Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht album amicorum. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht album amicorum. Sorteren op datum Alle posts tonen

maandag 16 januari 2012

Friese Alba Amicorum in Leidse Universiteitsbibliotheek

Een paar weken geleden was ik in de Universiteitsbibliotheek van Leiden. Deze oudste universiteit van Nederland (1575) had vroeger een redelijk innige band met de Universiteit van Franeker (1585). Ook vond er een regelmatige uitwisseling van professoren plaats. Veel studenten studeerden eerst een tijdje in Franeker of die andere verdwenen universiteit, Harderwijk, om vervolgens af te studeren in Leiden (of bv Oxford, zoals Sixtinus Amama). Sowieso werd er vaak langs diverse universiteiten gereisd en dan werd er op verzoek door studievrienden of gewoon interessante professoren een stukje in het vriendenalbum, het Album Amicorum, geschreven.
Daar zijn nog vrij veel exemplaren van bewaard gebleven. Tresoar heeft een aardige collectie Alba Amicorum, o.a. die van Suffridus Saarda uit 1604 te Franeker. Deze sluit mooi aan op een Album Amicorum van Matthias Franckena uit 1605 te Leiden waarin deels de zelfde scribenten staan. Het bevat 108 bijdragen, voornamelijk ingeschreven door medestudenten en professoren te Franeker (1605-1606), Erfurt (1607), Leiden (1609), Orleans, Angers (1609-1610), Londen en Oxford (1610). Ik heb foto's van het album mogen maken en ons lid Piter van Tuinen is momenteel bezig de inhoud, in het Latijn en 'Nederlands', te bestuderen. Mogelijk leidt dit tot een mooi artikel voor ons verenigingsblad De Sneuper.

Een ander prachtig Album Amicorum in de Leidse UB is die van Sixtus Brunsvelt uit de jaren 1654-1656. Hij studeerde in Franeker en Groningen en was dominee te Joure, Sneek, Harlingen en Leeuwarden, waar hij in 1683 overleed. Wopke Eekhoff moet het album (met ingeplakte bijdragen) ook in bezit hebben gehad, in ieder geval heeft hij er een uitgebreid achtergrondcommentaar over Brunsvelt in geschreven. Er staan 34 bijdragen in uit Franeker, Groningen, Leeuwarden en Leek. Het aardige is dat er ook een Friestalig vers in staat, en wel van Gijsbert Jacobs, beter bekend als Gijsbert Japickx!
Als er iemand belangstelling heeft dit album te transcriberen (veel Latijn), laat het dan even weten!

Een recenter Album Amicorum bij Tresoar is van de Dokkumer Hector Livius van Altena.

Van Franeker is bekend dat er erg veel Hongaren studeerden, er is zelfs een plakkaat in de Franeker binnenstad dat daar aan herinnert. Van de Hongaar Franciscus Pariz Papai is het Album Amicorum uit 1711-1726 bewaard en online ontsloten.
Soms werden er prachtige tekeningen gemaakt in het Album, zelfs in kleur, en vaak werd ook een familiewapen in mooie kleuren achtergelaten bij de heilwens.
De Universiteit van Leiden heeft het Album Amicorum van Janus Dousa zelfs als facsimile opnieuw uitgegeven.

De Koninklijke Bibliotheek heeft maar liefst elf Alba Amicorum van de Friese familie Van Harinxma Thoe Slooten gedigitaliseerd, evenals bladzijden uit Alba Amicorum met bv tekeningen van Rembrandt en Clusius.
Over het Album van de Fries Poppe van Feitsma uit ca 1573 schreef ik al een eerder blogartikel.

Voorwaar een mooie aanvulling op je genealogie als er iemand in je familie is die een dergelijk album bijhield!

woensdag 23 juli 2008

Friese Alba Amicorum

Het is tegenwoordig vrij populair om een dagboek of vriendenboek op internet bij te houden. Daar is eigenlijk weinig nieuws aan. Bij meisjes is het poëzie-album lange tijd in geweest. Vriendinnetjes of vriendjes schreven dan een versje bij een leuk plaatje. Bij jongens op de basisschool wordt het vriendenboekje zelfs steeds populairder. Vaak binnen een thema, zoals de figuren van Pokemon, kunnen vriendjes een aantal standaardvragen beantwoorden over hobbies, favorieten etc. Daarbij kunnen ze dan een pasfoto plakken.

Ook in de 16e en 17e eeuw werden vriendenboekjes bijgehouden. Het was wat meer elitair dan het nu is en droeg dan ook de voorname titel Album Amicorum, overigens simpelweg een latijnse versie van 'vriendenboek'. En er zijn ook diverse van bewaard gebleven. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag beheert een fraaie collectie, die grotendeels gedigitaliseerd is, via een aparte homepage.
Van de Friese familie Van Harinxma Thoe Slooten hebben ze een uitgebreide collectie met prachtige exemplaren uit de 16e en 17e eeuw.

Ook van Dokkumers zijn er nog wel aantekeningen in Alba Amicorum te vinden. In het Repertorium Alba Amicorum van de Universiteit Erlangen in Duitsland vind je in de database bij zoeken op de oude spelling 'Dockum' twee resultaten. Een van de gevonden houders van een Album Amicorum is Tobias Gutberleth (1609-1662), student rechten en later rector van de Latijnse School in Leeuwarden. Een artikel over hem, Simon Gabbes Abbema en Gysbert Japickx verscheen in het Tijdschrift 17e eeuw. Hij publiceerde Nederlandse Watervloeden.
En Hans van Wyckel, geboren 1617, die rond 1635 aantekeningen maakte die in de Haagse KB liggen (zie ook de afbeelding, HAW= Hans Annes Wyckel). Martin Engels heeft er op zijn rijke website een transcriptie van gemaakt.

Overigens was Gutberleth getrouwd met Geesje Brongersma, vermoedelijk familie van de Dokkumse Titia Brongersma, dichteres en archeologe (!). Het Fries Genootschap besteedde ook een interessant artikel aan haar.
Voor een volledig overzicht van Friese Alba Amicorum bij Tresoar verwijs ik naar het werk van Jacob van Sluis, de Inventaris Handschriften. Hierin o.a. Suffridis Scipionis (Saarda) (1604-1675), Wybrand de Geest (1614), Franciscus Hemsterhuis (1661-1705) en dominee B.H. Habbema (1796-1802).
Update: in Gens Nostra van januari 2009 wordt op de achterpagina een Album Amicorum genoemd van Hector Livius van Altena uit 1827-1828, die in Franeker gestudeerd zou hebben. Vreemd genoeg is de universiteit aldaar in 1811 reeds opgeheven.

dinsdag 16 november 2010

Album Amicorum Dokkumer Hector Livius van Altena

De online nieuwsbrief van Tresoar, Letterhoeke nr. 16, besteedde aandacht aan een nieuwe aanwinst: het Album Amicorum van Hector Livius van Altena. Hij werd in Dokkum geboren op 18 december 1807 als zoon van Johannes Petrus Epeus van Altena, rijksontvanger der belastingen, en Hillegonda Fongers de Haan. Gedoopt werd hij op 17 januari 1808 in Dokkum

Hector liet zich op 18 april 1826 inschrijven bij de Franeker Academie en zette in 1828 zijn studie in Leiden voort. Op 15 mei 1830 kwam hij jammerlijk aan zijn einde toen hij in het nabij Leiden gelegen Oegstgeest verdronk, nog maar 22 jaar oud.
In de digicollectie van Tresoar kunt u het Album Amicorum doorbladeren.

maandag 15 december 2014

Vrije Fries 2014, nummer 94, met Wybrand de Geest, Abraham Ferwerda, Wopke Eekhoff en Heringastate

