Dat er in België nog vrij veel historisch materiaal van Friezen bewaard is gebleven heb ik op dit blog al meermaals vermeld. Van
Friese middeleeuwse relieken (13e eeuw) tot
grafstenen in Brussel en ga zo maar door.
Op zich is dat ook helemaal niet zo vreemd, omdat in de
Vroegmoderne tijd het
economische zwaartepunt van de Nederlanden in eerste instantie nu eenmaal in het zuiden lag. En ook de
wetenschappelijke bloei vond veel eerder plaats in
Vlaanderen. Al in 1425 ontstond er een katholieke universiteit in
Leuven, terwijl de eerste Noordnederlandse universiteit pas in 1575 (na de reformatie) in
Leiden werd gesticht, gevolgd door de universiteit van
Franeker in 1585. Die hadden dan ook als primair doel het opleiden van de broodnodige gereformeerde predikanten.
Om te studeren gingen Friese jongelingen (voor 1575) dan ook veelal naar plaatsen als
Heidelberg, Oxford, Douai of
Leuven.
De Dokkumer wetenschapper
Gemma Frisius (1508-1555) genoot in Leuven zijn opleiding in de geografie, wiskunde en medicijnen en was later de leermeester van de beroemde cartograaf
Mercator.
Toen ik recent met de familie in Gent was, bezocht ik de beroemde
Sint-Baafs kathedraal. In eerste instantie gaan de meeste mensen, ook ik, hier naar toe voor het aanschouwen van het wereldberoemde kunstwerk
De aanbidding van het Lam Gods. Dit polyptiek (uit meerdere panelen bestaande) schilderwerk van de gebroeders
Hubert en Jan van Eyk werd rond 1432 gemaakt in opdracht van het echtpaar
Joos Vijd en
Lysbette Borluut, die beide op een zijpaneel zijn afgebeeld.
 |
| Nisgraf Aytta met grafschrift en blazoen |
Wat ik mij niet gerealiseerd had was dat er ook een
Fries een belangrijke rol gespeeld heeft in de geschiedenis van de Sint-Baaf.
Viglius Aytta van Swichum (1507-1577) was een zoon van een eigenerfde Friese boer en maakte carriëre als raadsheer en diplomaat onder keizer Karel V en zijn zoon Filips II. De
leeftijdsgenoot van Gemma Frisius (ze moeten elkaar haast wel gekend hebben) was een voorvechter van het katholicisme, ook nog na de reformatie. Na het overlijden van zijn echtgenote in 1553 ging hij zich meer met religieuze zaken bezighouden als
proost van de Gentse Sint-Baaf. Hij was echter zijn familie in Friesland niet vergeten en zorgde er dan ook voor dat vele neefjes in Leuven konden studeren. In het
Genealogysk Jierboek 2011 is een uitgebreid artikel verschenen over de
Ayttana. Er moest immers ook bewezen kunnen worden dat men familie was, om in aanmerking te komen voor een studiebeurs.
Viglius was niet alleen geestelijk leider van de Gentse kathedraal maar ook
archivaris van Vlaanderen op
kasteel Rupelmonde, in 1559 de eerste
bibliothecaris van de
Koninklijke Bibliotheek te Brussel en tevens kanselier van de
Orde van het Gulden Vlies. Ook was hij voorzitter van de
Geheime Raad maar pleitte voor een gematigde kettervervolging. Vanuit zijn humanistische idealen (
Erasmus was een
goede vriend) had hij speciale belangstelling voor geschiedenis en stichtte hij in zijn geboorteplaats
Swichum een hospitaal en in 1569 in
Leuven het naar hemzelf genoemde
Vigliuscollege voor theologie, filosofie en rechten.
