Posts tonen met het label London. Alle posts tonen
Posts tonen met het label London. Alle posts tonen

donderdag 20 juli 2017

Ontdekt Dokkumer zeeroverslied uit 1630 in de schijnwerpers

U heeft het ongetwijfeld gisteren al in de Leeuwarder Courant, op de radio bij Omrop Fryslan en NOS Radio 1 of via Twitter vernomen.
Een vondst van een van onze redacteuren heeft tot veel landelijke interesse geleid. Nykle Dijkstra van de Historische Vereniging Noordoost-Friesland heeft namelijk een Dokkumer zeeroverslied uit 1630 ontdekt.
Hij kwam het eeuwenoude lied via de Nationale Liederenbank (Meertens Instituut) op het spoor. Het originele document met tekst en melodie bleek in een bibliotheek in Londen te liggen. Verder onderzoek in de archieven van Tresoar en het Nationaal Archief maakten het verhaal compleet.

Het zogenaamde ‘Beclach-Liedt’ verhaalt gedetailleerd over Duinkerker kapers die rovend langs de Friese kust voeren en uiteindelijk door twee kapiteins van de Dokkumer Admiraliteit door een list gevangen genomen werden. Vijf zeerovers werden uiteindelijk in Dokkum opgehangen. De historische vereniging presenteert het verhaal van de zeerovers in het nieuwe nummer van haar magazine De Sneuper dat eind augustus verschijnt en in het teken staat van de Friese Admiraliteit.

Admiraliteitslied
Piet de Haan van de Historische Vereniging Noordoost-Friesland verzocht Shantykoor De Admiraliteitssjongers om op basis van deze nieuwe informatie over de Duinkerker zeerovers een speciaal Admiraliteitslied te maken. De nieuwe dirigent, de 37-jarige Ridzert Beetstra uit Stiens, reageerde meteen enthousiast. Samen met het koor, bestaande uit 38 zangers, vier accordeonisten, een fluitiste en percussionist ging hij vanaf juni aan de slag om het zeeroverslied goed in te studeren.

Primeur tijdens Admiraliteitsdagen
Op zaterdagmiddag 9 september om 15.00 uur zullen zij het Admiraliteitslied tijdens de Admiraliteitsdagen in Dokkum voor het eerst ten gehore brengen op de Grote Breedstraat (bij brug ’t Pypke).
De dirigent heeft het bestaande ‘Beklach-liedt van de vijf Zee-Roovers’ nauwkeurig bestudeerd en verwerkt in een Ierse melodie. Het verhaal komt in de tekst duidelijk tot zijn recht.
Bestuursleden Minze van den Akker en Pieter Zuidema zijn trots op het resultaat. ,,Het is een bijzonder lied geworden en past perfect bij de Admiraliteitssjongers.’’
Voorzitter Jan-Michiel van der Gang van de Admiraliteitsdagen vindt het mooi om te zien dat de bijzondere geschiedenis van de Dokkumer Admiraliteit op steeds meer manieren levend wordt gehouden. ,,Dit lied mag voortaan natuurlijk niet meer ontbreken op de Admiraliteitsdagen!’’

vrijdag 29 januari 2016

Voorouders Lourens Alma Tadema kwamen uit Hallum/Holwerd

Vanaf oktober 2016 organiseert het Fries Museum een grote tentoonstelling van de kunstschilder Lourens Alma Tadema. Hij wordt wel de beroemdste Fries genoemd, maar daar is lang niet iedereen het mee eens. Hij emigreerde immers op jeugdige leeftijd naar Engeland en liet zich ook tot Engelsman naturaliseren. Als eerbetoon aan zijn werk kreeg hij de ridderlijke titel van Sir toegekend: Sir Lawrence Alma-Tadema en werd hij als lid van de Royal Academy of Arts begraven in de Londense St. Paul's Cathedral.

Waar kwamen dan zijn voorouders vandaan? 
Het spoor leidt in eerste instantie richting Dronrijp en Bolsward, waar het gezin waarin Lourens ter wereld kwam woonde. Lourens werd in 1836 in Dronrijp geboren als zoon van Pieter Tadema en Hinke Brouwer. In feite was Alma zijn tweede voornaam!