Van de redactie Vrije Fries:
De snelle veranderingen in het Friese landschap tijdens de laatste decennia blijven de gemoederen bezig houden. In De Vrije Fries van 2010 verwoordde Goffe Jensma zijn visie op dit thema. Zijn boodschap was dat de Friese gemeenschap een eigentijdse visie op het ‘Frysk eigene’ dient te ontwikkelen. Jensma’s beschouwing, getiteld ‘Plat land, diepe geschiedenis: Friesland als trauma’, was voor het Fries Genootschap aanleiding tot het organiseren van een symposium op 23 november 2012. De toen gestelde vraag was of Fryslân het jaar 2034 zal halen. Een van de sprekers, Geert Mak, verkondigde daarna zijn opvattingen ook elders. In het Friesch Dagblad van 30 april 2013 verscheen bijvoorbeeld zijn tekst van een eerder in Wommels gehouden toespraak, met de intrigerende kop: ‘Het Friese landschap interesseert ons geen bal’, gevolgd door de lead: ‘Fryslân bevindt zich in een identiteitscrisis. De bouwsels op het platteland zijn daar een voorbeeld van.’
Wat is nu de stand van zaken en hoe hoog is de nood? Ook al verandert het Friese landschap snel, toch ook weer niet zo vlug dat het geen geschikt onderwerp is voor voortgaand debat in een jaarboek. Voor deze aflevering van De Vrije Fries vonden wij Geert Mak bereid om opnieuw aan te geven hoe hij denkt over de landschappelijke transformatie van Fryslân.
Maks openingsessay wordt in het eerste deel van dit jaarboek gevolgd door een vijftal, chronologisch gerangschikte artikelen over uiteenlopende onderwerpen. In hun artikel ‘All Change’ onderzoeken Marcus Roxburgh, Hans Huisman en Bertil van Os de mogelijkheden van materiaalanalyse met een XRF-scanner om meer te weten te komen over de mogelijke organisatie van broche-productie in vroegmiddeleeuws Fryslân. Zij analyseren de koperlegering van 600 broches en bekijken de veranderingen in de samenstelling van het metaal door de tijd heen. Hiermee komen zij tot een idee over de productie-organisatie en toekomstige onderzoeksmogelijkheden.
Suzanne Rus geeft vervolgens betekenis aan het album amicorum van Wybrand de Geest, Fryslâns bekendste schilder uit de Gouden Eeuw. Vanaf 1611 liet De Geest dit vriendenboek negen jaar lang invullen met allerlei persoonlijke teksten, heraldiek en tekeningen. Dit vond plaats tijdens zijn reis naar Utrecht en Rome, voordat hij zich weer in Leeuwarden vestigde. Alleen al door de verscheidenheid aan bijdragen betreft het een uniek document.
De uitgever Abraham Ferwerda is vooral bekend als founding father van de Leeuwarder Courant in 1752. Matthijs Droog onderzocht echter de andere uitgaven in het fonds van deze Leeuwarder ‘pommerant’. Hij toont onder meer aan dat er heel wat meer publicaties van Ferwerda’s persen rolden dan de eerst wekelijkse en later tweewekelijkse edities van Fryslâns oudste krant.
Volgens hem had er dan ook allang in Leeuwarden een straat naar Ferwerda vernoemd moeten zijn.
Ben Broos brengt ons daarna via Wopke Eekhoff bij de beroemdste Nederlandse schilder uit de Gouden Eeuw, Rembrandt van Rijn, of beter gezegd bij diens echtgenote Saskia Uylenburgh. Zij was een achternicht van Hendrickje Uylenburgh, de vrouw van de al genoemde Wybrand de Geest. Een kleine wereld dus, waarvan men zou denken dat de genealogische verhoudingen bekend bleven in het publieke domein. Toch raakte Saskia als echtgenote van Rembrandt in de vergetelheid, totdat Eekhoff haar in de negentiende eeuw weer op de juiste plek zette. Hiertoe was hij in staat doordat hij een identificerende notitie aantrof in het album amicorum van de Friese jurist Rombertus Ockema.
Aan het eind van het eerste deel in dit jaarboek vraagt Gunar Boon zich af of de verbouwing van Heringastate in Marsum, beter bekend als het Poptaslot, in het begin van de twintigste eeuw een restauratie of reconstructie was. Vanwege verzakking van de state werd destijds de architect Johan F.L. Frowein, een leerling van Pierre Cuypers, aangetrokken. Froweins beslissingen en activiteiten moeten volgens Boon getypeerd worden als ‘historiserende reconstructie’.
De tweede helft van deze aflevering staat in het teken van de Beneficiaalboeken uit 1543. Van deze uitzonderlijke bron met allerhande gegevens over inkomsten uit geestelijk bezit verscheen vorig jaar een nieuwe, ook digitaal doorzoekbare editie, bezorgd door Peter van der Meer en Hans Mol. Deze uitgave werd op 18 oktober 2013 gepresenteerd tijdens een studiedag van de Fryske Akademy. Acht sprekers bogen zich toen over de vraag hoe deze bron in historisch en taalkundig onderzoek benut kan worden. Zij werkten hun voordrachten om in artikelen, die wij in samenwerking met de bezorgers van de broneditie redigeerden. Voor nadere introductie verwijzen we hier naar de inleiding van Mol en Van der Meer die vooraf gaat aan de acht artikelen. Een aankondiging van deze bijdragen over de Benificaalboeken stond al in het afgelopen septembernummer van Fryslân, het andere blad dat onder auspiciën van het Frysk Genoatskip verschijnt. Met de redactie van dit tijdschrift spraken wij de wens uit de banden aan te halen en in de toekomst meer gezamenlijk te opereren waar dit mogelijk is.
Als redactie namen wij in het voorjaar afscheid van Ernst Taayke. We bedanken hem hartelijk voor al zijn inbreng sinds zijn aantreden in 2009, in het bijzonder voor de archeologische kronieken die hij steeds energiek samenstelde. Hoewel afwezig in deze aflevering betekent zijn vertrek niet het einde van de archeologische kroniek in De Vrije Fries. Het gemis van Ernst Taayke werd dit jaar gecompenseerd door de komst van Marijn Molema in de redactie, eerder dit jaar benoemd als historicus voor de negentiende en twintigste eeuw aan de Fryske Akademy.

Inhoud
Van de redactie, 7
ESSAY
  • Geert Mak, Het Friese landschap: geen trauma maar een open wond, 9
BIJDRAGEN
  • Marcus Roxburgh, Hans Huisman, Bertil van Os, All change: The end of a metalworking tradition in Dark Age Frisia, 19
  • Suzanne Rus, Het album amicorum van Wybrand de Geest, Een uniek reisdocument, 31
  • Matthijs Droog, Drukwerk voor iedereen. Het fonds van de Leeuwarder uitgever Abraham Ferwerda (1716-1783), 61
  • Ben Broos, Wopke Eekhoff en ‘de ontdekking’ van Saskia Uylenburgh als de vrouw van Rembrandt, 85
  • Gunar R. Boon, De verbouwing van Heringastate in Marsum, 1906-1912, Restauratie of reconstructie?, 107

THEMA: STUDIES OVER DE BENEFICIAALBOEKEN VAN 1543
  • J.A. (Hans) Mol en Peter van der Meer, Inleiding, 129
  • Paul Noomen, Enkele lijnen in de ontwikkeling van het parochiewezen in Oostergo, 133
  • Jan Kuys, Vrijgesteld maar vaak ook niet, Belasting op kerkelijke inkomens in het laatmiddeleeuwse bisdom Utrecht, 147
  • J.A. (Hans) Mol, Het inkomen van zielzorgers in Friesland, 1511-1543 . 165
  • Otto Roemeling, De geestelijken van 1543: cijfers over studie en afkomst . 175
  • Henk Bloemhoff, Nedersaksische elementen in de Stellingwerver Beneficiaalboekteksten 183
  • Karel. F. Gildemacher, Het Friese landschap volgens de toponiemen in de Beneficiaalboeken 201
  • Philippus H. Breuker, De hemrik lokalisatie, datering en betekenisontwikkeling 229
  • Merijn Knibbe, De kerk, de staat en het vredesdividend, De pachtopbrengsten van kerkelijke goederen in Friesland, 1511-1543, 251
  • Dennis Worst, Hooi halen stroomafwaarts. Het belang van hooiwinning voor de veenboeren in Zuidoost-Friesland, 279
  • Geraadpleegd materiaal bij de thematische bijdragen, 299
  • Jaarverslag Koninklijk Fries Genootschap over 2013, 313
  • Over de auteurs, 317
Ook lid worden van het Koninklijk Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur, en daarmee de Vrije Fries en tijdschrift Fryslan ontvangen? Meldt u nu aan via het online Lidmaatschapsformulier.

maandag 29 december 2008

Album Amicorum van Poppe van Feytsma

Onlangs liep ik weer eens door de permanente tentoonstelling Het Geheugen van Nederland, in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. Regelmatig worden de kleine vitrines in de donkere zaal vernieuwd. Vanwege het afscheid van directeur Wim van Drimmelen was een nieuwe expositie ingericht met aanwinsten tijdens zijn directoraat (1991-2008). Hieronder diverse 16e eeuwse Alba Amicorum, de zogenaamde vriendenboeken. In een van de vitrines zag ik een prachtige afbeelding van de Friese student Poppe van Feytsma.
Thuisgekomen checkte ik natuurlijk even wie dat nu wel was en direct merkte ik dat de KB de expositie ook in digitale vorm had gepubliceerd. Het Album Amicorum van Poppe van Feytsma lag opengeslagen op een pagina, gedateerd 1573. Hierop liet "Domitianus a Valta" zichzelf en zijn wapen op 24 juli 1573 in het album van Poppe te Douai door een schilder ter plaatse vereeuwigen. De Latijnse opdracht aan Poppe is van de hand van Walta zelf.
In het Noordfranse Douai (of Dowaai) was, naar Leuvens model, een katholieke universiteit gesticht die bij de studenten uit de Lage Landen vrij populair was. Vooral vanwege het onderwijs in de Franse taal die in diplomatieke kringen belangrijk was. Poppe ging na zijn studie naar Parijs en overleed in 1583, volgens de online Feytsma genealogie op de site van sneuper Simon Wierstra (waarschijnlijk op basis van een grafschrift dat ook in het boek van ons andere Sneuper-lid, Hessel de Walle, Friezen in Vroeger Eeuwen, staat vermeld):
Poppe Hessels van Feytsma, afkomstig uit Deinum, overleden 31 mei 1583, begraven Deinum, grafschrift, zoon van Hessel Ruurds van Feytsma en Luts van Mellema, ook Louise.
Poppe was gehuwd met Ursel Wybrensdr van Roorda, overleden 7 jun 1581, begraven Deinum, grafschrift, dochter van Wybren van Roorda en Tieth Scheltesdr van Scheltema.

vrijdag 13 december 2013

De Sneuper 112 met Dokkumer molens in Album Amicorum Francois Bekius

De Sneuper 112 komt met een cover-artikel over Dokkumer molens in het Album Amicorum van  Francois Bekius. Niet alleen was hij de grootvader van Piet Paaltjens (Francois Haverschmidt) maar ook de kleinzoon van de 'duivelsdominee' die ook Francois Bekius heette.