In de kooromgang van de Sint-Baafskathedraal zijn vele kapellen ingericht die op initiatief van gilden, bisschoppen, kanunniken of privé-personen zijn betaald.
 |
| Drieluik Frans Pourbus voor Viglius Aytta |
De
kapel van Sint-Nicolaas is speciaal ingericht voor
Viglius Aytta. Aan de rechterzijde is in de wand zijn nisgraf, met grafschrift en blazoen, ingemetseld. Daar tegenover, aan de linkerzijde is een groot
geschilderd drieluik te zien. Het altaarstuk uit 1571 is van de hand van de bekende Brugs-Antwerpse schilder
Frans Pourbus. Op de achterzijde van de luiken knielt
opdrachtgever Aytta voor Christus als de Zaligmaker. Aan de voorzijde staan op de drie luiken episodes uit het leven van Jezus. Op het middenpaneel staan echter ook diverse andere personen. Naast
Aytta, links vooraan in een rood kleed met grijze baard, staan keizer Karel, zijn zoon Filips II en de beruchte hertog van Alva afgebeeld. Maar ook linksvoor staan vertegenwoordigers van de protestanten, waaronder
Calvijn, afgebeeld! Op de troon zit waarschijnlijk
aartsbisschop Granvelle, een belangrijke man in het leven van Viglius.
Ook bijzonder is dat op de zijluiken diverse
kunstenaars zijn geportretteerd, waaronder
Cornelis Floris,
Lanceloot Blondeel,
Pieter Bruegel en de schilder
Frans Pourbus zelf, met zijn vrouw
Suzanna Floris. Het tekent het goede gevoel voor (beeldende) propaganda van Aytta.
Bij het binnenkomen en verlaten van de kerk zijn nog meer sporen van Viglius bewaard gebleven. Het
eikenhouten portaal bij de ingang draagt in de kroonlijst de tekst "
Vita Mortalium Vigilia", ofwel "Het leven van stervelingen is een wake". Het tochtportaal is in 1572 gemaakt in opdracht van Viglius Aytta en draagt dan ook, naast het woordspel, zijn uitgesneden wapenschild met korenschoof boven een feniks.
Al met al weer een prachtig inzicht in het leven van een invloedrijke Fries in het huidige België!
Overigens: ook in het stadhuis van Dokkum hangt nog een
portret van Aytta (uit de collectie van het Fries Museum). Hij was geparenteerd aan de
Hanya's van Holwerd.
Update: Dankzij
Siebrand Krul, hoofdredacteur van o.a.
Historisch Tijdschrift Fryslan, deze aanvullingen. Een
verklaring voor Calvijn en Viglius’ aanwezigheid in de Sint Baafs komt uit ‘
Het geheugen van Nederland in Gent’ van
Herman Balthazar (emeritus hoogleraar) en
Johan Decavele (voormalig directeur Cultuur Stad Gent).
De triptiek van Viglius van Aytta in de Sint-Baafskathedraal in Gent
De eerste zijkapel aan de rechterkant van de kooromgang is de
grafkapel van Viglius van Aytta (1507-1577). Ze wordt beheerst door een groot drieluik. Wigle of Viglius, zoon van een boer uit het het piepkleine Friese Zwichum bij Leeuwarden, werd één van de meest vooraanstaande juristen van zijn tijd. Vanaf 1549 was hij het brein van het Habsburgse regeringsapparaat in Brussel, waar hij voorzitter was van de belangrijke regeringsraden. Als eindverantwoordelijke voor de toepassing van de keizerlijke ketterij-plakkaten pleitte Viglius voor een gematigde uitvoeringspraktijk. Hij verwachtte meer van overtuiging met redelijke argumenten dan van het gebruik van de botte bijl.
Het
middenpaneel van dit schilderij is daar een uiting van. Het thema is de jonge Christus tussen de schriftgeleerden, maar in werkelijkheid is het een
symbolische voorstelling van de religieuze meningsverschillen van die tijd.
Links ziet men de vertegenwoordigers van de katholieke orthodoxie: keizer Karl V, koning Filips II, de hertog van Alva, de eerste Gentse bisschop
Cornelius Jansenius (afkomstig uit Hulst), en zeer prominent ook de zittende
Viglius zelf.
Aan de overkant staan onder meer
Calvijn en de Gentse calvinistische volksleider
Jan van Hembyze, terwijl vooraan een jonge knaap een zware bijbel in de hand houdt.
Maar ook aan die kant blijkt Viglius te zitten, die dus blijkbaar geen partij kan kiezen. De hogepriester op de troon, die als het ware radeloos de handen uitsteekt over zoveel ideologische strijd, is te identificeren met
Nicolas Perrenot, een belangrijk staatsman onder Karel V en vader van de bekende kardinaal Granvelle.