In een recent onderzoek dat ik deed voor een artikel over de Dokkumer familie Tadema, waar o.a. het VOC-opperhoofd in India Nicolaas Tadema deel van uit maakte, vond ik geen enkele connectie met de kunstzinnige Lourens.
Via AlleFriezen.nl kwam ik ook niet verder dan een Zacharias Jeltes. Bij zo'n bijzondere voornaam moet je toch even stilstaan. Het kwartje viel toen ik een oud nummer van Gens Nostra uit 1993 digitaal doorbladerde. Naast interessante artikelen over de genealogie Heeringa en diverse andere Friese families, kwam ik daarin een genealogie Tadema tegen met Lourens: De familie Tadema uit Holwerd!

Daar waar de Tadema families uit Dokkum en Kollum hun familienaam ontlenen aan de Tadema state in Oostrum of Kollum (Genealogysk Jierboekje 1981, pag. 87-108), en die naam ook al vanaf de 16e eeuw gebruikten, daar baseert de familie van de kunstschilder Lourens zijn familienaam op het patroniem van ene Taede.
De oudst gevonden voorvader was:
Taede Taedes, woonde te Hallum als meijer op plaats 58 (1640), aangenomen als lidmaat april 1629, maar behoorde in 1646 tot de leden die lange tijd niet aan het avondmaal hadden deelgenomen, overleden waarschijnlijk begin 1675.

De volgende generatie o.a. de gelijknamige zoon:
Taede Taedes de jonge (ook genoemd Taede Taedes Jongha/Jongma), geboren (Hallum?) ca. 1635, bierbrouwer te Holwerd (1663), trouwt (1) Hallum 2-1-1659 Jetske Wytses, van Hallum; trouwt(2) Holwerd 3-5-1663 Elisabeth Huber, geboren Dokkum 4-2-1643, overleden Franeker 1699, dochter van Zacharias Huber, notaris en secretaris van West Dongeradeel, en Sjoukje Jensma.

Zacharias Taedes uit Holwerd ging als eerste in deze familie de naam Tadema voeren, vandaar ook de titel van het artikel in Gens Nostra. De auteur, drs. K. Terpstra, wijst in dat artikel op de artistieke verbanden in de kwartierstaat van Lourens met zijn neven, de bekende schilders Taco en Hendrik Willem Mesdag en zilversmeden Brouwer (Genealogysk Jierboekje 1983, pag. 60-69).. En hoewel de eerste generaties allemaal Nederlands Hervormd waren komen in latere generaties ook diverse doopsgezinden voor.

Het moge duidelijk zijn: de voornaam Zacharias kwam uit de familie Huber, van de bekende Dokkumer jurist Ulrik Huber!

Recent werd door het Fries Museum het portret van Frederika Reijnders uit Leeuwarden gerestaureerd. Zij werd in 1839 geboren als dochter van Izaak Reijnders en Catharina Anna van Wicheren.

Update: Als liefhebber van portretten meld ik graag deze andere portretten die Alma Tadema aan het begin van zijn carriere maakte:
Sientje Tadema: dochter van Zacharias Jeltes Tadema en Klaaske Canter Visscher. Zij was muzieklerares.

Marie Josephine Jacoba van Marcke de Lummen, in particulier Fries bezit. Zie ook deze afbeelding. Zij was gehuwd met Louis Kufferath, een componist, dirigent en pianist.

maandag 18 januari 2016

Schepen van de Friese Admiraliteit in zeeslagen

Bij het doorzoeken van de online databases van het Maritime Museum te Greenwich bij London en het Rijksmuseum vond ik recent toch weer een aantal nieuwe afbeeldingen van Friese schepen. Deze schepen waren in dienst van de Admiraliteit van Friesland, eerst in Dokkum en later (vanaf 1645) in Harlingen.
Een prachtige tekening van het eskader van de Friese Admiraliteit in 1665, voor anker bij de Schotse kust. In het midden de spiegel van het schip 'Steden', het schip van Luitenant-Admiraal Tjerk Hiddes de Vries. De 'Stad en Lande', onder Vice-Admiraal Coenders links op de achtergrond. Er is een galjoot in het midden, en een snauw- een vierkant-getuigd, twee-mast schip - is
aan de linkerzijde in beeld. Linksboven de tekst: ‘Woensdach smorgens de Wint N: N oost den 26 augustij 1665/ hoe de vloot haer verthoont esquadron vande vrieschen admirael’.