Zo is De Sneuper 112 weer gevuld met voor elk wat wils en gevarieerde artikelen, waar de volgende keer misschien ook uw onderzoek of tekst tussen kan staan. Want wij blijven afhankelijk van de kopij van onze leden! Dat en nog veel meer in dit winternummer van De Sneuper:

Inhoudsopgave:
HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS
- Molens van Dokkum in Album Francois Bekius, Warner Banga
- Pijpenkoppen in Moddergat, Gerard de Weger
- De Bontebrug van Dokkum, Sake Meindersma
- Plankjes met namen 2: het P. Schuringa-plankje, Piet de Haan
GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS
- Een vondeling te Raard in 1820, Paul Hillebrand
- Levensloop van Tjerk Romkes Viersen, Gosse van der Plaats
- Wierumer vissers-genealogieën, Berend Beimer
RUBRIEKEN & COLUMNS
- COLUMN: Je mutte mar hoare..., Ale Hansma
- MATHILDES KOFFER: Toet-anch-amon, Hilda Bouta
- DIACONIEREKENINGEN: Boskma’ s & Keegstra’ s, Piet de Haan
- HERALDIEK van de Hollumer kerkramen, Rudolf Broersma
DIGITAAL & ACTUEEL & VARIA
- Friesland digitaal op de kaart, Hans Zijlstra


- Op de Praatstoel 2: verhalen uit NOF. Bestel dit fantastische boek! Slechts 20 euro voor ruim 400 pagina's hardcover (plus verzendkosten 6,75 ivm dikte boek. Af te halen in Dokkum en Oosternijkerk zonder verzendkosten).

Wilt u ook meegenieten van de interessante verhalen uit onze regio, dan kunt u zich eenvoudig aanmelden als lid (slechts 15 euro per jaar) via dit online formulier.

Tevens kondigen we de Ledendagen van 2014 aan die door onze vereniging op zaterdag 12 april 2014 worden gehouden in Niawier en op zaterdag 4 oktober 2014 in het IJstijdenmuseum te Buitenpost. Noteert u het alvast in de agenda!

En, last but not least, onze leden kunnen De Sneuper ook als pdf ontvangen als ze dat willen (stuur een mail)! 

maandag 16 april 2012

Friezen in Alba Amicorum Koninklijke Bibliotheek

Ons lid Hilda Bouta heeft een lijst samengesteld van Friezen in de Alba Amicorum in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Daar zijn albums verzameld, waarin veelal studenten van de hogescholen en universiteiten in Europa hun vrienden lieten schrijven. Een netwerk opbouwen, zouden we tegenwoordig zeggen. Een student beperkte zijn studie meestal niet tot een plaats. 
Er zijn albums van Friese studenten en er zijn Friese studenten die erin geschreven hebben. Bij deze lijst staan drie dingen: 
1. wie schreef in het album, 
2. in welke plaats 
3.wie was de eigenaar.


Soms staan er geschilderde wapens of een portret bij. Deze worden dan op de lijst vermeld. Soms staat er een schets of een korte spreuk. Maar ook een raadsel of filosofische verhandeling.  Het is heel interessant om te bekijken
Inwoners uit Noordoost Friesland zitten er niet veel bij in de Alba Amicorum van de KB; Gerlacus Bolta uit Morra, Ernst Goslinga uit Hallum, Haring en Syds Sytzama eveneens uit Hallum. 
Maar velen hebben wel hun familiewortels in dit gebied: Aebinga in Ee en Blija, Burmania in Stiens, Camminga in Oudkerk en Ferwerd, Eysinga uit Oenkerk en Rinsumageest, Grovestins in Hardegarijp, Holdinga in Anjum, Meckema in Ee en Kollum, Oenema in Dantumawoude, Tjarda-van Starckenborg uit Rinsumageest. 
Er zijn ook veel beroemde mensen die in de albums hebben geschreven, bv, Hugo de Groot, Ubbo Emmius, Gomaris, Bezius, Ernst-Casimir van Nassau, leden van de familie van Solms

Zie de Index op onze site met Friezen in Alba Amicorum KB


Aanvullingen of artikelen over dit onderwerp zijn welkom!

vrijdag 1 november 2013

Drukker en uitgever Louis Vlasbloem te Dokkum rond 1650

De naam Vlasblom of Vlasbloem was ik wel vaker tegengekomen in oude Friese geschriften. Maar Louis Vlasbloem kende ik nog niet. Toch heeft hij enige jaren vanuit Dokkum boeken gedrukt en uitgegeven. Daar kwam ik achter toen ik op dit boek stuitte over Chirurgie: Methodus der vryer conste van de medecyne ende chyrurgie, door Pieter Carels met prachtige voorplaat in 1650 uitgegeven door Louis Vlasbloem. De Universiteitsbibliotheek van Gent heeft hem digitaal op haar website beschikbaar gemaakt.

Ook te Dokkum gepubliceerd en blijkbaar in de collectie van Tresoar: 1650, Anthropon Adami, Nieuw Woud-Boers Almanach Voor 't Jaer ons Heeren MDCL. Ghedruckt tot Doccum By Louis Vlasbloem, Boeckdrucker. Tresoar, A3348. Uitgave: Estrik LXXXII, p.96.

Blijkbaar was Louis Vlasbloem van het Remonstrantse geloof blijkens zijn inschrijving uit 1655:
Lidmatenboek Dokkum, 1655: Louis Vlasbloem
 - In 1655 lidmaat
Bron: Archief: Tresoar
Toegang: 28 Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmaatboeken (DTBL)
Invnr. : 203 Remonstrantse Gemeente Dokkum, lidmaten 1623-1678, 1696, 1703,
1709, 1716, 1729, 1734 en ca. 1755. Klik hier voor pagina lidmatenboek.


Hij publiceerde deze mooie paskaart van de Zuiderzee: http://www.raremaps.com/gallery/detail/22787/Paskaart_vande_ZuyderZee_Nieulicx_Uytgegeuen_Door_Louis_Vlasblom/Vlasbloem.html 

En deze prachtige Celestial hemispheres (hemelkaarten): http://modcult.org/read/2011/4/21/celestial-hemispheres Highres hier: http://modcult.org/image/3013 

In 1674 tekent hij als Ludovicus Vlasbloem, med.doct., in het Album Amicorum van Jacob Heyblocq (1623-1690), rector van de Latijnse school te Amsterdam. In hetzelfde schitterende album Heyblocq tekenden overigens ook Rembrandt, Govert Flinck, Vondel, Jacobus Revius en Anna Maria van Schuurman!

In de kunsthistorische database Ecartico van ons lid Dr. Marten Jan Bok heet hij Louis Hessels Vlasblo(e)m: http://burckhardt.ic.uva.nl/ecartico/persons/13463

Zijn vader, blijkbaar een Hessel Vlasbloem zou wel eens deze Hessel Jans Vlasbloem kunnen zijn die in Leeuwarden in 1617 koper was.
In het Weeskamerarchief van Amsterdam komt hij voor in combinatie met de Remonstrantse klokkenmaker, kompasmaker en kunstkoper Gerrit Brant in 1637.

