot burgemeester van Dokkum bracht; haar moeder kwam uit het voorname boerengeslacht Van Kleffens. En doordat Geeske enig kind bleef en door hun welstand konden zij haar alles geven op gebied van opvoeding en luxe wat toen mogelijk was. Een prachtige zilveren chatelaine die ze kreeg toen ze 20 was getuigt daarvan.
Hetzelfde geldt voor de paar kledingstukken die van haar bewaard bleven: mooier kon men het toentertijd niet kopen.
Geeske Suidema was een echte Friezin die getuige het enige portret dat van haar bekend is in de Friese dracht gekleed ging.
Ze trouwde met de predikantenzoon François H. Bekius en kreeg vier kinderen. Zoon François werd ook predikant, net als diens kleinzoon, de bekende François Haverschmidt (Piet Paaltjens).
Geeske’s schoonvader was het zwarte schaap van de familie.
Deze ‘duivel-dominee’ werd afgezet als predikant en heeft, volledig berooid, jaren bij haar ingewoond.
Geeske overleed op 81-jarige leeftijd in het huis dat haar man dankzij een forse erfenis in Dokkum kon laten bouwen.
Het boek is te koop bij Museum Admiraliteitshuis en Museum Fiskershuske of te bestellen via info@museumdokkum.nl
Deze uitgave werd ondersteund met een financiële bijdrage van de Stichting Juckema-Sideriusfonds.

Meer Friese merklappen ziet u op de Friese Merklappen-website.

dinsdag 9 oktober 2012

Kwaadsprekerij over koopman Eyso de Wendt in gekaapte brieven

Femme Gaastra en Wilma Seybel verbaasden zich in hun artikel in De Vrije Fries in 1994 al over het feit dat de gefortuneerde koopman Eyso de Wendt uit Kollum ongehuwd bleef. De deze week online geplaatste brieven uit het project Sailing Letters, die door het Meertens Instituut zijn omgedoopt tot Gekaapte Brieven, werpen een nieuw licht op de persoon van De Wendt.
Niet alleen was De Wendt heel rijk geworden tijdens zijn werk voor de VOC in de Oost, hij moet ook uitzonderlijk gierig zijn geweest. De telg uit een oorspronkelijk Deense familie (net als die van de Dokkumer VOC-commandeur Jan de With) was opgeklommen tot eerste supercarga en later directeur van de handel van Batavia op China. Het voordeel bij die China-handel was dat er ook op legale wijze een deel particulier uitgeoefend mocht worden. Een bijvangst daarvan zijn de stukken porselein met familiewapen (Chine de commande) die hij in 1752 meestuurde met het schip Geldermalsen. Dit schip verging onderweg, maar de lading, ook wel bekend als de Nanking cargo, werd opgedoken en vervolgens voor een deel opgenomen in de collectie van het Groninger Museum.

Adam Gotfried Schultz, ontvanger der convooien en licenten te Dokkum, schreef in 1780 een brief waarin hij over De Wendt opmerkte: UWEd meld te recht van Eiso de Wendt zijn gierigheid in Indiën, hier reisde hij ook altemets een geheele dag zonder knegt, zonder andere verteering, als een stuijver koek uijt de zak, en een zoopie toe, agt dagen voor zijn dood heeft hij zijn Neeff Wendt, met uijtsluijting van zijn broeder en zuster universeel erfgenaam gemaakt onder Beding, dat hij zijn naam ook De Wendt, en niet Wendt, zou schrijven, etc.
De Dokkumer neef, Eco de Wendt, was de eerste burgemeester van Workum in 1755 en erfde niet alleen de Kollumer buitenplaats Oostenburg, maar kreeg ook als opdracht de Steenen Berg af te bouwen.

Briefschrijver Schultz was in 1762 vanuit Franeker naar Dokkum gekomen en verhuisde, waarschijnlijk vanwege zijn werk, tijdelijk naar de aan de overkant van de Lauwerszee gelegen plaatsen Vierhuizen en Zoutkamp, alvorens terug te keren naar Dokkum, waar hij in 1816 overleed.
Overigens wordt de 'oude intime vriendt', zoals Schultz de geadresseerde aanspreekt, niet met name genoemd in de brieven. Het is waarschijnlijk iemand die ook in Batavia geweest is voor de VOC en een meerdere was van Schultz. Wie een idee heeft mag het zeggen!

Verder zijn er ook nog andere gekaapte brieven die refereren aan De Wendt op Ceylon en de met zijn nichtje getrouwde gouverneur van Ceylon, Iman Falck:
http://www.gekaaptebrieven.nl/tekst/brief/4871 en http://www.gekaaptebrieven.nl/tekst/brief/4872 (over De Wendt op Ceylon) en http://www.gekaaptebrieven.nl/tekst/brief/5715 (over Iman Falck)

Met dank aan onze leden Tymen Wierstra voor de uitgebreide website over de familie De Wendt en Tjeerd Inia voor de tips van de brieven.