Op 18 augustus 1665 vond een confrontatie plaats waarbij de Sevenwolden betrokken was met Tjerk Hiddes de Vries, links op de achtergrond.

De in de slag verloren Sevenwolden werd onder de Engelsen Seven Oaks, maar al gauw weer teruggewonnen, wat op het schilderij van Willem van de Velde de jonge prachtig in beeld werd gebracht.
Het was kapitein Van der Zaen die de Sevenwolden terugveroverde, wat onder nummer 10 op deze prent te zien is (rechts van het midden, over bakboord).

Ook het schip Groningen, uit 1666 behoorde tot de Admiraliteit van Friesland.

Van de Vierdaagse Zeeslag van 1-4 juni 1666 is een prachtig schilderij waarop de spiegel van de 'Groot Frisia', 74 kanonnen sterk, onder commanda van Tjerck Hiddes van het Friese squadron is afgebeeld (linksachter het Engelse schip op rechtsmidden nog deels te zien).

Het Rijksmuseum heeft een tekening van de slag waarop duidelijk vooraan, met nummer 17, de Sevenwolden over stuurboord te zien is.

Over zeeschilders vader en zoon Willem van de Velde, werkend voor de Hollandse en later Engelse admiraliteit, is onlangs een boek verschenen van de hand van Remmelt Daalder.

vrijdag 24 januari 2014

Friese dwerg Wybrand Lolkes internationaal bekend

Wybrand Lolkes kwam tijdens een recent bezoek aan de Artis-bibliotheek weer eens ter sprake. Hij was een dwerg uit Friesland die in de 18e eeuw zijn bijzondere verschijning te gelde maakte. Dat hij opviel blijkt vooral uit de vele bewaard gebleven prenten waarop hij figureert.
De ets die o.a. het Stadsarchief in Amsterdam van hem in de collectie heeft kende ik al wel, evenals een afbeelding uit 1751 van de menagerie van Blaauw Jan aan de Amsterdamse Kloveniersburgwal, waarop Wybrand aan de linkerzijde in beeld is.
De herberg annex dierentuin van deze in werkelijkheid Jan Berends Westerhof hetende uitbater (ook een Fries?) werd eind 17e eeuw (vermoedelijk rond 1675) geopend. Niet alleen werden allerlei exotische dieren getoond, maar ook uitzonderlijke mensen.
Wybrand Lolkes woonde blijkbaar in de herberg waar de “niet hoger dan 29 Duim” tellende Fries o.a. verbleef met de 2,25 meter lange reus Cajanus. In 1764 was er nog een heuse Indiaan te zien, “Een Wilde, Sychnecta genaamt, van de Mohawk uyt Noord-America.”
Het pamflet waarmee Wybrand Lolkes in 1749 werd aangeprezen vermeldt dat hij toen 24 jaar oud was en geboren te Oostem. Dit is waarschijnlijk Oosthem, hoewel ik in de DTB bij Tresoar voor het jaar 1725 geen doop met die naam kon vinden, wel in het nabij gelegen Hommerts in 1728. Gedoopt op 14 maart 1728 in Hommerts: Wybe, Kind van Lolcke Palses en niet genoemde moeder. Opm.: De dopeling is enige weken oud. Het zou echter ook deze kunnen zijn: Gedoopt op 8 april 1731 in Heeg. Dopeling: Wiberen, zoon. Vader: Lolke Hylkes. Maar meer waarschijnlijk is dat het doopboek van Oosthem gewoon verloren is gegaan. Over de genealogische context van Wybrand Lolkes discussieerden Margreet Huisman en Maikel Galama ook op het Tresoar Forum.