En is dit waarschijnlijk de zoon van Louis Vlasbloem, die ik wel eens eerder op het blog beschreven heb:
Ik kom bijvoorbeeld in de database VOC-opvarenden assistent Hessel Vlasblom in het Rampjaar 1672 tegen met als herkomstplaats Doctum, op het schip Rhenen! Hem kende ik nog van een aantekening die ik vele jaren geleden maakte op de Sneuper-websitepagina Friezen in de VOC, gebaseerd op een publicatie in De Navorscher van 1861, p. 187: Onder de nagelaten goederen van wijlen Hessel Vlasblom, van Dokkum, boekhouder aan boord van het Oostind. compagnieschip Rheenen den 10den december 1672 overleden, komt voor "Een coopere schrijffpen": deze wordt, in éen koop, "met 1 koocker met pennemes en 1 duymstock" gekocht voor de som van twee gulden zeven stuivers door Sebastiaan Pittavin van Amsterdam. Deze Pittavin was de fiscaal op het schip, die onfortuinlijk genoeg op oudejaarsdag 1672 zelf ook aan boord overleed. Er was zelfs een kunstschilder mee op deze reis, Esaias Boursse, die op een eerdere VOC-reis naar Ceylon vele (portret-)tekeningen had gemaakt (nu in de collectie van het Rijksmuseum). Maar ook hij overleed aan boord, op 16 november 1672.
In een andere publicatie wordt de verkoop van Hessel Vlasbloms spullen nog wat uitvoeriger belicht (op pag.6): het bracht 378,10 gulden op, waaronder boeken van Ovidius, Vondel, een bijbel en vele kaarten en atlassen. Misschien wel gedrukt door zijn eigen vader...

Update: Reactie van Harry Perton:  In Groningen had je een familie Vlasbloem, zie foto gevelsteen Hoge der A - zouden het verwanten zijn? https://twitter.com/Gelkinghe/status/396305251264761856/photo/1

zondag 25 augustus 2013

Gens Nostra met Vlaskamp, nieuwe cover en redactie

Gens Nostra juli/augustus 2013 viel in de bus met een nieuwe cover. Zowel een nieuwe omslagfoto als een verstevigde kaft, op verzoek van de 9.000 leden, zoals de hoofdredacteur Leo van der Linden opmerkt. In zijn voorwoord geeft hij ook aan dat de gehele redactie opstapt omdat uit een 'rapport van een uit vier heren bestaande werkgroep Gens Nostra' zou blijken dat de zienswijze van het hoofdbestuur tot een onoverkomelijke koerswijziging gaat leiden. Ik ben benieuwd!
In dit nummer in ieder geval een stevige bijdrage van Martha Kist over het Album Amicorum van Janke Diederika Vlaskamp (1826-1903), in 2010 via een veiling in bezit gekomen van Vlaskamp-onderzoekster en publiciste Aly van der Mark.

Uit de inhoud van 64 pagina’s:

- F.W. van Alderwegen: Dengering

- Lodewijk van Duuren: Keesje van Domburg ofwel Cornelis Versluijs (1832-1911)

- Toon van Gestel: Populatiegenealogie. Theorie en praktijk van afstamming en verwantschap

- Martha Kist: Vergeet mij niet: het album van Janke Diederika Vlaskamp (1826-1903)

- Harmen Snel: Bij de kwartierstaat van Reinier Lucassen, kunstschilder

Verder:
Tien bijdragen in de rubriek het portret van …, te weten die van:

- H.R. Bolland: … Frederik Willem Wagner & Jacoba Hemkes

- Joop Bregman (†): … Jacob (Fulpsz) Bregman & Frouke Pul

- Joop Bregman (†): … Harm Lijfering & Rienje Wieringa

- Albert Hoekstra: … Anna Maria Clara Bruinsma

- Martha Kist: … Hendrik Doekes Hellema & Magdeltje Beekhuis

- Martha Kist: … Doeke Hendriks Hellema & Janke Diederika Vlaskamp
- Rinus van Langeraad: … Lieven Koole & Adriana Kregel

- Ruud van der Roest: … Johanna Kiefer

- Marjo Simons-Van Leeuwen: … Theodorus van Leeuwen & Agatha Bergman

- Jos Welzen: … Het gezin van Henricus van Ham & Maria Catharina Kwanjel

De Rubriek "Gens Data" met:

- J.W. Limpers: Verwantschap berekenen met Aldfaer

- Antonia Veldhuis: Kaarten en atlassen digit@@l

En verder de rubrieken Boeken, Aanwinsten, Periodieken, Vragen en de Mededelingen

dinsdag 17 oktober 2017

Verslag ledendag Historische Vereniging Noordoost Friesland te Kollum

Op zaterdag 14 oktober 2017 werd de traditionele najaarsbijeenkomst van de Historische Vereniging Noordoost Friesland in Kollum gehouden. Het bestuur had een gevarieerd programma opgezet. We werden `s morgens bij Kollumer Museum Mr. Andreae vriendelijk met koffie en oranjekoek ontvangen.
We kregen een korte introductie over het ontstaan en de opzet van het museum. Daarna volgden twee lezingen. Eén van redacteur Hans Zijlstra, over de Doutzen Kroes van de zeventiende eeuw: Lisck van Eysinga (1595-1624). Deze lezing werd live via Twitter uitgezonden en kunt u hier terugkijken: https://www.pscp.tv/w/1yNxaVaDEMlKj

Volle zaal bij ledendag in Kollum


Wibo Boswijk heeft een portret schilderij van Lisck van Eysinga. Over haar zal nog een artikel in De Sneuper worden gepubliceerd, naar aanleiding van een vondst in een Album Amicorum over haar en een afgewezen liefde, Anthonius van Aylva.
Daarna volgde een lezing van dr. Oebele Vries over het Kollumer oproer van 1797. Vries is bestuurslid van museum Andreae en heeft zich jarenlang in het Kollumer oproer verdiept. In het museum zijn prachtige zaken rondom het oproer te bezichtigen.
U kunt hier de lezing van Oebele Vries terugzien: https://www.pscp.tv/w/1kvJpkrglWPGE

Vervolgens werd het tijd voor een bezoek aan het museum zelf.
Diverse foto's geven u een indruk van het Kollumer oproer, het leven van Mr. Andreae en werken van schilder Ids Wiersma. Ook zijn er diverse vitrines met zilveren objecten van Kollumer zilversmeden als Pytter Martens en de familie Radema.
Daarna lunchten we in de Colle, waar traditioneel weer een lekkere broodje kroket voor elk lid lag te wachten. Na de lunch vertelden de redacteuren Nykle Dijkstra en Jacob Roep over diverse actuele projecten van de verenigingen.
Jacob vertelde over de totstandkoming van de beeldbank die dankzij webmaster Jaap-Sip Faber prachtig is opgezet en via de website is te raadplegen. Diverse foto's worden nu ook op de Facebookpagina Oud Dokkum uitgelicht. We hopen te zijner tijd de beeldbank aan Europeana te koppelen zodat via deze website iedereen in Europa de foto's kan vinden. Verder vertelde Jacob over zijn deelname aan het project van Frisian book & Paper Restorers. Zij maken in het kader van Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018 een historisch prentenboek van alle Friese Elfsteden. Van elke stad wordt één verhaal opgenomen waarbij een historische prent wordt getekend en gedrukt. Dit gebeurt allemaal ambachtelijk. Van de stad Dokkum heeft Jacob het zeeroversverhaal van Nykle Dijkstra aangeleverd. Daarvan wordt momenteel een historische prent gemaakt met een korte toelichting van het verhaal.
Nykle nam daarna het woord en vertelde hoe het zeeroversverhaal de afgelopen maanden het NOS, radio NPO 1 en andere regionale media wist te halen. Tijdens de Admiraliteitsdagen werd het lied ten gehore gebracht. Nadien kreeg Nykle nog veel positieve reacties en het blijft doorwerken, want misschien komt er wel een standbeeld van de rovers in Dokkum. Maar dat is toekomstmuziek.

Tot slot vertelde Nykle over de deelname van onze vereniging aan de Historicidagen die op 24, 25 en 26 augustus in Utrecht plaatsvonden. Onze vereniging gaf daar een sessie met vier andere historici. We hebben onze werkwijze met wetenschappers en Sneupers gepromoot aangezien daar prachtige projecten uit voort zijn gekomen. Wij hopen dat meer historische verenigingen in Nederland met wetenschappers gaan samenwerken. Dit kan tot mooie resultaten leiden.

Na de lunch brachten we eerst een bezoek aan de Maartenskerk Deze heeft prachtige oude muur- en plafondschilderingen, vele herenbanken (met familiewapens van oa families Botnia, Broersma, Van Rosema, De Schepper), een Van Gruisenorgel, een rouwbord van Eyso de Wendt (rijk geworden bij de VOC in China) en bijzondere grafzerken.
De echtgenoot van Lisck van Eysinga, Hessel van Meckema ligt met een grote steen op het koor, waar ook een voormalig ingang naar de grafkelder lijkt te zijn (een rijtje zwarte stenen dwars boven de grafsteen).
Ook de gelijknamige overgrootvader van de kunstschilder Hermannus Collenius ligt met een grafsteen op het koor.
Boven een deur een mooi schilderij met putti, door Wessel Pieters Ruwersma, een leermeester van Willem Bartel van de Kooi en in de consistoriekamer een gevelsteen uit 1695 van de 7 Kamers , een voormalig woningencomplex. Kortom een rijk bedeelde kerk!
Van een heel andere aard was de Oosterkerk met zijn bijzondere interieur. Deze gereformeerde kerk is verrassend kleurrijk en ontworpen door architect Egbert Reitsma, die lid was van de Groninger Ploeg en de kerk in Amsterdamse Schoolstijl liet bouwen.