Update: Het aantal brieven dat getranscribeerd wordt in het project van het Meertens Instituut bedraagt ongeveer 9.000, op een totaal van meer dan 38.000 brieven vanuit en naar de Republiek. Als start zijn enkele duizenden transcripties online gezet die de komende maanden verder worden aangevuld. Het is dus zinvol af en toe opnieuw te zoeken met al eerder gebruikte criteria!
Voor Friesland hebben Hanno Brand en Jan de Vries ook brieven uit de Sailing Letters gefotografeerd, tezamen met andere administratieve papieren, waarvoor ze nog een aanvullend project willen opzetten. Het heeft als werktitel Friese schepen in de Engelse Prize Papers in de aanloop (1776-1781) tot de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784)

zondag 7 oktober 2012

Nieuw boek Moddergat, historie van een Fries vissersdorp

Sneuper Paul Hillebrand uit Amsterdam heeft in eigen beheer een uitgebreide geschiedenis geschreven van alle woningen en zijn bewoners in het vissersdorp Moddergat.
Het Friese vissersdorp Moddergat ligt aan de Waddenzee en bestaat uit twee buurtschappen: De Oere en De Kamp. In beide zijn nog veel historische huizen bewaard gebleven, waaronder een flink aantal Rijksmonumenten. Het dorp heeft in de loop der eeuwen een ontwikkeling doorgemaakt die het opschrijven zeker waard is.
In dit boek wordt de bouwkundige ontwikkeling beschreven, inclusief de huizen die in de loop der tijd verdwenen zijn door afbraak, brand of zelfs omdat ze weggespoeld zijn door het zeewater, bijvoorbeeld tijdens de Kerstvloed van 1717.
De bewoners van al deze huizen worden bij naam genoemd, tenminste voor zover deze in de historische archieven terug te vinden zijn. Familienamen als Post, Vanger, Visser, Basteleur, Mans, Jongeling, Lei, Dijkstra, Van der Zee en Koudenburg passeren veelvuldig de revue.
Uiteraard ook de verhalen over hun vaak moeizaam en gevaarlijk bestaan, waarover de huidige bewoners nog kunnen meepraten. Het betreft het wel en wee van hun eigen voorouders!
Cover en achterzijde van boek Moddergat, de historie van een Fries vissersdorp

De oplage van dit rijk geïllustreerde boekwerk is 150 exemplaren en zal uit 200 bladzijden bestaan. Er staan maar liefst 150 unieke afbeeldingen in, voornamelijk historische zwart/wit foto's.
De tekst bevat een beschrijving van alle huizen en hun bewoners van 1713 tot 1943 en bovendien een beschrijving van alle weggebroken huizen

De prijs bij voorintekening, tot 1 november 2012, is zeer scherp: 18,50 euro (dit zijn puur de drukkosten). U kunt intekenen door een mailbericht te sturen naar Paul Hillebrand: spiegart@xs4all.nl
U bespaart dus bijna 20% als u voorintekent want de prijs na 1 november 2012 zal 22,50 euro bedragen.
Schroom dus niet dit unieke boekwerk snel te bestellen! Ook leuk om als kado weg te geven.

vrijdag 5 oktober 2012

Dokkumer bijbel van roggenhuid met zilveren boekbeslag

In de collectie van het Fries Museum te Leeuwarden bevindt zich een bijbel uit 1771 die van een zilveren boekbeslag is voorzien door de Dokkumer zilversmid Saco Visscher
Geboren op 15 oktober 1743 te Dokkum en daar gedoopt op belijdenis op 7 mei 1768 (als mr.zilversmid en burgerhopman kolonel). Hij trouwde in Dokkum op 10 april 1768 als burgerkoopman (sic!) met Anna Faber en overleed te Dokkum op 13 oktober 1797.
Het mooie is dat de omslag gemaakt is van roggenhuid. Van vis dus.

Enige jaren geleden was in museum Fiskershuske in Moddergat een tentoonstelling (en gelijknamig boekje door Ihno Dragt) die getiteld was: Verpakt in Vis, over het gebruik van vishuid. Roggenhuid wordt ook wel segrijn genoemd en wordt vaak gepolijst en geverfd. Haaienhuid is vergelijkbaar. Het gebruik komt vanuit het Verre Oosten, waar het gewaardeerd werd om zijn ruwheid en schoonheid. De ruwheid komt doordat haaien en roggen geen gewone schubben hebben, maar veeleer een soort huidtandjes. Na licht schuren werd deze huid uitermate geschikt om bijvoorbeeld het heft van een zwaard mee te bekleden. Dat gaf een goede greep, zelfs met zweethanden. Door het polijsten en verven werd het ook nog eens uiterlijk prachtig. In Europa werd het zowel gebruikt voor handgrepen als voor schuurpapier om fijn hout en ivoor te bewerken.

Overigens heeft Museum Admiraliteitshuis een vergelijkbare bijbel uit 1775 in de collectie.
Het zou trouwens interessant zijn om te weten te komen van wie de bijbels oorspronkelijk geweest zijn!