In diverse Engelse bronnen wordt Wybrand vaak vermeld als zijnde van IJlst (Yelst), een vlakbij gelegen Fries stadje.
Een nazaat van zijn nicht Baukje Uiltjes uit Abbega beschreef Wybrand ooit als Lytse Wybren: Hij woonde in IJlst en is ook nog gehuwd geweest met een vrouw van middelbare lengte die met hem reisde van de ene naar de andere plaats om te laten bezien en om alzo in dien weg in het levensonderhoud te voorzien (Uiltje Foppes Wiersma 1838-1916).
En inderdaad zijn er ook enkele afbeeldingen waarop hij met zijn vrouw (van normale lengte) staat afgebeeld. Zeker nu recent de Wellcome Library een groot aantal historische afbeeldingen online heeft gezet. Zo vind je bijvoorbeeld een afbeelding uit 1790, waarop hij nu opeens weer '60 years of age' wordt genoemd en 'The celebrated man in miniature'. Of een variant op die afbeelding met de Dutch Dwarf.
Engelse bronnen, zoals het boek Wybrand Lolkes, the Dutch Dwarf, melden ook dat hij eigenlijk als uurwerkmaker was opgeleid in Amsterdam, als zelfstandige werkte in Rotterdam en uit een gezin van 8 kinderen kwam met een vader die visser was.  
Rond 1790 toog hij voor een jaar naar Engeland: Wybrand Lolkes was a native of Holland, and born at Jelst in West Friesland, in the year 1733, of parents in but indifferent circumstances, his father being a fisherman, who besides this most extraordinary little creature, had to support a family of seven other children, all of whom were of ordinary stature, as were both the father and mother. Wybrand Lolkes, at an early age, exhibited proofs of a taste for mechanism; and when of sufficient age, was, by the interest of some friends, placed with an eminent watch- and clock-maker at Amsterdam, to learn that business; he continued to serve this master for four years after his apprenticeship, and then removed to Rotterdam, where he carried on the business of a watch-maker, on his own account, and where he first became acquainted, and afterwards married, the person who accompanied him to England. His trade of watch-maker, however, failing, he came to the resolution of exhibiting his person publicly as a show;
and by attending the several Dutch fairs obtained a handsome competency. Impelled by curiosity and hope of gain, he came to England, and was visited at Harwich (where he first landed) by crowds of people; encouraged by this early success, he proceeded to London, and on applying to the late Mr. Philip Ashley, obtained an engagement at a weekly salary of five guineas. He first appeared at the Ampitheatre, Westminster Bridge, on Easter Monday, 1790, and continued to exhibit every evening during the whole season. He was always accompanied by his wife, who came on the stage with him hand in hand, but though he elevated his arm, she was compelled to stoop considerably to meet the proffered honour. At this time he was sixty years of age, measured only twenty-seven inches in height, and weighed exactly fifty-six pounds.
Mynheer Lolkes was a fond husband; he well knew the value of his partner, and repaid her care of him with the most fervent affection. He had by his wife three children, one of which, a son, lived to be the age of twenty-three and was five feet seven inches in height.
This little man, notwithstanding his clumsy and awkward appearance, was remarkably agile, and possessed uncommon strength, and could with the greatest ease spring from the ground into a chair of ordinary height. He was rather of a morose temper and extremely vain of himself, and while discoursing in broken English was extremely dignified as he imagined. He continued in England but one season, and through the help of a good benefit, returned to his native country, with his pockets better furnished than when he left.
De mysterieuze dame, met wie Wybrand Lolkes getrouwd was en 3 kinderen kreeg, vinden we in de DTB van Oosthem, Abbega en Folsgare in 1773: Bevestiging huwelijk op 20 juni 1773 in Abbega. Bruidegom: Wybrand Lolkes afkomstig van Oosthem. Bruid: Yetske Sikkes afkomstig van Workum. Attestatie werd afgegeven in Workum waar over Wybrand nog vermeld wordt dat hij wees was.
In 1801 zou Wybrand Lolkes zijn overleden.
Oh, en u denkt misschien: wat hebben ze dan van Wybrand Lolkes in de Artis-bibliotheek? Nou, mogelijk staat hij op deze afbeelding van een casuaris uit de menagerie van Blaauw Jan.