De foto-impressie gemaakt door Jacob Roep kunt u hier bekijken.
Ook een online album gemaakt door Hans Zijlstra

We hebben nu al veel zin in de voorjaarsbijeenkomst van 2018. Daar kunt u ook bij zijn! Nadere informatie volgt in De Sneuper.
Word nu lid via dit aanmeldformulier op onze site: http://www.hvnf.nl/aanmeld-formulier/

woensdag 21 oktober 2015

Eritia de Blocq en haar Chinese kan met gouden deksel

Onlangs bezocht ik de nieuwe tentoonstelling in het Rijksmuseum te Amsterdam: Azië>Amsterdam.
En zoals gewoonlijk heb ik niet alleen speciale interesse in de maritieme kunst maar ook in de kunst met een Fries tintje. Bij binnenkomst viel direct mijn oog op het schilderij De terugkomst in Amsterdam van de tweede expeditie naar Oost-Indië, Hendrik Cornelisz. Vroom, 1599. Van de vier afgebeelde schepen heet er een 'Vrieslant' en gezien de volgorde op de lijst is het meest logisch dat het de meest rechtse is. Zo te zien is het scheepstype een pinas en dat deed me er opeens aan herinneren dat het enige schip van de Admiraliteit van Friesland te Dokkum (sinds 1597) in de Slag bij Gibraltar in 1607 de Friese Pinas genoemd werd. Zal het dezelfde zijn als op het schilderij van Vroom uit 1599?

Even verderop enige vitrines met Chinese keramiek. Onder stuk nummer 24 staat vermeld: Kan met
gouden deksel. Kan: China ca 1635-1650, deksel: Nederland ca 1650-1675.
Een Friese goudsmid voegde aan deze Chinese porseleinen kan een deksel toe met (in email) het wapen van Eritia de Blocq (een sleutel met 2 rode rozen, HZ). Eritia was een van de rijkste inwoners van Leeuwarden. Zij en haar man Matthijs (Matthias, HZ) van Franckena hadden contacten met wetenschappers en bestuurders uit de hele republiek en ver daarbuiten. Het gouden deksel bevestigt de waarde die aan het porselein werd gehecht (aldus beschrijving in catalogus, Particuliere collectie USA).

Bocke Jochems Hoppers en Eritia de Blocq, door Jan de Salle
Thuisgekomen ging ik gelijk even zoeken wat er van Eritia bekend is. Haar Friese voornaam blijkt Aukje of Auck te zijn en haar man Matthias van Franckena blijkt van haar tweede huwelijk te zijn. Van haar eerste huwelijk, in 1612 te Leeuwarden als Ericia de Block met Bocke Jochems Hoppers (of Bocatius Hoppers) zijn zelfs twee huwelijksportretten als schilderij bewaard gebleven. Enige jaren geleden (16 november 2005) werden ze op een veiling van Christie's verkocht voor 36.000 euro.
De Rijksdienst voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) heeft uitgebreide informatie over de pendanten, waarschijnlijk geschilderd door Jan Urbeijns de Salle, in 1622.
Beide hebben hun familiewapen in een bovenhoek van het schilderij, bij Eritia duidelijk een sleutel met twee bloemen, bij Hoppers een vogel met drie jongen in een mand. Ze waren in 1622 respectievelijk 35 (Bocke) en 32 jaar oud (Eritia).
Hoppers was in 1610 griffier bij het Hof van Friesland. Het is niet helemaal duidelijk of de bekende Joachim Hoppers zijn vader was of een ander familielid. Ze voerden in ieder geval wel hetzelfde familiewapen met de vogel en 3 jongen in een mand.

Eritia de Blocq, weduwe van dr. Bocke Jochems Hoppers, huwde in 1630 de gedeputeerde Matthijs Franckena te Leeuwarden. Bij testament d.d. 1664 stelde zij, inmiddels weer weduwe geworden, een leen in: een pensie van 200 car. glds, jaarlijks als een eeuwige rente uit haar landen op de Rijp in Menaldumadeel, t.b.v. bloedverwanten in povere staat tot studie in theologie of rechten, t.b.v. niet-bloedverwanten alleen tot studie in de theologie, een ook nu nog gestelde voorwaarde. Tegenwoordig bedraagt een pensie van het Eritia de Blocq-leen jaarlijks f.500,-, maar in omstandigheden is vermeerdering mogelijk. De pensies in totaal bedragen niet meer dan de zuivere leensinkomsten. B&W van Leeuwarden waren provisoren van 1836-1923.

In het archief van Tresoar vinden we verder: 327-02, Familie Van Sminia (van de tak van De Klinze te Oudkerk) 1525 - 1955.
Nr. 191: Testament van Eritia de Blocq, weduwe van Mathijs Franckena. Datering: 1669; afschrift, 18de eeuw. In datzelfde jaar legateerde ze aan de NH diaconie van Stiens 150 gulden.
In de database met Friese familiewapens van Hessel de Walle vind ik twee afbeeldingen van het familiewapen van De Blocq, een sleutel met 2 rozen op 16e eeuwse grafstenen, dezelfde als op het gouden deksel van de Chinese kan. Ook de Index op de Friese familiewapens van Heerma van Voss vermeldt het wapen De Blocq als een sleutel met 2 rozen. Het Wapen- en Vlaggenboek van Hesman vermeldt eveneens een dergelijk wapen, van Daniël de Blocq van Scheltinga.

Van Matthias Franckena heb ik enkele jaren geleden al in de bibliotheek van de Universiteit van Leiden het Album Amicorum uit 1605/1606 volledig gefotografeerd. Het bevat unieke inscripties van o.a. Petrus Plancius, Bernardus Paludanus, Gomarus, Winsemius, Snellius en Hessel van Meckema (getrouwd met Lisck van Eysinga, zie De Sneuper 119).
Van 1611-1626 was Matthias Franckena grietenijsecretaris van Weststellingwerf en later lid van Gedeputeerde Staten van Friesland en gecommitteerde bij de Raad van State namens Friesland.
Hij was ook een goede kennis van de vader van Pieter Stuyvesant, Balthasar Stuyvesant (met Dokkumer roots!).
In 1631/1632 was Franckena afgevaardigde ter Staten Generaal voor Friesland (zie Gulden Vrijheid, Hotso Spanninga).

Wat zou het toch mooi zijn als de verschillende kunstwerken en archivalia van deze familie eens samen geëxposeerd zouden worden, bij voorkeur in een Fries museum!

Update: In het schitterende boek Verveningen en Verveners in Friesland (zie ook de gehele Namenindex en de online bladerversie) staat nog het een en ander over Eritia de Blocq en Matthias van Franckena. Pagina 208/209/211: In 1627 kwam Anscke Cornelisdr van Lycklama op de Franckenastate te overlijden. Uit haar eerder huwelijk met de Gaasterlandse grietman Jochem Hans van Wyckel waren haar veel goederen in Gaasterland, Hemelum Oldeferd (Noordwolde) en Wymbritseradeel (Oudega) aangekomen. Deze vererfden nu op haar echtgenoot Matthijs van Franckena en kinderen.
In 1630 hertrouwde dr. Matthijs van Franckena- hij was inmiddels afgevaardigde ter Staten-Generaal voor Friesland- met Ericia de Blocq uit Leeuwarden. Ze bracht veel landerijen en venen ten huwelijk aan. Zij was een schoonzuster van dr. Livius van Scheltinga, die gehuwd was met haar zuster Anna Daniëls de Blocq. Samen met deze zwager bezat Ericia de Blocq veel venen en leijen- de zogenaamde Coninxleijen- onder Veenwouden. Het betrof hier het veengebied waar de door koning Philips II van Spanje bezeten domeingoederen lagen. Hiervan was al vroeg door de koning een gedeelte verkocht aan Johan van Rataller. Later was ook de bekende vervener Dr. Dirk Fogelsangh- eveneens gehuwd met een Van Scheltinga- (hun beider schilderijen hangen in het Amsterdamse Museum van Loon, HZ) bij deze venen betrokken.
Naar aanleiding van dit tweede huwelijk van Van Franckena moest er vanwege de rechten van de nagelaten kinderen een inventarisatie van de goederen worden opgesteld. Omdat ook de ouderlijke boedel van Rinco en Anscke van Lycklama nog onverdeeld was, moest ook deze in die inventarisatie worden betrokken. Hierdoor wordt men behalve over de vermogenspositie van Van Franckena ook een en ander over die van Rinco van Lycklama (zou dit trouwens zijn portret zijn?) gewaar. Zo bleek onder meer dat in de daaraan voorafgaande jaren nogal veel geld was geïnvesteerd in de herbouw van boerderijen in Oudega (Wymbritseradeel), die blijkbaar eerder door oorlogsomstandigheden waren verwoest. Verder bleek dat de Franckenastate met bijbehorende landerijen en venen op een bedrag van 2.400 cg was getaxeerd. Maar ook Franckena's deelname- met name zijn samenwerking hierbij met Rinco van Lycklama- in de Weststellingwerfse veenkanalisatie en vervening wordt daarin uiteengezet.
Pag.211/212: In 1632 was dr. Matthijs van Franckena verkozen tot grietman van Gaasterland, als opvolger van de in dat jaar overleden grietman Obbe Obbes. De nieuwe grietman Franckena was familie van zijn voorganger, want zijn overleden echtgenote Anske Cornelisdr van Lycklama was namelijk een oomzegster van Obbe Obbes geweest. Na zijn hertrouwen met Ericia de Blocq en nog geen jaar voor zijn verkiezing tot grietman, had hij in Wolvega voor de koopprijs van 7.000 phg een van de Scheene tot de Linde lopende sate land gekocht. Hij had daar toen een nieuw landhuis- de vroegste voorganger van het huidige Lindenoord- laten bouwen. Dit grietmanschap zou echter van korte duur zijn, want nog in datzelfde jaar kwam dr. Franckena te overlijden.