Update: Ihno Dragt reageerde met deze reactie: De beschrijving 'roggenleer' van het Fries Museum is vermoedelijk onjuist. In de 18e en 19e eeuw werden bijbels vaak in imitatie haaienleer (imitatie segrijn) gebonden. Deze banden waren van zoogdierenleer waarin korrels mosterdzaad waren gedrukt, zodat het reliëf op haaienleer leek. Deze korrels geven afgeronde afdrukken, terwijl de 'korrels' van segrijn ruit- of stervormig zijn. Ihno Dragt.
Tijdens de ledendag op 13 oktober 2012 in Engwierum toonde Hilda Bouta onderstaande familiebijbel die veel gelijkenis heeft met hierboven afgebeelde bijbel. In ieder geval uit dezelfde periode, rond 1775, en waarschijnlijk door dezelfde zilversmid bewerkt. De meestertekens zitten mogelijk echter onder de voering van de bijbel, dus we hebben het niet kunnen controleren.

dinsdag 2 oktober 2012

Engelse hondjes op Friese schoorsteenmantels

Foar dy, leave (Voor jou, lieverd) zijn de gefantaseerde woorden waarmee een Friestalige zeevisser uit Moddergat of Wierum zijn souvenirs aan zijn geliefde thuis overhandigde. De ondertitel Engelse hondjes op Friese schoorsteenmantels geeft aan dat vooral de figuurkeramiek uit Engeland populair was en in de visserswoningen een plaats vond op de schoorsteenmantel.

Wederom is er in de reeks “musea in noordoost fryslân” (streekmuseum Het Admiraliteitshuis te Dokkum en museum ‘t Fiskershúske te Moddergat) een rijk geïllustreerd boekje in de inmiddels kenmerkende vierkante vorm verschenen. Eigenlijk was dit deeltje al wat eerder gepubliceerd (februari 2012) maar dat had ik even gemist. Niet zo gek ook als je bedenkt dat Ihno Dragt tussen december 2010 en nu maar liefst 10 boeken heeft gepubliceerd, dus ongeveer om de 2 maanden eentje!
Van allerlei hondenrassen werden beeldjes gemaakt, die door de Engelse middenklasse gretig werden afgenomen en meestal voor de ramen gezet. Toch was een der populairste dat van de spaniël, het kleine langharige hondje dat in Engeland door de adel al eeuwen gefokt werd als gezelschapshondje. De populariteit bij de massa was te danken aan koningin Victoria, die Engeland regeerde van 1837-1901.
De jonge koningin was erg geliefd en het beeld van haar lievelingsspaniël Dash, die de eenzaamheid van haar jeugd verdreef, werd verspreid via schilderijen, gravures en borduurpatronen.
De pottenbakkers van Staffordshire speelden hierop in door beeldjes van spaniëls te maken, steeds als een paar naar elkaar toegekeerd. Het bleken bestsellers te zijn, die tot de Eerste Wereldoorlog in zeer grote aantallen gemaakt werden.
Hoe de vissers uit Noordoost-Friesland en elders uit Nederland aan deze hondjes kwamen? In de tijd dat visserij vanuit het eigen dorp steeds minder lonend werd, monsterden velen aan op schepen van bijvoorbeeld Vlaardingse reders, die bij de noordelijke Shetlandeilanden op haringvangst gingen. Van ongeveer 1890 tot 1915 kochten zij in de hoofdplaats Lerwick hun souvenirs. Onkundig van het feit dat veel van dat goedkope aardewerk over de ruggen van de (vaak heel jonge) arbeiders vervaardigd was.
De spaniëls uit de collectie van museum ‘t Fiskershúske staan in dit boekje centraal. Voor verzamelaars van dergelijke honden zijn er veel nuttige gegevens en prachtige foto’s in opgenomen.
Ook wordt er uit de doeken gedaan hoe het nu zit met het verband tussen de hondjes en de dames van lichte zeden in de Engelse kustplaatsen.

Overigens is er een mooie site van het Shetlandmuseum in Lerwick met 60.000 oude foto's. Zoek maar eens op "Vlaardingen" of "Dutch Fisherman" via deze pagina: http://photos.shetland-museum.org.uk/
Het Fries Scheepvaartmuseum heeft ook enkele van deze zeemanssouvenirs in de collectie, evenals het Noordelijk Scheepvaartmuseum in Groningen, die ze schoorsteenmantelhondjes noemt.
En sommige mensen sparen de honden als hobby.

Inhoudsopgave:
Inleiding 6
Staffordshire 9
Lerwick 12
Spaniël: oorsprong en soorten 15
Koningin Victoria 18
De techniek 20
Jeugdige fabrieksslaven 25
Hoerenhondjes? 30
Het kaf van het koren scheiden 34
Tot slot: stel je eens voor... 36
Beschrijvingen 40
Literatuur 58

U kunt het boekje kopen bij Museum Admiraliteitshuis en Museum Fiskershuske of via info@museumdokkum.nl