Viglius, als opdrachtgever knielend afgebeeld op het
rechter buitenluik, bestelde het schilderij bij
Frans Pourbus voor zijn toekomstige grafkapel in de
Sint-Baafskathedraal. Hij was hier immers proost van het kapittel, een lucratieve benoeming die hij in 1563 in de wacht had gesleept en waartoe hij na de dood van zijn echtgenote zich door
kardinaal Granvelle tot priester had laten wijden. Even werd hij genoemd voor het ambt van
eerste bisschop van Gent, maar hij weigerde. Net toen werd hij ervan beschuldigd door zijn inhaligheid groot schandaal te hebben verwekt. In een brief van landvoogdes
Margaretha van Parma aan Filips II van 8 oktober 1564 heet het dat hij ringen, juwelen, vaatwerk, linnen, bedden, tapijten en andere meubelen van de Gentse proosdij ontvreemd en naar Friesland gestuurd had, en dat hij zich al het baar geld van de overleden abt
François d’Havroult van Sint-Pieters, zo’n 100.000 gulden, had toegeëigend. Een vreemd kantje van een uitzonderlijke man. Wat niet belette dat hij zich later toch heeft ontpopt als maecenas van de Sint-Baafs.
Update: De heer
Beetstra had een belangwekkende aanvulling, die er op wijst dat in feite
Aytta als de redder van het triptiek De aanbidding van het Lam Gods gezien moet worden. Zijn Friestalige reactie volgt hier integraal:
Op it internet fûn ik it stik “Viglius Aytta en het Lam Gods te Gent”.
Wat der net yn neamd wurdt is de betsjutting fan Viglius foar it behâld fan it Lam Gods.
De Byldenstoarm ûntstie yn augustus 1566 yn Noard-Frankryk en kaam dêrwei nei it noarden ta.
Oeral waarden bylden en skilderwurken út de tsjerken helle en fernield.
Nei in wike, foardat Gent berikt wie, like it der op, dat de stoarm útraasd wie.
Viglius, proast fan de kathedraal fan Gent, hie der gjin betrouwen yn.
Twa dagen foardat de Byldenstoarm opnij begûn en yndied yn Gent kaam,
liet hy it Lam Gods demontearje en liet er it – mei oare keunstwurken út de kathedraal –
ferstopje yn de ateliers fan skilders, der’t er mei befreone wie.
Doe’t de stoarm foarby wie koe it spul wer teplak brocht wurde.
It liket net sa’n wylde spekulaasje te wêzencdat wy it oan Viglius te tankjen hawwe,cdat it Lam Gods no noch yn Gent te sjen is.
Oer Viglius is in hiel soad te fertellen, mar ik tink dat it boppesteande in goede oanfulling op it artikel is.
Update: In het Engelstalige boek
Antwerp Art after Iconoclasm, Experiments in Decorum 1566-1585, staat een uitgebreid artikel over het Aytta-triptiek. Er wordt uitgelegd welke symboliek te zien is, zelfs in de kleding van Viglius van Aytta, waarom de toen nog erg jonge (25 jaar) Pourbus gevraagd werd en wie er precies op het triptiek te zien zijn. Medio maart 2018 was het boek voor 49,50 in de ramsj verkrijgbaar bij Scheltema boeken in Amsterdam.
Update: Wilt u meer lezen over
Viglius van Aytta bestel dan antiquarisch de 2 delen van Folkert Postma:
Viglius van Aytta als humanist en diplomaat 1507-1549, en
De jaren met Granvelle 1549-1564 of het nieuwe boekje van Kees Sluys:
Viglius van Aytta - Friese Europeaan avant la lettre.
Zijn interesse voor geschiedenis blijkt ook uit de vele brieven die hij met zijn streekgenoot en beschermeling
Joachim Hopperus (1523-1576) uitwisselde.
De connectie tussen
Jacob van Deventer en Viglius van Aytta in de jaren 1530-'40, een hypothese, in:
Caert-Thresoor, 14e jrg (1995), nr. 3.
Update: Viglius bezat een boek dat nu in de collectie van de Bijzondere Collecties van de Universiteit Groningen zit,
gedrukt door Thomas de Blavis in Venetie op 28 juli 1486.
Update: Er is een bijzondere afbeelding van Viglius van Aytta die in 1576 als voorzitter van de Raad van State gearresteerd wordt, na een order van de Staten-Generaal. Dit was in essentie een coup.