Update: Er is een testament bij Tresoar: Blocq, Ericia de (x Mathijs v. Frankena) * * 1664 * 408. Lijst van TESTAMENTEN voorkomende in band EEE nr. 3 van het Hof Provinciaal [nu Tresoar toegang 14 inv.nr. 16779]. Mocht u deze eens fotograferen/transcriberen dan verneem ik het graag.

vrijdag 15 augustus 2014

Frans van Donia tekende namens Friesland de Vrede van Münster in 1648

In het Rathaus van Münster bevindt zich de Friedenssaal. Ondanks de bombardementen van de
Schilderij Frans van Donia in Friedenssaal te Münster
Tweede Wereldoorlog is het interieur gespaard gebleven. In 1648 werd hier door vele afgezanten de Vrede van Westfalen getekend, ook wel de Vrede van Münster genoemd.
Namens Friesland had destijds Frans van Donia (ca 1580-1651) zitting in de Staten Generaal. Hij was in 1643, toen de vredeshandelingen startten, Volmacht ten Landsdage toen hij op 2 juni door de Friese Staten verkozen werd tot Plenipotentiaris (afgevaardigde met volmacht) uit de 4 toenmalige Gecommitteerden ter Generaliteit van dat gewest, te weten Jr Frans van Donia, Assuerus van Vierssen, Johannes van Crack en de Dokkumer Joannes van Veldtriel.
De vrede die werd getekend bracht zowel een einde aan de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) tegen de Spanjaarden als de Dertigjarige Oorlog (1618-1648).

In 1644 maakte Pieter Nolpe een portret van Frans van Donia, nu in bezit van het Rijksmuseum. En later ook Pieter de Jode naar een serie van Anselm van Hulle die alle afgevaardigden te Münster afbeeldde.
Op het mooie schilderij van de ceremonie van de Vrede van Munster (in bezit van de National Gallery) staat Frans van Donia ook vooraan afgebeeld, in toga, met baardje en 2 opgestoken vingers.
Het leuke is dat er een Album Amicorum van zijn eerste echtgenote Geertruid van Engelstede bewaard is gebleven waarin Frans een prachtige tekening met tekst heeft achtergelaten. Deze is nu in het bezit van de KB in Den Haag.
Van Donia werd vaak geportretteerd, zie eveneens de RKD database.
Ook zijn er twee indrukwekkende schilderijen van Jan de Salle uit 1621 bewaard met de pendanten van Frans en Geertruid.
Frans van Donia had als lijfspreuk Toga et Armis (door toga en zwaard). Dat zie je mooi terug in zijn tekening en afbeeldingen.
Simon Wierstra meldt nog in de genealogie van de Donia's over Frans: Franciscus a Donia geboren Jelsum ± 1580, overleden Den Haag 25 februari 1651, is op 5 juni 1599 student te Leiden, op 9 juli 1601 student te Heidelberg en 29 september 1602 student te Marburg.
Op 8 maart 1610 aangesteld als hopman (kapitein) als opvolger van Frans van Cammingha.
Later lid van de Generale Staten (Encyclopedie van Friesland).
In 1642 behoorden de gereformeerde Frans en zijn vrouw uit Jelsum bij de genodigden voor de begrafenis van de katholieke Jarich van Liauckema.
Frans testeerde op 6 juli 1649 en was toen kinderloos. Hij is in ondertrouw gegaan te Leeuwarden op 5 september 1618, gerecht, en getrouwd te Leeuwarden op 27 september 1618 (1) met Geertruyd Ludolfsdr Engelstede, geboren 1584, overleden maart 1643.
Frans is in ondertrouw gegaan te Zutphen op 23 november 1645 en getrouwd aldaar 16 december 1645 (2) met Helena van Heuclom, overleden 31 oktober 1650.

maandag 24 november 2008

Friese kunstschilders in de 17e eeuw

Ze komen zelden in de publiciteit, maar ze zijn er wel degelijk. Schilderijen van Friese kunstschilders in de 17e eeuw. De belangrijkste schilder van zeegezichten was Wigerus Vitringa (1657-1725). Oorspronkelijk opgeleid als jurist aan de Universiteit van Franeker bekwaamde hij zich in de schilderkunst. Zijn nevenberoep werd belangrijker dan zijn ouders wilden, omdat die liever zijn advocatenpraktijk voortgezet zagen. Het Fries Museum exposeerde diverse van zijn schilderijen en gaf er een boek over uit.

Een kunstschilder in de stijl van Rembrandt was Wybrand de Geest (1592-1663?), bijgenaamd De Friesche Adelaar. Hij trouwde met een nichtje van Rembrandts vrouw Saskia Uylenburgh, Hendrikje Uylenburgh. Hij woonde in Leeuwarden aan de Eewal. Bij Tresoar is ook een Album Amicorum van hem bewaard gebleven, die via de Digicollectie te bekijken is.
Van Lambert Jacobsz (ca.1598-1637) hangt een schilderij in het Rembrandthuis in Amsterdam. Hij was de eerste leermeester van Govert Flinck (beide waren doopsgezind), die later bij Rembrandt in de leer ging. Ook de in Harlingen geboren Jacob Adriaensz Backer (1608-1651) was een leerling van Lambert Jacobsz.
Hoewel zijn achternaam Schots klinkt was ook Jacobus Sibrandi Mancandan (1602-1680) een getalenteerde Friese (landschaps-)schilder. De uit Minnertsga afkomstige kunstenaar schilderde veelal landschappen met dieren en herders en was burgemeester van Franeker. Hij trouwde met Elske Mathys Siderius.
De Leeuwarder kunstschilder Casparus Hoomis (ca.1640-1677) werkte voor de massamarkt met goedkope werkjes, samen met Leendert Nulck en Harmen Monsma.

Zowel de doopsgezinde kunsthandelaar Hendrick Uylenburgh (1584/9-1661, (die met Rembrandt samenwerkte) als zijn broer kunstschilder Rombout Uylenburgh (1580/5-1627/8) werden geboren in Leeuwarden. Van laatstgenoemde is een schilderij aangekocht door het Rembrandthuis. Hij begon zijn carriere in het Poolse Danzig en Krakau.

En laten we niet de Friese Raphaël vergeten: Gerardus Wigmana (1673-1741), bekend van zijn schilderij uit 1697 dat in het stadhuis van Dokkum hangt, met daarop oa. burgemeester Julius van Aitzema en de javaan Philander de Baron.
Een Dokkumer kunstschilder en glazenmaker was Joannes Claessen Wiarda, wiens vrouw Antje Volkerts (Dockema of Doekema) en dochter Neeltje Wiarda (geb. 1695 te Dokkum) optraden als getuige in een rechtszaak van Elisabeth de Flines, over wie recent een boek uitkwam van Machiel Bosman. (Voor het burgerwapen van Joannes Claesen Wiarda, zie Genealogysk Jierboek 1993, c.q. het Wapenboek van Gerrit Hesman). Een bewaard gebleven schilderij van Wiarda is, voor zover ik weet, niet bekend. Mocht u er wel een kennen laat het ons dan weten.
Update: Tot en met 22 februari 2009 heeft het Rembrandthuis in Amsterdam een overzichtstentoonstelling van het werk van Jacob Backer, Rembrandts tegenpool. Hij wordt een van de meest succesvolle schilders van de Gouden Eeuw genoemd. In de catalogus zag ik ook een Friese leerling van hem vermeld: Wiggert Domans, Franeker, 1625-1650.

zaterdag 16 juni 2018

De Sneuper 130, juni 2018, met eendenkooien, Tjessens en confessies

Het zomernummer van ons verenigingsblad De Sneuper, nummer 130, heeft als cover de eendenkooi
in de polder van Ternaard.

In het omslagartikel neemt Gerard Mast ons opnieuw mee in de wereld van de eendenkooien; dit keer in voormalig Westdongeradeel.
Kees Bangma geeft een voorproefje van het boek over Friesland en de Eerste Wereldoorlog met een doofpotartikel over Wierumer vissers.
Reinder Tolsma beschrijft de vergane glorie van het buiten Tjessens bij Holwerd en Rudolf Broersma beeindigt de beschrijving van de dorpswapens van Dongeradeel met Waaxens, Wetsens en Wierum.
Thijs Gras beschrijft een stranding op ‘de rotsen’ van Ameland en redactielid Theo Delfstra haalt de schoolbesmetting uit Ee, tussen de wereldoorlogen, uit de vergetelheid.
Een bijzondere vondst was de inscriptie in een Album Amicorum van de schoonheid Lisck van Eysinga (van het mooie portret dat in Kollum getoond werd), die tussen haar twee huwelijken nog een aanbidder gehad blijkt te hebben (uit de familie Van Aylva)! Wibo Boswijk en Hans Zijlstra doen verslag van de pikante zaak.
Jan Gaasterland reageert op de ‘opskuor yn Morra’ in De Sneuper 124.
Frans Thuijs tenslotte doorzocht de ‘Confessieboeken’ van het Stadsarchief Amsterdam op kruimeldieven tot moordenaars uit Noordoost-Friesland.

Zo is De Sneuper 130 afwisselend en interessant voor iedereen, maar natuurlijk kan uw artikel daaraan bijdragen in een volgend nummer... Want wij blijven afhankelijk van de kopij van onze leden. Stuur dus vooral uw (genealogische of streekhistorische) bijdrage in! De kopijvoorwaarden kunt u online inzien.

De najaarsledenbijeenkomst zal waarschijnlijk bij het Noordelijke Archiefdepot in Nuis plaatsvinden!

Inhoudsopgave:
HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS
- Eendenkooien in Westdongeradeel, Gerard Mast
- Opskuor yn Morra: een reactie, Jan Gaasterland
- Noordoost-Friezen in Amsterdamse confessieboeken, Frans Thuijs
- Dood Wierumer vissers in de doofpot, Kees Bangma
- Tweede liefde van Lisck van Eysinga, Wibo Boswijk/Hans Zijlstra
- Help, we slaan op de rotsen bij Ameland!, Thijs Gras
- De vergeten schoolbesmetting in Ee, Theo Delfstra

GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS 
RUBRIEKEN & COLUMNS
- COLUMN: Je mutte mar hoare...,Ihno Dragt
.
- Vergane glorie: Tjessens te Holwerd/Waaxens, Reinder Tolsma
- Heraldiek, wapen van Waaxens, Wetsens, Wierum, Rudolf J. Broersma
 
DIGITAAL, ACTUEEL & VARIA
 
- Museumbezoekje: Schierstins Veenwouden, Lisette Meindersma
- Ingeboekt: Pastorieën & Duivelse dillema's, Lisette Meindersma en Warner Banga 
- WEBSITE & -BLOG: Digitaal verhaal: Van Tinco to Sonttol, Hans Zijlstra

Op de Praatstoel 2: verhalen uit NOF. Bestel dit fantastische boek (leuk als kadootje)! Slechts 10 euro voor ruim 400 pagina's hardcover (plus verzendkosten 6,75 ivm dikte boek. Af te halen in Dokkum zonder verzendkosten).
 
Wilt u ook meegenieten van de interessante verhalen uit onze regio, dan kunt u zich eenvoudig aanmelden als lid (slechts 15 euro per jaar voor oa 4 x De Sneuper) via dit online formulier.

U kunt ook altijd een ruim van de belasting aftrekbare gift doen. Wij zijn immers een Algemeen Nut Beogende Instelling: Culturele ANBI. Voor donateurs van culturele ANBI’s geldt een extra giftenaftrek. Particulieren mogen in de aangifte inkomstenbelasting 1,25 keer het bedrag van de gift aftrekken. Ondernemingen die onder de vennootschapsbelasting vallen, mogen 1,5 keer het bedrag van de gift aftrekken in de aangifte vennootschapsbelasting.
Dus een particulier die 1000 euro schenkt mag 1250 euro van de belasting aftrekken, een bedrijf zelfs 1500 euro.

zondag 21 september 2014

Vondst oude grafzerk Dokkumse in kerk Schalsum

Onze Friese inscriptiespeurder Hessel de Walle deed recent een interessante vondst in de NH Nicolaaskerk van Schalsum (Franekeradeel). Al zo'n drie jaar geleden waren er werkzaamheden in de kerk, die blijkbaar weer enkele grafstenen hebben blootgelegd.
Notabene (nog steeds) halfverscholen onder een loodzware brandkast was de steen te zien met het volgende opschrift:
... ...er ... scholen te ... 10 aug 1732 ... dec 1805
 
[Klasina Martina de] Crane in leven geliefde egtgenoote van Isaac Telting  oud secretaris en notaris te Franeker.
 
Zij werd geboren te Dockum den 26 mei 1783 en overleed te Franeker den 15 november 1812

Klasina Martina was de dochter van Jan Willem de Crane (1758-1842), rector der Latijnsche school in Dokkum en lid van het Dokkumer leesgezelschap Ledige Uren Nuttig Besteed. De moeder van Klasina was Trijntje Groenewoud uit Dokkum. Er is zelfs nog o.a. een brief bewaard gebleven in Tresoar van vader Jan Willem aan Trijntje (Nynke) uit 1817 en een Album Amicorum (1780-1808).

Hij was een zoon van Martinus Isaac de Crane en Claesje van Beek uit Hoorn. De data van Claesje van Beek voldoen perfect aan de bovenste data op de grafzerk. Ze ligt dus in het zelfde graf als haar Dokkumer kleindochter begraven.
In het boek van Ihno Dragt over Vijf vriendenalbums uit 1830-1850, Social Media in 19e-eeuws Dokkum, worden op pagina 12 de portretten afgebeeld van vader Jan Willem de Crane en dochter Klasina Martina, (collectie Museum Martena en eigendom van de OKS) geschilderd door de beroemde Willem Bartel van der Kooi in 1811, het jaar van haar huwelijk met notaris Telting. Ze overleed dus het jaar daarna, na de geboorte van een dochtertje. Zelf was ze enig kind. Er was ook nog een tweeling geboren, maar die overleed kort na de geboorte in 1786 aan de kinderpokken. Wat een drama in deze familie!

maandag 22 november 2010

Brieven familie Rosier bij Fries Scheepvaartmuseum

Onlangs kreeg ik een tip van sneuper Tjeerd Inia over een oude brief van de familie Rosier uit 1798 in de database van het Geheugen van Nederland. Het bleek te gaan om een brief van Johannes Rosier aan zijn gelijknamige neef in Anjum: Geadresseerd aan 'Monsieur / Mons. Johannes Rosier / Mr. Chirurgin & Vroedmeester / Tot / Anjum'. In het papier een watermerk met daarin een wapenschild waaronder 'D & C Blauw'. De brief was gesloten met een rood lakzegel waarin een wapenschild met een geheven arm met zwaard..

Toen ik enkele dagen later voor de Wurkgroep Maritime Skiednis van de Fryske Akademy een Workshop Online Maritieme Bronnen gaf noemde ik dit voorbeeld. Het bleek dat een van de deelnemers aan de workshop, oud-burgemeester P.F. Visser deze Rosier in zijn voorgeslacht had. Een mooie (online) vondst dus! En aangezien Jeannette Tigchelaar van het Fries Scheepvaartmuseum ook deelnemer was, werd er gelijk een contact gelegd voor een bezoek.

Het invoeren van de naam Rosier in het zoekveld van Geheugen van Nederland levert nog veel meer mooie vondsten op. Zo is er ook een Album Amicorum van Johanna Rosier te Nijland en een brief van de eerdergenoemde Johannes Rosier aan zijn zoon Ids Rosier uit 1796 en nog een van 1799 naar zijn gelijknamige neef in Anjum. De moeite waard om zelf dus ook eens uit te proberen!

dinsdag 29 november 2016

Knielende beelden Van Aylva terug naar NH kerk Holwerd

Het is altijd een wens geweest van wijlen Sytse ten Hoeve om de prachtige beelden van een echtpaar Van Aylva terug naar Holwerd te brengen.
In de NH kerk van Holwerd bevindt zich het familiegraf van de adellijke Friese familie Van Aylva. Tijdens de grote nieuwbouw van de kerk rond 1780 bleef dit graf intact, inclusief grafplaat. Wel verdween het marmeren praalgraf met hek in de loop der tijd toen in 1795 de Bataafse Revolutie langsraasde. De overhuifde herenbank van de Van Aylva familie met vele prachtige houtsnedes is wel bewaard. Een paar beelden kwam na 1795 bij een boerderij in Oostrum terecht en later als tuinversiering bij boerderij Noord-Kleffens in Raard. De knielende beelden van een echtpaar (van wie de man in militaire outfit) stellen mogelijk de ontzaglijke generaal Hans Willem baron Van Aylva en zijn echtgenote Frouck Ulbes van Aylva voor. Het kunnen echter ook zijn ouders zijn, Hessel Meckema van Aylva en Elisabeth d'Althan, of de oom Ernst van Aylva.

De beelden zijn uiteindelijk in het depot van het Fries Museum terechtgekomen. In dit depot te Nuis zijn ze momenteel nog steeds opgeslagen, maar niet lang meer.
De stichting Alde Fryske Tsjerken liet weten dat de beelden waarschijnlijk voor de zomer van 2017 terug in Holwerd zullen zijn: "Architect Brouwer maakt een plan waarmee we naar fondsen gaan. Daarna uitvoering".
In november 2015 deed de stichting een bruikleenverzoek bij het Fries Museum dat inmiddels gehonoreerd is. Dit sluit ook aan op de trend bij musea om te gaan 'ontzamelen', het niet nodeloos in depot houden van stukken die er anders waarschijnlijk nooit meer uitkomen.

Wat dat betreft zou het misschien ook weer een poging waard zijn de gevelsteen uit 1613 van het geboortehuis van Foeke Sjoerds terug naar Ee te krijgen!

En nu we toch bezig zijn: ik ben met wethouder Pytsje de Graaf, in het kader van het project Suder-Ie, aan de slag om de herdenkingssteen uit 1671 van Ezumazijl nu eindelijk eens een gepaste plek bij de sluis terug te geven!

In het blad van de stichting Alde Fryske Tsjerken schreef Albert Reinstra een uitgebreid artikel over de Van Aylva beelden. Het themanummer 14 van 2016 is geheel gewijd aan artikelen van de hand van en over Sytse ten Hoeve (1945-2016). Hij was vele jaren bestuurslid van de Stichting Alde Fryske Tsjerken en overleed op nieuwjaarsdag. "Heel bijzonder is het artikel over de ridderbeelden van Holwerd. Het was een diepe wens van hem dat die terug zouden keren naar de Willibrorduskerk van Holwerd, nadat ze jarenlang in opslag lagen in het depot van het Fries Museum in Nuis."
Sytse ten Hoeve was ook degene die het coverartikel van De Sneuper 109 met Rococo uit Dokkum op Paleis Het Loo schreef. Hierin werd onthuld dat het oude interieur uit het Dokkumer hoofdpostkantoor thans de kamer van de directeur van Het Loo siert!

Update 26 november 2017: In het nieuwe boek Geen honinck soet sonder bitter gal, van Sieger Rodenhuis en Geertje Kingma, die gaat over de brieven van Agatha Tjaerda van Starckenborgh (1620-1670), getrouwd met Georg Frederik thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg, wordt op blz. 30 aannemelijk gemaakt dat het toch gaat om de ouders van Hans Willem baron van Aylva: Hessel Meckema van Aylva en Elisabeth d'Althan. Zij roddelt namelijk in een brief aan zaakwaarnemer Buschius over een smaadschrift tegen Hessel, drostambt van de stad Leer: Hier is nu wederom een Grouwelick pasquil van Hessel Aylva daer staet in van Stenenbidder, Suipvats ridder, Hoere jaeger, Hoorndrager, dat gaet om een Epitafum dat hij tot Holwert in de kerck heeft laeten maecken.
Vanwege de hoge kosten is het een zeer omstreden monument.

Update juli 2018: In samenwerking met Martin Engels, die de transcripties/vertalingen maakte, heb ik een Album Amicorum van Hessel Meckema van Aylva (rond 1631 in Orleans, Frankrijk) in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag gescand, die nu beschikbaar is via http://www.mpaginae.nl/HZ/AlbumMeckama.htm 
Met meer dan 50 inschrijvers, waaronder diverse Friezen!
Hessel Meckema van Aylva,

vrijdag 9 oktober 2015

Dokkumer opperkoopman bij de VOC Bocatius Pontanus

In het inmiddels niet meer bestaande historische tijdschrift De Navorscher stond ooit een kort artikel over een Dokkumer opperkoopman bij de VOC. Zijn naam was Bocatius Pontanus, mogelijk een Latijnse versie van de Friese naam Bokke van de Brug of iets dergelijks. Een opperkoopman was de hoogste functionaris aan boord van een VOC-schip, hoger dan de schipper!
Om in zo'n functie aan te treden moet hij wel connecties op hoog niveau gehad hebben. Vaak door familie. Mogelijk was hij de zoon van de hoogleraar aan de Universiteit van Harderwijk (de Gelderse Universiteit), Johannes Isaacius Pontanus (en zie Wikipedia), een op zee bij Elseneur (Denemarken) geboren Nederlander. En een connectie met een hofleverancier aan de VOC, de Admiraliteit van Friesland, toen nog zetelend in Dokkum, zou eveneens voor de hand liggen (hoewel hij in de bekende personeelslijst van de neven Smits niet voorkomt).

Bocatìus Pontanus, van Dokkum, kwam in 1636 in Indië, en was eenige jaren in Siam werkzaam, in het jaar 1643, die hem in dat jaar naar het eiland Formosa zonden, om ten behoeve der Compagnie de cultuur van die plant in werking te brengen, waarin hij niet ongunstig schijnt geslaagd te zijn; althans de Gouverneur-Generaal Antonie van Diemen schrijft hierover in dato 15 Maart 1645, aan den Gouverneur van Palicate (op de Coromandelkust in India, HZ), Arnold Heussen: ,,Ons werdt groote hope gegeven in corten op ‘t Eylandt Formosa merckelycke quantiteyt schoone Indigo geteelt sal worden.
om zich bekend te maken met de wijze van het bereiden der indigo daar te lande. Hij leverde hierover een verslag in aan den Gouverneur-Generaal en Raden van Indië,
Den oppercoopman Pontanus heeft dat werck onderhanden, ende schynt wel te sullen slagen, de monsters van daer ontfangen, worden emmers soo goet en deuchdelyck g’oordeelt , als d’Indigo Lahor ofte Byana; sulcx dat verhope mettertyt de Comp’. competentie van ons eygen territorium t’erlangen, ende haer middelen costy, als omtrent Agra des te rycker omcommen sullen, ende in andere waren mogen employeren, daer van ons den tyt wyser maecken sal.”
Stond hij in familiebetrekking tot den beroemden geleerde Johannes Isaacs Pontanus, den  geschiedschrijver van Gelderland?

Ook in december 1641 wordt Bocatius Pontanus genoemd in de Daghregisters van Batavia. Hij rapporteerde toen dat de Siamese indigo wel goed was maar verpest door de bewerking met limoen. In datzelfde rapport wordt ook de koopman Reynier van Tzum genoemd, eveneens een Fries.

In het Nationaal Archief in Den Haag vinden we nog wat meer informatie over Bocatius of Boccatius Pontanus (wellicht leuk om de documenten eens op te vragen en fotograferen als u er bent):
VOC Hoofdvestiging Surat
Beschrijving Extracten uijt de missiven van den assistent Boccatius Pontanus aen d'Ed. directeur Paulus Croocq tot Suratte concernerende de negotie der Engelschen in Brodera en Brootchia van 8 Junij tot 25 November 1640.

VOC Hoofdvestiging Surat
Beschrijving Diverse extracten uijt de missiven van den assistent Boccatius Pontanus uijt Broda aen den directeur Paulus Croocq te Suratte van 8 Junij tot 29 September 1640.

VOC Hoofdvestiging Siam
Beschrijving Originele missive van d'E. Boccatius Pontanus te Siam aen den gouverneur generael Van Diemen in dato December 1641.

VOC Hoofdvestiging Taiwan
Beschrijving Copie vertoogh door den oppercoopman Bocatius Pontanus wegens de procure des indigos tegen 1646, gedateerd 13 October 1645.

In de Namenlijsten van Martin Engels vinden we onze opperkoopman in de administratie van het Leeuwarder Old Burger Weeshuis, naar aantekeningen van W. Dolk, voornamelijk betrekking hebbend op begrafenissen van plaatsgenoten, waarbij de rode wezen de lijkstoet hadden gevolgd. Pontanus : ontvangen van doctor Barnardus Fulenius, professor te Franiker, als geauthoriseerde curator, een legaat van Boccatius, in Oost-Indien gestorven # 1650 mrt. 6.
Blijkbaar was hij in 1650 gestorven en liet hij een legaat na aan het Leeuwarder weeshuis, dat via zijn curator, de bekende Bernardus Fullenius senior werd geregeld.

Update: De doopsgezinde kunstschilder Michiel van Musscher maakte een prachtig schilderij van de Remonstrantse predikant Isaac Pontanus (1625-1710) die ook in Dokkum gestaan heeft, waarop hij met zijn kleinzoon is afgebeeld. Mogelijk is Isaac een broer of neef van Bocatius?  Van Musscher maakt ook in 1689 nog een ander portret van Isaac Pontanus.
Ook vond ik online nog een Album Amicorum van Johannes Isaacs Pontanus (1592-1627), die ook brieven schreef aan Constantijn Huygens en Hugo de Groot.